Dimplex VFDi 70C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dimplex VFDi 70C (32 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Dimplex VFDi 70C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dimplex |
| Categorie: | Heater |
| Model: | VFDi 70C |
Handleiding Dimplex VFDi 70C – volledige tekst
6Wenken voor het gebruikInhoud Gebruikershandleiding 6-7 Toestand bij levering, Opstelling 11 Plaatsingvoorschriften 10-11 Montage 12-21 Elektrische aansluiting/Schakelschema 18-19 De temperatuurbegrenzer tergustellen 21 Centrale regeling 26 Uitschakeltemperaturen voor de laadregeling 26 In werking stellen 26 Functionele test van de laadregeling 27 Technische gegevens 31Algemene aanbevelingenBij plaatsing, gebruik en onderhoud moeten de aanwijzin-gen in deze handleiding worden opgevolgd. Dit toestelmag slechts door een vakman worden geplaatst en her-steld. Door onvakkundige reparaties kan ernstig gevaarontstaan. Volgens de geldende norm moeten deze gebruiksenplaatsingsaanwijzingen voor de gebruiker steeds beschik-baar zijn. Bij werkzaamheden aan het toestel moeten zeaan de vakman worden gegeven ter kennisname.
Wijverzoeken u daarom deze gebruikershandleiding bij veran-dering van woning aan de volgende huurder of bezitter teoverhandigen. Bij renovatiewerkzaamheden met stofproduktie, mag hettoestel alleen met uitgeschakelde ventilator(en) werken. Opgelet. BelangrijkIn bedrijf kunnen de temperaturen aan de buitenzijde de80° C overschrijden. De aangegeven minimum afstanden moeten worden nage-leefd. Deze afstanden mogen niet worden verkleind dooroverhangende voorwerpen. Een afstand van 300mm van een luchtversingsopeningdient steeds te worden gerespecteerd. Dit is ook het gevalvoor hoogpolig tapijt. – Spaarkachel miet afdekken. – Door afdekken met voorwerpen kan zich warmteopho-ping voordoen, wat leidt tot verhoogde temperatuuraan de buitenkant van het toestel, maar ook tot ver-hoogde temperatuur van de (het) afdekkende voor-werp(en).
- Er mogen geen voorwerpen in het toestel worden gesto-ken of bewogen. Dit kan leiden tot storingen of zelfshet ontvlammen van de ingestoken voorwerpen. - Achter het toestel gevallen voorwerpen moeten directworden verwijderd.
- Zorg ervoor dat kleine kinderen of gehandicapten de bui-tenkant van het apparaat, en vooral het luchtafblaasroo-ster, niet kunnen aanraken. Houd er rekening mee dat dit toestel een verwarmingstoe-stel is, ondanks het feit dat het werkt zonder zichtbarevlammen. Spaarkachels mogen niet in ruimtes worden gebruikt metdaarin ontplofbare stoffen van welke aard dan ook (gas-sen, dampen of stof). Dit geldt eveneens voor vluchtigeoplosmiddelen als tri, tetra, enzovoort. Zorg er bij aanwe-zigheid van deze stoffen voor dat de verwarmingstoestel-len eerst tot aan de omgevingstemperatuur zijn afgekoeld. Er moet vooral op worden gelet dat er geen brandbare ofontvlambare materialen (gordijnen, papier, spuitbussen,. enz. ) op, tegen, of voor het toestel worden geplaatst ofdoor de warme luchtstroom worden aangeblazen. Gebruik geen stoomreiniger voor de reiniging van de accu-mulatorkachel.
Functionele beschrijvingDe elektrische accumulatorkachel slaat gedurende de nachtde voor de volgende dag benodigde hoeveelheid warmteop in de accumulatorkern. Hierdoor kan er tijdens nachts-troom tegen een gunstige prijs elektrische energie wordenopgeslagen. In enkele gebieden kan bij lagere buitentemperaturenbovendien op bepaalde tijden van de dag worden bijgela-den. Bij installaties met de mogelijkheid van dagopladingvindt het grootste deel van de oplading plaats door middelvan de automatische regeling ‚s nachts. OpmerkingenDe aan de buitenkant voelbare temperaturen zijn slechts inbeperkte mate een maatstaf voor de opgeslagen hoeveel-heid warmte. Dit geldt in versterkte mate bij gebruik vantoestellen met een verschillend vermogen. De krakende geluiden die af en toe tijdens bedrijf optre-den, worden veroorzaakt door temperatuurveranderingenin de accumulatorkern. NL.
7Wenken voor het gebruik Eerste keer opladenTijdens de eerste maal opladen zal er een lichte geuront-wikkeling ontstaan die onvermijdelijk is bij nieuwe onder-delen. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens deze korteeerste periode. OpladenHet opladen van de accumulatorkachel gebeurt tijdens dedoor het energiebedrijf aangegeven nachtstroomperiodeen wordt via de regeling elektronisch gestuurd. De hoeveelheid warmte die moet worden opgeslagenwordt daarbij afhankelijk van de buitentemperatuur en dehoeveelheid restwarmte in het toestel bepaald. De zichaan de rechterzijde van het toestel bevindende intensiteits-regelaar wordt bij dit type bedrijf op volle oplading (geheelmet de wijzers van de klok mee) gezet (instelling door defabriek). Bij gebruik zonder regeling wordt de afdekkap afgenomenen de bijgevoegde draaiknop (zie afbeelding) op de intensi-teitsregelaar gestoken.
De hoeveelheid warmte die moet worden opgeslagen, kandoor het instellen van de draaiknop worden veranderd. Vuistregel: op zeer koude dagen hoge instelling (knop naarrechts draaien), bij hogere buitentemperaturen een lagereinstelling kiezen. Wijzigingen van de instelling mogenslechts langzaam geschieden. Bij geheel naar links gedraai-de knop vindt geen oplading plaats. Het afgeven van de opgeslagen warmte van de elektrischeaccumulatorkachel wordt via de kamerthermostaat auto-matisch geregeld. RuimtethermostaatDe ruimtetemperatuur wordt automatisch door een ruimte-thermostaat konstant gehouden. De gewenste temperatuur(bv. 20°C) wordt op de instelknop van de ruimtethermostaatingesteld. Men kan over een wandthermostaat of een inge-bouwde thermostaat in de spaarkachel beschikken. Gedurende de nacht, of wanneer de ruimte niet in gebruikis, zal de ruimtetemperatuur-instelling met ca.
Bij verandering van de temperatuurinstelling duurthet een zekere tijd voor de nieuwe ruimtetemperatuurbereikt is. Het is dan ook in rekening te brengen dat naeen nachtverlaging voldoende tijd (bv. 1 uur) voor hetterug in gebruik nemen van de ruimte opgeheven wordt. Bij de meeste ruimtethermostaten kan de nachtverlagingover een schakelklok automatisch gestuurd werden. Bij langer onbenutten van een ruimte (bv. meerdere dagen)kan de ruimtetemperatuur- regeling teruggevoerd wordentot een antivriesstand. OnderhoudHet is verstandig af en toe het gebied rond het afzuigroo-ster en de onderste rije ventilatiegleuven van de rechterzijwand schoon te zuigen. In het kader van de onderhoud-scycli adviseren wij tevens te controleren of de controle- enregelorganen nog correct functioneren. Dit dient minimaaleens in de 10 jaar te gebeuren om te voorkomen dat er teveel energie wordt verbruikt.
Wat te doen bij storingenLees de aanwijzingen hieronder als er aan het toestel sto-ringen optreden. Kunt u de oorzaak van de storing niet zelfvinden, bel dan uw installateur. Geef hierbij het service-nummer. (E-Nr. en FD) van uw toestel op en probeer devastgestelde storing zo precies mogelijk te beschrijven. Hetservicenummer. bevindt zich op het typeplaatje rechtsonder het afblaasrooster:TypeplaatjeService-Nr. Kleine storingen zelf verhelpenTreedt een storing op, dan is het vaak een kleinigheid1. De ruimte wordt niet voldoende verwarmd: ● De zekeringen voor accumulatorkachels in de meterkastcontroleren en eventueel vervangen of opnieuw in-schakelen. Springt de zekering er weer uit dan moet deinstallateur op de hoogte worden gesteld. ● De intensiteitsregelaar voor het opladen op de accumu-latorkachel staat te laag afgesteld. De afstelling corrige-ren.
Springt de zeke-ring er weer uit, dan de installateur op de hoogte stel-len. ● Ramen en deuren staan constant open. ● De elektrische laadregeling is verkeerd ingesteld. Stel opde juiste wijze in volgens de gebruiksaanwijzing van delaadregeling. 2. Het vertrek is te warm ● De zekering van de laadregeling in de meterkast contro-leren en eventueel vervangen of opnieuw inschakelen. Springt de zekering er weer uit, dan moet de installateurop de hoogte worden gesteld. ● De kamertemperatuur is verkeerd ingesteld (zie punt 1) ● De regeling is verkeerd ingesteld (zie punt 1)volle oplading geen oplading.
OpstellingWarmteaccumulatoren mogen nietworden geïnstalleerd in: – ruimten waar ontploffingsgevaarbestaat – ruimten waar een corrosieve atmos-feer kan worden verwacht. a. Opstelling op de vloerDe plaats van bevestiging moet gladen egaal zijn. Het draagvermogen vande ondergrond moet geschikt zijn voorhet gewicht van de accumulatorka-chels (zie tabel blz. ). De kachel kanop elke normale vloer wordengeplaatst, er kan echter binnen hetbereik van de poten bij PVC, parket -en zachte alsmede lichte vloerbedek-king onder druk en warmteïnvloedverandering optreden. Wanneer er vanaf het begin rekeningmee moet worden gehouden, dat deglijvoetjes in de vloerbedekking kun-nen zakken zodat de convectie onderde accumulatiekachel belemmerdwordt, dan dient een vloerplaat teworden aangebracht. Bij vloerbedek-king met lange haarbekleding moetener over het algemeen onderlegplatengebruikt worden.
Poserla plaque de fermeture de manière àne pas endommager l'isolation thermi-que. Montage van het toestelLet op. Dit apparaat mag alleenworden ge. ınstalleerd en gerepa-reerd door een vakman. 1. Het toestel uit de verpakkingnemen. Verpakkingsmateriaal op dejuiste wijze afvoeren. De beide lattenvoor wandbevestiging aan de zijkantaan de achterkant van het toestel vast-schroeven. De bovenste lat aan beidezijlatten schroeven. 2. De bevestigingsschroeven voorbeide zijwanden eruit draaien. 3. Linker en rechter zijwand ca. 5 mmloodrecht naar boven duwen en aans-luitend horizontaal wegtrekken. Debevestigingsschroeven van de voorzij-de eruit draaien. 4. De voorkant naar voren zwenken enuit de bovenste omlijsting losmaken. Aansluitdraden naar binnen voeren envan een trekontlasting voorzien (zieook de elektrische aansluiting op blad-zijde 18).
Kort de leidingen zodanig in dat zeniet tegen hete vlakken van het appa-raat kunnen komen. Leg geen kabel-lussen achter of onder het apparaat. 5. OmkiepbeveiligingBij vaste aansluiting op het net (zonderwandcontactdoos) moeten alle appa-raten tegen omkiepen worden bevei-ligd. Apparaten van het type VFDi 20 enVFDi 30 moeten ook bij gebruik vaneen wandcontactdoos tegen omkiepenworden beveiligd. Het geheel gemonteerde apparaatmoet aan de bovenzijde een loodrech-te trekkracht kunnen weerstaan vanminstens 200 N, zonder om te kiepenof te verschuiven. Wordt deze stevig-heid met de meegeleverde toebehorenniet gehaald, bijvoorbeeld bij lichtetussenmuren, dan moet door de instal-lateur een geschikte alternatievewandbevestiging worden aangebracht. Het wordt overigens aanbevolen omonafhankelijk van de grootte van hetapparaat en de manier van aansluitenalle apparaten tegen omkiepen tebeveiligen. 6.
Na het leggen van de eerste rijstenen het eerste verwarmingselementplaatsen.10. De tweede en derde rij stenen leg-gen. Het tweede verwarmingselementplaatsen.11. Na het leggen van de vierde rijstenen het derde verwarmingselementplaatsen. De vijfde rij stenen van opzijonder het derde verwarmingselementschuiven.12. De laatste rij stenen leggen (intotaal zes rijen stenen). De luchtaf-blaaskamer en schakelkamer reinigen.Instalación del acumula-dor7. Quitar el seguro para el transporte(cartón plegable).8. Colocar la fila inferior de ladrillosrefractarios. Comenzar al raso con elcostado derecho.9. Después de colocar la fila inferior deladrillos, poner la primera resistenciacalefactora.10. Colocar la segunda y tercera fila deladrillos refractarios. Poner la segundaresistencia calefactora.11. Después de haber colocado lacuarta fila de ladrillos, poner la terceraresistencia calefactora.
Durée de recharge,Puissance assignéePoids Partie commandeChauffage d’appointVentilateurInstallatie van de eenheid13. De afdekking van de verwarmings-kamer terugplaatsen. Linkerzijde:De bovenste omgebogen rand van deafdekking van de verwarmingskamermoet op de linkertussenwand liggen. De zijkant van de afdekking moet ach-ter de ombuiging van de linkertussen-wand worden geschoven. Rechterzijde:De omgebogen rand aan de zijkantvan de afdekking van de verwarmings-kamer tussen de isolatie en de tussen-wand plaatsen. Daarbij op de geleides-leden letten. De afdekking vastaandrukken en aan de rechter tussen-wand vastschroeven. 14. Het verwarmingselement aanslui-ten. Hiervoor de genummerde aans-luitdraden op de aansluitpunten vanhet verwarmingselement steken. Detussenwand moet eveneens van dedaarmee overeenstemmende getallenworden voorzien. Losse draden aan dekabelboom vastmaken. 15.
Hiervoor het dekselenigszins optillen. 18. De voorwand vastschroeven(schroeven B). Functionele test uitvoe-ren - zie ook bladzijde 26, 27. 19. De zijwanden zijn van sleutelvormi-ge uitsparingen voorzien. De zijwan-den over de schroeven schuiven ennaar onderen duwen. 20. De zijwanden vastschroeven. Demontage is nu klaar. 21. De temperatuurbegrenzer terug-stellen (bij storing)Uitsluitend te verrichten door een vak-man. – Schakel de accumulatorkachel uit. – Laat het apparaat voldoende afkoelen. – Neem de rechter zijwand eraf. – Bedien de terugstelknop met bijvoor-beeld een platte schroevendraaier-pal. Instalación del acumulador17. Enganchar la pared delantera en elbisel de la tapa; para ello, levantar unpoco la tapa. 18. Atornillar la pared delantera (tor-nillos B). Efectuar una prueba de fun-cionamiento; véanse páginas 28 y 29. 19.
26NLUitschakeltemperaturen voor delaadregeling Accumulatorkachels kunnen worden ingesteld op vermin-derde lading (de laagste uitschakel-temperatuur). Over hetalgemeen wordt aangenomen dat de hoogste uitschakel-temperatuur 520°C bedraagt. Wanneer de uitschakeltemperatuur verlaagd moet worden,kan programmaverbinding (b) dienovereenkomstig wordenverzet (N. B. : let op de instructies voor classificatie). De insteekpositie T is alleen bedoeld voor fabrieksmatigetests en mag niet worden gebruikt. Uitschakeltempe- Vermogens- Reductie van de ratuur in °C reductie in % max. stat. warmte-afgifte in % 520+ 0 0 520 0 0 455 17 18 390 32 39 325 44 51In werking stellenNa het voltooien van de montage en het leggen van deaansluitingen moet de installatie op goede werking wor-den getest.
Bij installaties binnen het gebied van de VDEvoorschriften moeten minimaal de volgende tests wordenuitgevoerd: Een isolatietest tot minstens 500V. De isolatieweerstand moet minstens 0,5M bedragen. ΩEr moet een vermogenstest worden uitgevoerd (bijv. meteen kWh meter). Een koude weerstandsmeting kan hier-voor als alternatief ook worden uitgevoerd. De eerste keer opwarmen van de installatie door een vak-man is onnodig. De uitrusting kan onmiddellijk na het vol-tooien van de functionele tests aan de gebruiker wordenovergedragen. Centrale regelingWij vragen uw aandacht voor de relevante informatie in degebruiksaanwijzing bij het toepassen van centrale regeling. 1. Gelijkstroom - centrale regelingHet regelsignaal van centrale- of groepsregeleenhedenmoet zijn aangesloten op aansluitpunten A1+, A2-. Sto-ring in de centrale schakeling schakelt de kachel maximaalin.
Wanneer het bij een dergelijke storing gewenst is dat ergeen automatische regeling plaatsvindt kan de program-maverbinding (a) op de belastingsregelaar van de warm-teaccumulator op "N. S. " worden ingesteld (negatieve sto-ringsreactie). De instelling voor gelijkstroom is dezelfde alsvoor het wisselstroomregelsignaal. 2.
Wisselstroom - centrale regeling Het regelsignaal van centrale of groepsregeleenhedenmoet zijn aangesloten op de aansluitpunten A1/Z1~,A2/Z2~. Storing in de centrale schakeling schakelt dekachel maximaal in. Wanneer het bij een dergelijke storing gewenst is dat ergeen automatische regeling plaatsvindt dan kan de pro-grammaverbinding (a) op de belastingsregelaar van dewarmteaccumulator op "N. S. " worden ingesteld (negatie-ve storingsreactie). De instelling voor gelijkstroom isdezelfde als voor het wisselstroomregelsignaal. N. B. de introductie van negatieve storingsreactie is alleenmogelijk met centrale schakelregeling bij gebruik van ZWM99 AC, ZWM 95 MC en GRM 95 (Anders wordt de nega-tieve storingsreactie ingesteld op 80% voor een ED installa-tie). 2. 1.
Aanpassen voor een ED SysteemDe belastingsregelaar van warmteaccumulatieapparatenkan worden bediend via de centrale schakeling van een EDSysteem op 80%, 72%, 68%, 40% en 37%. De normale operationele instelling met een ED Systeemwordt ingesteld op 80%. Het aanpassen aan het ED Systeem kan plaatsvinden metbehulp van programmaverbinding (a).
Functionele test van de laadregelingBeschrijvingDe LRD 2000 is een bestuurbare elektronische tweepunts-regeling, die afhankelijk van de temperatuur in de kern,het oplaadstuursignaal (aansluitklemmen A1+, A2-, resp. A1/Z1~, A2/Z2~), de activering van het laden (aansluit-klemmen L-SH, N-SH) en de instelling van de potentiome-ter die door middel van een triac-uitgang 230 V~ op dePTC-verwarmingsweerstand van het thermo-relais schakelt. De temperatuur in de kern (de werkelijke waarde van deopgeslagen energie) wordt verkregen door middel van eenplatina rest-warmtesensor. Voorwaarden – De functionele test dient met een afgekoelde installatiete gebeuren. – De programmastekker op de laadregeling (afbeelding 1,stekker a) moet op “PS 80%“ zijn gestoken (werkposi-tie).
– Op de aansluitklemmen “L-R, N-R“ (stroomvoorzieninglaadregeling) en “L-SH, N-SH“ (activeren van het laden)moet netspanning aanwezig zijn. Let op. De stuuruitgang van de elektronische laadregeling naar hetthermorelais moet tot 100 mA belastbaar zijn. Bij overbe-lasting wordt de laadregeling beschadigd. Belangrijke aanwijzingenDe overdracht van de lading naar het verwarmingselementgebeurt nadat de verwarmingsweerstand van het ther-morelais ongeveer 2 minuten verwarmd is. 27NLControle bij handmatig bedrijf(handmatige laadinstelling)Er is geen laadstuurleiding aangesloten op de aansluitklem-men A1+, A2- resp. A1/Z1~ en A2/Z2~. De weerstandswaarde van de restwarmtesensor bij kamer-temperatuur bedraagt: R20ºC = 107ΩPotentiometer rechtsom (R = 0Ω). Let op. Nadat de netspanning aan de laadregeling is aan-gebracht, duurt het ca. 2 minuten voordat het thermorelaiswordt aangestuurd.
➛ De verwarmingsweerstand van het thermorelais moetworden aangestuurd. Potentiometer linksom (R = 10 kΩ). ➛ De verwarmingsweerstand van het thermorelais magniet worden aangestuurd.
Controle bij bedrijf met DC-laadbesturing(gelijkspanning 0,91 - 1,43 V)De DC-laadstuurleiding is aangesloten op aansluitklemmenA1+ en A2-. De weerstandswaarde bedraagt: R20ºC = 107Ω. Potentiometer geheel naar rechts (R = 0Ω). Als de DC-stuurspanning bij het inschakelen van de net-spanning al is aangebracht, dan geschiedt de eerste aan-sturing van het thermorelais na ca. 15 seconden. Stuursignaal op aansluitklemmen A1+ en A2- < 1,40 V: ➛ De verwarmingsweerstand van het thermorelais moetworden aangestuurd. Het stuursignaal op aansluitklemmen A1+ en A2- ≥1,43 V: ➛ De verwarmingsweerstand van het thermorelais magniet worden aangestuurd. Controle bij bedrijf met AC-laadbesturing(wisselspanning 230V~)De AC-laadbesturing moet op klemmen A1/Z1~ en A2/Z2~worden aangesloten. De weerstandswaarde van de restwarmtesensor bij kamer-temperatuur bedraagt: R20ºC = 107Ω.
Bij het opnieuwmonteren dient elke beschadiging van de warmte-isolatiete worden genoteerd. Beschadigde delen van de warmte-isolatie moeten worden vervangen. De eerste lading na het opnieuw monteren van de koudeinstallatie (kamertemperatuur) tot het automatisch uitscha-kelen van de laadregeling dient te gebeuren onder toezichtvan een expert. De elektrische lading moet worden opgete-kend, en mag niet meer dan 125% van de nominale ladingoverschrijden die staat vermeld op het plaatje met de ver-mogensaanduiding. Reparatie-instructiesReparaties aan warmteaccumulatoren mogen alleen wor-den uitgevoerd door een vakman. Onjuiste reparatieskunnen ernstige risico's voor de gebruiker met zich mee-brengen. De warmteaccumulator is uitgerust met high-per-formance warmte-isolatie. Verwijder het kerncomparti-mentdeksel met zijn geïntegreerde warmte-isolatie voor devervanging van verwarmingselementen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dimplex VFDi 70C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Dimplex
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater