DeWalt DC415 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DeWalt DC415 (280 pagina’s), behorend tot de categorie Slijpmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over DeWalt DC415 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DeWalt |
| Categorie: | Slijpmachine |
| Model: | DC415 |
Handleiding DeWalt DC415 – volledige tekst
Het vibratie-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN 60745 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van blootstelling. WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale arbeidsduur. Een inschatting van het blootstellingniveau aan vibratie dient ook te worden overwogen wanneer het gereedschap wordt uitgeschakeld of als het aan staat maar geen daadwerkelijke werkzaamheden uitvoert.
NEDERLANDS131Defi nities: Veiligheidsrichtlijnen De onderstaande definities beschrijven het veiligheidsniveau voor ieder signaleringswoord. Lees de gebruiksaanwijzing a. u. b. zorgvuldig door en let op deze symbolen. GEVAAR: Geeft een dreigend gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, leidt tot de dood of ernstig letsel. WAARSCHUWING: Geeft een mogelijk gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, kan leiden tot de dood of ernstig letsel. VOORZICHTIG: Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien dit niet wordt voorkomen, zou kunnen leiden tot gering of matig letsel. OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken. Wijst op het gevaar voor elektrische schok. Wijst op brandgevaar.
EG verklaring van overeenstemmingRICHTLIJN VOOR MACHINESDC413/DC415DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder Technische gegevens in overeenstemming zijn met:2006/42/EG; EN 60745-1; EN 60745-2-3. Deze producten voldoen ook aan Richtlijn2004/108/EG en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT. Horst GrossmannVice President Engineering and Product DevelopmentDEWALT, Richard-Klinger-Straße 11,D-65510, Idstein, Duitsland01. 12. 2012 WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen. Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING. Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES ALS TOEKOMSTIG REFERENTIEMATERIAALDe term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu. 1) VEILIGHEID WERKPLAATSa) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht. Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken. b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden. c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen. 2) ELEKTRISCHE VEILIGHEIDa) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen.
Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
NEDERLANDS132b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok. d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok. e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis.
Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok. 3) PERSOONLIJKE VEILIGHEIDa) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming.
Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen. c) Vermijd onbedoeld starten.
Zorg ervoor dat de schakelaar in de ‚off‘ (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken. d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel. e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen. g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen. 4) GEBRUIK EN VERZORGING VAN ELEKTRISCH GEREEDSCHAPa) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen. b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Ieder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu uit het gereedschap voordat u aanpassingen uitvoert, accessoires verwisselt, of het elektrische gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrische gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers. e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen,.
NEDERLANDS133breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap. f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen. g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
5) GEBRUIK EN VERZORGING VAN GEREEDSCHAP OP ACCUa) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu. b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu’s. Gebruik van andere accu’s kan leiden tot letsel en brandgevaar. c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee.
6) SERVICEa) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeerd. AANVULLENDE SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENVeiligheidsvoorschriften voor alle handelingen a) Dit elektrisch gereedschap is bedoeld als slijpmachine, schuurmachine, metalen borstel en afkortgereedschap. Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. b) Het wordt niet aanbevolen werkzaamheden zoals polijsten met dit elektrisch gereedschap uit te voeren.
Werkzaamheden waarvoor het elektrisch gereedschap niet is ontworpen, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie en persoonlijk letsel. c) Gebruik geen accessoires die niet speciaal ontworpen en aanbevolen zijn door de fabrikant van het gereedschap. Het feit dat een accessoire aan uw gereedschap kan worden bevestigd wil nog niet zeggen dat dit een veilige bediening garandeert. d) Het nominale toerental van het accessoire moet tenminste gelijk zijn aan het maximale toerental zoals dit op het gereedschap staat vermeld. Accessoires die sneller draaien dan hun nominale toerental kunnen breken en wegschieten. e) De buitendiameter en de dikte van uw accessoire moeten binnen het nominale vermogen van uw gereedschap liggen. Accessoires met een onjuiste grootte kunnen niet voldoende worden vastgemaakt of beheerst.
f) De drevelgrootte van wielen, flenzen, steunkussens en ieder ander accessoire moet goed passen op de as van het gereedschap. Accessoires met drevelgaten die niet passen op de bevestigingshardware van het gereedschap zullen uit balans raken en/of extreem trillen en kunnen u de beheersing over het gereedschap doen verliezen. g) Gebruik een accessoire niet als ze beschadigd is.
NEDERLANDS134staalborstels op losse of gespleten draden. Als het gereedschap of het accessoire is gevallen, controleert u dit op schade of plaatst u een onbeschadigd accessoire. Na het controleren en plaatsen van een accessoire zorgt u dat u en omstanders uit de buurt van het bereik van het ronddraaiende accessoire blijft en zet u het gereedschap gedurende een minuut aan op maximale snelheid zonder weerstand. Beschadigde accessoires breken gewoonlijk af tijdens deze testtijd. h) Draag persoonlijke beschermende kleding. Afhankelijk van de toepassing gebruikt u gezichtsbedekking en een beschermende of veiligheidsbril. Indien van toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbescherming, handschoenen en een werkschort die kleine afgeschuurde deeltjes of deeltjes van het werkstuk tegenhouden.
De oogbescherming moet rondvliegende brokstukken die door de diverse werkzaamheden vrijkomen tegen kunnen houden. Het stofmasker e. d. moet in staat zijn om partikeltjes die door uw werkzaamheden vrijkomen te filteren. Langdurige blootstelling aan intense geluiden kan gehoorverlies veroorzaken. i) Houd omstanders op een veilige afstand van het werkgebied. Iedereen die het werkgebied betreedt moet persoonlijke beschermende kleding dragen. Brokstukken van het werkstuk of van een afgebroken accessoire kunnen wegvliegen en letsel buiten het directe werkgebied veroorzaken. j) Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan geïsoleerde oppervlakten als u een handeling uitvoert waarbij het snijdgereedschap in contact kan komen met verborgen bedrading of het eigen stroomsnoer.
Accessoires van zaaggereedschap die in contact komen met bedrading die onder stroom staat, kunnen metalen onderdelen van het gereedschap onder stroom zetten en de gebruiker een elektrische schok geven. k) Plaats het stroomsnoer buiten het bereik van het ronddraaiende accessoire.
Als u de controle verliest, wordt het snoer mogelijk doorgesneden of gegrepen en kan uw hand of arm in het draaiende accessoire worden getrokken. l) Leg het gereedschap nooit neer voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. Het ronddraaiende accessoire kan mogelijk in contact met de oppervlakte komen waardoor u de controle over het gereedschap verliest. m) Gebruik het gereedschap niet terwijl u het aan uw zijde draagt. Per ongeluk contact met het ronddraaiende accessoires kan uw kleding grijpen waardoor het accessoire naar uw lichaam wordt getrokken. n) Maak de luchtgaten van het gereedschap regelmatig schoon. De ventilator van de motor zuigt het stof in de behuizing en extreme ophoping van metaaldeeltjes kan een elektrische schok veroorzaken. o) Bedien het gereedschap niet in de buurt van ontvlambare materialen. Vonken kunnen deze materialen doen ontbranden.
p) Gebruik geen accessoires die koelvloeistof nodig hebben. Het gebruik van water of andere koelvloeistoffen kan leiden tot elektrocutie of een elektrische schok. OVERIGE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR ALLE HANDELINGENOorzaken en voorkoming van terugslagTerugslag is een plotselinge reactie op een ronddraaiend wiel, steunkussen, borstel of ander accessoire dat bekneld of gegrepen wordt. Beknelling of grijpen zorgt voor het snel vastlopen van het ronddraaiende accessoire dat op zijn beurt zorgt dat het onbeheersbare gereedschap in de tegenovergestelde richting van de draaiing van het accessoire wordt gedwongen op het bevestigingspunt. Als bijvoorbeeld een schuurwiel wordt gegrepen of bekneld raakt door het werkstuk, kan de rand van het wiel die er bij het beknellingpunt ingaat in het oppervlak van het materiaal slaan waardoor het wiel naar buiten loopt of terugslaat.
Het wiel kan ofwel naar de operator toe of van hem vandaan springen, afhankelijk van de richting van de wielbeweging op het beknellingpunt. Schuurwielen kunnen onder deze omstandigheden ook afbreken.
Terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik en/of onjuiste gebruiksomstandigheden van het gereedschap en kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen te nemen zoals hieronder vermeld: a) Houd het gereedschap voortdurend stevig vast en plaats uw lichaam en arm zo dat u terugslagkrachten kunt weerstaan. Gebruik altijd een hulphandgreep indien meegeleverd voor maximale beheersing van terugslag of torsiereactie tijdens het opstarten. De operator kan torsiereactie of.
NEDERLANDS135terugslagkrachten beheersen als de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. b) Plaats uw handen nooit in de buurt van het ronddraaiende accessoire. Het accessoire kan over uw hand terugslaan. c) Plaats uw lichaam niet in het gebied waar het gereedschap naartoe zal gaan als zich terugslag voordoet. Terugslag zorgt dat het gereedschap wegschiet in de tegenovergestelde richting van de wielbeweging op het beknellingpunt. d) Wees extra voorzichtig als u hoeken, scherpe randen, enz. bewerkt. Voorkom dat het accessoire stuitert of blijft hangen. Hoeken, scherpe randen en stuiteren kunnen er vaak toe leiden dat het ronddraaiende accessoire blijft hangen en kunnen verlies van controle of terugslag veroorzaken. e) Bevestig geen houtsnijdzaag of getand zaagblad aan het gereedschap. Dergelijke zaagbladen kunnen herhaaldelijke terugslag en verlies van controle veroorzaken.
Veiligheidswaarschuwingen speciaal voor slijpende en schurende snijdhandelingen a) Gebruik uitsluitend wieltypes die zijn aanbevolen voor uw elektrische gereedschap en de specifieke beveiliging die is ontworpen voor het gekozen wiel. Wielen waarvoor het elektrische gereedschap niets is ontwikkeld kunnen niet adequaat worden beveiligd en zijn onveilig. b) De beschermkap moet stevig zijn vastgemaakt aan en geplaatst zijn op het elektrisch gereedschap voor maximale veiligheid, zodat het gedeelte dat onafgeschermd is voor de gebruiker zo klein mogelijk is. De beschermkap helpt de gebruiker te beveiligen tegen afgebroken deeltjes van de schijf en voorkomt dat de gebruiker in contact komt met de schijf. c) Wielen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de aanbevolen toepassingen. Bijvoorbeeld: slijp niet met de zijkant van een snijdwiel.
Schurende snijdwielen zijn bedoeld voor perifeer slijpen; zijwaartse krachten kunnen ervoor zorgen dat deze wielen barsten. d) Gebruik altijd onbeschadigde wielflenzen van de juiste grootte en vorm voor het wiel van uw keuze.
De juiste wielflenzen ondersteunen het wiel en verminderen zo de mogelijkheid dat het wiel breekt. Flenzen voor snijdwielen kunnen verschillen van wielflenzen voor slijpen. e) Gebruik geen versleten wielen van grotere elektrische gereedschappen. Een wiel dat is bedoeld voor een groter elektrisch gereedschap is niet geschikt voor de hogere snelheid van een kleiner gereedschap en kan barsten. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen speciaal voor schurende snijdhandelingen a) Laat het snijdwiel niet ”vastlopen” en oefen er geen extreme druk op uit. Probeer geen extreme diepte of snede te maken. Het overbelasten van het wiel vergroot de belasting en ontvankelijkheid voor het blokkeren of vastlopen van het wiel in de snede, en de mogelijkheid van terugslag of wielbreuk. b) Plaats uw lichaam niet op een lijn met en achter het ronddraaiende wiel.
Als het wiel tijdens de bediening van uw lichaam vandaan beweegt, kan de mogelijke terugslag het draaiende wiel doen wegschieten en het elektrische gereedschap direct in uw richting doen komen. c) Als het wiel blokkeert of als een snede om een bepaalde reden wordt onderbroken, schakelt u het elektrische gereedschap uit en houdt u het vast zonder te bewegen totdat het wiel volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit een snijdwiel uit de snede te verwijderen terwijl het wiel in beweging is, anders kan zich een terugslag voordoen. Zoek naar de oorzaak van het blokkeren en neem de geschikte maatregelen om dit op te heffen. d) Start de zaaghandeling niet opnieuw op in het werkstuk. Laat het wiel op volledige snelheid komen en steek het voorzichtig nogmaals in de snede. Het wiel kan blokkeren, weglopen of terugslaan als het gereedschap opnieuw wordt opgestart in het werkstuk.
NEDERLANDS136wiel kan gas- of waterbuizen, elektrische bedrading of objecten snijden die een terugslag veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciaal voor schuurwerkzaamheden a) Gebruik geen schuurschijfpapier dat veel te groot is. Volg de aanbevelingen van de fabrikant op bij het uitkiezen van schuurpapier. Groter schuurpapier dat uit het schuurkussen steekt, veroorzaakt gevaar van openrijten en kan beknelling of scheuren van de schijf of terugslag veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciaal voor metaalborstelen a) Wees ervan bewust dat metalen haartjes worden uitgeworpen zelfs tijdens normale bediening. Zet niet teveel kracht op de borstelharen door een te grote druk op de borstel uit te oefenen. De borstelharen dringen gemakkelijk door in lichte kleding en/of de huid.
b) Als het gebruik van een beveiliging wordt aanbevolen voor metaalborstelen, zorg dan dat er geen contact is tussen het draadwiel of de metaalborstel en de beveiliging. Het draadwiel of de borstel kan in diameter groter worden als gevolg van centrifugale krachten. Aanvullende veiligheidsregels • Bij het monteren van accessoires moet de schroefdraad overeenkomen met die van de as van de slijpmachine. Voor accessoires die zijn gemonteerd door middel van flenzen moet het drevelgat van het accessoire passen bij de diameter van de flens. Accessoires die niet passen op de bevestigingshardware van het gereedschap zullen uit balans raken en/of extreem trillen en kunnen u de beheersing over het gereedschap doen verliezen. • Het slijpoppervlak van de in het midden verzonken schijven moet worden gemonteerd onder het vlak van de beveiligingslip.
Een wiel dat niet goed is gemonteerd en dat uitsteekt door het vlak van de beveiligingslip, kan niet naar behoren worden beschermd. Overige risico’sOndanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten, kunnen sommige overige risico’s niet worden vermeden.
Dit zijn: – Gehoorbeschadiging – Risico op persoonlijk letsel door rondvliegende deeltjes. – Risico op brandwonden als gevolg van accessoires die tijdens het gebruik heet worden. – Risico op persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik. – Risico van stof dat van gevaarlijke stoffen vrijkomt. Markering op het gereedschapDe volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld: Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik. Draag gehoorbescherming. Draag oogbescherming. POSITIE DATUMCODEDe datumcode, die ook het jaar van fabricage bevat, staat afgedrukt in de behuizing die het verbindingsstuk tussen het gereedschap en de accu vormt. Voorbeeld: 2013 XX XXJaar van fabricageBelangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculadersBEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke veiligheids- en bedieningsinstructies voor de DE9000 acculader.
• Lees voordat u de lader gebruikt alle instructies en waarschuwingsmarkeringen op de lader, accu, en product dat de accu gebruikt. GEVAAR: Elektrocutiegevaar. Er staat 230 volt op de oplaadterminals. Niet doorboren met geleidende voorwerpen. Dit kan leiden tot een elektrische schok of elektrocutie. WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Zorg dat er geen vloeistof in de lader komt. Dit kan leiden tot een elektrische schok. VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Laad om het risico van letsel te verminderen uitsluitend.
NEDERLANDS137DEWALT oplaadbare accu’s op. Andere accutypes kunnen uiteenspatten hetgeen tot persoonlijk letsel en schade leidt. VOORZICHTIG: Onder bepaalde omstandigheden kunnen als de lader in de stroomvoorziening is gestoken de blootliggende laadcontacten in de lader worden kortgesloten door vreemde voorwerpen. Vreemde voorwerpen met een geleidende eigenschap zoals, maar niet beperkt tot, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalpartikels dienen uit de buurt van de laadpunten te worden gehouden. Neem de lader altijd uit de stroomvoorziening als er zich geen accu in de holte bevindt. Neem het stroomsnoer van de lader uit het stopcontact voordat u deze gaat schoonmaken. • Probeer NIET om de accu op te laden met een andere acculader dan die in deze gebruiksaanwijzing staan beschreven. De lader en de accu zijn speciaal ontworpen om met elkaar te functioneren.
• Deze acculaders zijn niet bedoeld voor enig ander gebruik dan het opladen van DEWALT oplaadbare accu’s. Ieder ander gebruik kan leiden tot brandgevaar, elektrische schok of elektrocutie. • Stel de acculader niet bloot aan regen of sneeuw. • Trek aan de stekker in plaats van aan het snoer als u de lader afkoppelt. Dit vermindert het risico op schade aan de stekker en het stroomsnoer. • Zorg ervoor dat het stroomsnoer zo is gepositioneerd dat er niet op kan worden gelopen, over kan worden gestruikeld, of op een andere manier tot schade of problemen kan leiden. • Gebruik geen verlengsnoer tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Het gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan leiden tot brandgevaar, een elektrische schok of elektrocutie.
• Plaats geen voorwerpen op de acculader en plaats de acculader niet op een zachte ondergrond die de ventilatieopeningen kan belemmeren en tot excessieve interne hitte kan leiden. Plaats de acculader niet in de buurt van een warmtebron. De acculader wordt geventileerd door openingen in de bovenzijde en de onderzijde van de behuizing.
• Gebruik de acculader niet met een beschadigd snoer of beschadigde stekker - vervang deze onmiddellijk. • Gebruik de acculader niet wanneer deze een zware klap heeft gehad, is laten vallen of anderszins beschadigd is. Breng deze bij een erkend servicecentrum. • Demonteer de acculader niet; breng deze bij een geautoriseerd servicecentrum als onderhoud of reparatie nodig is. Het onjuist opnieuw monteren kan leiden tot een elektrische schok, elektrocutie of brand. • Ontkoppel de lader van de stroomvoorziening voordat u deze gaat reinigen. Dit zal het risico op een elektrische schok verminderen. Het verwijderen van de accu vermindert dit risico niet. • Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te sluiten. • De acculader is ontworpen om te worden gebruikt op standaard 230V huishoudstroom. Probeer de lader niet op enig ander voltage uit. Dit geldt niet voor de transportlader.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIESLaders De DE9000 oplader werkt op 28 V en 36 V Li-Ion accu’s. Deze laders hebben geen aanpassingen nodig en zijn ontworpen voor een gemakkelijke bediening. Oplaadprocedure (afb. [fi g. ] 2) GEVAAR: Elektrocutiegevaar. Er staat 230 volt op de oplaadterminals. Niet doorboren met geleidende voorwerpen. Gevaar voor een elektrische schok of elektrocutie. 1. Steek de acculader (l) in een geschikt stopcontact voordat u de accu erin plaatst. 2. Plaats de accu in de lader. De lader is voorzien van een oplaadmeter (m) met drie lampjes die knipperen naar gelang de status van de lading van de accu. 3. Het voltooien van het opladen wordt aangegeven doordat het rode lampje continu ON (AAN) blijft. De accu is volledig opgeladen en kan nu worden gebruikt of in de lader worden gelaten.
NEDERLANDS138OplaadprocesZie voor de oplaadstatus van de accu de onderstaande tabel. Oplaadstatus 1 lampje knippert < 33% 1 lampje knippert, 1 lampje aan 33–66% 1 lampje knippert, 2 lampjes aan 66–99% 3 lampjes aan 100%Automatisch verversenDe automatische verversingsmodus maakt de individuele cellen in de accu op de piekcapaciteit gelijk of balanceert ze. Accu’s dienen wekelijks te worden opgeladen of telkens als de accu niet meer dezelfde hoeveelheid werk levert. Om uw accu te verversen plaatst u de accu zoals gebruikelijk in de oplader. Laat de accu tenminste 10 uur in de acculader. Hete/koude accuvertragingAls de oplader detecteert dat een accu te heet of te koud is, begint deze automatisch met een hete/koude accuvertraging, waarbij het opladen wordt uitgesteld totdat de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt.
De oplader schakelt vervolgens automatisch naar de oplaadmodus voor de accu. Deze functionaliteit verzekert u van maximale levensduur van de accu. UITSLUITEND LI-ION ACCU’S Li-Ion accu’s zijn ontworpen met een elektronisch beschermingssysteem dat de accu beschermt tegen te lang opladen, oververhitting en bijna volledige ontlading. Het gereedschap schakelt automatisch uit als het elektronische beschermingssysteem in werking treedt. Als dit gebeurt, plaatst u de Li-Ion accu in de lader totdat deze volledig is opgeladen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu’sAls u vervangende accu’s bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt. De accu is niet volledig opgeladen als deze uit de verpakking komt. Voordat u de accu en oplader gebruikt, dient u de onderstaande veiligheidsinstructies te lezen. Volg vervolgens de oplaadprocedures zoals die zijn uitgelegd.
LEES ALLE INSTRUCTIES • Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof.
Het plaatsen van de accu in of verwijderen van de accu uit de acculader kan ervoor zorgen dat het stof of de dampen ontbranden. • Laad de accu’s uitsluitend met DEWALT laders op. • NIET overgieten met of plaatsen in water of andere vloeistoffen. • Bewaar of gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur 40 ºC bereikt of overstijgt (zoals een buitenkeet of metalen gebouw in de zomer). GEVAAR: Probeer nooit de accu te openen om welke reden dan ook. Plaats de accu niet in de oplader wanneer deze gebroken of beschadigd is oefen geen kracht op de accu uit, laat deze niet vallen en beschadig ze niet. Gebruik een accu of oplader niet wanneer deze een zware klap heeft gekregen, is laten vallen, er overheen is gereden of op enigerlei wijze is beschadigd (d. w. z. doorboord met een spijker, geslagen met een hamer, erop getrapt is).
Dit kan leiden tot een elektrische schok of elektrocutie. Beschadigde accu‘s dienen naar het servicecentrum te worden gebracht voor recycling. VOORZICHTIG: Plaats het gereedschap als het niet in gebruik is op de zijkant op een stabiele ondergrond waar er niet overheen kan worden gestruikeld of het zelf kan vallen. Sommige gereedschappen met grote accu‘s staan rechtop op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgestoten. SPECIEKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR LITHIUM ION (Li-Ion) • Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion accu‘s worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij. • Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep.
NEDERLANDS139 • De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp. WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Accuvloeistof kan ontvlambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld. TransportDEWALT Li-Ion-accu’s zijn in overeenstemming met het handboek UN Manual of Tests and Criteria (ST/SG/AC. 10/11/Rev. 3 Deel III, Onderafdeling 38,3) conform de UN Aanbevelingen over het Transport van Gevaarlijke Stoffen. – De accu’s hebben een effectieve bescherming tegen interne overdruk en kortsluiting. – Er zijn de vereiste maatregelen getroffen ter voorkoming van breuk door geweld en gevaarlijke tegenstroom. – Het equivalente lithiumgehalte ligt onder de relevante grenswaarde. DEWALT Li-Ion-accu’s zijn vrijgesteld van nationale en internationale bepalingen die gelden voor gevaarlijke stoffen.
Deze bepalingen treden toch in werking wanneer meerdere accu’s tegelijk getransporteerd worden. • Zorg ervoor dat de accu’s verpakt worden in overeenstemming met de bepalingen voor gevaarlijke stoffen zoals hierboven beschreven, om kortsluiting te voorkomen. Accu (afb. 2)ACCUTYPEDe DC413 werkt op 28 volt Li-Ion accu’s. De DC415 werkt op 36 volt Li-Ion accu’s. Aanbevelingen voor opslag 1. De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu’s op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn. OPMERKING: Li-Ion accu‘s dienen volledig te zijn opgeladen als ze worden opgeborgen. 2. Langdurige opslag zal de accu of de oplader niet beschadigen. Onder de juiste omstandigheden kunnen ze tot maximaal 5 jaar worden opgeslagen.
Niet aan water blootstellen Niet met geleidende voorwerpen aan de contactpunten komen Geen beschadigde accu's laden Geen beschadigde opladers gebruiken Alleen laden bij temperaturen tussen 4 °C en 40 °C Beschadigd snoer direct laten vervangen Probleem met de oplader Probleem met de accu Versleten accu's dienen op milieubewuste wijze te worden verwerkt Verbrand de accu nooit Alleen laden met speciale DEWALT-opladersInhoud van de verpakkingDe verpakking bevat: 1 haakse slijper 1 beschermkap (type 27) 1 trilbestendige zijhandgreep 1 flensset 1 steeksleutel 2 accusets (DC413KL/DC415KL) 1 acculader (DC413KL/DC415KL).
NEDERLANDS140 1 opbergkoffer voor slijper + hulpstukken (DC413KL/DC415KL) 1 gebruiksaanwijzing 1 vergrote tekening • Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport. • Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt. Beschrijving (afb. 1, 4) WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel ervan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben. a. Drukschakelaar b. Vergrendelknop c. Spindelvergrendelknop d. Zijhandgreep e. Schuurschijf f. Anti-blokkeer-flens g. Klemmoer h. Beschermkap (type 27) i. Accuset j. Accu ontgrendelingsknop GEBRUIKSDOELDe DC413, DC415 hoekslijpmachines voor zwaar gebruik zijn ontworpen voor professioneel slijpen, snijden, schuren en toepassingen met een draadborstel.
Gebruik GEEN schuurwielen anders dan in het midden drukvrije wielen en flapschijven. GEBRUIK ZE NIET bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen. Deze hoekslijpmachines voor zwaar gebruik zijn professionele elektrische gereedschappen. LAAT GEEN kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren operators dit gereedschap bedienen. • Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen nooit alleen worden gelaten met dit product zodat ze ermee zouden kunnen spelen. Elektrische veiligheidDe elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen.
Controleer altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt met dat van uw stroomvoorziening.
Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN 60335; daarom is geen aarding nodig. Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via het DEWALT servicecentrum. Een verlengsnoer gebruikenU dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm2; de maximale lengte is 30 m. Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen. ASSEMBLAGE EN AANPASSINGEN WAARSCHUWING: Verwijder vóór de montage en aanpassing altijd de accu. Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu plaatst of verwijdert. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend DEWALT accu’s en opladers.
Inzetten en verwijderen van de accuset in het werktuig (afb. 2) WAARSCHUWING: Gebruik de vergrendelknop (b) zodat de drukschakelaar niet geactiveerd kan worden tijdens het inzetten of verwijderen van de accu. Hiermee verkleint u het risico op ernstig letsel. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. OPMERKING: Zorg ervoor dat uw accu (i) volledig is opgeladen. 1. Zorg dat u de accu in de juiste positie houdt (i) alvorens deze in de accuhouder te plaatsen. Schuif de accu in de accuhouder en oefen enige druk uit totdat de accu op zijn plaats klikt.
NEDERLANDS141 2. Om de accuset te verwijderen, drukt u op de accu-ontgrendelingsknop (j) terwijl u tegelijkertijd de accu uit de accuhouder trekt. De zijhandgreep bevestigen (afb. 1) WAARSCHUWING: Controleer voordat u het gereedschap gebruikt of de hendel stevig vastzit. WAARSCHUWING: Gebruik de zijhandgreep zodat u te allen tijde de controle over het gereedschap behoudt. De zijhandgreep (d) kan aan beide kanten van het gereedschap bevestigd worden in de van schroefdraad voorziene uitsparingen. Verzeker u ervan dat de handgreep echt stevig vastzit voordat u het werktuig gaat gebruiken. Om het gebruiksgemak bij doorslijpen te bevorderen, kan het huis 90˚ draaien. Het huis van het werktuig draaien (afb. 3) WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig letsel te verkleinen, dient u het werktuig uit te schakelen en de accuset te verwijderen voordat u hulpstukken of accessoires aan- of afkoppelt. 1.
Verwijder de vier schroeven op de hoeken waarmee het huis vastzit aan het motorhuis. 2. Draai het huis in de gewenste positie zonder huis los te trekken van het motorhuis. OPMERKING: Als het huis en het motorhuis meer dan 6,35 mm (1/4") los komen van elkaar, moet het werktuig gerepareerd en opnieuw in elkaar gezet worden bij een DEWALT servicecentrum. Wanneer u het werktuig niet laat repareren, kan dat borstel- motor- en lagermankementen veroorzaken. 3. Om het huis weer stevig op het motorhuis te bevestigen, draait u de schroeven weer vast. Draai de schroeven vast tot een koppel van 2,08 Nm. Te vast aandraaien kan ertoe leiden dat de schroef doldraait. De bescherming bevestigen en verwijderen (afb. 4) WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig letsel te verkleinen, dient u het werktuig uit te schakelen en de accuset te verwijderen voordat u hulpstukken of accessoires aan- of afkoppelt.
Het werktuig mag alleen zonder beschermkap gebruikt worden wanneer u schuurt met gewone schuurschijven. DC413/DC415 is voorzien van een beschermkap bedoeld voor gebruik met schijven met een verzonken middengat (type 27) en genaafde afbraamschijven (type 27). Dezelfde beschermkap kan gebruikt worden met slijpwaaiers (type 27 en 29) en staalborstels (kommodel). VOORZICHTIG: Bij deze slijpmachine moeten beveiligingen worden gebruikt. Als u de DC413 of de DC415 gebruikt met een gelijmde slijpschijf voor het zagen van metaal of van metselwerk moet u een beveiliging van Type 1 gebruiken. Type 1 beveiligingen zijn tegen meerprijs leverbaar bij DEWALT vestigingen. OPMERKING: Kijk a. u. b. onder Tabel slijp- en snijdaccessoires aan het einde van deze paragraaf om andere accessoires te zien die samen met deze slijpmachines kunnen worden gebruikt. 1.
Open de vergrendeling van de beschermkap (n), en laat de nokjes (p) op de beschermkap in de uitsparingen (o) op het huis vallen. 2. Duw de beschermkap naar beneden totdat de nokjes in de uitsparingen vallen en vrij in de sleuf op het huis kunnen draaien. 3. Met vergrendeling geopend, draait u de beschermkap (h) in de gewenste positie. De beschermkap moet zodanig gepositioneerd worden tussen de spindel en de gebruiker dat deze maximale bescherming biedt. 4. Sluit de vergrendeling om de beschermkap op het huis vast te zetten. Wanneer de vergrendeling gesloten is, mag het niet mogelijk zijn de beschermkap met de hand te verdraaien. Gebruik de slijper niet met een losse beschermkap of wanneer de vergrendelingsklem niet vast zit. 5. Om de beschermkap te verwijderen: open de vergrendelingsklem, draai de kap zodanig dat de nokjes en de uitsparingen overeen komen en trek de kap van het huis.
NEDERLANDS142 VOORZICHTIG: Als de beschermkap niet steviger kan worden vastgezet met de verstelschroef, dient u het werktuig niet te gebruiken. Om het risico op letsel te verkleinen, dient u werktuig en beschermkap naar een servicecentrum te brengen voor reparatie of vervanging van de beschermkap. OPMERKING: Om het risico op beschadiging van het werktuig te verkleinen, mag u de verstelschroef niet aandraaien wanneer de vergrendeling geopend is. Er kan onzichtbare schade ontstaan aan de beschermkap of aan de gleuf op het huis. OPMERKING: Het afbramen en doorslijpen van randen en kanten kan gebeuren met type 27 schijven die speciaal voor dit doel ontworpen zijn; schijven van 6,35 mm (1/4") dik zijn ontworpen voor het afbramen van oppervlakken, terwijl schijven van 3,17 mm (1/8") ontworpen zijn voor het afbramen van kanten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DeWalt DC415 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Slijpmachine DeWalt
Handleiding Slijpmachine
Nieuwste handleidingen voor Slijpmachine