Delonghi Pinguino PACEL92HP Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Delonghi Pinguino PACEL92HP (8 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 76 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Delonghi Pinguino PACEL92HP of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Delonghi |
| Categorie: | Airco |
| Model: | Pinguino PACEL92HP |
Handleiding Delonghi Pinguino PACEL92HP – volledige tekst
35INLEIDINGDank u voor het kiezen van een De’Longhi-product. Neem even de tijd om de gebruiksaanwijzing te lezen, om het risico op be-schadiging van het apparaat te voorkomen.
BESCHRIJVINGBeschrijving van het apparaat (zie pagina 2 - A)A1 luchtuitlaatroosterA2 bedieningspaneelA3 handgrepenA4 wieltjesA5 zilverionenlterA6 luchtinlaatrooster A7 zitting luchtafvoerslangA8 luchtinlaatroosterA9 voedingskabelA10 afvoerslang met dopA11 signaalontvanger afstandsbedieningA12 vak afstandsbedieningBeschrijving van de accessoire (zie pagina 2- B)B1 ens wandbevestiging met dopB2 luchtafvoerslangB3 slangadapterB4 adapter voor vensterplaatB5 vensterplaat met vleugelmoerB6 adapter voor wandmontage/vensteruitlaatB7 vensteruitlaatB8 afstandsbediening B9 dop vensterplaatELEKTRISCHE AANSLUITINGControleer, voorafgaand aan de aansluiting op het elektriciteit-snet, of:• de netspanning gelijk is aan de waarde aangegeven op het plaatje op de achterkant van het apparaat;• het stopcontact en de elektriciteitsleiding geschikt zijn voor de vereiste belasting;• het stopcontact geschikt is voor het type stekker: vervang anders het stopcontact;• het stopcontact is aangesloten op een eciënt aardings-systeem.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld wan-neer deze voorschriften voor ongevallenpreventie niet worden nageleefd. • De voedingskabel mag uitsluitend worden vervan-gen door gespecialiseerde technici. GEBRUIKAan de hand van de onderstaande aanwijzingen kunt u uw air-conditioner zo eciënt mogelijk op de werking voorbereiden. Controleer voorafgaand aan het gebruik dat de inlaat- en uit-laatroosters van de lucht niet verstopt zijn. Let op: Dit apparaat is uitgerust met een automatische verdam-pingsfunctie voor de eliminatie van condens tijdens de koel- en ontvochtigingsmodi.
AIRCONDITIONING ZONDER INSTALLATIEOPENSLAAND RAAMGa in geval van een openslaand raam als volgt te werk:• Monteer de luchtafvoerslang (B2) in de betreende zitting op de achterkant van het apparaat (afb. 1). • Schroef de vensteruitlaat vast (B7) en plaats hem buiten het raam om de hete lucht af te voeren (afb. 2). VERTICAAL SCHUIFRAAMGa in geval van een dubbel schuifraam als volgt te werk:• Plaats en vergrendel de adapter voor de vensterplaat (B4) in de opening van de vensterplaat (B5) (afb. 3) • Plaats de vensterplaat op de vensterbank en schuif hem uit om hem aan te passen aan de opening van het venster (afb. 4). • Bevestig de plaat met de vleugelmoer (Afb. 5) (Als de ven-sterplaat eventueel te groot is voor het venster, kan het materiaal worden doorgezaagd door een gekwaliceerde persoon).
• Plaats de luchtafvoerslang (B2) in de adapter voor de ven-sterplaat (B4) en draai hem zoals aangegeven op afb. 6. • Om de montage van de luchtafvoerslang (B2) in de betref-fende zitting op de achterkant van het apparaat te vereen-voudigen, moeten de lipjes van de slangadapter (B3) hori-zontaal worden geplaatst zoals aangegeven op afb. 7, om vervolgens verder te gaan zoals aangegeven op afb. 1. HORIZONTAAL SCHUIFRAAM• Dankzij de vleugelmoer kan de vensterplaat ook gebruikt worden voor horizontale schuiframen. Plaats de plaat ver-ticaal, met de opening onder, zodat een correcte installatie van de luchtafvoerslang mogelijk is. AIRCONDITIONING MET INSTALLATIE• Monteer de luchtafvoerslang (B2) in de betreende zitting op de achterkant van het apparaat (afb. 1). • Boor een gat van 150 mm in een buitenmuur of in een ruit.
36ø 150mm in deruitin het kozijn van een vensterin de muur: aange-raden wordt om het gedeelte van de muur te isoleren met geschikt isola-tiemateriaal.• Monteer de ens voor wandbevestiging (B1) in het gat.• Monteer de luchtafvoerslang (B2) in de ens voor wandbe-vestiging (B1) (Afb.
9)• Wanneer de slang (B2) niet is aangesloten, kan de opening worden afgesloten met de dop van de ens (B1).Let op: Aangezien de installatie speciaal gereedschap vereist, raden wij aan om het apparaat te laten installeren door gespe-cialiseerd personeel.• Tijdens de installatie van de airconditioner moet er een deur van de ruimte geopend blijven op een kier van 1 cm om een correcte ventilatie en druk in de ruimte te garande-ren.• De luchtslang moet zo kort mogelijk zijn en geen bochten hebben om belemmeringen te voorkomen.BEDIENING DOOR MIDDEL VAN HET BEDIE-NINGSPANEELC1C2C4C14C11C9C7C5C6C3C15C10C16C13C12C8BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL (C)C1 Toets ON/STAND-BY (on/o)C2 Keuzetoets MODUS (airconditioning, ontvochtiging, venti-lator, verwarming) C3 Toets verlagenC4 Toets verhogenC5 Indicator temperatuurC6 Indicator timerC7 Symbool timerC8 Symbool airconditioningC9 Symbool ontvochtigingC10 Symbool ventilatorC11 Symbool verwarming (alleen in sommige modellen) C12 Ingestelde temperatuurwaarden, geprogrammeerde tijd aan/uitC13 Symbool SILENT (geluidsniveau)C14 Indicator AutoC15 Indicatoren luchtstroomC16 Symbool Alarm
37HET APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN Controleer, alvorens het apparaat aan te sluiten op het elektriciteit-snet, of de dop op de afvoerslang op de achterkant van het apparaat (A10) correct is aangebracht. Steek de stekker in het stopcontact. Op het display verschijnen twee streepjes om aan te geven dat het apparaat zich in de stand-bystatus bevindt. Druk op de toets (C1) om het ap-paraat in te schakelen. Wanneer het apparaat wordt in-geschakeld, wordt de bij de laatste uitschakeling actieve functie geac-tiveerd. Let op: Als er gedurende enkele se-conden geen handelingen worden uitgevoerd op het display, wordt de helderheid ervan automa-tisch verminderd; de helderheid wordt gedurende de volgende minuten nog verder verminderd. Druk, om het apparaat uit te schakelen, nogmaals op de toets (C1). Let op: Schakel de airconditioner nooit uit door de stekker uit het stopcontact te trekken.
Druk op de toets (C1) om het apparaat in de stand-bystatus te plaatsen en wacht enkele mi-nuten alvorens de stekker te verwijderen. Op deze manier kan het apparaat de controles van de operationele status uitvoeren. SELECTIE MODIDruk voor de selectie van de ge-wenste bedrijfsmodus herhaaldelijk op de toets MODE (C2), tot de ge-wenste werking geselecteerd wordt. Opgelet:Het apparaat kan enkele minuten nodig hebben voor-dat het begint te koelen, verwarmen of ontvochtigen. In de tus-sentijd zal de indicator van de geselecteerde modus knipperen. MODUS AIRCONDITIONINGDeze modus is ideaal wanneer de ruimte, bij warm en vochtig weer, zowel gekoeld als ontvochtigd moet worden. Voor de instelling van deze modus:• Druk herhaaldelijk op de toets MODE (C2) tot het symbool aircon-ditioning verschijnt. Het display toont de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid AUTO.
In ieder geval wordt aangeraden om de temperatuur niet beduidend lager dan de buitentemperatuur in te stellen. In de modus airconditioning kan de luchtstroom alleen op de afstandsbediening geselecteerd worden. MODUS ONTVOCHTIGINGDeze functie is ideaal voor het ver-minderen van de luchtvochtigheid in de ruimte (lente en herfst, vochti-ge ruimten, regenachtige periodes, enz. ). Voor dit type werking moet het apparaat worden voorbereid zoals voor de modus airconditioning. Dat betekent dat de lucht-afvoerslang (B2) op het apparaat moet worden aangebracht om de afvoer van vocht naar buiten mogelijk te maken. Voor de instelling van deze modus:• Druk herhaaldelijk op de toets MODE (C2), tot het symbool ontvochtiging verschijnt. • Het apparaat kiest automatisch de beste luchtstroom.
MODUS VERWARMING (ALLEEN IN SOMMIGE MODELLEN)Deze modus is ideaal in de lente en herfst, wanneer de buitentempera-turen niet bijzonder laag zijn. Het apparaat moet voor deze modus op dezelfde manier worden voorbereid als voor de airconditioning, met be-vestigde luchtafvoerslang (B2). Voor de instelling van deze modus:.
38• Druk meerdere malen op de toets MODE, tot het symbool verwarming wordt weergegeven (C11). • Druk op de toetsen voor verhogen (C4) of verlagen (C3) om de gewenste temperatuur aan te passen. Opmerkingen:• In deze modus wordt de luchtstroom automatisch door het apparaat geselecteerd en kan hij niet handmatig worden ingesteld. • Tijdens de werking in zeer koude omgevingen zal het appa-raat automatisch ontdooien, waarbij de normale werking tijdelijk wordt onderbroken. In dit geval wordt op het di-splay “ Lt “ weergegeven. Tijdens deze werking is het nor-maal dat het geluid van het apparaat verandert. • In deze modus moet u misschien een paar minuten wachten voordat het apparaat hete lucht begint af te ge-ven. • Het kan gebeuren dat het display het alarm “HL” weergeeft. In dit geval moet de interne watertank geledigd worden volgens de aanwijzingen van deel “Handelingen aan einde seizoen”.
Druk vervolgens nogmaals op de toets om de functie verwarming te herstellen. MODUS VENTILATORVoor het gebruik van deze modus is het niet nodig om de luchtafvoer-slang (B2) op het apparaat aan te brengen. Voor de instelling van deze modus:• Druk herhaaldelijk op de toets MODUS, tot het symbool van de ventilator verschijnt. • Selecteer de gewenste luchtstroom met de toetsen verho-gen (C4) of verlagen (C3). De beschikbare niveaus voor luchtstroom zijn: Minimale luchtstroom: wanneer een maximaal geruisloze werking gewenst is. Gemiddelde luchtstroom: voor een laag ge-luidsniveau, maar ook een goed comfortniveau. Maximale luchtstroom: voor maximale presta-ties. SELECTIE VAN HET TEMPERATUURBEREIK De temperatuur kan worden weer-gegeven in °C of °F. Druk, om de meeteenheid van de temperatuur te wijzigen, gedurende ongeveer 10 seconden gelijktijdig op de toetsen verhogen (C4) en verlagen (C3).
BEDIENING DOOR MIDDEL VAN DE AFSTANDSBEDIENINGDE BATTERIJEN PLAATSEN OF VERVANGEN• Verwijder het luikje op de achterkant van de afstandsbe-diening;• Plaats of vervang de batterijen door twee nieuwe R03 “AAA” 1. 5V-batterijen en zorg ervoor ze correct te plaatsen (zie de aanwijzingen in het batterijvakje) (Afb. 10);• Plaats het luikje terug. Let op: Als de afstandsbediening vervangen of afgedankt wordt, moeten de batterijen verwijderd en afgevoerd worden in over-eenstemming met de huidige wetgeving, omdat ze schadelijk zijn voor het milieu. Gebruik geen combinatie van oude en nieu-we batterijen. Gebruik geen combinatie van alkalinebatterijen, standaardbat-terijen (zinkkoolstof) of oplaadbare (nikkel-cadmium) batterij-en. Gooi batterijen niet in vuur. Batterijen kunnen ontploen of lekken.
Als de afstandsbediening voor een bepaalde tijd niet wordt gebruikt, moeten de batterijen verwijderd worden. GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING• Richt de afstandsbediening op de ontvanger (A11) op de airconditioner. De afstandsbediening moet zich op niet meer dan 7 meter van het apparaat bevinden (afb. 10) (zonder obstakels tussen afstandsbediening en ontvan-ger). • De afstandsbediening moet met zorg behandeld worden. Laat de afstandsbediening niet vallen en vermijd blootstel-ling aan direct zonlicht of warmtebronnen. Let op: De afstandsbediening kan veilig worden opgeborgen in de daarvoor bestemde vakje (A12). BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIENINGD1) Toets ON/STAND-BYD2) Toets SILENTD3) Toets luchtstroomD4) Toets timer D5) Toets MODED6-D7) Toetsen verhogen/verlagen.
39D1D2D4D3D5D6 D7 HET APPARAAT IN-/UITSCHAKELEN• Steek de stekker in het stopcontact. • Druk op de Toets (D1) (bij de inschakeling zal de aircon-ditioner de werking starten met modus die actief was op het moment van de laatste uitschakeling). • Druk voor de uitschakeling van het apparaat nogmaals op de toets (D1). Let op: Schakel het apparaat nooit uit door de stekker uit het stopcontact te trekken. Druk voor de uitschakeling altijd op de toets (D1) en wacht enkele minuten alvorens de stekker te verwijderen. Alleen op deze manier kan het apparaat de standaardcontroles uitvoeren. SELECTIE VAN DE BEDRIJFSMODUSDruk voor de selectie van de gewenste bedrijfsmodus herhaal-delijk op de toets MODE (D5), tot de gewenste werking geselec-teerd wordt. De meeste op de afstandsbediening beschikbare commando’s komen overeen met die van het bedieningspaneel van het ap-paraat (C).
SELECTIE VAN DE TEMPERATURENDruk in de modus airconditioning op de toetsen (D6) en (D7) om de gewenste temperatuur te verlagen/verhogen. SELECTIE VAN DE LUCHTSTROOMDruk, in de modus airconditioning en ventilatie, op de toets (D3) om de gewenste luchtstroom te verhogen/verlagen. FUNCTIE SILENT (alleen beschikbaar in de mo-dus airconditioning)Door deze functie te activeren, wordt het geluidsniveau tijdens de werking beperkt. Druk voor de activering van de functie op de toets (D2) op de afstandsbediening. Op het display wordt het betreende symbool (C12) weergegeven. INSTELLING VAN DE TIMERDoor middel van de timer kan het apparaat vertraagd worden in- of uitgeschakeld. Deze functie voorkomt energieverspilling omdat de operationele perioden worden geoptimaliseerd.
• Druk op de toetsen (D6) en (D7) tot het gewenste aantal uren tot de uitschakeling op het display wordt weer-gegeven. Enkele seconden na de instelling van de timer wordt de instel-ling verworven: het display toont de bedrijfsmodus en het sym-bool van de timer blijft verlicht. Bij het verstrijken van de ingestelde tijd, gaat de airconditioner over naar de stand-bystatus. Druk, om de programmering van de timer te annuleren, twee-maal op de toets van de timer (D4). Het symbool van de timer (C7) gaat uit. Let op: Als na de activering van de timer eenmaal gedrukt wordt op de toets van de timer, worden de resterende uren tot de uit-schakeling weergegeven.
40TIPS VOOR EEN CORRECT GEBRUIKNeem, voor optimale prestaties van uw airconditioner, de vol-gende aanbevelingen in acht:• Sluit de ramen en deuren van de ruimte waar de aircondi-tioner gebruikt wordt. Bij een semi-permanente installatie van de airconditioner moet er een deur op een kier blijven (ongeveer 1 cm) om goede ventilatie te garanderen. • Gebruik het apparaat nooit in zeer vochtige omgevingen (bijv. wasruimtes). • Bescherm de ruimte tegen directe blootstelling aan de zon door de gordijnen en/of jaloezieën gedeeltelijk te sluiten, om zo een zuinigere werking van het apparaat mogelijk te maken. • Gebruik het apparaat nooit buitenshuis. • Zorg ervoor dat er in de ruimte geen warmtebronnen aan-wezig zijn. • zorg ervoor dat de airconditioner geplaatst is op een vlakke ondergrond.
bedek het apparaat nietDe programmering van de vertraagde inschakeling• Steek de stekker van het apparaat in het stopcontact en activeer de stand-by. • Druk op de toets van de timer (D4): het symbool van de timer (C7) en de uren (C6) worden verlicht. • Druk op de toetsen (D6) en (D7) tot het gewenste aantal uren tot de inschakeling wordt weergegeven. De in-schakeling kan geprogrammeerd worden op elke gewenste tijd binnen de volgende 24 uur. Bij het verstrijken van de ingestelde tijd begint het apparaat te functioneren, met de eerder ingestelde bedrijfsmodus. Druk, om de programmering van de timer te annuleren, twee-maal op de toets van de timer (D4). Het symbool van de timer (C7) gaat uit. Let op: Als na de activering van de timer eenmaal gedrukt wordt op de toets van de timer, worden de resterende uren tot de start weergegeven.
AUTOMATISCHE DIAGNOSEHet apparaat beschikt over een automatisch diagnosesysteem dat in staat is een aantal waarschuwingen/storingen te identiceren. Foutmeldingen worden weergegeven op het display van het apparaat. ALS. WORDT WEERGEGEVEN,“Low Temperature” (Lage temperatuur)(Vorstbeveiliging). WAT MOET IK DOEN.
Het apparaat is voorzien van een voor-ziening voor vorstbeveiliging om een overmatige ijsvorming te voorkomen. Het apparaat zal weer starten wanneer het ontdooiingsproces is voltooid. ALS. WORDT WEERGEGEVEN,“Probe Failure” (Storing sonde)(Sonde beschadigd). WAT MOET IK DOEN. Neem in geval van deze weergave con-tact op met uw plaatselijk erkend servi-cecentrum. ALS. WORDT WEERGEGEVEN,“High Level” (Hoog niveau)(Interne bak vol). WAT MOET IK DOEN. Ledig de interne veiligheidstank volgens de aanwijzingen van deel “Handelingen aan einde seizoen”.
41• Plaats nooit voorwerpen op de airconditioner, van welke aard dan ook. • Belemmer nooit de luchtinlaat en -uitlaat. REINIGINGVoorafgaand aan de reiniging moet het apparaat worden uit-geschakeld met toets en moet vervolgens de stekker uit het stopcontact verwijderd worden. REINIGING VAN DE BUITENKANTHet apparaat kan gereinigd worden met een licht vochtige doek en daarna met een droge doek. Om veiligheidsredenen mag de airconditioner nooit gewassen worden met water. Opgelet. Gebruik voor de reiniging van het apparaat nooit ben-zine, alcohol of oplosmiddelen. Besproei het nooit met insectici-den of soortgelijke vloeistoen. HET LUCHTFILTER OF HET ZILVERIONENFILTER REINI-GEN (alleen sommige modellen)Het zilverionenlter helpt om stof en pollen op te vangen en helt de groei van bacteriën en schimmels op het lter te verminde-ren.
Als het lter vuil is, wordt de luchtcirculatie belemmerd en neemt de eciëntie van het apparaat af. Daarom is het een goe-de gewoonte om het lter regelmatig te reinigen. De reinigings-frequentie is afhankelijk van de duur en de omstandigheden van de werking. Als het apparaat constant of systematisch wordt gebruikt, wordt aangeraden om het lter eenmaal per week te reinigen. Het lter is gehuisvest in het luchtinlaatrooster. Voor de reini-ging moet het lter worden uitgenomen zoals aangegeven op afb. 11. Gebruik een stofzuiger om het op het lter verzamelde stof te verwijderen. Als het erg vuil is, kan het in water worden onder-gedompeld en een aantal keren gespoeld worden. Het water mag nooit warmer zijn dan 40°C. Als het lter wordt gewassen, moet het volledig drogen alvorens het weer terug te plaatsen.
CONTROLES AAN BEGIN VAN HET SEIZOENControleer dat de voedingskabel en de stekker niet beschadigd zijn en of het aardingssysteem eciënt is. Volg nauwgezet de installatie-aanwijzingen.
HANDELINGEN AAN EINDE SEIZOENOm al het water uit het circuit af te tappen, moet de buitenste dop linksom worden losgedraaid en verwijderd (afb. 12) om het water naar een bak weg te laten stromen. Plaats de dop terug wanneer het apparaat leeg is. Reinig het lter en laat het goed drogen alvorens het terug te plaatsen. TECHNISCHE SPECIFICATIESVoedingsspanning zie typeplaatje Max. opgenomen vermogen tijdens airconditioning “Koelmiddel “Koelvermogen “GRENSVOORWAARDENKamertemperatuur voor airconditioning 18° ÷ 35°CKamertemperatuur voor verwarming 10° ÷ 27°CVervoer, vullen, reiniging, terugwinning en verwijdering van koelmiddel mag uitsluitend worden uitgevoerd door de technische dienst van een door de fabrikant erkend servicecentrum. Het apparaat mag alleen worden vernietigd door een door de fabrikant erkend gespecialiseerd centrum. Opgelet.
OM BESCHADIGING VAN HET APPARAAT TE VOORKOMEN: PLAATS HET APPARAAT NOOIT ONDERSTEBOVEN OF OP DE ZIJ-KANT, OOK NIET VOOR VERVOER. ALS DIT GEBEURT MOET TEN MINSTE 6 UUR GEWACHT WORDEN ALVORENS HET APPARAAT IN TE SCHAKELEN, BETER NOG 24 UUR. Als het apparaat op de zijkant werd geplaatst, moet de olie terugstromen naar de compressor om een goede werking te garanderen. Als deze tijd (6-24 uur) niet in acht wordt genomen, zou het apparaat voor slechts een korte tijd kunnen functioneren, waarna de compres-sor defect zal raken als gevolg van het ontbreken van olie.
42PROBLEMEN OPLOSSENPROBLEEM OORZAAK OPLOSSINGDe airconditioner wordt niet ingeschakeld de stekker is niet in het stopcontact geplaatst plaats de stekker in het stopcontactgeen stroom wachtde interne veiligheidsvoorziening heeft ingegrepenneem contact op met het servicecentrumDe airconditioner functioneert slechts korte tijder zijn bochten of knikken in de luchtafvoerslangplaats de luchtafvoerslang naar behoren, houd de slang zo kort mogelijk en zonder bochten om belemmeringen te voorkomener is sprake van een belemmering voor de luchtafvoercontroleer en verwijder eventuele belemmeringen voor de luchtafvoerDe airconditioner functioneert, maar koelt de ruimte nietopen ramen, deuren en/of gordijnen sluit de deuren, ramen en gordijnen en neem de hierboven verstrekte “TIPS VOOR EEN CORRECT GEBRUIK” in achter is sprake van warmtebronnen in de ruimte (oven, haardroger, enz.)verwijder de warmtebronnen de luchtafvoerslang is losgekomen van de apparaatbreng de luchtafvoerslang aan in de daarvoor bestemde zitting op de achterkant van het apparaat (Afb.
1).verstopt lter reinig of vervang het lter zoals hierboven beschrevende technische specicaties van het apparaat zijn niet geschikt voor de ruimte van gebruik.Tijdens de werking wordt in de ruimte een onaangename geur waargenomenverstopt lter reinig het lter zoals hierboven beschrevenNa de herstart functioneert de airconditioner niet voor ongeveer drie minuteneen interne veiligheidsvoorziening belemmert de herstart van het apparaat gedurende drie minuten na de laatste uitschakelingwacht. Dit maakt deel uit van de normale werking. Op het display worden de opschriften L /PF/HL t en het symbool weergegeven. het apparaat beschikt over een automatisch diagnosesysteem dat in staat is een aantal waarschuwingen/storingen te identiceren.zie hoofdstuk AUTOMATISCHE DIAGNOSE
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Delonghi Pinguino PACEL92HP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Delonghi
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco