Constructa CK643KF0 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Constructa CK643KF0 (136 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Constructa CK643KF0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Constructa |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | CK643KF0 |
Handleiding Constructa CK643KF0 – volledige tekst
nl108InhoudsopgaveVeiligheid. 110 Algemene aanwijzingen. 110Bestemming van het apparaat. 110 Inperking van de gebruikers. 110 Veiliger transport. 111Veilige installatie. 111Veilig gebruik. 112Beschadigd apparaat. 115Het voorkomen van materiële schade. 116Milieubescherming en bespa-ring. 116 Afvoeren van de verpakking. 116Energie besparen. 116Opstellen en aansluiten. 117 Leveringsomvang. 117Apparaat opstellen en aanslui-ten. 117 Criteria voor de opstellocatie. 118Het apparaat voor het eerste ge- bruik voorbereiden. 118Apparaat elektrisch aansluiten. 118Uw apparaat leren kennen. 119Apparaat. 119Bedieningselementen. 119Uitrusting. 119Legplateau. 119 Flessenrek. 119Groente- en fruitlade. 119Deurrekken. 120Accessoires. 120De Bediening in essentie. 120Apparaat inschakelen. 120 Opmerkingen bij het gebruik. 120Machine uitschakelen. 120Temperatuur instellen.
121 Extra functies. 121Supervriezen. 121Koelvak. 121Tips voor het bewaren van le-vensmiddelen in het koelvak. 121Koudezones in het koelvak. 122Sticker "OK". 122Vriesvak. 122Deur van het vriesvak. 122Invriescapaciteit. 123Tips voor het inkopen van diep- vrieskost. 123Tips voor het bewaren van le-vensmiddelen in het vriesvak. 123Tips voor het bevriezen van ver- se levensmiddelen. 123Houdbaarheid van de diepvries-waren bij −18°C. 124Ontdooimethodes voor diep- vrieswaren. 124Ontdooien. 125 Ontdooien in het koelvak. 125 Ontdooien in het vriesvak. 125Reiniging en onderhoud. 125Apparaat voorbereiden voor rei-niging. 125Apparaat schoonmaken. 126De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen. 126 Onderdelen eruit halen. 126Storingen verhelpen. 128Functiestoringen. 128 Aanwijzingen op het display. 129Temperatuurprobleem. 129 Geluiden. 129 Geurtjes. 130.
nl Veiligheid110VeiligheidHoud de informatie omtrent veiligheid aan, zodat u het apparaatveilig kunt gebruiken.Algemene aanwijzingenHier vindt u algemene informatie over deze gebruiksaanwijzing. ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kuntu het apparaat veilig en efficiënt gebruiken. ¡ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor de gebruiker van hetapparaat. ¡ Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in acht. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Sluit het apparaat ingeval van transportschade niet aan.Bestemming van het apparaatOm het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dientu de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen.Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ volgens deze gebruiksaanwijzing. ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor ijsberei-ding. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.Inperking van de gebruikersVoorkom risico's voor kinderen en kwetsbare personen.Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar endoor personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Veiligheid nl111Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerddoor kinderen indien deze niet onder toezicht staan.Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het ap-paraat of de aansluitkabel kunnen komen.Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.Veiliger transportHoud de veiligheidsaanwijzingen aan wanneer u het apparaattransporteert.WAARSCHUWING‒Gevaar voor letsel!Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letselsveroorzaken.▶▶▶▶▶ Het apparaat niet alleen optillen.Veilige installatieHoud deze veiligheidsaanwijzingen in acht bij de installatie vanhet apparaat.WAARSCHUWING‒Gevaar voor een elektrische schok!
¡ Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.▶▶▶▶▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens degegevens op het typeplaatje.▶▶▶▶▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriftengeïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnetmet wisselstroom aansluiten.▶▶▶▶▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatiemoet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïn-stalleerd.▶▶▶▶▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voe-den, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op af-stand.
nl Veiligheid112▶▶▶▶▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekkervan de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneervrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatsteelektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting vol-gens de installatievoorschriften worden ingebouwd.▶▶▶▶▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het net-snoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. ¡ Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.▶▶▶▶▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact bren-gen.▶▶▶▶▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen incontact brengen.▶▶▶▶▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.WAARSCHUWING‒Risico van brand!
¡ Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestaneadapters is gevaarlijk.▶▶▶▶▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebrui-ken.▶▶▶▶▶ Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servi-cedienst.▶▶▶▶▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. ¡ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbarenetvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.▶▶▶▶▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagba-re netvoedingen niet aan de achterkant van de apparatenplaatsen.Veilig gebruikNeem bij gebruik van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen inacht.WAARSCHUWING‒Gevaar voor een elektrische schok!Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.▶▶▶▶▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.▶▶▶▶▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Veiligheid nl113▶▶▶▶▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om hetapparaat te reinigen.WAARSCHUWING‒Verstikkingsgevaar! ¡ Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekkenen hierin verstrikt raken en stikken.▶▶▶▶▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.▶▶▶▶▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. ¡ Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken enhierdoor stikken.▶▶▶▶▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.▶▶▶▶▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.WAARSCHUWING‒Explosiegevaar! ¡ Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de kou-dekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekkenen exploderen.▶▶▶▶▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen anderemechanische inrichtingen of andere middelen dan diegenedie door de fabrikant zijn aanbevolen.
¡ Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffenkunnen exploderen, bijv. spuitbussen.▶▶▶▶▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en ex-plosieve stoffen in het apparaat.WAARSCHUWING‒Risico van brand! ¡ Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot eenbrand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbe-reiders.▶▶▶▶▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. ¡ De dampen van brandbare vloeistoffen kunnen ontsteken (ex-plosieve verbranding)▶▶▶▶▶ Dranken met een hoog alcoholpercentage uitsluitend goedafgesloten en staand bewaren.
¡ Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen.▶▶▶▶▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nietbeschadigen.WAARSCHUWING‒Verbrandingsgevaar door kou!Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan totbrandwonden door koude leiden.▶▶▶▶▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit hetvriesvak werden genomen.▶▶▶▶▶ Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diep-vrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.VOORZICHTIG‒Gezondheidsrisico!Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging vanlevensmiddelen te voorkomen.▶▶▶▶▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leidentot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken vanhet apparaat.▶▶▶▶▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegan-kelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatigschoon.▶▶▶▶▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkastdusdanig bewaren dat het niet in contact komt met anderelevensmiddelen of op deze drupt.▶▶▶▶▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, hetapparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur openlaten, om schimmelvorming te voorkomen.
Veiligheid nl115Beschadigd apparaatNeem deze veiligheidsvoorschriften in acht als uw apparaat be-schadigd is.WAARSCHUWING‒Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is ge-vaarlijk.▶▶▶▶▶ Nooit een beschadigde apparaat gebruiken.▶▶▶▶▶ Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlakgebruiken.▶▶▶▶▶ Neem contact op met de servicedienst. →Pagina131▶▶▶▶▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparatiesaan het apparaat uitvoeren.
¡ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.▶▶▶▶▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparatiesaan het apparaat uitvoeren.▶▶▶▶▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen wordengebruikt voor reparatie van het apparaat.▶▶▶▶▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moethet ter vermijding van risico's worden vervangen door de fa-brikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde per-soon.WAARSCHUWING‒Risico van brand!Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koude-middel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.▶▶▶▶▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het ap-paraat.▶▶▶▶▶ Ventileer de ruimte.▶▶▶▶▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina120▶▶▶▶▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken ofde zekering in de meterkast uitschakelen.▶▶▶▶▶ Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina131
nl Het voorkomen van materiële schade116Het voorkomen van materiële schadeHet voorkomen van mate-riële schadeTer voorkoming van materiële scha-de, aan het apparaat, de accessoiresof keukenvoorwerpen dient u de aan-wijzingen in acht te nemen. LET OP. ¡ Door verontreinigingen met olie ofvet kunnen kunststofdelen endeurafdichtingen poreus worden. ▶▶▶▶▶ Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij. ¡ Door het gebruik van de plint, la-den of apparaatdeuren als zitvlakof opstapje kan het apparaat be-schadigd raken. ▶▶▶▶▶ Niet op de plint, laden of deurenstaat of leunen. Milieubescherming en besparingMilieubescherming en be-sparingBescherm het milieu door het appa-raat op een hulpbronnenbesparendemanier te gebruiken en herbruikbarematerialen op de juiste manier af tevoeren. Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden herge-bruikt.
▶▶▶▶▶ De afzonderlijke componenten opsoort gescheiden afvoeren. Bij uw dealer en uw gemeente- ofdeelraadskantoor kunt u informatieverkrijgen over de actuele afvoer-methoden. Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, ver-bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatieHoud deze aanwijzing aan wanneer uhet apparaat plaatst. ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di-rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge-lijk van radiatoren, fornuis en an-dere warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan totelektrische- of gasfornuizen. – Houd 30cm afstand aan totolie- en kolenfornuizen. Het apparaat hoeft bij lagere om-gevingstemperaturen minder vaakte koelen. ¡ Ventilatieopeningen niet afdekkenof blokkeren. ¡ Ventileer de ruimte dagelijks. De lucht aan de achterwand vanhet apparaat kan beter ontsnap-pen, het apparaat warmt niet zosterk op. Het apparaat hoeft minder vaak tekoelen.
Opstellen en aansluiten nl117 ¡ Ventilatieopeningen niet afdekkenof blokkeren.De lucht aan de achterwand vanhet apparaat kan beter ontsnap-pen, het apparaat warmt niet zosterk op. ¡ Open de ovendeur slechts kort. ¡ Transporteer gekoelde levensmid-delen in een koeltas en leg ze snelin het apparaat. ¡ Warme gerechten en drankeneerst laten afkoelen, daarna in hetapparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten, dezeter ontdooiing in het koelvak.De lucht in het apparaat warmtniet zo sterk op.Het apparaat hoeft minder vaak tekoelen. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le-vensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen lucht-dicht.De lucht kan circuleren en deluchtvochtigheid blijft constant. ¡ Vriesvak regelmatig ontdooien.Een vorstvrij vriesvak is stroombe-sparend en koelt de diepvrieswa-ren optimaal.
¡ Deur van het vriesvak slechts kort-stondig openen en zorgvuldig slui-ten.Een gesloten deur van het vries-vak beschermt het vriesvak tegensterke verijzing.Opstellen en aansluitenOpstellen en aansluitenLeveringsomvangControleer na het uitpakken alle on-derdelen op transportschade en devolledigheid van de levering.Neem bij klachten met uw dealer ofonze servicedienst →Pagina131contact op.De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires1 ¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenserviceboekje ¡ Garantiebijlage2 ¡ Energielabel ¡ Productgegevensblad ¡ Informatie over energieverbruik engeluidenApparaat opstellen en aansluitenVoorwaarde:De leveringsomvangvan het apparaat is gecontroleerd.→Pagina117 1. Houd de criteria aan voor de op-stellocatie van het apparaat.→Pagina118 2. Het apparaat conform meegelever-de montagehandleiding installeren. 3.
Het apparaat voor het eerste ge-bruik voorbereiden. →Pagina118 4. Het apparaat elektrisch aansluiten.→Pagina1181Afhankelijk van de apparaatuitvoering2Niet in alle landen
nl Opstellen en aansluiten118Criteria voor de opstellocatieHoud deze aanwijzing aan wanneer uhet apparaat plaatst. WAARSCHUWINGExplosiegevaar. Wanneer het apparaat in een te klei-ne ruimte staat, kan er bij een lek vanhet koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. ▶▶▶▶▶ Stel het apparaat uitsluitend op ineen ruimte, welke tenminste eenvolume heeft van 1m3 per 8gkoudemiddel. De hoeveelheid vanhet koudemiddel staat op het type-plaatje. →Afb. 1/6Het gewicht van het apparaat kan af-hankelijk van het model tot 45 bedra-gen. De ondergrond moet stabiel genoegzijn om het gewicht van het apparaatte dragen. Toegestane ruimtetemperatuurDe toegestane kamertemperatuur isafhankelijk van de klimaatklasse vanhet apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type-plaatje. →Afb.
1/6Klimaatklas-seToegestane ruimtetempe-ratuur SN 10°C…32°C N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°CHet apparaat is volledig functioneelbinnen de toegestane binnentempe-ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli-maatklasse SN gebruikt bij lagere ka-mertemperaturen, dan kunnen be-schadigingen aan het apparaat toteen kamertemperatuur van 5°C wor-den uitgesloten. NismatenNeem de nisafmetingen in acht als uuw apparaat in de meubelnis in-bouwt. Bij afwijkingen kunnen proble-men optreden tijdens de installatievan het apparaat. NisdiepteBouw het apparaat in de aanbevolennisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt hetenergieverbruik iets hoger. De nis-diepte moet minimaal 550 mm be-dragen. NisbreedteVoor het apparaat is een meubelnismet een binnenbreedte van minimaal560 mm nodig. Het apparaat voor het eerste ge-bruik voorbereiden 1. Haal het informatiemateriaal er uit. 2.
21De hoofdschakelaar schakelt het ap-paraat in of uit.2 schakelt Supervriezen in of uit.3Toont de ingestelde temperatuur vanhet koelvak in°C.4 stelt de temperatuur van het koel-vak in.UitrustingUitrustingHier krijgt u een overzicht van de ac-cessoires behorende bij uw apparaaten de manier waarop ze worden ge-bruikt.De uitrusting van uw apparaat is mo-delafhankelijk.LegplateauOm de schappen naar wens te varië-ren, het schap uitnemen en op eenandere positie weer plaatsen. →"Plateau verwijderen", Pagina126FlessenrekBewaar flessen veilig op het flessen-rek.Om het flessenrek naar wens te vari-ëren, het flessenrek verwijderen enop een andere plaats weer terugzet-ten.
→"Flessenrek verwijderen",Pagina126Groente- en fruitladeBewaar vers fruit en groente in defruit- en groentelade.Afhankelijk van de soort levensmid-delen en de hoeveelheid kan zich inde fruit- en groentelade condenswa-ter vormen.Verwijder het condenswater met eendroge doek.Om ervoor te zorgen dat de kwaliteiten het aroma behouden blijven, moetu koudegevoelig fruit en groente bui-ten het apparaat bewaren bij tempe-raturen van ca. 8°C tot 12°C. Koudegevoelig fruit Ananas¡ ¡ Bananen ¡ Mango ¡ Papaya ¡ Citrusvruchten
nl De Bediening in essentie120Koudegevoeligegroente ¡ Aubergines ¡ Komkommers ¡ Courgette ¡ Paprika ¡ Tomaten ¡ AardappelsDeurrekkenOm het deurrek naar behoefte te vari-ëren deze er uit nemen en op eenandere positie weer plaatsen. →"Deurrek verwijderen", Pagina127AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speciaal op uw apparaat af-gestemd. Hier krijgt u een overzichtvan de accessoires behorende bij uwapparaat en de manier waarop zeworden gebruikt. De accessoires van het apparaat zijnafhankelijk van het model. EierplateauBewaar eieren veilig op het eierpla-teau. IJsblokjesschaalGebruik de ijsblokjesschaal om ijs-blokjes te maken. IJsblokjes maken 1. De ijsblokjesschaal voor ¾ metwater vullen en in het vriesvakplaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal al-leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken. 2.
Om deijsblokjesschaal los tema-ken de ijsblokjesschaal iets verbui-gen of kort onder stromend waterhouden. De Bediening in essentieDe Bediening in essentieHier wordt de bediening van het ap-paraat in essentie beschreven. Apparaat inschakelen 1. Het apparaat met hoofdschakelaarinschakelen. →Afb. 1/3 a Het apparaat begint te koelen. a De temperatuurindicatie knipperttot in het apparaat de ingesteldetemperatuur is bereikt. 2. De gewenste temperatuur instellen. →Pagina121Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in-geschakeld, wordt de ingesteldetemperatuur pas na enkele urenbereikt. Geen levensmiddelen inhet apparaat doen voordat de tem-peratuur is bereikt. ¡ Wanneer u de koelvakdeur regel-matig opent, grote hoeveelhedenlevensmiddelen plaatst of de ka-mertemperatuur te hoog is, danwordt de koelvaktemperatuur ho-ger.
¡ Vermijd het contact tussen de le-vensmiddelen en de achterwand. Anders wordt de luchtcirculatieverminderd. Levensmiddelen ofverpakkingen kunnen aan de ach-terwand vastvriezen. Machine uitschakelen▶▶▶▶▶ Het apparaat met de hoofdschake-laar uitschakelen.
Extra functies nl121Temperatuur instellenNadat u het apparaat heeft ingescha-keld, kunt u de temperatuur instellen. Koelvaktemperatuur instellen▶▶▶▶▶ Zo vaak op drukken tot de tem-peratuurindicatie de gewenste tem-peratuur toont. De aanbevolen temperatuur in hetkoelvak bedraagt 4°C. →"Sticker "OK"", Pagina122Vriesvaktemperatuur instellen▶▶▶▶▶ Om de vriesvaktemperatuur in testellen, de koelvaktemperatuur wij-zigen →. Pagina121De koelvaktemperatuur beïnvloedtde vriesvaktemperatuur. Hoger in-gestelde koelvaktemperaturen zor-gen voor hogere vriesvaktempera-turen. Extra functiesExtra functiesKom te weten over welke instelbareextra functies uw apparaat beschikt. SupervriezenBij het Supervriezen koelt het vries-vak zo koud mogelijk. Hierdoor be-vriezen levensmiddelen snel tot in dekern.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uurvoor het inladen van een hoeveelheidlevensmiddelen vanaf 2 kg in hetvriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten,gebruikt u Supervriezen. →"Voorwaarden voor invriesvermo-gen", Pagina123AanwijzingAls Supervriezen is inge-schakeld, kan er meer geluid ont-staan. Supervriezen inschakelen▶▶▶▶▶ indrukken. a brandt. AanwijzingNa ca. 60 uur schakelthet apparaat over op de normalewerking. Supervriezen uitschakelen▶▶▶▶▶ indrukken. KoelvakKoelvakIn het koelvak kunt u vlees, worst,vis, melkproducten, eieren, bereidegerechten en gebak bewaren. De temperatuur in het koelvak kunt uvan 2°C tot 8°C instellen. De aanbevolen temperatuur in hetkoelvak bedraagt 4°C. →"Sticker "OK"", Pagina122Door de koelopslag kunt uook zeerbederfelijke levensmiddelen opkorteofmiddellange termijn bewaren.
Hoelager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelenvers. Tips voor het bewaren van le-vensmiddelen in het koelvakVolg de tips op bij het bewaren vanlevensmiddelen in uw koelvak.
nl Vriesvak122 ¡ Om aroma, kleur en versheid tebehouden of smaakoverdracht enverkleuringen van de kunststofde-len te vermijden, levensmiddelengoed verpakt of afgedekt bewaren. ¡ Warme gerechten en drankeneerst laten afkoelen, voordat u de-ze in het koelvak plaatst. Koudezones in het koelvakDoor de luchtcirculatie in et koelvakontstaan verschillende koudezones. Koudste zoneDe koudste zone is tussen de op dezijkant gestempelde pijl en het eron-der liggende legplateau. Tip:Bewaar gevoelige levensmidde-len in de koudste zone, bijv. vis,worst en vlees. Warmste zoneDe warmste zone bevindt zich hele-maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le-vensmiddelen in de warmste zone,bijv. harde kaas en boter. Hierdoorkomt het aroma van de kaas betertot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar.
Sticker "OK"Met de sticker OK kunt u controlerenof in het koelvak de voor de levens-middelen aanbevolen veilige tempe-ratuurbereiken van +4°C of kouderbereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle mo-dellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weer-geeft, dan de temperatuur stapsge-wijze verlagen. →"Koelvaktemperatuur instellen",Pagina121Na ingebruikneming van het appa-raat kan het tot wel 12 uur durenvoordat de ingestelde temperatuur isbereikt. Correcte instellingVriesvakVriesvakIn het vriesvak kunt u diepvrieswarenbewaren, levensmiddelen bevriezenen ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af-hankelijk van de temperatuur in hetkoelvak. Langdurig bewaren van levensmidde-len moet opeen temperatuur van –18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijkelevensmiddelen gedurende lange tijdbewaren. De lage temperaturen ver-tragen of stoppen het bederven.
De tijd die nodig isom verselevensmiddelen volledig diep tevriezenisafhankelijk van verschillendefactoren: ¡ Ingestelde temperatuur ¡ Levensmiddel (grootte en soort) ¡ Bewaarde hoeveelheid ¡ Reeds bewaarde hoeveelheid le-vensmiddelenDeur van het vriesvakOm ervoor te zorgen dat diepvrieswa-ren niet ontdooien en het vriesvakniet te sterk verijst, dient u de deurvan het vriesvak altijd te sluiten. AanwijzingAls u de deur van hetvriesvak sluit, klikt deze hoorbaarvast.
Vriesvak nl123InvriescapaciteitHet invriesvermogen geeft aan welkehoeveelheid levensmiddelen in hoe-veel uur tot in de kern kan worden in-gevroren. Informatie over het invriesvermogenvindt u op het typeplaatje. →Afb. 1/6Voorwaarden voorinvriesvermogen 1. Ca. 24 uur vóór het inladen vanverse levensmiddelen, Supervrie-zen inschakelen. →"Supervriezen inschakelen",Pagina121 2. De levensmiddelen van rechts be-ginnend in het diepvriesvak leg-gen. Tips voor het inkopen van diep-vrieskostNeem de tips in acht als u diepvries-kost inkoopt. ¡ Op onbeschadigde verpakking let-ten. ¡ Op de houdbaarheidsdatum letten. ¡ De temperatuur in de supermarkt-vriezer moet –18°C of kouderzijn. ¡ De diepvriesketen niet onderbre-ken. Diepvriesproducten liefst ineen koeltas transporteren en snelin het vriesvak leggen.
Tips voor het bewaren van le-vensmiddelen in het vriesvakNeem de tips in acht als u levens-middelen in het vriesvak inruimt. ¡ De levensmiddelen over een grootoppervlak van het vriesvak verde-len. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet inaanraking brengen met ingevrorenlevensmiddelen. Indien nodig diepgevroren levens-middelen in het vriesvak verande-ren van positie. Tips voor het bevriezen van ver-se levensmiddelenNeem de tips in acht als u verse le-vensmiddelen invriest. ¡ Alleen verse en onberispelijke le-vensmiddelen bevriezen. ¡ Voor het verbruik gekookte, gebra-den of gebakken levensmiddelenzijn geschikter dan rauw te eten le-vensmiddelen. ¡ Om voedingswaarde, aroma enkleur te behouden, moet u bepaal-de levensmiddelen voorbereidenom in te vriezen. – Groente: wassen, kleiner maken,blancheren.
De verpakking met de inhoud vande invriesdatum voorzien.Houdbaarheid van de diepvries-waren bij −18°CNeem de bewaartijden in acht als ulevensmiddelen invriest. Levensmiddel BewaartijdVis, worst, klaargemaaktegerechten, brood en ban-ketTot 6 maanden Gevogelte, vlees Tot 8 maanden Groente, fruit Tot 12 maandenOntdooimethodes voor diep-vrieswarenOm de productkwaliteit zo goed mo-gelijk te behouden, de ontdooimetho-de aan levensmiddel en gebruiksdoelaanpassen.VOORZICHTIGGezondheidsrisico!Bij het ontdooien kan er bacterievor-ming optreden en kunnen de diep-vrieswaren bederven.▶▶▶▶▶ Half of geheel ontdooide diepvries-waren niet opnieuw invriezen.▶▶▶▶▶ Het voedsel pas na het koken ofbraden opnieuw invriezen.▶▶▶▶▶ De maximale bewaartijd niet meerten volle benutten.
Ontdooien nl125OntdooienOntdooienHoudt u de informatie aan, wanneeru uw apparaat wilt ontdooien. Ontdooien in het koelvak. Tijdens het gebruik vormen zich opde achterwand van het koelvak af-hankelijk van de werking waterdrup-pels of rijp. De achterwand van hetkoelvak ontdooit automatisch. Dooiwater of rijp loopt via de dooiwa-tergoot in het afvoergat naar de ver-dampingsschaal en moeten niet wor-den afgeveegd. Neem de volgende informatie in achtom ervoor te zorgen dat dooiwaterkan weglopen en geurvorming wordtvermeden: →"De dooiwatergoot en het afvoer-gat reinigen. ", Pagina126. Ontdooien in het vriesvakOmdat de diepvrieswaren niet mogenontdooien, ontdooit het vriesvak nietautomatisch. Een laag rijp in hetvriesvak vermindert de afgifte vankoude aan de diepvrieswaren en ver-hoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooienHet vriesvak regelmatig ontdooien. 1. Ca.
4uur voor het ontdooien Su-pervriezen inschakelen. →"Supervriezen inschakelen",Pagina121De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en ukunt de levensmiddelen langer opkamertemperatuur bewaren. 2. De diepvrieswaren verwijderen enop een koele plaats bewaren. Kou-de-accu's, indien voorhanden, opde dievrieswaren leggen. 3. Het apparaat uitschakelen. →Pagina120 4. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 5. Om het ontdooien te versnellen,een pan met heet water op een on-derzetter in het vriesvak zetten. 6. Het dooiwater met een zachtedoek of een spons opvegen. 7. Het vriesvak met een zachte, dro-ge doek droogwrijven. 8. Het apparaat elektrisch aansluiten. 9. Het apparaat inschakelen. →Pagina12010. De diepvrieswaren inladen.
De reiniging van ontoegankelijkeplaatsen moet door de servicedienstworden uitgevoerd. Aan de reinigingdoor de servicedienst kunnen kostenverbonden zijn. Apparaat voorbereiden voor rei-nigingInformatie over de wijze waarop u uwapparaat voorbereid voor reiniging 1. Het apparaat uitschakelen. →Pagina120 2. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen.
nl Reiniging en onderhoud126 3. Haal alle levensmiddelen uit hetapparaat en bewaar deze op eenkoele plek. Indien beschikbaar koelelementenop de levensmiddelen leggen. 4. Als een rijplaag voorhanden is, de-ze laten ontdooien. 5. Neem alle uitrustingsdelen uit hetapparaat. →Pagina126Apparaat schoonmakenMaak het apparaat schoon zoalsvoorgeschreven, zodat het niet dooreen verkeerde reiniging of onge-schikte schoonmaakmiddelen be-schadigd raakt. WAARSCHUWINGGevaar voor een elektrische schok. ¡ Binnendringend vocht kan eenschok veroorzaken. ▶▶▶▶▶ Geen stoomreiniger of hoge-drukreiniger gebruiken om hetapparaat te reinigen. ¡ Vloeistof in de verlichting kan ge-vaarlijk zijn. ▶▶▶▶▶ Het sop mag niet in de verlich-ting terechtkomen. LET OP. ¡ Ongeschikte reinigingsmiddelenkunnen de oppervlakken van hetapparaat beschadigen. ▶▶▶▶▶ Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken.
▶▶▶▶▶ Geen scherpe of schurende rei-nigingsmiddelen gebruiken. ▶▶▶▶▶ Geen sterk alcoholhoudende rei-nigingsmiddelen gebruiken. ¡ Wanneer u uitrustingsdelen en ac-cessoires in de vaatwasser reinigt,kunnen deze vervormen of verkleu-ren. ▶▶▶▶▶ Reinig nooit plateaus en hou-ders in de vaatwasser. 1. Apparaat voorbereiden voor reini-ging. →Pagina125 2. Het apparaat, de uitrustingsdelenen de deurafdichting met een vaat-doek, lauwwarm water en eenbeetje pH-neutraal afwasmiddel rei-nigen. 3. Met een zachte, droge doek gron-dig nadrogen. 4. Plaats de uitrustingsdelen in hetapparaat. 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. 6. Het apparaat inschakelen. →Pagina120 7. Doe de levensmiddelen in het ap-paraat. De dooiwatergoot en het afvoer-gat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het af-voergat regelmatig, om ervoor te zor-gen dat het dooiwater kan weglopen.
3Onderdelen eruit halenNeem wanneer u de uitrustingsdelengrondig wilt reinigen deze uit het ap-paraat. Plateau verwijderen▶▶▶▶▶ Til het plateau omhoog, trek het eruit, laten zakken en zijwaarts naarbuiten draaien. →Afb. 4Flessenrek verwijderen▶▶▶▶▶ Het flessenrek uittrekken en verwij-deren. →Afb. 5.
nl Storingen verhelpen128Storingen verhelpenStoringen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat ucontact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen vanstoringen.
Zo voorkomt u onnodige kosten.WAARSCHUWINGGevaar voor een elektrische schok!Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.▶▶▶▶▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.▶▶▶▶▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.▶▶▶▶▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijdingvan risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-dere gekwalificeerde persoon.Functiestoringen Storing Oorzaak Verhelpen van storingenApparaat werkt niet.Er brandt geen enkele indi-catie.De stekker zit niet goed inhet stopcontact.▶▶▶▶▶ Sluit de stekker aan.De zekering is geactiveerd. ▶▶▶▶▶ Controleer de zekeringen. De stroom is uitgevallen. 1. Controleer of er stroom is. 2. Koude-accu's, indien voorhanden,op de dievrieswaren leggen.LED-verlichting functioneertniet. Lamp is defect.
1. Schakel het apparaat uit.→Pagina120 2. Koppel het apparaat los van de voe-dingspanning.Haal stekker van het netsnoer uithet stopcontact trekken of schakelde zekering in de meterkast uit. 3. Trek het afdekrooster naar voren. 4. Vervang het lampje.Vervangend lampje: 220–240 Vwisselstroom, fitting E14, zie defectlampje voor het wattage.→Afb. 8De lichtschakelaar klemt. ▶▶▶▶▶ Controleer of de lichtschakelaar ge-makkelijk beweegt.→Afb. 9
Storingen verhelpen nl129 Storing Oorzaak Verhelpen van storingenDe koelmachine schakelt va-ker en langer in.Apparaatdeur werd vaak ge-opend.▶▶▶▶▶ Open de apparaatdeur niet onno-dig.De ventilatieopeningen zijnafgedekt.▶▶▶▶▶ Verwijder blokkades voor de venti-latie-openingenBodem van het koelvak isnat.De dooiwatergoot of het af-voergat is verstopt.▶▶▶▶▶ De dooiwatergoot en het afvoergatreinigen. →Pagina126Aanwijzingen op het display Storing Oorzaak Verhelpen van storingenDe temperatuurindicatieknippert.Apparaatdeur werd vaak ge-opend.▶▶▶▶▶ Open de apparaatdeur niet onno-dig.Er zijn grotere hoeveelhedenverse levensmiddelen inge-ruimd.▶▶▶▶▶ Schakel Supervriezen vóór het op-slaan van een grotere hoeveelheidlevensmiddelen in.
→"Supervriezen inschakelen",Pagina121De ventilatieopeningen zijnafgedekt.▶▶▶▶▶ Verwijder blokkades voor de venti-latie-openingenTemperatuurprobleem Storing Oorzaak Verhelpen van storingenTemperatuur wijkt erg af vandeinstelling.Verschillende oorzaken zijnmogelijk. 1. Schakel het apparaat uit.→Pagina120 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minu-ten opnieuw in. →Pagina120 ‒Als de temperatuur te hoogis, controleer dan de tempe-ratuur na een paar uur op-nieuw. ‒Als de temperatuur te laag is,controleer de temperatuurdan de volgende dag op-nieuw.Geluiden Storing Oorzaak Verhelpen van storingen Apparaat bromt. Geen storing. Een motordraait, bijv. koelaggregaat,ventilator.Geen handeling vereist.Geen hande-ling vereist.
nl Storingen verhelpen130 Storing Oorzaak Verhelpen van storingenApparaat borrelt, zoemt ofgorgelt.Geen storing. Er stroomtkoudemiddel door de bui-zen.Geen handeling vereist.Geen hande-ling vereist. Apparaat klikt. Geen storing. Motor, schake-laars of magneetventielenschakelen in- of uit.Geen handeling vereist.Geen hande-ling vereist.Apparaat produceert gelui-den.Het apparaat staat niet wa-terpas.▶▶▶▶▶ Stel het apparaat horizontaal metbehulp van een waterpas. Leg er zonodig iets onder.Uitrustingsdelen wiebelen ofklemmen.▶▶▶▶▶ Controleer de uitneembare uitrus-tingsdelen en zet ze eventueel op-nieuw in het apparaat.Flessen of containers rakenelkaar.▶▶▶▶▶ Haal flessen of containers van el-kaar.Supervriezen is ingescha-keld.Geen handeling vereist.Geen hande-ling vereist.Geurtjes Storing Oorzaak Verhelpen van storingenHet apparaat ruikt onaange-naam.Verschillende oorzaken zijnmogelijk. 1.
Opslaan en afvoeren nl131Opslaan en afvoerenOpslaan en afvoerenHier krijgt u uitleg over de manierwaarop u het apparaat voorbereidtvoor de opslag. Daarnaast leggen weu uit hoe u oude apparaten dient afte voeren. Apparaat buiten gebruik stellen 1. Het apparaat uitschakelen. →Pagina120 2. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 3. Het apparaat ontdooien. →Pagina125 4. Het apparaat reinigen. →Pagina126 5. Laat de deur van het apparaatopen. Afvoeren van uw oude apparaatDoor een milieuvriendelijke afvoerkunnen waardevolle grondstoffen op-nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWINGGezondheidsrisico. Kinderen kunnen zich in het apparaatopsluiten en in levensgevaar gera-ken. ▶▶▶▶▶ Om te voorkomen dat kinderen inhet apparaat kruipen legplateausen lades niet uit het apparaat ne-men.
▶▶▶▶▶ Kinderen uit de buurt van een af-gedankt apparaat houden. WAARSCHUWINGRisico van brand. Bij beschadiging van de leidingenkunnen brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken. ▶▶▶▶▶ De buizen van de koudemiddel-kringloop en de isolatie niet be-schadigen. ▶▶▶▶▶ Het apparaat milieuvriendelijk af-voeren. Dit apparaat is gekenmerkt inovereenstemming met de Euro-pese richtlijn 2012/19/EU be-treffende afgedankte elektri-sche en elektronische appara-tuur (waste electrical and elec-tronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aanvoor de in de EU geldige terug-neming en verwerking van oudeapparaten. ServicedienstServicedienstAls u vragen hebt, een storing aanhet apparaat niet zelf kunt verhelpenof als het apparaat moet worden ge-repareerd, neem dan contact op metonze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de infor-matie voor het verhelpen van storin-gen in deze gebruiksaanwijzing of oponze website zelf verhelpen. Als ditniet het geval is, neem dan contactop met onze servicedienst.
nl Technische gegevens132Om veiligheidsredenen mag alleengeschoold vakpersoneel reparatiesaan het apparaat uitvoeren. De ga-rantieclaim vervalt indien reparatiesof ingrepen worden uitgevoerd doorpersonen die daartoe niet door onszijn gemachtigd, dan wel indien onzeapparaten worden voorzien van ver-vangende onderdelen, aanvullendeonderdelen of accessoires die geenoriginele onderdelen zijn en daardooreen defect wordt veroorzaakt. Originele vervangende onderdelendie relevant zijn voor de werking inovereenstemming met de desbetref-fende Ecodesign-verordening kunt uvoor de duur van ten minste 10 jaarvanaf het moment van in de handelbrengen van het apparaat binnen deEuropese Economische Ruimte bijonze servicedienst verkrijgen. AanwijzingHet inschakelen van deservicedienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantie-voorwaarden gratis.
De minimumduurvan de garantie (fabrieksgarantievoor particuliere gebruikers) in de Eu-ropese Economische Ruimte be-draagt 2 jaar in overeenstemmingmet de geldende plaatselijke garan-tievoorwaarden. De garantievoor-waarden doen geen afbreuk aaneventuele andere rechten of claimsdie u op grond van het plaatselijkerecht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga-rantieperiode en garantievoorwaar-den in uw land kunt u opvragen bijonze servicedienst, uw dealer of oponze website. Als u contact opneemt met de servi-cedienst, hebt u het productnummer(E-Nr. ) en het productienummer (FD)van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service-dienst vindt u in de meegeleverdeservicedienstlijst of op onze website. Productnummer (E-nr. ) en pro-ductienummer (FD)Het productnummer (E-Nr. ) en hetproductienummer (FD) vindt u op hettypeplaatje van het apparaat. →Afb.
1/6Overige informatie over uw modelvindt u op het internet onder https://energylabel. bsh-group. com1. Dit we-badres bevat een link naar de officië-le EU-productdatabase EPREL, waar-van de URL ten tijde van het drukkennog niet was gepubliceerd. Volg dande aanwijzingen bij het zoeken naarhet model op. De modelidentificatiebestaat uit het teken voor de slashvan het E-nummer (E-Nr. ) op het ty-peplaatje. Alternatief vindt u de mo-delidentificatie ook in de eerste regelvan het EU-energielabel. 1Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Constructa CK643KF0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Constructa
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast