Constructa CK64144 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Constructa CK64144 (94 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Constructa CK64144 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/94
'
deGebrauchsanleitung
enInstruction for Use
frMode d’emploi
itIstruzioni per I´uso
nlGebruiksaanwijzing
CK64...
0
1
5

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Constructa
Categorie: Koelkast
Model: CK64144

Handleiding Constructa CK64144 – volledige tekst

nl71nlInhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.Technische veiligheidBrandgevaarDoor de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.

Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst.Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.

nl72Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.BrandgevaarDraagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.Bij het gebruik■Nooit elektrische apparaten inhet apparaat gebruiken(bijv. verwarmingsapparaten,elektrische ijsbereiders etc.).Explosiegevaar!■Ontdooi of reinig het apparaatnooit met een stoomreiniger!De hete stoom kan in deelektrische onderdelenterechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Gevaar voorelektrische schokken!■Afgezien van deaanbevelingen van defabrikant geen aanvullendemaatregelen nemen om hetontdooien te versnellen.Explosiegevaar!■Gebruik geen puntige ofscherpe voorwerpen om eenlaag ijs of rijp te verwijderen.U kunt hierdoor dekoelleidingenbeschadigen.Koelmiddel datnaar buiten spuit kan vlamvatten of tot oogletsel leiden.■Geen producten metbrandbare drijfgassen(bijv. spuitbussen) en geenexplosieve stoffen in hetapparaat opslaan.Explosiegevaar!

nl73■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen.

Deze kunnen hierdoor poreus worden.■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken.■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de vriesruimte opslaan.Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten!■Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.■Diepvrieswaren nadat u deze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.

nl74Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal enonderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!■Het apparaat is geenspeelgoed voor kinderen!■Bij een apparaat met deurslot:sleutel buiten het bereik vankinderen bewaren!Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezenvan levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs.Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.Aanwijzingen over de afvoer*Afvoeren van de verpakkingvan uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade.

De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en hetverpakkingsmateriaal van het nieuweapparaat kunt (laten) afvoeren voor eenmilieuvriendelijke verwerking.*Afvoeren van uw oudeapparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

nl75m WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samenmet de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken nieteruit halen om het kinderen moeilijkte maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankteapparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:■Onderbouwapparaat■Uitrusting (modelafhankelijk)■Zakje met montagemateriaal■Gebruiksaanwijzing■Montagevoorschrift■Klantenserviceboekje■Garantiebijlage■Informatie over energieverbruik engeluidenLet op de omgevings-temperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. -. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

nl76Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. Afb. "/B. De rode markering wordt zichtbaar. Om energie te besparen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar uit zodra de binnentemperatuur hoger wordt dan +16 °C. BeluchtingAfb. /6De be- en ontluchting van de koelmachine vindt uitsluitend via het ventilatierooster in de plint plaats. Het ventilatierooster nooit afdekken of er iets voor zetten. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:■Naast elektrische of gasfornuizen3 cm. ■Naast een CV-installatie 30 cm.

OnderbouwBij bepaalde aanrechtbladen, bijv. van steen, glas of roestvrij staal, is bevestiging onder het aanrechtblad vaak niet mogelijk. Toebehoren voor de montage op de zijwanden kunt u bij de klantenservice bestellen. Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u hetapparaat in gebruik neemt. Tijdens hettransport kan het gebeuren dat de olievan de compressor in het koelsysteemterecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. m WaarschuwingGevaar voor een elektrische schok. Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren.

Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. -.

nl77Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb. !Inschakelen van het apparaatTemperatuurregelaar, afb. "/A, uit regelstand „0” draaien. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Aanwijzingen bij het gebruikDe temperatuur in de koelruimte wordt warmer:■als de deur van het apparaat te vaak geopend werd,■door het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen,■door een hoge omgevingstemperatuur.Instellen van de temperatuurTemperatuurregelaar, afb. "/A, op de gewenste instelling draaien.Bij een gemiddelde instelling wordt de temperatuur in de koudste zone ca. +4 °C. Afb.

#Hogere instellingen veroorzaken koudere temperaturen in de koelruimte en in het vriesvak.Wij adviseren:■Gevoelige levensmiddelen niet opslaan op een temperatuur lager dan +4 °C.■Een lage instelling voor het kortstondig opslaan van levensmiddelen (energiebesparingsstand).■Een gemiddelde instelling voor het langdurig opslaan van levensmiddelen.■Een hoge instelling alleen voor korte tijd instellen wanneer de deur vaak wordt geopend en wanneer er grote hoeveelheden levensmiddelen worden opgeslagen in de koelruimte.A Het vriesvakB Koelruimte1 Lichtschakelaar2 Temperatuurregelaar/Verlichting3 Glasplateau in de koelruimte4 Schuiflade5 Groentelade6 Be- en ontluchtingsopening 7 Voorraadvak voor boter en kaas8 Eierrekje9 Vak voor grote flessen

nl78KoelcapaciteitDe temperatuur in de koelruimte kan door het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen of dranken tijdelijk warmer worden.Daarom moet de temperatuurkiezer voor ca. 7 uur op een hoge instelling gedraaid worden.Het vriesvakDe temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. -De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas, evenals koudegevoelige groente en fruit.Attentie bij het inruimenDe levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden.

Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:■De koudste zone is de schuiflade. Afb. #AanwijzingBewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).■De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.Het vriesvakGebruik van het vriesvak■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■voor het invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen.

nl79AanwijzingLet erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. -Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn.■Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.

Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.AanwijzingBij het invriezen van verse levensmiddelen is de looptijd van de vriesmachine langer.

nl80Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakkingleggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluitingvoorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud eninvriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.

Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten,brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonderheteluchtventilator■in de magnetronm AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.

Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.UitvoeringU kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen: ■De glasplateaus optillen, naar vorentrekken, laten zakken en zijdelingseruit zwenken. Afb. $■Stoppen verplaatsen en het legplateauweer aanbrengen. Afb. %■Vakken in de deur iets optillen en eruithalen. Afb. &

nl81Speciale uitvoering(niet bij alle modellen)SchuifladeAfb. 'De schuiflade is bijzonder geschikt voor het bewaren van dierlijke levensmiddelen. Hij kan worden verwijderd om hem te laden, leeg te maken of te reinigen.Groentelade met dekselAfb. (De groentelade kan worden verwijderd om hem te laden, leeg te maken of te reinigen.IJsbakjeAfb. )1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.Sticker "OK"(niet bij alle modellen)Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn.

Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.AanwijzingNa ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.Correcte instellingApparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatTemperatuurregelaar, afb. "/A, op stand „0” draaien. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.

nl82OntdooienDe koelruimte wordt volautomatisch ontdooidAls de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. *. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt. AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Het vriesvakHet vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien. m AttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. U gaat als volgt te werk:AanwijzingDraai ca. 4 uur vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op de hoogste stand, zodat de temperatuur van de levensmiddelen zeer laag wordt en ze langer op de binnentemperatuur bewaard kunnen worden. 1. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. 2. Apparaat uitschakelen. 3. Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. 4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten. 5. Dooiwater met een spons of doekje afwissen. 6. Wrijf het vriesvak droog. 7. Apparaat weer inschakelen. 8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen. Schoonmaken van het apparaatm Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.

nl833. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen. 4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid. 5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen. 6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven. 7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen. 8. Levensmiddelen weer aanbrengen. UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Glasplateaus eruit halenAfb. $De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken. Schuiflade verwijderenAfb. 'Voorraadvak iets optillen en eruit halen. DooiwatergootAfb.

*De schuiflade moet worden verwijderd om de dooiwatergoot te reinigen. Afb. /4. De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o. i. d. , zodat het dooiwater goed kan weglopen. Groentelade met deksel verwijderenAfb. (Groentelade optillen en voorwaarts verwijderen. Legplateaus uit de deur nemenAfb. &Legplateaus optillen en verwijderen. Be- en ontluchtingsopeningAfb. +Het ventilatierooster in de sokkel kan ter reiniging worden verwijderd. Daartoe de klemmen in de ventilatieopeningen naar onderen drukken en tegelijkertijd het ventilatierooster naar voren wegtrekken. Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen. Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat.

■Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien. Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ■Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. ■De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.

Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv.

over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe verlichting functioneert niet.Het lampje is kapot. Lampje vervangen. Afb. ,/B1. Apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Afdekking naar voren eraf trekken.4. Lampje vervangen.(Reservelamp: 220–240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje.)De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. Afb. ,/A

nl85Storing Eventuele oorzaak OplossingHet diepvriesvak heeft een dikke laag rijp.Warme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect.Ontdooien van het diepvriesvak (zie hoofdstuk Ontdooien).■Open de deur van het diepvriesvak zo kort mogelijk■Let erop dat de deur van het diepvriesvak altijd goed dicht is.De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt.De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb. *In de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend.Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max.

invriescapacitiet niet overschrijden.De temperatuurregelaar is te hoog ingesteld.Temperatuurregelaar lager instellen.De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.De diepvrieswaren ontdooien.De omgevingstemperatuur is kouder dan +16 °C. De koelmachine slaat minder vaak aan.Vertrek verwarmen (warmer dan +16 °C).Afb. /B Apparaten met "binnentemperatuurschakelaar: Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. De rode markering wordt zichtbaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden.

nl86KlantenserviceAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. -Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. Storing Eventuele oorzaak OplossingHet apparaat koelt niet. De temperatuurregelaar staat op de stand „0”.Temperatuurregelaar uit stand „0” draaien. Afb. /A"■Stroomuitval.■De zekering is uitgeschakeld.■De stekker zit niet goed in het stopcontact.Controleer of er stroom is.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Constructa CK64144 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden