Comfee Smart Cool 7000 Plus Handleiding

Comfee Airco Smart Cool 7000 Plus

Bekijk gratis de handleiding van Comfee Smart Cool 7000 Plus (264 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Comfee Smart Cool 7000 Plus of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/264
MOBILE TYPE AIR CONDITIONER (Local Air Conditioner)
Owners Manual
IMPORTANT NOTE:
Before using your air conditioner, please read
this manual carefully and keep it for future reference.
EN
Smart Cool 7000 Plus
Smart Cool 7000 IE

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Comfee
Categorie: Airco
Model: Smart Cool 7000 Plus

Handleiding Comfee Smart Cool 7000 Plus – volledige tekst

INHOUDSOPGAVEVeiligheidsmaatregelen ------------------------------------------------------------------ 01Voorbereiding vóór installatieVoordat je aan de slag gaat ------------------------------------------------------------- 14Productoverzicht ------------------------------------------------------------------------- 17Installatie-aanwijzingenInstallatieoverzicht ----------------------------------------------------------------------- 19Installatie gids -----------------------------------------------------------------------------23GebruiksaanwijzingLeer uw AC kennen ----------------------------------------------------------------------- 29Afwateringsgids -------------------------------------------------------------------------- 31Reiniging & onderhoud ------------------------------------------------------------------32Berg de eenheid op als deze niet wordt gebruikt -----------------------------------33PROBLEEMOPLOSSEN ------------------------------------------------------------------34NL

01VeiligheidsmaatregelenMoet het waarschuwingsbericht lezen.Het is echt belangrijk dat u de Veiligheidsmaatregelen leest voordat u het apparaat gaat installeren en gebruiken. Het verkeerd installeren als gevolg van het negeren van de instructies kan tot ernstige schade of letsel leiden.De ernst van mogelijke schade of letsel wordt geclassificeerd als WAARSCHUWING of VOPGELET.Uitleg Over de SymbolenWAARSCHUWINGHet signaalwoord duidt op een gevaar met een gemiddeld risiconiveau dat, als het niet wordt vermeden, kan leiden tot de dood of ernstig letsel.OPGELETDit signaalwoord geeft een gevaar aan met een lage gevaarzetting dat tot licht of middelzwaar letsel kan leiden als het niet wordt voorkomen.Lees deze gebruiksaanwijzing vóór gebruik/inbedrijfstelling zorgvuldig en aandachtig door en bewaar deze voor later gebruik in de directe omgeving van de opstellingsplaats of het apparaat! NL

02WAARSCHUWING• De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Een verkeerd uitgevoerde installatie kan waterlekkage, een elektrische schok of brand veroorzaken. • Gebruik voor de installatie alleen de meegeleverde accessoires en onderdelen, en het gespecificeerde gereedschap. Het gebruik van niet-standaard onderdelen kan waterlekkage, elektrische schokken, brand en letsel of materiële schade veroorzaken. • Zorg ervoor dat het stopcontact dat u gebruikt geaard is en de juiste spanning heeft. Het stroomsnoer is uitgerust geaard om elektrische schokken te voorkomen. Informatie over het voltage is te lezen op het naamplaatje van de eenheid. • Uw apparaat moet worden gebruikt in een goed geaard stopcontact.

Als het stopcontact dat u wilt gebruiken niet voldoende is geaard of beschermd door een tijdvertragingszekering of stroomonderbreker (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald door de maximale stroomsterkte van het apparaat). De maximale stroomsterkte staat vermeld op het naamplaatje op de unit), laat een gekwalificeerde elektricien het juiste stopcontact installeren. • Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voeten. • Als de airconditioner tijdens gebruik omvalt, schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en haal de stekker uit het stopcontact. Controleer de eenheid visueel om er zeker van te zijn dat deze niet werd beschadigd. Neem contact op met een technicus of de klantenservice voor hulp als u vermoedt dat de eenheid is beschadigd. • Bij onweer moet de stroom worden uitgeschakeld om schade aan de machine door bliksem te voorkomen.

• Uw airconditioner moet zo worden gebruikt dat deze beschermd is tegen vocht. bijv. condensatie, spatwater, enz. Plaats of bewaar uw airconditioner niet op een plek waar deze kan vallen of in water of een andere vloeistof getrokken kan worden. Koppel het apparaat onmiddellijk los als dit gebeurt.

• Installeer het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. Als u dit niet doet, dan kan dit leiden tot schade of veel lawaai en trillingen. • De unit moet vrij worden gehouden van obstakels om een goede werking te garanderen en veiligheidsrisico's te beperken. • Wijzig de lengte van het netsnoer niet en gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien. • Deel geen enkel stopcontact met andere elektrische apparaten. Een verkeerde voeding kan brand of een elektrische schok veroorzaken. • Installeer uw airconditioner niet in een natte ruimte, zoals een badkamer of wasruimte. Elektrische onderdelen kunnen kortsluiten als ze te veel aan water worden blootgesteld. • Installeer het apparaat niet op een locatie waar het kan worden blootgesteld aan brandbaar gas, omdat dit brand kan veroorzaken. NL.

03• Het apparaat heeft wielen om het verplaatsen te vergemakkelijken. Let erop de wieltjes niet op een dik tapijt te gebruiken of over objecten te laten rollen omdat dit tot omvallen kan leiden. • Gebruik een apparaat niet als het gevallen of beschadigd is. • Het toestel met elektrische verwarming moet minimaal 1 meter ruimte hebben tot brandbare materialen. • Alle bedrading moet strikt worden uitgevoerd in overeenstemming met het bedradingsschema dat zich in de unit bevindt. • De printplaat (PCB) van het apparaat is voorzien van een zekering om overstroombeveiliging te bieden. De specificaties van de zekering zijn afgedrukt op de printplaat, zoals: T 3. 15A / 250V, enz. • Als de waterafvoerfunctie niet in gebruik is, houd dan de bovenste en onderste aftapplug stevig op het apparaat gericht om verstikking te voorkomen.

Berg de afvoerplug veilig op als deze niet wordt gebruikt om te voorkomen dat kinderen er door kunnen stikken. OPGELET• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, als zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren die ermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. Het schoonmaken en het plegen van onderhoud mag niet door kinderen zonder toezicht worden gedaan.

• Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij toezicht hebben gekregen of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen dienen onder toezicht te staan om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen. Rondom het apparaat moeten kinderen altijd onder toezicht staan.

• Als het netsnoer beschadigd is, moet het vervangen worden door de fabrikant, zijn serviceagent of gelijkwaardig gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen. • Gebruik dit product niet voor andere functies dan die beschreven in deze handleiding. • Schakel vóór het reinigen de stroom uit en haal de stekker uit het stopcontact. • Schakel de stroom uit als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen. • Druk met niets anders dan uw vingers op de knoppen op het bedieningspaneel. • Verwijder geen vaste afdekkingen. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt, of als het is gevallen of beschadigd is geraakt. • Bedien of stop het apparaat niet door de stekker van het netsnoer in het stopcontact te steken of eruit te trekken. NL.

04• Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om het apparaat schoon te maken of ermee in contact te komen. Gebruik het apparaat niet in de aanwezigheid van ontvlambare stoffen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, enz. • Vóór reiniging of ander onderhoud moet het apparaat worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet. • Verwijder geen vaste afdekkingen. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt, of als het is gevallen of beschadigd is geraakt. • Laat het snoer niet onder tapijt lopen. Bedek het snoer niet met vloerkleden, lopers of andere soortgelijke bedekkingen. Leg het snoer nooit onder meubels of andereapparaten. Leg het snoer altijd uit de buurt van een gebied waar gelopen wordt zodat niemand er over kan struikelen. • Gebruik het apparaat niet als het snoer, de stekker, de stroomzekering of de stroomonderbreker beschadigd zijn.

Gooi het apparaat weg of stuur het terug naar een geautoriseerd servicepunt voor onderzoek en/of reparatie. • Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen, mag u deze ventilator niet gebruiken met een solid-state snelheidsregelaar. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften. • Neem contact op met een erkende servicemonteur voor reparatie of onderhoud van dit apparaat. • Neem contact op met de erkende installateur voor installatie van dit toestel. • Bedek of blokkeer de inlaat- en uitlaatroosters niet. • Vervoer uw airconditioner tijdens gebruik altijd verticaal en plaats hem op een stabiele, vlakke ondergrond. • Neem altijd contact op met een gekwalificeerd persoon om reparaties uit te voeren.

Als het snoer beschadigt is moet het vervangen worden door een nieuw snoer van de fabrikant van het product en mag het niet gerepareerd worden. • Houd de stekker vast bij de kop van de stekker wanneer u deze eruit haalt. • Schakel het product uit wanneer het niet in gebruik is.

05Opmerking over Gefluoreerde Gassen (Dit is niet van toepassing op de unit die R290-Koelmiddel gebruikt)1. Gefluoreerde broeikasgassen zitten in de hermetisch afgesloten apparatuur. Voor specifieke informatie over het type, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in ton van het gefluoreerde broeikasgas (op sommige modellen), verwijzen wij u naar het relevante etiket op het apparaat zelf.2. De Installatie, onderhoud en reparatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerd technicus.3.

Het verwijderen en recyclen van het apparaat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerd technicus.WAARSCHUWING bij het gebruik van het koelmiddel R290.• Gebruik geen andere middelen om het ontdooiproces te versnellen of schoon te maken dan die aanbevolen door de fabrikant.• Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming).• Niet doorboren of verbranden.• Houd er rekening mee dat de koudemiddelen geen geur mogen bevatten.• Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak afhankelijk van de hoeveelheid koelmiddel die moet worden bijgevuld. Voor specifieke informatie over het soort gas en de hoeveelheid verwijzen wij u naar het betreffende label op het toestel zelf.

06• Naleving van de nationale gasregelgeving moet in acht worden genomen. Houd ventilatieopeningen vrij van obstructies. • Het apparaat moet zodanig worden opgeslagen dat mechanische schade wordt voorkomen. • Een waarschuwing dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waar de kamergrootte overeenkomt met de kameroppervlakte zoals gespecificeerd voor gebruik. • Iedere persoon die betrokken is bij het werken aan of inbreken in een koelcircuit moet in het bezit zijn van een geldig certificaat van een door de industrie geaccrediteerde beoordelingsinstantie, die hun competentie autoriseert om veilig met koudemiddelen om te gaan in overeenstemming met een door de industrie erkende beoordelingsspecificatie. • Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur.

Onderhoud en reparatie waarvoor de hulp van ander deskundig personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is in het gebruik van ontvlambare koelmiddelen. • Volg de instructies zorgvuldig op voor het hanteren, installeren, opruimen en onderhouden van de airconditioner om schade of gevaar te voorkomen. Ontvlambaar koelmiddel wordt gebruikt in de airconditioner. Bij onderhoud of verwijdering van de airconditioner moet het koelmiddel (R32 of R290) op de juiste manier teruggewonnen worden, en dus niet rechtstreeks in de lucht ontsnappen. • Er mag zich geen open vuur of apparaat zoals een schakelaar bevinden dat vonken/boogvorming kan veroorzaken in de buurt van de airconditioner, om te voorkomen dat het gebruikte ontvlambare koelmiddel ontbrandt.

Voor speciale informatie over het type gas en de hoeveelheid verwijzen wij u naar het betreffende label op het toestel zelf. • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder voortdurend open vuur (bijvoorbeeld een werkend gastoestel) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkende elektrische kachel). Opgelet:Risico op brand/ontvlambare materialen(Alleen vereist voor R32 / R290-aparaten)NL.

07Verklaring van de symbolen die op de unit weergegeven worden (Alleen voor de unit gebruikt R32/R290-Koelmiddel):WAARSCHUWINGDit symbool geeft aan dat dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel gebruikte. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat er brandgevaar. OPGELETDit symbool geeft altijd aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig gelezen moet worden. OPGELETDit symbool geeft altijd aan dat onderhoudspersoneel deze apparatuur dient te hanteren in overeenstemming met de installatiehandleiding. OPGELETDit symbool geeft aan dat er informatie beschikbaar is, bijvoorbeeld de bedieningshandleiding of eventueel de installatiehandleiding. 1. Transport van apparatuur die brandbare koelmiddelen bevat Zie de transport voorschriften2. Markering van apparatuur met behulp van symbolen Zie de lokale voorschriften. 3.

Verwijdering van apparatuur met ontvlambare koelmiddelen Zie de nationale voorschriften. 4. Opslag van apparatuur of apparaten De opslag van apparatuur moet altijd in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant. 5. Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuur De bescherming van het opslagpakket moet zodanig zijn geconstrueerd dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelvulling veroorzaakt. Het maximale aantal uitrustingen dat samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door lokale regelingen. 6. Informatie over het plegen van onderhoud1) Controles ter plaatseVoordat er begonnen mag worden met werkzaamheden aan de systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te kunnen zorgen dat het risico op een ontsteking tot een minimum beperkt wordt.

2) WerkprocedureHet werk moet uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico van de aanwezigheid van een brandbaar gas of damp tijdens het werk te kunnen minimaliseren. 3) Algemeen werkgebiedAl het onderhoudspersoneel en andere personen die in dezelfde ruimte werken moeten worden geïnstrueerd over het werk dat wordt uitgevoerd. Werken in besloten ruimtes moet worden vermeden. Zorg ervoor dat NL.

08de ruimte rond het werkgebied is afgezet. Zorg ervoor dat de condities binnen het terrein veilig zijn door het beheersen van brandbaar materiaal. 4) Controleer op de aanwezigheid van koelmiddelenDe ruimte moet voorafgaand aan en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector om er zeker van te zijn dat de technicus op de hoogte is van mogelijk ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de apparaten voor de opsporing van lekken geschikt zijn voor het gebruik met brandbare koelmiddelen, namelijk vonkvrij, volledig afgesloten of intrinsiek veilig. 5) Aanwezigheid van brandblusserAls er werkzaamheden met hoge temperatuur moeten worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen, moet geschikte brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg ervoor dat er een droog poeder- of CO2-brandblusser in de buurt van het oplaadgebied ligt.

6) Geen ontstekingsbronnenNiemand mag werkzaamheden verrichten op het koelsysteem als daarbij pijpleidingen moeten worden blootgelegd die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat en daarbij ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat er kans is op een explosie of brand. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten voldoende ver van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer liggen, waarbij ontvlambaar koelmiddel mogelijk in de omringende ruimte kan terechtkomen. Vóór de aanvang der werkzaamheden moet het gebied rond het apparaat worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er worden geen symbolen verboden te roken getoond.

7) Geventileerde ruimteZorg ervoor dat de ruimte in de buitenlucht is of voldoende is geventileerd voordat er aan het systeem gewerkt gaat worden of hete werkzaamheden gaan worden uitgevoerd. Gedurende de werkzaamheden moet de ventilatie voldoende zijn.

De ventilatie moet eventueel vrijgegeven koelmiddel veilig verspreiden en het extern bij voorkeur in de atmosfeer uitzetten. 8) Controles aan de koelapparatuurWanneer de elektrische componenten worden vervangen, moeten ze voor het doel geschikt zijn en voldoen aan de juiste specificaties. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten ten allen tijde opgevolgd worden. Raadpleeg bij twijfel altijd de technische afdeling van de fabrikant voor hulp.

De volgende controles moeten altijd worden toegepast op installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken: De vulgrootte komt overeen met de grootte van de kamer waarin de koelmiddelhoudende onderdelen zijn geïnstalleerd; De ventilatieapparatuur en -uitlaten werken naar behoren en zijn niet geblokkeerd; Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; De markering op de apparatuur blijft NL.

09zichtbaar en leesbaar. Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; Koelleidingen of componenten zijn geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die koelmiddelhoudende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of op passende wijze beschermd zijn tegen corrosie. 9) Controles aan elektrische apparatenReparatie en onderhoud aan elektrische componenten moeten initiële controles op de veiligheid en inspectieprocedures voor componenten bevatten. Als er een fout bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat deze op bevredigende wijze is verholpen.

Als de storing niet onmiddellijk kan worden behandeld, maar de apparaten moeten blijven functioneren, moet er een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit wordt gemeld aan de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn gesteldDe oorspronkelijke veiligheidscontroles omvatten:De eerste veiligheidsinspecties omvatten het volgende: zijn de condensators ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om vonken te voorkomen; zijn er geen elektrische componenten waar spanning op staat en blootliggende bedrading tijdens het laden; het terugwinnen of zuiveren van het systeem; Dat er continuïteit is in de aardverbinding. 7. Reparaties aan de verzegelde componenten1) Tijdens reparaties aan verzegelde componenten, moeten alle elektrische voedingen losgekoppeld worden van het werkende apparaat vóór de afhaling van verzegelde afdekkingen enz.

Als het noodzakkelijk is om stroomvoorziening te hebben tijdens bij het onderhoud van de apparatuur, moet er een detectiesysteem op het meest kritieke punt worden geplaatst om een mogelijk gevaarlijke situatie op te wijzen.

2) Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door werkzaamheden aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Het omvat schade aan kabels, het buitensporige aantal verbindingen, aansluitklemmen die niet aan de originele specificatie voldoet, schade aan afdichtingen, niet-correcte montage van klieren, enz. Zorg ervoor dat het apparaat stevig is gemonteerd. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtings materialen niet zodanig verslechterd zijn en dat ze niet langer dienen om het ontsnappen van brandbare atmosferen te kunnen voorkomen. Vervangende onderdelen moeten altijd in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de werkzaamheid van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren.

108. Reparatie van de intrinsiek veilige componentenPas geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom die is toegestaan voor de gebruikte apparatuur overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden terwijl ze in aanwezigheid van een brandbare stoffen bestaan. De testapparatuur moet de correcte rating hebben. Vervang onderdelen alleen door dezelfde of equivalente types, aanbevolen door de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontbranding van koelmiddel in de atmosfeer door een lek. 9. BekabelingControleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingseffecten.

Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen door bronnen zoals compressoren of ventilatoren. 10. Het detecteren van brandbaar koelmiddelIn geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddel lekken. Er mag geen gebruik worden gemaakt van een halogenidelamp (of andere detector met een open vlam). 11. LekdetectiemethodenDe volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen met ontvlambare koelmiddelen. Er moeten elektronische lekdetectoren worden gebruikt om brandbare koelmiddelen te detecteren, maar de gevoeligheid is mogelijk niet voldoende of moet opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte die vrij is van koelmiddel.

)Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en is geschikt voor het koelmiddel dat wordt gebruikt. Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koelmiddel, waarbij het juiste percentage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd.

Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van schoonmaakmiddelen die chloor bevatten moet worden vermeden, omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten. Als er een lek is vermoed, moet alle open vuur worden verwijderd/gedoofd. Als er een koelmiddel lekkage gevonden wordt waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem teruggewonnen worden of eventueel worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) dit in het deel van het systeem dat ver van het lek verwijderd is. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan zowel voor en tijdens het soldeer proces door het systeem gespoeld worden. NL.

1112. Verwijdering en evacuatieBij het inschakelen van het koudemiddel circuit voor reparatie of voor enig ander doel moeten conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een overweging is. De volgende procedure moet worden gevolgd: Verwijder koelmiddel; Spoel het circuit door met een inert gas; Verwijder; Spoel daarna weer opnieuw met een inert gas; Open het circuit door te snijden of eventueel te branden. Het koelmiddel moet in de juiste opvangbakken worden opgevangen. Het systeem moet altijd worden gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Dit proces kan mogelijk meerdere keren herhaald moeten worden. Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt.

Het spoelen moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te verbreken met OFN en door te gaan met vullen totdat de werkdruk is bereikt, vervolgens af te laten naar de atmosfeer en uiteindelijk naar beneden te trekken tot een vacuüm. Dit proces wordt net zolang herhaald totdat er geen koelmiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer de laatste OFN-vulling gebruikt wordt, moet het systeem eerst ontlucht worden tot de atmosferische druk is bereikt dit om het werk mogelijk te kunnen maken. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als soldeerwerkzaamheden aan het leidingwerk moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie beschikbaar is. 13. OplaadproceduresNaast conventionele oplaad procedures moeten de volgende vereisten gevolgd worden.

Zorg ervoor dat er geen vervuiling van de verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van de vulapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn dit is om de hoeveelheid koelmiddel erin te kunnen minimaliseren. De cilinders moeten rechtop gehouden worden. Zorg er altijd voor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddel vult.

Geef het systeem een label als het vullen is voltooid (als dat nog niet het geval is). Er moet uiterste zorg worden besteed dat het koelsysteem niet te vol raakt. Voordat het systeem opnieuw gevuld wordt, moet het onder druk worden getest met OFN. Het systeem moet op lekken getest worden na voltooiing van het vullen, maar vóór inbedrijfstelling. Voordat de locatie verlaten wordt, moet een vervolg lek test uitgevoerd worden. 14. OntmantelingVoordat u deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de technicus volledig vertrouwd met de apparatuur is en alle details. Het wordt aanbevolen om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet een olie- en koelmiddelmonster worden genomen in geval dat de analyse vereist is voordat het teruggewonnen koudemiddel opnieuw wordt gebruikt.

12b) Isoleer elektrisch het systeem.c) Voordat u de procedure probeert, moet u ervoor zorgen dat: Indien nodig is er mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar voor het hanteren van koelmiddelcilinders. Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt;Het herstelproces staat te allen tijde onder toezicht van een bevoegd persoon; Terugwinningsapparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen.d) Pomp indien mogelijk het koelsysteem leeg.e) Als het niet onder vacuüm kan functioneren, maak dan een verdeelstuk zodat het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal wordt geplaatst voordat het herstel plaatsvindt.g) Start de herstelmachine en gebuik hem in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.h) Overvul de cilinders niet.

(Niet meer dan 80% volume vloeistof).i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.j) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, zorg er dan voor dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle afsluiters op de apparatuur gesloten zijn.k) Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden gevuld tenzij het is gereinigd en gecontroleerd.15. EtiketteringDe apparatuur moet voorzien worden van een etiket waarop staat dat deze buiten gebruik gesteld is en dat er geen koelmiddel meer in zit. Het etiket moet gedateerd en ondertekend worden. Zorg ervoor dat er etiketten op de apparatuur zijn waarop dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat staat vermeld.NL

1316. HerstelBij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buiten bedrijfstelling, wordt aanbevolen om het koelmiddel veilig te verwijderen. Zorg ervoor dat alleen geschikte koelmiddelterugwinningscilinders bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor het vasthouden van de totale vulling van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders zijn bedoeld voor het teruggewonnen koelmiddel en gelabeld voor dat koelmiddel (d. w. z. speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). Cilinders moeten compleet zijn met overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen, die in goede staat verkeren. Lege opvangcilinders worden leeggepompt en, indien mogelijk, gekoeld voordat het herstel plaatsvindt.

De terugwinningsapparatuur moet in goede staat staan met een set instructies met betrekking tot de apparatuur die voorhanden is en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van brandbare koelmiddelen. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar en in goede staat zijn. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppelingen en in goede staat verkeren. Controleer voordat u de terugwinningsmachine gebruikt of deze in goede staat verkeert, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koudemiddel wordt teruggestuurd naar de koudemiddelleverancier in de juiste recuperatiecilinder, en de relevante afvaloverdrachtsbrief wordt geregeld. Meng geen koelmiddelen in het terugwinningsaparaat en zeker niet in cilinders.

Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een aanvaardbaar niveau zijn afgevoerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft.

Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor aan de leveranciers wordt geretourneerd. Alleen elektrische verwarming van het compressorlichaam mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer er olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier uitgevoerd worden. NL.

14Voordat je aan de slag gaatVoorbereidingen vóór installatieDe installatie moet worden uitgevoerd in strikte overeenstemming met de instructies in deze handleiding.Het installeren van uw AC duurt ongeveer 30 minuten. Wij raden u aan dit met een helper te doen.We zijn er als u ons nodig heeft.

Neem voor hulp contact op met uw plaatselijke distributeur.OMGEVINGSTEMPERATUURBEREIK VOOR WERKING VAN DE UNITMODE (WIJZE) Temperatuurbereik MODE (WIJZE) TemperatuurbereikCool (Koelen) 16-35°C (60-95°F) Heat (Verwarmen) (pomp verwarmingsmodus) 5-30°C (41-86°F)Dry (Drogen) 13-35°C (55-95°F) Heat (Verwarmen) (elektrische verwarmingsmodus)≤30°C (86°F)Ken uw mobiele type airconditionerInformatie over de energieclassificatie.De energieclassificatie en geluidsinformatie voor deze unit zijn gebaseerd op de standaardinstallatie met gebruik van een niet-verlengd uitlaatkanaal zonder raamschuifadapter (zoals weergegeven in het installatiegedeelte van deze handleiding).

Tegelijkertijd moet het apparaat via de afstandsbediening in de COOL (KOELEN) en MODE (WIJZE) HIGH FAN SPEED (HOOG VENTILATORSNELHEID) werken.De eenheid met een verlengde uitlaatpijp van 3 meter werkt door middel van 2 uitlaatpijpen (diameter: 150mm, lengte: 1,5m + diameter: 130mm, lengte: 1,5 m). De energieclassificatie en geluidsinformatie voor unit met een verlengd uitlaatkanaal van 3 meter wordt niet beoordeeld. (Voor sommige modellen)OPMERKING:Wij raden aan dat de eenheid wordt gebruik bij een kamertemperatuur die lager is dan 35°C. Aangezien er het risico is dat de eenheid met een verlengde uitlaatpijp van 3 meter onder bepaalde extreme omstandigheden misschien niet werkt bij een temperatuur hoger dan 35°C wanneer bijvoorbeeld de onderste luchtinlaat voor 50% is geblokkeerd. Voorbereiding vóór installatieNL

15Hoe u koel kunt blijven met een nieuwe draagbare airconditioner (de modellen voldoen aan de vereisten van het Department of Energy in de VS). Vanwege een nieuwe federale testprocedure voor draagbare airconditioners zult u wellicht merken dat de claims over het koelvermogen op de verpakking van draagbare airconditioners aanzienlijk lager zijn dan die van modellen die vóór 2017 zijn geproduceerd. Dit is vanwege veranderingen bij de testprocedure; niet de draagbare airconditioners zelf. Hoe u een mobiele airconditioner koopt. Met de juiste airconditioner kunt u een kamer efficiënt koelen. Een te kleine eenheid zal niet adequaat genoeg koelen, terwijl een te grote eenheid niet genoeg vochtigheid zal weghalen zodat de lucht vochtig blijft aanvoelen.

Om de juiste airconditioner te vinden, bepaalt u de vierkante meters van de kamer die u wilt koelen door de lengte van de kamer te vermenigvuldigen met de breedte. Tevens moet u de BTU-waarde (British Thermal Unit) weten. Deze waarde geeft de hoeveelheid warmte aan die het uit een kamer kan verwijderen. Hoe hoger de waarde hoe meer koelvermogen er is voor een grotere kamer. (Zorg ervoor dat u alleen nieuwere modellen met elkaar vergelijkt. Oudere modellen lijken misschien een hogere capaciteit te hebben, maar zijn in werkelijkheid hetzelfde). Neem een apparaat dat een slag groter is als uw draagbare airconditioner in een zeer zonnige kamer, een keuken of een kamer met hoge plafonds zal worden geplaatst. Nadat u de juiste koelcapaciteit voor uw kamer hebt gevonden, kunt u naar andere functies kijken. Waarom nieuwere producten een lagere koelcapaciteit hebben dan oudere modellen.

16PRODUCTINSTALLATIELOCATIEDe plek waar u de eenheid wilt installeren moet aan de volgende vereisten voldoen:-Zorg ervoor dat u uw apparaat op een vlakke ondergrond installeert om geluid en trillingen te minimaliseren. -De unit moet in de buurt van een geaarde stekker worden geïnstalleerd en de afvoer van de opvangbak (aan de achterkant van de unit) moet toegankelijk zijn. -De unit moet minstens 30 cm (12”) van de dichtstbijzijnde muur worden geplaatst om een goede airconditioning te garanderen. De luchtuitlaat van het apparaat moet minimaal 50 cm (19.7”) verwijderd zijn van obstakels.-Dek de inlaten, uitlaten of de afstandsbedieningssignaalontvanger van het apparaat NIET af, aangezien dit schade aan het apparaat kan veroorzaken. Installatielocatie unit Beperkte ruimtevereisten≥30cm(12’’)≥50cm19.7’’≥50cm19.7’’≥30cm(12’’)NL

17ProductoverzichtMEDEDELING OVER DE ILLUSTRATIES:Alle illustraties in deze gebruiksaanwijzing zijn er alleen ter demonstratie. Uw machine kan ietwat afwijken. De daadwerkelijke vorm heeft voorrang. De eenheid kan worden gebruikt door middel van het bedieningspaneel of de afstandsbediening. In deze gebruiksaanwijzing wordt de bediening van de afstandsbediening niet vermeld. Zie de die bij het apparaat is geleverd voor meer informatie.

model A BedieningspaneelSignaalontvanger op afstandBedieningshendel voor verticale lamellen - handmatige aanpassing (op sommige modellen)FrontpaneelZwenkwieltjeHandvat (beide zijden)LuchtfilterLuchtinlaat bovenAfvoeruitlaatLuchtuitlaatLagere luchtinlaatAfvoer bodembakVooraanzicht AchteraanzichtMededeling wat betreft het ontwerp.De specificaties van het ontwerp van de eenheid en de afstandsbediening zijn zonder voorafgaande mededeling onderhevig aan veranderingen zodat de optimale prestaties van onze producten worden gegarandeerd. NL

22Bevestig uw raamtype (raamtype en openingsgrootte van verschillende typen)Schuifraam installatieInstallatie van opgehangen ramenVoor optimale prestaties tijdens gebruikONJUISTJUISTOPMERKING:Voor een goede werking mag u de slang NIET te ver uitrekken of buigen. Controleer of er een obstakels zitten rondom de luchtuitlaat van de uitlaatslang (rondom 500mm) zodat het uitlaatsysteem goed functioneert. Alle illustraties in deze gebruiksaanwijzing zijn er alleen ter demonstratie. Uw airconditioner kan ietwat afwijken. De daadwerkelijke vorm heeft voorrang.NL

24Sluit de adapter aan op het toestel en het raamModel A Model B Model CBoutBoutBuitenBinnenSchuifraam ASchuifraam BSchuifraam CSchuifraam BSchuifraam AofSchuiframenVóór het assemblerenNa het assemblerenBoutBoutBoutBoutBoutBoutBoutSchuiframenVóór het assemblerenNa het assemblerenBoutBoutBoutDe verstelbare schuifraam voorbereiden.Kies de verschuivers voor de ramen al naargelang de grootte van uw raam. Soms moet deze worden verkort om te voldoen aan de grootte van het raam. Let erop dat u de juiste maat afzaagt.Gebruik bouten om de verschuivers voor het raam vast te maken zodra ze op de juiste lengte zijn ingesteld.OPMERKING: Baseer de installatie van uw raamschuif op de accessoires in uw set en de breedte van uw raam.NL

26Hangende Ramen InstallatieStap 1: Stap 2: Stap 3:Steek de assemblage van de schuiver voor het raam in de raamopening.Snijd de niet-klevende C-strip van schuimrubber zo af zodat deze overeenkomt met de breedte van het raam. Steek de afdichting tussen het glas en het frame om te voorkomen dat lucht en insecten de kamer binnenkomen.Plaats de beugel met behulp van de 2 schroeven zoals geïllustreerd, indien gewenst.OPMERKING: Zodra de assemblage van de Uitlaatslang en de Verstelbare verschuiver voor het raam zijn voorbereid, moet u een van de volgende twee installatiemethoden kiezen.NL

27Schuifraam installatieStap 1: Stap 2: Stap 3:Steek de assemblage van de schuiver voor het raam in de raamopening.Snijd de niet-klevende C-strip van schuimrubber zo af zodat deze overeenkomt met de hoogte van het raam. Steek de afdichting tussen het glas en het frame om te voorkomen dat lucht en insecten de kamer binnenkomen.Plaats de beugel met behulp van de 2 schroeven zoals geïllustreerd, indien gewenst.OPMERKING: Zodra de assemblage van de Uitlaatslang en de Verstelbare verschuiver voor het raam zijn voorbereid, moet u een van de volgende twee installatiemethoden kiezen.NL

28Hangende Ramen Installatie Schuifraam installatieInstalleer de assemblage van de uitlaatslang op de eenheid. Sluit de adapter aan op het toestel en het raamDuw de uitlaatslang in de luchtuitlaatopening van het apparaat in de richting van de pijl.Steek de adapter van de verschuiver voor het raam in het gat van de schuiver voor het raam.NL

29Leer uw AC kennenGebruiksaanwijzing elektronische besturing156782431. POWER (VERMOGEN)- knopOn/off (Aan/Uit) uitschakelen. Draadloze bediening (op sommige modellen)Wordt gebruikt om de draadloze verbindingsmodus te starten. Als u de draadloze functie voor het eerst gebruikt, drukt u gedurende 3 seconden op de AAN/UIT-knop om de draadloze verbindingsmodus te starten. Op het LED DISPLAY (LED-SCHERM) wordt 'AP' weergegeven om aan te geven dat u een draadloze verbinding kunt instellen. Als de verbinding (router) binnen 8 minuten tot stand is gebracht, verlaat het apparaat de draadloze verbindingsmodus automatisch en gaat de draadloze indicator branden. Als de verbinding binnen 8 minuten mislukt, verlaat het apparaat automatisch de draadloze verbindingsmodus.

Nadat de draadloze verbinding tot stand is gebracht, kunt u bij sommige modellen tegelijkertijd de POWER (VERMOGEN)- en DOWN (OMLAAG) ( )-knoppen gedurende 3 seconden indrukken om de draadloze functie uit te schakelen. Op het LED DISPLAY (LED-SCHERM) wordt gedurende 3 seconden 'OF' weergegeven. Druk op de POWER (VERMOGEN) knop en UP (OMHOOG) ( ) om de draadloze functie in te schakelen en het LED-DISPLAY (LED-SCHERM) toont gedurende 3 seconden 'Aan'. OPMERKING: Wanneer u de draadloze functie opnieuw start, kan het enige tijd duren voordat er automatisch verbinding wordt gemaakt met het netwerk. 2. FAN (VENTILEREN)- knopDruk hierop om de ventilatorsnelheid in drie stappen HIGH (HOOG), LOW (LAAG) en AUTO te regelen. Onder verschillende ventilator instellingen gaat het controlelampje ventilator snelheid branden. 3. MODE (WIJZE)- knopSelecteert de juiste bedrijfsmodus.

Elke keer dat u op de knop drukt, wordt de modus geselecteerd in een volgorde die gaat van AUTO, DRY (DROGEN), COOL (KOELEN) en FAN (VENTILEREN). Het modusindicatielampje gaat branden onder de verschillende modusinstellingen. OPMERKING: In de AUTO-modus wordt de FAN (VENTILEREN)-snelheid automatisch aangepast.

AUTO modusDruk op de "MODE (WIJZE)"-knop totdat het "Auto"-indicatielampje gaat branden. In deze modus wordt de ventilatorsnelheid of de temperatuur automatisch aangepast. COOL (KOELEN) modusHoudt de knop “MODE (WIJZE)” net zolang ingedrukt totdat de indicator “COOL (KOELEN)” gaat branden. Druk op de UP (OMHOOG) en DOWN (OMLAAG)-knoppen “ " of “ " om de gewenste kamertemperatuur te selecteren. De temperatuur kan worden ingesteld binnen een bereik van 16°C~30°C/60°F~ 88°F. Druk op de knop “FAN (VENTILEREN)” om de snelheid van de ventilator in te stellen. DRY (DROGEN) modusDruk op de knop "MODE (WIJZE)" totdat het indicatielampje "Dry (Drogen)" gaat branden. In deze modus kan de ventilatorsnelheid of de temperatuur niet worden aangepast. De motor van de ventilatorwerkt op Auto-snelheid. OPMERKING: Houd ramen en deuren dicht zodat het beste ontvochtigingseffect wordt bereikt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Comfee Smart Cool 7000 Plus stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden