Comfee Silent Air Cooler Handleiding

Comfee Airco Silent Air Cooler

Bekijk gratis de handleiding van Comfee Silent Air Cooler (122 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 57 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Comfee Silent Air Cooler of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/122

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Comfee
Categorie: Airco
Model: Silent Air Cooler

Handleiding Comfee Silent Air Cooler – volledige tekst

Als u deze luchtontvochtiger gebruikt in Europese landen, moet de volgende informatie opgevolgd worden:VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd stedelijk afval.

Het afzonderlijk inzamelen van dit soort afval voor speciale behandeling is noodzakelijk.Het is verboden om dit toestel weg te gooien met het huishoudelijk afval.Er zijn verschillende mogelijkheden voor het verwijderen ervan:A) De stad heeft inzamelsystemen ingesteld waar elektronisch afval gratis door de gebruiker kan worden afgevoerd.B) Als u een nieuw product koopt zal de winkelier het oude product gratis terugnemen.C) De fabrikant zal het oude toestel gratis terugnemen voor verwijdering ervan.D) Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten kunnen ze verkocht worden aan schroothandelaars.Het zomaar weggooien van afval in bossen en Velden brengt uw gezondheid in gevaar omdat gevaarlijke stoffen in het grondwater kunnen lekken en zo hun weg naar de voedselketen vinden.SOCIALE OPMERKING

1INHOUDVEILIGHEIDSMAATREGELENWaarschuwing. 2Let op. 3Elektrische informatie. 4WAARSCHUWINGEN (enkel gebruiken met R290/R32 koelmiddel). 5BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGERBedieningstoetsen. 11Andere functies. 12IDENTIFICATIE VAN ONDERDELENIdenticatie van onderdelen. 14Het apparaat positioneren. 15WERKEN MET HET APPARAATBij het gebruik van het apparaat. 15Het opgevangen water verwijderen. 16ZORG EN ONDERHOUDZorg en reiniging van de luchtontvochtiger. 17PROBLEEMOPLOSSING TIPSProbleemoplossing tips. 19Lees Deze HandleidingIn deze handleiding vindt u vele nuttige tips over hoe uw luchtontvochtiger correct te gebruiken en te onderhouden. Gewoon wat preventieve zorg van uw kant, kan u heel wat tijd en geld besparen tijdens de levensduur van uw luchtontvochtiger. U zult veel antwoorden vinden op vaak voorkomende vragen in de probleemoplossing tips tabel.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN2Om letsel bij de gebruiker of andere personen en materiële schade te voorkomen, moet men de volgende instructies naleven. Een foute bediening door het negeren van instructies kan letsel of schade veroorzaken. ■ De ernst wordt geclassiceerd aan de hand van de volgende indicaties. WAARSCHUWING Dit symbool geeft de mogelijkheid op overlijden of ernstig letsel aan. LET OPDit symbool geeft de mogelijkheid op letsel of schade aan eigendommen aan. ■ De symbolen in deze handleiding betekenen zoals hieronder getoond wordt. Doe dit nooit. Doe dit altijd. [Ga niet over de classicatie van het stopcontact of het verbindingsapparaat. [Bedien of stop het apparaat niet door de stekker in te steken of uit te trekken. [Gebruik geen niet-gespeciceerd netsnoer of beschadig het niet.

• Anders kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken ten gevolge van een overmatige warmteontwikkeling. • Het kan een elektrische schok of brand veroorzaken ten gevolge van warmteontwikkeling. • Het kan een elektrische schok of brand veroorzaken. [Wijzig de lengte van het netsnoer niet of deel het stopcontact niet met andere apparaten [Steek de stekker niet in of trek deze niet uit met natte handen. [Plaats het apparaat niet in de buurt van een warmtebron. • Het kan een elektrische schok of brand veroorzaken ten gevolge van warmteontwikkeling. • Het kan een elektrische schok veroorzaken. • Kunststof onderdelen kunnen smelten en brand veroorzaken. [Sluit de stroom af als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen. [Probeer nooit om het apparaat zelf uit elkaar te halen of te repareren. [Vóór het reinigen moet je de stroom uitschakelen en het apparaat loskoppelen.

• Het kan brand en elektrische schok veroorzaken. • Het kan een storing aan de machine of een elektrische schok veroorzaken. • Het kan een elektrische schok of letsel veroorzaken.

[Gebruik de machine niet in de nabijheid van ontvlambaar gas of brandbare stoffen, zoals benzine, benzeen, thinner, enz. [Drink of gebruik het water dat uit het apparaat werd afgetapt niet. [Verwijder de waterbak niet tijdens de werking. • Het kan een ontplofng of brand veroorzaken. • Het is verontreinigd en je kunt er ziek van worden. • Dit kan de bak vol bescherming van het apparaat activeren en een elektrische schok veroorzaken. WAARSCHUWINGVEILIGHEIDSMAATREGELEN.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN3 [Gebruik het apparaat niet in kleine ruimtes. [Zet het nergens waar water op het apparaat kan spatten [Zet het apparaat op een vlak, stevig gedeelte van de vloer. • Gebrek aan ventilatie kan oververhitting en brand veroorzaken. • Water kan het apparaat binnendringen en de isolatie aantasten. Dit kan elektrische schok of brand veroorzaken. • Als het apparaat omvalt, kan er water gemorst worden wat je eigendommen kan beschadigen of een elektrische schok of brand kan veroorzaken. LET OP [Dek de in- of uitlaatopeningen niet af met doeken of handdoeken. [Voorzichtigheid is geboden als je het apparaat gebruikt in een ruimte met de volgende personen: [Gebruik het niet in gebieden waar chemicaliën worden gehanteerd. • Als er een gebrek aan luchtstroom is kan dit leiden tot oververhitting en brand. • Baby's, kinderen, ouderen en mensen die niet gevoelig zijn voor vocht.

• Dit zal ervoor zorgen dat het apparaat verslechtert vanwege chemicaliën en oplosmiddelen die in de lucht zijn opgelost. [Steek nooit je vinger of andere voorwerpen tussen de roosters of in openingen. Zorg ervoor dat je kinderen zeker waarschuwt voor deze gevaren. [Plaats geen zwaar voorwerp op het netsnoer en wees voorzichtig dat het snoer niet wordt samengeperst. [Klim of zit niet op het apparaat. • Het kan een elektrische schok of een storing aan het apparaat veroorzaken. • Het gevaar op brand of een elektrische schok bestaat. • Je kunt jezelf kwetsen als je valt of als het apparaat omvalt. [Plaats de lters steeds goed. Reinig de lter eens per twee weken. [Als er water het apparaat binnendringt, schakel het apparaat dan uit en neem contact op met een gekwaliceerde servicemonteur. [Plaats geen vazen of andere watercontainers op het apparaat.

• Water kan in het apparaat terechtkomen, wat kan leiden tot het niet goed werken van de isolatie en elektrische schokken of brand kan veroorzaken. LET OP. LET OP• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat op een veilige manier en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet door kinderen worden gedaan als ze niet onder toezicht staan (van toepassing voor Europese landen).

VEILIGHEIDSMAATREGELEN4• Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen, (van toepassing voor alle landen behalve Europese landen)• Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsvertegenwoordiger of personen met vergelijkbare kwalicaties om gevaar te voorkomen. • Het apparaat moet geïnstalleerd worden volgens de nationale bedradingsvoorschriften. • Het apparaat met elektrische verwarming moet minstens 1 meter ruimte hebben ten opzichte van ontvlambare materialen.

• Voor onderhoud of herstelling van dit apparaat neem je contact op met de bevoegde servicemonteur. • Gebruik het stopcontact niet als het los zit of beschadigd is. • Gebruik je luchtontvochtiger niet in een natte ruimte zoals een badkamer of wasruimte. • Gebruik dit product niet voor andere functies dan degene die in deze handleiding beschreven worden• Contacteer de geautoriseerde installateur voor installatie van dit apparaat. • Als de luchtontvochtiger tijdens het gebruik omviel, moet je het apparaat uitschakelen en onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Inspecteer het apparaat op zicht om er zeker van te zijn dat er geen schade is. • Als je vermoedt dat het apparaat beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantenservice voor bijstand. • Tijdens een onweer moet de stroom worden afgesloten om schade aan het apparaat ten gevolge van bliksem te voorkomen.

• Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen mag je deze ventilator niet gebruiken met een snelheidsstuurtoestel in vaste toestand.

• Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met vloerkleden, -lopers of gelijkaardige vloerbekleding. Leid het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer uit de buurt van het verkeersgebied en waar men er niet kan over struikelen. • Open het apparaat niet tijdens het gebruik. • Raak de metalen delen van het apparaat niet aan wanneer de luchtlter verwijderd moet worden. • Houd de stekker vast aan het uiteinde van de stekker wanneer je hem uit trekt. Elektrische informatie• Op het achterpaneel van het apparaat vind je het naamplaatje van de fabrikant terug wat elektrische en andere technische gegevens bevat die speciek zijn voor dit apparaat. • Verzeker je ervan dat het apparaat correct geaard is. Om het gevaar op schokken en brand tot een minimum te herleiden, is een goede aarding belangrijk.

Het netsnoer is uitgerust met een driepolige aardingstekker als bescherming tegen schokken. • Gebruik je apparaat enkel in een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat je wilt gebruiken onvoldoende geaard is of beschermd wordt door een tijdvertragingszekering of stroomonderbreker (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald aan de hand van de maximale stroomsterkte van het apparaat. ) De maximale stroomsterkte wordt aangegeven op het naamplaatje op het apparaat), laat dan een gekwaliceerde elektricien het juiste stopcontact installeren. • Ensure the receptacle is accessible after the unit installation. • Gebruik geen verlengsnoeren of adapterstekkers met dit apparaat. Is het echter nodig dat je een verlengsnoer gebruikt, gebruik dan alleen een goedgekeurd “Luchtontvochtiger” verlengsnoer (verkrijgbaar in de meeste plaatselijke ijzerwinkels).

• Om de mogelijkheid op lichamelijk letsel tot een minimum te herleiden, moet de stroomtoevoer naar het apparaat altijd worden afgesloten, vóór installatie en/of onderhoud.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN5Neem nota van de specicaties van de zekeringDe printplaat (PCB) van het apparaat is ontworpen met een zekering om overstroombeveiliging te voorzien. De specicaties van de zekering staan afgedrukt op de printplaat, bijvoorbeeld: T 3. 15A/250V (or 350V), enz. OPMERKING: Alle afbeeldingen in de handleiding zijn enkel ter referentie. De werkelijke vorm van het apparaat dat je gekocht hebt, kan enigszins afwijken, maar de bedieningen en functies zijn hetzelfde. Opmerking over geuoreerde gassen – Geuoreerde broeikasgassen worden bewaard in hermetisch afgesloten apparatuur. Voor specieke informatie over de soort, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in tonnen van het geuoreerde broeikasgas (bij sommige modellen), raadpleeg je best het relevante etiket op het apparaat zelf.

– Installatie, service, onderhoud en reparatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde monteur. – Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde monteur. WAARSCHUWINGEN (enkel gebruiken met R290/R32 koelmiddel)• Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken, anders dan degenen die aanbevolen zijn door de fabrikant. • Je moet het apparaat opbergen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). • Niet doorboren of verbranden. • Weet dat de koelmiddelen mogelijk geurloos zijn. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeborgen in een ruimte met een vloeroppervlak dat groter is dan 4 m2. • Het naleven van de nationale gasvoorschriften moet worden verzekerd.

• Een waarschuwing dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de grootte overeenkomt met de ruimte die is gespeciceerd voor gebruik. • Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen in een koudemiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een geldig certicaat van een door de industrie geaccrediteerde beoordelingsautoriteit, die hun bevoegdheid om koelmiddelen veilig te behandelen in overeenstemming met een door de branche erkende beoordelingsspecicatie autoriseert. • Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel vereist is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN6Uitleg van de symbolen die op het apparaat worden weergegeven (het apparaat gebruikt alleen R32/R290 koelmiddel):WAARSCHUWINGDit symbool geeft aan dat dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat de kans op brand. LET OPDit symbool geeft aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. LET OPDit symbool geeft aan dat servicepersoneel deze apparatuur moet hanteren met verwijzing naar de installatiehandleiding. LET OPDit symbool duidt op de aanwezigheid van informatie, zoals de bedieningshandleiding of installatiehandleiding. WAARSCHUWINGEN (enkel gebruiken met R290/R32 koelmiddel)1. Vervoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen bevatZie transportvoorschriften2. Het markeren van apparatuur met behulp van bordenZie lokale voorschriften3.

Afvoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen gebruiktZie nationale voorschriften. 4. Opslag van apparatuur/apparatenDe apparatuur moet opgeslagen worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. 5. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuurDe opslagpakket beveiliging moet zodanig vervaardigt zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelvulling veroorzaakt. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door lokale voorschriften. 6. Informatie over onderhoud 1) Controles van het gebiedAlvorens met werkzaamheden aan systemen met brandbare koelmiddelen te beginnen, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt.

Voor herstellingen aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeem te starten.

2) WerkprocedureDe werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op aanwezigheid van een ontvlambaar gas of damp terwijl het werk wordt uitgevoerd tot een minimum te herleiden. 3) Algemeen werkgebiedAl het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werkzaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werken in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte zal worden afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn door het beheren van ontvlambaar materiaal. 4) Controleren op aanwezigheid van koelmiddelHet gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om te verzekeren dat de monteur op de hoogte is van potentieel ontvlambare atmosferen.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN7Als er warm werk moet worden uitgevoerd op de koelapparatuur of daarmee samenhangende onderdelen, moet een geschikt brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een droog poeder of C02 brandblusser naast het laadgebied. 6) Geen ontstekingsbronnenIemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij pijpwerk dat brandbaar koelmiddel bevat of bevatte wordt blootgesteld, moet alle ontstekingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico op een brand of ontplofng. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand gehouden worden van de plaats van installatie, herstelling, verwijdering en afvoer, gedurende dewelke mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan worden vrijgegeven in de omliggende ruimte.

Voordat het werk uitgevoerd wordt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gevaar op ontvlamming of ontstekingsrisico's zijn. Er worden ook Niet Roken borden geplaatst. 7) Geventileerde ruimteZorg ervoor dat het gebied buiten is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat het systeem wordt geopend of wanneer er sprake is van warm werk. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er ventilatie zijn. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur het uitwendig in de atmosfeer uitstoten. 8) Controles van de koelapparatuurAls er elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten deze geschikt zijn voor het doel en de juiste specicatie hebben. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten steeds worden gevolgd.

De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken:Dat de laadgrootte is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddel bevattende onderdelen geïnstalleerd zijn;Dat de ventilatieapparatuur en -uitlaten adequaat werken en niet belemmerd worden;Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel;De markering op de apparatuur is zichtbaar en leesbaar.

Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd;Koelleidingen of -onderdelen worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddel bevattende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze beschermd zijn tegen het zodanig gecorrodeerd worden. 9) Controles van elektrische apparatenHerstelling en onderhoud van elektrische componenten omvat initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het naar tevredenheid afgehandeld werd.

Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is om door te gaan, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen hierover geadviseerd zijn. Initiële veiligheidscontroles omvatten:Dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen;Dat er geen elektrische componenten en bedrading waar spanning op zit worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of zuiveren van het systeem;Dat er continuïteit van aarding is. 7.

Herstellingen aan verzegelde onderdelen1) Tijdens herstellingen aan verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voorzieningen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat de verzegelde bedekkingen, enz. verwijderd worden. Als het absoluut nodig is om een elektrische voeding te hebben tijdens onderhoudswerkzaamheden, dan moet er zich een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt bevinden om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN82) In het bijzonder moet er aandacht worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door te werken aan elektrische onderdelen, de behuizing niet op zo'n manier wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau hierdoor beïnvloed wordt. Dit is inclusief schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, terminals die niet werden gemaakt volgens de oorspronkelijke specicatie, schade aan afdichtingen, foutieve aansluiting van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat veilig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechterd zijn dat ze het binnendringen van ontvlambare atmosferen niet meer kunnen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten overeenstemmen met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconen kit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekkagedetectie apparatuur belemmeren.

Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan gewerkt wordt. 8. Herstellingen aan intrinsiek veilige onderdelenBreng geen permanente inductieve of lastcapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de correcte notering hebben. Vervang onderdelen enkel met onderdelen die door de fabrikant gespeciceerd zijn Andere onderdelen kunnen ertoe leiden dat koelmiddel lekt en in de atmosfeer ontbrandt. 9. BekabelingGa na of de bekabeling niet onderhevig was aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten.

Bij het controleren moet men ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren. 10.

Detectie van ontvlambare koelmiddelenEr mogen in geen enkel geval potentiële ontstekingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddellekkages. Een halogenide fakkel (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt. 11. Lekkage detectiemethodesDe volgende lekkage detectiemethodes worden aanvaard voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekkagedetectoren worden gebruikt voor het detecteren van ontvlambare koelmiddelen, maar mogelijk is de gevoeligheid niet toereikend of moet het opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte. ) Verzeker je ervan dat de detector geen potentiële ontstekingsbron en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.

Lekkage detectieapparatuur zal worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en gekalibreerd worden volgens het gebruikte koelmiddel en het juiste percentage aan gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekkage detectievloeistoffen zijn geschikt om gebruikt te worden met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen dient echter te worden vermeden omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en dit het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is, wordt alle open vuur verwijderd/gedoofd. Als er lekkage van koelmiddel wordt vastgesteld waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem verwijderd of geïsoleerd worden (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt.

Zowel vóór als tijdens het soldeerproces moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld. 12. Verwijdering en evacuatieBij het openen van het koelcircuit om herstellingen uit te voeren of voor welk doel dan ook, moeten conventionele procedures worden gebruikt.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN9Open het circuit door te snijden of te lassen. De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in de correcte recuperatie cilinders. Het systeem wordt gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Voor deze taak mag men geen gebruik maken van perslucht of zuurstof. Het spoelen moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en te blijven vullen tot men de werkdruk bereikt, vervolgens moet er in de atmosfeer worden ontlucht en tenslotte vacuümtrekken. Men moet dit proces blijven herhalen totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot de atmosferische druk om het werk mogelijk te maken. Deze bewerking is van vitaal belang als er aan het leidingwerk soldeer activiteiten moeten plaatsvinden.

Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie beschikbaar is. 13. LaadproceduresNaast de normale laadprocedures moet men ook de volgende vereisten volgen. Verzeker je ervan dat er geen verontreiniging met verschillende koelmiddelen plaatsvindt als je laadapparatuur gebruikt. Slangen of leidingen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich erin bevindt tot een minimum te herleiden. Cilinders moeten rechtop worden bewaard. Verzeker je ervan dat het koelsysteem geaard is voordat je het systeem met koelmiddel vult. Plaats een label op het systeem als het opladen voltooid is (indien dit nog niet het geval is). De uiterste zorgvuldigheid is geboden om ervoor te zorgen dat het koelsysteem niet overvult wordt. Het systeem moet onder druk getest worden met OFN voordat het opnieuw wordt opgeladen.

Na het voltooien van het opladen maar vóór de inbedrijfstelling moet het systeem worden getest op lekkage. Voor het verlaten van de site zal er nog een lektest uitgevoerd. 14.

BuitengebruikstellingVoordat men deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en de details ervan. Het is de aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig te recupereren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet men een monster van de olie en het koelmiddel nemen voor het geval er een analyse nodig is voor het teruggewonnen koelmiddel opnieuw kan worden gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt gestart. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking. b) Isoleer het systeem elektrisch.

c) Verzeker je hiervan voordat je de procedure probeert:Er is, indien nodig, uitrusting voor mechanische behandeling beschikbaar voor het hanteren van koelmiddelcilinders; Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt;Het herstelproces wordt te allen tijde gecontroleerd door een bevoegd persoon;Recuperatie apparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Draineer het koelmiddelsysteem indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat je het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kunt verwijderen. f) Verzeker je ervan dat de cilinder zich op de schalen bevindt voordat het herstel plaatsvindt. g) Start de herstel machine en werk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. h) Doe de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloeibare lading).

i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct gevuld werden en het proces voltooid is, moet je ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur afgesloten zijn.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN10k) Gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij dit gereinigd en gecontroleerd is. 15. EtiketteringDe apparatuur moet een etiket krijgen met de vermelding dat het buitengebruik gesteld is en het koelmiddel geleegd werd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Verzeker je ervan dat er op de apparatuur etiketten aanwezig zijn met de melding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat. 16. RecuperatieBij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitengebruikstelling, is de aanbevolen goede werkwijze het veilig verwijderen van alle koelmiddelen. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders moet men ervoor zorgen dat er alleen geschikte koelmiddel recuperatiecilinders worden gebruikt. Zorg ervoor er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor het houden van de totale systeemvulling.

Alle cilinders die gebruikt gaan worden zijn bestemd voor het gerecupereerde koelmiddel en geëtiketteerd voor dat koelmiddel (d. w. z. speciale cilinders voor het recupereren van koelmiddel). De cilinders moeten compleet en in goede staat zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen. Lege recuperatiecilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het recupereren plaatsvindt. De recuperatieapparatuur moet in goede staat zijn met een instructies aangaande de voorhanden zijnde apparatuur en moet geschikt zijn voor het recupereren van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moeten er gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn die in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppelingen en in goede staat verkeren.

Voordat je de recuperatie machine gebruikt moet je controleren of deze in goede staat, goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen afgedicht werden om ontvlamming te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant als je twijfelt.

Het gerecupereerde koelmiddel wordt geretourneerd naar de leverancier van het koelmiddel in de correcte recuperatiecilinder en de relevante afvaltransportnota wordt geregeld. Meng geen koelmiddelen in recuperatie eenheden en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën verwijderd dienen te worden, moet je jezelf ervan verzekeren dat ze geëvacueerd zijn tot een aanvaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor geretourneerd wordt naar de leveranciers. Er mag alleen elektrische verwarming gebruikt worden op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier gebeuren.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN11OPMERKING: Het bedieningspaneel van het door jou gekochte apparaat kan enigszins verschillen naargelang het model. 12345678Wireless gebruik op controlelampjeTimer controlelampjeVentilatorsnelheid controlelampjeOpvangbak vol indicatielichtjeDroger werking aan indicatielichtjeDoorlopende werking aan indicatielichtjeSlimme ontvochtiger gebruik op controlelampje IApparaat werking aan indicatielichtjeFig. 1Bedieningstoetsen Wanneer u de knop indrukt om van gebruiksmodus te veranderen, zal de eenheid een bliep geluid maken om aan te tonen dat het van modus aan het veranderen is. 1 Aan/Uit-toetsDruk erop om de luchtontvochtiger aan en uit te zetten. OPMERKING: Wanneer de compressor opstart of stopt, kan het zijn dat de eenheid een luid geluid maakt, dit is normaal.

2 Mode-toetsDruk erop om de gewenste bedieningsmodus te kiezen uit Ontvochtigen, Droger, Doorlopend ontvochtigen en Smart ontvochtigen. OPMERKING: Droger en Smart ontvochtigen modi zijn optioneel. 3 4 / : Boven/Onder Kussen• Luchtvochtigheid instellen bedieningstoetsenDe vochtigheidsgraad kan worden ingesteld van 35% RV (relatieve luchtvochtigheid) tot 85% RV (relatieve luchtvochtigheid) in stappen van 5%. Voor droger lucht, druk op het kussen en stel een lager percentage (%) in. Voor vochtig lucht, druk het kussen en stel een hoger percentage (%) in. • TIMER instellen bedieningstoetsenGebruik de Omhoog/omlaag toetsen om de Auto start en Auto stop tijd instellen van 0,0 tot 24u. 5 Ventilator KussenBeheer de ventilatorsnelheid. Druk om ventilatorsnelheid te selecteren, in drie stappen: laag, medium en hoog.

Het ventilatorsnelheid controlelampje licht op onder verschillende instellingen van ventilatorsnelheid. Maar als u voor een hoge ventilatorsnelheid kiest, zal zowel de lage als medium ventilatorsnelheid verlichting oplichten. 6 Timer-toetsDruk om de Auto start en Auto stop functies te starten, samen met het en kussen.

BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER128 DisplayToont het ingestelde vochtigheidsniveau in % van 35% tot 85% of auto start/stop tijd (0-24u) instelling, en toont vervolgens de actuele (5% nauwkeurigheid) luchtvochtigheid in de kamer in % van 30% RV (relatieve luchtvochtigheid) tot 90% RV (relatieve luchtvochtigheid). Foutcodes en Beveiligingscodes:AS- Vochtigheid sensor module fout- Koppel de eenheid los en steek hem terug in. Indien de fout zich herhaalt, gelieve te bellen voor dienstverlening. ES- Temperatuursensor fout- Ontkoppel het apparaat en sluit het weer aan. Als de fout zich blijft voordoen, dien je contact op te nemen voor service. P2-De opvangbak is vol of de emmer staat niet op de juiste positie -- Ledig de opvangbak en zet hem op de juiste plaats terug.

Andere functiesOpvangbak vol lichtLicht op wanneer de opvangbak geleegd dient te worden, of wanneer de opvangbak verwijderd werd of niet op de juiste positie werd teruggeplaatst. Auto UitschakelenAls de opvangbak vol is of als de opvangbak verwijderd werd of niet op de juiste positie teruggeplaatst werd, wordt de ontvochtiger uitgeschakeld. Bij sommige modellen blijft de ventilatormotor 30 seconden werken. Auto OntdooienAls er zich vorst op de verdampingsspoelen ophoopt, gaat de compressor cyclus uit en blijft de ventilator draaien totdat de vorst weg is. OPMERKING: Tijdens de auto ontdooien werking kan het apparaat het geluid van stromend koelmiddel voortbrengen, dit is normaal. Wacht 3 minuten voordat je de werking hervatNadat het apparaat stopte, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw gestart. Dit dient om het apparaat te beschermen. De werking start automatisch na 3 minuten.

Smart ontvochtigen modus (optioneel)In de smart ontvochtigen modus regelt het apparaat automatisch de luchtvochtigheid in de ruimte in een comfortabel bereik tussen 45% ~ 55% afhankelijk van de kamertemperatuur. De ontvochtigen instellen functie zal niet werken.

Auto-HerstartenAls het apparaat onverwachts stopt omwille van een stroomonderbreking, wordt het automatisch herstart met de vorige functie-instelling als de stroom terugkeert. De Timer instellen• Druk om de Auto start of Auto stop functie te starten, samen met de en kussen. • Wanneer de eenheid aan is, druk op het Timer kussen om de AUTO STOP functie te activeren. Wanneer de eenheid uit staat, druk op deze knop om de AUTO START functie te activeren. • Druk op of houdt de OMHOOG of OMLAAG toets ingedrukt om de Auto tijd te wijzigen in stappen van 0,5u, tot 10u, daarna in stappen van 1 u tot 24u. De besturing zal aftellen naar de overblijvende tijd tot u opnieuw kan starten. • De gekozen tijd wordt binnen 5 seconden geregistreerd en het systeem keert automatisch terug naar de vorige luchtvochtigheidsinstelling. • De eenheid AAN of UIT zetten of het aanpassen van de timerinstelling naar 0.

0 wordt de Auto Start of Auto Stop functie geannuleerd. • Wanneer het LED display de code P2 weergeeft, wordt de Auto Start of Auto Stop functie ook geannuleerd. BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER.

BEDIENINGSTOETSEN OP DE LUCHTONTVOCHTIGER13Droger-modus (optioneel)Het apparaat werk tegen de MAX ontvochtiging functie als het zich in de droger-modus bevindt. De ventilatorsnelheid is vastgesteld op hoge ventilatorsnelheid.OPMERKING:• De Droger modus dient te worden gebruikt in een gesloten ruimte, open geen deur of raam.• Om de beste ontvochtiging te laten plaatsvinden, droog de natte kleding eerst uit.• Zorg ervoor dat de luchtstroom richting de natte kleding is gericht (Zie Fig. A).• Dikke en zware natte kleren zullen mogelijk niet de efficiëntste ontvochtiging krijgen.!LET OP• Dek de luchtinlaat van het apparaat niet af met kleren. Kan excessieve warmte, brand of fout in de eenheid veroorzaken.• Plaats geen natte kleren bovenop het apparaat en laat geen water in het apparaat druppelen.

Dit kan een elektrische schok of storing aan het apparaat veroorzaken.30~50cm 30~50cm Natte klerenLuchtstroom Fig.ASta 30~50 cm afstand toe aan de boven- en rechterkant van het apparaat ten opzichte van de natte kleren.

IDENTIFICATIE VAN ONDERDELEN15Het apparaat positionerenEen luchtontvochtiger die in een kelder gebruikt wordt, heeft weinig of geen effect bij het drogen van een aanpalend gesloten opslaggebied, zoals een kast, tenzij er voldoende luchtcirculatie in en uit het gebied is. • Niet buiten gebruiken. • Deze luchtontvochtiger is alleen bedoeld voor huishoudelijk gebruik binnen. Deze luchtontvochtiger mag niet worden gebruikt voor commerciële of industriële doeleinden. • Plaats de ontvochtiger op een gladde, vlakke vloer die sterk genoeg is om het apparaat met een volle opvangbak te kunnen dragen. • Sta minstens 20 cm luchtruimte aan alle kanten van het apparaat toe voor een goede luchtcirculatie. • Zet het apparaat in een ruimte waar de temperatuur niet onder de 5°C(41°F) zakt. De spoelen kunnen worden bedekt met vorst bij temperaturen onder 5°C(41°F), dit kan de prestaties verminderen.

• Zet het apparaat niet in de buurt van een wasdroger, verwarming of radiator. • Gebruik het apparaat daar waar boeken of waardevolle voorwerpen bewaard worden om zodoende vochtschade te voorkomen. • Gebruik de luchtontvochtiger in een kelder om vochtschade te vermijden. • De luchtontvochtiger moet in een afgesloten ruimte gebruikt worden om het meest efciënt te kunnen zijn. • Sluit alle deuren, ramen en andere openingen naar de kamer. 40cm of meer20cm of meer20cm of meer20cm of meerFig. 420cm of meerLuchtuitlaat roosterLuchtinlaat roosterZwenkwielen (installeer ze op vier punten aan de onderkant van het apparaat)• Forceer de zwenkwielen niet om over een tapijt te rijden en verplaats het apparaat niet als er water in de emmer is. (Het apparaat kan omkantelen en water morsen. )OPMERKING: Zwenkwielen zijn optioneel, sommige modellen hebben er geen.

Bij het gebruiken van het apparaat• Als je de luchtontvochtiger voor de eerste keer gebruikt, moet je het apparaat gedurende 24 uur continu laten werken.

• Dit apparaat is ontworpen om te werken in een werkomgeving tussen de “5°C/41°F” en “32°C/90°F”, en tussen 30% (RV) en 80% (RV). • Als het apparaat uitgeschakeld werd en snel opnieuw moet worden ingeschakeld, moet je ongeveer drie minuten wachten tot de correcte werking wordt hervat. • Sluit de luchtontvochtiger niet aan op een verdeeldoos, die ook gebruikt wordt voor andere elektrische apparaten. • Kies een geschikte plaats en verzeker je ervan dat je gemakkelijk bij een stopcontact kunt. • Sluit het apparaat aan op een geaard stopcontact. • Verzeker je ervan dat de opvangbak correct geplaatst is, anders zal het apparaat niet goed werken. OPMERKING: Wees voorzichtig met het bewegen van het apparaat als het water in de opvangbak een bepaald niveau bereikt, dit om te voorkomen dat het omvaltIDENTIFICATIE VAN ONDERDELEN.

WERKEN MET HET APPARAAT16Het opgevangen water verwijderenEr zijn twee manieren om het opgevangen water te verwijderen.1. Gebruik de opvangbak• Als de opvangbak vol is, licht het indicatielichtje Full op, en op het digitale display verschijnt er P2.• Trek de opvangbak er langzaam uit. Houd de linker- en rechterhandvaten stevig vast en trek voorzichtig recht naar buiten zodat er geen water gemorst wordt. Zet de opvangbak niet op de vloer omdat de bodem van de opvangbak niet effen is. Indien je dit toch doet zal de opvangbak omvallen en water gemorst worden.• Giet het water weg en plaats de opvangbak opnieuw. De opvangbak moet op zijn plaats zitten en beveiligd zijn opdat de luchtontvochtiger kan werken.• Het apparaat herstelt zijn oorspronkelijke staat als de opvangbak op de correcte plaats wordt teruggezet.1. Trek de opvangbak er een stukje uit.Fig. 52.

Hou beide zijden van de opvangbak stevig vast en trek hem uit het apparaat.Fig 63. Giet het water weg.OPMERKINGEN:• Als je de opvangbak verwijdert, raak dan geen onderdelen aan in het apparaat. Als je dit wel doet, kan dit het product beschadigen. Zorg ervoor dat je de opvangbak zachtjes helemaal in het apparaat duwt.• Als je de opvangbak ergens tegenaan slaat of hem er niet goed induwt, kan het apparaat niet werken.• Indien u de emmer verwijderd en er nog water in de eenheid is, dient u dit te drogen.WERKEN MET HET APPARAAT

WERKEN MET HET APPARAAT17Het opgevangen water verwijderen2. Doorlopende drainage• Het water kan automatisch worden geleegd in een afvoerputje door een waterslang op het apparaat aan te sluiten (niet meegeleverd). • Verwijder de rubberen plug van de afvoerslang uitlaat aan de achterkant. Bevestig een afvoerslang (ID=13,5 mm) en voer deze naar het afvoerputje of een geschikte afvoerfaciliteit (zie Fig. 7). • Zorg ervoor dat de slang veilig is, zodat er geen lekken optreden. • Richt de slang in de richting van de afvoer, zorg ervoor dat er geen kronkels zijn in de slang die het water doen stoppen met vloeien. • Leg het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang waterpas of recht naar beneden loopt om het water vlotjes te laten stromen. Laat het nooit boven. • Zorg ervoor dat de waterslang lager ligt dan de afvoerslang uitgang.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Comfee Silent Air Cooler stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden