Comfee Infini Save 18 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Comfee Infini Save 18 (60 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Comfee Infini Save 18 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
Split Air Conditioner
INFINI SAVE
INFINI SAVE
WWW.MIDEAGERMANY.DE
Read this manual
carefully before installing
or operating your new air
conditioning unit. Make
sure to save this manual
for future reference.
EN
DE
NL
FR
IT
SAFETY MANUAL

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Comfee
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: Infini Save 18
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Gewicht verpakking: 53700 g
Soort: Splitssysteem
Geschikt voor ruimtes tot: 32 m²
Koelend medium: R32
Inverter technologie: Nee
Smartphone ondersteuning op afstand: Ja
Multi-split: Nee
Air conditioner functies: Cooling, Heating, Ventilating
Ionisator: Ja
Seizoensgebonden rendement (koeling) (SEER): 7
Seasonal efficiency rating (verwarming) (SCOP): 4
Jaarlijks energieverbruik (koelen): 265 kWu
Jaarlijks energieverbruik (verwarming) (warmer stookseizoen): 1436 kWu
Jaarlijks energieverbruik (verwarming) (gemiddelde stookseizoen): - kWu
Energie-efficiëntieklasse (koeling): A++
Extern geluidsniveau: 65 dB
Intern geluidsniveau (hoge snelheid): 57 dB
Op afstand bedienbaar: Ja
Koelcapaciteit in watt (opgegeven): 5.3 W
Verwarmingscapaciteit in watt (opgegeven) (warmer stookseizoen): 5.6 W
Verwarmingscapaciteit in watt (opgegeven) (gemiddelde stookseizoen): - W
Verwarmingscapaciteit in watt (opgegeven) (kouder stookseizoen): - W
Energieverbruik per uur (koeling): - kWu
Energieverbruik per uur (verwarming): - kWu
Breedte binnenunit: 971 mm
Diepte binnenunit: 228 mm
Hoogte binnenunit: 321 mm
Virtuele assistent: Amazon Alexa
Indoor unit type: Muur-montage
Indoor eenheid gewicht: 12000 g
Jaarlijks energieverbruik (verwarming) (kouder stookseizoen): - kWu
Ontwerpbelasting (koeling): - kW
Ontwerpbelasting (verwarming) (warmer stookseizoen): - kW
Ontwerpbelasting (verwarming) (gemiddelde stookseizoen): - kW
Ontwerpbelasting (verwarming) (kouder verwarmingsseizoen): - kW
Outdoor eenheid gewicht: 32500 g
Afstandsbediening inbegrepen: Ja
Breedte buitenunit: 805 mm
Diepte buitenunit: 330 mm
Hoogte buiteneenheid: 554 mm
Indoor units hoeveelheid: 1
AC-ingangsspanning: 220 -240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Energie-efficiëntieschaal: A+++ tot D
Geschikt voor ruimtevolume tot: 60 m³
Energieverbruik (koelen) (max): 1840 W
Energieverbruik (verwarmen) (max): 1920 W
Energieverbuik (koelen) (min): 560 W
Energieverbruik (verwarmen) (min): 780 W
Comfort-slaapstand: Ja
Koelvermogen (nominaal): 18000 BTU/h
Verwarmingsvermogen (nominaal): 19000 BTU/h
Buitenunit pakketgewicht: 38200 g
Buitenunit pakketbreedte: 915 mm
Buitenunit pakkethoogte: 615 mm
Buitenunit pakketdiepte: 370 mm
Binnenunit pakketbreedte: 1045 mm
Binnenunit pakkethoogte: 405 mm
Binnenunit pakketdiepte: 305 mm
Binnenunit pakketgewicht: 15500 g
Garantieperiode: 3 jaar
Bedrijfstemperatuurbereik buiteneenheid (koeling): -15 - 50 °C
Bedrijfstemperatuurbereik buiteneenheid (verwarming): -15 - 25 °C
Bedrijfstemperatuurbereik binneneenheid (koeling): 17 - 32 °C
Bedrijfstemperatuurbereik binneneenheid (verwarming): 0 - 30 °C

Handleiding Comfee Infini Save 18 – volledige tekst

◄ Pagina 1 ►VeiligheidsmaatregelenVoor het gebruik en de installatie lees de VeiligheidsmaatregelenIncorrect installation vanwege het negeren van instructies kan tot ernstige schade of letsel leiden. WAARSCHUWING1. Installatie (Ruimte)- De installatie van de leidingen moet tot een minimum worden beperkt. - De leidingen moeten worden beschermd tegen fysieke schade. - Waar de koelmiddelleidingen moeten aan de nationale regelgeving van het gas voldoen. - De mechanische verbindingen moeten toegankelijk zijn voor onderhoudsdoeleinden. - In gevallen dat de mechanische ventilatie is vereist, moeten de ventilatieopeningen vrij ge-houden zijn van blokkades. - Wanneer het product wordt weggegooid, moet het op nationale voorschriften gebaseerd zijn en op de juiste manier worden verwerkt. 2.

Onderhoud- Elke persoon die betrokken is bij het werken aan of inbreken in een koelmiddelcircuit moet recht om koelmiddelen veilig te behandelen wordt toegekend in overeenstemming met een door het industrie erkende beoordelingsstadaard. 3. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen. 4. Gebruik geen andere manieren om het ontdooiproces te versnellen of schoon te maken, an-ders dan die door de fabrikant aanbevolen zijn. 5. Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder voortdurend werkende ontste-kingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkend elektrisch verwarming)6. Let op dat er geen vreemde stoffen (olie, water, enz. ) in de leidingen komen.

Wanneer u de leidingen opslaat, moet u de opening ook goed afsluiten door het te knijpen, vast te binden, enz. 7. Niet boren of verbranden. 8. Let op dat koelmiddelen mogelijk geen geur bevatten. 9. Alle werkprocedures die de veilige manieren beïnvloeden mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen. 10.

Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waar de ruimte over-eenkomt met de ruimte die bestemd is voor gebruik. 11. Het apparaat moet worden opgeslagen om mechanische schade te voorkomen. 12. Verbindingen worden getest met de detectieapparatuur met een mogelijkheid van 5 g/jaar koelmiddel of beter, met de apparatuur in stilstand en in bedrijf of onder druk van ten minste deze stilstand of bedrijfsomstandigheden na de installatie. Afneembare verbindingen moeten NIET worden gebruikt in de binnenzijde van de eenheid (de gesoldeerde, gelaste verbinding kan worden gebruikt). 13. Wanneer er een ONTVLAMBAAR KOELMIDDEL wordt gebruikt, worden de vereisten voor de.

◄ Pagina 2 ►installatieruimte van het apparaat en/of de ventilatievereisten bepaald volgens-- de hoeveelheid massa (M) die in het apparaat is gebruikt,-- de installatieplaats,-- het type ventilatie van de locatie of van het apparaat. De maximale lading in een ruimte moet in overeenstemming zijn met het volgende:mmax = 2,5 x (LFL)(5/4) x h0x (A)1/2of het vereiste minimale vloeroppervlak van de Amin om een apparaat met koelmiddelvulling M (kg) moet in overeenstemming zijn met het volgende:Amin = (M/(2,5 x (LFL) (5/4) x h0 ))2Waar.

mmax is de toegestane maximale lading in een ruimte, in kg;M is de hoeveeelheid koelmiddelvulling in het apparaat, in kg;Amin is de vereiste minimale oppervlakte van de kamer, in m2;A is de oppervlakte van de kamer, in m2;LFL is the lagere explosiegrens, in kg/m3;h0 is de hoogte van de vrijgave, de verticale afstand in meters van de vloer tot het moment van vrijgave wanneer het apparaat wordt geïnstalleerd;h0 = (hinst+hrel) of 0,6 m welke ook hoger ishrel is het compenseren van vrijgave in meters van de onderkant van het apparaat tot het moment van vrijgavehinst is de geïnstalleerde hoogte in meters van de eenheidVerwijzing naar de geïnstalleerde hoogten wordt hieronder gegeven:0,0 m wordt voor draagbaar gebruik en vloer gemonteerd;1,0 m wordt voor het venster gemonteerd;1,8 m wordt voor de muur gemonteerd;2,2 m wordt voor het plafond gemonteerd;Als de door de fabrikant opgegeven minimale inbouwhoogte hoger is dan de geïnstalleerd refe-rentiehoogte, dan moeten Amin en mmax voor de referentie-inbouwhoogte door de fabrikant worden opgegeven.

Voor apparaten die een of meer kamers bedienen met een luchtkanalensysteem, moet de laagste opening van de kanaalverbinding op elke geconditioneerde ruimte of elke opening van de binnen-huis apparaat groter dan 5 cm2 zijn, op de laagste positie ten opzichte van de ruimte, worden ge-bruikt voor h0. h0 mag echter niet minder zijn dan 0,6 m. Amin moet worden berekend in functie van de openingshoogtes van de verbinding naar de ruimtes en de koelmiddelvulling voor de ruimtes waar gelekt koelmiddel naar toe kan stromen, gezien waar de unit zich bevindt. Alle ruimtes moe-ten een het vloeroppervlak meer hebben dan Amin. OPMERKING 1 Deze formule kan niet worden gebruikt voor koelmiddelen die lichter zijn dan 42 kg/kmol. OPMERKING 2 Enkele voorbeelden van de resultaten van de berekeningen volgens de bo-venstaande formule worden weergegeven in de tabellen 1-1 en 1-2.

◄ Pagina 5 ►◄ Pagina 4 ► ◄ Pagina 6 ► ◄ Pagina 7 ►◄ Pagina 8 ► ◄ Pagina 9 ► ◄ Pagina 10 ►Informatie voor onderhoud1. Controle van de omgevingVoordat met werkzaamheden aan systemen met brandbare koudemiddelen wordt begonnen, moeten veiligheidscontroles worden verricht om te garanderen dat de kans op brand minimaal is. Bij reparaties aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren. 2. WerkprocedureDe werkzaamheden moeten op een gecontroleerde manier worden verricht om de kans op contact met brandbare gassen of vloeistoffen tijdens de werkzaamheden te minimaliseren. Het technisch personeel dat belast is met de uitvoering, het toezicht en het onderhoud van airconditioningsystemen moet voldoende geïnstrueerd en bevoegd zijn met betrekking tot hun taken.

De werkzaamheden mogen alleen met geschikt gereedschap worden uitgevoerd (raadpleeg in geval van twijfel de fabrikant van het gereedschap voor gebruik met brandbare koudemiddelen). 3. Algemeen werkgebiedAl het onderhoudspersoneel en iedereen in de directe nabijheid van het product moet worden geïnstrueerd over de aard van de te verrichten werkzaamheden. Verricht geen werkzaamheden in afgesloten ruimtes. Het gebied rond de werkplek moet worden afgezet. Let erop dat het gebied veilig is en dat brandbare materialen zijn verwijderd. 4. Controle op aanwezigheid van koudemiddelControleer voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden met een geschikte koudemiddeldetector of er koudemiddel in het gebied aanwezig is om de servicemonteur te wijzen op een eventueel brandbaar milieu.

Aanwezigheid van brandblusserIndien er warme werkzaamheden aan de koelapparatuur of de bijbehorende onderdelen moeten worden uitgevoerd, moet geschikte brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Houd een CO2-blusser bij de hand in de buurt van de werkruimte. 6. Geen ontstekingsbronnenIedereen die werkzaamheden verricht aan de aansluitingen van het koudemiddelsysteem, waaronder het blootleggen van leidingen waarin zich brandbaar koudemiddel bevindt of bevond, mag geen ontstekingsbronnen gebruiken die tot brand of explosie kunnen leiden. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten op een veilige afstand worden gehouden van de plek van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer, waar eventuele koudemiddellekkage kan plaatsvinden naar de omgeving.

Voorafgaand aan de werkzaamheden moet het gebied rond het systeem worden gecontroleerd op brand- en ontstekingsgevaren. Hang “NIET ROKEN”-borden op. 7. Geventileerde ruimteZorg ervoor dat de ruimte zich in de open lucht bevindt of voldoende geventileerd is voordat u in het systeem binnendringt of warme werkzaamheden uitvoert. Tijdens de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er een zekere mate van ventilatie blijven bestaan. De ventilatie moet alle vrijgekomen koudemiddelen veilig verspreiden en bij voorkeur naar buiten in de atmosfeer brengen.

c) Controleer voor aanvang van de procedure of: er, indien nodig, mechanische apparatuur beschikbaar is voor het hanteren van de koudemiddelcilinder; alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt; het opvangproces continu wordt bewaakt door een ter zake kundig persoon; de opvangapparatuur en -cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem vacuüm, indien mogelijk. e) Als vacuümpompen niet mogelijk is, moet een aftakking worden gemaakt om het koudemiddel uit de verschillende delen van het systeem te kunnen afvoeren.

f) Controleer vóór met aftappen wordt begonnen of de koudemiddelcilinder op de weegschaal staat. g) Start het opvangsysteem en volg bij het opvangen de aanwijzingen van de fabrikant. h) Vul de cilinder nie te vol. (max. 70% vloeibare inhoud. De vloeistofdichtheid van het koudemiddel met een referentietemperatuur van 50°C). i) Overschrijd de maximum toegestane werkdruk van de cilinder niet, ook niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het opvangsysteem direct van het systeem worden ontkoppeld en moeten alle afsluiters van het systeem worden gesloten. k) Het opgevangen koudemiddel mag alleen na reiniging en controle in een ander systeem worden gebruikt. 18. MarkeringDe apparatuur moet van een markering worden voorzien om aan te geven dat het uit bedrijf is genomen en dat het koudemiddel is afgetapt.

Bij de markering moeten datum en handtekening worden genoteerd. Controleer of het systeem is gemarkeerd om aan te geven dat er brandbaar koudemiddel in zit. 19. OpvangenBij het opvangen van koudemiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud, hetzij voor ontmanteling, is het aan te bevelen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Bij het overbrengen van koudemiddel in cilinders moet erop worden gelet dat alleen geschikte opvangcilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor het totale systeemvolume beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders moeten bestemd zijn voor het opvangen van koudemiddel en gemarkeerd zijn voor dit koudemiddel (d. w. z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). Cilinders moeten voorzien zijn van correct werkende overdrukkleppen en bijbehorende afsluiters.

Lege opvangcilinders moeten volledig leeg zijn en, indien mogelijk gekoeld, voordat met opvangen wordt begonnen. De opvangapparatuur moet in goede staat zijn en de instructies voor het systeem moeten direct beschikbaar zijn.

Het systeem moet geschikt zijn voor het opvangen van brandbaar koudemiddel. Bovendien moet er een correct werkende en gekalibreerde weegschaal beschikbaar zijn. De slangen moeten in goede staat zijn en voorzien zijn van lekkagebestendige koppelingen. Voordat u de opvangapparatuur in gebruik neemt, moet u controleren of deze naar behoren werkt, goed is onderhouden en of de bijbehorende elektrische onderdelen zijn afgedicht om ontbranding van eventueel vrijkomend koudemiddel te voorkomen. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het opgevangen koudemiddel moet in de juiste opvangcilinder naar de leverancier van het koudemiddel worden geretourneerd en voorzien zijn van de relevante afvoertransportnota. Meng koudemiddelen niet in opvangsystemen of cilinders.  Tap het circuit af; Spoel nogmaals door met inert gas; Snijd of brand het circuit open.

Vang het koudemiddel op in een geschikte cilinder. Voor systemen die BRANDBARE KOUDEMIDDELEN bevatten, moet het systeem worden gespoeld met OFN om het systeem veilig te maken. Dit proces moet mogelijk meerdere keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof mag niet worden gebruikt voor het zuiveren van een koudemiddelsysteem. Bij apparaten die BRANDBARE KOUDEMIDDELEN bevatten, moet het spoelen gebeuren door het vacuüm in het systeem met OFN te doorbreken en dit verder te vullen tot de werkdruk is bereikt, het vervolgens te ontluchten naar de atmosfeer en ten slotte naar beneden te trekken tot een vacuüm. Dit proces moet worden herhaald totdat er geen koudemiddel imeer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot de atmosferische druk om hieraan te kunnen werken.

Deze handeling is absoluut noodzakelijk voor het solderen van de leidingen. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie aanwezig is. 16.

Procedures voor het vullenNaast de gebruikelijke vulprocedures moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen: De werkzaamheden mogen alleen met geschikt gereedschap worden uitgevoerd (raadpleeg in geval van twijfel de fabrikant van het gereedschap voor gebruik met brandbare koudemiddelen).  Zorg ervoor dat bij het gebruik van vulapparatuur geen verontreiniging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel in de slangen of leidingen te beperken.  Cilinders moeten rechtop worden gehouden.  Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koudemiddel wordt gevuld.  Label het systeem wanneer het vullen is voltooid (indien dit nog niet is gebeurd).  Er moet uiterste zorgvuldigheid worden betracht om het koelsysteem niet te vol te vullen.

 Voordat het systeem wordt ingeschakeld, moet het onder druk worden getest met OFN. Het systeem moet na het vullen, maar vóór de inbedrijfstelling, op lekkage worden getest. Alvorens de locatie te verlaten, wordt er een vervolgtest op lekkage uitgevoerd. 17. BuitenbedrijfstellingVoordat met deze procedure wordt begonnen, moet de monteur bekend zijn met het systeem en alle onderdelen ervan. Het is aan te bevelen dat eerst alle koudemiddelen worden opgevangen of veilig worden ontlucht (voor R290-koudemiddelmodellen). Als het opgevangen koudemiddel voor eventueel hergebruik moet worden geanalyseerd,moeten er olie- en koudemiddelmonsters worden genomen voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. a) Leer de apparatuur en de werking ervan kennen.

Als compressoren of compressor-olie moeten (moet) worden verwijderd, zorg er dan voor dat het betreffende systeem tot een aanvaardbaar niveau is afgetapt om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koudemiddel in het smeermiddel achterblijft. Compressoren moeten worden afgetapt voordat deze aan de leverancier worden geretourneerd. Alleen elektrische verwarming van het compressorhuis mag worden gebruikt om het aftappen te versnellen. Tap olie op een veilige manier uit het systeem af. 20. Ontluchting van HC-koudemiddel (R290)Ontluchting is een alternatief voor de recycling van het koudemiddel. Omdat HC-koudemiddelen geen ODP en een te verwaarlozen GWP hebben, kan het onder bepaalde omstandigheden aanvaardbaar worden geacht om het koudemiddel te ontluchten.

Als dit echter in overweging moet worden genomen, moet dit gebeuren in overeenstemming met de relevante nationale regels of voorschriften, indien deze dit toestaan. In het bijzonder, voordat een systeem wordt ontlucht, is het noodzakelijk om: Ervoor te zorgen dat wetgeving met betrekking tot afvalmateriaal in overweging is genomen Ervoor te zorgen dat er rekening is gehouden met de milieuwetgeving Ervoor te zorgen dat de wetgeving inzake de veiligheid van gevaarlijke stoffen wordt nageleefdDe ontluchting wordt alleen uitgevoerd met systemen die een kleine hoeveelheid koelmiddel bevatten, gewoonlijk minder dan 500 g.

 Ventilatie naar binnen is onder geen beding toegestaan Ventilatie mag niet plaatsvinden in een openbare ruimte, of wanneer mensen niet op de hoogte zijn van de procedure die plaatsvindt De slang moet lang genoeg zijn en een zodanige diameter hebben dat hij minstens 3 m buiten het gebouw uitsteekt De ontluchting dient alleen plaats te vinden op basis van de zekerheid dat het koudemiddel niet teruggeblazen wordt in aangrenzende gebouwen en dat het zich niet verplaatst naar een locatie onder de grond.

 De slang moet gemaakt zijn van materiaal dat geschikt is voor gebruik met HC-koudemiddelen en olie.  Er moet een apparaat worden gebruikt om de slangafvoer minstens 1 m boven het maaiveld op te tillen, zodat de afvoer in opwaartse richting is gericht (om te helpen bij het verdunnen).  Het uiteinde van de slang kan nu de brandbare dampen afvoeren en verspreiden in de omgevingslucht.  Er mogen geen beperkingen of scherpe bochten binnen de ontluchtingsleiding zijn die de doorstroming belemmeren.  Vlakbij de inlaat van de slang moet een olieafscheider gemonteerd worden om de uitstoot van koelolie te voorkomen, zodat deze na de ontluchting goed kan worden opgevangen en afgevoerd (hiervoor kan een recyclingcilinder worden gebruikt).  Er mogen zich geen ontstekingsbronnen in de buurt van de slangafvoer bevinden.

 De slang moet regelmatig worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gaten of knikken in de slang zitten die kunnen leiden tot lekkage of verstopping van de doorstroming. Bij het ontluchten moet de koudemiddelstroom met behulp van spruitstukmeters tot een lage stroomsnelheid worden gedoseerd, om ervoor te zorgen dat het koudemiddel goed verdund is. Zodra het koudemiddel niet meer stroomt, moet het systeem, indien mogelijk, met OFN worden uitgespoeld; zo niet, dan moet het systeem onder druk worden gezet met OFN en moet de ontluchtingsprocedure twee of meer keren worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat er een minimaal HC-koudemiddel in het systeem achterblijft. 21. Vervoer, markering en opslag van eenheden1. Vervoer van apparatuur die brandbare koudemiddelen bevatNaleving van de vervoersvoorschriften2.

Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuurDe bescherming van de opslagverpakking moet zodanig zijn geconstrueerd dat mechanische schade aan de apparatuur in het pakket geen lekkage van het koudemiddel veroorzaakt. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door de plaatselijke regelgeving. 8. Controles van de koelapparatuurWanneer elektrische onderdelen worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en aan de juiste specificatie voldoen. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde in acht worden genomen. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor hulp.

De volgende controles worden uitgevoerd op installaties met brandbare koudemiddelen: controleer of de hoeveelheid koudemiddelvulling in overeenstemming is met de grootte van de ruimte waarin het koudemiddel met onderdelen is geïnstalleerd; controleer of de ventilatie-apparatuur en -uitgangen naar behoren functioneren en niet worden geblokkeerd; indien een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moeten de secundaire circuits worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koudemiddel; de markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven.  onleesbare markeringen en tekens moeten worden gecorrigeerd.

 controleer of koelleiding(en) of onderdelen zodanig geïnstalleerd zijn dat het onwaarschijnlijk is dat zij worden blootgesteld aan stoffen die koudemiddelen bevattende onderdelen kunnen aantasten, tenzijde onderdelen zijn vervaardigd uit materialen die inherent bestand zijn tegencorrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie. 9. Controles op elektrische apparatuurReparatie en onderhoud van elektrische onderdelen moet de initiële veiligheidscontroles en procedures voor de inspectie van onderdelen omvatten. Als er een storing bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat deze naar tevredenheid is verholpen.

Als de fout niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar het noodzakelijk is om de werkzaamheden voort te zetten en een passende tijdelijke oplossing moet worden gebruikt. Dit moet aan de eigenaar van de apparatuur worden gemeld, zodat alle partijen op de hoogte zijn gebracht. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende omvatten: controle of de condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkoverslag te voorkomen controle of er geen elektrische onderdelen en bedrading zijn blootgesteld tijdens het opladen, opvangen of ontluchten van het systeem; controle of er sprake is van continuïteit van aarding. 10. Reparaties aan afgedichte onderdelen10. 1 Bij reparaties aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding worden ontkoppeld van de te repareren apparatuur voordat de afgedichte afdekkingen enz. worden verwijderd.

Indien het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens het onderhoud elektrische voeding naar de apparatuur aanwezig is, moet op het meest kritieke punt een permanent werkende vorm van lekdetectie worden aangebracht om potentieel gevaarlijke situaties uit te sluiten. 10. 2 Er moet in het bijzonder op worden gelet dat bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit houdt in beschadiging aan kabels, onnodige aansluitingen, klemmen die niet aan de oorspronkelijke specificatie voldoen, beschadigde pakkingen, onjuiste plaatsing van afdichtingen, enz.  Zorg ervoor dat het apparaat goed is bevestigd.  Controleer of de afdichtingen of afdichtmaterialen niet zodanig zijn versleten dat ze niet langer kunnen voorkomen dat brandbare gassen binnendringen.

Onderdelen met een ingebouwde veiligheid hoeven niet geïsoleerd te worden voordat er met de werkzaamheden wordt gestart. 11. Reparaties aan onderdelen met ingebouwde veiligheidBreng geen permanente inductieve of capacitieve belastingen op het circuit aan zonder ervoor te zorgen dat deze de toegestane spanning en stroomsterkte van de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Onderdelen met ingebouwde veiligheid zijn de enige soort onderdelen die onder spanning in de aanwezigheid van een brandbare atmosfeer kunnen worden bewerkt. De testapparatuur moet de juiste waarde hebben. Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen leiden tot de ontsteking van koudemiddel in de atmosfeer als gevolg van een lek. 12.

BedradingControleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overdruk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige effecten van de omgeving. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen van veroudering of aanhoudende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren. 13. Detectie van brandbare koudemiddelenIn geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van koudemiddellekkages. Een halogeenlamp (of een andere detector met een open vlam) mag niet worden gebruikt. 14. Methoden voor lekdetectieDe volgende lekdetectiemethoden zijn toegestaan voor systemen met brandbare koudemiddelen.

Elektronische lekdetectoren moeten worden gebruikt om brandbare koudemiddelen te detecteren, maar het is mogelijk dat de gevoeligheid niet toereikend is of opnieuw gekalibreerd moet worden (de detectieapparatuur moet in een ruimte zonder koudemiddelen worden gekalibreerd). Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en of deze geschikt is voor het gebruikte koudemiddel.

De lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de onderste ontstekingsgrens (LFL) van het koudemiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koudemiddel; het juiste percentage gas (maximaal 25%) moet worden bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen. Het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet echter worden vermeden, aangezien chloor met het koudemiddel kan reageren en koperen leidingen kan aantasten. Als het vermoeden bestaat dat er een lek is, moet alle open vuur worden verwijderd of gedoofd. Indien een koudemiddellek wordt vastgesteld dat moet worden gesoldeerd, moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of (met behulp van afsluiters) worden geïsoleerd in een deel van het systeem dat zich ver van het lek verwijderd bevindt.

Bij apparaten die BRANDBARE KOUDEMIDDELEN bevatten, moet zowel voor als tijdens het solderen zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld. 15. Verwijderen en afstappenBij het openen van een koelcircuit voor reparaties - of voor andere doeleinden - moeten de gebruikelijke procedures worden gebruikt, voor BRANDBARE KOUDEMIDDELEN is het echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd met het oog op brandgevaar Het openen van een koudemiddelsysteem mag niet gebeuren door solderen. De volgende procedure moet worden gevolgd: Tap koudemiddel af; Spoel het circuit door met inert gas;.

◄ Pagina 5 ►◄ Pagina 4 ► ◄ Pagina 6 ► ◄ Pagina 7 ►◄ Pagina 8 ► ◄ Pagina 9 ► ◄ Pagina 10 ►1. Controle van de omgevingVoordat met werkzaamheden aan systemen met brandbare koudemiddelen wordt begonnen, moeten veiligheidscontroles worden verricht om te garanderen dat de kans op brand minimaal is. Bij reparaties aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren. 2. WerkprocedureDe werkzaamheden moeten op een gecontroleerde manier worden verricht om de kans op contact met brandbare gassen of vloeistoffen tijdens de werkzaamheden te minimaliseren. Het technisch personeel dat belast is met de uitvoering, het toezicht en het onderhoud van airconditioningsystemen moet voldoende geïnstrueerd en bevoegd zijn met betrekking tot hun taken.

De werkzaamheden mogen alleen met geschikt gereedschap worden uitgevoerd (raadpleeg in geval van twijfel de fabrikant van het gereedschap voor gebruik met brandbare koudemiddelen). 3. Algemeen werkgebiedAl het onderhoudspersoneel en iedereen in de directe nabijheid van het product moet worden geïnstrueerd over de aard van de te verrichten werkzaamheden. Verricht geen werkzaamheden in afgesloten ruimtes. Het gebied rond de werkplek moet worden afgezet. Let erop dat het gebied veilig is en dat brandbare materialen zijn verwijderd. 4. Controle op aanwezigheid van koudemiddelControleer voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden met een geschikte koudemiddeldetector of er koudemiddel in het gebied aanwezig is om de servicemonteur te wijzen op een eventueel brandbaar milieu.

Aanwezigheid van brandblusserIndien er warme werkzaamheden aan de koelapparatuur of de bijbehorende onderdelen moeten worden uitgevoerd, moet geschikte brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Houd een CO2-blusser bij de hand in de buurt van de werkruimte. 6. Geen ontstekingsbronnenIedereen die werkzaamheden verricht aan de aansluitingen van het koudemiddelsysteem, waaronder het blootleggen van leidingen waarin zich brandbaar koudemiddel bevindt of bevond, mag geen ontstekingsbronnen gebruiken die tot brand of explosie kunnen leiden. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten op een veilige afstand worden gehouden van de plek van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer, waar eventuele koudemiddellekkage kan plaatsvinden naar de omgeving.

Voorafgaand aan de werkzaamheden moet het gebied rond het systeem worden gecontroleerd op brand- en ontstekingsgevaren. Hang “NIET ROKEN”-borden op. 7. Geventileerde ruimteZorg ervoor dat de ruimte zich in de open lucht bevindt of voldoende geventileerd is voordat u in het systeem binnendringt of warme werkzaamheden uitvoert. Tijdens de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er een zekere mate van ventilatie blijven bestaan. De ventilatie moet alle vrijgekomen koudemiddelen veilig verspreiden en bij voorkeur naar buiten in de atmosfeer brengen.

c) Controleer voor aanvang van de procedure of: er, indien nodig, mechanische apparatuur beschikbaar is voor het hanteren van de koudemiddelcilinder; alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt; het opvangproces continu wordt bewaakt door een ter zake kundig persoon; de opvangapparatuur en -cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem vacuüm, indien mogelijk. e) Als vacuümpompen niet mogelijk is, moet een aftakking worden gemaakt om het koudemiddel uit de verschillende delen van het systeem te kunnen afvoeren.

f) Controleer vóór met aftappen wordt begonnen of de koudemiddelcilinder op de weegschaal staat. g) Start het opvangsysteem en volg bij het opvangen de aanwijzingen van de fabrikant. h) Vul de cilinder nie te vol. (max. 70% vloeibare inhoud. De vloeistofdichtheid van het koudemiddel met een referentietemperatuur van 50°C). i) Overschrijd de maximum toegestane werkdruk van de cilinder niet, ook niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het opvangsysteem direct van het systeem worden ontkoppeld en moeten alle afsluiters van het systeem worden gesloten. k) Het opgevangen koudemiddel mag alleen na reiniging en controle in een ander systeem worden gebruikt. 18. MarkeringDe apparatuur moet van een markering worden voorzien om aan te geven dat het uit bedrijf is genomen en dat het koudemiddel is afgetapt.

Bij de markering moeten datum en handtekening worden genoteerd. Controleer of het systeem is gemarkeerd om aan te geven dat er brandbaar koudemiddel in zit. 19. OpvangenBij het opvangen van koudemiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud, hetzij voor ontmanteling, is het aan te bevelen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Bij het overbrengen van koudemiddel in cilinders moet erop worden gelet dat alleen geschikte opvangcilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor het totale systeemvolume beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders moeten bestemd zijn voor het opvangen van koudemiddel en gemarkeerd zijn voor dit koudemiddel (d. w. z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). Cilinders moeten voorzien zijn van correct werkende overdrukkleppen en bijbehorende afsluiters.

Lege opvangcilinders moeten volledig leeg zijn en, indien mogelijk gekoeld, voordat met opvangen wordt begonnen. De opvangapparatuur moet in goede staat zijn en de instructies voor het systeem moeten direct beschikbaar zijn.

Het systeem moet geschikt zijn voor het opvangen van brandbaar koudemiddel. Bovendien moet er een correct werkende en gekalibreerde weegschaal beschikbaar zijn. De slangen moeten in goede staat zijn en voorzien zijn van lekkagebestendige koppelingen. Voordat u de opvangapparatuur in gebruik neemt, moet u controleren of deze naar behoren werkt, goed is onderhouden en of de bijbehorende elektrische onderdelen zijn afgedicht om ontbranding van eventueel vrijkomend koudemiddel te voorkomen. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het opgevangen koudemiddel moet in de juiste opvangcilinder naar de leverancier van het koudemiddel worden geretourneerd en voorzien zijn van de relevante afvoertransportnota. Meng koudemiddelen niet in opvangsystemen of cilinders.  Tap het circuit af; Spoel nogmaals door met inert gas; Snijd of brand het circuit open.

Vang het koudemiddel op in een geschikte cilinder. Voor systemen die BRANDBARE KOUDEMIDDELEN bevatten, moet het systeem worden gespoeld met OFN om het systeem veilig te maken. Dit proces moet mogelijk meerdere keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof mag niet worden gebruikt voor het zuiveren van een koudemiddelsysteem. Bij apparaten die BRANDBARE KOUDEMIDDELEN bevatten, moet het spoelen gebeuren door het vacuüm in het systeem met OFN te doorbreken en dit verder te vullen tot de werkdruk is bereikt, het vervolgens te ontluchten naar de atmosfeer en ten slotte naar beneden te trekken tot een vacuüm. Dit proces moet worden herhaald totdat er geen koudemiddel imeer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot de atmosferische druk om hieraan te kunnen werken.

Deze handeling is absoluut noodzakelijk voor het solderen van de leidingen. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie aanwezig is. 16.

Procedures voor het vullenNaast de gebruikelijke vulprocedures moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen: De werkzaamheden mogen alleen met geschikt gereedschap worden uitgevoerd (raadpleeg in geval van twijfel de fabrikant van het gereedschap voor gebruik met brandbare koudemiddelen).  Zorg ervoor dat bij het gebruik van vulapparatuur geen verontreiniging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel in de slangen of leidingen te beperken.  Cilinders moeten rechtop worden gehouden.  Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koudemiddel wordt gevuld.  Label het systeem wanneer het vullen is voltooid (indien dit nog niet is gebeurd).  Er moet uiterste zorgvuldigheid worden betracht om het koelsysteem niet te vol te vullen.

 Voordat het systeem wordt ingeschakeld, moet het onder druk worden getest met OFN. Het systeem moet na het vullen, maar vóór de inbedrijfstelling, op lekkage worden getest. Alvorens de locatie te verlaten, wordt er een vervolgtest op lekkage uitgevoerd. 17. BuitenbedrijfstellingVoordat met deze procedure wordt begonnen, moet de monteur bekend zijn met het systeem en alle onderdelen ervan. Het is aan te bevelen dat eerst alle koudemiddelen worden opgevangen of veilig worden ontlucht (voor R290-koudemiddelmodellen). Als het opgevangen koudemiddel voor eventueel hergebruik moet worden geanalyseerd,moeten er olie- en koudemiddelmonsters worden genomen voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. a) Leer de apparatuur en de werking ervan kennen.

Als compressoren of compressor-olie moeten (moet) worden verwijderd, zorg er dan voor dat het betreffende systeem tot een aanvaardbaar niveau is afgetapt om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koudemiddel in het smeermiddel achterblijft. Compressoren moeten worden afgetapt voordat deze aan de leverancier worden geretourneerd. Alleen elektrische verwarming van het compressorhuis mag worden gebruikt om het aftappen te versnellen. Tap olie op een veilige manier uit het systeem af. 20. Ontluchting van HC-koudemiddel (R290)Ontluchting is een alternatief voor de recycling van het koudemiddel. Omdat HC-koudemiddelen geen ODP en een te verwaarlozen GWP hebben, kan het onder bepaalde omstandigheden aanvaardbaar worden geacht om het koudemiddel te ontluchten.

Als dit echter in overweging moet worden genomen, moet dit gebeuren in overeenstemming met de relevante nationale regels of voorschriften, indien deze dit toestaan. In het bijzonder, voordat een systeem wordt ontlucht, is het noodzakelijk om: Ervoor te zorgen dat wetgeving met betrekking tot afvalmateriaal in overweging is genomen Ervoor te zorgen dat er rekening is gehouden met de milieuwetgeving Ervoor te zorgen dat de wetgeving inzake de veiligheid van gevaarlijke stoffen wordt nageleefdDe ontluchting wordt alleen uitgevoerd met systemen die een kleine hoeveelheid koelmiddel bevatten, gewoonlijk minder dan 500 g.

 Ventilatie naar binnen is onder geen beding toegestaan Ventilatie mag niet plaatsvinden in een openbare ruimte, of wanneer mensen niet op de hoogte zijn van de procedure die plaatsvindt De slang moet lang genoeg zijn en een zodanige diameter hebben dat hij minstens 3 m buiten het gebouw uitsteekt De ontluchting dient alleen plaats te vinden op basis van de zekerheid dat het koudemiddel niet teruggeblazen wordt in aangrenzende gebouwen en dat het zich niet verplaatst naar een locatie onder de grond.

 De slang moet gemaakt zijn van materiaal dat geschikt is voor gebruik met HC-koudemiddelen en olie.  Er moet een apparaat worden gebruikt om de slangafvoer minstens 1 m boven het maaiveld op te tillen, zodat de afvoer in opwaartse richting is gericht (om te helpen bij het verdunnen).  Het uiteinde van de slang kan nu de brandbare dampen afvoeren en verspreiden in de omgevingslucht.  Er mogen geen beperkingen of scherpe bochten binnen de ontluchtingsleiding zijn die de doorstroming belemmeren.  Vlakbij de inlaat van de slang moet een olieafscheider gemonteerd worden om de uitstoot van koelolie te voorkomen, zodat deze na de ontluchting goed kan worden opgevangen en afgevoerd (hiervoor kan een recyclingcilinder worden gebruikt).  Er mogen zich geen ontstekingsbronnen in de buurt van de slangafvoer bevinden.

 De slang moet regelmatig worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gaten of knikken in de slang zitten die kunnen leiden tot lekkage of verstopping van de doorstroming. Bij het ontluchten moet de koudemiddelstroom met behulp van spruitstukmeters tot een lage stroomsnelheid worden gedoseerd, om ervoor te zorgen dat het koudemiddel goed verdund is. Zodra het koudemiddel niet meer stroomt, moet het systeem, indien mogelijk, met OFN worden uitgespoeld; zo niet, dan moet het systeem onder druk worden gezet met OFN en moet de ontluchtingsprocedure twee of meer keren worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat er een minimaal HC-koudemiddel in het systeem achterblijft. 21. Vervoer, markering en opslag van eenheden1. Vervoer van apparatuur die brandbare koudemiddelen bevatNaleving van de vervoersvoorschriften2.

Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuurDe bescherming van de opslagverpakking moet zodanig zijn geconstrueerd dat mechanische schade aan de apparatuur in het pakket geen lekkage van het koudemiddel veroorzaakt. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door de plaatselijke regelgeving. 8. Controles van de koelapparatuurWanneer elektrische onderdelen worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en aan de juiste specificatie voldoen. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde in acht worden genomen. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor hulp.

De volgende controles worden uitgevoerd op installaties met brandbare koudemiddelen: controleer of de hoeveelheid koudemiddelvulling in overeenstemming is met de grootte van de ruimte waarin het koudemiddel met onderdelen is geïnstalleerd; controleer of de ventilatie-apparatuur en -uitgangen naar behoren functioneren en niet worden geblokkeerd; indien een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moeten de secundaire circuits worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koudemiddel; de markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven.  onleesbare markeringen en tekens moeten worden gecorrigeerd.

 controleer of koelleiding(en) of onderdelen zodanig geïnstalleerd zijn dat het onwaarschijnlijk is dat zij worden blootgesteld aan stoffen die koudemiddelen bevattende onderdelen kunnen aantasten, tenzijde onderdelen zijn vervaardigd uit materialen die inherent bestand zijn tegencorrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie. 9. Controles op elektrische apparatuurReparatie en onderhoud van elektrische onderdelen moet de initiële veiligheidscontroles en procedures voor de inspectie van onderdelen omvatten. Als er een storing bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat deze naar tevredenheid is verholpen.

Als de fout niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar het noodzakelijk is om de werkzaamheden voort te zetten en een passende tijdelijke oplossing moet worden gebruikt. Dit moet aan de eigenaar van de apparatuur worden gemeld, zodat alle partijen op de hoogte zijn gebracht. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende omvatten: controle of de condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkoverslag te voorkomen controle of er geen elektrische onderdelen en bedrading zijn blootgesteld tijdens het opladen, opvangen of ontluchten van het systeem; controle of er sprake is van continuïteit van aarding. 10. Reparaties aan afgedichte onderdelen10. 1 Bij reparaties aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding worden ontkoppeld van de te repareren apparatuur voordat de afgedichte afdekkingen enz. worden verwijderd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Comfee Infini Save 18 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden