Casio XJ-F210WN Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Casio XJ-F210WN (102 pagina’s), behorend tot de categorie Beamer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Casio XJ-F210WN of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Casio |
| Categorie: | Beamer |
| Model: | XJ-F210WN |
| Producttype: | Desktopprojector |
| Kleur van het product: | Wit |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 3800 g |
| Breedte: | 299 mm |
| Diepte: | 299 mm |
| Hoogte: | 97 mm |
| Geluidsniveau: | - dB |
| Gebruikershandleiding: | Ja |
| Typisch stroomverbruik: | 175 W |
| Stroombron: | AC |
| Plaatsing: | Desktop, Ceiling |
| Temperatuur, in bedrijf: | 5 - 35 °C |
| Afstandsbediening: | Ja |
| Oorspronkelijke beeldverhouding: | 16:10 |
| Interne opslagcapaciteit: | 2 GB |
| Ethernet LAN: | Ja |
| Meegeleverde kabels: | AC |
| Typische contrastverhouding: | 20000:1 |
| Zoomcapaciteit: | Ja |
| Garantiekaart: | Ja |
| Projector helderheid: | 3500 ANSI lumens |
| Projectietechnologie: | DLP |
| Projector native resolution: | WXGA (1280x800) |
| Keystone correctie, verticaal: | -30 -30 ° |
| Geschikt voor schermmaten: | 35 - 300 " |
| Aantal kleuren: | 1.073 biljoen kleuren |
| Matrix grootte: | 0.65 " |
| Aantal USB 2.0-poorten: | 1 |
| VGA (D-Sub)poort(en): | 1 |
| Aantal HDMI-poorten: | 2 |
| Soort serieële aansluiting: | RS-232C |
| Microfoon, line-in ingang: | Ja |
| Audio-ingang (L, R): | 1 |
| Composiet video-ingang: | 1 |
| S-Video ingang: | 1 |
| Aantal Ethernet LAN (RJ-45)-poorten: | 1 |
| Focus: | Handmatig |
| Zoom type: | Handmatig |
| Diafragma (F-F): | 2.31 - 2.73 |
| Brandpuntbereik: | 18.9 - 27.2 mm |
| Levensduur van de lichtbron: | - uur |
| Bevestigingsmogelijkheid voor kabelslot: | Ja |
| Kabelslot sleuf type: | Kensington |
| Ingebouwde luidsprekers: | Ja |
| Gemiddeld vermogen: | 16 W |
| Aantal ingebouwde luidsprekers: | 1 |
| Stroomverbruik (in standby): | 0.12 W |
| Hoofdtelefoonuitgangen: | 1 |
| Ondersteunde beeldverhoudingen: | 16:10 |
| Zoomverhouding: | 1.5:1 |
| Throw ratio: | 1.32 - 1.93:1 |
| Off-set: | 33 procent |
| Resolutie (maximum analoog): | 1920 x 1200 Pixels |
| RS-232C: | Ja |
| Formaat analoog signaal: | NTSC,PAL 60,PAL M,PAL N,SECAM |
| Volledige HD: | Nee |
| HDCP: | Ja |
| Ondersteuning voor plafondmontage: | Ja |
| Afstandsbediening inbegrepen: | Ja |
| Stroomverbruik (typisch): | 175 W |
| Bedrijfstemperatuur (T-T): | 5 - 35 °C |
| Type product: | Projector met normale projectieafstand |
Handleiding Casio XJ-F210WN – volledige tekst
1DATA PROJECTORXJ-V serieXJ-V10X/XJ-V100W/XJ-V110WXJ-F serieXJ-F10X/XJ-F20XN*/XJ-F100W/XJ-F200WN*/XJ-F210WN*GebruiksaanwijzingIn deze handleiding verwijzen de termen “XJ-V serie” en “XJ-F serie” alleen naar de specifieke modellen die hierboven vermeld staan.Lees de “Veiligheidsvoorzorgen” en “Voorzorgen in het gebruik” in het document “Instelgids” en zorg ervoor dat u dit product correct gebruikt.Bewaar deze handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in op kunt zoeken.Bezoek de website hieronder voor de nieuwste versie van deze handleiding. http://world.casio.com/manual/projector/*NetwerkmodellenNL
2DLP is een gedeponeerd handelsmerk van Texas Instruments uit de Verenigde Staten. Microsoft, Windows en Windows Vista zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en in andere landen. HDMI, het HDMI Logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing, LLC. Mac OS is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Apple, Inc. in de Verenigde Staten en in andere landen. Voor PJLink is een registratie als handelsmerk aangevraagd of inmiddels verleend in Japan, de Verenigde Staten van Amerika en andere landen en gebieden. Crestron is een gedeponeerd handelsmerk van Crestron Electronics, Inc. uit de Verenigde Staten. AMX is een gedeponeerd handelsmerk van AMX LLC uit de Verenigde Staten. XGA is een gedeponeerd handelsmerk van IBM Corporation uit de Verenigde Staten.
Andere namen van bedrijven en producten zijn mogelijk gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren. Gedeelten van dit product zijn gedeeltelijk gebaseerd op het werk van de Independent JPEG Group. De inhoud van deze Gebruiksaanwijzing kan zonder kennisgeving gewijzigd worden. Kopiëren van deze handleiding, geheel of gedeeltelijk, is verboden. U mag deze handleiding gebruiken voor uw eigen persoonlijk gebruik. Enig ander gebruik zonder toestemming van CASIO COMPUTER CO. , LTD. is verboden. CASIO COMPUTER CO. , LTD. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige gederfde winst, of claims van derden voortkomend uit het gebruik van dit product of deze handleiding. CASIO COMPUTER CO. , LTD.
De voorbeeldschermen in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld ter illustratie en het is daarom mogelijk dat ze niet exact overeenkomen met de beelden zoals die daadwerkelijk door het product weergegeven worden. De schermafbeeldingen in deze handleiding zijn allemaal afkomstig uit de Engelse versie. Sommige termen in de uitleg zijn ook gebaseerd op de schermen uit de Engelse versie.
17Veranderen van de beeldverhouding van het geprojecteerde beeld (ASPECT). 17Aanpassen van de helderheid van het beeld (FUNC). 19Veranderen van de kleurenmodus (FUNC). 19Regelen van het volumeniveau (VOLUME). 20Regelen van het volumeniveau. 20Uitschakelen van de geluidsweergave. 20Lichtregeling. 21De lichtregeling aan of uit zetten. 21Regelen van de lichtopbrengst. 21Controleren van het energiebesparingsniveau. 22De regeling met de lichtsensor aan of uit zetten (alleen XJ-F serie). 22.
4Gebruiken van de Presentatietimer (TIMER). 23Weergeven van de timer. 23Openen van het menu voor de timerfunctie. 23Configureren van timerinstellingen. 24Starten van de afteltimer. 24Pauzeren van de timer. 25Hervatten van een gepauzeerde timer. 25De timer terugzetten op de starttijd. 25Gebruiken van het instelmenu (MENU). 26Basisbediening instelmenu. 26Instellingen op het instelmenu. 27Wachtwoordbeveiliging. 32Gebruiken van de wachtwoordfunctie. 32Wijzigen van het wachtwoord. 33Veranderen van de instelling voor het Spanning aan Wachtwoord. 34Wijzigen van het wachtwoord voor de interne opslagfunctie van de projector (alleen netwerkmodellen). 34Vergrendeling bedieningspaneel (alleen XJ-F serie). 35Vergrendelen van de toetsen op het bedieningspaneel. 35Ontgrendelen van de toetsen op het bedieningspaneel.
35Projecteren vanuit het ingebouwde geheugen of een USB-aansluiting (alleen netwerkmodellen). 36Projecteren met de Bestandszoeker (File Viewer). 36Bestandszoeker Overzicht. 36Projecteren van bestanden in het interne geheugen van de projector. 37Bestanden kopiëren van een computer naar het interne geheugen van de projector. 37Beginnen met het projecteren van bestanden in het interne geheugen van de projector. 39Formatteren van het interne geheugen van de projector (alleen voor gebruikers van Windows). 40Projecteren van bestanden van een geheugenapparaat dat is aangesloten via USB. 41Een USB-flashgeheugen aansluiten op de projector. 41Een geheugenkaart aansluiten op de projector. 41Een digitale camera verbinden met de projector. 42Beginnen met het projecteren van bestanden van een geheugenapparaat dat is aangesloten via USB. 42.
5Bestanden projecteren. 45Projecteren van een presentatiebestand. 45Projecteren van een PDF-bestand. 46Projecteren van een beeldbestand. 47Projecteren van een videobestand. 47Handelingen op het bestandsmenu. 49Om het bestandsmenu heen en weer te schakelen tussen lijstweergave en pictogrammenweergave. 49Om door het bestandsmenu te bladeren. 49Om een map te openen. 49Sluiten van de huidige map en teruggaan naar een hoger niveau. 49Terugkeren naar het hoofdscherm vanuit het bestandsmenu. 49Configureren van Bestandszoeker (File Viewer) instellingen. 50Configureren van Bestandszoeker (File Viewer) instellingen. 50Automatisch opstarten. 52Automatisch projecteren van beeldbestanden of een videobestand van een USB-flashgeheugen. 52Automatisch projecteren van beeldbestanden of een videobestand uit het interne geheugen van de projector. 53Oplossen van problemen met de Bestandszoeker (File Viewer).
54Foutmeldingen van de Bestandszoeker (File Viewer). 55Gebruiken van EZ-Converter FA om PowerPoint-bestanden om te zetten naar ECA of PtG-bestanden. 56Om een PowerPoint-bestand naar een ECA of PtG-bestand te converteren. 57De beeldschermresolutie voor het ECA of PtG-bestand opgeven. 59Opgeven van de maximum weergavetijd voor animaties. 59Afspelen van een ECA of PtG-bestand op uw computer. 59Projecteren met de USB-displayfunctie. 61Overzicht USB-displayfunctie. 61Projecteren van de inhoud van het computerscherm via een USB-verbinding. 61Voor het eerst de inhoud van het scherm van een Windows computer projecteren via een USB-verbinding. 62Voor het eerst de inhoud van het scherm van een Mac OS-computer projecteren via een USB-verbinding. 63De inhoud van het scherm van een computer projecteren via een USB-verbinding na de eerste keer. 65Projecteren van het scherm van een grafische calculator.
7Handige kenmerken en functiesKwikvrije, hybride lichtbronEen oorspronkelijk door CASIO ontwikkelde laser en LED-hybride lichtbron zorgt voor een hoge lichtopbrengst, laag stroomverbruik en lage gebruikskosten. Deze projector maakt geen gebruik van een kwikhoudende lamp, zodat het toestel milieuvriendelijker is. Projecteren zonder wachtenDe hybride lichtbron van CASIO bereikt onmiddellijk na het inschakelen zijn maximale helderheid, vergeleken met een normale wachttijd van ongeveer één minuut bij gebruik van een kwiklamp. De lichtbron bereikt ook direct zijn maximale helderheid nadat u hem inschakelt als u hem kort daarvoor juist hebt uitgeschakeld. Een kwiklamp heeft in een dergelijk geval veel langer nodig om af te koelen.
Snelle en eenvoudige lichtregeling (Instant Light Control)Met een eenvoudige druk op een toets kunt u de lichtopbrengst instellen op een van zeven mogelijke niveaus. Ondersteuning voor drie signaalbronnenZowel analoog RGB, component video (Y·Cb·Cr, Y·Pb·Pr), als HDMI-signaalbronnen worden ondersteund. Verticale keystone (perspectivische) correctieHandmatige instelling voor het corrigeren van verticale perspectivische correctie (vervorming van het geprojecteerde beeld bij projectie van beneden of boven af op het scherm) zodat het geprojecteerde beeld weer rechthoekig wordt weergegeven. AUDIO OUT-aansluiting voor het weergeven van audiosignalenAudiosignalen die binnenkomen via de HDMI-aansluiting of de AUDIO IN-aansluiting van de projector worden geproduceerd via de AUDIO OUT-aansluiting.
Ondersteuning voor plafondbevestiging en projectie van achter het schermDe projector kan zo worden geconfigureerd dat het beeld normaal wordt geprojecteerd, ook wanneer het toestel ondersteboven (aan het plafond) of op de achterkant van een doorzichtscherm projecteert. Directe stroominschakelingDe projector kan zo worden ingesteld dat deze automatisch wordt ingeschakeld en begint te projecteren zodra de stekker in het stopcontact wordt gedaan. Firmware-updateFirmware (de software in het flash ROM-geheugen van de projector) updates kunnen indien nodig naar de projector worden overgebracht vanaf een computer. XJ-V10X/XJ-V100W/XJ-V110W.
8Kwikvrije, hybride lichtbronEen oorspronkelijk door CASIO ontwikkelde laser en LED-hybride lichtbron zorgt voor een hoge lichtopbrengst, laag stroomverbruik en lage gebruikskosten. Deze projector maakt geen gebruik van een kwikhoudende lamp, zodat het toestel milieuvriendelijker is. Projecteren zonder wachtenDe hybride lichtbron van CASIO bereikt onmiddellijk na het inschakelen zijn maximale helderheid, vergeleken met een normale wachttijd van ongeveer één minuut bij gebruik van een kwiklamp. De lichtbron bereikt ook direct zijn maximale helderheid nadat u hem inschakelt als u hem kort daarvoor juist hebt uitgeschakeld. Een kwiklamp heeft in een dergelijk geval veel langer nodig om af te koelen. Snelle en eenvoudige lichtregeling (Instant Light Control)Met een eenvoudige druk op een toets kunt u de lichtopbrengst instellen op een van zeven mogelijke niveaus.
Automatische lichtregeling door middel van een lichtsensor (Intelligent Light Control)De projector meet de hoeveelheid omgevingslicht en regelt automatisch de lichtopbrengst voor een efficiënt stroomgebruik. (Hiervoor moet “Lichtsensor” zijn ingesteld op “Aan”. )Ondersteuning voor vijf signaalbronnenZowel analoog RGB, component video (Y·Cb·Cr, Y·Pb·Pr), HDMI, composiet video, als S-video-signaalbronnen worden ondersteund. Het toestel is voorzien van twee HDMI-ingangsaansluitingen. Verticale keystone (perspectivische) correctieHandmatige instelling voor het corrigeren van verticale perspectivische correctie (vervorming van het geprojecteerde beeld bij projectie van beneden of boven af op het scherm) zodat het geprojecteerde beeld weer rechthoekig wordt weergegeven. Stroomvoorziening externe apparatuurVia een 5 V gelijkstroomaansluiting kan externe apparatuur van stroom worden voorzien.
Tijdelijk uitschakelen van de projectie zonder de stroom uit te schakelenAls de projector wordt uitgeschakeld, wordt de stroomvoorziening van de externe apparatuur ook uitgeschakeld.
Om dit te voorkomen, kunt u met de toets [BLANK] de projectie tijdelijk stoppen zonder de stroomvoorziening te onderbreken. Ingebouwde 16 W luidsprekerAudio van de signaalbron kan worden weergegeven via de ingebouwde luidspreker van de projector. Ondersteuning voor plafondbevestiging en projectie van achter het schermDe projector kan zo worden geconfigureerd dat het beeld normaal wordt geprojecteerd, ook wanneer het toestel ondersteboven (aan het plafond) of op de achterkant van een doorzichtscherm projecteert. Directe stroominschakelingDe projector kan zo worden ingesteld dat deze automatisch wordt ingeschakeld en begint te projecteren zodra de stekker in het stopcontact wordt gedaan.
Firmware update en overdracht van gegevens voor door de gebruiker aangepaste logo’sDe firmware (de software in het flash ROM-geheugen van de projector) kan worden bijgewerkt en er kunnen indien gewenst door de gebruiker aangepaste logo’s naar de projector worden overgebracht vanaf een computer. XJ-F10X/XJ-F100W.
9De netwerkmodellen beschikken over alle kenmerken van de XJ-F10X en XJ-F100W (bladzijde 8) en over de hieronder beschreven kenmerken. Projectie van stilstaande beelden, video en andere soorten bestanden (Bestandszoeker; File Viewer)Met de Bestandszoeker (File Viewer) van de projector kunt u de volgende typen bestanden openen en projecteren vanuit het interne geheugen van de projector of van een op de projector aangesloten USB-flashgeheugen: beeldbestanden (JPG, PNG, GIF, BMP), videobestanden (AVI, MOV, MP4), presentatiebestanden (ECA, PtG), PDF-bestanden. Projectie van de inhoud van een computerscherm via een USB-verbinding (USB-display)Door de projector aan te sluiten op een computer met een USB-kabel, kan de inhoud van het scherm van de computer geprojecteerd worden.
Dit ondersteunt de projectie van de scherminhoud van ook kleine computers die alleen een USB-aansluiting hebben, maar geen RGB, HDMI of andere video-uitgangsaansluiting. Aansluiting van een grafische wetenschappelijke functiecalculatorBepaalde grafische wetenschappelijke CASIO rekenmachines kunnen direct worden aangesloten op de USB-A-aansluiting van de projector om de inhoud van het scherm van de rekenmachine te laten projecteren. Stroomvoorziening externe apparatuurDoor middel van een USB-A/5 V gelijkstroomaansluiting (die tevens werkt als USB-hostpoort) kan externe apparatuur van stroom worden voorzien. Projectie van beelden van een computer of soortgelijke apparatuur via een draadloze LAN-verbinding*De projector is geconfigureerd als toegangspunt, zodat een computer of soortgelijke apparatuur er direct verbinding mee kan maken via een draadloze LAN-verbinding.
Of een computer of soortgelijke apparatuur kan verbinding maken via een draadloze LAN-verbinding door middel van een bestaand draadloos LAN-toegangspunt. Zowel beeld- als audioweergave worden ondersteund wanneer er een computer is aangesloten.
Bediening van de projector met een computer of soortgelijke apparatuur via een draadloze LAN-verbinding*De projector kan worden bediend vanaf een computer of soortgelijke apparatuur die op de projector is aangesloten via een draadloze LAN-verbinding. Projectie van de scherminhoud van een computer die is aangesloten via een bedraad LAN*Er kan een LAN-kabel worden gebruikt voor een directe verbinding tussen de projector en een computer, of er kan een LAN-verbinding tot stand worden gebracht via een bestaande netwerkrouter. Wanneer er een verbinding tot stand is gebracht, worden zowel weergave van het scherm als weergave van audio ondersteund. Afstandsbediening van de projector vanaf een computer die is aangesloten via een bedraad LAN*De projector kan op afstand worden bediend door middel van de webbrowser van een computer die op de projector is aangesloten via een bedraad LAN.
10Van startDit gedeelte geeft uitleg over hoe u een locatie voor de projector moet kiezen, hoe u de kabels moet aansluiten en hoe u de andere vereiste handelingen moet uitvoeren voor u de projector kunt gebruiken.Plaats de projector op een bureau, tafel of ander platform dat stevig en horizontaal is. Zorg voor voldoende ruimte rond de zijkanten en de achterkant van de projector voor een goede ventilatie. De volgende illustraties laten zien hoe de projector opgesteld moet worden ten opzichte van het scherm voor een optimale projectie.Gebruik een stopcontact waar u gemakkelijk bij kunt wanneer u de stekker van de projector eruit moet halen.Zorg ervoor dat er zich binnen 30 cm rond de projector geen andere voorwerpen bevinden.
Let in het bijzonder op dat u voorwerpen uit de buurt houdt van de in- en uitlaatopeningen van de projector.De luchtstoom van een airconditioning kan de warmte die wordt uitgestoten rond de lens van de projector zo beïnvloeden dat het geprojecteerde beeld erdoor gestoord wordt. Pas in een dergelijk geval de luchtstroom van de airconditioning aan, of verplaats de projector.Opstellen van de projectorVoorzorgen bij het opstellenSchermZorg ervoor dat de projector in een rechte hoek ten opzichte van het scherm wordt opgesteld.
11Sluit de projector aan op een stopcontact en op een signaalbron. Gebruik het meegeleverde netsnoer om de projector aan te sluiten op een stopcontact. Gebruik een RGB-kabel om de RGB-uitgangsaansluiting van een computer of andere signaalbron aan te sluiten. Gebruik een HDMI-kabel voor de verbinding met de HDMI-uitgangsaansluiting van een computer, video-apparaat of andere signaalbron. Gebruik altijd een hoge-snelheid HDMI-kabel voor de verbinding. Modellen uit de XJ-F serie hebben twee HDMI-ingangsaansluitingen, wat betekent dat u twee externe HDMI-apparaten tegelijkertijd kunt aansluiten. Sluit deze aan op de composiet uitgangsaansluiting of de S-video uitgangsaansluiting van de video-apparatuur. Zie voor details “Aansluiten op een composiet video-uitgang of S-Video-uitgang (Alleen XJ-F serie)” (bladzijde 74).
OpmerkingZie voor meer informatie over videoverbindingen “Aansluiten op een component video-uitgang” op bladzijde 73. Zie voor informatie over het gebruiken van de RS-232C bedieningsaansluiting van de projector “RS-232C bediening van de projector” (bladzijde 82). Zie voor informatie over het aansluiten van de projector voor het updaten van de firmware of om door de gebruiker aangepaste logo’s over te brengen “Bijwerken van de firmware en overbrengen van een gebruikerslogo” (bladzijde 76). Aansluiten van de bedrading van de projector*1 Deze aansluiting kan worden gebruikt om externe apparatuur van stroom (tot 5 V DC 2 A) te voorzien. Zie voor details “Externe apparatuur van stroom voorzien (Alleen XJ-F serie)” (bladzijde 75).
Met de XJ-F20XN, XJ-F200WN en XJ-F210WN projectoren (netwerkmodellen), kunt u een USB-flashgeheugen (bladzijde 41), een CASIO rekenmachine (bladzijde 66), of een los verkrijgbare draadloze adapter (raadpleeg de aparte “Netwerk functiegids”) verbinden met deze aansluiting als signaalbron om van te kunnen projecteren.
*2 Deze aansluiting is alleen beschikbaar op de XJ-F20XN, XJ-F200WN, XJ-F210WN (netwerkmodellen). Hij wordt gebruikt om toegang te krijgen tot het interne geheugen van de projector vanaf een computer en bij het projecteren van de inhoud van computerschermen via een USB-verbinding. Zie voor details “Bestanden kopiëren van een computer naar het interne geheugen van de projector” (bladzijde 37) en “Projecteren met de USB-displayfunctie” (bladzijde 61). Sommige van de aansluitingen op de afbeelding zijn niet beschikbaar op de XJ-F10X en XJ-F100W. XJ-V serie XJ-F serie*1*2.
12De projector wordt bediend met de meegeleverde afstandsbediening. Richt de zender van de afstandsbediening op één van de ontvangers op de projector wanneer u de toetsen van de afstandsbediening gebruikt. Het maximum bereik van het signaal van de afstandsbediening is ongeveer 5 meter (tussen de zender en de ontvanger).Belangrijk!Om te voorkomen dat de batterijen leeg raken, moet u de afstandsbediening zo opbergen dat geen van de toetsen per ongeluk wordt ingedrukt.OpmerkingDe technische gegevens kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.AfstandsbedieningZender afstandsbedieningssignaal[P] toetsMet deze toets schakelt u de stroom in of uit.[ESC] toetsDruk hierop om het huidige menu te verlaten of om een handeling te annuleren.Cursortoetsen (///), [ENTER] toetsGebruik de cursortoetsen om te navigeren tussen de diverse menu-items en om ingestelde waarden te veranderen.
Druk op [ENTER] om een menu-item te selecteren of een functie uit te voeren.Elk van deze toetsen heeft een bepaalde, vaste functie. Zie voor details de paragrafen die de bediening van de toetsen beschrijven in “Bedienen van de projector” (bladzijde 14 t/m 35). Zie bijvoorbeeld voor informatie over de [MENU] toets, “Gebruiken van het instelmenu (MENU)” (bladzijde 26).Deze toetsen worden alleen gebruikt voor netwerkmodellen. Deze worden hoofdzakelijk gebruikt voor de bediening van de projectie met de Bestandszoeker (bladzijde 36).E
13Inzetten van batterijen in de afstandsbedieningBelangrijk!Gebruik uitsluitend alkalibatterijen.Vervangen van de batterijen van de afstandsbedieningMaak de batterijklep aan de achterkant van de afstandsbediening open, vervang de oude batterijen door nieuwe en doe de batterijklep weer dicht.*Pas opER IS ONTPLOFFINGSGEVAAR ALS EEN BATTERIJ WORDT VERVANGEN DOOR EEN INCORRECT TYPE.HOUD U BIJ HET WEGGOOIEN VAN BATTERIJEN AAN DE VOORSCHRIFTEN.1.Maak de batterijklep aan de achterkant van de afstandsbediening open.2.Doe twee nieuwe batterijen in het compartiment en zorg ervoor dat de positieve (+) en negatieve (–) polen de goede kant op wijzen.3.Doe de batterijklep aan de achterkant van de afstandsbediening weer dicht.
14Bedienen van de projectorBehalve waar anders staat aangegeven, worden de handelingen in dit deel van de handleiding uitgevoerd met de afstandsbediening. Als de projector en de afstandsbediening allebei dezelfde toets hebben, maakt het niet uit welke u gebruikt om de beschreven handeling uit te voeren. De tabellen hieronder tonen de signaalbronnen die kunnen worden geselecteerd voor elk projectormodel. XJ-V serieXJ-F serie*Alleen netwerkmodellenSelecteren van de signaalbron (INPUT)Naam signaalbron Geprojecteerd beeld (en geluid)Computer(RGB of Component)Beeld en geluid van een computer of van video-apparatuur die is aangesloten op de COMPUTER-aansluiting van de projector en op de AUDIO IN-aansluiting. HDMI Beeld en geluid van een computer of van video-apparatuur die is aangesloten op de HDMI-aansluiting van de projector.
15Selecteren van de signaalbron1. Druk op de [INPUT] toets. 2. Gebruik in het “Ingangssignaal” dialoogvenster dat zal verschijnen de [INPUT], [] en [] toetsen om de gewenste signaalbron te selecteren en druk vervolgens op [ENTER]. Als u niet op [ENTER] drukt, zal de projector na ongeveer drie seconden automatisch de op dit moment geselecteerde signaalbron gebruiken. De naam van de geselecteerde signaalbron verschijnt een paar seconden lang in de rechter bovenhoek van het geprojecteerde beeld. De melding “Geen ingangssignaal” zal verschijnen wanneer er geen ingangssignaal kan worden gedetecteerd. OpmerkingRaadpleeg de volgende documentatie voor meer informatie over hoe u “Netwerk”, “USB-display”, “Bestandszoeker”, of “CASIO USB-tool” als signaalbron kunt selecteren en kunt projecteren.
Afhankelijk van het model projector, is de videoresolutie vastgesteld op XGA (1024 × 768 pixels) of WXGA (1280 × 800 pixels). Wanneer het ingangssignaal dat ontvangen wordt van de computer niet overeenkomt met de videoresolutie van de projector, kan het beeld grof lijken, kunnen tekst en andere tekens moeilijk te lezen zijn of kan er een moiré-patroon verschijnen. Als dit gebeurt, kunt u het volgende proberen. Verander de uitgangsresolutie van de computer zo dat deze overeenkomt met de videoresolutie van de projector. Zie de “Technische gegevens” in de Instelgids voor informatie over de videoresolutie van uw projector. Raadpleeg de documentatie van uw computer voor details omtrent het wijzigen van de instellingen daarvan. Verander de instelling “Hor. -Ver. verhouding” naar “Waar” (alleen van toepassing op modellen die WXGA-videoresolutie ondersteunen).
Zie voor details over het configureren van de beeldverhouding “Veranderen van de beeldverhouding van het geprojecteerde beeld (ASPECT)” (bladzijde 17). Netwerk: Aparte Netwerk functiegidsUSB-display: “Projecteren met de USB-displayfunctie” (bladzijde 61)Bestandszoeker: “Projecteren met de Bestandszoeker (File Viewer)” (bladzijde 36)CASIO USB-tool: “Projecteren van het scherm van een grafische calculator” (bladzijde 66)Resolutie.
16Gebruiken van de handmatige perspectivische (keystone) correctie (KEYSTONE)Gebruik de [KEYSTONE +] en [KEYSTONE –] toetsen om de perspectivische (keystone) correctie met de hand in te stellen.De projector heeft een perspectivische correctiefunctie (keystone), die detecteert wanneer de projector zich in een verticale hoek ten opzichte van het scherm bevindt en vervolgens automatisch de daarbij behorende vertekening corrigeert.
Gebruik de bovenstaande functie om handmatig te corrigeren wanneer de automatische correctie niet de gewenste resultaten oplevert.OpmerkingAls er geen menu, dialoogvenster of iets anders verschijnt op het scherm bij een XJ-F serie projector, kunt u ook de [] en [] toetsen van de projector gebruiken om de perspectivische vertekening met de hand te corrigeren.Beelden zoomen (D-ZOOM)1.Druk op de [D-ZOOM +] toets.Hierdoor wordt het midden van het geprojecteerde beeld één stap uitvergroot.2.Druk nog eens op [D-ZOOM +] om verder in te zoomen op het midden van het geprojecteerde beeld. Druk op de [D-ZOOM –] toets om uit te zoomen.Met elke druk op [D-ZOOM +] zoomt u in (wordt de vergrotingsfactor hoger), terwijl u met [D-ZOOM –] uitzoomt.
U kunt de vergrotingsfactoor doorlopend laten veranderen door elk van deze toetsen ingedrukt te houden.3.Wanneer er is ingezoomd op een beeld, kunt u met de [], [], [] en [] toetsen andere delen van het beeld laten uitvergroten (alsof u een vergrootglas over het oorspronkelijke beeld beweegt).4.Druk op [ESC] om het zoomen af te sluiten.Handelingen met weergegeven beeld
17Het beeld tijdelijk blanco maken en uitschakelen van de geluidsweergave (BLANK)1. Druk op de [BLANK] toets. Hierdoor wordt het scherm leeg gemaakt op de manier die u heeft bepaald via de “Blanco scherm” instelling in het instelmenu (bladzijde 28) en wordt de geluidsweergave tijdelijk uitgeschakeld. 2. Om de weergave van beeld en geluid te hervatten, drukt u nog eens op [BLANK] (of op [ESC]). Het beeld stilzetten (FREEZE)Druk op de [FREEZE] toets om het beeld dat op dit moment wordt ontvangen van de signaalbron stil te zetten. Om terug te keren naar het real-time beeld van de signaalbron kunt u nog eens op [FREEZE] drukken, of op [ESC]. Automatisch instellen van het beeld (AUTO)Druk op de [AUTO] toets.
Door op [AUTO] te drukken worden automatisch de frequentie en de fase aangepast aan de hand van het ingangssignaal, hetgeen flikkeren en andere problemen met het geprojecteerde beeld kan verminderen. Deze handeling wordt ondersteund wanneer Computer (RGB) de signaalbron is. Veranderen van de beeldverhouding van het geprojecteerde beeld (ASPECT)Druk op de [ASPECT] toets om de mogelijke instellingen voor de beeldverhouding van het beeld te doorlopen. De beschikbare instellingen hangen af van welk model projector u heeft, zoals hieronder vermeld staat. XJ-V100W/XJ-V110W/XJ-F100W/XJ-F200WN/XJ-F210WNDoor op [ASPECT] te drukken bladert u door alle beschikbare instellingen voor de huidige signaalbron, zoals hieronder vermeld staat.
18Beschrijving van elk van de instellingenOpmerkingZie “Beeldverhouding en geprojecteerd beeld” (bladzijde 78) voor details over welke invloed de instellingen voor de beeldverhouding hebben op het geprojecteerde beeld. Als “Waar” is ingesteld voor de beeldverhouding bij een RGB-signaal met een resolutie die lager is dan SVGA, zal het beeld voor projectie worden vergroot tot SVGA. U kunt de beeldverhouding ook veranderen via de instelling “Scherminstellingen 3 Hor. -Ver. verhouding” in het instelmenu (bladzijde 28). Belangrijk. Let op, want beelden vergroten of verkleinen met de [ASPECT] toets voor handelsdoeleinden of openbare presentaties kan inbreuk maken op de auteursrechten van de rechthebbende op het originele materiaal. Normaal:Projecteert het beeld met de maximale grootte met behoud van de beeldverhouding van het ingangssignaal.
Volledig: Projecteert het beeld met de maximale grootte door het ingangssignaal te vergroten of te verkleinen. 16:9: Deze instelling is voor een beeldverhouding van 16:9, wat hetzelfde is als een bioscoopfilm, een HDTV enz. Gebruiken van deze instelling wanneer het ingangssignaal een 16:9 beeld is dat in een 4:3 formaat is gecomprimeerd, zal het beeld weergeven met de daarvoor bestemde 16:9 beeldverhouding. 16:10: Deze instelling is voor een beeldverhouding van 16:10. Gebruik deze instelling om het beeld aan te passen voor projectie op een scherm met een beeldverhouding van 16:10. 4:3: Ongeacht de beeldverhouding van het ingangssignaal wordt het beeld altijd geprojecteerd met een beeldverhouding van 4:3.
Waar: Projecteert het ingangssignaal op de oorspronkelijke grootte (1 pixel van het ingangssignaal correspondeert dan met 1 pixel in het door de projector weergegeven beeld) in het midden van het geprojecteerde beeld. Als de resolutie van het ingangssignaal hoger is dan die van de projector, wordt het meerdere niet weergegeven.
19Aanpassen van de helderheid van het beeld (FUNC)1.Druk op de [FUNC] toets. Selecteer op het menu dat zal verschijnen “Helderheid” en druk dan op [ENTER].2.Gebruik op het instelscherm voor de helderheid dat zal verschijnen de [] en [] toetsen om de helderheid van het beeld in te stellen.3.Druk op [ESC] om het venster weer te sluiten.OpmerkingDe handeling hierboven is voor het fijn-afstellen van de helderheid van het beeld zonder de lichtopbrengst te beïnvloeden. Zie voor details over het veranderen van de lichtopbrengst “Lichtregeling” (bladzijde 21).Veranderen van de kleurenmodus (FUNC)1.Druk op de [FUNC] toets. Selecteer op het menu dat zal verschijnen “Kleurmodus” en druk dan op [ENTER].Hiermee opent u het keuzevenster voor de kleurenmodus.
De knop voor de huidige kleurenmodus staat geselecteerd (ingevuld).2.Gebruik de [] en [] toetsen om de gewenste kleurenmodus te selecteren en druk dan op [ENTER].Hiermee selecteert u de knop naast de gemarkeerde kleurenmodus.Zie voor details over wat elke kleurenmodus precies inhoudt “Beeldinstelling 1 3 Kleurmodus” (bladzijde 27).3.Druk op [ESC] om het venster weer te sluiten.Belangrijk!De kleurenmodus kan niet worden geselecteerd in de volgende gevallen.• Wanneer “Uit” is ingesteld voor de “Lichtsterkteregeling” (bladzijde 21).
20Gebruik de procedure hieronder om het volumeniveau van de luidspreker van de projector en de geluidsweergave via de AUDIO OUT-aansluiting te regelen. Als uw projector geen ingebouwde luidspreker heeft, heeft dit alleen invloed op de geluidsweergave via de AUDIO OUT-aansluiting.Regelen van het volumeniveau1.Druk op de [VOLUME +] of [VOLUME –] toets.Hiermee opent u het “Volume” scherm op het geprojecteerde beeld.2.Druk op [VOLUME +] om het volume te verhogen, of op [VOLUME –] om het volume te verlagen.3.Wanneer u klaar bent, drukt u op [ESC].Uitschakelen van de geluidsweergave1.Druk op [VOLUME +] of [VOLUME –] om het “Volume” scherm te openen.2.Druk op de [ENTER] toets.Hierdoor wordt de geluidsweergave via de luidspreker uitgeschakeld.3.Druk op [VOLUME +] of [VOLUME –] om de geluidsweergave te hervatten.Regelen van het volumeniveau (VOLUME)
21Met de lichtregeling kunt u instellen hoeveel licht er wordt geproduceerd door de projector (de helderheid van de lichtbron). Wanneer “Aan” is geselecteerd voor “Lichtsterkteregeling” in het instelmenu (fabrieksinstelling), dan kan de lichtopbrengst worden ingesteld op zeven verschillende niveaus.Als u op een toestel uit de XJ-F serie “Aan” selecteert voor de “Lichtsensor” instelling in het instelmenu, zal de lichtopbrengst automatisch worden aangepast aan het omgevingslicht.OpmerkingOm te projecteren met de maximale lichtopbrengst, moet u “Uit” selecteren voor de “Lichtsterkteregeling” instelling op het instelmenu. Hierdoor worden veranderingen in de lichtopbrengst uitgeschakeld.
Bij toestellen uit de XJ-F serie wordt hierdoor ook de lichtsensor uitgeschakeld.De lichtregeling aan of uit zetten1.Druk op [MENU] om het instelmenu te openen.2.Gebruik de [] toets om “Optie instellingen 1” te selecteren en druk dan op [ENTER].3.Gebruik de [] toets om “Lichtsterkteregeling” te selecteren en druk dan op [ENTER].Hierdoor zal er een dialoogvenster voor de lichtregeling verschijnen.4.Gebruik de [] toets om “Lichtsterkteregeling” te selecteren en druk dan op de [] toets om “Aan” te selecteren, of op de [] toets om “Uit” te selecteren.5.Druk op [ESC] om het instelmenu te sluiten.Regelen van de lichtopbrengst1.Druk wanneer er geen menu, dialoogvenster of iets dergelijks op het geprojecteerde beeld wordt getoond op de [] of [] toets.Met de [] toets wordt de lichtopbrengst met 1 niveau verlaagd, terwijl deze met [] met 1 niveau wordt verhoogd.
Door op een van deze toetsen te drukken wordt er ook een dialoogvenster voor de lichtopbrengst geopend waarin de instelling voor de lichtopbrengst wordt getoond als een waarde van 1 t/m 7.2.U kunt [] en [] gebruiken om de lichtopbrengst verder te regelen terwijl het dialoogvenster wordt getoond.Lichtregeling
223.Druk wanneer de helderheid het gewenste niveau heeft bereikt op [ESC] om het dialoogvenster te sluiten.Het dialoogvenster zal automatisch verdwijnen als u ongeveer vijf seconden lang geen handelingen met de toetsen uitvoert.OpmerkingDe bovenstaande handeling kan niet worden uitgevoerd wanneer “Uit” is geselecteerd voor de “Lichtsterkteregeling” instelling op het instelmenu.Controleren van het energiebesparingsniveau1.Druk op de [ ] toets.Hierdoor zal er een dialoogvenster voor de lichtregeling verschijnen. Het huidige energiebesparingsniveau wordt aangegeven door het teken van een blaadje ( ) bovenaan het dialoogvenster.
Hoe meer blaadjes er worden aangegeven, hoe hoger het energiebesparingsniveau.U kunt op dit moment het lichtopbrengstniveau aanpassen met de [] en [] toetsen.2.Druk op [ESC] om het dialoogvenster te sluiten.OpmerkingDe bovenstaande handeling kan niet worden uitgevoerd wanneer “Uit” is geselecteerd voor de “Lichtsterkteregeling” instelling op het instelmenu.De regeling met de lichtsensor aan of uit zetten (alleen XJ-F serie)1.Druk op [MENU] om het instelmenu te openen.2.Gebruik de [] toets om “Optie instellingen 1” te selecteren en druk dan op [ENTER].3.Gebruik de [] toets om “Lichtsterkteregeling” te selecteren en druk dan op [ENTER].Hierdoor zal er een dialoogvenster voor de lichtregeling verschijnen.4.Gebruik de [] toets om “Lichtsensor” te selecteren en druk dan op de [] toets om “Aan” te selecteren, of op de [] toets om “Uit” te selecteren.5.Druk op [ESC] om het instelmenu te sluiten.
23De presentatietimer telt af vanaf een vooraf ingestelde tijd. U kunt hier gebruik van maken om bij te houden hoeveel tijd er verstreken is tijdens uw presentatie en om uw presentatie binnen de van tevoren gestelde tijd af te ronden. U kunt de presentatietimer zo configureren dat deze wordt aangegeven op het geprojecteerde beeld.Weergeven van de timerDruk één keer op [TIMER] wanneer de timer niet wordt weergegeven op het geprojecteerde beeld.De timer zal ongeveer vijf seconden lang worden weergegeven en dan automatisch verdwijnen als “Uit” is geselecteerd bij “Doorlopende weergave” op het menu voor de timerfunctie.Openen van het menu voor de timerfunctieDruk twee keer op [TIMER] wanneer de timer niet wordt weergegeven op het geprojecteerde beeld.
24Configureren van timerinstellingen1. Gebruik de [TIMER] toets om het timerfunctiemenu te openen. 2. Gebruik de [] en [] toetsen om de “Positie”, “Doorlopende weergave” of “Starttijd” instelling te selecteren en verander de instelling aan de hand van de tabel hieronder. 3. Druk op [ESC] om uw instellingen op te slaan en het functiemenu voor de timer te sluiten. Om de timer onmiddellijk te starten nadat de instellingen zijn veranderd, moet u [] en [] gebruiken om “Timer starten” te selecteren van het functiemenu voor de timer en dan op [ENTER] drukken voor u bij de stap hierboven op [ESC] drukt. Starten van de afteltimer1. Gebruik de [TIMER] toets om het timerfunctiemenu te openen. 2. Selecteer “Timer starten” en druk vervolgens op [ENTER]. Hierdoor wordt het timerfunctiemenu gesloten en zal het aftellen van de timer beginnen.
Wanneer er is afgeteld tot 00:00, zal er 60 minuten verder worden geteld met negatieve getallen (van –00:01 t/m –60:00). De negatieve getallen worden in het timerdisplay rood weergegeven (ten teken dat de presentatie nu over tijd is). Om dit te doen: Voert u deze handeling uit:De timer verplaatsen op het geprojecteerde beeldSelecteer “Positie” en gebruik de [] en [] toetsen om één van de volgende instellingen te selecteren: “Rechtsonder”, “Rechtsboven”, “Linksboven”, “Linksonder” (fabrieksinstelling: Rechtsonder). In- of uitschakelen van de doorlopende weergave van de timerSelecteer “Doorlopende weergave” en gebruik de [] en [] toetsen om “Aan” of “Uit” te selecteren (fabrieksinstelling: Uit). Aan: Wanneer de timer weergegeven wordt, zal deze in beeld blijven staan tot u een ander dialoogvenster opent of op [ESC] drukt.
25Pauzeren van de timer1.Gebruik de [TIMER] toets om het timerfunctiemenu te openen.2.Selecteer “Timer pauzeren” en druk vervolgens op [ENTER].Hervatten van een gepauzeerde timer1.Gebruik de [TIMER] toets om het timerfunctiemenu te openen.2.Selecteer “Timer opnieuw starten” en druk vervolgens op [ENTER].De timer terugzetten op de starttijd1.Gebruik de [TIMER] toets om het timerfunctiemenu te openen.2.Selecteer “Timer resetten” en druk vervolgens op [ENTER].Hierdoor wordt de tijd teruggezet op de “Starttijd” instelling.
26Als u op de [MENU] toets drukt, wordt het hieronder getoonde instelmenu weergegeven op het geprojecteerde beeld. U kunt dit menu gebruiken om de helderheid, het contrast en andere instellingen voor het geprojecteerde beeld in te stellen en projectorinstellingen te veranderen.De uitleg geeft aan welke handelingen er met de toetsen kunnen worden uitgevoerd voor het geselecteerde (gemarkeerde) menu-item.Gebruiken van het instelmenu (MENU)Basisbediening instelmenuOm dit te doen: Voert u deze handeling uit:Open het instelmenuSluit het instelmenuDruk op de [MENU] toets. Druk op [MENU] om het instelmenu af te sluiten en om de daarin gemaakte instellingen op te slaan.Selecteer een item van het menuGebruik de [] en [] toetsen om de markering naar het menu met het gewenste item te brengen en druk dan op [ENTER].
Gebruik vervolgens de [] en [] toetsen om de markering naar het gewenste item te brengen.Configureer de instelling van een menu-itemBij een menu-item met rechts ervan opties of ingestelde waarden, kunt u met de [] en [] toetsen de instelling veranderen.Voor een menu-item met “Wijzigen[ENTER]” of “OK[ENTER]” rechts ervan, kunt u op [ENTER] drukken om een dialoogvenster te openen om de instelling te configureren.Menu-items(Hoofdmenu)MarkerenMenu-item(Submenu)Uitleg(Schermafbeelding netwerkmodel)
27Eén of meer letters achter de naam van een item in het menu (zoals RCV), geeft aan dat dit item alleen beschikbaar is wanneer een bepaalde signaalbron is geselecteerd. De letters geven de signaalbron(nen) aan waarvoor het menu-item beschikbaar is. R: RGB-ingangsaansluiting, C: Component ingangsaansluiting, V: S-Video ingangsaansluiting*1 of Video ingangsaansluiting*1, H: HDMI (PC) ingangsaansluiting, D: HDMI (DTV) ingangsaansluiting, F: Bestandszoeker*2, T: CASIO USB-tool*2, N: Netwerk*2, U: USB-display*2Een menu-item zonder letter ernaast wordt toegepast ongeacht de signaalbron. achter een menu-item geeft aan dat dit item alleen beschikbaar is op XJ-F serie projectoren. achter een menu-item geeft aan dat dit item alleen beschikbaar is op netwerkmodel projectoren. De fabrieksinstelling wordt aangegeven met een asterisk (*).
Instellingen op het instelmenu*1 Alleen XJ-F serie projectoren *2 Alleen netwerkmodel projectorenU moet dit menu-item gebruiken:Om dit te doen:Beeldinstelling 1 3 HelderheidStel de helderheid van het geprojecteerde beeld in. Beeldinstelling 1 3 ContrastStel het contrast van het geprojecteerde beeld in. Beeldinstelling 1 3 Scherpte (V) Gebruik dit submenu om de scherpte van het geprojecteerde beeld te regelen. Een grotere waarde maakt het beeld scherper, een kleinere waarde maakt het beeld zachter. Beeldinstelling 1 3 Verzadiging (V) Gebruik dit submenu om de kleurverzadiging van het geprojecteerde beeld te regelen. Een grotere waarde verhoogt de kleurverzadiging. Beeldinstelling 1 3 Kleurtoon (V) Gebruik dit submenu om de kleurtoon (tint) van het geprojecteerde beeld te regelen. Een grotere waarde geeft het beeld een meer blauwe tint, terwijl een kleinere waarde het beeld roder maakt.
Beeldinstelling 1 3 KleurmodusSelecteer één van de volgende kleurinstellingen voor het geprojecteerde beeld: “Standaard*”, “Grafieken”, “Theater*”, “Schoolbord”, “Natuurlijk”. OpmerkingFabrieksinstelling: “Theater” wanneer de signaalbron S-Video, Video, of HDMI (DTV) is. “Standaard” in andere gevallen. Beeldinstelling 1 3 kleurbalansSelecteer één van de volgende voorgeprogrammeerde instellingen voor de kleurbalans: “Warm”, “Normaal*”, “Koud”. Kan ook worden gebruikt om apart rood, groen en blauw in te stellen. Beeldinstelling 1 3 Lichtsterkteregeling uit modusWanneer “Uit” is geselecteerd voor de “Optie instellingen 1 3 Lichtsterkteregeling 3 Lichtsterkteregeling” instelling, kunt u kiezen uit “Helder” (de helderheid heeft voorrang) of “Normaal*” (kleurweergave heeft voorrang) als instellingen voor de beeldweergavevoorkeur.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Casio XJ-F210WN stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Beamer Casio
Handleiding Beamer
Nieuwste handleidingen voor Beamer