Casio CTK-3500 Handleiding

Casio Keyboard CTK-3500

Bekijk gratis de handleiding van Casio CTK-3500 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Keyboard. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 111 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Casio CTK-3500 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
NL
CTK3500-D-1A
GEBRUIKSAANWIJZING
Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen
Zorg ervoor eerst aandachtig de “Voorzorgsmaatregelen ten behoeve van de veiligheid” te lezen voordat u
het Digitale Keyboard probeert te gebruiken.
Bewaar a.u.b. alle informatie voor eventueel latere naslag.
Betreffende de muziekpartituurgegevens
Gebruik een computer om muziekpartituurgegevens vanaf de CASIO-website te downloaden. Bezoek de
onderstaande website voor verdere informatie.
http://world.casio.com/
CTK-3500

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Casio
Categorie: Keyboard
Model: CTK-3500
Kleur van het product: Zwart
Gewicht: 3400 g
Breedte: 946 mm
Diepte: 307 mm
Hoogte: 92 mm
USB-poort: Ja
USB-connectortype: USB Type-B
Ingebouwde luidsprekers: Ja
Aantal luidsprekers: 2
Maximum polyfonie (noten): 48
Hoofdtelefoonuitgangen: 1
Hoeveelheid tonen: 400
Geheugencapaciteit voor muziek: 60
Aantal pedalen: 1
Dempingspedaal: Ja
Pedaal-aansluiting: Ja
Versterker output power: 4 W
Verstelbaar toonbereik (octaven): -1 - 1
Aantal opgenomen drumgeluiden: 100
Aantal toetsen: 61 toetsen
Aansluiting voor netstroomadapter: Ja
Inclusief bijpassende standaard: Ja

Handleiding Casio CTK-3500 – volledige tekst

NLCTK3500-D-1AGEBRUIKSAANWIJZINGVeiligheidsvoorzorgsmaatregelenZorg ervoor eerst aandachtig de “Voorzorgsmaatregelen ten behoeve van de veiligheid” te lezen voordat u het Digitale Keyboard probeert te gebruiken. Bewaar a.u.b. alle informatie voor eventueel latere naslag.Betreffende de muziekpartituurgegevens Gebruik een computer om muziekpartituurgegevens vanaf de CASIO-website te downloaden. Bezoek de onderstaande website voor verdere informatie. http://world.casio.com/CTK-3500

Laat kinderen nooit een netadapter ge iken die ernstig eschadigd is. b urb• Probeer nooit de batterijen op te laden. • Geb ur ik geen oplaadbare batterijen. • Geb ur ik nooit o de en nie atterijen door elkaar. u uwe b• Geb ur ik altijd de aanb ve olen batterijen of een gelijkwaardig type. • Zorg ervoor dat de positieve (+) en negatie e (–) kant v van de batterijen in de ju wiste richting ijzen zoals aangegeven bij het batterijcompartiment. •Vervang batterijen zo snel mogelijk als ze tekenen geven dat ze uitgeput zijn. • Laat de batterij-aansluitingen nooit kortsluiting maken. • Dit product is niet bedoeld voor kinderen onder drie jaar. • Geb ur ik enkel de CASIO AD-E95100L netadapter. • De netadapter is geen stuk speelgoed. • Haal de netadapter altijd it het stopcontact ct schoonmaakt.

Met uitzondering van uw eigen persoonlijke geb ur ik, is het aanwenden d van de inhou van deze handleiding oor niet-v bedoelde doeleinden zonder de u uitdr kkelijke toestemming oden onder de van CASIO verb wetgev u ing inzake a teursrechten. ●IN GEEN GEVAL ZAL CASIO AA SPRAKELIJK ZIJN N V OOR SCHADE IN N E IGE VORM (INCLUSIEF EN ZONDER BEPERKI ERLIES STE DERBREKINGEN DE SCHADE DOOR HET V V NA WIN N, ON NGEN V N A ZAKELIJKE BELA ERLIES NGEN, V V N NA I FORMATIE) DIE OORTKOMT UIT HET GEBRUIK OF DE O MOGELIJKHEID TOT V V NANHET GEBRUIK DEZE HA G OF DIT PRODUCT, ZELFS ALS CASIO ER OP ATTE T GEMAAKT IS DAT V NANDLEIDIN NDE MOGELIJKHEID OP DERGELIJKE SCHADE BESTAAT. ●De inhou vd an deze handleiding is onder voor d. behou●Het produ w uct kan er in erkelijkheid anders itzien dan zoals is aangegeven in de afbeeldingen van deze Geb ur iksaanwijzing.

NL-1Algemene gids NL-2Timeou Nt. L-4Geb ur ik van de cijfertoetsen (bq). NL-4Geb ur ik van de FU toets (NCTION3). NL-4Voorbereidingen voor het spelen NL-7Klaarmaken van de muziekstandaard. NL-7V Noeding. L-7Spelen op het di itale keyboard NL-8gInschakelen van de stroom en spelen op het keyb Noard. L-8Weerge en v van de demonstratiemelodieën. NL-8Geb ur ik v Nan een hoofdtelefoon. L-8Geb ur ik van de metronoom. NL-8Regelen van de tonen van het toetsenbord NL-9Kies uit een aantal mu u Nziekinstr menttonen. L-9Geb ur iken van L-10V NIRTUAL HALL. Geb ur ik van een pedaal. NL-10Geb ur ik van de toonhoogteregelaar oor het vv veranderen an de toonhoogte. NL-10Spelen in de dansmuziekmodus NL-11Dansm ziekmodu u Ns. L-11Functies van het schakelaar-toetsenb Nord. L-11Geb ur ik ziekmod L-12van de dansmu u Ns. Creëren van een build-u Np. L-12Instellingen ziekmodvan de dansmu u Ns.

L-13Weergeven van ingebouwde melodieën NL-13Weerge en v van een bepaalde melodie. NL-13Gebruik van de ingebouwde melodieën om het spelen op het toetsenbord te leren NL-15Stapsgew Nijze lessen. L-15Instellingen die u u k nt geb ur iken tijdens de stapsgew Nijze lessen. L-16Gebruik van de automatische begeleidingNL-17Weerge en v van alleen het ritmegedeelte. NL-17Weerge en v van alle gedeelten. NL-17Effectief geb ur ik van de automatische b Negeleiding. L-18Geb ur ik oorke L-19van één-toets v u Nze. Koppelen aan een applicatie (APP-functie) NL-19APP-fu Nnctie. L-19Downloaden v Nan de speciale app. L-19De APP-functie klaarmaken voor geb ur ik. NL-20Geb ur ik L-20van de app in de weergavemodu Ns. Geb ur ik L-20van de app in de opslagmodu Ns. Weerge en v van opgeslagen gegevens (melodieën). NL-21Wissen van opgeslagen gegevens (melodieën). NL-21Fo L-21u Ntmeldingen.

NL-2Al emene g gids1 2 3 4 5bn bqbo67 8 9 bk bl bmbr bs bt ck cl cmbpcn co cp cq cr cs cnct dkHieronder volgt een verklaring van de betekenis van het $ symbool dat verschijnt op het paneel van het product met de hieronder gegeven toetsnamen.$: Geeft een functie aan die geactiveerd wordt door de toets gedurende enige tijd ingedrukt te houden.

NL-4Algemene gidsGebruik deze toets om het volumeniveau en de toonhoogte te veranderen en om andere instellingen te configureren. 1. Druk op 3FUNCTION. 2. Druk daarna het ereiste aantal malen op om de instelling te selecteren die v3FUNCTION u w ilt eranderen. vBij enkele malen indrukken van 3FUNCTION worden de beschikbare parameters doorlopen. •U kunt de instellingen ook in terugwaartse richting doorlopen door 3FUNCTION ingedrukt te houden en op 4VIRTUAL HALL te drukken. Gebruik van de FUNCTION toets (3)Indrukken van 3 toets Parameter BeschrijvingDisplay1 Transponeren Trans. Verandert (transponeert) de totale instrumentstemming in eenheden van een halve toon. –12 t/m +12 (eenheden van halve toon, één octaaf omhoog/omlaag)2 Volume van de begeleidingAcompVol Verandert het volume van de automatische begeleiding. 3 Volume van de melodieSong Vol Verandert het weergavevolume van de melodie.

4 Volume van de dansmuziekDM Vol. Verandert het weergavevolume van de dansmuziekmelodie. 5 Synchronisatie-type van de dansmuziekDM Sync Stelt de timing van de dansmuzieksynchronisatie in. 1: Geen verkeerde aanpassing van de fraseweergave tussen de delen, ongeacht de timing van de patroonfase-omschakeling. 2: Start patroonfraseweergave voor aanpassing van de timing van de patroonomschakeling-klaviertoets. Als er een verkeerde aanpassing is met de weergavetiming van de patroonfrase tussen de delen, wordt de aanpassing automatisch maat-voor-maat bijgeregeld naarmate de weergave vordert. Als u gedurende een bepaalde tijd geen bewerking uitvoert tijdens het maken van instellingen, zal de display automatisch terugkeren naar het vorige scherm. Gebruik de cijfertoetsen en de [–] en [+] toetsen om de getoonde cijfers en instellingen te veranderen.

•Negatieve waarden kunnen niet met de cijfertoetsen worden ingevoerd. Gebruik in plaats daarvan [+] (verhogen) en [–] (verlagen). U kunt het getoonde nummer of de getoonde waarde veranderen met de [+] (verhogen) en [–] (verlagen) toetsen. •Houd één van beide toetsen ingedrukt om door de getoonde instellingen te scrollen. •Door beide toetsen tegelijkertijd in te drukken wordt teruggekeerd naar de standaardinstelling of de aanbevolen instelling. TimeoutGebruik van de cijfertoetsen (bq)Cijfertoetsen[–] en [+] toetsen.

NL-5Algemene gids6 Instelling van het dansmuziek-tempoDM Tempo Specificeert of het uitvoeringstempo wel of niet verandert overeenkomstig de waarde die voor elk patroon is ingesteld. on: Wanneer het patroon wordt omgeschakeld, verandert het uitvoeringstempo naar het tempo dat voor het geselecteerde patroon wordt aanbevolen. Aangezien het tempo verandert, kan de melodie volledig anders worden. oFF: Zelfs als het patroon wordt omgeschakeld, blijft het uitvoeringstempo op de huidige instelling, zonder dat dit verandert. Het tempo verandert niet plotseling waardoor een natuurlijke patroonverbinding wordt verkregen. 7 Instelling van de dansmuziek-toonDM Tone Specificeert of de toetsenbordtoon verandert overeenkomstig de toon die voor elk patroon is ingesteld. on: Wanneer het patroon wordt omgeschakeld, verandert de toon naar de toon die voor het geselecteerde patroon wordt aanbevolen.

Selecteer deze instelling wanneer u de uitvoeringstoon wilt veranderen wanneer het patroon verandert. oFF: Zelfs als het patroon wordt omgeschakeld, blijft de toon op de huidige instelling, zonder dat deze verandert. Selecteer deze instelling wanneer u dezelfde toon wilt spelen, ook wanneer het patroon verandert. 8 Aanslagvolume Touch Verandert het volume afhankelijk van de druk op het toetsenbord (snelheid). De gevoeligheid van het aanslagvolume kan naar wens worden ingesteld. oFF: Aanslagvolume uitgeschakeld. Het volume verandert niet bij een andere druk op het toetsenbord (snelheid). Type 1 (1): StandaardinstellingType 2 (2): Vergemakkelijkt de uitvoer van een groter geluid dan type 1. 9 Nagalm Reverb Voegt nagalm toe aan de noten en specificeert de lengte van de nagalm. oFF: Geen nagalm toegevoegd. 1 t/m 10: Een grotere waarde betekent een langere nagalm.

0 (Geen verandering) t/m 12 (1 octaaf)11 Gesproken vin-gerzettinggidsSpeak Schakelt de gesproken vingerzettinggids in of uit. Deze gids vertelt u welke vinger u moet gebruiken om de tonen te spelen bij de stapsgewijze lessen. on: Gesproken vingerzettinggids ingeschakeld. oFF: Gesproken vingerzettinggids uitgeschakeld. 12 Notengids NoteGuid Schakelt de notengids in of uit. Deze gids laat de noten klinken die u moet spelen bij de stapsgewijze lessen. on: Notengids ingeschakeld. oFF: Notengids uitgeschakeld. 13 Uitvoerings-evaluatieScoring Schakelt de uitvoeringsvaluatie in of uit. Deze evaluatie toont de resultaten van de stapsgewijze lessen. on: Uitvoeringsevaluatie ingeschakeld. oFF: Uitvoeringsevaluatie uitgeschakeld.

14 Lesbegeleiding L Accomp Kan worden gebruikt om de begeleidingsdelen die worden weergegeven te verminderen, zodat het gemakkelijker is om de noten te horen van het gedeelte dat u aan het oefenen bent met de stapsgewijze lessen. on: Normale begeleidingoFF: Begeleiding waarbij het gedeelte dat wordt geoefend gemakkelijker hoorbaar is. 15 Pedaaleffect Jack Selecteert het effect dat door het pedaal wordt toegevoegd. Aanhouden (SUS): Houd de noten aan terwijl het pedaal wordt ingedrukt. Orgel- en andere niet-wegstervende toonnoten worden aangehouden zolang het pedaal wordt ingedrukt. Sostenuto (SoS): Wanneer klaviertoetsen worden ingedrukt en dan dit pedaal wordt ingedrukt voordat de toetsen worden losgelaten, worden de noten aangehouden zolang het pedaal wordt ingedrukt. Zacht (SFt): Maakt de noten ietwat milder terwijl het pedaal wordt ingedrukt.

NL-6Algemene gids3. Geb ur ik eranderen bq (cijfertoetsen) om de instelling te v wanneer de gewenste parameter wordt getoond. • De toonparameter en andere parameters keren ter g naar de standaardinstelling de stroom inschakelt. De u wanneer uinstellingen voor de stemming (toonschaal), het LCD-contrast en de automatische tomatisch uitschakelfunctie worden auopgeslagen en blijven in het geheugen aard b wewanneer de stroom wordt uitgeschakeld. • U kunt de [+] en [–] toetsen geb ur iken om een waarde rechts naast het decimaalteken in te voeren. Om bijvoorbeeld 442,2 Hz in te voeren, ge eerst de cijfertoetsen om 4 4 b ur ikt u3 3 2 in te voeren. Daarna drukt u w t eemaal op de [+] toets. 16 Keyboardkanaal Keybd Ch Bepaalt het kanaal dat wordt gebruikt wanneer keyboardprestatie-informatie wordt verstuurd van dit digitale keyboard naar een computer.

01 t/m 16: Kanaalnummer17 Kanaal navigerenNavi. Ch Bepaalt welke kanalen, opgenomen in de prestatie-informatie die door dit digitale keyboard wordt ontvangen, de kanalen zijn voor schermbegeleiding. Door het kanaal met het hogere nummer te bepalen (Navigeren (Rechts)) wordt automatisch het volgende lagere kanaalnummer ingesteld (Navigeren (Links)). 01 t/m 16: Navigeren (Rechts) (hoger nummer) kanaalnummer18 Lokale besturingLocal Bepaalt of het geluid van het digitale keyboard al dan niet uitgevoerd moet worden wanneer er iets op het keyboard gespeeld wordt. on: Geluid van het digitale keyboard wordt uitgevoerd wanneer de keyboardtoetsen worden ingedrukt. oFF: Geluid van het digitale keyboard wordt niet uitgevoerd wanneer de keyboardtoetsen worden ingedrukt. 19 Begeleidingsge-luidsweergaveAcompOut Bepaalt of al dan niet automatische begeleidinggegevens moeten worden verstuurd.

on: Automatische begeleidinggegevens worden verstuurd. oFF: Automatische begeleidinggegevens worden niet verstuurd. 20 Stemmen Tune Maakt kleine afstellingen aan de totale toonhoogte.

Gebruik deze functie om de stemming (toonschaal) van het digitale keyboard aan te passen aan die van een ander muziekinstrument of aan het weergavegeluid van een CD. Deze instelling is de frequentie van A4 (A boven midden C). Zie de opmerkingen onder “BELANGRIJK. ” hieronder. 415,5 t/m 465,9 Hz (Standaardwaarde: 440,0 Hz)21 LCD-contrast Contrast Stelt het contrast van de display in. 1 t/m 12: Bij een grotere waarde is het contrast van de display donkerder. 22 Automatische uitschakelfunc-tieAPO Deze instelling bepaalt of het digitale keyboard automatisch wordt uitgeschakeld nadat dit een bepaalde tijd niet is gebruikt. oFF: De automatische uitschakelfunctie is gedeactiveerd. 30: Het digitale keyboard wordt automatisch uitgeschakeld nadat dit 30 minuten niet is gebruikt. Indrukken van 3 toets Parameter BeschrijvingDisplay.

NL-7• Plaats geen apparaat op de muziekstandaard van het digitale key oard. Het apparaat kan b vallen en beschadigd raken of de loer kan ev ventueel orden w beschadigd. Voor de voeding van dit digitale keyboard kunt u kiezen uit een netadapter of batterijen. Gewoonlijk wordt netspanningsvoeding aanbevolen. •Afhankelijk van de plaats waar het apparaat is gekocht, is het mogelijk dat er geen netadapter is bijgeleverd. In dit geval moet u zelf een netadapter in de winkel aanschaffen. Let erop dat u alleen de netadapter gebruikt die voor dit digitale keyboard wordt voorgeschreven. Het gebruik van een ander type netadapter kan problemen veroorzaken. • Zorg ervoor dat u de stroom van het digitale keyboard uitschakelt oordat v u de aansl an de netadapter tot uiting vstand erbrengt of v breekt. • De netadapter wordt warm na langdurig geb ur ik. Dit is normaal en duidt niet op een defect.

• Ter voorkoming van draad k dient het netsnoer niet te breu ubelasten. • Steek nooit metaal, potloden of andere voorwerpen in de 9,5 V gelijkspanningsaansl an dit produiting (DC 9. 5V) v uct. Dit brengt namelijk het gevaar v uan een ongel k met zich mee. • Zorg ervoor de stroom u v uit te schakelen oordat de batterijen inlegt. • Het wordt aan u v o ergelaten om zes los verkrijgbare AA-formaat batterijen aan te schaffen. Ge ik geen oxyride b urbatterijen of andere atterijen die nikkel b b ve atten. 1. Open het atterijdeksel aan de onderkant an het b vdigitale keyboard. 2. Leg zes AA-formaat atterijen in het bbatterijcompartiment. Let erop dat de positieve + - en negatieve kanten van de batterijen in de richting wijzen aangegeven in de afbeelding. 3. Steek de lipjes van het batterijdeksel in de gaten aan de kant v b uan het atterijcompartiment en sl it v ver olgens het deksel.

Voorbereidin en voor het gspelenKlaarmaken van de muziekstandaardVoedingGebruik van de netadapterVoorgeschreven netadapter: AD-E95100L (JEITA standaardstekker)MuziekstandaardN uetadapter DC 9. 5V aansl itingStopcontactNiet buigen. Niet omheen wikkelen. Gebruik op batterijenIndicator voor lege batterijen (knippert).

NL-81. Druk op 1P (aan/uit). De stroom wordt ingeschakeld. •Om het digitale keyboard uit te schakelen, houdt u de 1P (aan/uit) toets ingedrukt totdat er geen aanduiding meer op de display van het digitale keyboard is. 2. Prob beer iets op het key oard te spelen. U kunt 2VOLUME geb u v ur iken om het ol me in te stellen. • Bij het uitschakelen van de stroom worden de toon, het ritme en andere instellingen (behalve de stemming, het LCD-contrast en de automatische uitschakelfunctie) op de standaardwaarden teruggesteld. Na weergave van de dansmuziek-demonstratiemelodie (00) worden de ingebouwde melodieën achter elkaar weergegeven vanaf 01 t/m 60. Tijdens de weergave kunt u overschakelen naar een andere melodie. 1. Druk tegelijkertijd op bl START/STOP, PLAY/STOP en bm CHORDS, ACCOMP, PART SELECT. Hierdoor wordt de weergave van de demonstratiemelodieën gestart.

De demonstratieweergave blijft doorgaan totdat u de weergave stopt. •De demonstratiemelodieën beginnen altijd bij melodienummer 00 (de dansmuziek-demonstratiemelodie). •Zie pagina A-6 voor een volledige lijst van de beschikbare melodieën. 2. Geb ur ik de [–] en [+] toetsen van bq (cijfertoetsen) om het ge enste melodienw u vmmer in te oeren (pagina N uL-4) als naar een andere melodie wilt overschakelen terwijl de demonstratieweergave aan de gang is. Hierdoor zal de demonstratieweergave doorgaan naar de melodie waarvan u het nummer heeft ingevoerd. •U kunt niet de andere toetsen van bq (cijfertoetsen) gebruiken om een melodie te selecteren. 3. Druk op bl START/STOP, PLAY/STOP om de demonstratieweergave te stoppen. De demonstratieweergave blijft doorgaan totdat u de weergave stopt door op bl START/STOP, PLAY/STOP te drukken.

Door de hoofdtelefoon te gebruiken wordt het geluid van de ingebouwde luidsprekers uitgeschakeld hetgeen betekent dat u zelfs ’s avonds laat kunt oefenen zonder anderen te storen. •Zorg ervoor altijd het volumeniveau laag in te stellen voordat u de hoofdtelefoon aansluit.

•Er wordt geen hoofdtelefoon meegeleverd met het digitale keyboard. •Gebruik een los verkrijgbare hoofdtelefoon. Zie pagina NL-1 voor informatie over opties/accessoires. • Lu v v u vister niet oor lange tijd met een hoog ol me ia de hoofdtelefoon. Dit brengt namelijk het gevaar op gehoorschade met zich mee. • Mocht de stekker an de hoofdtelefoon die ge ikt niet v u b urpassen in een van de dp PHONES/OUTPUT aansluitingen, geb ur ik dan een passende adapterstekker die u apart in de inkel kw unt aanschaffen. • Als u een hoofdtelefoon gebruikt met een adapterstekker, dient u niet te vergeten de adapter er uit te halen telkens w u u vanneer de aansl iting an de hoofdtelefoon verbreekt. Bij het inschakelen van de metronoom klinkt de metronoomtoon gedurende een vast interval overeenkomstig het tempo. 1. Druk op 5METRONOME. De metronoom start. 2.

Druk nogmaals op 5METRONOME om de metronoom te stoppen. Spelen op het di itale gkeyboardInschakelen van de stroom en spelen op het keyboardWeergeven van de demonstratiemelodieënGebruik van een hoofdtelefoonGebruik van de metronoomStarten/Stoppen.

NL-9U kunt de metronoom configureren om een belgeluid te gebruiken voor de eerste maatslag van een maat van de melodie die u aan het spelen bent. •U kunt een waarde tussen 0 t/m 9 specificeren als het aantal maatslagen per maat. •Bij het afspelen van een ingebouwde melodie is de instelling voor het aantal maatslagen per maat (hetgeen bepaalt wanneer het belgeluid klinkt) automatisch geconfigureerd voor de op dat moment geselecteerde melodie. 1. Houd 5$BEAT ingedrukt totdat het instelscherm voor het aantal maatslagen per maat op de display verschijnt. 2. Geb ur ik bq (cijfertoetsen) om het aantal maatslagen per maat in te voeren. •Het belgeluid klinkt niet als u 0 specificeert bij deze instelling. In dit geval worden alle maatslagen aangegeven door een klikgeluid. Met deze instelling kunt u oefenen met een vaste maatslag zonder u zorgen te hoeven maken hoeveel maatslagen elke maat heeft.

Volg de volgende procedure om het tempo van de metronoom te veranderen. 1. Druk op 6TEMPO. Gebruik w (langzamer) en q (sneller) om de instelling van het tempo te veranderen. Door één van beide toetsen ingedrukt te houden verandert de instelling versneld. •Door tegelijkertijd op w q en te drukken wordt de instelling van het tempo teruggezet op de standaardwaarde voor de op dat moment geselecteerde melodie, dansmuziekmelodie of ritme. •Door op 6TEMPO te drukken gaat de tempowaarde op de display knipperen. Terwijl de tempowaarde aan het knipperen is, kunt u deze veranderen met bq (cijfertoetsen). Het volumeniveau van de metronoom verandert samen met de onderstaande instellingen. Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4) voor informatie over het veranderen van het volumeniveau van de metronoom in elke modus.

•Volume van de ingebouwde melodieën•Volume van de dansmuziek•Volume van de automatische begeleiding•De balans tussen het metronoomvolume en de bovenstaande instellingen kan niet worden veranderd. 1. Druk op bo TONE. 2.

Geb ur ik bq (cijfertoetsen) om het gewenste toonnummer te selecteren. Het corresponderende toonnummer en de corresponderende toonnaam verschijnen op het scherm. •Zie “Toonlijst” (pagina A-1) voor een lijst van de tonen. •Bij het selecteren van een drumsettoon worden er diverse percussie-instrumenten aan de klaviertoetsen toegewezen. 3. Probeer iets op het toetsenbord te spelen. U kunt de toon van een geselecteerd instrument spelen. Druk tegelijkertijd op bn RHYTHM en bo TONE. Hierdoor wordt de toon 001 STEREO GRAND PIANO geselecteerd en worden de andere instellingen veranderd zodat deze geschikt zijn voor een piano-uitvoering.

Veranderen van het aantal maatslagen per maatVeranderen van het tempo van de metronoomVeranderen van het eluidsvolume van de gmetronoomRegelen van de tonen van het toetsenbordKies uit een aantal muziekinstrumenttonenKiezen van een instrument om op te spelenSpelen met een pianotoon (piano-basisinstelling).

Regelen van de tonen van het toetsenbordNL-10Door de VIRTUAL HALL functie in te schakelen kunt u spelen met de akoestiek van een concertzaal.1.Druk op 4VIRTUAL HALL om de VIRTUAL HALL functie in te schakelen.2.Om de VIRTUAL HALL functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op 4VIRTUAL HALL.•De nagalminstelling wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de VIRTUAL HALL functie wordt ingeschakeld. Wanneer u de VIRTUAL HALL functie uitschakelt, keert de nagalminstelling terug naar wat deze was voordat u de VIRTUAL HALL functie inschakelde.Een pedaal kan worden gebruikt om noten op verschillende manieren te veranderen terwijl u aan het spelen bent.•Er wordt geen pedaal met het digitale keyboard meegeleverd. U kunt een pedaal los aanschaffen bij uw winkelier.

Zie pagina NL-1 voor informatie over opties/accessoires.Sluit een los verkrijgbare pedaal aan op de dk SUSTAIN aansluiting.De toonhoogteregelaar kan worden gebruikt voor het naadloos veranderen van de toonhoogte van noten die u op het keyboard speelt, waardoor het buigingseffect van een houtblaasinstrument of een gitaar wordt verkregen.1.Draai de ct PITCH BEND toonhoogteregelaar aan de linkerkant ord omhoog of v ban het toetsenomlaag terwijl u een noot op het toetsenbord aan het spelen bent.De mate van toonbuiging hangt af van hoe ver u de toonhoogteregelaar draait.•De toonhoogteregelaar dient niet gedraaid te zijn wanneer u het digitale keyboard inschakelt.Gebruiken van VIRTUAL HALLGebruik van een pedaalAansluiten van een pedaalGebruik van de toonhoog gtere elaar voor het veranderen van de toonhoogte

NL-11In de dansmuziekmodus kunt u meerdere typen patroonfrasen combineren en spelen, en effecten toevoegen aan melodieën die worden gespeeld, om op deze wijze dansmuziek te creëren. De patroonfrasen van elk gedeelte kunnen worden gecombineerd zodat er net als bij een DJ van dansmuziek kan worden genoten. Bij het inschakelen van de dansmuziekmodus (pagina NL-12) veranderen de functies van de klaviertoetsen zoals hieronder is aangegeven. De toetsen van het linker schakelaar-toetsenbord hebben de onderstaande functies. Deze toetsen schakelen over naar een andere patroonfrase en zetten de patroonfrasen aan of uit. Er zijn vier gedeelten: Drum, Bas, Synthesizer 1 en Synthesizer 2, en aan elk gedeelte kunnen drie verschillende patroonfrasen worden toegewezen.

Wanneer een effectschakelaartoets wordt ingedrukt, wordt het corresponderende effect (hieronder beschreven) op de volledige melodie toegepast. •Op de display wordt de corresponderende functienaam getoond wanneer een effect wordt toegepast. •Een effect wordt toegepast zolang de klaviertoets wordt ingedrukt en stopt zodra de toets wordt losgelaten. •De toepassingswijze van MOD LPF en MOD HPF veranderen met het tempo. •Effecten worden toegepast op het totale patroonspel en kunnen niet op afzonderlijke gedeelten worden toegepast. Spelen in de dansmuziekmodusDansmuziekmodusFuncties van het schakelaar-toetsenbord Patroonfraseschakelaars EffectschakelaarsKlaviertoets Functie Effect, BeschrijvingFX1 MOD LPF*1Snijdt de hoge frequenties van het geluid af. FX2 MOD HPF*2Snijdt de lage frequenties van het geluid af. FX3 FLANGER Voegt een golvend aanzwellend effect aan het geluid toe.

Spelen in de dansmuziekmodusNL-12Wanneer tijdens weergave op deze toets wordt gedrukt, keert de weergave terug naar het begin van de spelende frase. Deze klaviertoetsen kunnen worden gebruikt om de build-up effecten toe te passen die karakteristiek zijn voor dansmuziek. Zie “Creëren van een build-up” (pagina NL-12). 1. Druk op br DANCE MUSIC. 2. Geb ur ik de [–] en [+] toetsen van bq (cijfertoetsen) om een patroon te selecteren. •Zie “Dansmuziekmoduslijst” (pagina A-6) voor een lijst van de patronen. •Wanneer het patroon wordt veranderd, veranderen gewoonlijk het tempo en de toon naar de instellingen die voor elk patroon zijn geconfigureerd. Als u niet wilt dat deze instellingen veranderen, zie dan “Instelling van het dansmuziektempo” (pagina NL-4) en “Instelling van de dansmuziektoon” (pagina NL-4). 3. Druk op een  patroonfraseschakelaar. De patroonweergave begint.

U kunt nu op de patroonfrasetoetsen van andere gedeelten drukken om het aantal gedeelten dat klinkt te vermeerderen, of overschakelen naar een andere frase, of andere combinaties configureren. 4. Bij indr iertoets die ukken van een klavcorrespondeert met een patroonfrase die nu klinkt, zal de frase stoppen. •U kunt de patroonweergave ook starten en stoppen door in stap 3 op bl START/STOP te drukken. •De toets en de indicator van de schermklaviertoets die correspondeert met de patroonfrase die speelt zal oplichten. •Bij indrukken van een klaviertoets waaraan een effect is toegewezen, wordt het effect toegepast. Nadat op bo TONE is gedrukt, gebruikt u de [–] en [+] toetsen van bq (cijfertoetsen) om een toon te selecteren voor het rechter melodie-toetsenbord. Houd bo TONE ingedrukt om de toon te selecteren die voor het geselecteerde patroon wordt aanbevolen.

•Druk op br DANCE MUSIC om terug te keren naar het patroonselectiescherm. U kunt de bediening voor de tempo-instelling gebruiken om het tempo van het patroonspel te veranderen.

Zie “Veranderen van het tempo van de metronoom” (pagina NL-9). De build-up functies kunnen worden gebruikt om build-ups te creëren terwijl het patroonspel plaatsvindt, en om effecten en build-ups toe te passen die karakteristiek zijn voor dansmuziek. •De automatische build-up functie wordt vanaf de volgende noot meteen uitgevoerd nadat een klaviertoets is ingedrukt. •Hoewel de effecten en build-up functie gelijktijdig kunnen worden gebruikt, is het mogelijk dat het effect dat nu wordt toegepast stopt. •Op de display wordt de corresponderende functienaam getoond wanneer build-up functies worden gebruikt.

 Spoorresetschakelaar Automatische build-up schakelaarsGebruik van de dansmuziekmodusVeranderen van de melodie-toetsenbordtoonVeranderen van het tempoCreëren van een build-upFunctie-naam Beschrijving Opmer-kingenPITCH Telkens wanneer op een klaviertoets wordt gedrukt, verandert de totale toonhoogte van de melodie. Bij indrukken van de PITCH DOWN toets wordt de toonhoogte in eenheden van een halve toon verlaagd en met PITCH UP wordt de toonhoogte in eenheden van een halve toon verhoogd. *1CHANGE De patroonfrase van de spelende melodie wordt meteen veranderd. *1ROLL Knipt een gedeelte uit een melodie, herhaalt het en past er fijnzinnige uitvoeringseffecten op toe. *2FILTER Past effecten toe die noten doffer maken (door afsnijden van de hogere frequenties) of helderder (door afsnijden van de lagere frequenties). *2GATE Past een effect toe dat een melodie fijntjes opdeelt.

*2ENDING Beëindigt de spelende melodie terwijl diverse effecten worden toegepast. *2*1 Afhankelijk van het gedeelte worden sommige frasen niet veranderd. *2 Hoe een effect wordt toegepast, verandert willekeurig met elke druk op de klaviertoets. De effecten worden gedurende een vaste tijdsduur toegepast. De toetsen en indicators van de schermklaviertoetsen van de patroonfrase knipperen om aan te geven dat een effect wordt toegepast.

NL-13Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Bij dit digitale keyboard worden de ingebouwde muziekgegevens aangeduid als “melodieën”. U kunt de melodieën weergeven voor uw luisterplezier of als begeleidingsmuziek bij oefeningen. •Naast gewoon luisterplezier, kunnen de ingebouwde melodieën met het lessysteem (pagina NL-15) worden gebruikt voor oefening. Volg de onderstaande procedure om één van de ingebouwde melodieën weer te geven. U kunt met de melodieweergave meespelen op het toetsenbord. 1. Druk op bp SONG BANK. 2. Geb ur ik bq (cijfertoetsen) om het nummer van de gewenste melodie in te voeren. •Zie pagina A-6 voor een volledige lijst van de beschikbare melodieën. 3. Druk op bl START/STOP.

Hierdoor wordt de weergave van de melodie gestart. 4. Druk nogmaals op bl START/STOP om de w veerga e te stoppen. De melodieweergave blijft doorgaan (herhalen) totdat u op bl START/STOP drukt om deze te stoppen. U kunt de melodieherhaling annuleren door op 7REPEAT te drukken. Voer pauzeren, voorwaarts en achterwaarts springen uit via gebruik van de bedieningshandelingen beschreven in dit hoofdstuk. ■Pauzeren1. Druk op bkkPAUSE. Hierdoor wordt de melodieweergave gepauzeerd. 2. Druk nogmaals op bkkPAUSE om de weerga e vte her anaf het pvatten v unt waar u deze pa zeerde. u■Voorwaarts springen1. Druk op 9dFF. Hierdoor wordt voorwaarts gesprongen naar de volgende maat van de melodieweergave. Telkens wanneer op 9dFF wordt gedrukt, wordt één maat naar voren gesprongen. Door 9dFF ingedrukt te houden wordt versneld voorwaarts gesprongen totdat u de toets loslaat.

Instellingen van de dansmuziekmodusInstelling van het dansmuziekvolume (DM Vol. )Instelling van het synchronisatietype van de dansmuziek (DM Sync)Instelling van het dansmuziektempo (DM Tempo)Instelling van de dansmuziektoon (DM Tone)Weergeven van in ebouwde gmelodieënWeerg even van een bepaalde melodieStarten/StoppenPauze, voorwaarts sprin en, achterwaarts gspringen.

Weerge en v van ingebouwde melodieënNL-14■Achterwaarts springen1. Druk op 8sREW. Hierdoor wordt achterwaarts gesprongen naar de vorige maat van de melodieweergave. Telkens wanneer op 8sREW wordt gedrukt, wordt één maat naar achteren gesprongen. Door 8sREW ingedrukt te houden wordt versneld achterwaarts gesprongen totdat u de toets loslaat. •Als 8sREW wordt ingedrukt terwijl de melodieweergave gestopt is, wordt achterwaarts springen uitgevoerd van de frase bij de lesfunctie (pagina NL-15). 1. Druk op 6TEMPO. Gebruik w (langzamer) en q (sneller) om de instelling van het tempo te veranderen. Door één van beide toetsen ingedrukt te houden verandert de instelling versneld. •Door tegelijkertijd op w q en te drukken wordt teruggegaan naar het standaardtempo van de huidige melodie. •Door op 6TEMPO te drukken gaat de tempowaarde op de display knipperen.

Terwijl de tempowaarde aan het knipperen is, kunt u deze veranderen met bq (cijfertoetsen). •Door het melodienummer te veranderen wordt teruggekeerd naar het standaardtempo van de melodie. Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). U kunt de procedure in dit gedeelte gebruiken om bepaalde maten te herhalen voor het oefenen voor meespelen net zolang tot u zich dit gedeelte meester heeft gemaakt. U kunt de startmaat en de eindmaat specificeren van het gedeelte dat u wilt spelen en oefenen. 1. Druk op 7REPEAT om de melodieherhaling tijdelijk uit te schakelen. 2. Ter kt wijl de melodie wordt weergegeven, dru u op 7REPEAT bij het punt waar u het herhalen wilt starten. Hierdoor wordt deze maat gespecificeerd als de startmaat. 3. Druk nogmaals op anneer de 7REPEAT ww v b u weerga e de maat ereikt die ilt selecteren als de eindmaat.

•Tijdens de herhalingsweergave kunt u bkkPAUSE gebruiken om de weergave te pauzeren, 9dFF om voorwaarts te springen en 8sREW om achterwaarts te springen. 4. Door nogmaals op 7REPEAT te drukken wordt ter eergauggekeerd naar de normale w ve. Door het melodienummer te veranderen worden de startmaat en de eindmaat van de herhalingsfunctie gewist. Dezelfde toon als die wordt gebruikt door de melodie wordt toegewezen aan het toetsenbord, zodat u met de melodie kunt meespelen op het toetsenbord. 1. Houd bo TONE ingedr kt totdat de naam an de u vtoon die door de geselecteerde melodie wordt geb ur ikt op de display verschijnt. •Als de op dat moment geselecteerde toon hetzelfde is als de melodietoon, zal de aanduiding op de display niet veranderen. 2. Speel mee met de melodieweerga e.

v•Als u een melodie selecteert met verschillende tonen voor het spel van de linker- en de rechterhand, wordt de toon voor het gedeelte voor de rechterhand toegewezen aan het toetsenbord. U kunt het gedeelte voor de rechterhand of dat voor de linkerhand uitschakelen tijdens de weergave van een melodie, en oefenen door mee te spelen met het resterende gedeelte. Gebruik deze mogelijkheid wanneer u vindt dat de melodie te moeilijk voor u is om meteen met beide handen tegelijk te spelen. 1. Druk op bm PART SELECT om het gedeelte te selecteren dat u w ilt uitschakelen. Bij enkele malen indrukken van bm PART SELECT worden de hieronder getoonde instellingen doorlopen. 2. Druk op bl START/STOP, PLAY/STOP. Hierdoor wordt de weergave gestart in overeenstemming met de instelling die u in stap 1 selecteerde.

NL-15Met deze methode kunt u stap-voor-stap een melodie leren totdat u deze volledig kunt spelen. Les 1: Luister naar de melodie. Les 2: Speel met behulp van de displaygids. Oefen eerst met alleen de rechterhand en daarna met alleen de linkerhand. Verdeel de melodie vervolgens in frasen en concentreer op het oefenen van elke afzonderlijke frase. De ingebouwde melodieën zijn vooraf onderverdeeld in frasen om u te helpen het spelen op het toetsenbord te leren. ■Verdelen van een melodie in frasen om deze te oefenen1. Druk tegelijkertijd op en bt LISTEN ck FOLLOW. De frase-instelling wordt ingeschakeld. •Om deze weer uit te schakelen (geen verdeling in frasen), drukt u nogmaals tegelijkertijd op bt LISTEN en ck FOLLOW. •De instelling kan niet worden veranderd tijdens weergave van de melodie. Hieronder volgen de meldingen die op de display verschijnen tijdens de stapsgewijze lessen.

Selecteer eerst de melodie, de frase of het gedeelte dat u wilt oefenen. 1. Selecteer de melodie die u w ilt oefenen (pagina NL-13). Bij het selecteren van een melodie wordt automatisch de eerste frase van die melodie geselecteerd. 2. Om een andere frase te selecteren, geb ur ikt u cmdNEXT om naar de volgende frase te gaan of clsBACK om naar de vorige frase te gaan. •Door een van de toetsen ingedrukt te houden, worden de frasen versneld doorlopen. 3. Druk op bm PART SELECT om een gedeelte te selecteren om te oefenen. Wanneer bm PART SELECT wordt ingedrukt, wordt er teruggekeerd naar het oefenen van het rechterhand-gedeelte zonder dat het weergavescherm van de gedeelten van beide handen wordt getoond. Selecteer eerst de melodie, de frase en het gedeelte dat u wilt oefenen. ■Les 1: Luister naar de melodie.

Luister eerst enkele malen naar het voorbeeld zodat u vertrouwd raakt met hoe de melodie klinkt. 1. Druk op bt LISTEN. Hierdoor wordt de weergave van het voorbeeld gestart. 2. Om de weerga e oorv van het v beeld te stoppen, drukt u op bt LISTEN (of bl START/STOP, PLAY/STOP).

Gebruik van de ingebouwde melodieën om het spelen op het toetsenbord te lerenStapsgewijze lessenFrasenMeldingen die tijdens de lessen verschijnenMelding Beschrijving Verschijnt wanneer u een frase selecteert, wanneer een les gestart wordt, enz. •Merk op dat bepaalde frasen er toe kunnen leiden dat “” verschijnt in plaats van “”. Verschijnt wanneer de les start met een introfrase of een invulfrase die niet inbegrepen is bij de te oefenen frasen. De weergave gaat automatisch door na de volgende frase nadat deze frase gespeeld wordt, dus wacht tot dat moment om te spelen op het toetsenbord. NextPhrs Verschijnt wanneer automatisch naar de volgende frase wordt doorgegaan. Deze melding verschijnt na een frase waarvoor “” (zie hierboven) wordt getoond. Start van de melodie Einde van de melodieFrase 1 Frase 2 Frase 3.

Geb ur ik van de ingebouwde melodieën om het spelen op het toetsenbord te lerenNL-16■Les 2: Speel met behulp van de displaygids. Speel de melodie op het toetsenbord. Tijdens deze les toont de display de klaviertoets die u daarna dient in te drukken. De gesproken vingerzettinggids gebruikt een gesimuleerde stem om aan te kondigen welke vinger u dient te gebruiken. Volg de aanwijzingen om de juiste klaviertoetsen in te drukken en de noten te spelen. Maakt u zich geen zorgen als u de verkeerde noot speelt. De begeleiding wacht totdat u de correcte noot speelt. Neem de tijd en speel in uw eigen tempo. 1. Druk op ck FOLLOW. Hierdoor wordt les 2 gestart. 2. Speel de noten op het toetsenbord in overeenstemming met de aanwijzingen die gege en v worden op de display en door de gesproken vingerzettinggids. Op de display wordt aangegeven welke klaviertoetsen u moet indrukken.

De gesproken vingerzettinggids gebruikt een gesimuleerde stem om aan te kondigen welke vinger u dient te gebruiken. 3. Druk op ck FOLLOW (of bl START/STOP, PLAY/STOP) om les 2 te stoppen. ●Als u les 2 tot het einde voltooit, verschijnt een score op het scherm. Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). Bij les 1 en 2 kunt u de herhaalfunctie voor de frase die u aan het oefenen bent uitschakelen. 1. Druk op 7REPEAT. Hierdoor wordt de fraseherhaling uitgeschakeld. Zie “Gebruik van de FUNCTION toets (3)” (pagina NL-4). De begeleiding wacht totdat u de correcte noot speelt. •De toets op het schermtoetsenbord verandert van knipperen naar continu branden. •De notengids laat de correcte noot klinken die moet worden gespeeld.

NL-17Bij automatische begeleiding kunt u gewoon een begeleidingspatroon selecteren. Telkens wanneer u een akkoord speelt met uw linkerhand wordt automatisch een passende begeleiding gespeeld. Het is net alsof u een persoonlijke band heeft die u begeleidt waar u maar gaat. •Automatisch begeleidingen bestaan uit de volgende drie gedeelten. (1) Ritme(2) Bas(3) HarmonieU kunt bijvoorbeeld alleen het spel van het ritmegedeelte laten spelen of u kunt alle drie de gedeelten tegelijkertijd laten spelen. Het ritmegedeelte vormt de basis van elke automatische begeleiding. Uw digitale keyboard wordt geleverd met verscheidene ingebouwde ritmes, inclusief een 8-maatslag en een wals. Volg de onderstaande procedure om het basis-ritmegedeelte te spelen. 1. Druk op bn RHYTHM. 2. Geb ur ik bq (cijfertoetsen) om het gewenste ritmenummer te selecteren.

•Zie de “Ritmelijst” (pagina A-5) voor informatie over de ritmetypen. 3. Druk op bl START/STOP of 8sREW. Hierdoor start het ritme. 4. Speel mee met het ritme. 5. Druk nogmaals op bl START/STOP om het ritme te stoppen. U kunt de bediening voor de tempo-instelling gebruiken om het tempo van het patroonspel te veranderen. Zie “Veranderen van het tempo” (pagina NL-12). Door een akkoord met uw linkerhand te spelen worden automatisch begeleidingsgedeelten bestaande uit bas en harmonie toegevoegd aan het op dat moment geselecteerde ritme. Het is net alsof u uw eigen band op het podium heeft. 1. Start de weergave van het ritmegedeelte an de vautomatische begeleiding. 2. Druk op bm ACCOMP. Hierdoor wordt het mogelijk akkoorden aan te slaan op het begeleidingstoetsenbord. 3. Speel akkoorden op het begeleidingstoetsenbord.

Hierdoor worden de bas- en harmoniegedeelten van de automatische begeleiding toegevoegd aan het ritmegedeelte. 4. Speel andere akkoorden met de linkerhand terwijl u de melodie met rechterhand speelt. uw5. Door nogmaals op te drbm ACCOMP ukken wordt teruggekeerd naar begeleiding bestaande uit enkel het ritme.

U kunt kiezen uit de volgende vijf akkoordinvoerfuncties. •FINGERED 1•FINGERED 2•FINGERED 3•CASIO CHORD•FULL RANGE CHORD1. Houd bm$CHORDS ingedrukt totdat het selectiescherm voor de akkoordinv uoerf nctie op de display verschijnt. 2. Geb ur ik de [–] en [+] toetsen van bq (cijfertoetsen) om de ge enste akkoordinw voerfunctie te selecteren. ■FINGERED 1, 2 en 3Met deze drie invoerfuncties speelt u akkoorden op het begeleidingstoetsenbord d. m. v. de normale akkoord-vingerzettingen. Sommige akkoordvormen zijn afgekort en voor de vingerzetting zijn slechts één of twee klaviertoetsen nodig. Zie pagina A-7 voor informatie betreffende de akkoorden die ondersteund worden en hoe de vingerzetting op het toetsenbord wordt uitgevoerd. ●FINGERED 1Speel de componentnoten van het akkoord op het toetsenbord. ●FINGERED 2In tegenstelling tot FINGERED 1 is een 6de invoer niet mogelijk.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Casio CTK-3500 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden