Canon WG7450F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon WG7450F (300 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Canon WG7450F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Printer |
| Model: | WG7450F |
Handleiding Canon WG7450F – volledige tekst
Business Inkjet WG7000 Series3214Lees "Belangrijke veiligheidsinstructies" voordat u dit product gaat gebruiken. Pagina 45Bewaar deze handleiding na het lezen op een veilige plaats, zodat u de informatie later weer kunt raadplegen. De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.Open http://ij.start.canon voor de online handleiding met informatie over alle functies van deze machine.Basisbediening Pagina 16Als er zich een probleem heeft voorgedaan Pagina 20De machine installeren Pagina 2Netwerk & verbinding van externe bewakingsservice Pagina 26NLAan de slag-gids
NL , , ×3Printkop en onderhoudscartridge zijn ingesteld in het apparaat.* WG7550Z/WG7550FInstalleer op een vlak oppervlak en laat een ruimte van minimaal 100mm vrij rondom de machine. (mm)590100 535560 100 100365 Cassette Feeding Unit CF10349 880 253 100 VOORZICHTIG!De voorklep is vergrendeld. Forceer deze niet om te openen.De machine installerenMet de machine meegeleverde items Installatievereisten2
NLAls u een optionele cassette-invoereenheid (optioneel) hebt aangeschaftInstalleer eerst de cassette-invoereenheid (optioneel). Raadpleeg de handleiding die is meegeleverd met de cassette-invoereenheid voor de installatiestappen.VOORZICHTIG• Houd de machine niet vast aan de basis, omdat uw vingers bekneld kunnen raken bij het plaatsen van de machine.De machine vervoeren• Er zijn vier personen nodig om de machine te verplaatsen. Rond de machine zijn vier handgreeplocaties. Elke persoon moet één hand in een handgreep plaatsen en de andere hand gebruiken om de machine tijdens het optillen te stabiliseren. Buig tijdens het optillen niet voorover om rugletsel te voorkomen. Zie de afbeelding hieronder voor de handgreeplocaties.• Houd de machine nooit vast bij de invoer (automatische documentinvoer), een papierlade enz.
U zou de machine kunnen laten vallen en letsel kunnen oplopen.VoorzijdeVoorzijde1 Als elke persoon bij een hoek van de machine staat en met één hand in een van de handgrepen zoals getoond van tot , kan de machine worden opgetild door de knieën te buigen.VoorzijdeVoorzijdeVoorzijdeVoorzijde3
NLDe machine installerenVoorzijde2 Plaats de machine. 3 • Verwijder alle 4 de stickers.Nadat u het optionele cassette-invoereenheid geïnstalleerd, gaat u door met de installatie vanaf stap 4.4 • Verwijder alle plakband. 5 6 • Verwijder alle plakband. 7 Bevestig de klem en de stroomkabel en bevestig vervolgens de stroomkabel met de klem.• De uitvoering van de voedingskabel is afhankelijk van uw land of regio.• Afhankelijk van de uitvoering van de meegeleverde voedingskabel kunt u mogelijk geen klem bevestigen. Als u dit niet kunt doen, laat de bevestiging dan achterwege en ga door met de volgende stap.4
NL128 Bevestig de beschermkap aan de onderkant rechts van de machine.Cassette-invoereenheid (optioneel) is bevestigd9 Bevestig het boekvak aan de linkerkant of aan de achterkant van de machine.• Bewaar hierin deze handleiding.10 Bewaar het reinigingsblad voor het glas.Bevestig de handgreepkap na het aanzetten van de machine.5
NL1 Druk op op het scherm.• Open de voorklep niet totdat het scherm verschijnt.2 3 Verwijder de pen vervoervergrendeling.4 Trek de printkop-vergrendelstang eruit.21Breng de hendel (blauw) omhoog n trek de stang volledig uit in de richting aangegeven bij. .Buig de stang niet.De machine installerenHet verpakkingsmateriaal aan de binnenkant van de machine verwijderenBegininstellingen1 Zet de machine aan. (AAN)OPMERKINGWanneer de machine voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt een installatiehandleiding met een reeks schermen om u te helpen bij het instellen van de machine.Als de installatiehandleiding niet wordt gestart, kunt u de online handleiding raadplegen.Voor nadere gegevens zie "Instellen met behulp van de installatiehandleiding" in de online handleiding2 Stel de taal in en het land/de regio.
NL5 Bewaar de printkop-vergrendelstang.• Richt het blauwe hendeldeel naar u toe en druk de stang naar links en haak hem vast.• Plaats het rechter uiteinde op de haak.• Nadat u beide uiteinden hebt geplaatst, draait u de blauwe hendel naar beneden om deze te vergrendelen.De printkop-vergrendelstang is nodig voor het vervoer. Gooi hem niet weg.6 Bevestig de handgreepkap.Gebruik een munt om de schroeven te draaien voor het vastmaken.7 Installeer dan de inkttanks.7
NLDe machine installeren• Draai totdat de tank klikt.• Installeer alle vier de inkttanks in de juiste sleuven.5 OPMERKING• Het vullen begint en dit duurt ongeveer 40-70 minuten.• De benodigde tijd voor het vullen hangt af van uw omgeving.• Schakel de machine niet uit terwijl de inkt vult.• Als het vullen wordt onderbroken door de machine uit te schakelen, enz., zijn mogelijk extra inkttanks vereist.• Terwijl de inkt wordt gevuld, kunt u de instellingen configureren tot "De marges van de cassette-invoereenheid (optioneel) aanpassen" ( Pagina 12).Configureer vervolgens de machine om gegevens en de toegangspincode externe UI te verzenden. 1 Druk op op het scherm.• Open de voorklep niet totdat het scherm verschijnt.2 3 4 De inkttanks installeren8
NLConfigureer de machine om gegevens en de toegangspincode externe UI te verzendenIn dit onderzoek verzenden we uw persoonlijke gegevens niet. We kunnen klanten daarom niet identificeren met de gegevens die naar ons worden verzonden. We kunnen daarom ook niet reageren op verzoeken om verzonden gegevens beschikbaar te stellen. Nadat u akkoord bent gegaan met de verzoeken, worden de bovenstaande gegevens via internet verzonden naar Canon (als u uw Canon-product in China gebruikt, naar een wettelijk erkend onderzoeksbedrijf ). De kosten van de internetverbinding zijn voor uw rekening. De verzonden informatie kan terechtkomen bij bedrijven uit de Canon-groep. 2 Stel de toegangspincode externe UI in.
Externe UIMet de externe UI hebt u toegang tot de machine via een netwerk vanuit een webbrowser om taken uit te voeren zoals het controleren van de status van de machine, het verwerken van taken en het configureren van instellingen. Stel een pincode in voor de externe UI om uw informatie te beschermen. 1 Lees de berichten en volg de instructies op het scherm. Gegevens verzenden naar CanonOm producten te kunnen ontwikkelen en marketen en om speciale aanbiedingen te kunnen doen en services te kunnen leveren die beter overeenstemmen met de wensen van onze klanten, verzoekt Canon dat gegevens zoals de onderstaande, met betrekking tot uw Canon-product, via internet naar Canon (als u uw Canon-product in China gebruikt, naar een wettelijk erkend onderzoeksbedrijf ) worden verzonden.
Informatie over printer/scanner/fax/informatie-apparaten• Basisgegevens, zoals het printer-ID-nummer, installatiedatum en -tijd, landinstellingen, etc. • Gebruiksgeschiedenis, zoals het type geïnstalleerde inkt, informatie over inktgebruik, het aantal afgedrukte vellen, scanfrequentie en onderhoudsgegevens, etc.
• Informatie over papiergebruik, afdrukomgeving/-omstandigheden, instellingen voor scantaken en resultaten van vragenlijst• Basisgegevens over het apparaat, zoals de modelnaam, versie van het besturingssysteem, taal en beeldscherminstellingen, etc. • Versies van apparaatstuurprogramma en toepassingssoftware, gebruiksgeschiedenis(Sommige van de bovenstaande gegevens worden mogelijk niet verzonden, afhankelijk van uw model en/of toepassingssoftware. )Als uw Canon-product wordt gedeeld, worden de bovenstaande gegevens verzonden die zijn vastgelegd in het gedeelde product. Als u hiermee akkoord gaat, geeft dit dan door aan de gebruikers die dit product delen en vraag van tevoren om hun goedkeuring. 9.
NLDe machine installerenVerbinding maken via een draadloos LAN1 Druk op in het scherm verbindingsmethode. 2 Controleer of uw computer en draadloze router correct zijn aangesloten. 3 Controleer de netwerkinstellingen op de computer. 4 Noteer de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (netwerksleutel). • Controleer het etiket op uw router voor deze informatie. Online handleiding• Het instellen kan ook worden uitgevoerd via WPS op compatibele routers. Online handleidingVoor u met de configuratie start• Het risico bestaat dat uw persoonlijke gegevens bekend worden gemaakt als het apparaat is verbonden met een onbeveiligd netwerk. Neem voorzorgsmaatregelen om uw netwerk te beveiligen tegen onbekende partijen. • De machine wordt niet geleverd met een router of LAN-kabels. Zorg dat u over een LAN-kabel beschikt.
• De machine kan niet tegelijkertijd met een bedraad en een draadloos netwerk verbonden zijn. Als u de installatiehandleiding gebruikt, wordt verbinding gemaakt via DHCP, waarbij het IP-adres automatisch wordt toegewezen. Om een IP-adres anders dan door DHCP in te stellen, zoals een vast IP-adres, selecteert u in het scherm voor draadloze LAN-verbinding en sluit u de installatiehandleiding zonder verbinding te maken met het netwerk. Nadat het startscherm wordt weergegeven, raadpleegt u de "Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adres" Pagina 28 en configureert u deze. Een verbindingsmethode kiezen• Verbinding maken via een draadloos LAN: Pagina 10• Verbinding maken via een bedraad LAN: Pagina 11• Verbinding maken via USB: Pagina 12Het bovenstaande scherm verschijnt niet op de WG7540. Verbind via bedrade LAN of USB.
Zelfs in een omgeving zonder draadloos LAN kunt u de toegangspunt-modus gebruiken om rechtstreeks vanaf uw mobiele apparaat verbinding te maken met de machine (directe verbinding). Sluit de installatiehandleiding voordat u een directe verbinding tot stand brengt (WG7550Z/WG7550F/WG7550).
NL5 Druk op . • Volg vanuit het onderstaande scherm deze instructies om de naam (SSID) en het wachtwoord (netwerksleutel) van uw netwerk in te voeren.6 Druk op .7 Druk op .8 Selecteer de netwerknaam (SSID) en druk op .1. Voer een wachtwoord in (netwerksleutel) in en druk op .2. Druk op .• Een IP-adres wordt automatisch toegewezen.• wordt weergegeven.Verbinding maken via een bedraad LAN1 Druk op in het scherm verbindingsmethode.De machine wordt niet geleverd met een LAN-kabel. Zorg dat u over een LAN-kabel beschikt.2 Controleer of uw computer en router correct zijn aangesloten.3 Controleer de netwerkinstellingen op de computer.4 Sluit de LAN-kabel aan.• Wacht, na het aansluiten van de kabel, enkele minuten (tot het IP-adres automatisch is ingesteld).Pas vervolgens de marges van de cassette aan Invoereenheid (optioneel).
NLDe machine installeren1 Trek papierlade 3 eruit en controleer de waarden voor de margeaanpassing.3 +X.X- X.X42 Voer de waarden in voor en die u bij stap 1 van het scherm hebt gecontroleerd.3 Plaats de papierlade terug in de machine.VOORZICHTIGPas op dat uw vingers niet bekneld raken wanneer u de papierlade indrukt.Maak vervolgens een afdruk en controleer het controleraster spuitopening.De marges van de cassette-invoereenheid (optioneel) aanpassenVerbinding maken via USB1 Druk op in het scherm verbindingsmethode.• De machine wordt niet geleverd met een USB-kabel. Zorg dat u over een USB-kabel beschikt.• Controleer of de USB-kabel die u gebruikt, compatibel is met deze aanduiding.• Installeer eerst de software en sluit dan pas de USB-kabel aan.
NLMaak een afdruk en controleer het controleraster spuitopening3 Druk op en druk een controleraster af.4 Als het afgedrukte resultaat in orde is, drukt u op om de controle van de spuitopening te voltooien.Als er strepen of onregelmatigheden verschijnen in het afgedrukte resultaat, drukt u op om het reinigen uit te voeren.• Afhankelijk van de staat van de sproeiers, moet u mogelijk meerdere malen controleren en reinigen.• De instellingen zijn voltooid zodra het startscherm wordt weergegeven.Maak een afdruk en controleer het controleraster spuitopening om de conditie van de printkop te controleren. Als er strepen of oneffenheden in het afdrukresultaat verschijnen, reinig het dan.Laad A3, 11x17, LTR of A4 normaal papier in de papierlade.
We adviseren minimaal 10 vellen A3- of 11x17 papier.• Voordat u verder gaat, moet u de inkt vullen.• Er wordt een voortgangsbalk weergegeven totdat de inkt volledig is gevuld.1 2 Laad het papier zijwaarts zodat het overeenkomt met de papiergeleiders.Dan netwerk & verbindinginstellingen van externe bewakingsservice.13
NLDe machine installerenDe software installerenConfigureer dan de faxinstellingen (WG7550Z/WG7550F) Pagina 15• De procedures die hier worden beschreven, zijn voor Windows. Raadpleeg de handleiding van het stuurprogramma voor meer informatie over de installatieprocedure voor de software. • Als u verbinding maakt via USB, maakt u geen verbinding totdat de instructies op het installatiescherm verschijnen. Als u de USB-kabel al wel hebt aangesloten, maak de kabel dan los van de computer, sluit het dialoogvenster en voer de volgende procedure uit vanaf stap 1. • Stuurprogramma's voor macOS worden niet bij uw machine geleverd. De nieuwste stuurprogramma's kunnen worden gedownload van de Canon-website. 1 2 Als het scherm niet goed wordt weergegeven, plaats dan de DVD-ROM opnieuw of zoek "D:\MInst.
exe" op het Windows-platform (Bij deze beschrijving wordt ervan uitgegaan dat "D:" de naam van het DVD-ROM-station is). Na het verlaten van de installatiehandleiding, gaat u door met het maken van instellingen om verbinding te maken met het netwerk en een externe bewakingsservice. Items die moeten worden ingesteld, zijn afhankelijk van de verbinding en het servicegebruik. Controleer de instellingen die van toepassing zijn op de volgende voorwaarden. Bij gebruik van een vast IP-adresGa verder naar "Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adres ( Pagina 28)". Bij gebruik van een externe bewakingsserviceWat is een externe bewakingsserviceEen service die de toestand van de machine bewaakt en u in staat stelt te profiteren van verschillende services, zoals herstelondersteuning. Ga verder naar "Verbinding maken met een externe bewakingsservice ( Pagina 39)".
OverigIn de volgende gevallen hoeft u geen instellingen te maken. Ga verder naar "De software installeren ( Pagina 14)". • Verkrijg automatisch een IP-adres met DHCP. • Omdat alleen een USB-verbinding wordt gebruikt, is er geen IP-adres ingesteld. • Er wordt geen externe bewakingsservice gebruikt.
Uw machine is nu klaar voor gebruik.Als er geen telefoonkabel bij het apparaat wordt geleverd, moet u (indien gewenst) zelf voor dit onderdeel zorgen.Configureer de faxinstellingen zoals hieronder weergegeven.1 Druk op .2 Druk op .3 Registreer het telefoonnummer van de machine (faxnummer) en een verkorte gebruikersnaam (naam van het apparaat).• De onderstaande informatie wordt bovenaan de papieruitvoer op de bestemming afgedrukt als afzenderinformatie.02/02 2017 10:00AM CANON123XXXXXXXFAX 0001Verzenddatum en -tijdNaam eenheid PaginanummerType nummerFaxnummer15
NLBasisbedieningOp de glasplaatPlaats originelen met de beeldzijde naar beneden.In de hoek plaatsen.Geschikt voor het scannen van boeken, tijdschriften en krantenknipsels.In de invoerPlaats originelen met de beeldzijde omhoog.Pas de papiergeleiders aan.Geschikt voor het scannen van documenten met meerdere pagina's.MachineBedieningspaneel (toets [Energiebesparing]) (Toets [Start]) (Toets [Stop])Display (scherm)Originelen plaatsenStart de bediening vanaf het bedieningspaneel Afdrukken1. Open het document dat u wilt afdrukken en selecteer de afdrukfunctie van de toepassing.2. Selecteer het printerstuurprogramma voor de machine en selecteer [Voorkeursintellingen (Preferences)] of [Eigenschappen (Properties)].3. Geef het papierformaat op.4. Geef de papierbron en de papiersoort op.5. Pas, indien nodig, de afdrukinstellingen aan.6. Selecteer [OK].7.
NLScannen1. Plaats het origineel.2. Druk op en selecteer .3. Selecteer het type scan en voer eventuele benodigde gegevens in.4. Druk op of .Typen scans ■Opslaan op USB-geheugenapparaat ■Verzenden per e-mail ■Verzenden naar bestandsserverScannen vanaf een computer ■WG Scan UtilityVoor nadere gegevens zie "Scannen" in de online handleidingKopiëren1. Plaats het origineel.2. Druk op en selecteer vervolgens .3. Pas, indien nodig, de kopieerinstellingen aan.4. Geef het gewenste aantal exemplaren op.5. Selecteer .Handige kopieerinstellingen ■N op 1 ■Dubbelzijdig of enkelzijdig ■Vergroten of verkleinen ■Identiteitsbewijzen kopiërenVoor nadere gegevens zie "Kopiëren" in de online handleidingFaxen (WG7550Z/WG7550F)1. Plaats het origineel.2. Druk op en selecteer .3. Voer de bestemmingsinformatie in.4. Pas, indien nodig, de faxinstellingen aan.5.
NLOnderstaand wordt de bediening beschreven die papierlade 1 en 2 gemeen hebben, waarbij lade 2 als voorbeeld wordt genomen.1 2 Verschuif de lichtblauwe knoppen om de positie van de papiergeleiders aan te passen.Lijn het uitsteeksel met de betreffende markering voor het papierformaat.3 Waaier eerst de papierstapel goed los en laad vervolgens het papier.Zorg ervoor dat deze lijn niet wordt overschreden.De afdrukzijde omhoogLaad het papier zijwaarts zodat het overeenkomt met de papiergeleiders.4 Plaats de papierlade terug in de machine.VOORZICHTIGPas op dat uw vingers niet bekneld raken wanneer u de papierlade indrukt.Als u de papiersoort hebt gewijzigd, moet u ook de papierinstellingen wijzigen.1 Druk op en selecteer vervolgens . 2 Geef op het scherm het formaat en de soort papier op.BasisbedieningPapier in de papierlade laden18
NL1 2 Pas de positie van de papiergeleiders aan.Lijn de papiergeleiders met de markeringen voor het papierformaat.UitschuifbladOPMERKINGTrek het uitschuifblad uit wanneer u grootformaat papier laadt.3 Waaier de papierstapel goed los, leg de randen op elkaar op een vlak oppervlak en laad vervolgens het papier. Zorg ervoor dat deze lijn niet wordt overschreden.De afdrukzijde omlaag4 Controleer het formaat en de soort papier en druk op op het scherm. Als de instelling voor het formaat en de soort papier op het bij stap 4 weergegeven scherm niet overeenkomt met het papier dat u hebt geladen, wijzigt u de instelling handmatig.1 Druk op . Geef het papierformaat op. 2 Druk op . Geef de papiersoort op. 3 Druk op . Voor nadere gegevens zie "Papier laden" in de online handleidingPapier in de multifunctionele lade laden19
NLControleer het volgende.• Is de machine ingeschakeld?• Staat de machine in de sluimerstand?Druk, als display en niet branden, op de hoofdschakelaar.Hoofdschakelaar(AAN)• Is de stroomkabel goed aangesloten?Zie de online handleiding, als het probleem aanhoudt. Wanneer het papier is vastgelopen, verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld.Verhelp de papierstoringen volgens de instructies op het scherm.InkttankInkttank van Canon-makelijStandaard• Zwart PGI-7500 • Cyaan PGI-7500 • Magenta PGI-7500 • Geel PGI-7500 Groot• Zwart PGI-7500XL • Cyaan PGI-7500XL • Magenta PGI-7500XL • Geel PGI-7500XL Onderhoudscartridge• Maintenance Cartridge MC50Er zijn papierstoringen opgetredenDe machine reageert nietVerbruiksartikelen vervangenAls er zich een probleem heeft voorgedaan20
NLAfdrukresultaat is niet bevredigendVoor nadere gegevens zie "Onderhoud" en "Veel Gestelde Vragen" in de online handleidingControleer eerstHebt u het papier en de afdrukkwaliteit gecontroleerd. Controleer of de instellingen op het bedieningspaneel of in het printerstuurprogramma van de machine overeenkomen met het papierformaat en de gewenste papiersoort en afdrukkwaliteit dat uw wilt gebruiken. "Papier in de papierlade laden" pagina 18 "Afdrukken" pagina 16 Als de instellingen overeenkomen, verhoog dan de "resolutie" instellingen voor de afdrukkwaliteit en druk opnieuw af. Een verhoging van de instellingen voor de "resolutie" afdrukkwaliteit op het bedieningspaneel of in het printerstuurprogramma van de machine kan het afdrukresultaat verbeteren. OPMERKINGAfhankelijk van de instellingen bij , en kunnen de kleuren lichter uitvallen.
Afdrukken zijn vaag/kleuren worden anders weergegeven/witte strepen (lijnen) verschijnenControle 1Hebt u gekeken of de printkop is verstopt. Druk een controleraster spuitopening af en voer een printkopreiniging etc. uit indien vereist. "Een controleraster spuitopening afdrukken/controleren" pagina 22 Controle 2Hebt u kleurcorrectie uitgevoerd (alle papiersoorten). Voer een kleurcorrectie uit (alle papiersoorten). "Voer een kleurcorrectie uit (alle papiersoorten)" pagina 23 Controle 3Als de bovenstaande procedures het probleem niet hebben opgelost, voer dan de kleurcorrectie uit (enkel papiersoort). "Een kleurcorrectie uitvoeren (enkelvoudig papiertype)" pagina 23 Kleur is ongelijkmatig of kleuren zijn streperigControle 1Hebt u de conditie van de printkop gecontroleerd. Voer een diagnose van de printkop uit.
NLAls er zich een probleem heeft voorgedaanEen controleraster spuitopening afdrukken/controlerenKopieerresultaat is niet bevredigendControle 1Is het origineel correct geplaatst op de glasplaat?Plaats het origineel met de te scannen zijde omlaag. "Originelen plaatsen" pagina 16 Controle 2Kopieert u een origineel dat op het apparaat is afgedrukt?Als u een origineel kopieert dat op de machine is afgedrukt, gaat het afdrukken mogelijk niet goed, afhankelijk van de originele foto of het origineel.Druk rechtstreeks af vanuit de machine of direct vanaf een computer, als afdrukken vanaf een computer mogelijk is.Controle 3Is het scanvlak voor aangevoerde documenten vuil?Reinig het scanvlak voor aangevoerde documenten.
"De scanvlakken voor aangevoerde documenten reinigen" pagina 25 U kunt een controleraster spuitopening afdrukken om de printkop te controleren op verstopping en te controleren op verkeerd uitlijnen.Bereid het volgende papier voor.Controleren van de controleraster spuitopening:Papier waarvan u strepen en onregelmatigheden wilt controleren (willekeurig dun papier, normaal papier, dik papier (karton), gerecycled papier, mat fotopapier)Formaat: elk van A3, 11x17, LTR of A4Aantal vellen: 5 of meerVoor aanpassen van de positie van de printkop:Normaal papier (u kunt ook gerecycled papier gebruiken)Formaat: elk van A3, 11x17, LTR of A4Aantal vellen: 1• We adviseren A3 of 11x17.1. Plaats elk vel "voor controleraster spuitopening" en "om aanpassen van de positie van de printkop" in verschillende papierladen of in de multifunctionele lade. Verwijzend naar Pagina 18, maak ook papierinstellingen.2.
NLVoer een kleurcorrectie uit (alle papiersoorten)Een kleurcorrectie uitvoeren (enkelvoudig papiertype)Kleurcorrectie uitvoeren.Bereid het volgende papier voor.Normaal papier (u kunt ook gerecycled papier gebruiken)Formaat: elk van A3, 11x17, LTR of A4Aantal vellen: 2• We adviseren A3 of 11x17.1. Plaats papier in de multifunctionele papierlade. Raadpleeg Pagina 18, voer ook papierinstellingen uit.2. Druk op en druk op .3. Druk op .4. Voer een kleurcorrectie uit (alle papiersoorten). - Volg de instructies op het scherm.• Als het scanvlak voor aangevoerde documenten vuil is, wordt de correctie mogelijk niet correct uitgevoerd.
"De scanvlakken voor aangevoerde documenten reinigen" pagina 25Voer een optimale kleurcorrectie uit voor elke soort papier.Bereid het volgende papier voor.Papier waarvoor u kleuren wilt corrigeren (willekeurig dun papier, normaal papier, dik papier (karton), gerecycled papier, mat fotopapier)Formaat: elk van A3, 11x17, LTR of A4Aantal vellen: 2• We adviseren A3 of 11x17.1. Plaats papier in de multifunctionele papierlade. Raadpleeg Pagina 18, voer ook papierinstellingen uit.2. Druk op en druk op .3. Druk op .4. Een kleurcorrectie uitvoeren (enkelvoudig papiertype). - Selecteer de papiersoort en volg de instructies op het scherm.• Als het scanvlak voor aangevoerde documenten vuil is, wordt de correctie mogelijk niet correct uitgevoerd. "De scanvlakken voor aangevoerde documenten reinigen" pagina 25 Voor nadere gegevens zie "Kleuren configureren" in de online handleiding23
NLAls er zich een probleem heeft voorgedaanPas de conditie van de printkop aan om verkeerd uitgelijnde kleuren enz. aan te passen.Bereid het volgende papier voor.Normaal papier (u kunt ook gerecycled papier gebruiken)Formaat: elk van A3, 11x17, LTR of A4Aantal vellen: 1• We adviseren A3 of 11x17.• Bereid papier voor dat wit en schoon is aan de voor- en achterkant.1. Plaats papier in de multifunctionele papierlade. Raadpleeg Pagina 18, voer ook papierinstellingen uit.2. Druk op en druk op .3. Druk op .4. Volg de instructies op het scherm.• Als het scanvlak voor aangevoerde documenten vuil is, wordt de correctie mogelijk niet correct uitgevoerd.
"De scanvlakken voor aangevoerde documenten reinigen" pagina 25 Voer de diagnose van de printkop uit, de diagnose van de kleur en de diagnose van de kleuruitlijning en los eventuele problemen op.Bereid het volgende papier voor.Normaal papier (u kunt ook gerecycled papier gebruiken)Formaat: elk van A3, 11x17, LTR of A4Aantal vellen: 5• Misschien hoeft u niet alle 5 de vellen te gebruiken.• We adviseren A3 of 11x17.• Bereid papier voor dat wit en schoon is aan de voor- en achterkant.• Afbeeldingdiagnose en -instelling gebruiken ruimte voor inkt en onderhoudscartridge.1. Plaats papier in de multifunctionele papierlade. Raadpleeg Pagina 18, voer ook papierinstellingen uit.2. Druk op en druk op .3. Druk op .4. Volg de instructies op het scherm.• Als het scanvlak voor aangevoerde documenten vuil is, wordt de correctie mogelijk niet correct uitgevoerd.
NLDe scanvlakken voor aangevoerde documenten reinigenVoer de reiniging uit volgens de stappen op de labels aan de invoer en de binnenkant van de glasplaat.EtikettenGebruik het meegeleverde reinigingsblad voor het glas bij de reiniging van de scanvlakken voor aangevoerde documenten. Gebruik uitsluitend het reinigingsblad voor het glas voor reiniging van de scanvlakken voor aangevoerde documenten.1. Open de invoer en veeg het scanvlak voor aangevoerde documenten (lange strook glas) naast de glasplaat schoon met het meegeleverde reinigingsblad voor het glas.VOORZICHTIG!Gebruik geen glasreiniger, alcoholhoudend oplosmiddel en dergelijke; deze middelen kunnen de vlekwerende laag aantasten.2. Veeg het scanvlak voor aangevoerde documenten (lange strook glas) op de invoer af.3.
Open de klep van de documentscankap en veeg het scanvlak voor aangevoerde documenten (lange strook glas) en het tegenoverliggende vlak schoon.4. Duw op de klep van de documentscankap totdat deze dicht klikt.5. Sluit de invoer voorzichtig.Als er nog steeds strepen verschijnenVoer een reiniging van de invoer uit.1. Druk op en selecteer .2. Druk op .Voor nadere gegevens zie "Onderhoud" en "Veel Gestelde Vragen" in de online handleiding25
NLIP-adres Met een TCP/IP-verbinding, een toegewezen nummer voor het identificeren van apparaten in een netwerk. IP-adressen bestaan in de IPv4- en IPv6-indelingen.Subnetmasker Een nummer voor het onderverdelen van een netwerk bij gebruik van een IPv4 IP-adres. Het bereik van IP-adressen dan aan apparaten is toegewezen, kan door de gebruiker worden beperkt.Gateway-adres Het adres van een apparaat dat dient als gateway voor communicatie tussen verschillende apparaten. Over het algemeen is een router standaard een gateway.DNS(domeinnaam systeem, Domain Name System)Een service die naamomzetting levert voor het matchen van hostnamen (domeinnamen) met IP-adressen via een server.Poort In feite een deuropening, waar een IP-adres als een straatadres is. Het toewijzen van poortnummers zorgt voor meer veiligheid.Proxy De pc, software enz.
die HTTP-communicatie met apparaten buiten het netwerk als een proxy verwerken, meestal voor het browsen van websites, enz. In plaats van rechtstreeks buiten het netwerk te communiceren, wordt de verbinding via een proxyserver naar buiten doorgeleid.Router Een communicatie-apparaat voor het verbinden van een netwerk en apparaten. Bedrade en draadloze typen zijn beschikbaar.SSID (netwerknaam) Een toegangspunt-ID bij gebruik van een draadloos LAN.wachtwoord (netwerksleutel) Een coderingssleutel bij het verbinden met een draadloos LAN. Als u een coderingssleutel instelt die overeenkomt met een SSID, kunt u verbinding maken met een toegangspunt.Firewall Een systeem dat ongeoorloofde toegang van buiten een netwerk blokkeert en aanvallen en inbraak in een netwerk binnen een lokaal gebied voorkomt.WoordenlijstNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice26
NLStap 1 Controleer de netwerkomgevingVoordat u verbinding maakt met een netwerk met een vast IP-adres, moet u de netwerkomgeving controleren. Raadpleeg de volgende lijst en controleer vooraf de nodige informatie.Vereiste items OpmerkingenBij aansluiting op een netwerk met een vast IP-adres (IPv4)IP-adres (het IP-adres van de machine)SubnetmaskerGateway-adresBij het verbinding maken via een draadloos LANSSID voor draadloze routerNetwerksleutelDNS-instelling*Primair DNS-serveradresSecundair DNS-serveradresProxy-instelling*HTTP-proxy serveradresHTTP-proxy server poortnummerProxy-authenticatie gebruikersnaamProxy-authenticatie wachtwoord* Vereist bij gebruik van DNS-instellingen of proxy-instellingen.Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adresNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice28
NLStap 2 Verbinding maken met een bedraad/draadloos LANVerbinden met een bedraad LANDe machine wordt niet geleverd met een LAN-kabel. Zorg dat u over een LAN-kabel beschikt.1 Druk in het startscherm op .2 Selecteer .Neem contact op met de netwerkbeheerder voor de systeembeheerder-ID en beveiligingscode (standaard ingesteld op "7654321").3 Druk in het scherm op .4 Sluit de LAN-kabel aan.• Gebruik de LAN-kabel om de machine op de router aan te sluiten.• Druk naar binnen totdat de connector helemaal in de sleuf zit en klikt.Eenmaal verbonden, gaat u door met het instellen van een vast IP-adres. "Stap 3 Een vast IP-adres instellen" pagina 3429
NLVerbinding maken via een draadloos LANSluit de LAN-kabel niet aan op de machine.Om handmatig verbinding te maken met een draadloos LAN door een toegangspunt te selecterenDe "SSID (netwerknaam)" en "netwerksleutel (wachtwoord)" zijn vereist. De vereiste informatie kan vooraf worden gecontroleerd met de lijst Pagina 28 of door contact op te nemen met de netwerkbeheerder.1 Druk in het startscherm op .2 Selecteer en druk dan op .Neem contact op met de netwerkbeheerder voor de systeembeheerder-ID en beveiligingscode (standaard ingesteld op "7654321").3 Druk in het scherm op .Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adresNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice30
NL4 Druk in het scherm op .• Wanneer wordt weergegeven, drukt u op .5 Controleer het bericht en druk vervolgens op .6 Druk op .7 Druk op .• De machine zoekt naar een draadloze router waarmee verbinding kan worden gemaakt.Als er een bericht wordt weergegeven dat aangeeft dat het toegangspunt niet is gevonden, raadpleegt u de online handleiding en probeert u opnieuw naar het toegangspunt te zoeken.Voor nadere gegevens zie "Problemen met installatie/instellingen" in de online handleiding31
NL8 Druk op de draadloze router waarmee u verbinding wilt maken.• Selecteer het apparaat dat overeenkomt met de SSID die u hebt genoteerd en druk op .9 Voer de netwerksleutel in die u hebt genoteerd.• Voer de netwerksleutel in en druk dan op . SSID : XXXXXXXXXXXXNetwerksleutel : XXXXXXXXXXXX10 Druk op .Als er een foutmelding wordt weergegeven terwijl u instellingen configureert, selecteert u , controleert u of de netwerksleutel correct is en begint u opnieuw vanaf stap 4.11 Nadat is weergegeven, drukt u op .Eenmaal verbonden, gaat u door met het instellen van een vast IP-adres. "Stap 3 Een vast IP-adres instellen" pagina 34Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adresNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice32
NLDrukknopmethodeDe instelling kan worden voltooid met de drukknopmethode als het volgende teken wordt weergegeven op de verpakking van de draadloze router of als deze knop op het apparaat zelf beschikbaar is.WPS pincodemethodeNiet alle WPS-compatibele routers zijn geschikt voor de drukknopmethode en moeten in plaats daarvan worden ingesteld door een pincode in te voeren. Controleer de WPS-pincode op de verpakking of in de handleiding.Als de draadloze router is geconfigureerd om WEP-verificatie te gebruiken, kunt u mogelijk geen verbinding maken via WPS.Handmatig invoeren van informatieAls u beveiligingsinstellingen zoals authenticatie en codering in detail wilt specificeren, voert u de SSID en netwerksleutel zelf in en stelt u deze in.Voor nadere gegevens zie "Verbinden met een draadloos LAN" in de online handleiding33
NLStap 3 Een vast IP-adres instellenEen IPv4-adres instellenEen IPv4-adres kan worden ingesteld met "Automatisch verkrijgen" om een adres automatisch toe te wijzen met behulp van DHCP, of met "Handmatig verkrijgen", waardoor u zelf informatie kunt invoeren. Gebruik "Handmatig verkrijgen" om een vast IP-adres in te stellen.• Bij het instellen van een vast IP-adres zijn een "IP-adres", "subnetmasker" en "gateway-adres" vereist. Afhankelijk van uw netwerkconfiguratie is het mogelijk dat andere informatie dan een IP-adres, subnetmasker en gateway-adres vereist is.
Neem contact op met de netwerkbeheerder voor vereiste informatie.• Raadpleeg de online handleiding om een IPv6-adres in te stellen.1 Druk in het startscherm op .2 Selecteer .• Wanneer het inlogscherm wordt weergegeven, voert u de systeembeheerder-ID en de beveiligingscode in.• Neem contact op met de netwerkbeheerder voor de systeembeheerder-ID en beveiligingscode (standaard ingesteld op "7654321").3 Selecteer .Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adresNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice34
NL4 Druk in het scherm op en druk dan in , op .Als u een DHCP-verbinding wilt gebruiken, stelt u in op en in op .5 Druk op .U moet eerst in stap 4 instellen op voordat u op kunt drukken..6 Voer , , in en druk vervolgens op .7 Start de machine opnieuw op.• Schakel het apparaat uit, wacht 10 seconden en schakel de machine weer in.Voor nadere gegevens zie "Instellen van IPv6-adressen" in de online handleiding35
NLDNS instellenHet DNS (domeinnaam systeem, Domain Name System) is informatie voor het matchen van hostnamen met IP-adressen. Als het IP-adres automatisch wordt verkregen, wordt de vereiste DNS-informatie automatisch ingesteld. Als u het IP-adres handmatig invoert, moet u ook de DNS-informatie handmatig invoeren.Of u de DNS moet instellen of niet, hangt af van de netwerkconfiguratie.
Neem contact op met de netwerkbeheerder om na te gaan of het noodzakelijk is om de DNS in uw omgeving in te stellen en voor de vereiste instellingsinformatie.1 Selecteer en druk dan op .• Wanneer het inlogscherm wordt weergegeven, voert u de systeembeheerder-ID en de beveiligingscode in.• Neem contact op met de netwerkbeheerder voor de systeembeheerder-ID en beveiligingscode (standaard ingesteld op "7654321").2 Druk op .3 Druk op .Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adresNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice36
NL4 Voer het IP-adres in voor de primaire DNS-server en druk dan op .• Druk op om terug te keren naar het vorige scherm.5 Selecteer zo nodig en voer het IP-adres voor de tweede DNS-server in.6 Stel de resterende items zoals vereist in.• Raadpleeg de online handleiding voor meer informatie over instellingsinformatie.• In de online handleiding wordt beschreven hoe u instellingen kunt voltooien met de externe UI. Voltooi de instellingen via het bedieningspaneel of de externe UI.7 Start de machine opnieuw op.• Het rechts getoonde scherm wordt weergegeven wanneer instellingen worden ingevoerd. Als u meerdere keren instellingen maakt, start u de machine opnieuw op nadat u alle instellingen hebt voltooid.Voor nadere gegevens zie "DNS configureren" in de online handleiding37
NLStap 4 Controleer de verbindingControleren of de machine goed is aangeslotenVoer het IP-adres rechtstreeks in op een pc op hetzelfde netwerk als waarop de machine het scherm van de externe UI toont. De machine is correct met het netwerk verbonden als het scherm van de externe UI wordt weergegeven.1 Opstarten van de webbrowser.2 Voer in de adresinvoerbalk "http:///" in en druk vervolgens op [ENTER] op het toetsenbord.3 Het scherm van de externe UI wordt weergegeven.• Als het rechts getoonde scherm wordt weergegeven, is de machine correct aangesloten.• Als het scherm van de externe UI niet wordt weergegeven, raadpleegt u de online handleiding en controleert u de netwerkverbinding.Het gebruiken van een externe bewakingsserviceGa verder met het verbinden met een externe bewakingsservice en voltooi de instellingen.
Pagina 39Als er geen externe bewakingsservice wordt gebruiktGa verder met de instellingen van "De software installeren". Pagina 14Verbinding maken met een netwerk met een vast IP-adresVoor nadere gegevens zie "Externe UI starten", "Problemen met installatie/instellingen" in de online handleidingNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice38
NLProcedures voor het gebruiken van een serviceVoordat u een service gebruikt, zijn procedures voor het controleren van de netwerkverbinding en communicatietest met de bewakingsserver vereist.• Controleren van de netwerkverbindingControleren of de machine is verbonden met het netwerk. "Stap 3 Een vast IP-adres instellen" pagina 34Voordat u een externe bewakingsservice kunt gebruiken, moet u controleren of er een internetverbinding beschikbaar is.Het gebruiken van een proxyserver1 Start de externe UI op en gebruik vervolgens de beheerdersmodus wanneer u zich aanmeldt.2 Klik in de portalpagina op [Instellingen/registratie (Settings/Registration)].3 Selecteer [Netwerkinstellingen (Network Settings)] [Proxy-instellingen (Proxy Settings)] en klik dan op [Bewerken (Edit)].Voor nadere gegevens zie "Externe UI starten" in de online handleidingVerbinding maken met een externe bewakingsservice39
NL4 Vink [Gebruik proxy (Use Proxy)] aan en voer dan de vereiste informatie in.[Gebruik proxy (Use Proxy)]Als u deze optie aanvinkt, kan de opgegeven proxyserver worden gebruikt wanneer het apparaat HTTP-communicatie start.[Adres HTTP-proxyserver (HTTP Proxy Server Address)]Voer het proxyserveradres in dat moet worden gebruikt. Stel een IP-adres, hostnaam, enz.
in volgens uw omgeving.[Poortnummer HTTP-proxyserver (HTTP Proxy Server Port Number)]Voer het poortnummer in van de proxyserver die moet worden gebruikt.[Gebruik proxy binnen zelfde domein (Use Proxy within Same Domain)]Als u deze optie aanvinkt, kan de opgegeven proxyserver ook worden gebruikt wanneer de machine de communicatie met een apparaat in hetzelfde domein start.[Gebruik proxy-authenticatie (Use Proxy Authentication)]Als u verificatie door een proxyserver wilt gebruiken, vink dan deze optie aan en voer vervolgens de gebruikersnaam in die moet worden geverifieerd in [Gebruikersnaam (User Name)].[Wachtwoord instellen/wijzigen (Set/Change Password)]Als u het wachtwoord wilt instellen of wijzigen bij gebruik van proxy-authenticatie, vinkt u deze optie aan en geeft u het nieuwe wachtwoord op in [Wachtwoord (Password)].5 Klik op [OK].Verbinding maken met een externe bewakingsserviceNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice40
NL4 Als het rechts getoonde scherm wordt weergegeven, drukt u op .5 wordt weergegeven.Instelling is voltooid.• Als er een foutmelding wordt weergegeven, raadpleegt u de instellingen "Fouten die kunnen optreden en problemen oplossen" pagina 43 en controleert u deze.• Nadat de instellingen zijn voltooid, wordt u aangeraden een beheerdersgegevenslijst af te drukken en die samen bij deze handleiding te bewaren. Houd er rekening mee dat het afgedrukte rapport ongeveer 10 pagina's zal zijn. Selecteer Controleer of het weergegeven papier is geladen en druk vervolgens op .Eenmaal verbondenGa verder met de instellingen van "De software installeren". Pagina 14Verbinding maken met een externe bewakingsserviceNetwerk & verbinding van externe bewakingsservice42
Controleer de details en oplossingen voor foutcodes in de onderstaande tabel om problemen op te lossen.FoutcodeAls er een fout optreedt en de code wordt niet vermeld, of de gegeven oplossing lost het probleem niet op, bezoek dan de locatie waar u de machine hebt gekocht of vraag ernaar via de ondersteuningspagina op de Canon-website.Instellingen proxyserverFoutcode Oorzaak Oplossing8000 200A Fout bij het verbinden met externe bewakingsservice:• TCP/IP-communicatiefout• IP-adres voor dit apparaat niet ingesteldAls u een proxyserver wilt gebruiken, maakt u proxy-instellingen en controleert u de status van de proxyserver.8000 200B Mislukt oplossingsadres voor externe bewakingsserverControleer of het netwerk waarop de machine is aangesloten, een omgeving is die verbinding met internet kan maken.8000 2014 Het ingestelde adres is niet geldig en de machine kan geen verbinding maken met de proxyserverControleer en reset het IP-adres/poortnummer voor de proxyserver.8000 2015 Het proxyserveradres is geregistreerd bij de hostnaam, maar verbinding met de aangewezen server is niet mogelijk met de naamomzetting• Controleer de hostnaam van de proxyserver en de DNS-instelling.• Stel de proxyserver in met een IP-adres.8000 201E Mislukte authenticatie naar proxyserver Controleer en reset de gebruikersnaam en het wachtwoord om in te loggen bij de proxyserver.43
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon WG7450F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Canon
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer