Canon PIXMA TS7750i Handleiding

Canon Printer PIXMA TS7750i

Bekijk gratis de handleiding van Canon PIXMA TS7750i (581 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Canon PIXMA TS7750i of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/581
TR7800 series TS6730 series
TS7700A series TS7700i series
Online handleiding
Nederlands (Dutch)

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Canon
Categorie: Printer
Model: PIXMA TS7750i

Handleiding Canon PIXMA TS7750i – volledige tekst

188Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel. 189Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel. 190Items instellen op het bedieningspaneel. 192Beveiligingsinstellingen. 193Afdrukinstell. 194LAN-instellingen. 196Andere apparaatinstellingen. 201Taal kiezen. 203Firmware bijwerken. 204Instellingen herstellen. 205Invoerinstellingen. 206Webservice instellen. 208ECO-instellingen. 209Stille instelling. 211Systeeminformatie. 212.

258Beschrijving van het tabblad Algemene instellingen. 259Papierinstellingen in het printerstuurprogramma en op de printer (mediumtype). 268Papierinstellingen in het printerstuurprogramma en op de printer (papierformaat). 271Afdrukken op briefkaarten. 273Instellingen voor het afdrukken van enveloppen. 275Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren. 277Mediumtype, kwaliteit enz. instellen (tabblad Media/kwaliteit). 279.

Beschrijving van het tabblad Medium/kwaliteit. 280De indeling van afgedrukte documenten instellen (tabblad Pagina-instelling). 284Beschrijving van het tabblad Pagina-instelling. 285Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven. 299Afdrukken zonder marges uitvoeren. 301Pagina-indeling afdrukken. 304Dubbelzijdig afdrukken. 305Overzicht van het printerstuurprogramma. 307Canon IJ-printerstuurprogramma. 308Het instelvenster van het printerstuurprogramma openen. 309Canon IJ-statusmonitor. 311De inktstatus controleren vanaf uw computer. 312Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma). 313Beschrijving van het tabblad Onderhoud. 315Beschrijving van Canon IJ-statusmonitor. 318Het stuurprogramma bijwerken. 322Afdrukken vanuit toepassingssoftware (macOS AirPrint). 324Afdrukken. 325Afdrukken zonder marges uitvoeren. 329Afdrukken op briefkaarten. 331Printer toevoegen.

332Het instellingenscherm van de printer openen. 333Het scherm met de afdrukstatus weergeven. 334Een ongewenste afdruktaak verwijderen. 335Een printer die niet langer is vereist, verwijderen uit de lijst met printers. 336Afdrukken met Canon-toepassingen. 337Afdrukken vanaf een smartphone/tablet. 338Hagaki en enveloppen afdrukken. 339Afdrukken op briefkaarten. 273Afdrukken op briefkaarten. 331Instellingen voor het afdrukken van enveloppen. 275Andere verschillende afdrukfuncties. 345Papierinstellingen. 346Kopiëren. 350.

Kopieën maken. 351Items voor kopiëren instellen. 354Scannen. 357Scannen en opslaan op een computer. 358Scannen in Windows. 359Scannen volgens itemtype of doel (Scan Utility). 360Functies van Scan Utility. 361Eenvoudig scannen (Automatisch scannen). 363Documenten en foto's scannen. 364PDF-bestanden maken/bewerken. 365Scannen met toepassingssoftware (ScanGear). 370Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma). 371ScanGear (scannerstuurprogramma) starten. 373Scannen in de Basismodus. 374Schermen van ScanGear (scannerstuurprogramma). 377Tabblad Basismodus. 378Tabblad Geavanceerde modus. 387Algemene opmerkingen (scannerstuurprogramma). 394Scantips. 396Originelen plaatsen (scannen vanaf een computer). 397Scaninstellingen voor het netwerk. 398Scannen in macOS. 402Scannen volgens itemtype of doel (IJ Scan Utility Lite). 403Functies van IJ Scan Utility Lite. 404Eenvoudig scannen (Automatisch scannen).

Kan de printer niet vinden in het netwerk (Windows/macOS). 419Kan de printer niet vinden in het netwerk. 420U komt niet verder dan het scherm Printeraansluiting (kan de via USB aangesloten printer nietvinden). 424Problemen met draadloze router. 426Onbekende netwerksleutel (wachtwoord). 427De printer kan niet worden gebruikt nadat een draadloze router is vervangen of routerinstellingenzijn gewijzigd. 429Printerinstellingen/Smartphone-/tabletproblemen voor netwerk. 431Netwerkproblemen oplossen met de diagnostische functies van de printer. 432Netwerkgegevens van printer controleren. 439Netwerkinstellingen afdrukken. 442Standaardwaarden van LAN-instellingen van printer herstellen. 451Standaardnetwerkinstellingen. 452Verbinding maken via Draadloos direct. 454Problemen met afdrukken (scannen) vanaf een smartphone/tablet. 459Kan niet afdrukken (scannen) vanaf een smartphone/tablet.

460Afdrukproblemen. 464De printer drukt niet af. 465De printer kan het papier niet laden/Fout vanwege 'geen papier'. 468Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. 471Er komt geen inkt uit/onscherp of vaag/onjuiste of uitgelopen kleuren/strepen. 474Lijnen worden onjuist uitgelijnd/vervormd. 477Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen/Inktvlekken/Gekruld papier. 478Verticale lijn naast afbeelding. 482Afbeeldingen zijn onvolledig/Het afdrukken wordt niet voltooid. 483Lijnen zijn onvolledig of ontbreken (Windows). 485Vegen op de achterzijde van het papier. 486Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen. 487Overschakelen naar offline (Windows). 488Scanproblemen (Windows). 491Scanproblemen. 492De scanner werkt niet. 493ScanGear (scannerstuurprogramma) start niet. 494Scanproblemen (macOS). 495.

Scanproblemen. 496De scanner werkt niet. 497Scannerstuurprogramma start niet. 498Mechanische problemen. 499De printer wordt niet ingeschakeld. 500De printer wordt onverwacht of herhaaldelijk uitgeschakeld. 501Problemen met de USB-verbinding. 502Verkeerde taal weergegeven op het LCD-scherm. 504Problemen met installeren en downloaden. 505Installatie van MP Drivers (printerstuurprogramma) mislukt (Windows). 506U komt niet verder dan het scherm Printeraansluiting (kan de via USB aangesloten printer niet vinden). 424MP Drivers (printerstuurprogramma) bijwerken in een netwerkomgeving (Windows). 509Fouten en berichten. 510Wanneer er een fout is opgetreden. 511Er wordt een bericht weergegeven. 513Wanneer er een fout is opgetreden. 511Lijst met ondersteuningscodes voor printerfouten. 518Wat u moet doen als het papier is vastgelopen. 520Vastgelopen papier in de printer verwijderen.

Symbolen in dit documentWaarschuwingInstructies die u moet volgen om te voorkomen dat er als gevolg van een onjuiste bediening van hetapparaat gevaarlijke situaties ontstaan die mogelijk tot materiële schade, ernstig lichamelijk letsel ofzelfs de dood kunnen leiden. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.Let opInstructies die u moet volgen om lichamelijk letsel of materiële schade als gevolg van een onjuistebediening van het apparaat te voorkomen. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking vanhet apparaat.BelangrijkInstructies met belangrijke informatie die u moet volgen om schade en letsel of een onjuist gebruik vanhet product te voorkomen.

Handelsmerken• Microsoft is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. • Windows is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de VerenigdeStaten en/of andere landen. • Windows Vista is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in deVerenigde Staten en/of andere landen. • Microsoft Edge en Excel zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van MicrosoftCorporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. • Internet Explorer is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in deVerenigde Staten en/of andere landen. • Microsoft Store is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in deVerenigde Staten en/of andere landen. • Dit apparaat bevat exFAT-technologie onder licentie van Microsoft.

• Mac, Mac OS, macOS, OS X, AirPort, App Store, AirPrint, het AirPrint-logo, Safari, Bonjour, iPad, iPadAir, iPad mini, iPadOS iPhone en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc. , gedeponeerd in deVerenigde Staten en andere landen. • IOS is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Cisco in de Verenigde Staten en/of anderelanden, en wordt gebruikt onder licentie. • Google Cloud Print, Google Chrome, Chrome OS, Chromebook, Android, Google Drive, Google Appsen Google Analytics zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Google Inc. Google Playen het Google Play-logo zijn handelsmerken van Google LLC. • Adobe, Acrobat, Flash, Photoshop, Illustrator, Adobe RGB en Adobe RGB (1998) zijn gedeponeerdehandelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/ofandere landen.

• Google, Google Home en Android zijn handelsmerken van Google LLC. • LINE is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van LINE Corporation. • LINE Clova is een gedeponeerd handelsmerk van LINE Corporation. • Google Docs en Google Drive zijn handelsmerken van Google LLC. • App Store is een handelsmerk van Apple Inc. , gedeponeerd in de V. S. en andere landen. • Bluetooth is een handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc. , V. S. en gebruiksrecht van dit product is verleendaan Canon Inc. • QR-code is een gedeponeerd handelsmerk van DENSO WAVE INCORPORATED in Japan en inandere landen. • Het Mopria®-woordmerk en het Mopria®-logo zijn gedeponeerde en/of niet-gedeponeerdehandelsmerken van Mopria Alliance, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. Onbevoegd gebruikis ten strengste verboden.

VooraanzichtA: DocumentklepOpen deze klep als u een origineel op de plaat wilt plaatsen.B: PlaatPlaats hier een origineel.C: Hulpmiddel voor scannen vanuit de ADFVerwijder dit alleen wanneer u de ADF schoonmaakt.D: BedieningspaneelGebruik het bedieningspaneel om de printerinstellingen te wijzigen of de printer te bedienen. Het paneelwordt open geduwd door de papieruitvoerlade voordat het afdrukken wordt gestart.BedieningspaneelE: PapieruitvoerladeHet bedrukte papier wordt uitgevoerd. Trek deze uit voordat u gaat afdrukken.F: Verlengstuk van uitvoerladeOpen het verlengstuk ter ondersteuning van uitgeworpen papier.44

G: Klep van achterste ladeOpen de klep om papier in de achterste lade te plaatsen.H: PapiersteunTrek deze steun uit als u papier in de achterste lade plaatst.I: Achterste ladeEr kunnen twee of meer vellen papier van hetzelfde formaat en type tegelijk worden geplaatst. Hetpapier wordt automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.Fotopapier/normaal papier in de achterste lade plaatsenEnveloppen plaatsen in de achterste ladeJ: PapiergeleidersSchuif beide geleiders tegen beide zijden van de stapel papier aan.K: CassettePlaats een vel normaal papier van A4-, B5- of A5-formaat in de cassette en plaats deze in de printer.Normaal papier in de cassette plaatsen45

L: PapiergeleidersSchuif de rechter-/linker-/voorkant tegen de papierstapel aan.M: DocumentladeOpen deze lade om een document in de ADF te plaatsen. U kunt twee of meer documentvellen methetzelfde formaat en dezelfde dikte plaatsen. Plaats het document met de zijde die u wilt scannenomhoog.N: Klep van documentinvoerOpen deze klep om vastgelopen documenten te verwijderen.O: ADF (automatische documentinvoer)Plaats hier een document. Documenten die in de documentlade worden geplaatst, worden automatischvel voor vel gescand.Documenten in de ADF (automatische documentinvoer) plaatsenP: DocumentgeleiderPas deze geleider aan, zodat de breedte ervan overeenkomt met die van het document in de ADF.Q: DocumentuitvoersleufDocumenten die worden gescand vanuit de ADF, worden hier uitgevoerd.46

AchteraanzichtA: USB-poortSluit hier de USB-kabel aan om de printer op een computer aan te sluiten.B: NetsnoeraansluitingHier kunt u het meegeleverde netsnoer aansluiten.C: TransporteenheidOpen deze klep wanneer u vastgelopen papier wilt verwijderen. Wanneer u de eenheid verwijdert, doetu dit nadat u een vinger hebt geplaatst in de uitsparing rechts in het midden.D: AchterklepVerwijder deze klep als u vastgelopen papier verwijdert.Belangrijk• Raak het metalen omhulsel niet aan.•• De USB-kabel mag niet worden losgekoppeld of aangesloten terwijl de printer bezig is met afdrukken of•scannen met de computer. Dit kan problemen veroorzaken.47

BinnenaanzichtA: Scaneenheid / klepDeze eenheid wordt gebruikt voor het scannen van originelen. Open deze wanneer u de FINE-cartridgeof onderhoudscartridge vervangt of vastgelopen papier verwijdert.B: OnderhoudscartridgeAbsorbeert inkt die voor reiniging wordt gebruikt.Onderhoudscartridge vervangenC: FINE-cartridgehouderPlaats hier de FINE-cartridge.De kleuren FINE-cartridge moet in de linkersleuf worden geplaatst en de zwarte FINE-cartridge in derechtersleuf.D: Sluitklepje van inktcartridgeHoudt de geplaatste FINE-cartridge op zijn plek.E: FINE-cartridge (inktcartridges)Een vervangbare cartridge met geïntegreerde printkop en inkttank.Een FINE-cartridge vervangen48

BedieningspaneelA: Knop HOMEWordt gebruikt om het scherm HOME weer te geven.Aanraakscherm gebruikenB: Knop AAN (ON)Hiermee kunt u het apparaat aan- of uitzetten. De documentklep moet gesloten zijn als het apparaatwordt aangezet.De printer in- en uitschakelenC: Knop Terug (Back)Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.D: StatuslampjeBrandt wanneer het apparaat is ingeschakeld.E: AanraakschermHierop worden berichten, menu-items en de bewerkingsstatus weergegeven. Raak het scherm licht aanmet uw vinger om een menu-item of knop te selecteren.Aanraakscherm gebruikenF: Knop Zwart (Black)Hiermee start u kopiëren, scannen, enzovoort in zwart-wit.G: Knop Stoppen (Stop)Hiermee annuleert u een actieve afdruk-, kopieer- of scantaak.H: Knop Kleur (Color)Hiermee start u kopiëren, scannen, enzovoort in kleur.49

Aanraakscherm gebruikenHet HOME-scherm op het aanraakscherm wordt weergegeven wanneer de printer wordt ingeschakeld.Raak het HOME-scherm op het aanraakscherm aan met uw vingertop om menu's te selecteren voorkopiëren, scannen en andere functies.Het HOME-schermBasishandelingen op het aanraakschermHet HOME-schermA: Schakelen tussen de HOME-schermenEr zijn drie soorten HOME-schermen naast het standaard HOME-scherm. U kunt schakelen tussendeze HOME-schermen.Het pictogram wordt weergegeven als er een wachtwoord is ingesteld voor het HOME-schermen het wordt ontgrendeld.HOME-schermen bewerkenB: BasismenuSelecteer of u wilt kopiëren of scannen met behulp van het bedieningspaneel.C: NetwerkHiermee wordt de huidige netwerkstatus weergegeven.

Selecteer om de basisnetwerkgegevens weerte geven of de netwerkinstellingen te wijzigen.Het weergegeven pictogram is afhankelijk van het gebruikte netwerk of de netwerkstatus. Wi-Fi is ingeschakeld en de printer is verbonden met de draadloze router.Opmerking• Het pictogram wordt gewijzigd afhankelijk van de signaalstatus.• (Signaalsterkte: 81 % of meer): u kunt de printer zonder problemen gebruiken via Wi-Fi.50

(Signaalsterkte: 51% of meer): Er kunnen problemen optreden, bijvoorbeeld dat deprinter niet kan afdrukken, afhankelijk van de netwerkstatus. Wij raden aan de printer in debuurt van de draadloze router te plaatsen. (Signaalsterkte: 50% of minder): Er kunnen problemen optreden, bijvoorbeeld dat deprinter niet kan afdrukken. Plaats de printer in de buurt van de draadloze router. Wi-Fi is ingeschakeld, maar de printer is niet verbonden met de draadloze router. Draadloos direct is ingeschakeld. Wi-Fi en Draadloos direct zijn uitgeschakeld.D: Draadloos verbindenSelecteer om de printer te verbinden met een smartphone/tablet via Wi-Fi via Eenv. draadloosverbinden.Tik op deze knop om een bevestigingsscherm weer te geven voor het starten van een verbinding.Eenv.

draadloos verbindenDe printer staat al in de stand-bymodus voor eenvoudig draadloos verbinden met een smartphonewanneer wordt weergegeven.E: InstallatieHiermee worden de instellingenmenu's of onderhoudsmenu's voor de printer weergegeven. (NEW) wordt weergegeven als er informatie is van PIXMA/MAXIFY Cloud Link.PIXMA/MAXIFY Cloud Link gebruikenF: HintHiermee worden snelgidsen weergegeven over procedures, zoals het plaatsen van papier enprobleemoplossing, en over informatie, zoals het geschatte inktniveau en systeeminformatie.Als u Meldingsinstellingen (Notification settings) instelt op Inschakelen, wordt (NEW)weergegeven wanneer een melding wordt verzonden naar Canon.Meldingsinstellingen (Notification settings)Opmerking•Raadpleeg Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel voor meer informatie over het wijzigen•van instellingen.51

Basishandelingen op het aanraakschermRaak het aanraakscherm licht aan met uw vingertop of beweeg uw vinger om verschillende functies ofinstellingen te openen.Belangrijk• Wanneer u het aanraakscherm gebruikt, moet u de volgende handelingen vermijden. Hierdoor kan de•printer defect raken of deze kunnen de printer beschadigen.Hard drukken op het aanraakscherm.Op het aanraakscherm drukken met iets anders dan uw vingers (vooral scherpe punten, zoalsdie van balpennen, potloden of nagels).Het aanraakscherm met natte of vieze handen aanraken.Voorwerpen op het aanraakscherm plaatsen.• Bevestig geen beschermblad op het aanraakscherm.

Wanneer u het verwijdert, kan het•aanraakscherm beschadigd raken.TikkenLicht aanraken met uw vingertop en direct weer loslaten.Hiermee selecteert u een onderdeel of foto op het scherm.AanrakenLicht aanraken met uw vingertop.Als u menu´s of foto´s continu wilt doorlopen (voor- en achterwaarts), laat u het teken voor vooruit of terugniet los.52

VegenVeeg uw vinger omhoog, omlaag, naar links of naar rechts over het scherm.Hiermee schakelt u over naar een ander menu of bladert u voor- of achterwaarts door foto´s.SlepenRaak het scherm licht aan en veeg uw vinger omhoog, omlaag, naar links of naar rechts.Hiermee bekijkt u lijsten of bedient u schuifregelaars.Cijfers, letters en symbolen invoeren53

Cijfers, letters en symbolen invoerenOp de printer kunt u de tekens en cijfers invoeren (of corrigeren) wanneer het toetsenbord wordtweergegeven op het scherm.Het teken wordt toegewezen aan elke knop die wordt weergegeven op het scherm. Tik op de knop om hetteken in te voeren.Nadat het invoeren is voltooid, tikt u op het om te bevestigen. Schakelen tussen de tekeninvoermodus. Schakelen tussen hoofdletters/kleine letters op een toetsenbord. Voer de symbolen in.Symbool invoeren. @ - _ SP * # ! " , ; : ^ ` = / | ' ? $ % & + ( ) [ ] { } < > \ ~SP: Leeg (spatie) voor één teken De ervoor ingevoerde tekens verwijderen. Een spatie invoegen. De inhoud van de ingevoerde gegevens bepalen.54

Verplaats de cursor.Als u het teken wilt invoegen, verplaatst u de cursor naar het teken rechts van de positie waar u het tekenwilt invoeren.Als u het teken wilt verwijderen, verplaatst u de cursor naar het teken dat u wilt verwijderen.Opmerking• Op de desbetreffende schermen worden alleen de invoermodi of de beschikbare tekens voor invoer•weergegeven.• U kunt de indeling van het toetsenbord wijzigen.•Andere apparaatinstellingen55

De printer in- en uitschakelenControleren of de printer is ingeschakeldDe printer inschakelenDe printer uitschakelenControleren of de printer is ingeschakeldHet aanraakscherm wordt weergegeven wanneer de printer wordt ingeschakeld.Als het statuslampje brandt, betekent dit dat de printer ingeschakeld, zelfs als het aanraakscherm uit is.Opmerking• Het aanraakscherm wordt uitgeschakeld als de printer ongeveer 10 minuten niet wordt gebruikt.•Als u het scherm wilt weergeven, raakt u het aanraakscherm aan.

Het scherm wordt ook opnieuwgeactiveerd wanneer een origineel vanaf een computer wordt afgedrukt.De printer inschakelenDruk op de knop AAN (ON) om de printer in te schakelen.Opmerking• Het kan enige tijd duren voordat de printer met afdrukken begint nadat u de printer hebt•ingeschakeld.• Zie Wanneer er een fout is opgetreden als een foutbericht wordt weergegeven op het•aanraakscherm.• U kunt de printer automatisch laten inschakelen wanneer een afdruk- of scanbewerking wordt•uitgevoerd vanaf een computer die met een USB-kabel of via een draadloos netwerk is verbonden.Deze functie is standaard uitgeschakeld.Vanaf de printerECO-instellingenVanaf de computerVoor Windows:De stroomvoorziening van de Printer beheren57

Voor macOS:De stroomvoorziening van de Printer beherenDe printer uitschakelen1.Druk op de knop AAN (ON) om de printer uit te zetten.1.Opmerking• U kunt de printer laten uitschakelen wanneer gedurende een bepaalde periode geen•bewerkingen worden uitgevoerd of geen afdruktaken naar de printer zijn gestuurd. Deze functieis standaard ingeschakeld.2. Controleer of zowel het statuslampje als het aanraakscherm uit is.2.Belangrijk• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, drukt u op de aan/uit-knop en controleert u•of zowel het statuslampje als het aanraakscherm uit is. Als u de stekker uit het stopcontacttrekt terwijl het statuslampje brandt/knippert of het aanraakscherm aanstaat, kan de printkopuitdrogen of verstopt raken, waardoor de afdrukkwaliteit afneemt.58

PapierbronnenDe printer heeft twee papierbronnen om papier in te voeren: de achterste lade en de cassette. Wanneernormaal papier is geplaatst in de cassette, kunt u ook papier plaatsen in de achterste lade om af te drukken.Achterste ladeCassetteAchterste ladeU kunt alle ondersteunde papiersoorten, zoals fotopapier en normaal papier in de achterste lade plaatsen.Fotopapier/normaal papier in de achterste lade plaatsenEnveloppen plaatsen in de achterste lade60

CassetteU kunt normaal papier van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette plaatsen.Normaal papier in de cassette plaatsenOpmerking• Voor details over papier dat met deze printer kan worden gebruikt:•Ondersteunde mediumtypen• Uw model kan afwijken van de naam van een productserie wanneer u deze handleiding opent via•een QR-code. Selecteer een productnaam via de onderstaande koppeling als u de handleiding van uwmodel wilt raadplegen.Papierbronnen61

Fotopapier/normaal papier in de achterste lade plaatsenU kunt fotopapier of normaal plaatsen.U kunt ook enveloppen plaatsen in achterste lade.Enveloppen plaatsen in de achterste lade1. Bereid het papier voor.1.Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.Opmerking• Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het•papier vastlopen.• Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar elkaar•toe totdat het papier plat is.Zie Controle 3 in Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen/Inktvlekken/Gekruldpapier voor meer informatie over het omgaan met gekruld papier.• Als u Photo Paper Plus Halfglans (Photo Paper Plus Semi-gloss) SG-201 gebruikt, plaatst u•telkens één vel papier, ook al is het gekruld.

Als u het papier oprolt om het plat te maken, kan ditscheuren in het oppervlak van het papier veroorzaken en de afdrukkwaliteit verslechteren.2.Open de klep van de achterste lade (A) en trek de papiersteun (B) omhoog.2.3.Verschuif de rechterpapiergeleider (C) om beide papiergeleiders te openen.3.62

4.Plaats de papierstapel in de lengterichting MET DE AFDRUKZIJDE OMHOOG.4.Nadat u het papier hebt geplaatst, wordt het bevestigingsscherm voor papierinstellingen voor deachterste lade weergegeven op het aanraakscherm.Belangrijk• Plaats papier altijd in de lengterichting (D). Wanneer u papier in de breedterichting plaatst (E), kan•het papier vastlopen.5.Verplaats de rechterpapiergeleider en schuif de geleiders tegen beide randen van de5.papierstapel.Schuif de papiergeleiders niet te strak tegen het papier. Dan wordt het papier misschien niet goedingevoerd.63

Opmerking•Plaats het papier niet hoger dan de markering voor de maximumcapaciteit (F).•6.Als het paginaformaat en het mediumtype op het aanraakscherm overeenkomen met het6.formaat en type van het papier in de achterste lade, selecteert u Ja (Yes).Als dit niet het geval is, selecteert u Wijzigen (Change) om de instellingen te wijzigen op basis van hetformaat en type van het geplaatste papier.64

Opmerking• Zie Papiervervanging controleren (Check paper replacement) wanneer u het scherm voor het•bevestigen van de papierinstelling wilt verbergen.7.Trek de papieruitvoerlade (G) en het verlengstuk van de uitvoerlade (H) uit.7.Opmerking• Er zijn verschillende soorten papier, zoals papier met een speciale coating waarop foto’s met•een optimale kwaliteit kunnen worden afgedrukt en papier dat geschikt is voor documenten. Voorelk mediumtype zijn er vooraf gedefinieerde instellingen (de manier waarop inkt wordt gebruikten gespoten, de afstand vanaf de spuitopeningen enz.), waarmee u afdrukken met een optimalebeeldkwaliteit op dat mediumtype kunt maken. Onjuiste papierinstellingen kunnen ook leiden totafdrukkleuren van slechte kwaliteit of tot krassen op de afdruk.

Als de afdruk vlekken of ongelijkmatigekleuren vertoont, verhoogt u de instelling voor de afdrukkwaliteit en probeert u het opnieuw.• Om onjuiste afdrukken te voorkomen, biedt deze printer een functie die detecteert of de instellingen•voor het papier in de achterste lade, overeenkomen met de papierinstellingen. Selecteer deafdrukinstellingen in overeenstemming met de papierinstellingen voordat u gaat afdrukken.Verwante informatieOndersteunde mediumtypen65

Normaal papier in de cassette plaatsenU kunt normaal papier van A4-, B5- of A5-formaat in de cassette plaatsen.1. Bereid het papier voor.1.Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.Opmerking•Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst.

Als u dit niet doet, kan het•papier vastlopen.• Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar elkaar•toe totdat het papier plat is.Zie Controle 3 in Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen/Inktvlekken/Gekruldpapier voor meer informatie over het omgaan met gekruld papier.2.Trek de cassette (A) uit de printer.2.3.Verschuif de papiergeleiders (B) aan de voorzijde en (C) aan de rechterzijde om de3.papiergeleiders te openen.4.Plaats de papierstapel in de lengterichting MET DE AFDRUKZIJDE OMLAAG in het midden4.van de cassette.66

Belangrijk• Plaats papier altijd in de lengterichting (D). Wanneer u papier in de breedterichting plaatst (E), kan•het papier vastlopen.Opmerking• Lijn de papierstapel uit me de rand van de cassette.•Als de papierstapel in contact komt met het uitstekende deel (F), wordt het papier mogelijk nietgoed ingevoerd.5.Verplaats de voorste papiergeleider en schuif de geleider tegen de rand de papierstapel.5.67

Lijn de papiergeleider zo uit dat deze op zijn plaats klikt.6. Verplaats de rechterpapiergeleider en schuif de geleiders tegen de randen van de6.papierstapel.Schuif de papiergeleider niet te strak tegen het papier. Dan wordt het papier misschien niet goedingevoerd.Opmerking• Plaats het papier niet hoger dan de markering voor de maximumcapaciteit (G).•7.Plaats de cassette in de printer.7.Druk de cassette helemaal in de printer totdat deze stopt.68

Nadat u de cassette in de printer hebt geplaatst, wordt het bevestigingsscherm voor papierinstellingenvoor de cassette weergegeven op het aanraakscherm.8. Als het paginaformaat op het aanraakscherm overeenkomt met het formaat van het8.geplaatste papier in de cassette, selecteert u Ja (Yes).Als dit niet het geval is, selecteert u Wijzigen (Change) om de instelling te wijzigen op basis van hetformaat van het geplaatste papier.9. Trek de papieruitvoerlade (H) en het verlengstuk van de uitvoerlade (I) uit.9.69

Opmerking• Om onjuiste afdrukken te voorkomen, biedt deze printer een functie die detecteert of de instellingen•voor het papier in de cassette overeenkomen met de papierinstellingen. Selecteer de afdrukinstellingenin overeenstemming met de papierinstellingen voordat u gaat afdrukken.Verwante informatieOndersteunde mediumtypen70

Enveloppen plaatsen in de achterste ladeU kunt enveloppen plaatsen in de achterste lade.Het adres wordt automatisch geroteerd en afgedrukt aan de hand van de richting van de envelop, zoalsopgegeven in het printerstuurprogramma.Belangrijk• Afdrukken van enveloppen vanuit het bedieningspaneel wordt niet ondersteund.•• De volgende enveloppen kunt u niet gebruiken.

De enveloppen kunnen in de printer vast blijven zitten•of ertoe leiden dat de printer niet goed meer functioneert.Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlakEnveloppen met een dubbele klepEnveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken1.Bereid enveloppen voor.1.• Druk de hoeken en randen van de enveloppen omlaag om deze zo plat mogelijk te maken.•• Als de enveloppen gekruld zijn, houdt u de tegenoverliggende hoeken vast en buigt u deze•voorzichtig in de tegengestelde richting.• Als de klep van de envelop is gevouwen, maakt u deze plat.•• Gebruik een pen om de bovenrand van de envelop in de invoerrichting plat te strijken en de vouw•scherper te maken.Hierboven ziet u een zijaanzicht van de bovenrand van de envelop.Belangrijk•De enveloppen kunnen vastlopen in de printer als ze niet plat zijn of als de hoeken niet zijn•uitgelijnd.

3.Verschuif de rechterpapiergeleider (C) om beide papiergeleiders te openen.3.4. Plaats de enveloppen in de lengterichting MET DE AFDRUKZIJDE OMHOOG.4.Er kunnen maximaal 10 enveloppen tegelijk worden geplaatst.Vouw de klep van de envelop en plaats de envelop in de lengterichting met de adreszijde omhooggericht.Nadat u de enveloppen hebt geplaatst, wordt het bevestigingsscherm voor papierinstellingen voor deachterste lade weergegeven op het aanraakscherm.72

5. Verplaats de rechterpapiergeleider en schuif de geleiders tegen beide randen van de5.enveloppen.Schuif de papiergeleiders niet te strak tegen de enveloppen. De enveloppen worden dan misschien nietgoed ingevoerd.Opmerking• Plaats de enveloppen niet hoger dan de markering voor de maximumcapaciteit (D).•6.Als het paginaformaat en het mediumtype op het aanraakscherm overeenkomen met het6.formaat en type van de enveloppen in de achterste lade, selecteert u Ja (Yes).Als dit niet het geval is, selecteert u Wijzigen (Change) om de instellingen te wijzigen op basis van hetformaat en type van de geplaatste enveloppen.73

Opmerking•Zie Papiervervanging controleren (Check paper replacement) wanneer u het scherm voor het•bevestigen van de papierinstelling wilt verbergen.7.Trek de papieruitvoerlade (E) en het verlengstuk van de uitvoerlade (F) uit.7.Opmerking• Om onjuiste afdrukken te voorkomen, biedt deze printer een functie die detecteert of de instellingen•voor het papier in de achterste lade, overeenkomen met de papierinstellingen. Selecteer deafdrukinstellingen in overeenstemming met de papierinstellingen voordat u gaat afdrukken.Verwante informatieOmgaan met papierNiet-ondersteunde mediumtypen74

Waar moeten originelen worden geplaatst?U kunt originelen op twee locaties in de printer plaatsen: de plaat en de ADF (automatischedocumentinvoer).Selecteer de positie waar u het origineel wilt plaatsen op basis van het formaat, type of de methode vangebruik.Opmerking• Zie hieronder voor meer informatie over de ondersteunde originelen.•Ondersteunde originelenDocumenten, foto's of boeken op de plaat plaatsenTwee of meer documentvellen met hetzelfde formaat en dezelfde diktein de ADF plaatsenU kunt ook een afzonderlijk documentvel in de ADF plaatsen.76

Originelen op de plaat plaatsen1. Open de documentklep (A).1.2. Plaats het origineel MET DE TE SCANNEN ZIJDE OMLAAG op de plaat.2.Plaatsing op basis van gebruikOndersteunde originelenBelangrijk•Let op het volgende wanneer u het origineel op de plaat legt. Als u het volgende niet in acht•neemt, kan er een storing optreden in de scanner of kan de glasplaat breken.Plaats geen voorwerpen die zwaarder zijn dan 2,0 kg (4,4 lb) op de glasplaat.Oefen geen druk van meer dan 2,0 kg (4,4 lb) uit op de glasplaat, bijvoorbeeld bij hetaandrukken van het origineel.78

Documenten in de ADF (automatische documentinvoer)plaatsenBelangrijk• Let erop dat er niets in de documentuitvoersleuf komt. Dit kan schade veroorzaken.•Opmerking• Als u een document met optimale kwaliteit wilt scannen, plaatst u het op de plaat.•• Een dubbelzijdig origineel kan niet automatisch worden gescand met de ADF.•1.Controleer of alle originelen van de plaat zijn verwijderd.1.2.Open de documentlade (A).2.3. Schuif de documentgeleider (B) helemaal open.3.80

4. Plaats het document MET DE TE SCANNEN ZIJDE OMHOOG in de documentlade, totdat4.u een piepgeluid hoort.Duw het document zo ver mogelijk naar binnen.Opmerking• Zie hieronder voor meer informatie over de ondersteunde originelen.•Ondersteunde originelen5.Pas de documentgeleider aan de breedte van het document aan.5.Schuif de documentgeleider niet te strak tegen het document. De documenten worden dan mogelijk nietgoed ingevoerd.81

Als u het origineel nietcorrect plaatst, wordt het mogelijk niet juist gescand.Originelen Functie PlaatsingTijdschriften, kranten en documen-tenKopiëren Het origineel uitgelijnd met depositiemarkering plaatsenScannen door automatisch het type enformaat van het origineel te detecterenAls u scant via het bedieningspaneel,selecteert u Automatische scan (Autoscan) als documenttype bij Scannen(Scan).Scannen door een standaardformaat(A4, Letter, enzovoort) op te gevenAls u scant via het bedieningspaneel, se-lecteert u Document of Foto (Photo) alsdocumenttype in Scannen (Scan) en geeftu een standaardformaat (A4, Letter enzo-voort) op voor Scanfrmt (Scan size) omoriginelen te scannen.Foto's, ansichtkaarten, visitekaar-tjes en discs (BD's/dvd's/cd's)Eén origineel scannenAls u scant via het bedieningspaneel, volgtu onderstaande instructies.• Selecteer Automatische scan (Auto•scan) als documenttype bij Scannen(Scan).• Selecteer Foto (Photo) als document-•type bij Scannen (Scan) en geef Au-tomatische scan (Auto scan) op bijScanfrmt (Scan size) om originelen tescannen.Slechts één origineel in het mid-den van de plaat plaatsenTwee of meer originelen scannenAls u scant via het bedieningspaneel, volgtu onderstaande instructies.• Selecteer Automatische scan (Auto•scan) als documenttype bij Scannen(Scan).• Selecteer Foto (Photo) als document-•type bij Scannen (Scan) en geef Au-tom.

Het origineel uitgelijnd met de positiemarkering plaatsenPlaats het origineel MET DE TE SCANNEN ZIJDE NAAR BENEDEN op de plaat en lijn het uit met depositiemarkering . Delen die op het diagonaal gestreepte gebied zijn geplaatst kunnen niet wordengescand.Belangrijk• De printer kan het gestreepte gedeelte (A) (1 mm (0,04 inch) vanaf de randen van de glasplaat) niet•scannen.Slechts één origineel in het midden van de plaat plaatsenPlaats het origineel MET DE TE SCANNEN ZIJDE NAAR BENEDEN, waarbij u 1 cm (0,40 inch) ofmeer ruimte vrij laat tot de randen (schuin gestreept gebied) van de plaat. Delen die op het diagonaalgestreepte gebied zijn geplaatst kunnen niet worden gescand.83

Twee of meer originelen plaatsen op de plaatPlaats de originelen MET DE TE SCANNEN ZIJDE NAAR BENEDEN. Houd een ruimte van 1 cm (0,40inch) of meer vrij tussen de randen (schuin gestreept gebied) van de plaat en de originelen, en tussen deoriginelen. Delen die op het diagonaal gestreepte gebied zijn geplaatst kunnen niet worden gescand.U kunt maximaal 12 items plaatsen.B: Meer dan 1 cm (0,40 inch)Opmerking• De functie voor het corrigeren van scheve originelen corrigeert automatisch originelen die onder een•hoek van maximaal 10 graden zijn geplaatst. Scheve foto's met een lange zijde van 180 mm (7,1inch) of meer kunnen niet worden gecorrigeerd.• Foto's die niet rechthoekig zijn of een afwijkende vorm hebben (zoals uitgeknipte foto's) worden•mogelijk niet goed gescand.84

Ondersteunde originelenPlaatItem DetailsTypen originelen Tekstdocumenten, tijdschriften of krantenAfgedrukte foto, ansichtkaart, visitekaartje of schijf (bd/dvd/cd, enzovoort)Documenten die niet geschikt zijn voor de ADFGrootte (breedte x hoogte) Maximaal 216 x 297 mm (8,5 x 11,7 inch)Aantal Eén of meer vellen*Dikte Maximaal 5 mm (0,2 inch)* Er kunnen twee of meer originelen op de plaat worden geplaatst, afhankelijk van de geselecteerdefunctie.Plaatsing op basis van gebruikIn de ADF (automatische documentinvoer)Item DetailsType origineel Documenten van normaal papier met meerdere pagina's die even groot, dik enzwaar zijnFormaat A4, Letter, LegalMaximaal 216 x 356 mm (8,5 x 14,0 inch)Minimaal 210 x 280 mm (8,3 x 11,0 inch)AantalA4/Letter: maximaal 35 vellen (papier van 75 g /m2 (20 lb)), tot een hoogte van 3,5mm (0,14 inch)Legal: maximaal 5 vellen (papier van 75 g /m2 (20 lb)), tot een hoogte van 0,5 mm(0,02 inch)Overige formaten: 1 velDikte 0,07 tot 0,13 mm (0,003 tot 0,005 inch)Gewicht60 tot 95 g /m2 (16,0 tot 25,3 lb)Opmerking•Zorg dat eventueel aanwezige vloeistof op documenten, zoals lijm, inkt of correctievloeistof, droog•zijn voordat u ze plaatst.Plaats geen gelijmde documenten in de ADF, zelfs niet als de lijm droog is, omdat diepapierstoringen kunnen veroorzaken.•Verwijder alle nietjes, paperclips en andere hechtmaterialen voordat u documenten invoert.••Plaats documenten van Legal-formaat in de ADF.••Plaats dit soort documenten niet in de ADF, omdat die papierstoringen kunnen veroorzaken.•85

Een FINE-cartridge vervangenWanneer de inkt opraakt of zich fouten voordoen, wordt het foutbericht op het aanraakscherm weergegevenom u op de hoogte te brengen van het probleem. Op dit moment kan de printer niet afdrukken of scannen.Controleer het foutbericht en voer de juiste handelingen uit.Wanneer er een fout is opgetredenVervangingsprocedureVolg de onderstaande procedure wanneer u een FINE-cartridge moet vervangen.Belangrijk• Raak de elektrische contactpunten (A) of de spuitopening van de printkop (B) van een FINE-cartridge•niet aan. Als u ze toch aanraakt, drukt de printer mogelijk niet goed af.• Vervang een FINE-cartridge direct nadat u deze hebt verwijderd. Laat de printer nooit staan terwijl de•FINE-cartridge is verwijderd.• Gebruik een nieuwe FINE-cartridge ter vervanging.

De spuitopeningen kunnen verstopt raken als u•een gebruikte FINE-cartridge plaatst.Daarnaast kan de printer u bij een dergelijke FINE-cartridge niet goed op de hoogte stellen wanneeru de FINE-cartridge moet vervangen.Opmerking• Als in Windows de inkt van een FINE-cartridge opraakt, kunt u nog een korte tijd afdrukken met de•kleuren of zwarte FINE-cartridge, afhankelijk van de resterende inkt.Zie hieronder voor informatie over het configureren van deze instelling.De te gebruiken inkt instellen• Mogelijk wordt toch kleureninkt verbruikt wanneer u een document in zwart-wit afdrukt of wanneer u•hebt aangegeven een zwart-witafdruk te willen maken.Ook bij standaardreiniging en diepte-reiniging van de printkop, die nodig kunnen zijn om de printergoed te laten werken, wordt zowel kleureninkt als zwarte inkt verbruikt.

1. Controleer of de printer is ingeschakeld.1.2. Sluit de scaneenheid / klep.2.De FINE-cartridgehouder schuift naar de vervangingspositie.Belangrijk• Raak geen metalen delen of andere delen binnen in de printer aan.•3.Verwijder de lege FINE-cartridge.3.1. Pak het sluitklepje van de inktcartridge vast om het te openen.1.2. Verwijder de FINE-cartridge.2.4.Bereid een nieuwe FINE-cartridge voor.4.89

1. Haal de nieuwe FINE-cartridge uit de verpakking en verwijder de beschermtape (C)1.voorzichtig.Belangrijk• Raak de elektrische contactpunten of spuitopeningen van printkop van een FINE-cartridge niet•aan. Als u ze toch aanraakt, drukt de printer mogelijk niet goed af.5. Plaats hier de FINE-cartridge.5.1. Plaats de nieuwe FINE-cartridge in de FINE-cartridgehouder.1.De kleuren FINE-cartridge moet in de linkersleuf worden geplaatst en de zwarte FINE-cartridge in derechtersleuf.2.Sluit het sluitklepje van de inktcartridge om de FINE-cartridge vast te zetten.2.Duw het sluitklepje van de inktcartridge helemaal in totdat u een klikgeluid hoort.90

6. Sluit de scaneenheid / klep.6.Til de scaneenheid / klep op en laat deze voorzichtig zakken om te sluiten.Opmerking•Als het foutbericht wordt weergegeven op het aanraakscherm nadat de scaneenheid / klep is•gesloten, voert u de vereiste stappen uit.Wanneer er een fout is opgetreden•Als de printkop niet correct is uitgelijnd, wat u merkt doordat evenwijdige lijnen niet correct•worden afgedrukt of doordat er vergelijkbare problemen optreden, lijnt u de printkop uit.91

De inktstatus op het aanraakscherm controleren1. Controleer of de printer is ingeschakeld.1.2.Selecteer (Hint) op het HOME-scherm.2.Aanraakscherm gebruikenHet scherm Hintmenu wordt weergegeven.3.Selecteer Geschatte inktniveaus (Estimated ink levels).3.Er wordt een symbool weergegeven in het aangegeven gebied A als er informatie is over het resterendeinktniveau. De inkt is bijna op. Bereid een nieuwe inktcartridge voor. De inkt is op. Vervang de inktcartridge.Een FINE-cartridge vervangen Dit wordt weergegeven wanneer het resterende inktniveau niet bekend is.Opmerking• Het bovenstaande scherm geeft een schatting van de inktniveaus aan.••Als u naar de site wilt gaan waar u inkt kunt kopen, selecteert u Inkt bestellen (Order ink now)•in dit scherm en geeft u de QR-code weer. De kosten van de internetverbinding zijn voor rekeningvan de klant.•Als u Inktmodelnr.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Hoe kan ik een eenvoudige afdruk maken van b.v. een brief ?

  cecile van Poppelen - 12 Januari 2026

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Canon PIXMA TS7750i stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden