Bulex TS 280-3 Handleiding

Bulex CV Ketel TS 280-3

Bekijk gratis de handleiding van Bulex TS 280-3 (56 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Bulex TS 280-3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
HR-gasketel
TS 80/3
•
TS 200/3•
TS 120/3
•
TS 240/3•
TS 160/3
•
TS 280/3•
Installatie-enonderhoudshandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bulex
Categorie: CV Ketel
Model: TS 280-3

Handleiding Bulex TS 280-3 – volledige tekst

1. 2 Gebruikte symbolenNeem a. u. b. bij de installatie van het toestel goed nota van de veiligheidsaanwijzingen in deze installatiehandlei-ding. d Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. H Gevaar. Gevaar voor verbranding en brandwonden. a Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en/of milieu. h Aanwijzing Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symboolvooreennoodzakelijkehandeling 1. 3 Geldigheid van de handleidingDeze installatiehandleiding geldt uitsluitend voor toestel-len met de volgende artikelnummers: Toesteltype Artikelnummer TS 80/3 0010005430 TS 120/3 0010005431 TS 160/3 0010005432 TS 200/3 0010005433 TS 240/3 0010005434 TS 280/3 0010005435Tabel 1. 1 Overzicht van de artikelnummersHet 10-cijferige artikelnummer van het toestel vindt u op het typeplaatje (zie afb. 2.

1, vanaf de 7e plaats kunt u dit uit het serienummer lezen). 1 Aanwijzingen bij de documentatieLees de handleiding aandachtig door zodat u alle infor-matie begrijpt om de veiligheid tijdens installatie, ge-bruik en onderhoud te garanderen. In geen geval wordt aansprakelijkheid aanvaard voor be-schadiging die voortvloeit uit het niet naleven van de richtlijnen in deze gebruikshandleiding. Aanvullend geldende documenten en service-hulpmid-delenVoor de gebruiker van de installatie: Gebruiksaanwijzing nr. 0020068155 Korte gebruiksaanwijzing nr. 0020079807Service-hulpmiddelen:De volgende test- en meetmiddelen zijn nodig voor in-spectie en onderhoud:– CO2-meter– manometer– gasdetector– draaimomentsleutelInstallatieboek: • Houdeeninstallatieboekoverdeinstallatiebij. • Bewaarhetinstallatieboekalsmedealletechnischege-gevens van de installatie bij de ThermoSystem. 1.

1 Documenten bewarenDe gebruikshandleiding maakt integraal deel uit van het apparaat en moet aan de gebruiker worden overhandigd nadat de installatie van het apparaat is voltooid om te voldoen aan de geldende reglementen. 3Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00 15. 4 Verbrandingslucht-/rookgasleiding – onafhankelijk van de omgevingslucht, verbrandingslucht door de buitenmuur. 52 15. 5 Verbrandingslucht-/rookgasleiding – onafhankelijk van de omgevingslucht, verbrandingslucht en rookgasafvoer via dak. 53 15. 6 Verbrandingslucht-/rookgasleiding – onafhankelijk van de omgevingslucht, verbrandingslucht door de buitenmuur, rookgasleiding op de gevel. 54 16 Afvoer. 55Inhoudsopgave Aanwijzingen bij de documentatie 1.

Respecter les consignes de maintenance décrites dans le manuel d'instructions. (FR)Installeren en gebruiken is alleen toegestaan volgens de Installatie- en Gebruiksvoorschriften. Het toestel mag alleen worden opgesteld in goed geventileerde ruimtes. Onderhoudsvoorschriften in de gebruiksaanwijzing in acht nemen. (NL)25314Afb. 2. 1 TypeplaatjeLegenda 1 Fabricagenr. 2 Typebenaming 3 Toegelaten rookgasafvoer 4 Landen van bestemming, toegelaten gascategorie 5 Technische gegevens van het toestela Waarschuwing. Sluit het toestel uitsluitend aan op het (de) gastype(s) vermeld op het typeplaatje. Toelichting bij de typebenamingDe volgende tabel licht de typebenaming aan de hand van het voorbeeld van de TS 80/3 toe. TS 80/3 Uitrusting TS HR-gasketel, ThermoSystem 80 Toestelgrootte (vermogen in kW) 3 Ketel-serieTabel 2. 2 Toelichting bij de typebenaming 2.

2. 4 Gebruik volgens de voorschriftenDe HR-gasketels ThermoSystem TS 80/3 - TS 280/3 zijn volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften gebouwd. Toch kunnen er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gevaren voor lijf en leven van de gebruiker of derden resp. beschadigingen aan het toestel en andere voorwer-pen ontstaan. Dit toestel is niet bedoeld om door personen (met inbe-grip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbrekende kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen in het gebruik van het toe-stel geïnstrueerd heeft. Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat zij met het toestel spelen.

Het toestel is een warmteopwekker voor gesloten warm-water- en CV-installaties. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet conform aan de voorschriften. Voor de hierdoor ontsta-ne schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor ver-antwoordelijk. Tot het gebruik volgens de voorschriften horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing, de installatie-handleiding en alle geldende documenten, alsmede het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften. Er moet een installatieboek over de installatie worden bijgehouden. Het installatieboek alsmede alle technische gegevens van de installatie moeten bij het toestel wor-den bewaard. a Attentie. Ieder misbruik is verboden 2. 5 Opbouw en functieDe ThermoSystem is een HR-gasketel die als warmteop-wekker voor warmwater-CV-installaties tot 85 °C ge-bruikt wordt.

Het keteltype ThermoSystem wordt gebruikt in combina-tie met een CV-regeling met glijdend verlaagde ketelwa-tertemperatuur. Als toestel „type B” is het in een van de omgevingslucht afhankelijke werkwijze geschikt voor rookgasaansluiting op vochtongevoelige rookgasleidin-gen. Als toestel „type C” is het alleen met bijbehorende verbrandingsluchttoevoer-/rookgasafvoersystemen ge-certificeerd en mag alleen met deze worden gebruikt. Uitrusting - Modulatiebereik zie tabel 2.

3 Veiligheidsaanwijzingen en normenVóór de installatie van het toestel moet het plaatselijke energiebedrijf worden geïnformeerd. Het toestel mag uitsluitend door een erkend installateur worden geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfstelling. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. Onjuiste installatie kan leiden tot een elektri-sche schok of beschadiging van het apparaat. • Schakelveiligheidsvoorzieningennooituitenprobeerze niet aan te passen. • Houdrekeningmetdevolgendemethodenenvoor-zorgsmaatregelen: • Neemdeketelvastaandeonderkant. • Draagwaarnodigveiligheidskleding,bijv. handschoe-nen, veiligheidsschoenen. • Gebruikveiligemethodenvoorhetheffen: • Houdderugrecht. • Vermijdhetdraaienvandetaille. • Vermijdkrommingvanhetbovenlichaam/afbuigingvan de topzwaarte.

• Gebruikbijhetvastgrijpenaltijddehandpalm. • Gebruikdeaangewezenhouvasten. • Houddeladingzodichtmogelijkbijhetlichaam. • Gebruikaltijdhulpwaarnodig. • Degebruikermagingeengevalknoeienmetafgedich-te onderdelen of ze aanpassen. • Zorgbijhetmonterenvandeaansluitingendatdeaf-dichtingen correct worden geplaatst om lekkage van gas of water te vermijden. • Dezeketelheeftmetalenonderdelen(componenten). Wees voorzichtig wanneer u omgaat met het apparaat of het schoonmaakt, en let in het bijzonder op voor randen. 3. 1 VeiligheidsaanwijzingenDe verbrandingslucht die het toestel krijgt aangevoerd, moet vrij zijn van chemische stoffen die bijv. fluor, chloor of zwavel bevatten.

Sprays, oplos- of reinigingsmiddelen, verf en lijm kunnen dergelijke stoffen bevatten die bij ge-bruik van het toestel in het ongunstigste geval kunnen leiden tot corrosie, ook in de rookgasinstallatie. a Attentie. Functiestoring. De verbrandingslucht moet vrij zijn van deel-tjes, omdat anders de brander kan worden ver-vuild. Let er vooral op dat geen bouwstof of vezels van isolatiemateriaal in de verbrandingslucht zitten. In het industriële bereik, zoals bijv. kapsalons, lak- of tim-merwerkplaatsen, schoonmaakbedrijven enz. , moet bij een van de omgevingslucht afhankelijke werkwijze altijd een aparte plaatsingsruimte gebruikt worden. Hierdoor moet ervoor worden gezorgd dat de verbrandingslucht altijd vrij is van chemische stoffen. Bij een totaal nomi-naal warmtevermogen van het toestel boven 70 kW moet een aparte plaatsingsruimte (stookruimte) gekozen worden.

Een afstand van het toestel tot componenten van brand-baar materiaal is niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsop-pervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C (let echter op de aanbevolen minimumafstanden in hoofdstuk 4. 3. 2). Bij gesloten CV-installaties moet een met het warmtever-mogen overeenkomende veiligheidsklep met typekeuring worden gemonteerd. h Aanwijzing m. b. t. uitvoering van de schoor-steen: Door de modulatie van de HR-gasketel met ver-brandingsluchtaanpassing ontstaat een hoog stooktechnisch rendement. Dat vereist een technisch bewijs over de geschiktheid van de schoorsteen conform de geldende normen. Installatiea Attentie. Functiestoring. Spoel de CV-installatie voor de aansluiting van het toestel zorgvuldig door.

Let erop dat de aansluit- en gasleidingen zonder mechanische spanningen worden gemonteerd, zodat er geen lekkages in de CV-installatie of bij de gasaansluiting kunnen ontstaan. Attentie. Schade aan de schroefverbindingen. Gebruik bij het vast- of losschroeven van schroefverbindingen altijd passende platte sleu-tels (geen buistangen, verlengingen enz. ). On-deskundig gebruik en/of ongeschikt gereedschap kan schade veroorzaken (bijv. gas- of waterlek-kages). Draai de schroefverbinding van de aanvoerverdeler en de retourcollector met het warmtewisselaarblok altijd vast met een draaimomentsleutel, ingesteld op 12 Nm. Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_0083 Veiligheidsaanwijzingen en normen.

a Attentie. Schade aan het gasblok. Het gasblok mag alleen worden gecontroleerd op lekkages met een maximale druk van 110 mbar. De werkdruk mag niet hoger zijn dan 60 mbar. Als de druk wordt overschreden kan het gasblok beschadigd raken. De elektrische installatie mag enkel door een daarvoor erkende installateur uitgevoerd worden. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. Op de voedingsklemmen in de schakelkast van het toestel staat ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar elektrische spanning. Schakel vóór werkzaamheden aan het toestel de stroomtoe-voer uit en beveilig deze tegen opnieuw inscha-kelen. InbedrijfstellingVerrijk het CV-water niet met antivries- of corrosiewe-rende middelen. Wanneer er antivries- of corrosieweren-de middelen aan het CV-water worden toegevoegd kun-nen veranderingen in de afdichtingen optreden en kun-nen er geluiden in de CV-functie ontstaan.

Hiervoor (en voor soortgelijke secundaire schade) kan de fabrikant geen aansprakelijkheid aanvaarden. • Informeerdegebruikeroverdejuistewijzevanvorst-beveiliging. • Neemvoordeconditioneringvanhetvul-ensupple-tiewater goed nota van de geldende nationale voor-schriften en technische regels. Voor zover nationale voorschriften en technische regelsgeen hogere eisen stellen, geldt het volgende: • Umoethetverwarmingswaterconditioneren,wanneer - het totale vul- en suppletiewatervolume tijdens de gebruiksduur van de installatie het drie-voudige van het nominale volume van de CV-installatie over-schrijdt,of - het specifieke verwarmingswatervolume meer dan 20 l/kW nominaal warmtevermogen bedraagt. Bij in-stallaties met meerdere ketels moet voor deze eisen het telkens kleinste afzonderlijke nominale warmte-vermogen worden gebruikt.

Nominaal warmtevermogen in kWSom aardalkaliën mol/m3Totale hardheid °dH≤ 50 bij specifieke waterinhoud van de warmteopwekker1)≥ 0,3 l/kWgeen eisen≤ 50 bij specifieke waterinhoud van de warmteopwekker 1) < 0,3 l/kW (bijv. circulatiewaterverwarmer) ≤ ≤ 3,0 16,8 > 50 2,0 11,2≤ 200 ≤ ≤ > 200 600 1,5 8,4≤ ≤ ≤ > 600 0,11≤ 0,02 ≤1) Waterinhoud van de warmteopwekker per kW verwarmingsvermogen Tabel 3. 1 Richtwaarden voor het vul- en suppletiewatera Attentie. Gevaar voor materiële schade door verrijking van het verwarmingswater met ongeschikte an-tivries- of corrosiewerende middelen. Antivries- en corrosiewerende middelen kunnen leiden tot veranderingen aan afdichtingen, gelui-den in CV-functie en evt. tot verdere vervolg-schade. Gebruik geen ongeschikte antivries- en corro-siewerende middelen.

Aardgas:Als de aansluitdruk buiten het bereik van 17 tot 30 mbar ligt, mag het toestel niet in werking worden gesteld. 9Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00Veiligheidsaanwijzingen en normen 3.

Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00103 Veiligheidsaanwijzingen en normenInspectie en onderhoudInspectie, onderhoud en reparaties mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. Niet-uitge-voerde inspectie- en onderhoudswerkzaamheden kunnen leiden tot materiële schade en lichamelijk letsel. De elektrische installatie mag enkel door een daarvoor erkende installateur uitgevoerd worden. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. Op de voedingsklemmen in de schakelkast van het toestel staat ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar elektrische spanning. Schakel vóór werkzaamheden aan het toestel de stroomtoe-voer uit en beveilig deze tegen opnieuw inscha-kelen. • Beschermdeschakelkasttegenspatwater. d Gevaar. Explosiegevaar door gaslekkages.

Controleer bij inbedrijfstelling, onderhoud en re-paratie altijd alle gasvoerende onderdelen, in-clusief de branderafdichtingen op gasdichtheid. Een elektronische gasdetector wordt aangera-den. H Gevaar. Gevaar voor verbranding. Bij de HR-gasketel en alle watervoerende com-ponenten bestaat het gevaar voor letsel en brandwonden. Voer werkzaamheden aan deze onderdelen pas uit als deze zijn afgekoeld. Verhelpen van storingen • Koppelhettoestelvóóraanvangvandewerkzaamhe-den los van het elektriciteitsnet. Sluit de gaskraan en de onderhoudskranen. • Maakhettoestelleeg,wanneeruwatervoerendecom-ponenten van het toestel wilt vervangen. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. Op de voedingsklemmen in de schakelkast van het toestel staat ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar elektrische spanning.

• Voernavoltooiingvandewerkzaamhedeneenfunc-tiecontrole uit. 3. 2 Normen, voorschriften en richtlijnenDe Bulex Thermosystem ketel mag uitsluitend door een erkend installateur worden geïnstalleerd. De installatie dient uitgevoerd te worden in overeen-stemming met de volgende normen, voorschriften en richtlijnen: - De Belgische norm NBN D51-003: voor brandstoffen lichter dan lucht - De Belgische norm NBN B61-001: stookafdeling en schoorstenen - Voor propaan NBN 51-006 - De ARAB - voorschriften - De AREI - voorschriften - Alle betreffende voorschriften van de plaatselijke wa-termaatschappij en BELGAQUA.

11Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00Montage 4 4 MontageDe HR-gasketel wordt gereed voor aansluiting in een verpakkingseenheid met gemonteerde mantel geleverd. 4. 1 Leveringsomvang • Controleerdeinhoudvandeverpakkingen. 12 Afb. 4. 1 Leveringsomvang Pos. Aantal Benaming 1 1 Toestel (mantel gemonteerd) 2 3Gebruiksaanwijzing, korte gebruiksaanwijzing, installatiehandleiding Tabel 4. 1 Leveringsomvang 4. 2 PlaatsLees de waarschuwingen en instructies met betrekking tot de veiligheid in de gebruikershandleiding en installa-tiehandleiding aandachtig door alvorens een plaats voor het apparaat te kiezen. - Controleer of de wand waarop het apparaat wordt ge-monteerd, constructief veilig is om het gewicht van het apparaat te dragen. - Controleer of de plaats waar het apparaat wordt geïn-stalleerd voldoende ruimte biedt en de vereiste spelin-gentoelaat.

Zobentuzekerdatdeaansluitingenopwater, gas en rookgasafvoer bereikbaar zijn voor in-spectie (zie hoofdstuk Spelingen). - Leg deze vereisten uit aan de gebruiker van het appa-raat. • Plaatshettoestelineenvorstvrijeruimte. Het toestel kan worden gebruikt bij omgevingstempera-turen van ca. 4 °C tot ca. 50 °C. Bij de keuze van de standplaats moet u rekening houden met het ketelgewicht inclusief de waterinhoud conform de tabel „Technische gegevens“. Voor geluiddemping kunt u een ketelsokkel (geluiddem-pend) of iets dergelijks gebruiken; wij adviseren om het toestel op een 5 cm tot 10 cm hoge ketelsokkel te plaat-sen. 4. 2. 1 Voorschriften m. b. t. de standplaatsh Aanwijzing. Gasgestookte toestellen met een totaal nomi-naal warmtevermogen boven 70 kW moeten in aparte ruimtes worden geplaatst die geen ander doel dienen, d. w. z. die ook geen verblijfsruimtes mogen zijn.

Voor keuze van de standplaats alsmede voor de maatre-gelen van be- en ontluchting van de plaatsingsruimte moet de toestemming van de bevoegde toezichthouden-de instantie verkregen worden. De verbrandingslucht die naar het toestel wordt ge-voerd, moet technisch vrij van chemische stoffen zijn die bijv. fluor, chloor en zwavel bevatten. Sprays, verf, oplos- en reinigingsmiddelen en lijm bevatten dergelijke stoffen die bij gebruik van het toestel in het ongunstigste geval kunnen leiden tot corrosies, ook in de rookgasinstallatie. a Attentie. Functiestoring. De verbrandingslucht moet vrij zijn van deel-tjes, omdat anders de brander kan worden ver-vuild. Let er vooral op dat geen bouwstof, vezels van isolatiemateriaal of stuifmeel in de verbran-dingslucht zitten. In de fabriek is de ketel uitgerust met een stoffilter.

De gasgestookte hoogrendementsketel mag slechts ge-installeerd en in bedrijf genomen worden indien dit filter geplaatst is. Ook na de inbedrijfstelling moet het filter in de ThermoSystem blijven. In elk geval na het afsluiten van de bouwfase moet u het filter reinigen of vervangen. De stoffilter moet minimaal één keer per jaar op vervui-ling gecontroleerd of direct vervangen worden. Met name bij CV-toestellen > = 200 kW kan een verzadig-de stoffilter een vermogensreductie bewerkstelligen.

15Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00Installatie 5 5. 2 Algemene aanwijzingen bij de CV-installatiea Attentie. Functiestoringen. Spoel de CV-installatie voor de aansluiting van het toestel zorgvuldig door. Daarmee verwijdert u resten zoals walshuid, hennep, kit, roest, las-resten, grove vervuiling e. d. uit de buisleidingen. Anders kunnen deze stoffen in het toestel te-rechtkomen en storingen veroorzaken. • Legvandeuitblaasleidingvandeveiligheidsklepopdestandplaats een afvoerbuis met inlaattrechter en sifon naar een geschikte afvoer in de plaatsingsruimte. De afvoer moet men in de gaten kunnen houden. • InstalleerophethoogstepuntvandeCV-installatieeen ontluchtingsvoorziening. • Installeer in de CV-installatie een vul- en aftap-kraan, omdat de installatie niet via de ketelinterne vul- en aftapkraan mag worden gevuld.

De in de HR-gasketel ingebouwde veiligheidstempera-tuurbegrenzer dient naast de waterdrukschakelaar als beveiliging tegen watergebrek. De uitschakeltemperatuur door storingen van de HR-gasketel ligt bij ca. 110 °C (nominale uitschakeltempe-ratuur 110 °C, tolerantie - 6 K). • AlsindeCV-installatiekunststofbuizenwordenge-bruikt, moet u op de standplaats een geschikte ther-mostaat op de CV-aanvoerleiding monteren. Dit is nodig om de CV-installatie te beschermen tegen tem-peratuurgebonden beschadigingen. De thermostaat kan op de stekker voor de contactthermostaat (blauwe ProE-stekker) elektrisch worden bedraad. • Bijgebruikvannietdiffusiedichtekunststofbuizeninde CV-installatie moet u een platenwarmtewisselaar voor systeemscheiding naschakelen, om corrosie in de CV-ketel te vermijden. h Aanwijzing.

3 Mantel verwijderenOm de mantel te verwijderen gaat u als volgt te werk:1Afb. 5. 5 Frontmantel verwijderen • Verwijderdekunststofstop(1)bovenhetbedienings-veld en draai de schroef eruit. • Trekdefrontmanteldoordeverzonkenhandgrepennaar u toe. • Tildefrontmantelop,omdezeteverwijderen. • Ukuntnunaarbehoeftederesterendedelenverwijde-ren. 5. 4 GasaansluitingDe gasinstallatie mag alleen worden uitgevoerd door een erkend installateur. Daarbij moeten de wettelijke richtlij-nen en eventueel de plaatselijke voorschriften van het energiebedrijf in acht worden genomen. a Attentie. Lekkages. Let erop dat de aansluit- en gasleidingen zonder mechanische spanningen worden gemonteerd, zodat er geen lekkages in de CV-installatie of bij de gasaansluiting kunnen ontstaan.

• Ontwerpdebuisleidingdoorsnedesvandegasleidingovereenkomstig de nominale belasting van de CV-ke-tel. • Installeereengaskogelkraanindegastoevoerleidingvóór het toestel. Deze moet ten minste dezelfde nomi-nale wijdte als de gasaansluiting hebben (R 1 1/2“) en op een goed toegankelijke plek worden gemonteerd. a Attentie. Schade aan het gasblok. Het gasblok mag alleen worden gecontroleerd op lekkages met een maximale druk van 110 mbar. De werkdruk mag niet hoger zijn dan 60 mbar. Als de druk wordt overschreden kan het gasblok beschadigd raken.

1 Afb. 5.6 Gasaansluiting (achterkant van HR-gasketel) • Sluitdegasleidingopdegasaansluiting(1)vandeHR-gasketel aan. • Controleerdegasaansluitingoplekkages. 5.5 Aansluiting aan CV-zijde1 2 Afb. 5.7 Aansluiting aan CV-zijde (achterkant van HR-gasketel) • SluitdeCV-aanvoerleidingopdeCV-aanvoeraanslui-ting (1) aan. • SluitdeCV-retourleidingopdeCV-retouraansluiting(2) aan. • MonteertussendeCV-installatieendeHR-gasketeldenoodzakelijke afsluitvoorzieningen en installeer de be-treffende veiligheidsinrichtingen en een manometer.a Attentie! Als het nominale watercirculatievolume te laag wordt, wordt de temperatuurspreiding te groot en begint de brander te pulsen.

Daarom dient u ervoor te zorgen dat de in tabel 5.1 aangegeven circulatiewatervolumes aanwe-zig zijn.De centrifugaalpomp van de ketel is niet geïntegreerd in de HR-gasketel en moet daarom zelf op de installatie worden geïnstalleerd.

5. 7 Rookgasaansluiting 5. 7. 1 Algemene aanwijzingenDe HR-gasketel kan worden gebruikt met verschillende verbrandingsluchttoevoer-/rookgasafvoersystemen. De verbrandingslucht kan uit de plaatsingsruimte worden genomen of van buiten via een verbrandingsluchtaan-sluiting worden aangevoerd. De lucht kan uit de ruimte worden genomen waarin de ketel geïnstalleerd is (instal-latie type B) of deze wordt van buiten via een verbran-dingsluchtleiding aangevoerd (installatie type C). Wij adviseren installaties van het type B. Als de ketel echter in een ruimte met veel stof of chemische stoffen is geplaatst, is een installatie van het type C aan te raden. Het rookgasafvoersysteem moet geschikt zijn voor de afvoer van de rookgassen. De rookgasleiding moet ge-schikt zijn voor temperaturen tot 120 °C en een overdruk van 200 Pa. Deze moet geschikt zijn voor HR-gasketels.

De leidingen moeten zijn voorzien van de CE-markering of overeenkomstig de nationale eisen toegelaten zijn. De uitvoering van het verbrandingsluchttoevoer-/rookgasaf-voersysteem moet u conform de technische informatie en montagehandleidingen van de fabrikant van de rook-gasleidingen uitvoeren. Het rookgasafvoersysteem moet conform de geldige norm worden ontworpen. a Attentie. Het maximale drukverlies in het verbrandings-luchttoevoer-/rookgasafvoersysteem moet ge-ringer zijn dan de in de volgende tabel aangege-ven waarden. Toesteltype Eenheid Maximaal drukverlies TS 80/3 90Pa TS 120/3 90Pa TS 160/3 90Pa TS 200/3 90Pa TS 240/3 90Pa TS 280/3 90PaTabel 5. 2 Drukverlies Onafhankelijk van het type rookgasleiding dat wordt ge-kozen, moet de rookgasbuis een helling van 3° naar het toestel toe hebben. Deze helling maakt de afvoer van het condenswater in de richting van het toestel mogelijk.

Een helling van 3° komt overeen met een helling van ca. 50 mm per meter buislengte. De luchttoevoer moet zodanig zijn uitgevoerd dat geen regenwater in de ketel kan komen.

Binnenkomend regen-water kan leiden tot kortsluiting van elektrische onder-delen en tot corrosie in het toestel. Neem voor meer informatie over de configuratie en over de dienovereenkomstige toebehoren contact op met de leverancier. 5. 7. 2 Verbrandingsluchttoevoer-/rookgasafvoersys-temenDe gebruikte rookgasafvoersystemen moeten duidelijk kunnen worden geïdentificeerd. De uitvoering van het verbrandingsluchttoevoer-/rookgasafvoersysteem moet u conform de technische informatie en montagehandlei-dingen van de fabrikant van de rookgasleidingen uitvoe-ren. Het voltooide rookgasafvoersysteem moet u marke-ren met het voorgeschreven typeplaatje. 17Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00Installatie 5.

5. 8 CondenswaterafvoerDe pH-waarde van het rookgascondenswater ligt tussen 3,5 en 4,5. Het condenswater bevat geen ongeoorloofde zware me-taalionen. De samenstelling ervan voldoet aan de richtwaarden voor indirecte lozingen conform ATV werkblad A 251. De HR-gasketel is uitgerust met een condenswatercollec-tor en een condenswaterafvoer met sifon. Het condens-water dat bij de verbranding ontstaat, wordt ofwel direct via de sifon in de riolering geleid of eerst geneutrali-seerd en daarna in de riolering geleid. • VulvóórdeinbedrijfstellingvandeHR-gasketeldecondenswatersifon met water. h Aanwijzing. Op de rookgasaansluiting van de HR-gasketel is een condenswaterval geïnstalleerd die voorkomt dat verontreinigd condenswater in de ketel komt. De condenswaterafvoer van deze con-denswaterval is aangesloten op de sifon van de ketel. 123Afb. 5.

9 SifonLegenda 1 Sifon 2 Afvoerslang naar neutralisatiebox (optie) of naar de afvoer 3 Slang van condenswaterval naar sifond Gevaar. Gevaar voor vergiftiging door naar buiten stro-mende rookgassen. Als het toestel wordt gebruikt met lege con-denswatersifon, bestaat het gevaar van vergifti-ging door naar buiten stromende rookgassen. Vul daarom absoluut vóór inbedrijfstelling de sifon. Als bij de installatie de condenswaterafvoerleiding moet worden verlengd, mogen uitsluitend toegelaten afvoer-buizen worden gebruikt. Aansluiting van de condenswaterafvoerDe schoorsteenontwatering wordt met helling in een ge-schikte kunststof of RVS buis, minimumdoorsnede DN 20, gelegd. De condenswaterafvoer naar de riolering geschiedt eveneens met helling via een DN 25 buislei-ding (kunststof of RVS) naar de dichtstbijgelegen riole-ringsaansluiting.

De afvoer uit de HR-gasketel geschiedt via een kunststof buis ø 21 mm. De lozingsplek moet kun-nen worden geobserveerd. h Aanwijzing. Voor HR-gasketels tot 200 kW: Indien nodig kan een neutralisatie-inrichting met condenswater-transportpomp worden aan-gesloten.

Voor HR-gasketels boven 200 kW: Indien nodig kan een doorloop-neutralisatie-in-richting worden aangesloten. 5. 9 Elektrische aansluitinge Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok aan span-ningsvoerende aansluitingen. Onjuiste installatie kan leiden tot een elektrische schok of bescha-diging van het toestel. De elektrische aanslui-ting van het toestel mag uitsluitend worden uit-gevoerd door een bevoegde technicus. Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok aan span-ningsvoerende aansluitingen. • Schakelaltijdeerstdestroomtoevoernaarhet toestel uit. Pas daarna mag u met de in-stallatie beginnen. Ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar staat er nog stroom op de klemmen L en N van de turkooizen stekker. Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok aan span-ningsvoerende aansluitingen. Net- en laagspanningskabels (bijv.

voelertoe-voerleiding) moeten ruimtelijk gescheiden wor-den gelegd. Gebruik hiervoor de in twee ge-splitste kabelgoot op het linker zijdeel. a Attentie. De toegang tot de aan/uit-schakelaar (4) (zie afb. 2. 2) moet altijd gewaarborgd zijn en mag niet afgedekt of dichtgezet worden, zodat bij storingen het toestel uitgeschakeld kan wor-den. Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00185 Installatie.

19Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00Het toestel is voor een gemakkelijkere bedrading uitge-rust met aansluitstekkers systeem ProE en aansluitklaar bedraad. De nettoevoerleiding en alle andere aansluitkabels (bijv. van de kamerthermostaat) kunnen op de telkens daarvoor bestemde systeem ProE stekkers worden ge-klemd. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. De ventilator is met een spanning van 230 V/50 Hz aangesloten. Ga bij de aansluitbedrading als volgt te werk: • Schroefdeschroefbovenhetmultifunctionelescha-kelveld eruit. • Trekdefrontmantelinhetbovenstebereiknaarutoeen til deze op, om deze te verwijderen. • Klapdeschakelkastnaarvoren.  • Haakhetachterstedekselvandeschakelkastuitenklap dit naar boven. • Brengdeleidingendoordekabeldoorvoerindetoe-stelachterwand door het toestel naar de schakelkast.

• Gebruikvoorgeleidingvandekabelsdoorhettoestelde kabelgoot op het linker zijdeel. a Attentie. Gevaar voor storing van het toestel. Gebruik voor de laagspanningskabels niet de-zelfde trekontlasting als voor de netkabels. • Letopderuimtelijkescheidingvannet-enlaagspan-ningskabels. • Beveiligdeleidingenmetdetrekontlastingen. • Stripdedraaduiteindenenvoerdeaansluitingenuitconform de hoofdstukken 5. 9. 1 tot 5. 9. 2. • Sluitdaarnahetachterstedekselvandeschakelkasten druk erop tot u hoort dat dit vastklikt. • Klapdeschakelkastomhoog. • Bevestigdefrontmantel. • Schroefdeschroefbovenhetmultifunctionelescha-kelveld weer erin. • Sluitdefrontafdekking. 5. 10. 1 Nettoevoerleiding aansluitenDe netspanning moet 230 V bedragen; bij netspanningen boven 253 V en beneden 190 V zijn functiebelemmerin-gen mogelijk.

De nettoevoerleiding moet via een vaste aansluiting en een scheidingsinrichting met een contact-opening van ten minste 3 mm (bijv. zekeringen, contact-verbrekers) aangesloten worden. Ga bij de aansluitbedrading als volgt te werk: • Schroefdeschroefbovenhetmultifunctionelescha-kelveld eruit. • Trekdefrontmantelinhetbovenstebereiknaarutoeen til deze op, om deze te verwijderen. • Klapdeschakelkastnaarvoren. • Hanghetachterstedekselvandeschakelkastuitenklap dit naar boven. • Brengdeleidingendoordekabeldoorvoerindetoe-stelachterwand door het toestel naar de schakelkast. • Gebruikvoorgeleidingvandekabelsdoorhettoestelde kabelgoot op het linker zijdeel. • Klemdenettoevoerleidingopdedaarvoorbestemdeklemmen N, L en PE van de turkooizen stekker. • Letopderuimtelijkescheidingvannet-enlaagspan-ningskabels.

h Aanwijzing Bij gasgestookte toestellen met een totaal no-minaal warmtevermogen boven 70 kW moet bui-ten de plaatsingsruimte een noodschakelaar ge-installeerd worden, die de stroomtoevoer naar de noodschakelaar in geval van nood 2-polig on-derbreekt. Naast de noodschakelaar moet een bordje met de tekst „Noodschakelaar vuurhaard“ aange-bracht zijn. 5. 9. 2 Aansluiting van een thermostaatVoor de regeling van de CV-installatie kan een weersaf-hankelijke buitentemperatuurregeling met modulerende branderregeling worden gebruikt. De voelers en de installatiemodules die niet in hoofdstuk 5. 9. 3 zijn vermeld, worden op de thermostaat aangeslo-ten. De elektrische aansluiting op de CV-thermostaat is weer-gegeven in afbeelding 5. 10. Meer aanwijzingen vindt u in de handleiding van de ther-mostaat. Installatie 5.

21Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00Externe aanvoerthermostaatEen aanvoerthermostaat, bijv. ter beveiliging van vloer-verwarmingen, kan op de klemmen „contactthermo-staat“ elektrisch in de veiligheidsketen worden opgeno-men.Gasdrukregelaar • Eengasdrukregelaarkanopdeklemmen„contactther-mostaat“ elektrisch in de veiligheidsketen worden op-genomen.Condenswater-transportpomp • Sluitdealarmuitgangvaneencondenswater-trans-portpomp elektrisch aan op de stekker „contactther-mostaat“.h Aanwijzing! Als meerdere contacten op de aansluiting „con-tactthermostaat“ worden aangesloten, dan moeten deze in serie worden aangesloten, niet in parallel!Installatie 5

Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_0022 6 InbedrijfstellingDe eerste inbedrijfstelling en de bediening van het toe-stel en het instrueren van de gebruiker moet door een erkend installateur uitgevoerd worden. De verdere inbe-drijfstelling/bediening voert u uit zoals in de gebruiks-aanwijzing beschreven.a Attentie! Vóór de inbedrijfstelling alsmede na inspecties, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet het gastoestel op lekkages worden getest!De bediening van de HR-gasketel en de instelling van di-verse parameters of operationele toestanden geschiedt via het bedieningspaneel op de ketelschakellijst.Het installateurniveau met de parameters en voor de in-stallatie relevante instellingen bereikt u na invoer van de servicecode. 6.1 Servicecode invoerenh Aanwijzing Na 15 minuten wordt het installateurniveau au-tomatisch verlaten.

Elke hernieuwde invoer van de servicecode zorgt voor een verlenging met 15 minuten.Voor de invoer van de servicecode gaat u als volgt te werk: • Activeerdediagnosemodusdoordetoetsen„i“en„+“gelijktijdig in te drukken. • Kiesdiagnosepunt97,drukop„i“. • Steldewaarde17in. • Sladezewaardeopdoordetoets„i“5secondenlangingedrukt te houden (tot deze ophoudt met knippe-ren). 6.2 Controlelijst inbedrijfstellingGa bij de inbedrijfstelling te werk volgens de volgende controlelijst. Een beschrijving van de afzonderlijke werk-stappen vindt u in de daarop volgende hoofdstukken.Voor de inbedrijfstelling moet u de mantel van de HR-gasketel wegnemen. • Schroefhiervoordeschroefbovenhetmultifunctione-le schakelveld eruit. • Trekhetmanteldekselnaarvoren. • Neemalslaatstedezijdelenweg.6 Inbedrijfstelling

23Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_00 Nr. Handeling Opmerking Noodzakelijk gereedschap 1 Gasaansluitdruk controleren Gasdruk moet tussen 17 en 30 mbar gelegen zijn U- of digitale manometer 2 Controleren of sifon gevuld is Indien nodig via rookgasmeetnippel vullen 3 Elektrische aansluitlijst controleren Netaansluiting: klemmen L,N, PE Thermostaat klemmen: „Bus“, /7-8-9 of 3-4 4 Toestel inschakelen, displayweergave actief Anders zekeringen controleren 6 Schoorsteenvegerfunctie activeren Toetsen„+“en„-“tegelijkertijdindrukken 7 Gehele gastraject op lekkages controleren Lekzoekspray of gasdetector (Met name voor controle van de branderafdichtingen op gasdichtheid wordt een gasdetector aangeraden. Evt.

branderafdichting met 12 Nm vaster draaien.)Gasdetector 8 Schoorsteentrekmeting uitvoeren De maximale trek mag niet hoger zijn dan 20 mbar.Als de trek te groot is, moet de schoorsteentrek door geschikte maatregelen worden begrensd.Meettoestel voor schoorsteentrek 9 CO2 -meting Gewenste waarde aardgas: bij nominale last: 9,3 Vol.-% ( 0,2 Vol.-%) ±bij minimale last: 9,0 Vol.-% ( 0,2 Vol.-%) ± CO2-meter 10 Indien CO2 niet binnen tolerantie: CO2 instellen, zie hoofdstuk 6.5.3 11 Na gasinstelling schoorsteenveger-schakeling en hernieuwde CO2-metingGewenste waarde aardgas: bij nominale last: 9,3 Vol.-% ( 0,2 Vol.-%) ±bij minimale last: 9,0 Vol.-% ( 0,2 Vol.-%) ±CO2-meter 12 CO-meting (gewenste waarde < 80 ppm) CO-meter 13 Condensbak, sifon en condenswaterafvoer op lekkages controlerenVisuele controle of extra met CO-meters de afdichtplekken nagaan.

Installatie- en onderhoudshandleiding ThermoSystem HR TS 0020080029_0024 6. 3 Systeem vullena Attentie. Functiestoring. Spoel de CV-installatie voor de aansluiting van het toestel zorgvuldig door. Daarmee verwijdert u resten zoals lasdruppels, walshuid, hennep, kit, roest, grove vervuiling e. d. uit de buisleidingen. Anders kunnen deze stof-fen in het toestel terechtkomen en storingen veroorzaken. • GebruikvoorhetvullenvandeCV-installatiealleenwater dat voldoet aan de eisen voor verwarmingswa-te r. Corrosiebeveiliging door waterbehandelingBij verwarmingswater dat door toevoeging van sterk al-kaliserende stoffen geconditioneerd is, kunnen alumini-um en de legeringen ervan het risico op corrosie lopen. De pH-waarde van het CV-water mag niet hoger zijn dan de waarde 8,5. De pH-waarde mag niet continu lager zijn dan een waarde van.

6,5De toevoeging van chemische stoffen aan het CV-water, met name van antivries, is niet toegestaan. 6. 3. 1 Vullen aan CV-zijde • Draaidekapvandeindefabriekgemonteerde snelontluchter een tot twee slagen los. Let erop dat de opening van de kap niet in de richting van elektroni-sche onderdelen wijst. • Vuldeinstallatietoteensysteemdrukvan2,3bartot2,5 bar. Door op de toets „-“ te drukken wordt gedu-rende ca. 3 sec. de actuele waterdruk weergegeven. • Vulhetsysteemviadeketelvul-enaftapvoorzieningaan systeemzijde. • Sluitdeontluchtingsnippel. • Ontluchtderadiatoren. • Leesnogmaalsdedrukopdemanometeraf. Isdesys-teemdruk gedaald, vul dan het systeem nogmaals bij en ontlucht opnieuw. • Controleeralleaansluitingenenhetgehelesysteemop lekkages. Voor de ontluchting van CV-circuit, HR-gasketel en evt.

• Kiesmetdetoetsen„+“of„-“P0. • Starthetprogrammametdetoets„i“. •Schakeldooropnieuwdrukkenverdernaarhetboiler-laadcircuit. 6. 3. 2 Sifon vullen • Vuldesifonmetwaterdoorderookgasopeninginderookgascollector. d Gevaar. Gevaar voor vergiftiging door naar buiten stro-mende rookgassen. Als het toestel wordt gebruikt met lege con-denswatersifon, bestaat het gevaar van vergifti-ging door naar buiten stromende rookgassen. Vul daarom absoluut vóór inbedrijfstelling de sifon. 6. 4 Gasinstelling controlerenHet toestel is in de fabriek op de in hoofdstuk „Techni-sche gegevens“ aangegeven waarden ingesteld. In enke-le distributiegebieden kan ter plaatse een aanpassing nodig zijn. Voor het waarborgen van het correct functioneren van de brander-ventilator-moduleregeling moet het O2-/CO2-gehalte in het rookgas (zie hoofdstuk 6. 5.

2) en de gasdruk voor gasblok (zie hoofdstuk 6. 5. 1) gemeten worden. De controle en instelling vindt plaats bij nominale en mi-nimale belasting. a Attentie. Vergelijk vóór inbedrijfstelling van het toestel de gegevens m. b. t. de ingestelde gassoort op het typeplaatje met de gassoort ter plaatse. Een controle van het gasvolume is niet nodig. De instelling geschiedt aan de hand van het CO2-aandeel in het rookgas. De toestellen worden als aardgas-variant geleverd. 6 Inbedrijfstelling.

Als de gasdruk aan de ingang van het apparaat buiten het opgegeven bereik ligt (17 mbar - 25 mbar), mag het apparaat niet in werking worden gesteld. Ga in dit geval als volgt te werk: • Stelhettoestelbuitenwerking. • Verwijderdemanometerendraaideschroefopdedrukmeetnippel ( ) weer vast. 1Als u de storing niet kunt verhelpen, stel het toestel niet in werking en informeer het energiebedrijf. a Attentie. Functiestoring. De verbrandingslucht moet vrij zijn van deel-tjes, omdat anders de brander kan worden ver-vuild. Let er vooral op dat geen bouwstof of vezels van isolatiemateriaal in de verbrandingslucht zitten. 6. 4. 2 CO2-gehalte controlerenDe meetopening voor de CO2-meting moet zelf in de rookgasbuis worden gemaakt. a Attentie. Gevaar voor verkeerde metingen door binnen-stromende secundaire lucht.

De maximale trek mag niet hoger zijn dan 20 mbar, omdat anders de resultaten van de CO2-meting kunnen worden vervalst. Indien nodig kunt u tijdens de meting het deksel van de inspectie-opening in het rookgastraject op de standplaats verwijderen en na de meting weer aanbrengen. Aanwijzing. Actuele meettoestellen werken volgens de O2-methode en rekenen om naar het CO2-ge-halte. Een directe CO2-meting, zoals mogelijk bij oudere meettoestellen, kan leiden tot meet-fouten, omdat de aardgassen afhankelijk van de vindplaats CO2 bevatten. Aanwijzing. Aanwijzing bij de testprogramma's: na 15 minuten wordt de test-modus automa-tisch verlaten. Als u de meting in dit tijdsbe-stek nog niet heeft voltooid, moet de test-mo-dus opnieuw worden geactiveerd. Controle bij nominale belasting • Starthettestprogramma„P1“voornominaalvermo-gen. • Drukdetoets„+“inenhouddezeingedrukt.

Om de controle te beëindigen, gaat u als volgt te werk: • SteldeHR-gasketelbuitenwerking.  • Sluitdemeetopeningenendrukmeetnippelsaf. • Controleerdezeoplekkages. 6. 4. 3 CO2-gehalte instellenInstelling brander-ventilator-moduleDe gasinstelling moet in de vermelde volgorde worden uitgevoerd. De brander-ventilator-module is in de fabriek op de gassoort aardgas (G20) ingesteld. h Aanwijzing. Na 15 minuten wordt de test-modus automa-tisch verlaten. Als u de meting in dit tijdsbe-stek nog niet heeft voltooid, moet de test-mo-dus opnieuw worden geactiveerd. h Aanwijzing. De maximale trek mag niet hoger zijn dan 20 Pa, omdat anders de resultaten van de CO2-meting kunnen worden vervalst. Indien nodig kunt u tijdens de meting het deksel van de inspectie-opening in het rookgastraject op de standplaats verwijderen en na de meting weer aanbrengen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bulex TS 280-3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden