Bulex ThermoSystem Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bulex ThermoSystem (52 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 104 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Bulex ThermoSystem of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bulex |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | ThermoSystem |
Foutcodes Bulex ThermoSystem
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| F.22 | Watermangel / onvoldoende waterdruk in installatie | Laat de installatie door uw installateur bijvullen met water. Druk moet tussen 0,23-0,25 MPa (2,3-2,5 bar) liggen. |
| F.28 | Ontsteking mislukt - brander zet niet aan na vijf pogingen | Druk op de resetknop en houd ongeveer één seconde ingedrukt. Indien na drie resetpogingen probleem blijft, contacteer uw installateur. |
| F.29 | Ontsteking mislukt - brander zet niet aan na vijf pogingen | Druk op de resetknop en houd ongeveer één seconde ingedrukt. Indien na drie resetpogingen probleem blijft, contacteer uw installateur. |
| F.32 | Storing in luchtaanvoer of uitlaatgasafvoer | Probeer niet zelf de ketel te repareren. Neem contact op met uw erkende installateur. |
| F73 | Druksensor defect - noodprogramma geactiveerd | Laat de installatie door uw installateur bijvullen. Ketel werkt met beperkt vermogen en lagere maximumtemperatuur. |
| F74 | Druksensor defect - noodprogramma geactiveerd | Laat de installatie door uw installateur bijvullen. Ketel werkt met beperkt vermogen en lagere maximumtemperatuur. |
Handleiding Bulex ThermoSystem – volledige tekst
BENLAanwijzingen bij de documentatie 11 Aanwijzingen bij de documentatieDe Bulex ThermoSystem-toestellen zijn HR-gasketels. >Lees deze instructies en volg ze nauwkeurig op voor vei-lig en efficiënt gebruik van uw apparaat. Vergeet niet de hoofdstukken “Veiligheid” en “Garantie”te lezen. Hier vindt u belangrijke informatie voor uw vei-ligheid. In geen geval wordt aansprakelijkheid aanvaard voor beschadiging die voortvloeit uit het niet naleven van de richtlijnen in deze gebruikshandleiding. Aanvullend geldende documenten in acht nemen>Neem absoluut goed nota van alle gebruiksaanwijzingendie bij andere componenten van uw installatie worden meegeleverd. 1. 1 Documenten bewarenDeze handleidingen vormen een vast onderdeel van het toe-stel en moeten aan de eindgebruiker na de installatie vol-gens de actueel geldende voorschriften overhandigd wor-den.
>Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend gel-dende documenten goed, zodat u en elke volgendegebruiker er indien nodig over kunnen beschikken. >Neem deze handleiding zorgvuldig door en neem de aan-wijzingen erin voor een veilig en efficiënt gebruik vanhet toestel in acht. 1. 2 Gebruikte symbolenHieronder worden de in de tekst gebruikte symbolen ver-klaard. iSymbool voor een nuttige aanwijzing en informatie>Symbool voor een vereiste handeling1. 3 Geldigheid van de gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing geldt uitsluitend voor toestellen met de volgende artikelnummers:Gerätetyp ArtikelnummerTS 80/3 0010014394TS 120/3 0010014395TS 160/3 0010014396TS 200/3 0010014397TS 240/3 0010014398TS 280/3 00100143991. 1 Type-aanduidingen en artikelnummers>Het 10-cijferige artikelnummer van het toestel vindt u ophet typeplaatje (¬hfdst. 1. 4). 1.
Het typeplaatje bevat de volgende gegevens:– Fabricagenr– Typebenaming– Toegelaten rookgasafvoer– Landen van bestemming, toegelaten gascategorie– Technische gegevens van het toestel– CE-markeringHet zevende tot 16e cijfer van het serienummer op hettypeplaatje vormen het artikelnummer. 1. 5 CE-merktekenMet de CE-markering wordt aangegeven dat de toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamentele vereisten van de richtlijnen vol-doen.
aVeiligheida22 Veiligheid2. 1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingenNeem bij de bediening goed nota van de algemene veilig-heidsaanwijzingen en de waarschuwingen die vóór elke han-deling staan vermeld. 2. 1. 1 Classificatie van de waarschuwingen bij handelingenDe waarschuwingen bij handelingen zijn als volgt door waarschuwingstekens en signaalwoorden aangaande de ernst van het potentiële gevaar ingedeeld:Waarschu-wingstekenSignaal-woord ToelichtingaGevaar. Direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letseleGevaar. Levensgevaar door elektrische schokaWaarschu-wing. Gevaar voor licht lichamelijk let-selbAttentie. Risico op materiële schade of schade voor het milieu2. 1. 2 Opbouw van waarschuwingenWaarschuwingen herkent u aan een haarlijn boven en onder. Ze zijn volgens het onderstaande principe opge-bouwd: aSignaalwoord. Soort en bron van het gevaar.
Toelichting op soort en bron van het gevaar>Maatregelen voor het afwenden vangevaar2. 2 Gebruik volgens de voorschriftenDe Bulex HR-gasketel ThermoSystem is volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschrif-ten gebouwd. Toch kunnen er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gevaren voor lijf en leven van de gebruiker of der-den resp. beschadigingen aan het toestel en andere voor-werpen ontstaan. Dit toestel is niet bedoeld om door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geeste-lijke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbre-kende kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun vei-ligheid of die hen in het gebruik van het toestel geïnstru-eerd heeft.
Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat zij met het toestel spelen. Het toestel is een warmteopwekker voor gesloten CV-instal-laties.
Een ander gebruik dan het in deze handleiding beschreven gebruik of een gebruik dat van het hier beschreven gebruik afwijkt, geldt als niet reglementair. Als niet-beoogd gebruik geldt ook ieder direct commercieel of industrieel gebruik. De fabrikant/leverancier is niet aansprakelijk voor vorst-schade, voortkomend uit niet-reglementair gebruik. Het risico draagt alleen de gebruiker. Het reglementaire gebruik houdt in:– het naleven van de bijgevoegde gebruiks-, installatie- enonderhoudshandleidingen van het Bulex ThermoSystem-product en van andere onderdelen en componenten vande installatie– de installatie en montage conform de toestel- en sys-teemvergunning– het naleven van alle in de handleidingen vermeldeinspectie- en onderhoudsvoorwaarden. a Attentie. Elk oneigenlijk gebruik is verboden. 2.
3 Algemene veiligheidsinstructiesInstallatie, inspectie, onderhoud en reparatie van het toestel alsook wijzigingen van de ingestelde hoeveelheid gas mogen alleen door een erkende installateur uitgevoerd wor-den. Hierbij moet hij de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen in acht nemen. Alleen met een PI en PO Certifi-caat (Periodieke Inspectie en Periodiek Onderhoud) mag de erkende installateur het toestel inbedrijfstellen.
BENLaVeiligheid a2Gedrag bij gaslucht in gebouwen>Vermijd ruimtes met gaslucht. >Doe, indien mogelijk, deuren en ramen wijd open en zorgvoor tocht. >Vermijd open vuur (bv. aansteker, lucifer). >Niet roken. >Bedien geen elektrische schakelaars, geen stekkers, geendeurbellen, geen telefoons en andere communicatiesys-temen in huis. >Sluit de gasteller-afsluitkraan of de hoofdkraan. >Sluit, indien mogelijk, de gaskraan op het toestel. >Waarschuw andere huisbewoners door te roepen of aante kloppen. >Verlaat het gebouw. >Verlaat bij hoorbaar uitstromen van gas onmiddellijk hetgebouw en voorkom dat derden het gebouw betreden. >Waarschuw brandweer en politie buiten het gebouw. >Neem contact op met de storingsdienst van het energie-bedrijf vanaf een telefoonaansluiting buiten het huis. Explosieve en licht ontvlambare stoffen>Explosieve of licht ontvlambare stoffen (bijv. benzine,papier, verf, enz.
) niet in de opstellingsruimte van hettoestel gebruiken of opslaan. Corrosieschade door ongeschikte verbrandings- en kamerluchtSprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm, ammoniakverbindingen enz. kunnen onder ongun-stige omstandigheden tot corrosie aan de warmteopwekker en in de VLT/VGA leiden. >Zorg ervoor dat de verbrandingsluchttoevoer altijd vrij isvan chemische stoffen. >Op de opstellingsplaats van de warmteopwekker geensprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmidde-len, verf, lijm, ammoniakverbindingen enz. gebruiken enopslaan. Kastachtige mantel>Als u een kastachtige mantel voor uw toestel wenst,neem dan contact op met uw erkend installateur. Brengin geen geval zelf een ommanteling aan uw toestel aan. Een kastachtige mantel van het toestel valt onder de gel-dende uitvoeringsvoorschriften.
Voorkom schade door vorstBij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instel-ling van de kamertemperatuur in afzonderlijke vertrekken kan niet worden uitgesloten dat gedeelten van de CV-instal-latie door vorst beschadigd worden. >Verzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiodeafwezig bent, de CV-installatie in werking blijft en dekamers voldoende op temperatuur worden gehouden. >Houd u absoluut aan de aanwijzingen voor vorstbeveili-ging in . ¬hfdst. 4. 10Ook als vertrekken of de hele woning tijdelijk niet gebruikt worden, moet de verwarming in gebruik blijven. Attentie. De vorstbeveiliging en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als het toestel van stroom voorzien wordt. De net-schakelaar van het toestel moet op stand “I” staan. Het toe-stel moet op de stroomvoorziening aangesloten zijn. Attentie.
>Verrijk het verwarmingswater in geen geval met anti-vriesmiddelen (of andere additieven, zoals bijv. afdicht-middelen, anticorrosiemiddelen enz. ). Anders kunnen beschadigingen aan afdichtingen en mem-branen alsook geluiden in de CV-bedrijf ontstaan. Hiervoor en voor eventuele schade die hierdoor ontstaat, kan Bulex ThermoSystem niet aansprakelijk worden gesteld. Een andere mogelijkheid van vorstbeveiliging bestaat erin de CV-installatie en het toestel leeg te maken. Daarbij moet u er zeker van zijn dat de installatie en het toestel volledigzijn leeggemaakt. >Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
Wijzigingen in de omgeving van de CV-ketelAan de volgende zaken mogen geen wijzigingen worden uit-gevoerd:– aan de CV-ketel– aan de leidingen voor gas, verbrandingslucht, water enstroom– aan de rookgasleiding– aan de condensafvoerleiding– aan het veiligheidsventiel voor het verwarmingswater– aan bouwconstructies die de gebruiksveiligheid van hettoestel kunnen beïnvloedenZorg ervoor dat bijv. afdekkingen van de openingen bij de werkzaamheden aan de buitengevel opnieuw verwijderd worden.
NoodstroomaggregaatUw installateur heeft uw CV-toestel bij installatie aangeslo-ten op het elektriciteitsnet. Als u het toestel bij een stroomstoring operationeel wilt houden met een noodstroomaggregaat, moet dit qua tech-nische waarden (frequentie, spanning, aarding) overeen-stemmen met die van het elektriciteitsnet en minimaal vol-doen aan de vermogensopname van uw toestel. Laat u hier-over adviseren door een erkend installateur.
Aanwijzingen voor het gebruik33 Aanwijzingen voor het gebruik3. 1 Eisen aan de standplaatsDe Bulex HR-gasketels ThermoSystem moeten in een ver-warmingsruimte geïnstalleerd worden. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschrif-ten in acht genomen moeten worden. De standplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de in ¬hfdst. 2 vermelde vorst-beveiligingsmaatregelen in acht. iEen afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp. naar brandbare onderdelen is niet vereist, omdat bij het nomi-nale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane tempera-tuur van 85 °C. Omwille van de toegankelijkheid bij onderhoudswerkzaam-heden moeten de in de installatie- en onderhoudshandlei-ding aanbevolen minimumafstanden bij de plaatsing in acht genomen worden. 3.
2 Mantel reinigen>Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doeken een beetje zeep. Gebruik geen schurende middelen ofreinigingsmiddelen die de mantel, de armaturen of debedieningselementen van kunststof zouden kunnenbeschadigen. 3. 3 Recycling en afvoerHet apparaat bestaat hoofdzakelijk uit recycleerbare mate-rialen. ToestelDe Bulex HR-gasketel ThermoSystem en de toebehoren horen niet thuis bij het gewone huisvuil. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventueel aanwezige toebehoren op een correcte manier worden afgevoerd. VerpakkingWe raden u aan de verpakking van dit apparaat op een ver-antwoorde manier te recyclen. iNeem de geldende nationale wettelijke voor-schriften in acht. 3. 4 Wenken voor energiebesparingInbouw van een weersafhankelijke cv-regelingWeersafhankelijke cv-regelingen regelen op basis van de desbetreffende buitentemperatuur de cv aanvoertempera-tuur.
Hiervoor moet op de weersafhanke-lijke thermostaat de cv-aanvoertemperatuur worden inge-steld, die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag niet hoger zijn dan voor de cv-installa-tie noodzakelijk. Normaal voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma’s worden de gewenste verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. ‘s nachts) automa-tisch in- en uitgeschakeld. Weersafhankelijke cv-regelingen vormen in combinatie met (thermostatisch) radiatorkranen de meest efficiënte vorm van cv-regeling. Afkoeling van de cv-installatieVerlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent. Dit kunt u gemakkelijk en betrouwbaar reali-seren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma’s. Stel de kamertemperatuur tijdens de afkoeltijd ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale verwar-mingsperiode.
Met een afkoeling van meer dan 5 °C bespaart u niet meer energie, aangezien dan voor de vol-gende maximale verwarmingsperiode een hogere verwar-mingscapaciteit nodig is. Alleen als u gedurende langere tijd afwezig bent, bijv. tijdens vakanties, is het de moeite waard om de temperaturen verder te verlagen. Let er echter wel op, dat er in de winter voor voldoende vorstbeveiliging gezorgd wordt. KamertemperatuurStel de kamertemperatuur zo in, dat het net voldoende is om het behaaglijk warm te hebben. Iedere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 %. Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook reke-ning met het gebruik van de kamer. Zo is het bijvoorbeeld normaal gesproken niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen.
Instellen van de bedrijfsfunctieIn het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te orden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomerfunctie te zetten. De cv-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installatie blijft in bedrijf voor de warmwaterfunctie.
BENLAanwijzingen voor het gebruik73Gelijkmatig verwarmenVaak wordt in een woning met centrale verwarming slechts één kamer verwarmd. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, plafond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers ongecontro-leerd meeverwarmd, d. w. z. er gaat onbedoeld warmte-ener-gie verloren. Het vermogen van de radiator in deze ene ver-warmde kamer is voor een dergelijk gebruik natuurlijk niet meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer niet meer vol-doende wordt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aan-voelt (overigens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en niet of beperkt verwarmde kamers). Dit is verkeerde zuinigheid: de verwar-ming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm.
Een groter verwarmingscomfort en een meer effici-ent gebruik wordt bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden verwarmd. Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed als delen van het pand niet of onvol-doende worden verwarmd. (Thermostatische) radiatorkranen en kamer (klok) thermostatenHet zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren (thermostatische) radiatorkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemperatuur exact wordt aangehouden. Met behulp van (thermostatische) radiatorkranen in combinatie met een kamer(klok thermostaat (of een weersafhankelijke rege-ling) kunt u de kamertemperatuur naar individuele behoefte aanpassen en bent u verzekerd van een efficiënt gebruik van uw cv-installatie.
Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden geconstateerd: als het in de kamer te warm wordt, worden de (thermostatische) radiatorkranen dichtgedraaid (of de kamer(klok)thermostaat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een tijdje weer te koud wordt, wordt de (thermostatische) radiatorkraan weer opengedraaid. Dit is niet nodig aangezien de temperatuurregulering wordt overgenomen door de (thermostatische) radiatorkraan zelf. Als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop inge-stelde waarde stijgt, wordt de (thermostatische) radiator-kraan automatisch gesloten; bij het dalen onder de inge-stelde waarde wordt deze weer geopend. Thermostaten niet afdekkenZorg ervoor dat uw thermostaat niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De circulerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetec-teerd.
Afgedekte (thermostatische) radiatorkranen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoor werken. Geschikte warmwatertemperatuurHet warme water dient slechts zo ver opgewarmd te wor-den als voor gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwatertemperaturen van meer dan 60°C veroorzaken bovendien in versterkte mate kalkaanslag. Bewuste omgang met water Door bewust om te gaan met water kunnen de verbruiks-kosten aanzienlijk dalen. Bijvoorbeeld douchen in plaats van een bad nemen: terwijl voor een badkuip ca. 150 liter water nodig is, verbruikt een met moderne, waterbesparende armaturen uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid. Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar eurocent.
Circulatiepompen alleen indien nodig laten draaienCirculatiepompen zorgen voor een voortdurende circulatie van warmwater in het leidingsysteem, zodat ook bij veraf gelegen aftappunten meteen warm water ter beschikking staat.
Deze verhogen ongetwijfeld het comfort bij de warm-waterbereiding. Maar ze verbruiken ook stroom. En circule-rend warmwater dat niet wordt gebruikt, koelt op zijn weg door de pijpleidingen af en moet dan weer bijverwarmd worden. Circulatiepompen moeten daarom alleen dan gebruikt worden, wanneer daadwerkelijk warmwater nodig is. Met behulp van tijdschakelklokken waarmee de meeste circulatiepompen uitgerust resp. uitgebreid kunnen worden, kunnen individuele tijdprogramma’s ingesteld worden. Vaak bieden ook weersafhankelijke thermostaten via extra func-ties de mogelijkheid circulatiepompen tijdsafhankelijk te regelen. Vraag dit aan uw installateur. Ventileren van de woningOpen tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ventile-ren en niet om de temperatuur te regelen.
Het raam gedu-rende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier open-staand raam. Daarom adviseren wij, de ramen gedurende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren alle (thermostatische) radiatorkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamer(klok)thermostaat op de minimale temperatuur. Door deze maat-regelen is voldoende ventilatie gegarandeerd, zonder onno-dige afkoeling en energieverlies (bijv. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren).
Bediening44 Bediening4.1 Overzicht van de bedieningselementen1 234564.1 Bedieningselementen ThermoSystemDe bedieningselementen hebben de volgende functies:1Display voor weergave van de actuele CV-aanvoer-temperatuur of bepaalde extra informatie2Toets „ “ voor oproepen van informatie.i3Aan/uit-schakelaar voor in- en uitschakelen van toe-stel4Toets „+“ voor verder bladeren in de displayweer-gave5Toets „ “ voor terugbladeren in de displayweergave–6Toets „ “ voor terugzetten van bepaalde storin-Resetgen.4.2 Multifunctionele weergave14234.2 Multifunctionele weergave ThermoSystemDe ThermoSystem-toestellen zijn uitgerust met een multi-functionele weergave. Wanneer de aan/uit-schakelaar inge-schakeld is en het toestel normaal functioneert, geeft de weergave de actuele CV-aanvoertemperatuur aan (in het voorbeeld 45 °C).
1Weergave van de actuele CV-aanvoertemperatuur, de waterdruk van de CV-installatie of weergave van een status- of storingscode2Groene signaallamp warmwaterbereiding (alleen met warmwaterboiler)permanent aan: boilerlading is ingeschakelduit: geen behoefte aan boilerladingknippert: boilerlading brander aan3Gele signaallamppermanent aan: brander aan4Rode signaallamppermanent aan: er is sprake van een storing, een storingscode wordt weergegeven4.3 Maatregelen voor inbedrijfstelling4.3.1 Afsluitvoorzieningen openeniDe afsluitvoorzieningen zijn niet bij de levering van uw toestel inbegrepen. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en bediening van deze onderdelen.
BENLBediening 44. 3. 2 Systeemdruk controleren214. 3 Waterdruk van de CV-installatie controleren >Controleer bij de inbedrijfstelling de waterdruk van hetsysteem. Hiervoor drukt u op de toets „-“ ( ). 2Gedurende ca. 5 sec. wordt in plaats van de actuele aan-voertemperatuur de systeemdruk weergegeven. Voor een goede werking van de CV-installatie moet bij een koude installatie de waterdruk tussen 0,23 en 0,25MPa (2,3 en 2,5 bar) liggen. Als de druk lager is, moet vóór de inbe-drijfstelling water bijgevuld worden (zie hoofdstuk 4. 8. 1). iWanneer het toestel in bedrijf is, kunt u de nauwkeurige drukwaarde op het display laten zien. Activeer de drukaanduiding door het indrukken van de toets „-” ( ). Na 5 sec. wordt 2op het display weer de CV-aanvoertemperatuur weergegeven. U kunt ook permanent omschake-len tussen temperatuur- of drukaanduiding in het display door de toets „-“ ca.
5 seconden ingedrukt te houden. iOm de werking van de installatie met een te kleine hoeveelheid water te voorkomen en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt het toestel over een waterdruksensor. Deze signaleert bij onderschrijding van 0,06MPa (0,6bar) het druktekort als op het display de drukwaarde knipperend wordt weergegeven. Als de waarde beneden een druk van 0,03MPa (0,3bar) komt, verschijnt de storingsmelding F. 22 (watergebrek) en de brander wordt geblok-keerd. Bij 0MPa (0bar) of overschrijding van0,45MPa (4,5bar) (=voeler defect) wordt hetnoodloopprogramma geactiveerd. Het vermogenen de maximaal mogelijke aanvoertemperatuurworden begrensd. De status 40 wordt afwisse-lend met (watergebrek) aangegeven. LaatF. 22in dit geval het systeem weer vullen door uwinstallateur.
Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor raad bij uw installateur. 4. 4 Inbedrijfstelling124. 4 Toestel inschakelen>Met de aan/uit-schakelaar (1) kunt u het toestel in- enuitschakelen.
1: „ “AAN0: „ “UITAls u het toestel inschakelt, verschijnt op het display (2) de actuele CV-aanvoertemperatuur. Lees voor de instelling van het toestel volgens uw behoef-ten de , waarin de instelmogelijkheden ¬hfdst. 4. 4 en 4. 5voor de warmwaterbereiding en de CV-functie worden beschreven. bOpgelet. Materiële schade door vorst. Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als er geen scheiding van het stroomnet is. >Koppel het toestel nooit los van hetstroomnet. >Zet de hoofdschakelaar van het toestelop de stand “ ”. IOm ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw HR-gasketel met de thermostaat in- en uitscha-kelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing). Hoe u uw HR-gasketel helemaal buiten werking kunt zetten, leest u in ¬hfdst. 4. 6.
Bediening4iDirect na het inschakelen verschijnt op het dis-play de weergave „Functiemenu“ Het functie-menu stelt de installateur in staat de functiecon-trole van afzonderlijke actoren uit te voeren (zie hoofdstuk). Na een wachttijd van ca. 5 sec. of indrukken van de toets „-“ schakelt de toestele-lektronica naar de normale modus. 4. 5 WarmwaterbereidingVoor de warmwaterbereiding moet een warmwaterboiler op het CV-toestel aangesloten zijn. 4. 5. 1 WarmwaterafnameBij het openen van een warmwaterkraan bij een aftappunt (wasbak, douche, bad, enz. ) wordt warm water uit de aange-sloten boiler getapt. Komt de boilertemperatuur beneden de ingestelde waarde, dan treedt het toestel automatisch in bedrijf en warmt de boiler bij. Bij bereiken van de gewenste boilertemperatuur schakelt het toestel automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na. 4. 6 Buitenbedrijfstelling14.
5 Toestel uitschakelen>Om uw HR-gasketel volledig buiten bedrijf te stellen,moet u de aan/uit-schakelaar ( ) op stand„ ” zetten. 1 0bOpgelet. Materiële schade door vorst. Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als er geen scheiding van het stroomnet is. >Koppel het toestel nooit los van hetstroomnet. >Zet de hoofdschakelaar van het toestelop de stand “ ”. IOm ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw HR-gasketel tijdens de normale bedrijfsfunctie alleen met de thermostaat in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing). iBij langere buitenbedrijfstelling (bijv. vakantie) moet u bovendien de gaskraan sluiten. Let in dit verband ook op de instructies voor vorstbeveiliging in . ¬hfdst. 4. 10i De afsluitvoorzieningen worden niet meegele-verd met uw toestel.
6 StatusweergavenDe statusaanduidingen geven informatie over de bedrijfs-toestand van het toestel. >Activeer de statusweergaven door toets „ ” ( ) in tei 2drukken. Op het display (1) verschijnt nu een weergave van de betref-fende statuscode, bijv. „ “ voor branderfunctie. De bete-S. 4kenis van de belangrijkste statuscodes vindt u in de onder-staande tabel. Tijdens omschakelfases, bijv. na herstart door het uitblijven van de vlam, wordt kort de statusmelding „ ” weergege-S. ven. >Schakel het display door nogmaals indrukken van detoets „ ” ( ) weer in de normale modus terug. i 2.
BENLBediening 4Weergave BetekenisWeergave tijdens CV-functieS. 0 CV geen warmtevraag S. 1 CV-functie ventilator startS. 2 CV-functie pomp voorloopS. 3 CV-functie ontstekingS. 4 CV-functie brander aanS. 6 CV-functie ventilator naloopS. 7 CV-functie pomp naloopS. 8 CV wachttijd xx minS. 31 Geen warmtevraag zomermodusS. 34 CV-functie vorstbeveil. Weergaven bij boilerlaadfunctieS. 20 Warmwatervraag S. 22 Warmwaterfunctie pomp voorloopS. 24 Warmwaterfunctie brander aan 4. 1 Statuscodes en hun betekenis (keuze)4. 8 Verhelpen van storingenAls tijdens de werking van de HR-gasketel problemen optre-den kunt u de volgende punten zelf controleren. Geen warm water, verwarming blijft koud; toestel gaat niet in bedrijf:>Zijn de gasafsluitklep aan de kant van het gebouw in deaanvoerleiding en de gasafsluitklep bij het toestelgeopend ( ¬hfdst. 4. 3. 1).
>Is de stroomvoorziening van het gebouw ingeschakeld. >Is de aan/uit-schakelaar op de HR-gasketel ingeschakeld( ¬hfdst. 4. 4). >Is de waterdruk van de CV-installatie voldoende( ). ¬hfdst. 4. 3. 2>Zit er lucht in de CV-installatie. >Is er sprake van een storing bij het ontsteken( ¬hfdst. 4. 8. 2). Warmwaterfunctie storingsvrij; CV gaat niet in bedrijf:>Is er een warmtevraag door de externe thermostaat aan-wezig. b Opgelet. Gevaar voor beschadiging door ondeskun-dige veranderingen. Als de HR-gasketel na de controle van de hierboven genoemde punten niet functio-neert, let dan op het volgende:>Probeer nooit zelf reparaties aan de HR-gasketel uit te voeren. >Laat u hierover adviseren door eenerkend installateur. 4. 8. 1 Storingen wegens watergebrekZodra de systeemdruk onder een grenswaarde daalt, ver-schijnt op het display een storingsmelding.
Om het toestel weer naar normale modus te bren-gen, moet de installateur eerst het systeem met water bij-vullen. Bij een defect van de sensor dat een CV-functie met geringer vermogen en een lage maximumtemperatuur mogelijk maakt (weergave „ “ afgewisseld met „S40 F73“ of „F74“) wordt het noodloopprogramma geactiveerd. Als de druk vaker daalt, moet de oorzaak voor het verlies van CV-water worden vastgesteld en verholpen. Neem hier-voor contact op met een erkende installateur. 4. 8. 2 Storingen bij de ontsteking124. 7 ResetAls na vijf ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel niet in en schakelt naar „Storing”. Dit wordt aangegeven door weergave van de sto-ringscodes „F. 28” of „ ” op het display. F. 29Bovendien gaat de rode signaallamp branden. (1)Een nieuwe automatische ontsteking vindt pas na een hand-matige reset plaats.
>Druk in dit geval op de resetknop ( ) en houd deze ca. 2een seconde lang ingedrukt. b Opgelet. Gevaar voor beschadiging door ondeskun-dige veranderingen. Als de HR-gasketel na de derde ontstorings-poging nog altijd niet in werking treedt, dien u het volgende in acht te nemen:>Probeer nooit zelf reparaties aan de HR-gasketel uit te voeren. >Laat u hierover adviseren door eenerkend installateur.
Bediening44. 8. 3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgastrajectDe toestellen zijn uitgerust met een ventilator. Als de venti-lator niet goed werkt schakelt het toestel de ventilator uit. Op het display verschijnt dan de storingsmelding „F. 32”. b Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskun-dige veranderingen. Bij de foutmelding “F. 32” dient u het vol-gende in acht te nemen:>Probeer nooit om zelf reparaties aan deHR-gasketel uit te voeren. >Laat u hierover adviseren door uw instal-lateur. 4. 9 Toestel/CV-installatie vullenVoor een goede werking van de CV-installatie moet de waterdruk bij een koude installatie tussen 0,23 en 0,25MPa (2,3 en 2,5bar) liggen ( ). Is deze lager, laat ¬hfdst. 4. 3. 2dan door uw installateur water bijvullen. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn.
Vraag dit aan uw installateur. b Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskun-dige veranderingen. Bij de foutmelding “F. 32” dient u het vol-gende in acht te nemen:>Probeer nooit om zelf reparaties aan deHR-gasketel uit te voeren. >Laat u hierover adviseren door uw instal-lateur. 4. 10 VorstbeveiligingDe CV-installatie en de waterleidingen zijn voldoende tegen vorst beschermd, als de CV-installatie tijdens een vorstperi-ode ook in werking blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven. bOpgelet. Materiële schade door vorst. Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als er geen scheiding van het stroomnet is. >Koppel het toestel nooit los van hetstroomnet. >Zet de hoofdschakelaar van het toestelop “ ”. IbOpgelet. Materiële schade door antivriesmiddel in het primaire CV-circuit.
Een verrijking van het verwarmingswater met antivriesmiddelen kan tot veranderin-gen aan afdichtingen en membranen en tot geluiden bij het CV-bedrijf leiden. Hiervoor en voor eventuele schade die hier-door ontstaat, kan Bulex niet aansprakelijk worden gesteld.
>Verrijk het CV-water nooit met antivries- of anticorrosiemiddelen. 4. 10. 1 VorstbeveiligingsfunctieDe ketel is uitgerust met een vorstbeveiligingsfunctie:als de CV-aanvoertemperatuur bij een ingeschakelde aan/uit-schakelaar onder 5 °C zakt, gaat het toestel in bedrijf en verwarmt het warmteopwekkercircuit tot ca. 30 °C. b Opgelet. Gevaar voor bevriezing van delen van de hele installatie. De doorstroming van de hele CV-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie niet worden gewaarborgd. >Neem de vorstbeveiligingsfunctie van dethermostaat in acht. 4. 10. 2 Vorstbeveiliging door leegmakenEen andere mogelijkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel leeg te maken. Daarbij moet uer zeker van zijn, dat de installatie en het toestel volledigzijn leeggemaakt. Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en in hettoestel moeten ook worden leeggemaakt.
BENLBediening 44.11 Installateur-metingiDe in dit hoofdstuk beschreven controlewerk-zaamheden worden alleen door uw installateur uitgevoerd.214.8 Installateurmodus inschakelenVoor het uitvoeren van de metingen gaat u als volgt te werk:> Activeer het installateur-bedrijf door tegelijkertijd detoetsen „+” en „ ” van het Digitaal Informatie- en Analy--sesysteem (DIA-systeem) in te drukken.> Voer de metingen op z’n vroegst na een gebruiksduurvan 2 minuten van het toestel uit.> Schroef de afsluitkappen van de testopeningen af.> Voer de metingen in het rookgastraject en verbrandings-luchttraject uit bij de teststomp.> Door de toetsen „ ” en „ ” tegelijkertijd in te drukken+ -kunt u de meetmodus weer verlaten.> De meetmodus wordt ook beëindigd, wanneer 15 minutenlang geen toets bediend wordt.> Schroef de afsluitkappen weer op de testopeningen.
Onderhoud en serviceteam55 Onderhoud en serviceteam5.11.1 Regelmatig onderhoudVoorwaarde voor de continue inzetbaarheid en bedrijfsvei-ligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaar-lijkse inspectie/onderhoudsbeurt van het toestel door een installateur of de Bulex service. a Gevaar!Letsel en materiële schade als gevolg van ondeskundig onderhoud en reparatie!Niet of ondeskundig uitgevoerd onderhoud kan de bedrijfszekerheid van de toestellen verminderen.>Probeer nooit zelf onderhoudswerkzaam-heden of reparaties aan de HR-gasketeluit te voeren.>Geef daartoe opdracht aan een erkendinstallateur.
We raden u aan om eenonderhoudscontract af te sluiten.Regelmatig onderhoud van het apparaat is belangrijk voor langdurig, veilig en efficiënt gebruik van uw apparaat.Condensafvoerleiding en afvoertrechter controlerenCondensafvoerleiding en afvoertrechter moeten altijd door-laatbaar zijn.>Controleer regelmatig condensafvoerleiding enafvoertrechter op gebreken, vooral op verstoppingen.In de condensafvoerleiding en afvoertrechter mogen geen hindernissen te zien of te voelen zijn.>Als u gebreken vaststelt, laat deze dan door een erkendinstallateur verhelpen.5.1 Oproepcentra voor dienst na-verkoop BrusselTel 02 555 13 33 - Fax 02 555 13 34AntwerpenTel. 03 237 56 39 - Fax 03 237 22 72GentTel 09 231 12 92 - Fax 09 232 20 67HasseltTel 011 22 33 55 - Fax 011 23 11 20LuikTel 04 365 80 00 - Fax 04 365 56 08NamenTel 081 22 43 12 - Fax 081 22 43 41RoeselareTel 051 22 80 55 - Fax 051 24 65 33
BENLFabrieksgarantie 66 FabrieksgarantieGarantie overeenkomstig de telkens geldende wettelijke regelingen.De bovenstaande gedetailleerde garantiebepalingen zijn van toepassing onder de volgende voorwaarden:– Het apparaat is geïnstalleerd door een bevoegde techni-cus overeenkomstig de installatievoorschriften.– Het apparaat wordt gebruikt voor normaal huishoudelijkgebruik en in overeenkomst met de bedienings- enonderhoudsinstructies van de fabrikant.– Tijdens de garantieperiode wordt werk aan het apparaat,service, onderhoud, reparatie en demontage alleen uitge-voerd door een bevoegde technicus.– De garantieperiode wordt niet verlengd door reparatie ofvervanging van onderdelen tijdens de garantieperiode.De fabrikant heeft geen enkele verantwoordelijkheid voor beschadiging die voortvloeit uit: – Defecten of beschadigingen als gevolg van onjuiste ofontoereikende installatie, ongeschikte service of slechteafstelling van het gebruikte gas of water.– Defecten in het systeem waarop het apparaat is aange-sloten.– Defecten veroorzaakt door ongeschikte vorstbescher-ming.– Slijtage of slechte afstelling na wijzigingen in de aard ofde druk van het gebruikte gas of water, of na wijzigingvan de kenmerken van de elektrische toevoerspanning.Zie Bepalingen en voorwaarden voor meer details.a Waarschuwing!Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor installatie in de landen die zijn vermeld op het typeplaatje.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bulex ThermoSystem stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Bulex
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel