Bulex ThemaCondens F37 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bulex ThemaCondens F37 (35 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Bulex ThemaCondens F37 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bulex |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | ThemaCondens F37 |
Handleiding Bulex ThemaCondens F37 – volledige tekst
- 37 -Gebruiksaanwijzing van de Themacondens F37/50, FAS371. ALGEMEEN De Themacondens werkt volgens de zogenaamde condensatietechnologie die het mogelijk maakt bijna alle warmte uit de verbrandingsproducten te recupereren. Met dit werkingsprincipe verbruikt de ketel minder energie en wordt de uitstoot van NOx en CO2 in de atmosfeer aanzienlijk verminderd. De Themacondens F37/50-ketel heeft een dubbele functie (verwarming + warm water). De Themacondens FAS37-ketel heeft enkel een verwarming functie. Deze ketels zijn van het hermetische type en zijn uitgerust met een voorziening om lucht aan te voeren en de verbrandingsproducten af te voeren, «luchtpijp» genoemd. Deze voorziening maakt het mogelijk het toestel in eender welke kamer te installeren. In geval van slechte werking of verstopping van de luchtpijp valt het toestel in veiligheid. 1.
1 Gascategorieën:BELGIË: - I2E(S)B, dit wil zeggen dat het toestel in de fabriek is afgeregeld voor werking op aardgas (G20/G25). - I3P, dit wil zeggen dat het toestel in de fabriek is afgeregeld voor werking op propaangas G31). LUx: - I2E, dit wil zeggen dat het toestel op aardgas werkt (G20). 1. 2 Toebehoren Verschillende toebehoren zijn verkrijgbaar :- kamerthermostaten,- buitenvoeler,Aarzel niet om aan uw gebruikelijke detailhandelaar de gedetailleerde lijst van de toebehoren te vragen of surf naar www. bulex. be. Opgelet : gasteller type G6 minimum2. BEWAREN VAN DE DOCUMENTEN Bewaar deze handleiding alsook alle documenten die meegeleverd zijn binnen handbereik, zodat u deze kunt raadplegen indien nodig. Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af in geval van schade veroorzaakt door de niet naleving van de instructies in deze handleiding. 3. VEILIGHEID3. 1 Wat doen als u gas ruikt.
- Het licht niet aansteken of uitdoen. - Geen elektrische schakelaar bedienen. - Geen telefoon gebruiken in de risicozone. - Geen open vuur ontsteken (bijvoorbeeld aansteker of lucifer). - Niet roken. - De gaskraan dichtdraaien.
- Deuren en vensters openen. - De andere bewoners op de hoogte brengen. - De gasmaatschappij of een gekwalificeerde vakman op de hoogte brengen. 3. 2 Veiligheidsinstructies en voorschriften Volgt strikt de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften :• Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgassysteem – leiden. • Explosieve of licht ontvlambare stoffen (b. v. benzine, verf enz. ) niet in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan. • Zet de veiligheidsvoorzieningen in geen geval buiten werking of probeer ze niet te omzeilen om de goede werking van het toestel niet in het gedrang te brengen.
Daarom geen veranderingen uitvoeren: - aan het toestel - in de omgeving van het toestel aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht, water en stroom - alsook aan de afvoerleidingen voor rookgas• Voer nooit zelf onderhoud of reparaties uit op het toestel. • Als u een waterlek ontdekt, draai dan onmiddellijk de koudwatertoevoer van het toestel dicht en laat het lek herstellen door een gekwalificeerde vakman. • Beschadig of verwijder de zegels die op bepaalde onderdelen zijn aangebracht niet. Alleen de monteurs van de Onderhoudsdienst (“Dienst na verkoop”) van Bulex zijn gemachtigd om wijzigingen aan te brengen aan verzegelde onderdelen.
- 38 -Gebruiksaanwijzing van de Themacondens F37/50, FAS37• Wijzig de technische en architectonische voorwaarden in de buurt van het toestel niet, aangezien deze een invloed kunnen uitoefenen op de bedrijfszekerheid van het toestel. Voorbeelden hiervan zijn: - Openingen voor toevoerlucht en rookgas moet u vrijhouden. Let erop dat b. v. afdekkingen van de openingen bij werkzaamheden aan de buitengevel opnieuw verwijderd worden. Opgelet. We raden aan om waakzaam te zijn bij de regeling van de warmwatertemperatuur: het water dat uit de tapkranen komt kan heel warm zijn. 4. FABRIEKSGARANTIE/AANSPRAKELIJKHEID Wij danken u omdat u voor Bulex gekozen hebt, de Europese leidinggevende fabrikant van gaswandketels. Bulex garandeert dit toestel tegen alle fabricage- of materiaalfouten tijdens de duur van twee jaar vanaf de installatie.
Dit toestel werd met de grootste zorg gefabriceerd en gecontroleerd. Het is klaar om te werken (alle nodige regelingen zijn nl. in de fabriek gebeurd). De installatie moet gebeuren door een erkende vakman, conform de bijgevoegde installatiehandleiding, volgens de regels van de kunst en met naleving van de officiële normen en toepasselijke reglementen. De garantie dekt de reparatie en/of de vervanging van stukken waarvan Bulex erkent dat ze defect zijn, en de nodige werkuren voor de reparatie. Ze is van toepassing als de gebruiker het toestel gebruikt als een goede huisvader en in de normale voorwaarden die voorzien zijn in de gebruiksaanwijzing. Behoudens een naar behoren schriftelijk vastgelegde bijzondere overeenkomst, is enkel onze dienst na verkoop gemachtigd om service te verlenen onder garantie en dit uitsluitend op het grondgebied van België en het Groot-Hertogdom Luxemburg.
Elke andere vraag, ongeacht van welke aard (voorbeeld: schadeloosstelling voor eender welke kosten of schade veroorzaakt aan de koper of aan derden enz. ) is uitdrukkelijk uitgesloten. De garantie is enkel van toepassing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:- Deze handleiding en de streepjescode moeten voorgelegd worden samen met het toestel dat door de garantie wordt gedekt; het verlies ervan doet de garantie vervallen. - De garantiebon, geleverd met de ketel, moet volledig ingevuld, ondertekend, afgestempeld en gedateerd zijn door de erkende installateur. - Hij moet binnen de veertien dagen na de installatie naar Bulex teruggestuurd worden. Zo niet begint de garantie pas te lopen vanaf de fabricagedatum van het toestel en niet op de installatiedatum.
- Het fabricagenummer van het toestel mag niet gewijzigd noch op een andere manier veranderd worden, - Het toestel mag geen enkele wijziging of aanpassing ondergaan hebben, buiten die welke eventueel uitgevoerd worden door personeel dat erkend wordt door Bulex, met de originele onderdelen van Bulex, conform de goedkeuringsnormen van het toestel in België,- Het toestel mag niet geplaatst worden in een corrosieve omgeving (chemische producten, kapperszaken, stomerijen enz. ), noch gevoed worden met agressief water (toevoeging van fosfaten, silicaten, hardheid lager dan 6°F). Een interventie onder garantie brengt geen enkele verlenging van de garantieperiode met zich mee.
De garantie geldt niet wanneer de slechte werking van het toestel wordt veroorzaakt door :- een niet-conforme installatie,- een oorzaak buiten het toestel zoals : - vervuild water- of gasslangen, te lage druk, niet aangepaste fluïda of wijziging van de aard en/of de karakteristieken van de fluïda (water, gas, elektriciteit), - kunststof verwarmingsslangen en zonder toevoeging van een roestweerder, - abnormaal of verkeerdelijk gebruik, manipulatiefout door de gebruiker, tekort aan onderhoud, kalkneerslag, veronachtzaming, stoten, val, tekort aan bescherming tijdens het transport, overbelasting enz. , - vorst, overmacht enz. , - interventie door een onbevoegde monteur, - elektrolyse, - gebruik van niet-originele onderdelen. Het bezoek van de dienst na verkoop zal enkel gebeuren op verzoek.
Tijdens de eerste twee maanden van de garantieperiode zijn de verplaatsingskosten gratis indien gerechtvaardigd. Tijdens de tweeëntwintig volgende maanden zal een vast bedrag gelijk aan 50% van de verplaatsingskosten voor pechverhelping gefactureerd worden door de dienst na verkoop van Bulex. Wordt geacht de eventuele factuur te betalen: de persoon die de interventie gevraagd heeft, behoudens schriftelijke, voorafgaande toestemming van een derde aan wie de factuur gericht moet worden.
- 39 -Gebruiksaanwijzing van de Themacondens F37/50, FAS37Bij een geschil zijn enkel het Vredegerecht van het 2e Kanton van Brussel, de Rechtbank van Eerste Aanleg of van Koophandel en desgevallend, het Hof van Beroep van Brussel bevoegd. Noot voor de EU-landen :Dit toestel werd ontworpen, erkend en goedgekeurd om te beantwoorden aan de eisen van de Belgische markt. Het kenplaatje aangebracht binnen in het toestel garandeert de oorsprong en het land waarvoor dit product bestemd is. Als u een afwijking op deze regel vaststelt, dan vragen we u contact op te nemen met het dichtstbijzijnde agentschap van Bulex. Wij danken u bij voorbaat voor uw medewerking. 5. CONFORM GEBRUIK VAN HET TOESTELDe Themacondens F37/50, FAS37 -ketels zijn vervaardigd conform de recentste technischeontwikkelingen en de toepasselijke technische veiligheidsvoorschriften.
De Themacondens-ketels zijn speciaal bestemd voor de productie van warm water met behulp van gasenergie. Alle andere gebruiken wordt als niet- conform beschouwd. De fabrikant/leverancier zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade ten gevolge van niet-conform gebruik. Elk risico wordt volledig gedragen door de gebruiker. Het conforme gebruik omvat ook het naleven van de instructies en aanduidingen uit de gebruikshandleiding, de installatiehandleiding en van alle toepasselijke bijkomende documenten,net als het naleven van de inspectie-en onderhoudsvoorwaarden. Opmerking De Themacondens FAS 37-ketel heeft een ingebouwde driewegklep + extra aansluiting (ø22mm) voor retour van warmwaterboiler. 5. 1 Keuze van de opstellingsplaats Het toestel moet tegen een wand worden geplaatst, bij voorkeur dichtbij het gebruikelijke tappunt.
Het toestel moet op een vorstvrije plaats aangebracht worden. Het kan gebruikt worden bij omgevingstemperaturen van ongeveer 4°C tot 50°C. Om regelmatige onderhoudswerkzaamheden mogelijk te maken, dient een minimum afstand van 50 mm langs weerskanten van het toestel te worden voorzien. 6. GEWOON ONDERHOUD Het onderhoud van de mantel van uw toestel moet gebeuren met behulp van een in een sopje bevochtigde doek. - Gebruik geen schurende of reinigingsproducten aangezien deze de bekleding of de kunststof onderdelen kunnen beschadigen. 7. RECyCLAGE Het toestel bestaat grotendeels uit recycleerbare materialen. De verpakking, het toestel en de inhoud van het colli mogen niet bij het huishoudelijk afval terecht komen, maar moeten conform aan de invoege zijnde vigerende reglementering worden verwerkt. 8. VORST Het toestel heeft een ingebouwde vorstbeveiliging die alleen bestemd is voor zijn eigen.
- 42 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS371 OPMERKINGEN MET BETREKKING TOT DE DOCUMENTATIE We vragen u om alle documenten samen aan de gebruiker van het toestel te overhandigen. De gebruiker moet die documenten bewaren om ze zo nodig te kunnen raadplegen. Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af in geval van schade die veroorzaakt is door het niet in acht nemen van de instructies in deze handleiding. De garantiebon, te vinden op het laatste luik van deze handleiding, moet volledig ingevuld, ondertekend, afgestempeld en gedateerd zijn door de erkende installateur. Hij moet binnen de 14 dagen na de installatie naar Bulex teruggestuurd worden. 2 BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL2. 1 KenplaatjeHet kenplaatje vermeldt de plaats waar het toestel geproduceerd werd en het land waarvoor het bestemd is. Opgelet.
Het toestel mag slechts gebruikt worden met de types gas die op het kenplaatje zijn vermeld. De aanduidingen betreffende de regeltoestand die vermeld zijn op het kenplaatje en in dit document moeten overeenkomen met de plaatselijke voedingsvoorwaarden. 2. 2 CE-label Het CE-label geeft aan dat de toestellen die beschreven zijn in deze handleiding conform zijn met de volgende richtlijnen :- Richtlijn gastoestellen (richtlijn 90/396/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)- Richtlijn met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit (richtlijn 89/336/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)- Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)- Richtlijn met betrekking tot het rendement van ketels (richtlijn 92/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap).
3 KEUZE VAN DE INSTALLATIEPLAATS- Vergewis u ervan dat de muur waarop het toestel wordt aangebracht voldoende stevig is om het gewicht van het te installeren toestel te dragen. - Vergewis u ervan dat de beschikbare ruimte voldoende is voor het plaatsen van de water- en gasleidingen, en voor een afvoerleiding naar de riolering.
- Installeer het toestel niet boven een ander toestel waardoor het beschadigd zou kunnen worden (bijvoorbeeld boven een keukenfornuis waaruit damp en vetten kunnen ontsnappen) of in een kamer waar veel stof aanwezig is, of met een corrosieve atmosfeer. - Om een periodiek onderhoud mogelijk te maken, dient u aan elke kant van het toestel een minimale afstand te bewaren (zie hoofdstuk “Bevestiging aan de wand”). - Het toestel moet op een vorstvrije plaats worden aangebracht. Neem de nodige voorzorgsmaatregelen in acht.
- 44 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS375 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN VOORSCHRIFTEN5. 1 Veiligheidsintructies Alle interventies in het toestel moeten verwezenlijkt worden door een vakman of de servicedienst (dienst-na-verkoop) van Bulex. Als de gasdruk aan de ingang van het toestel buiten het opgegeven bereik ligt, mag het toestel niet in werking worden gezet. Als de oorzaak van het probleem niet geïdentificeerd of opgelost kan worden, breng dan de gasmaatschappij op de hoogte. Opgelet. Bij een verkeerde installatie is er gevaar voor elektrische schokken en beschadiging van het toestel. Bij het monteren van de aansluitingen moet u de afdichtingen juist aanbrengen om elk gas- of waterlek te vermijden. 5.
2 Decreten, normen, richtlijnenBij de installatie en de inbedrijfstelling van het toestel moeten de verordeningen, richtlijnen, technische regels en normen in hun huidige versie, alsook de onderstaande bepalingen in acht worden genomen:- De normen NBN D 51003, D 30003, B 61002- Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) en in het bijzonder de verplichte aansluiting op een aarding. 5. 3 KenplaatHet kenplaatje vermeldt de plaats waar het toestel geproduceerd werd en het land waarvoor het bestemd is. Opgelet. Het toestel mag slechts gebruikt worden met de types gas die op het kenplaatje zijn vermeld. De aanduidingen betreffende de regeltoestand die vermeld zijn op het kenplaatje en in dit document moeten overeenkomen met de plaatselijke voedingsvoorwaarden. 5.
4 Wisselstukken Om een duurzame werking van alle organen van het toestel te garanderen en het toestel in goede staat te houden, mogen bij herstellingen- en onderhoudswerkzaamheden alleen originele Bulex-onderdelen worden gebruikt.
- Gebruik uitsluitend originele onderdelen van Bulex- Vergewis u ervan dat de montage van deze onderdelen correct verloopt en dat ze op dezelfde plaats en in de richting als de vervangen onderdelen aangebracht worden6 INSTALLATIE VAN HET TOESTEL Alle afmetingen in dit hoofdstuk zijn uitgedrukt in mm. Voor installatie van het toestel, Voor de installatie moet de installateur nazien of de instelling van de ketel op de typeplaat voldoet aan de plaatselijke distributievoorwaarden. 6. 1 Aanbeveling voor de installatie6. 1. 1 Ontwerp van de sanitaire kring (model F 37/50) De sanitaire verdeelkring moet zo verwezenlijkt worden dat de drukverliezen minimaal zijn: beperk het aantal bochten, gebruik kraanwerk met grote doorlaatsectie om een voldoende debiet te garanderen. De ketel kan werken met een minimale voedingsdruk, maar dan zal het debiet wel klein zijn.
Een beter gebruikscomfort zal verkregen worden vanaf een voedingsdruk van 1 bar. 6. 1. 2 Ontwerp van de sanitaire kring (model F AS 37)Met een externe boiler kunnen 2 types temperatuurvoelers gebruikt worden:- Boileraquastaat- NTC-temperatuurvoeler (optie). Voor een betere modulerende werking wordt aangeraden om een NTC-temperatuurvoeler te gebruiken. Sluit de temperatuurvoeler aan op de klemmenstrook van de ketel (zie hoofdstuk “Elektrisch schema”). Breng stopkranen aan op alle hydraulische aansluitingen van de boiler. Breng een overdrukventiel aan dat geijkt is op max. 6 bar in de koudwaterleiding van de boiler. Sluit het overdrukventiel aan op een afvoerleiding die op de riolering is aangesloten. Belangrijk: Als de druk van het leidingwater hoger is dan 6 bar, moet in de koudwaterleiding een reduceerventiel aangebracht worden. Sluit alle buizen aan en controleer of er geen lekken zijn.
- 45 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS376. 1. 3 Ontwerp van de verwarmingskringDe Themacondens F37/50, FAS37-verwarmingsketels kunnen in alle soorten installaties worden ingebouwd: tweepijps, enkelpijps, in serie of afgetakt, vloerverwarming. Als verwarmingsoppervlakken kunnen radiatoren, convectoren, luchtverhitters of vloerverwarming worden gebruikt. Opgelet : er kunnen zich corrosiefenomenen voordoen als verschillende materialen worden gebruikt. In dat geval wordt aanbevolen om aan het water van de verwarmingskring een inhibitor (roestweerder) toe te voegen, in de verhoudingen die opgegeven zijn door zijn fabrikant, om de productie van gas en de vorming van oxides te vermijden. Opgelet.
Indien de hardheid van het water hoger is dan 20 ºF en bij gebruik van verschillende materialen is de garantie op de warmtewissellaars onderworpen aan het gebruik van een inhibitor van de categorie 3, in de juiste door de fabricant aanbevolen proporties. Opgelet. Nieuwe installaties dienen altijd goed gespoeld te worden met proper leidingwater. Oude installaties moeten eerst gereinigd en gespoeld worden. Indien de hardheid van het water hoger is dan 20 °F,dient een waterbehandeling te worden voorzien met producten van categorie 3, BELGAQUA gekeurd en dit in de juiste door de fabrikant aanbevolen verhoudingen. Het is aangeraden de installatie te vullen met verzacht water ( minimum 6°F). De secties van de leidingen moeten bepaald worden met behulp van de debiet/druk-kromme op (Zie hoofdstuk “Regeling van het debiet van de verwarmingskring”).
De berekening van het verdeelnet moet gebaseerd zijn op het debiet dat overeenkomt met het werkelijk benodigde vermogen, zonder rekening te houden met het maximumvermogen dat de ketel kan leveren.
- 46 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS37 We bevelen echter aan een voldoende debiet te voorzien om maximaal een temperatuurverschil van 20°C te krijgen tussen de uitgaande leiding en de retourleiding. Het minimale debiet is opgegeven in het hoofdstuk “Technische parameters” aan het einde van de handleiding.Het overdrukventiel, vulset, by-pass en expansievat zijn niet in het toestel gebouwd. De overdrukventiel 3 bar moet op de aanvoer van de installatie geplaatst worden,in directe nabijheid van het toestel. Er dient een expansievat gekozen worden met een inhoud die berekent is volgens de inhoud van de CV-installatie en statische druk. Plaats het expansievat in de retour. Het is aan te bevelen in het onderste punt van de installatie een aftapkraan aan te brengen.Als er thermostatische kranen worden gebruikt, dan mogen niet alle radiatoren ermee worden uitgerust.
Ze mogen alleen in lokalen geplaatst worden waaraan veel warmte wordt toegevoerd en nooit in het lokaal waar de kamerthermostaat zich bevindt. De radiatorkringen moeten in elk geval gespoeld worden vooraleer de nieuwe ketel te installeren. Als de verwarmingsketel niet onmiddellijk geplaatst wordt, bescherm dan de verschillende aansluitingen om te vermijden dat gips en verf de dichtheid van de latere aansluiting in het gedrang brengen.Een Bypass moet op het installatie geplaatst worden, zover mogelijk van toestel.Het aansluiting met hulp van klemkoppelingen (niet meegeleverd).87654321080706050403020100 0 0,2 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,4 1,6 1,8 2,0Drukverlies in m waterkolonnDrukverlies in kPaDebiet in m3/uFig . 3Fig . 2Overdruk-ventiel ExpansievatBypass differentieel
- 48 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS376. 3 Lijst van het geleverde materiaalMet het toestel zijn geleverd : - deze handleiding. - de garantiebon- de ophangbeugel- de sifon voor de condensaten- de flexibel voor de aansluiting van de sifonDe verschillende luchtpijpen worden besteld volgens de configuratie van de installatie. 6. 4 Bevestiging aan de wand Vergewis u ervan dat de materialen die u gebruikt voor de verwezenlijking van de installatie verenigbaar zijn met die van het toestel. Bepaal de plaats van de montage. We verwijzen hiervoor naar het hoofdstuk “Keuze van de opstellingsplaats”. De bevestiging van de beugel moet aangepast worden aan de karakteristieken van de muur en moet het gewicht van het toestel kunnen dragen. Boor de gaten voor de bevestigingsschroevenm. b. v. ophangbeugel, volgens fig. 5. 6.
5 Gas- en wateraansluiting Vooraleer enige bewerking uit te voeren moeten de leidingen gereinigd worden met behulp van een passend product om de eventuele onzuiverheden te verwijderen, zoals vijlsel, soldeersel, oliën en diverse vetten. Deze vreemde lichamen zouden meegesleurd kunnen worden in de ketel, en de goede werking ervan in het gedrang brengen. Gebruik geen oplosmiddel om niet het risico te lopen de kring te beschadigen. Soldeer niet aan de aangebrachte buisstukken om de pakkingen en de afdichtingen van de kranen niet te beschadigen. Controleer of er geen lekken zijn. Herstel ze indien nodig. Verbind de veiligheidsventielen, en de ontkoppelinginrichting met een afvoerleiding die met de riolering is verbonden met behulp van de meegeleverde slangen. In het afvoertoestel moet het wegstromen van het water zichtbaar zijn. 6.
- 49 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS376.7 Rookgasaansluiting Verschillende configuraties van luchtpijpuitgang zijn mogelijk. Aarzel niet uw detailhandelaar extra informatie te vragen over de andere mogelijkheden en de bijbehorende toebehoren.Opgelet ! Alleen de luchtpijptoebehoren die geschikt zijn voor de THEMACONDENS mogen worden gebruikt.De horizontale Bulex-luchtpijp zorgt automatisch voor een hellingshoek van 3° naar het toestel waardoor de condensaten naar het toestel kunnen worden teruggevoerd. De maximumlengte van de luchtpijp is bepaald volgens zijn diameter (zie tabel 1 tot 4). Diametere Maximale lengte (in meter) 60/100 6 80/125 9 2 x 80 14Opgelet ! 1 meter per bocht 90º en 0,5 meter per bocht 45º aftrekkenOK3%Fig. 6Fig. 7
- 54 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS371 2 3 4 5 6 7 8 PE N L 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 12 11 PE N LFig. 8 1-2 11Kamerthermostaat Opentherm PC-aansluiting 3-4 12Kamerthermostaat On/Off Aarding5-6 Buitenvoeler, allen in combinatie met een Opentherm kamerthermostaat die een weersafhankelijkeregeling ondersteunt PE Aarding 7-8 Temperatuurvoeler voor externe boiler (enkel FAS 37) NulleidingN 9Zekering 2AT Fase 230V 50HzL 10 Reserve zekeringTabel 56.8 Elektrische aansluitingAansluiklemmen vinden plaats op de achterkant van de elektronische doos..Gevaar ! Bij een verkerde installatie is er gevaar voor elektrische schokken en beschading van het toestel.Verbind de voedingskabel van de ketel met het 230V-net (enkelfasig + aarding).Belangrijk: de elektrische aansluiting van het toestel moet door een vakman worden uitgevoerd.
Alle interventies binnen in het toestel moeten verwezenlijkt worden door de Dienst-na-verkoop of een vakman. Volgens de van kracht zijnde normen moet deze aansluiting gebeuren via een tweepolige schakelaar met een scheidingsopening van minstens 3 mm tussen elk contact.De smeltzekering van de elektronische kaart is in de nulleiding aangebracht. Het in de ketel ingebouwde voedingssnoer is specifiek. Als u het wenst te vervangen, bestel dan enkel bij een erkende dienst na verkoop van Bulex.6.9 Aansluiting van de toebehoren Opgelet ! Neem de stekker uit het stopcontact voordat de branderautomaat wordt geopend.Sluit de toebehoren aan volgens schema hieronder .6.10 GasaansluitingDe gasaansluiting op het toestel is niet maatgevend voor de diameter van de binnenhuisaansluiting; raadpleeg hiertoe de installatie-eisen. (zie pagina 63).
- 55 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS377. INDIENSTSTELLING7.1 Installatie vullen- Spoel de installatie volledig met leidingwater.- Plaats een vulset en een aftapkraan op de beste plaats- De pH-waarde van het verwarmingswater moet tussen de 5 en de 8,5 liggen. De hardheid mag niet lager zijn dan 6°F.- Plaats een overdrukventiel en een expansievat (niet meegeleverd). Let op dat het expansievat groot genoeg voor de installatie is.- Laat de condensaten weg lopen via een trechter en een luchtafsnijder. (zie fig. 6)- Plaats een ontluchter aan het hoogste punt van de installatie7.2 Pompsnelheid De ketel is voorzien van een ingebouwde pomschakeling met een fabriek ingestelde naadraaitijd van 3 minuten (zie verder 8.7.2.4, code J4).Draai de keuzeschakelaar in de stand I, II of III van de pompsnelheid. De pomp is standaard op de grootste snelheid ingesteld.
Voor de combiketel F 37/50, de keuze schakelaar moet op staand III staan. Dit is noodzakelijk voor de goede werking in warm water.8. DISPLAy8.1 Beschrijving1 - Knop -2 - Knop +3 - Knop INFO4 - Diplay8.2 Mode “werking” Het display heeft twee cijfers die de aanvoertemperatuur van het cv-water in de ketel weergeven. Door het intoetsen van de ’infoknop’ kan de bedrijfsstatus worden opgevraagd. Als de ’infoknop’ nogmaals wordt ingetoetst, zal het display de watertemperatuur van het cv-water weergeven. .0 geen aanvraag .2 ventilator start .3 voorventileren .4 ontsteking.5 warmtevraag CV-bedrijf of nadraaien CV-pomp .6 sanitaire aanvraag.7 warmtevraag sanitaire of nadraaien sanitaire pomp8 8-+INFO1 2 34Tabel 6
- 56 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS378.3 Mode “error” Indien het display een code aangeeft met een (t) zal de ketel tijdelijk niet functioneren. Uitzonderingen hierop zijn code t4 ent5. Als deze actief zijn zal de ketel met een noodprogramma werken. Indien een (t)-melding automatisch is hersteld, zal de ketel weer normaal gaan functioneren. t0 Oververhittingbeveiliging open binnen de 30sec. t1 Temperatuur aanvoer te hoog tijdens cv-vraag of antipendel-beveiliging t2 Temperatuur aanvoer te hoog tijdens warmwaterbedrijf t3 Temperatuur warm water te hoog t4 Aanvoersensor onderbroken/kortgesloten t5 Warmwatersensor onderbroken/kortgesloten t7 Antipendel beveiliging kamerthermostaat actief t8 Ontluchtingsprogramma actief t9 Niet gebruikt tc Temperatuur delta-T tijdens start te laagTabel 78.4 Mode “diagnose”Door op de ’–’ knop te drukken (ca.
3 sec.) wordt het diagnosemenu getoond. D1 actuele aanvoertemperatuur cv D2 warmwatertemperatuur tapwater D3 koudwatertemperatuur tapwater D4 buitentemperatuur (D4 . . = -°C / D4 = +°C) D5 tap debiet liters v/min D6 pomp aan 1 /pomp uit 0 D7 stand driewegklep C = cv / T = tapwater D8 ionisatiestroom (micro Amp) D9 niet actiefE0,E1,E2,...,E9laatste 10 storingenTabel 8Voor laatste 10 storingen, het display pinkt tussen het foutnummer (E0, E1, E2, ...., E9) en de code (F0, F1, F2, ..., F9). Code Beschrijving Storingsoorzaak (zie tabel 10) geen indicatie Storing met elektrische voeding 14-20-27-36-37-38-42-50 F0 Oververhittingbeveiliging geopend 4-5-21-23-24-28-29-30-31-42-43-46-47 F1 Fout met code key 13-63 F2 Ketel is handmatig op storing gezet t.b.v.
- 57 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS378.5 StoringsoorzakenVoor eventuele oplossingen, zie tabel 11 1Kamerthermostaat is niet juist aangesloten 2Kamerthermostaat schakelt niet uit, kortsluiting in de kabel. 3Voeler maakt kortsluiting in de kabel of intern. 4Pomp draait niet/zit vast. 5Waterdruk in de cv-installatie is te laag. 6Waterdruk in de cv-installatie is te hoog. 7Ventilator is niet aangesloten (stekker vergeten aan te sluiten). 8Ventilator is vervuild. 9Ventilator is defect. 10 Gaskraan is niet geopend. 11 Gasdruk is te laag. 12 Gasleiding diameter te gering. 13 Code key niet gemonteerd. Code key maakt geen goede verbinding met automaat. Code key type fout. 14 Zekering defect. 15 Na het programmeren met behulp van een PC zal deze code zichtbaar zijn. 16 Gasklepinstelling bij het laagste toerental is niet correct.
17 Gasklep is elektrisch niet of onjuist aangesloten. 18 Ontsteekkabel onderbroken of niet juist aangesloten. 19 Transfo defect. 20 Aansluitstekker naar gasklep niet juist aangesloten, of vocht insluiting. 21 Pompstekker niet juist aangesloten. 22 Sifon verstopt. 23 Lucht in het systeem, handontluchter openen en sluiten, na ontluchten. 24 Driewegklep is vervuild. 25 Te veel weerstand in het afvoersysteem of afvoersysteem vervuild. 26 Afvoersysteem is lek naar het toevoersysteem; recirculatie rookgas, uitsluitend bij concentrische aansluiting. 27 Toevoersysteem watert in. 29 Warmtewisselaar is intern vervuild (onvoldoende circulatie). 30 Oververhittingbeveiliging defect. 31 Maximale belasting te hoog. 34 Branderautomaat defect. 35 Ontsteekelektrode defect (porselein gescheurd), afstand tot brander is onjuist. 36 Vocht op de kabels van de gasklep of ontsteekkabel.
- 58 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS37 41 Stekker niet correct aangesloten. 42 Aansluitkabel beschadigd. 43 Voeler defect. 44 Rookgascirculatie achter uit de warmtewisselaar. 45 Warmwaterkraan lekt, of lekkage in de warmwater leiding (ketel in warmwater bedrijf). 46 Stand van de toerenschakelaar op de pomp is te laag afgesteld. 47 Voelers verwisseld, voelers niet goed op leiding gemonteerd. 48 Instelingen die met PC zijn geprogrammeerd zijn opgeslagen (ketel Reset via ’infotoets’). 49 Zekering defect. 50 Geen netspanning 230Vac. 51 Parameter(s) in het installateursprogramma, zijn onjuist ingevuld. 52 OpenTherm® kamerthermostaat, of normale thermostaat op een onjuiste klem aangesloten. 53 Stappenprogramma in het installateursmenu niet juist geprogrammeerd of te lange stappen. 54 Klokprogramma van de klokthermostaat dient ’s morgens eerder te starten.
55 Aanvoer- en retourleiding op het toestel verwisseld. 56 Kabel of stekker naar driewegklep niet correct aangesloten. 57 Voeler (warm water) is niet juist geplaatst, of is defect. 58 De doorstroom instelkraan, in de koudwaterleiding dient ingesteld te worden. 59 Sanitaire wisselaar dient ontkalkt te worden 60 Kabelboom stekkers op de printplaat niet juist gemonteerd, geen code key gemonteerd. 61 Gasblok defect. 62 Na programmeren m.b.v. computer, bevestiging van nieuwe instellingen. 63 Er zijn onjuiste parameters, of een waarde buiten het bereik van het programma, geprogrammeerd. 64 De branderautomaat voert frequent een controle uit op de voedingsspanning. 65 Gasklep is niet juist ingesteld bij maximale belasting. 66 Installateursprogramma programmanummer ‘J1 of J2’ is onjuist ingesteld. 68 Waterhoeveelheidskraan tapwater in ketel onjuist ingesteld.Tabel 10
- 59 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS378. 6 Eventuele oplossingen 1Controleer de kabel of vervang de kabel, controleer de aansluiting op de klemmenstrook. 2Vervang kamerthermostaat of vervang de kabel. Is de juiste thermostaat geplaatst. 3Vervang voeler of spoor fout in kabel op. 4Probeer de pomp-as los te maken of vervang het aandrijfgedeelte van de pomp. 5Water bijvullen en spoor het lek op, controleer ook het expansievat op interne lekken. 6Te veel water bijgevuld of controleer de druk in het expansievat of vervang het expansievat. 7Plaats stekker: stekkergedeelte met de kabels komt aan de ventilatorzijde. 8Schoepen van de ventilator schoonmaken. 9Ventilator vervangen. 10 Gaskraan openen. 11 Leiding en gasmeter controleren, eventueel weerstandsberekening maken. 12 Gasleiding wijzigen.
Houd een bakje of emmer hieronder om de uitlopende hoeveelheid water op te kunnen vangen. Met een pen in deze leiding prikken, zowel naar linksboven als naar rechtsboven.
Neem desnoods de branderunit uit het toestel en giet water in de warmtewisselaar om de sifon door te spoelen. 23 Ontluchten, niet uitsluitend de ketel, maar de gehele installatie. Bij dit soort van algemene ontluchting, kan het beste de 230 V stekker van het toestel uit het stopcontact worden genomen, daar bij ontluchten, de cv-pomp niet dient te functioneren. 24 Inspecteer de afsluitklep van de driewegklep door de pompmotor met de vier bevestigingsschroeven te demonteren. Aan de binnenzijde van het huis kan de klep geïnspecteerd worden. De aandrijfmotor kan verwijderd worden door de bevestigingsschroef aan de voorzijde van het huis te verwijderen (rechts onder), en daarna de ’inklik’ lip, aan de zijkant van het huis, vlak boven de motor in te drukken en tegelijk de motor naar beneden duwen. 25 Controleer de toe-en afvoer leiding op verstopping. 26 Controle van het af- en toevoersysteem.
27 Controle van het af- en toevoersysteem. 29 Aangeraden wordt om eerst de branderautomaat uit het toestel te verwijderen, om waterschade aan de printplaat te vermijden. Na aftappen van het toestel, dienen de koppelingen van het T-stuk in de aanvoerleiding en de vlakke koppeling van de retour bij de pomp te worden losgenomen. De aarde- en de bougiekabel los nemen en de draden van de oververhittingbeveiliging (rechts boven). Hierna de drie trekstangen los nemen, de warmte wisselaar gedeeltelijk naar voren schuiven en de stekker op de ventilator los nemen. Hierna de wisselaar uit het toestel nemen. 30 Oververhittingbeveiliging vervangen door deze uit de messing moer te schroeven. Er behoeft niet te worden afgetapt (de messing moer niet verwijderen). 31 De instellingen doornemen. 34 Branderautomaat met behuizing uit het toestel nemen, door:a. deksel afnemenb.
47 Op de leiding is een sticker aanwezig, met de kleur indicatie van de voelerbedrading. 48 Zekering mogelijkerwijze vervangen (moet een reden zijn voor defect); er is een reservezekering aanwezig 49 Zekering mogelijkerwijze vervangen (moet een reden zijn voor defect); er is geen reservezekering aanwezig 50 Controleer het netsnoer, de wandcontact doos op spanning; hoofdzekering. 51 Controleer de geprogrammeerde parameters. 52 Controleer het type van de kamerthermostaat en de aanduiding op de sticker van de kroonstenen op het toestel. 53 Wijzig het stappenprogramma. 54 Breng een wijziging aan in de klokthermostaat in de tijden van ’opstaan’. 55 Aanvoer (uitgaande water) bevindt zich aan de linkerzijde van het toestel; retour rechterzijde. 56 Druk de 4-aderige kabel met ministekker, in de drieweg klepmotor; controleer de drie kabels.
57 Controle op de juiste montage van deze insteekvoeler in de dompelbuis. 58 Instelling m. b. v. een juist passende inbussleutel (8 mm). 59 Het toestel dient zowel cv-zijdig als tapwaterzijdig te worden afgetapt.
De tapspiraal kan uit het toestel genomen worden als de twee T-stukken aan iedere zijde van de spiraal met behulp van de vlakke koppelingen, worden losgenomen. De bevestigingsbeugel aan de onderzijde van de spiraal losnemen. De ruimte tussen de binnenbuis en de buitenbuis wordt doorspoeld met sanitair water en zal mogelijkerwijze verkalkt of vervuilt zijn. Dit gedeelte dient gespoeld te worden. 60 Het is mogelijk dat printplaat stekker niet goed is gemonteerd waardoor de bedrading niet met de juiste pennen communiceert. Controleer zowel aan de linkerzijde van de printplaatstekker als aan de rechterzijde, om te constateren, of de stekker(s) juist zijn gemonteerd. 61 Het defect aan een gasblok kan meestal twee oorzaken hebben: de magneetspoelen zijn defect of er is een intern defect van de gasklep. In beide gevallen is het aan te raden de gehele gasklep te vervangen. 62 M. b. v.
de speciale ’service software’ kan de ketelregeling aangepast worden. Indien de gewijzigde parameters geprogrammeerd worden, is dit de bevestiging dat de ketelregeling de nieuwe parameters heeft geaccepteerd. 63 Er dient met de juiste software (dit contoleren svp) geprogrammeerd te worden. Tevens dienen de uiterste waarden niet overschreden te worden. Tracht nogmaals te programmeren. 64 Met een universeelmeter dient de voedingsspanning gecontroleerd te worden. Indien de spanning juist is (moet liggen tussen190 en 250 Volt) dient de branderautomaat vervangen te worden. 65 Om de Info knop te kunnen herstellen, kan de display van de plastic afstandshouders genomen worden en kan nogmaals gecontroleerd worden op een correcte werking. Als negatief, dan dient de display vervangen te worden.
Als de display functioneert buiten het toestel, dan dient gecontroleerd te worden, of de knop door de kunststof afdekking voldoende ruimte heeft (wordt geblokkeerd). Gangbaar maken. 66 De waterhoeveelheidsinstelkraan moet op de waarde worden ingesteld 68 Voeding heeft geen randaardeTabel 11.
- 61 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS378. 7 Mode “programmatie”8. 7. 1 Tapwater in- of uitschakelen Door het intoetsen van de ’+’ toets (3 sec. ) kan de instelling van de warmwater-functie worden opgeroepen: H1/ - -afwisselend op het display:tapwater uitgeschakeldH1/ t afwisselend op het display:tapwater ingeschakeld Door hierna op de ’info’ knop te drukken kan een keuzeworden gemaakt voor Eco- of Comfortstand voor het warm-houden van de interne warm tapwaterspiraal. Op het display wordt afwisselend H2/EC of H2/CF weer gegeven:H2/EC niet warm houden wel warmwater tappen. H2/CF warm houden en sneller warmwater tappen. Met de ’+’ of de ’–’ toets kan de instelling worden aangepast. Door het intoetsen van de ’infoknop’ wordt de instelling opgeslagen. Bij ’OpenTherm®’ thermostaten met tapwaterfunctie werkt EC/CF via de aangesloten thermostaat. 8. 7.
2 Installateursmenu Om toegang tot het installateursmenu te verkrijgen dienen de volgende handelingen te worden uitgevoerd: - Als eerste dienen gelijktijdig de ’–’ en ’infotoets’ (3 sec. )ingedrukt te worden. - Na indrukken van deze knoppen zal het venster een ’0’tonen. Door vervolgens de code ’8’ in te toetsen met behulp van de ’+’ of de ’–’ knop wordt na het intoetsen van de ’info’ knop toegang verkregen tot het installateursmenu (zie par. 5. 4). - Dit installateurmenu kan verlaten worden door de ’info-knop’ net zolang in te drukken totdat het display weer de temperatuur van het cv-water aangeeft. Hierdoor worden de gewijzigde parameters automatisch opgeslagen. Indien dit niet gewenst is, wordt dit servicemenu na 1 minuut wachten automatisch verlaten, zonder dat de gewijzigde instellingen worden opgeslagen.
- 62 -Installatiehandleiding van de Themacondens F37/50, FAS378. 7. 2. 1 Code J1 Hiermee wordt de maximale aanvoertemperatuur van de cv-ketel tijdens cv-bedrijf vastgelegd. Instellingen tussen de 10°C en90°C zijn mogelijk. 8. 7. 2. 2 Code J2 Hiermee kan het maximale cv-vermogen (40/30°C) volgens de typeplaat, verlaagd of verhoogd worden in G20, volgens bijgaande tabel: % kW 99 42 95 40 90 38 85 36 80 34 75 31 70 29 65 27 60 25 55 23 50 21 45 19 40 17 35 15 30 13Tabel 138. 7. 2. 3 Code J3 Hierbij kan gekozen worden voor het nadraaien van de cv-pomp ten behoeve van de cv-installatie; deze programmering heeft geen invloed op het nadraaien van de pomp na het warmwatertappen: deze nadraaitijd is vastgelegd in parameter ’J5’. Voor een nadraaitijd van de pomp voor de cv-installatie, dient cijfer ’0’ geprogrammeerd te worden; de nadraaitijd wordt vastgelegd onder parameter ’J4’.
Indien voor continu draaien van de pomp wordt gekozen (bv. vloerverwarming), dient cijfer ’1’ geprogrammeerd te worden. 8. 7. 2. 4 Code J4Hierbij wordt de nadraaitijd van de pomp vastgelegd, nadat de cv-warmtevraag is geëindigd. Instellingen zijn mogelijk tussen 0 en 30 minuten. Standaard is deze op 3 minuten geprogrammeerd. 8. 7. 2. 5 Code J5 Hierbij kan de nadraaitijd van de pomp na het opwarmen van de ingebouwde warmwatervoorziening, vastgelegd worden. Instellingen zijn mogelijk tussen 0 en 30 minuten. Standaard bedraagt deze tijd 1 minuut. 8. 7. 2. 6 Code J6Deze parameter biedt de mogelijkheid de verhoging van het vermogen tijdens het opwarmen van de installatie in stappen te verhogen, zodanig dat gedurende deze opwarming het toestel continu condenseert en dus een hoog rendement heeft.
Dit stappenprogramma bestaat uit 6 stappen met een programmeerbare tijdslengte: J6- 0=geen stappen, dus aan-uit op basis van de kamer-thermostaatJ6- 1=6 stappen met elk een tijdsduur van 5 minuten (fabrieks-instelling) J6- 2=6 stappen met elk een tijdsduur van 10 minuten J6- 3=6 stappen met elk een tijdsduur van 20 minuten Bij iedere stap, wordt het vermogen met 20% verhoogd,beginnend bij het minimale vermogen. De ketel start dus met het laagste vermogen en verhoogt dit vermogen iedere ’5, 10 of 20’ minuten, met 20%, totdat het maximaal vermogen is bereikt of de ketel dit programma beëindigt,omdat de installatie op temperatuur is gekomen. Bij een aan-uit kamerthermostaat: Bij geen warmtevraag telt dit programma met dezelfde tijdsintervallen terug totdat er een hernieuwde warmtevraag aanwezig is: het toestel start dan met het vermogen, wat behoort bij de teruggetelde tijd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bulex ThemaCondens F37 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Bulex
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel