Bulex IsoTwin C 25 Handleiding

Bulex CV Ketel IsoTwin C 25

Bekijk gratis de handleiding van Bulex IsoTwin C 25 (60 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Bulex IsoTwin C 25 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
Gebruiksaanwijzing en
Installatiehandleiding
ISOTWIN C 25
ISOTWIN C 30
ISOTWIN F 25 H-MOD
ISOTWIN F 30 H-MOD
GASWANDKETEL + DYNAMISCHE BOILER

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bulex
Categorie: CV Ketel
Model: IsoTwin C 25

Handleiding Bulex IsoTwin C 25 – volledige tekst

1GebruiksaanwijzingGebruiksaanwijzingInhoudstafel 1 Algemeenheden. 22 Bewaren van de documenten. 23 Veiligheid. 2 3. 1 Wat doen als u gas ruikt. 2 3. 2 Veiligheidsinstructies en voorschriften. 2 4 Fabrieksgarantie / Aansprakelijkheid. 35 Conform gebruik van het toestel. 56 Gewoon onderhoud. 5 7 Recyclage en afvoer. 5 8 Gebruik van het toestel. 6 8. 1 Bedieningspaneel. 6 8. 2 Display. 6 8. 3 Inbedrijfstelling. 7 8. 4 Beschrijving van de verklikkers van het bedieningspaneel. 7 8. 5 Keuze van de werkwijze. 7 8. 6 Regeling van de temperatuur. 8 8. 7 Buitendienststelling. 8 9 Opsporen en verhelpen van storingen. 9 10 Bescherming van de ketel tegen bevriezing. 10 10. 1 Bescherming van de ketel tegen bevriezing. 10 10. 2 Bescherming van de installatie tegen bevriezing. 10 11 Onderhoud / dienst na verkoop. 10NB : Montage und Bedienungsanleitungen sind verfügbar in Deutschen.

2 1 AlgemeenhedenDe ISOTWIN-ketel heeft een dubbele functie (centrale verwarming + dynamische boiler). Model C moet aangesloten worden aan een rookgasafvoerbuis met natuurlijke trek (schoorsteen). Het is uitgerust met een veiligheidsvoorziening tegen terugslag van de rookgassen (TTB) die de gastoevoer in de brander onderbreekt in geval van verstopping van de rookgasafvoer. Model F, van het hermetische type («gesloten»), is uitgerust met een voorziening om lucht aan te voeren en verbrandingsproducten af te voeren, «luchtpijp» genoemd. Deze voorziening maakt het mogelijk het toestel in eender welke kamer te installeren. In geval van slechte werking of verstopping van de luchtpijp, stopt een pressostaat de werking van het toestel. De installatie en de eerste ingebruik-name van het toestel moeten door een erkend vakman gebeuren.

Deze is ervoor verantwoordelijk dat de installatie en de in-gebruikname in overeenstemming zijn met de in voege zijnde reglementeringen. Het spreekt voor zich dat u voor een herstelling of onderhoud van het toestel beroep doet op een erkend vakman. Meerdere toebehoren zijn speciaal voor uw toestel ontwikkeld door Bulex in functie van de karakteristieken van uw installatie. Aarzel niet om aan uw gebruikelijke detailhandelaar de gedetailleerde lijst van de toebehoren te vragen of surf naar www. bulex. com. 2 Bewaren van de documentenBewaar deze handleiding alsook alle documenten die meegeleverd zijn binnen handbereik, zodat u deze kunt raadplegen indien nodig. •Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af ingeval van schade veroorzaakt door de niet naleving van de instructies in deze handleiding. 3 Veiligheid 3. 1 Wat doen als u gas ruikt. Het licht niet aansteken of uitdoen.

De gasmaatschappij of uw gekwaliceerde vakman op de hoogte brengen. 3. 2 Veiligheidsinstructies en voorschriftenVolg strikt de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften :Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgassysteem – leiden. Explosieve of licht ontvlambare stoffen (b. v. benzine, verf etc. ) niet in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan. Zet de veiligheidsvoorzieningen in geen geval buiten werking of probeer ze niet te omzeilen om de goede werking van het toestel niet in het gedrang te brengen. ••••••••••••.

3GebruiksaanwijzingDaarom geen veranderingen uitvoeren: - aan het toestel - in de omgeving van het toestel - aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht, water en stroom - alsook aan de afvoerleidingen voor rookgasVoer nooit zelf onderhoud of reparaties uit op het toestel. Als u een waterlek ontdekt, draai dan onmiddellijk de koudwatertoevoer van het toestel dicht en laat het lek herstellen door een gekwaliceerde vakman. Beschadig of verwijder de zegels die op bepaalde onderdelen zijn aangebracht niet. Wijzig de technische en architectonische voorwaarden in de buurt van het toestel niet, aangezien deze een invloed kunnen uitoefenen op de bedrijfszekerheid van het toestel. Attentie. We raden aan om waakzaam te zijn bij de regeling van de warmwatertemperatuur: het water dat uit de tapkranen komt kan heel warm zijn.

Bijvoorbeeld:Model C:Sluit de ventilatie- of afvoeropeningen in deuren, plafonds, vensters en muren NIET af. Bedek de verluchtingsopeningen bijvoorbeeld niet af met kledingstukken. Vermijd de verluchtingsopeningen onderaan een deur af te dichten of te vernauwen door bijvoorbeeld vloerbedekking aan te brengen. Belemmer de luchttoevoer naar het toestel vooral niet als u wandkasten, legplanken andere soortgelijke •••••••meubels onder het toestel aanbrengt. Als u een meubel wilt bouwen om het toestel in te plaatsen, moet u de uitvoeringsvoorschriften naleven en een vakman raadplegen. Bij de plaatsing van vensters zonder ventilatievoorziening moet u samen met uw vakman altijd zorgen voor een voldoende luchttoevoer naar het toestel. Plaats geen ventilatietoestellen of verwarmingsinstallaties met warme lucht die lucht gebruiken met behulp van afzuigventilatoren, bv.

droogautomaten of afzuigkappen, in het lokaal waar het toestel is geïnstalleerd. Model F:De luchtgaten in de gevels buiten het gebouw die bestemd zijn voor de luchttoevoer en de afvoer van de rookgassen moeten altijd vrij blijven.

4De installatie moet gebeuren door een erkende vakman, conform de bijgevoegde installatiehandleiding, volgens de regels van de kunst en met naleving van de ofciële normen en toepasselijke reglementen. De garantie dekt de reparatie en/of de vervanging van stukken waarvan Bulex erkent dat ze defect zijn, en de nodige werkuren voor de reparatie. Ze is van toepassing als de gebruiker het toestel gebruikt als een goede huisvader en in de normale voorwaarden die voorzien zijn in de gebruiksaanwijzing. Behoudens een naar behoren schriftelijk vastgelegde bijzondere overeenkomst, is enkel onze dienst na verkoop gemachtigd om service te verlenen onder garantie en dit uitsluitend op het grondgebied van België en het Groot-Hertogdom Luxemburg. Zo niet zullen de prestaties van derden in geen enkel geval door ten laste Bulexworden genomen. De garantie is beperkt tot de voorziene prestaties.

Elke andere vraag, ongeacht van welke aard (voorbeeld: schadeloosstelling voor eender welke kosten of schade veroorzaakt aan de koper of aan derden enz. ) is uitdrukkelijk uitgesloten. De garantie is enkel van toepassing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:Deze handleiding en de streepjescode moeten voorgelegd worden samen met het toestel dat door de garantie wordt gedekt; het verlies ervan doet de garantie vervallen. De garantiebon, te vinden op het laatste luik van deze handleiding, moet volledig ingevuld, ondertekend, afgestempeld en gedateerd zijn door de erkende installateur. Hij moet binnen de veertien dagen na de installatie naar Bulex teruggestuurd worden. Zo niet begint de garantie ---pas te lopen vanaf de fabricagedatum van het toestel en niet op de installatiedatum.

Het fabricagenummer van het toestel mag niet gewijzigd noch op een andere manier veranderd worden,Het toestel mag geen enkele wijziging of aanpassing ondergaan hebben, buiten die welke eventueel uitgevoerd worden door personeel dat erkend wordt door Bulex, met de originele onderdelen van Bulex, conform de goedkeuringsnormen van het toestel in België,Het toestel mag niet geplaatst worden in een corrosieve omgeving (chemische producten, kapperszaken, stomerijen enz. ), noch gevoed worden met agressief water (toevoeging van fosfaten, silicaten, hardheid lager dan 6°F). Een interventie onder garantie brengt geen enkele verlenging van de garantieperiode met zich mee.

De garantie geldt niet wanneer de slechte werking van het toestel wordt veroorzaakt door :een niet-conforme installatie,een oorzaak buiten het toestel zoals : - vervuilde water- of gasslangen, te lage druk, niet aangepaste uïda of wijziging van de aard en/of de karakteristieken van de uïda (water, gas, elektriciteit), - kunststof verwarmingsslangen en zonder toevoeging van een roestweerder, - abnormaal of verkeerdelijk gebruik, manipulatiefout door de gebruiker, tekort aan onderhoud, kalkneerslag, veronachtzaming, stoten, val, tekort aan bescherming tijdens het transport, overbelasting enz. , - vorst, overmacht enz. , - interventie door een onbevoegde monteur, -----.

5Gebruiksaanwijzing- elektrolyse, - gebruik van niet-originele onderdelen. Het bezoek van de dienst na verkoop zal enkel gebeuren op verzoek. Tijdens de eerste twee maanden van de garantieperiode zijn de verplaatsingskosten gratis indien gerechtvaardigd. Tijdens de tweeëntwintig volgende maanden zal een vast bedrag gelijk aan 50% van de verplaatsingskosten voor pechverhelping gefactureerd worden door de dienst na verkoop van Bulex. Wordt geacht de eventuele factuur te betalen: de persoon die de interventie gevraagd heeft, behoudens schriftelijke, voorafgaande toestemming van een derde aan wie de factuur gericht moet worden. Bij een geschil zijn enkel het Vredegerecht van het 2e Kanton van Brussel, de Rechtbank van Eerste Aanleg of van Koophandel en desgevallend, het Hof van Beroep van Brussel bevoegd.

Noot voor de EU-landen :Dit toestel werd ontworpen, erkend en goedgekeurd om te beantwoorden aan de eisen van de Belgische markt. Het kenplaatje aangebracht binnen in het toestel garandeert de oorsprong en het land waarvoor dit product bestemd is. Als u een afwijking op deze regel vaststelt, dan vragen we u contact op te nemen met het dichtstbijzijnde agentschap van Bulex. Wij danken u bij voorbaat voor uw medewerking. 5 Conform gebruik van het toestelDe ISOTWIN-ketels zijn vervaardigd conform de recentste technische ontwikkelingen en de toepasselijke technische veiligheidsvoorschriften. De ISOTWIN-ketels zijn speciaal bestemd voor de productie van warm water met behulp van gasenergie. Alle andere gebruik wordt als niet-conform beschouwd. De fabrikant/leverancier zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade ten gevolge van niet-conform gebruik.

Elk risico wordt volledig gedragen door de gebruiker. Het conforme gebruik omvat ook het naleven van de instructies en aanduidingen uit de gebruikshandleiding en de installatiehandleiding en van alle toepasselijke bijkomende documenten, net als het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorwaarden.

6 Gewoon onderhoudReinig de bekleding van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. Gebruik geen schurende of reinigingsproducten aangezien deze de bekleding of de kunststof onderdelen kunnen beschadigen. 7 Recyclage en afvoerHet toestel bestaat grotendeels uit recycleerbare materialen. De verpakking, het toestel en de inhoud van het colli mogen niet bij het huishoudelijk afval terecht komen, maar moeten conform de vigerende reglementering worden verwerkt. ••.

6 8 Gebruik van het toestel 8.1 Bedieningspaneel8 9 1 2 3 4 5 6 7 10Legenda 1 Terugslagknop (reset) 2 Foutmelder 3 Verklikkerlichtje werking van de brander 4 Display 5 Verklikkerlichtje werking van het toestel 6 Aan/uit-knop 7 Regeling van de temperatuur van het water in de sanitaire kring 8.2 Displaybar COD.

VAL.12Legenda 1 Weergave van de installateur/DNV-menu’s 2 Multifunctionele indicatie 8.2.1 Weergave van de installateur/DNV-menu’swordt weergegeven bij regelingen bestemd voor de installateurs/DNV 8.2.2 Multifunctionele indicatieweergave van de druk in de verwarmingskringgeeft de temperatuur weer van het water in de verwarmingskring wanneer warmte wordt gevraagd voor de verwarmingwordt weergegeven bij de regeling van de temperatuur van het water in de sanitaire kring en de verwarmingskringwordt weergegeven wanneer er een afwijking wordt gedetecteerd op het toestel (F + nummer van de storingscode) 8 Activering / deactivering van de werkwijze warm water (tapwater) 9 Activering / deactivering van de werkwijze «Verwarming» (cv) 10 Regeling van de temperatuur van het water in de verwarmingskring

7Gebruiksaanwijzing 8.3 InbedrijfstellingVergewis u ervan dat:het toestel elektrisch gevoed wordt,de gaskraan open staat,de koudwaterkraan open staat.Druk op de aan/uit-knop om het toestel in werking te stellen.•Het display en de werkingsverklikker op het bedieningspaneel gaan branden. Het toestel is klaar om te werken.Vergewis u ervan dat het display van het bedieningspaneel een druk aangeeft tussen 1 en 2 bar. Als dit niet het geval is, vul de ketel dan bij door de waterkraan te openen die onder de ketel geplaatst is tot een druk tussen 1 en 2 bar verkregen wordt.•Sluit de kraan.

8.4 Beschrijving van de verklikkers van het bedieningspaneelVerklikkerlichtje voor de werking van het toestelConstant groen brandend: toestel onder spanningVerklikkerlichtje voor de werking van de branderConstant geel brandend: brander werkt FoutmelderRood knipperlichtje: storingssignaal (zie hoofdstuk “Opsporen en verhelpen van storingen”)•---•• 8.5 Keuze van de werkwijze Druk op de toets naast om de werkwijze «Tapwater» (sanitair warm water) te activeren of te deactiveren. Druk op de toets naast om de werkwijze «Verwarming» aan of uit te zetten.Werkwijze geactiveerd («aan») ► de toets is verlicht.Werkwijze gedeactiveerd («UIT») ► de toets is gedoofd. Verwarming + warm waterAlleen verwarmenAlleen warm waterBescherming van het toestel tegen bevriezing (*) Zie hoofdstuk "Bescherming van de ketel tegen bevriezing» in de gebruiksaanwijzing.••--

8 8.6 Regeling van de temperatuurDoor kort te drukken op een van de toetsen of in de stand of verschijnt de waarde van de eerder gekozen temperatuur.Als een modulerende kamerthermostaat van het type «ExaCONTROL E / E7 / E7 radio» aangesloten is op de ketel, kunt u de temperatuur van het cv-water en het tapwater op de ketel niet regelen. U moet die regelingen uitvoeren vanaf de kamerthermostaat.Zie de handleiding van de kamerthermostaat.• 8.6.1 Regeling van de temperatuur van het water in de sanitaire kring Druk op de toetsen of naast om de temperatuur van het water in de sanitaire kring te regelen.De temperatuur verschijnt en knippert gedurende 5 seconden. Temperatuur van het water (°C) min. 45T° < 50 max. 65 De tekst wordt weergegeven tot op de temperatuur die is opgegeven in de onderstaande tabel.

komt overeen met de maximumtemperatuur die voorzien is voor een normaal gebruik.--• 8.6.2 Regeling van de temperatuur van het water in de verwarmingskring Druk op de toetsen of naast om de temperatuur van het water in de verwarmingskring te regelen.De temperatuur verschijnt en knippert gedurende 5 seconden. Temperatuur van het water (°C) min. 38 max. 80Opmerkingen : als er een buitensonde met het toestel is verbonden:De regeling van de temperatuur van het water in de verwarming-skring is niet meer mogelijk.Door kort te drukken op een van de toetsen of naast ,verschijnt de temperatuur in de verwarmingskring die berekend werd door het toestel.--8.7 BuitendienststellingDruk op de aan/uit-knop om het toestel uit te zetten.•Het display en de werkingsverklikker doven.

9Gebruiksaanwijzing 9 Opsporen en verhelpen van storingenIn geval van storing:Een storingscode verschijnt op het display van het bedieningspaneel. -De foutmelder van het bedieningspaneel knippert rood.-Attentie ! Probeer nooit zelf onderhoud of reparaties te doen aan uw toestel en neem het toestel pas opnieuw in gebruik als de storing werd opgelost door een vakman. Storingscode Mogelijke oorzaak OplossingHet toestel werkt niet meer.Onderbreking van de elektrische stroomControleer of de elektrische netspanning niet is uitgevallen en of het toestel juist is aangesloten. Zodra de elektrische voeding hersteld is, begint het toestel automatisch weer te werken. Als de storing blijft bestaan, dient u contact op te nemen met een vakman. code F1 / F4 OntstekingsfoutDruk een keer op de Reset-knop.

Als de storing blijft bestaan, dient u contact op te nemen met een vakman.code F2 / F3Slechte afzuiging of aanzuiging van de lucht code F5 Oververhittingsfout Autres codes F_ _ Andere storingenDe drukindicator knippert en geeft een druk van ≤ 0,5 bar weer.Watertekort in de installatie Draai de blauwe kraan onder het toestel open tot de druk op de indicator tussen 1 en 2 bar komt te liggen. Als u dit te vaak moet doen, dan zou er een lek in uw installatie kunnen zijn. In dit geval moet u contact opnemen met een vakman om een controle van het toestel uit te voeren.Attentie: vanaf 3 bar laat de veiligheidsklep de druk uit de verwarmingskring af.De drukindicator knippert en geeft een druk van ≥ 2,7 bar weer.Teveel water in de installatie Ontlucht een radiator om de druk in de verwarmingskring te verminderen of neem contact op met een vakman.

10Attentie ! Uw sanitaire warmwaterkring (koud of warm) wordt niet beschermd door de ketel.11 Onderhoud / dienst na verkoopEen gereinigde en goed afgeregelde ketel zal minder verbruiken en langer meegaan. Een geregeld onderhoud van het toestel en de leidingen door een vakman is onontbeerlijk voor de goede werking van de installatie.

Zo kunt u ook de levensduur verlengen, het energieverbruik verminderen en de uitstoot van vervuilende stoffen beperken.We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten met een vakman.Weet dat onvoldoende onderhoud de veiligheid van het toestel in het gedrang kan brengen en materiële en lichamelijke schade kan veroorzaken.10 Bescherming van de ketel tegen bevriezing10.1 Bescherming van de ketel tegen bevriezingIn geval van vorstrisico:Zorg ervoor dat de ketel elektrisch wordt gevoed en dat het gas wel degelijk de ketel bereikt.Voor een afwezigheid van enkele dagen kiest u de werkwijze «Bescherming van het toestel tegen vorst» op het bedieningspaneel (zie hoofdstuk “8.5 Keuze van de werkwijze”).Het systeem dat de ketel tegen bevriezing beschermt, zal de pomp inschakelen zodra de temperatuur in de cv-kring onder 12°C daalt.

De pomp stopt zodra de temperatuur van het water in de cv-kring 15°C warm is geworden.Als de temperatuur in de cv-kring onder 7°C daalt, wordt de brander ingeschakeld totdat de temperatuur aan het begin van de cv-kring weer 35°C gedraagt.10.2 Bescherming van de installatie tegen bevriezingDe bescherming van de installatie tegen bevriezing kan niet door de ketel alleen worden gegarandeerd. Er is een kamerthermostaat nodig voor de regeling van de temperatuur van de installatie.In geval van langdurige afwezigheid neemt u contact op met een vakman om het water uit de installatie af te laten of om de cv-kring tegen bevriezing te beschermen door een speciaal additief voor cv-installaties toe te voegen. •••

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs11InstallatievoorschriftenInhoudstafel 1 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie. 132 Beschrijving van het toestel. 13 2. 1 Kenplaatje. 13 2. 2 CE-label. 132. 3 Schematische voorstelling model C. 142. 4 Schematische voorstelling model F. 16 2. 5 Schematische voorstelling. 17 met circulatielus en aaatkraan 3 Keuze van de installatieplaats. 184 Veiligheidsinstructies en voorschriften. 18 4. 1 Veiligheidsinstructies. 18 4. 2 Decreten, normen, richtlijnen. 19 5 Installatie van het toestel. 20 5. 1 Aanbevelingen vóór de installatie. 20 5. 2 Afmetingen model C. 21 5. 3 Afmetingen model F. 21 5. 4 Lijst van het geleverde materiaal. 21 5. 5 Bevestiging aan de wand. 22 5. 6 Gas- en wateraansluiting. 24 5. 7 Rookgasaansluiting (model C). 26 5. 8 Rookgasaansluiting (model F). 27 5. 9 Elektrische aansluiting. 32 5.

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs13 1 Opmerkingen met betrekking tot de documentatieWe vragen u om alle documenten samen aan de gebruiker van het toestel te overhandigen. De gebruiker moet die documenten bewaren om ze zo nodig te kunnen raadplegen.Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af in geval van schade die veroorzaakt is door het niet in acht nemen van de instructies in deze handleiding.De garantiebon, te vinden op het laatste luik van deze handleiding, moet volledig ingevuld, ondertekend, afgestempeld en gedateerd zijn door de erkende installateur. Hij moet binnen de 14 dagen na de installatie naar Bulex teruggestuurd worden. 2 Beschrijving van het toestel 2.1 KenplaatjeHet kenplaatje vermeldt de plaats waar het toestel geproduceerd werd en het land waarvoor het bestemd is.Attentie !

Het toestel mag slechts gebruikt worden met de types gas die op het kenplaatje vermeld zijn. De aanduidingen betreffende de regeltoestand die vermeld zijn op het kenplaatje en in dit document moeten overeenkomen met de plaatselijke voedingsvoorwaarden.Bijvoegen : Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af (waterschade) wanneer de overdrukklep(pen) niet aangesloten zijn.••In het hoofdstuk «Technische gegevens» aan het einde van deze handleiding vindt u de denitie van de gebruikte afkortingen op het typeplaatje.

18 3 Keuze van de installatieplaatsVergewis u ervan dat de muur waarop het toestel wordt aangebracht voldoende stevig is om het gewicht van het te installeren toestel te dragen. Vergewis u ervan dat de beschikbare ruimte voldoende is voor het plaatsen van de water- en gasleidingen, en voor een afvoerleiding naar de riolering. Installeer het toestel niet boven een ander toestel waardoor het bescha-digd zou kunnen worden (bijvoorbeeld boven een keukenfornuis waaruit dat damp en vetten kunnen ontsnappen) of in een kamer waar veel stof aanwezig is, of met een corrosieve atmosfeer. Om een periodiek onderhoud mogelijk te maken, dient u aan elke kant van het toestel een minimale afstand te bewaren (zie hoofdstuk "Bevestiging aan de wand"). Het toestel moet op een vorstvrije plaats worden aangebracht. Neem de nodige voorzorgsmaatregelen in acht. 4 Veiligheidsinstructies en voorschriften4.

1 VeiligheidsinstructiesAlle interventies in het toestel moeten verwezenlijkt worden door een vakman of de servicedienst (dienst-na-verkoop) van Bulex. Als de gasdruk aan de ingang van het toestel buiten het opgegeven bereik ligt, mag het toestel niet in werking worden gezet. Als de oorzaak van het probleem niet geïdenticeerd of opgelost kan worden, breng dan de gasmaatschappij op de hoogte. •••••Attentie. Bij een verkeerde installatie is er gevaar voor elektrische schokken en beschadiging van het toestel. De voorziening voor de bewaking van de rookgassen (beveiliging tegen terugslag van de rookgassen) mag in geen geval uitgeschakeld worden. In het andere geval kunnen, bij langdurige ongunstige trekvoorwaarden, de rookgassen op ongecontroleerde wijze terugstromen van de schoorsteen naar de kamer waar het toestel staat.

Zet de veiligheidsvoorzieningen in geen geval buiten werking of probeer ze niet te manipuleren om de goede werking van het toestel niet in het gedrang te brengen. De volgende veiligheidsinstructies moeten verplicht nageleefd tijdens het onderhoud en de vervanging van de reserveonderdelen. Zet het toestel uit (zie hoofdstuk “Buitendienststelling” in de gebruiksaanwijzing). Ontkoppel het toestel van het elektriciteitsnet: - ofwel door het stopcontact uit het toestel te trekken, - ofwel via de schakelaar van de elektrische installatie;Sluit de gaskraan. Sluit de afsluitkranen die zich op de verbindingsnippels bevinden. •••••••.

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs19Laat het toestel af wanneer u hydraulische elementen van het toestel wilt vervangen.Laat het toestel afkoelen vooraleer onderhoudswerkzaamheden aan het toestel uit te voeren.Bescherm de elektrische elementen tegen water tijdens de behandelingen.Gebruik enkel nieuwe dichtingen en O-ringen.Controleer na werkzaamheden of alle elementen van de gasleidingen wel degelijk dicht zijn.Voer na vervangingswerkzaamheden een controle uit van de werking van de vervangen stukken en het toestel.4.2 Decreten, normen, richtlijnenBij de installatie en de inbedrijfstelling van het toestel moeten de verordeningen, richtlijnen, technische regels en normen in hun huidige versie, alsook de onderstaande bepalingen in acht worden genomen:De normen NBN D 51-003, D 30-003, B 61-002Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) en in het bijzonder de verplichte aansluiting op een aarding.Alle bestaande voorschriften van de plaatselijke watermaatschappij en van BELGAQUADe ARAB voorschriften••••••----

20 5 Installatie van het toestelAlle afmetingen in dit hoofdstuk zijn uitgedrukt in mm. Voor de installatie moet de installateur nazien of de instelling van de ketel op de typeplaat voldoet aan de plaatselijke distributievoorwaarden. 5. 1 Aanbevelingen vóór de installatie5. 1. 1 Ontwerp van de sanitaire kringDe sanitaire verdeelkring moet zo verwezenlijkt worden dat de drukverliezen minimaal zijn: beperk het aantal bochten, gebruik kraanwerk met grote doorlaatsectie om een voldoende debiet te garanderen. De ketel kan werken met een minimale voedingsdruk, maar dan zal het debiet wel klein zijn. Een beter gebruikscomfort zal verkregen worden vanaf een voedingsdruk van 1 bar. 5. 1. 2 Ontwerp van de verwarmingskring De ISOTWIN-verwarmingsketels kunnen in alle soorten installaties worden ingebouwd: tweepijps, eenpijps, in serie of afgetakt, vloerverwarming.

Als verwarmingsoppervlakken kunnen radiatoren, convectoren, luchtverhitters of vloerverwarming worden gebruikt. Opgelet : Zowel de oude alsook de nieuwe installatie dient altijd gespoelt te worden met schoon leidingswater, onder toevoeging van een reiningingsmiddel. Indien de hardheid van het water hoger is dan 20 °F en bij gebruik van verschillende materialen is de garantie op de warmtewisselaaars onderworpen aan het gebruik van een inhibitor van de categorie 3, in de juiste door de fabricant aanbevolen proporties. De secties van de leidingen moeten bepaald worden met behulp van de debiet/druk-kromme op (Zie hoofdstuk "Regeling van het debiet van de verwarmingskring"). De berekening van het verdeelnet moet gebaseerd zijn op het debiet dat overeenkomt met het werkelijk benodigde vermogen, zonder rekening te houden met het maximumvermogen dat de ketel kan leveren.

Het minimale debiet is opgegeven in het hoofdstuk "Technische parameters" aan het einde van de handleiding. Bij de bepaling van het plan van de leidingen moeten alle nodige voorzieningen worden genomen om luchtzakken te vermijden en om het permanent ontgassen van de installatie te vergemakkelijken. Op elk hoog punt van de leidingen of op alle radiatoren moeten er aftapkranen voorzien zijn. Het totaal toegestane watervolume in de verwarmingskring hangt onder andere af van de statische belasting in koude toestand. Het in de ketel ingebouwde expansievat wordt geleverd in de toestand zoals die in de fabriek is afgeregeld (zie hoofdstuk "Technische parameters" aan het einde van de handleiding).

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs21Deze vuldruk kan bij de inbedrijfstelling aangepast worden voor het geval de statische belasting hoger is. Het is aan te bevelen in het onderste punt van de installatie een aftapkraan aan te brengen.Als er thermostatische kranen worden gebruikt, dan mogen niet alle radiatoren ermee worden uitgerust.

Ze mogen alleen in lokalen geplaatst worden waaraan veel warmte wordt toegevoerd en nooit in het lokaal waar de kamerthermostaat zich bevindt.Bij een oude installatie moeten de radiatorkringen in elk geval gespoeld worden vooraleer de nieuwe ketel te installeren.Als de verwarmingsketel niet onmiddellijk geplaatst wordt, bescherm dan de verschillende aansluitingen om te vermijden dat gips en verf de dichtheid van de latere aansluiting in het gedrang brengen.5.2 Afmetingen model C890600499492360225Ø130••5.3 Afmetingen model F890600499492225364 5.4 Lijst van het geleverde materiaalDe ketel wordt geleverd in twee afzonderlijke colli:De ketel met het bijbehorende zakje met: - de doorzichtige aaatbuis - de verlengbuis voor aansluiting op de vulkraan - het zakje met de dichtingen + de koudwaterdebietbegrenzer - het zakje met de afvoerventielen - zakje met aansluitstukken voor water en gas - Reductiering Ø125/Ø130 voor het model C25Het plaatje voor de gas- en wateraansluiting + de boorsjabloon + het bevestigingsproelDe verschillende colli luchtpijpen worden besteld volgens de conguratie van de installatie.--

(Zie hoofdstuk “Technische gegevens” aan het eind van de handleiding).20 kg min.50 kg min.50 kg min.50 kg min.50 kg min.50 kg min.20 kg min.20 kg min.20 kg min.20 kg min.••Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven volgens de boorsjabloon die met het toestel is meegeleverd.Bevestig het bevestigingsproel met 5 schroeven (niet meegeleverd met de ketel) die de hierboven aangegeven belastingen kunnen dragen.Plaats de ketel op het bevestigingsproel.Plaats de dichtingen op de verschillende aansluitingen.Vergeet niet het blauwe verlengstuk op de vulkraan te steken.•••••

Deze vreemde lichamen zouden meegesleurd kunnen worden in de ketel, en de goede werking ervan in het gedrang brengen.1110910115 15 16 176 7 81411312 2 3 4AB B Zakje met aansluitstukken (**) 12 Debietbegrenzer koud water 13 Buisstuk cv-retourleiding: 2 moeren ¾” + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen 14 Buisstuk aanvoerleiding koud water: 2 moeren ¾” + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen 15 Buisstuk uitgaande cv-leiding: 2 moeren ¾” + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen 16 Buisstuk uitgaande leiding sanitair warm water: 2 moeren ¾” + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen 17 Buisstuk gastoevoer: 2 moeren ½” + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen (*) Apart geleverd (**) Geleverd met de ketelLegenda A Aansluitplaat 0020037591 (*) 1 Cv-retourleiding met afsluitkranen 2 Aanvoerleiding koud water met afsluitkraan,circulatielusenaaatkraanvoor het tapwater.

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs25Gebruik geen oplosmiddel om niet het risico te lopen de kring te beschadigen.Soldeer niet aan de aangebrachte buisstukken om de pakkingen en de afdichtingen van de kranen niet te beschadigen.Gebruik enkel de originele dichtingen die met het toestel zijn meegeleverd.Controleer of er geen lekken zijn. Herstel ze indien nodig.Verbind de veiligheidsventielen, en de ontkoppelinginrichting met een afvoerleiding die met de riolering is verbonden met behulp van de meegeleverde slangen.

In het afvoertoestel moet het wegstromen van het water zichtbaar zijn.21345 6 7Legenda 1 Ventiel verwarming 2 Afvoerventiel verwarming 3 Ontkoppelingsinrichting 4 Sanitair ventiel 5 Afvoer ontkoppelingsinrichting 6 Afvoerventiel sanitaire kring 7 Afvoer naar de riolering (sifon niet meegeleverd)•••••Opgelet : Bulex wijst elke verantwoordelijkheid af (waterschade) wanneer de veiligheidsventielen niet aangesloten zijn aan de riolering.12Sluit de doorzichtige afvoerleiding (2) die met het toestel meegeleverd wordt aan op de aaatkraan (1) van de cv-kring.•

26 5.7 Rookgasaansluiting (model C)Installeer het toestel enkel in een goed verluchte kamer.De afvoerbuis moet zo gelegd worden dat in geen geval condensatiewater afkomstig van de buis in de ketel kan sijpelen.Het horizontale deel van de afvoerbuis moet een helling hebben van minstens 3% naar boven, behalve als dit deel minder dan 1 m bedraagt.L1L33% min.L2L1+L2+(0.5xn)≤¼L3L1≥0.5mn = aantal bochtenL3≥1m+Hmin.• Diameter schoorsteen (mm) H min (m) Ø 130 0.6 Ø 140 0.6Als een incident de uitschakeling van de ketel met zich meebrengt doordat de beveiliging gewerkt heeft, knippert het storingslichtje op het bedieningspaneel.Controleer voor elke behandeling op de rookgasafvoerbuis of de beveiliging tegen terugslaande rookgassen goed werkt.

5.7.1 Controle van de goede werking van de beveiliging tegen terugslaande rookgassen Ga als volgt te werk:Dicht de buis van de trekonderbreker af.Regel de temperatuur van het sanitair warm water op maximum. Zie hoofdstuk “Temperatuurinstelling sanitair warm water”.Open een warmwaterkraan.De veiligheidsvoorziening stopt en blokkeert het toestel na 2 minuten.Sluit alle warmwaterkranenU kunt het toestel terug in dienst zetten nadat de veiligheidsvoorziening afgekoeld is (na minimum 10 minuten).Zet het toestel uit. Wacht 5 seconden en schakel het toestel weer in.Open een warmwaterkraan.Als de veiligheidsvoorziening het toestel niet binnen de toegestane termijn vergrendelt:•••••••

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs27Neem contact op met de dienst-na-verkoop (service)Zet het toestel uit. 5.7.2 Plaatsing van de rookgasafvoerbuis Steek de rookgasafvoerbuis in het aanpassingsstuk en in de buis van de trekonderbreker. 5.8 Rookgasaansluiting (model F)Verschillende conguraties van luchtpijpuitgang zijn mogelijk.Aarzel niet uw detailhandelaar extra informatie te vragen over de andere mogelijkheden en de bijbehorende toebehoren.Attentie !

Alleen de luchtpijptoebehoren die geschikt zijn voor de ISOTWIN-reeks mogen worden gebruikt.-2 %0De buizen van de luchtpijp moeten onder een dalende helling van 2% van het toestel naar buiten toe lopen om eventueel condenswater af te kunnen voerenDe maximumlengte van de luchtpijp is bepaald volgens zijn type (bijvoorbeeld C12).•••••Ongeacht het gekozen type luchtpijp dienen de in de onderstaande tabel opgegeven minimumafstanden voor de plaats van de uiteinden van de luchtpijp te worden nageleefd.Attentie! De afdichting tussen de uitgang van de afzuigventilator en de luchtpijp moet verzekerd zijn.Attentie! Als de rookgassen op minder dan de 2,20 m van de grond uittreden, moet u een eindbeschermkit aanbrengen.•

280,5≥2,52,5≥ 0,5≥ 2,2≥0,5 ≥ 1 1≥2,5≥12,5≥ 20,50,50,30,50,50,50,50,3 0,6 1,2∆HL∆HL0,60,60,60,6H = hoogte vanaf de grond : 2,2 m t.o.v. een begaanbare weg0,5 m t.o.v. een afgesloten terreinUitgang t.o.v. verluchtingsopeningen:boven een verluchtingsopening: 0 < ∆H < 0,5 m L ≥ 2 m 0,5 < ∆H < 1 m L ≥ 1 monder een verluchtingsopening: L + ∆H > 4 m----Zich refereren aan de norm NBN B 61-002 indien het gaat om een installatie in nieuwe gebouwen of vernieuwde gebouwen waarvoor een bouwaanvraag moest ingediend wordenLeg deze eisen uit aan de gebruiker van het toestel.••

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs29 5.8.1 Horizontaal luchtpijpsysteem Ø 60/100 mm of Ø 80/125 mm (installatietype C12)L1Legenda 1 PakkingMaximaal drukverlies: 60 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L) + 1 bocht van 90°.Type Max. lengte F 25 H-MOD F 30 H-MOD C12 Ø 60/100 4 m 3.5 m C12 Ø 80/125 11 m 7 mTelkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 1 m worden verminderd.Attentie! De openingen van eindstukken met afzonderlijke leidingen moeten in eenzelfde vierkant met een zijde van 50 cm uitmonden.Attentie!

Als de rookgassen op minder dan de 2,20 m van de grond uittreden, moet u een eindbeschermkit aanbrengen.5.8.2 Verticaal luchtpijpsysteem Ø60/100 mm of Ø 80/125 mm (installatietype C32)LMaximaal drukverlies: 60 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L) + 1 bocht van 90°.Type Max. lengte F 25 H-MOD F 30 H-MOD C32 Ø 60/100 5 m 4 m C32 Ø 80/125 12 m 8 mTelkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 1 m worden verminderd.Attentie! De openingen van eindstukken met afzonderlijke leidingen moeten in eenzelfde vierkant met een zijde van 50 cm uitmonden.Attentie! Als de rookgassen op minder dan de 2,20 m van de grond uittreden, moet u een eindbeschermkit aanbrengen.

30 5.8.3 Luchtpijpsysteem voor collectieve buis Ø 60/100 mm (installatie van type C42)ABL245 13Legenda 1 Verzamelleiding 2 Luchttoevoerbuis 3 Drukvereffeningsvoorziening 4 Hermetisch toestel («gesloten») 5 Inspectieluik A Eerste niveau B Laatste niveau L Zie onderstaande tabelMaximaal drukverlies: 60 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L) + 1 bocht van 90°.Type Max. lengte F 25 H-MOD F 30 H-MOD C42 Ø 60/100 4 m 3.5 mTelkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 1 m worden verminderd.Attentie! De verbindingen met de leiding moeten gebeuren met behulp van kit 85676D.5.8.4 Luchtpijpsysteem met dubbele ux2xØ80mm (installatietype C52 of C82)WAARSCHUWING !

Elke leiding die dwars door een wand loopt en waarvan de temperatuur meer dan 60°C boven de omgevingstemperatuur ligt, moet ter plaatse van deze doorgang thermisch geïsoleerd worden. De isolatie kan gebeuren met isolatiemateriaal met de passende dikte van minstens 10 mm en een thermische geleidbaarheid λ ≤ 0,04 W/m.K.De eindstukken van de toevoerleidingen van de verbrandingslucht en de afvoer van de verbrandingsproducten mogen niet in tegenover elkaar gelegen wanden van een gebouw worden aangebracht.Type C52L2L11

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs31Type C82L2L1ALegenda 1 Pakking A Collectief kanaalDe rookgasaansluiting in C82 conguratie wordt gerealiseerd door aansluiting op een collectief kanaal(1). De diameter van het collectief kanaal (1) moet berekend worden in functie van het totaal vermogen van de aangesloten toestellen.Maximaal drukverlies: 60 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L=L1+L2) + 1 bocht van 90°.Type Max. lengte F 25 H-MOD F 30 H-MOD C52 / C82 2 x Ø 80 mm 30 m 30 mTelkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 2 m worden verminderd. 5.8.5 Verticaal luchtpijpsysteem (installatietype B22P)Attentie! De verbrandingslucht wordt genomen in het lokaal waar het toestel geïnstalleerd is.

In geen geval mogen de ventilatieopeningen onderaan en bovenaan afgedicht worden.1L1L2Legenda 1 PakkingMaximaal drukverlies: 70 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L=L1+L2) + 1 bocht van 90°.Type Max. lengte F 25 H-MOD F 30 H-MOD B22P Ø 80 mm 15 m 15 mTelkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 2 m worden verminderd.

Alle interventies binnen in het toestel moeten verwezenlijkt worden door de Dienst-na-verkoop (de Service) of een vakman.Voorzie op de elektrische installatie van de woning de mogelijkheid om de voeding van de ketel te ontkoppelen met een dubbelpolige schakelaar of een smeltzekering met een minimumafstand tussen de open contacten van 3 mm.De smeltzekering van de elektronische kaart is in de nulleiding aangebracht. Het in de ketel ingebouwde voedingssnoer is speciek. Als u het wenst te vervangen, bestel dan enkel bij een erkende dienst na verkoop van Bulex.Gevaar! Bij een verkeerde installatie is er gevaar voor elektrische schokken en beschadiging van het toestel. 5.9.1 Toegang tot de elektrische aansluitingen12Legenda 1 Toegang aan de kant van de bekabeling van de ketel 2 Toegang aan de kant van de bekabeling voor de installateur•

Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs33Open de kant van de bekabeling van de installateur (2) om de elektrische aansluitingen aan te brengen. 5.9.2 Aansluitingen op de elektronische kaart30 mm max. 1 2 3Legenda 1 Connector 2 Elektrische draden 3 MantelAttentie! Wanneer u elektrische kabels aansluit op een connector van de elektronische kaart:Bewaar dan een afstand van maximaal 30 mm tussen de connector (1) en de afgestripte mantel (3). Als dit niet het geval is, bevestig de elektrische draden (2) dan samen met behulp een kunststof klembeugel.Bevestig de kabels in de kabelklem van de elektrische doos. 5.9.3 Scheiding van de laag- en hoogspanningskabels231Legenda 1 Moederbord 2 Hoogspanningsaansluitingen 3 Laagspanningsaansluitingen••••Respecteer de aansluitzones (3) voor de laagspannings- en (2) de hoogspanningskabels.

Verwijder de schroef (3) en steek een platte schroevendraaier in de opening. Normaal moet er water uit de pomp spuiten.Draai de as van de pomp enkele toeren en breng de schroef weer aan (3).Druk op de aan/uit-knop om het toestel in werking te stellen.Vergewis u ervan dat de cv-functie geactiveerd (AAN) is en dat de tapwaterfunctie UIT staat op het bedieningspaneel van het toestel.••••••

38Open de blauwe watervulkraan (4) onder de ketel tot u 1.5 bar aeest op de manometer en sluit nadien af.Ontlucht elke radiator tot het water er normaal uit stroomt en draai vervolgens de ontluchters van de installatie dicht.Laat de stop van de ontluchter op de pomp (1) open staan.Activeer de tapwaterfunctie op het bedieningspaneel van het toestel.Open de verschillende warmwaterkranen om de installatie te ontluchten.Vergewis u ervan dat de manometer een waarde weergeeft tussen 1 en 1,5 bar; vul anders de ketel bij en sluit nadien af.Als u moeilijkheden met het ontgassen tegenkomt, ontgas de cv-kring dan ofwel met de pomp, ofwel met de installateursmenu’s.Methode nr.1: Ontgassen met de pompMethode nr.2: Ontgassen met behulp van de installateursmenu’sRegel de pomp tijdelijk af op snelheid III.Activeer de functie «ontgassen» via het COD-menu.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bulex IsoTwin C 25 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden