Brother LS14 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Brother LS14 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Brother LS14 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Brother |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | LS14 |
Handleiding Brother LS14 – volledige tekst
————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————1BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLees deze veiligheidsinstructies voordat u de machine gebruikt. GEVAAR - Verklein de kans op een elektrische schok:1Haal altijd de stekker uit het stopcontact, direct na gebruik, om de machine te reinigen of om andere vormen van onderhoud uit de gebruiksaanwijzing uit te voeren, of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat. WAARSCHUWING - Verklein het risico op brandwonden, brand, elektrische schok of persoonlijk letsel.
2 Haal altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u aanpassingen volgens de gebruiksaanwijzing uitvoert:•Als u de stekker uit het stopcontact wilt halen, zet dan eerst de schakelaar van de machine op “O”. Pak vervolgens de stekker vast en trek deze uit het stopcontact. Trek niet aan het snoer. • Sluit het netsnoer direct op een wandstopcontact aan. Gebruik geen verlengsnoer. • Haal altijd de stekker uit het stopcontact bij een stroomstoring. 3 Gebruik de machine nooit als het snoer of de stekker beschadigd is, als de machine niet goed werkt, als deze gevallen of beschadigd is, of als er water op gemorst is.
Breng de machine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of een erkend servicecentrum als hij moet worden nagekeken of gerepareerd, of als er elektrische of mechanische aanpassingen nodig zijn. • Wanneer u iets ongewoons opmerkt aan de machine, of deze nu wordt gebruikt of is opgeborgen - zoals geur, hitte, verkleuring of vervorming - gebruik de machine dan niet meer en neem onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. • Draag de machine aan het handvat als u de machine vervoert. Als u de machine optilt aan een ander deel, kan de machine beschadigen of vallen, met letsel als gevolg. • Als u de machine optilt, maak dan geen plotselinge, onbehoedzame bewegingen. Anders kunt u letsel oplopen aan knieën of rug. 4 Houd altijd uw werkoppervlak vrij:• Gebruik de machine nooit wanneer de luchtopeningen zijn geblokkeerd.
Houd de ventilatie-openingen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof. • Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit het netsnoer direct op een wandstopcontact aan. • Steek nooit voorwerpen in een opening en voorkom dat er voorwerpen in kunnen vallen. •Gebruik de machine niet wanneer u spuitbussen hebt gebruikt of op plaatsen waar zuurstof wordt toegediend. •Gebruik de machine niet bij een warmtebron, zoals een fornuis of strijkbout. Anders kan de machine, het netsnoer of de stof in brand vliegen, met brand of elektrische schok als gevolg. •Plaats de machine niet op een instabiel oppervlak, zoals een wankele of scheefstaande tafel. Dan kan de machine vallen, met letsel als gevolg. 5 Wees vooral voorzichtig tijdens het naaien:• Houd de naald altijd goed in de gaten. Gebruik geen verbogen of gebroken naalden.
2————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————• Zet de machine niet aan terwijl u het voetpedaal indrukt. De machine kan onverwachts starten en persoonlijk letsel of schade aan de machine veroorzaken. • Zet de schakelaar van de machine op “O” om de machine uit te schakelen wanneer u aanpassingen verricht in de buurt van de naald. •Gebruik geen beschadigde of onjuiste naaldplaat. Anders kan de naald breken. • Duw of trek de stof niet tijdens het naaien. Volg zorgvuldig de instructies bij het naaien uit de vrije hand, zodat u de naald niet verbuigt, waardoor deze zou kunnen breken.
6 Deze machine is geen speelgoed:• Let goed op wanneer de machine wordt gebruikt door kinderen en als er kinderen in de buurt zijn. • Houd de plastic zak waarin deze machine is geleverd buiten bereik van kinderen, of zorg dat hij veilig wordt afgevoerd. Laat nooit kinderen met de zak spelen, met het oog op verstikkingsgevaar. • Gebruik de machine niet buiten. 7 Hoe u kunt zorgen dat de machine langer meegaat:•Berg deze machine niet op in direct zonlicht en bij hoge luchtvochtigheid. Gebruik of plaats het apparaat niet in de buurt van een verwarming, strijkbout, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
•Gebruik voor het schoonmaken van de behuizing alleen zachte zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen, thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen; gebruik deze middelen dus nooit. •Raadpleeg altijd de bedieningshandleiding bij het vervangen of installeren van onderdelen, de persvoet, de naald of andere onderdelen, zodat u deze juist installeert. 8De machine repareren of aanpassen:•Als de verlichtingsunit (light-emitting diode) beschadigd is, moet deze worden vervangen door een erkende dealer. •Als zich een storing voordoet, of als een aanpassing vereist is, raadpleeg dan eerst de tabel Problemen oplossen achter in de bedieningshandleiding om de machine zelf te inspecteren en aan te passen. Kunt u het probleem niet verhelpen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende dealer. Gebruik de machine alleen zoals bedoeld, volgens de beschrijvingen in deze handleiding.
Gebruik uitsluitend toebehoren die zijn aanbevolen door de fabrikant, zoals beschreven in deze handleiding. De inhoud van deze handleiding en de specificaties van het product kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. Meer informatie vindt u op onze website: www. brother. comBEWAAR DEZE INSTRUCTIESDeze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder toezicht of met instructies over het gebruik van het apparaat door degene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Let goed op dat kinderen niet met het apparaat spelen.
Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en als zij de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————3ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN GROOT-BRITTANNIË, IERLAND, MALTA EN CYPRUSBELANGRIJK • Wanneer u de stekkerstop vervangt, moet u een door ASTA voor BS 1362 goedgekeurde stop gebruiken, met het -merk, met de sterkte die op de stekker is aangegeven. • Plaats altijd de afdekking van de zekering terug. Gebruik nooit stekkers waarvan de zekering niet is afgedekt. • Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker die wordt geleverd bij deze apparatuur, moet u contact opnemen met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen. INHOUDSOPGAVEBELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. 1 1. UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN.
18 Lees het onderstaande voordat u gaat naaien. 18Beginnen met naaien. 18Proeflapje naaien. 19Van naairichting veranderen. 19Dikke stoffen naaien. 19 Dunne stoffen naaien. 20 Stretchstoffen naaien. 20Cilindrische stukken naaien. 20 Draadspanning. 20 3. INGEBOUWDE STEKEN. 22 Rechte steken naaien. 22 Zigzagsteken naaien. 22Blinde zoomsteek. 23Overlocksteken. 24 Elastische steek. 24Dubbele actiesteken. 25 4. KNOOPSGATEN NAAIEN EN KNOPEN AANZETTEN. 26 Een knoopsgat naaien. 26Knoopsgaten aanpassen. 27 5. WERKEN MET HULPSTUKKEN EN TOEPASSINGEN. 28 Ritsen inzetten. 28Plooien naaien. 29Applicaties. 29OPTIONELE ACCESSOIRES GEBRUIKEN. 30 Knopen aannaaien. 30Gaten stoppen. 31Werken met de blindsteekvoet. 32 6. BIJLAGE. 33 ONDERHOUD. 33Beperkingen op smeren. 33Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine. 33Reinigen. 33 PROBLEMEN OPLOSSEN. 35 INDEX. 38.
4————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————1 1 UW NAAIMACHINE LEREN KENNENACCESSORIES (BUREAU-ACCESSOIRES)Deze accessoires zijn ontworpen om de meeste naaitaken gemakkelijk uitvoerbaar te maken. Opmerking ● Welke toebehoren worden meegeleverd hangt af van het machinemodel. Los verkrijgbare toebehorenOnderstaand vindt u de optionele toebehoren die u apart kunt kopen. Naar gelang het model dat u hebt gekocht, zijn onderstaande toebehoren mogelijk bij uw machine inbegrepen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Nr.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————5DE BELANGRIJKSTE ONDERDELEN 1 Spoelwinder (Pagina 11)Hiermee windt u de onderdraad op de betreffende spoel. 2 Klospen (Pagina 11, 14)Deze is bestemd voor de draadklos. 3 Draadgeleider (Pagina 11, 14)Deze wordt gebruikt bij het opspoelen van de draad en het inrijgen van de machine. 4 Draadophaalhendel (Pagina 15) 5 Bovenspanningsknop (Pagina 21)Hiermee regelt u de spanning van de bovendraad. 6 Draadafsnijder (Pagina 19)Leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden. 7 Platbodemstuk met accessoireruimte (Pagina 5) 8 Persvoet (Pagina 8) 9Achteruitnaaihendel (Pagina 10)Door deze hendel in te drukken naait u achteruit.
0 Schroef voor fijnafstelling knoopsgat (Pagina 27) A Patroonkeuzeknop (Pagina 9)U kunt deze knop in beide richtingen draaien om de gewenste steek te kiezen. B HandwielHiermee zet u de naald handmatig omhoog en omlaag. C Aan/uit- en naailampschakelaar (Pagina 7)Met deze schakelaar zet u de machine aan of uit. D Stekker/aansluiting voetpedaal (Pagina 6)Sluit het voetpedaal aan op de machine en sluit de machine aan op het stroomnet. E Persvoethendel (Pagina 14)Hiermee zet u de persvoet omhoog en omlaag. F Voetpedaal (Pagina 7)Met dit pedaal regelt u de naaisnelheid en start en stopt u met naaien.
Voetpedaal:Model KD-1902 voor regio's met 110-120VKD-1902 voor regio's met 110-127V (enkel Brazilië)Model KD-2902 voor regio's met 220-240VDe onderdeelcode van het voetpedaal verschilt per land of regio. Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. PlatbodemstukDe toebehoren kunnen worden opgeslagen in een ruimte in het platbodemstuk. 1Schuif het platbodemstuk naar links om het te openen. 1 Platbodemstuk 2 Opslagruimte1234678509DCFAEB12.
6————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————1WERKEN MET UW NAAIMACHINEWAARSCHUWINGVOORZICHTIGAansluitingen1Sluit de stekker van het voetpedaal aan op de machine. 2Steek de netstekker in een wandstopcontact. Opmerking ● Als zich tijdens het gebruik van de naaimachine een stroomstoring voordoet, zet dan de aan/uit-schakelaar uit en trek het netsnoer uit het stopcontact. Als u de machine opnieuw opstart, volg dan de voorgeschreven procedure om de machine juist te gebruiken. ●Gebruik uitsluitend normale huishoudstroom voor dit apparaat. Door een andere stroomvoorziening te gebruiken kunt u brand, een elektrische schok of schade aan de machine veroorzaken.
● Zorg dat de stekkers van het netsnoer stevig in het wandstopcontact en de netaansluiting op de machine zitten. ● Steek de netstekker niet in een wandstopcontact dat in slechte staat is.
● Zet in de volgende gevallen de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact: • Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat • Wanneer u klaar bent met werken • Wanneer de stroom uitvalt tijdens het gebruik • Wanneer het apparaat niet goed functioneert vanwege een slechte aansluiting of loskoppeling • Tijdens onweer ● Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij deze machine wordt geleverd. ● Gebruik geen verlengsnoeren of meerwegadapters waarop een groot aantal andere apparaten is aangesloten. Dit kan leiden tot brand of elektrische schok. ● Raak de stekker niet met natte handen aan. U kunt dan een elektrische schok krijgen. ● Zet altijd eerst de hoofdschakelaar uit, voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Pak altijd de stekker vast om deze uit het stopcontact te halen. Wanneer u aan het snoer trekt kan dit beschadigd raken, met brand of een elektrische schok als gevolg.
● Let op dat u het netsnoer niet doorsnijdt, beschadigt, sterk buigt, trekt, draait of bundelt. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Bescherm het snoer tegen hitte. Hierdoor zou het snoer beschadigd kunnen raken en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken. Als het snoer of de stekker beschadigd is, mag u de machine niet meer gebruiken; breng de machine eerst naar de erkende dealer. ● Haal de stekker uit het netstopcontact wanneer u de machine langere tijd niet gebruikt. Anders kan er brand ontstaan.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————7Aan/uit- en naailampschakelaarMet deze schakelaar zet u de machine en het naailampje aan of uit. 1 Aanzetten (naar de markering ‘I’) 2 Uitzetten (naar de markering ‘O’)VOORZICHTIGVoetpedaalWanneer u het voetpedaal licht intrapt, naait de machine op lage snelheid. Wanneer u het voetpedaal dieper intrapt, naait de machine sneller. Wanneer u uw voet van het voetpedaal neemt, stopt de machine. 1 Langzamer 2 SnellerPlaats niets op het voetpedaal wanneer het apparaat niet in gebruik is. VOORZICHTIGDe naald controlerenDe naainaald moet altijd recht en scherp zijn om soepel te kunnen naaien.
■ De juiste manier om de naald te controlerenLeg de platte kant van de naald op een vlak oppervlak. Controleer de naald van boven en van opzij. Gooi verbogen naalden op veilige manier weg. 1 Parallelle ruimte 2 Vlak oppervlak (spoelhuisdeksel, glas enz. )De naald verwisselenVOORZICHTIG1Zet de machine uit. 2Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) zodat de markering op het wiel omhoog staat. 3Zet de persvoethendel omlaag. 1 Persvoethendel ● Zet de machine niet aan terwijl u het voetpedaal indrukt. De machine kan onverwachts starten en persoonlijk letsel of schade aan de machine veroorzaken. ● Zorg dat zich geen materiaal of stof ophoopt op het voetpedaal. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok.
2112 ● Zet de hoofdschakelaar altijd uit voordat u de naald verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op het voetpedaal drukt en de machine begint te naaien. ● Gebruik uitsluitend naalden voor huishoudnaaimachines. Andere naalden kunnen verbuigen of breken en letsel veroorzaken. ● Gebruik nooit een verbogen naald. Een verbogen naald breekt gemakkelijk, wat letsel kan veroorzaken. 121.
8————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————1VOORZICHTIG4Houd de naald in uw linkerhand en draai met een schroevendraaier de schroef van de naaldklem tegen de klok in om de naald uit te nemen. 1 Gebruik een schroevendraaier • Gebruik niet teveel kracht bij het los- of vastdraaien van de naaldklemschroef. Hierdoor zouden bepaalde delen van de naaimachine beschadigd kunnen raken. 5Breng de naald in met de vlakke kant naar achteren, totdat de naald de naaldstopper raakt. Draai vervolgens de naaldklem vast met een schroevendraaier. VOORZICHTIGDe persvoet verwisselenVOORZICHTIGWelke persvoet u moet gebruiken, hangt af van wat u wilt naaien en hoe.
1Zet de machine uit. Zet de persvoethendel omhoog. 2Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in), zodat de markering op het wiel omhoog staat. 3Verwijder de persvoet door hem verticaal naar beneden te trekken. ● Voordat u de naald verwisselt, plaatst u een stuk papier of stof onder de persvoet om te voorkomen dat de naald in het gat in de naaldplaat valt.
1 Gebruik een schroevendraaier 2 Naaldstopper 3 Naald1231 ● Breng de naald in tot deze de stopper raakt en draai de naaldklemschroef stevig aan met een schroevendraaier. Anders kan de naald breken of de machine beschadigen. ● Zet de hoofdschakelaar altijd uit voordat u de persvoet verwisselt. Wanneer u de hoofdschakelaar aan laat en het voetpedaal intrapt, start de machine en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik altijd de juiste persvoet voor het steekpatroon dat u hebt gekozen. Wanneer u de verkeerde persvoet gebruikt, raakt de naald mogelijk de persvoet. Hierdoor kan de naald verbuigen of breken, waardoor u mogelijk letsel oploopt. ● Gebruik alleen persvoeten die zijn bedoeld voor deze machine. Het gebruik van andere persvoeten kan ongelukken of letsel veroorzaken. 1 Persvoethouder 2 Persvoet 12.
15-17 zijn enkel beschikbaar op bepaalde modellen.12 ● Als de persvoet niet in de juiste richting wordt geïnstalleerd, raakt de naald mogelijk de persvoet. Daardoor kan de naald buigen of breken en letsel veroorzaken. ● Als u de patroonkeuzeknop gebruikt om een patroon te kiezen, zet de naald dan omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in), zodat de markering op het wiel omhoog wijst. Als de naald omlaag staat wanneer u de patroonkeuzeknop draait, kan de persvoet of de stof beschadigd raken.1211PatroonVooraf ingestelde lengte (mm (inch)) PaginaSteekVooraf ingestelde breedte (mm (inch))0,5 (1/32)26AUTOMATISCH KNOOPSGAT IN 4 STAPPEN5 (3/16)0,7 (1/32) 22, 29, 30, 32 ZIGZAGSTEEK 1,8 (1/8)123 4 5 6 78 9 10 11 12 13 1415 16 1712*1 *1 *1
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————11DE MACHINE INRIJGENDe spoel opwindenVOORZICHTIG1Trek de klospen omhoog en plaats een klos garen op de pen.2Terwijl u met uw rechterhand de draad van de klos vasthoudt, leidt u de draad naar u toe in de groef van de draadgeleider. Vervolgens leidt u de draad rond de voorspanningsschijf en trekt u de draad helemaal in.VOORZICHTIG●De spoel die bij deze machine wordt geleverd, is speciaal door ons ontworpen. Wanneer u een spoel van een ander model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de spoel die wordt geleverd bij deze machine of een spoel van hetzelfde type (onderdeelcode: SA156, SFB: XA5539-151).
Door het gebruik van een andere spoel kunt u de machine beschadigen.Ware grootte11,5 mm(7/16 inch) Dit model Andere modellen 1 2 3Voorspanningsschijf Spoelwinderas Spoel321 1 Trek de draad helemaal in. ● Als de draadklos niet op de juiste plaats of onjuist is geïnstalleerd, raakt de draad mogelijk verward op de klospen.
12————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————13Leid het uiteinde van de draad vanuit de spoel door het gat in de spoel. 4Plaats de spoel op de spoelwinderas en schuif de spoelwinderas naar rechts. Draai de spoel met de klok mee, met de hand, totdat het uitsteeksel in de inkeping van de spoel schuift. • Trek 7 tot 10 cm (3-4 inch) draad uit vanuit het gat in de spoel. 1 Uitsteeksel 2 Inkeping 3 7-10 cm (3-4 inch)VOORZICHTIG5Zet de machine aan. VOORZICHTIG6Houd het uiteinde van de draad vast en trap het voetpedaal licht in om de draad enkele malen rond de spoel te winden. Stop vervolgens de machine. 7Knip de overtollige draad boven de spoel af.
• Laat 1 cm (1/2 inch) draad boven het gat in de spoel. 1 1 cm (1/2 inch)VOORZICHTIG8Trap het voetpedaal in om te beginnen. 9Wanneer de spoel vol lijkt en langzamer gaat draaien, neemt u uw voet van het voetpedaal. 0Knip de draad af, schuif de spoelwinderas naar links en neem de spoel uit. Opmerking ● Wanneer u de naaimachine start of het handwiel draait nadat u de draad rond de spoel hebt gewonden, maakt de machine een klikgeluid. Dit is geen storing. ● De naaldstang beweegt niet wanneer u de spoelwinderas naar rechts schuift.
VOORZICHTIG●Trek de draad strak en houd het uiteinde van de draad recht omhoog. Als de draad te kort is, niet strak staat of schuin wordt gehouden, kunt u letsel oplopen wanneer de draad rond de spoel wordt gewonden. ● Zet de machine niet aan terwijl u het voetpedaal indrukt. De machine kan onverwachts starten en persoonlijk letsel of schade aan de machine veroorzaken. 312●Volg de instructies zorgvuldig op. Als u de draad niet volledig afknipt bij het opwinden van de spoel, kan de draad verward raken rond de spoel wanneer deze op raakt. Hierdoor kan de naald breken. ● Wanneer u de spoel niet goed opwindt, kan de draadspanning te laag worden en kan de naald breken. 1 Gelijkmatig gewonden 2 Slecht gewonden112.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————13De onderdraad inrijgenInstalleer de spoel waarop de draad is gewonden. VOORZICHTIG1Bereid de spoel goed voor, voordat u de onderdraad gaat inrijgen. • Zie pagina 11 voor meer bijzonderheden over het opwinden van de spoel. 2Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) en de persvoethendel omhoog te zetten. 3Verwijder het spoelhuisdeksel door dit te schuiven en naar u toe te tillen. 1 Spoelhuisdeksel4Breng de spoel zo in, dat de draad eruit komt in de richting die wordt aangegeven door de pijl. VOORZICHTIG5Houd het uiteinde van de draad vast, duw de spoel omlaag met uw vinger en leid de draad door de gleuf, zoals aangegeven.
• Als de draad niet juist door de spanningsveer van het spoelhuis is geleid, is de draadspanning mogelijk niet goed. 1 Spanningsveer6Plaats het spoelhuisdeksel terug. Plaats het uitsteeksel in de groef van de loophuisborg en duw deze dicht. 1 Groef 2 Uitsteeksel • Zorg dat het eind van de draad uit het deksel komt naar de achterkant van de machine (zoals aangegeven in de illustratie). • Trek de onderdraad omhoog voordat u begint te naaien. Zie “De onderdraad omhooghalen” op pagina 16 nadat u de bovendraad hebt ingeregen. ●Zet de hoofdschakelaar uit wanneer u de machine inrijgt. Wanneer u per ongeluk op het voetpedaal trapt en de machine begint te naaien, kunt u letsel oplopen.
14————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————1De bovendraad inrijgen 1 Klospen 2 Draadgeleider (achterkant) 3 Draadgeleider (voorkant) 4 Draadophaalhendel 5 Markering op handwielVOORZICHTIG1Zet de machine uit.2Zet de persvoethendel omhoog. 1 Persvoethendel3Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in), zodat de markering op het wiel omhoog staat. • Als de naald niet goed omhoog staat, kunt u de naaimachine niet goed inrijgen. 1 Markering op wiel4Trek de klospen omhoog en plaats een klos garen op de pen.VOORZICHTIG432215 ● Volg de aanwijzingen zorgvuldig wanneer u de bovendraad inrijgt.
Als de bovendraad niet goed is ingeregen, raakt de draad mogelijk verward of breekt of verbuigt de naald. ● Gebruik nooit een naald van 20 wt of minder. ● Gebruik de juiste combinatie van naald en draad. Voor bijzonderheden over de juiste combinatie van naalden en draden, zie “COMBINATIES VAN STOF, DRAAD EN NAALD” op pagina 17.11 ● Als de klos garen niet op de juiste plaats zit, of niet op de juiste manier is geïnstalleerd, kan de naald verward raken op de klospen, waardoor de naald kan breken.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————155Terwijl u met uw rechterhand de draad van de klos vasthoudt, leidt u de draad naar u toe in de groef van de draadgeleider. • Zorg dat de veer in de groef de draad pakt. 1 Veer6Voer de bovendraad in volgens onderstaande illustratie.7Let op dat u de draad van rechts naar links door de draadophaalhendel haalt zoals aangegeven in onderstaande illustratie. 1 DraadophaalhendelMemo ● Als de draadophaalhendel omlaag staat, kunt u de bovendraad niet om de draadophaalhendel wikkelen. Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) zodat de markering op het wiel omhoog staat.8Houd de draad achter de geleider boven de naald.
• U kunt de draad gemakkelijk achter de draadgeleider op de naaldstang leiden door de draad in uw linkerhand te houden en de draad door te voeren met uw rechterhand. 1 Draadgeleider op naaldstang9Rijg de naald van voren naar achteren in, waarbij u een stukje van 5 cm (2 inch) overlaat. 1 5 cm (2 inch)Opmerking ● Zet de persvoethendel en de draadophaalhendel omhoog voordat u de bovendraad invoert. ● Als u de draad niet goed invoert, kan dit leiden tot problemen bij het naaien.1123451111
16————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————1De onderdraad omhooghalen1Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en draai het handwiel met de hand een slag naar u toe (tegen de klok in) om de naald omlaag en weer omhoog te halen.2Trek aan de bovendraad om de onderdraad omhoog te halen. 1 Bovendraad 2 Onderdraad3Trek ca 10 cm (4 inch) van beide draden uit en leg ze naar de achterkant van de machine onder de persvoet. 1 Bovendraad 2 Onderdraad.112212
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————17COMBINATIES VAN STOF, DRAAD EN NAALDOpmerking ● Gebruik nooit een draad van 20 wt of minder. Dit kan storing aan de machine veroorzaken. Memo ● Hoe lager het draadnummer, des te dikker de draad. Hoe hoger het naaldnummer, des te dikker de naald. ■ BallpointnaaldGebruik de ballpointnaald wanneer u naait op stretchstof, of stof waarop gemakkelijk steken worden overgeslagen. De aanbevolen naald is “HG-4BR” (Organ). Schmetz-naalden “JERSEY BALL POINT” 130/705H SUK 90/14 kunt u gebruiken als substituut. ■ Doorzichtige nylondraadGebruik een naald van 90/14 tot 100/16 ongeacht de stof of de draad.
18————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————2 2 GRONDBEGINSELEN VAN HET NAAIENLees het onderstaande voordat u gaat naaienVOORZICHTIGBeginnen met naaien1Zet de machine aan. VOORZICHTIG2Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) zodat de markering op het wiel omhoog staat. 3Draai de patroonkeuzeknop om een steek te selecteren (zie pagina 9). 4Verwissel de persvoet (zie pagina 8). 5Zet de persvoethendel omhoog. 1 Persvoethendel6Plaats de stof onder de persvoet, leid de draad onder de persvoet en trek ca. 5 cm (2 inch) draad naar de achterkant van de machine.
1 5 cm (2 inch) ● Voorkom letsel door goed op de naald te letten wanneer u de machine gebruikt. Blijf met uw handen uit de buurt van bewegende delen. ● Rek de stof niet uit en trek er niet aan tijdens het naaien. Anders raakt de naald mogelijk beschadigd, en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik geen verbogen of gebroken naalden. Anders kunt u letsel oplopen. ● Let op dat de naald tijdens het naaien geen rijgspelden of andere voorwerpen raakt. Daardoor kan de naald breken en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik altijd de juiste persvoet.
Wanneer u de onjuiste persvoet gebruikt, raakt de naald mogelijk de persvoet. Hierdoor kan de naald verbuigen of breken, waardoor u mogelijk letsel oploopt. ● Wanneer u het handwiel met de hand draait, draai dan altijd naar u toe (tegen de klok in). Wanneer u het handwiel de andere kant op draait, raakt de draad mogelijk in de war, waardoor de naald of de stof beschadigd kunnen raken, of u letsel kunt oplopen. ● Begin niet te naaien zonder de stof onder de persvoet te plaatsen. Anders kan de persvoet beschadigd raken. ● Zet de machine niet aan terwijl u het voetpedaal indrukt. De machine kan onverwachts starten en persoonlijk letsel of schade aan de machine veroorzaken. 11.
GRONDBEGINSELEN VAN HET NAAIEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————197Terwijl u het uiteinde van de draad en de stof vasthoudt met uw linkerhand, draait u met uw rechterhand het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald omlaag te zetten op het punt waar u met naaien begint. 8Zet de persvoethendel omlaag. 1 Persvoethendel9Duw langzaam het voetpedaal in. XDe machine begint te naaien. 0Neem uw voet van het voetpedaal. XDe machine stopt met naaien. • U kunt achteruitnaaien gebruiken voor afhechten en het verstevigen van naden. Druk hiertoe op de achteruitnaaihendel. Zie “Achteruitnaaihendel” op pagina 10 voor de bijzonderheden. aZet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in). bZet de persvoethendel omhoog.
cTrek de stof naar de linkerkant van de machine en leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden. 1 DraadafsnijderProeflapje naaienNaai eerst een proeflapje. Met een stukje draad en de stof die u wilt gebruiken voor uw naaiwerk controleert u of de draadspanning, steeklengte en steekbreedte juist zijn ingesteld. Van naairichting veranderenStop de machine met de naald in de stof op het punt waar u van richting wilt veranderen. Zet vervolgens de persvoet omhoog. Draai de stof met de naald als as. Zet de persvoet omlaag en ga door met naaien.
20————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————2Dunne stoffen naaienWanneer u dunne stoffen naait, is het stiksel mogelijk slecht uitgelijnd of wordt de stof niet goed doorgevoerd. Plaats in dat geval dun papier of steunstof onder de stof en naai dit samen met de stof. Als u klaar bent met naaien, scheurt u het papier af. 1 Steunstof of papierStretchstoffen naaienRijg de stukken stof eerst aan elkaar en naai vervolgens zonder de stof uit te rekken. 1 RijgenCilindrische stukken naaienDoor het platbodemstuk te verwijderen, wordt het gemakkelijker om cilindrische stukken te naaien, zoals manchetten en broekspijpen, of stukken waar u moeilijk bij kunt komen.
1Schuif het platbodemstuk naar links om het te los te maken. 1 Platbodemstuk XAls het platbodemstuk verwijderd is, kunt u naaien met de vrije arm. Opmerking ● Als u klaar bent met het naaien met de vrije arm, installeert u het platbodemstuk in de oorspronkelijke stand. 2Schuif het stuk dat u wilt naaien op de arm en naai dan van bovenaf. DraadspanningDe spanning van de draad is van invloed op de kwaliteit van uw steken. U moet de draadspanning wellicht aanpassen wanneer u een andere stof of draad gebruikt.
Memo ● Wij adviseren om een stukje uit te proberen op een restje van dezelfde stof voordat u aan het echte werk begint. ■ Juiste spanningHet is belangrijk dat u werkt met de juiste spanning. Een te hoge of te lage spanning leidt tot zwakkere naden, of de stof gaat trekken. 111 1 Voorkant van de stof 2 Achterkant van de stof 3 Bovendraad 4 Onderdraad1234.
GRONDBEGINSELEN VAN HET NAAIEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————21 ■ Bovendraad is te strakEr komen lussen aan de voorkant van de stof.Opmerking ● Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te strak. Zie dan “De onderdraad inrijgen” op pagina 13 en rijg de onderdraad opnieuw in.OplossingVerlaag de spanning door de bovenspanningsknop op een lagere waarde te zetten. ■ Bovendraad is te los Er komen lussen onder op de stof.Opmerking ● Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te los. Zie dan “De bovendraad inrijgen” op pagina 14 en rijg de bovendraad opnieuw in.OplossingVerhoog de spanning door de bovenspanningsknop op een hogere waarde te zetten.
22————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————3 3 INGEBOUWDE STEKENRechte steken naaienRechte steken worden gebruikt om normale naden te naaien. ■ Versteviging en stretchstoffenU kunt een rechte steek gebruiken voor versteviging en voor het naaien van lichtgewicht stoffen. Zigzagsteken naaien ■ ZigzagsteekDraai de patroonkeuzeknop naar zigzagsteek en begin met naaien. Wij adviseren een rechte steek te gebruiken aan het begin en het eind van zigzagsteken. (Deze rechte steken dienen als versteviging. ) ■ Satijnen zigzagsteekU kunt de satijnen zigzagsteek gebruiken voor decoratieve steken.
Wanneer u een satijnen zigzagsteek gebruikt, geeft een vrij losse bovendraadspanning het mooiste resultaat. Met de patroonkeuzeknop kunt u de satijnen zigzagsteek (nr. 5) instellen op drie verschillende steeklengten. De middelste stand is de instelling voor de standaardsteeklengte. 1 Een kortere steeklengte krijgt u door de patroonkeuzeknop te draaien naar de linkerstand van satijnen zigzagsteek (nr. 5). 2 Een langere steeklengte krijgt u door de patroonkeuzeknop te draaien naar de rechterstand van satijnen zigzagsteek (nr. 5).
INGEBOUWDE STEKEN ———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————23Blinde zoomsteekMemo ● Als cilindrische stukken te klein zijn om op de arm te schuiven of te kort, wordt de stof niet doorgevoerd, en wordt het gewenste resultaat niet bereikt. 1Draai de rok of de broek om. 1 Achterkant van de stof 2 Voorkant van de stof 3 Onderkant 4 Rand van stof2Vouw de stof langs de gewenste zoomrand en pers deze. 3Markeer met krijgt de stof ca. 5 mm (3/16 inch) vanaf de rand en rijg de stof. 4Vouw de stof terug naar binnen langs de rijgsteken. 5Vouw de rand van de stof open en plaats de stof met de achterkant naar boven. 6Als het platbodemstuk verwijderd is, kunt u naaien met de vrije arm.
24————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————37Schuif het deel dat u wilt naaien op de arm. Zorg dat de stof juist wordt doorgevoerd en begin met naaien. 1 Arm8Nadat u een steek hebt geselecteerd, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) totdat de naald van links naar rechts is verplaatst. 9Plaats de stof onder de persvoet en schuif de stof zo dat de naald net in de vouw van de zoom valt wanneer de naald bij de linkerkant van de steek komt. 0Zet de persvoethendel omlaag. aNaai op langzame snelheid terwijl u de stof met uw handen vasthoudt, zodat de naald net de vouw van de zoom pakt.
bVerwijder de rijgsteken en draai de stof met de voorkant naar boven. Overlocksteken* Steeknr. 15 is enkel beschikbaar op bepaalde modellen. 1Plaats de stof onder de persvoet met de naadlijn (of de pijlpunt) ongeveer 3 mm (1/8 inch) links van het midden van de persvoet. • Als de marge breder is dan het steekpatroon, snijdt u na het naaien de overtollige stof weg. Elastische steekMet de elastische steek kunt u repareren, elastiek naaien of stoffen aan elkaar naaien. Deze functies worden hieronder afzonderlijk uitgelegd.
INGEBOUWDE STEKEN ———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————25 ■ Reparatie1Plaats de verstevigingsstof onder het vlak dat u wilt repareren. • Bevestig de verstevigingsstof met rijgspelden.2Naai met de elastische steek langs de lijn van de scheur. ■ Elastiek naaien1Speld het elastische band aan de achterkant van de stof.2Rek tijdens het naaien het elastiek voor en achter de persvoet uit. ■ Stoffen aan elkaar naaienMet de elastische steek kunt u twee stukken stof aan elkaar naaien. Dit is vooral handig bij gebreide stoffen. Als u nylondraad gebruikt, is de steek niet zichtbaar.1Plaats de rand van de twee stukken stof tegen elkaar en leg deze midden onder de persvoet.2Naai de stukken aan elkaar met de elastische steek.
26————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————4 4 KNOOPSGATEN NAAIEN EN KNOPEN AANZETTENVOORZICHTIGEen knoopsgat naaienMemo ● Wij adviseren eerst een knoopsgat te maken op een restje stof voordat u dit probeert op een kledingstuk. ● Wanneer u knoopsgaten naait op een zachte stof, plaats dan steunstof onder de stof. 1Markeer met krijt op de stof de plaats en de lengte van het knoopsgat. 1 Markeringen op stof 2 Knoopsgat naaien2Bevestig de voet voor knoopsgaten en duw het frame zo ver mogelijk naar achteren met het plastic inzetstuk aan de voorkant van het frame. VOORZICHTIG3Naai eerst de voorste bartack.
Zorg dat de bartackmarkering onder het midden van de persvoet ligt en op één lijn met de twee markeringen op de persvoet. 1 Voorkant krijtmarkering 2 Rode lijnen ■ Een knoopsgat naaien ● Zet de hoofdschakelaar altijd uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op het voetpedaal drukt en de machine begint te naaien. Patroon Steeklengte[mm (inch)]Steekbreedte [mm (inch)]Voet 0,5 (1/32) 5 (3/16)Knoops-gatvoet “A”112 ● Als de persvoet niet in de juiste richting wordt geïnstalleerd, raakt de naald mogelijk de persvoet.
KNOOPSGATEN NAAIEN EN KNOPEN AANZETTEN ———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————27 ■ De steken verstevigen en het knoopsgat opensnijden1Ter versteviging draait u het materiaal 90 graden tegen de klok in en naait u rechte steken tot het eind van de bartack van het knoopsgat. 2Neem het materiaal uit de machine. We adviseren u spelden aan beide uiteinden van het knoopsgat te plaatsen om te voorkomen dat de steken worden ingesneden. 3Snijd met het tornmesje een opening in het midden van het knoopsgat. Pas op dat u geen steken doorsnijdt. VOORZICHTIGKnoopsgaten aanpassen Als de steken aan de twee kanten van het knoopsgat niet hetzelfde zijn, kunt u de volgende aanpassingen maken.
1Nadat u de linkerkant van het knoopsgat hebt genaaid, stikt u de rechterkant en kijkt u hoe de invoer verloopt. 1 Rechterkant2Als de linkerkant te los of te strak is vergeleken met de rechterkant, wijzigt u de instelling van de schroef voor fijnafstelling knoopsgat , zoals beschreven in onderstaande alinea's. 1 Schroef voor fijnafstelling knoopsgat 2 Linkerkant 3 Hoe het knoopsgat eruit zietAls de linkerkant te open is, draait u de schroef voor fijnafstelling knoopsgat met een grote schroevendraaier in de richting van de “–”. Als de linkerkant te krap is, draait u de schroef voor fijnafstelling knoopsgat met een grote schroevendraaier in de richting van de “+”. • Met deze fijnafstelling zorgt u dat beide zijden van het knoopsgat gelijk zijn. Stap 3(Achterste bartack) 1. Zet de patroonkeuzeknop op “c” (dezelfde stand als in stap 1). 2. Naai 5 tot 6 steken. 3.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Brother LS14 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Brother
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine