Brother FS100 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Brother FS100 (104 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Brother FS100 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Brother |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | FS100 |
Handleiding Brother FS100 – volledige tekst
1———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLees deze veiligheidsinstructies voordat u probeert de machine te gebruiken. GEVAAR - Verklein de kans op een elektrische schok:1 Haal altijd de stekker uit het stopcontact direct na gebruik, wanneer u de machine gaat reinigen, wanneer u vormen van onderhoud verricht zoals genoemd in deze handleiding, en wanneer u de machine onbeheerd achterlaat. WAARSCHUWING - Verklein het risico op brandwonden, brand, eenelektrische schok of persoonlijk letsel. 2 Haal altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u vormen van onderhoud verricht zoals genoemd in deze handleiding: • Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, zet u de hoofdschakelaar van de machine eerst op “O” om de machine uit te schakelen.
Vervolgens pakt u de stekker beet om deze uit het stopcontact te trekken. Trek niet aan het snoer. • Steek de netstekker direct in een wandstopcontact. Gebruik geen verlengsnoer. • Haal altijd de stekker uit het wandstopcontact bij een stroomstoring. 3 Gebruik de machine nooit als een snoer of stekker beschadigd zijn, als hij niet goed werkt, als u hem hebt laten vallen of als er water op is gemorst. Breng de machine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of een erkend servicecentrum als hij moet worden nagekeken of gerepareerd, of als er elektrische of mechanische aanpassingen nodig zijn. • Wanneer u iets ongebruikelijks opmerkt aan de machine - tijdens gebruik of opslag - zoals geur, verkleuring, hitte, vervorming, gebruik de machine dan niet, of zet de machine onmiddellijk uit op en haal direct de netstekker uit het stopcontact.
2 ——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————4 Houd uw werkvlak altijd vrij: • Gebruik de machine nooit wanneer de luchtopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof. • Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik geen verlengsnoer. Steek de netstekker direct in een wandstopcontact. • Stop nooit voorwerpen in openingen en zorg dat er geen voorwerpen in kunnen vallen. • Gebruik de machine niet op plaatsen waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend. • Gebruik de machine niet in de buurt van een warmtebron, zoals een fornuis of strijkbout. Dan zou de machine, het netsnoer of de stof in brand kunnen vliegen, met brand of een elektrische schok als gevolg.
• Plaats de machine niet op een instabiel oppervlak, zoals een tafel die wankelt of niet recht staat. Dan kan de machine vallen, met letsel als gevolg. 5 Wees vooral voorzichtig tijdens het naaien:• Let altijd goed op de naald. Gebruik geen verbogen of beschadigde naalden. • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naald. • Zet de hoofdschakelaar in de stand “O” om de machine uit te zetten, wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald. • Gebruik geen beschadigde of onjuiste steekplaat. Daardoor zou de naald kunnen breken. • Trek of duw de stof niet tijdens het naaien. Volg de instructies wanneer u stikt uit de vrije hand, zodat u de naald niet buigt. Daardoor zou hij kunnen breken.
6 Deze machine is geen speelgoed: • Let goed op wanneer de machine wordt gebruikt door kinderen en let op als er kinderen in de buurt zijn. • Houd de plastic zak waarin de machine wordt geleverd uit de buurt van kinderen, en zorg dat hij veilig wordt afgevoerd. Laat kinderen nooit met de zak spelen. Er is gevaar dat ze hierin stikken. • Gebruik de machine niet buiten. 7 Voor een langere levensduur: • Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of in een vochtige omgeving. Gebruik of plaats het apparaat niet in de buurt van een verwarming, strijkbout, halogeenlamp of andere warme voorwerpen. • Gebruik voor het schoonmaken van de behuizing alleen neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen, thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen; gebruik deze middelen dus nooit.
3———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————8 Voor reparatie of bijstellingen: • Als de verlichtingsunit (LED) beschadigd is, moet deze door een erkende dealer worden vervangen. • Indien de machine een defect vertoont of moet worden bijgesteld, kijk dan eerst in de probleemoplossing achter in deze bedieningshandleiding of u de reparatie of bijstelling zelf kunt uitvoeren. Kunt u het probleem niet verhelpen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende Brother-dealer. Gebruik de machine alleen zoals bedoeld, volgens de beschrijvingen in deze handleiding. Gebruik uitsluitend accessoires die zijn aanbevolen door de fabrikant, zoals beschreven in deze handleiding. De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Meer productinformatie vindt u op onze website www. brother. comBEWAAR DEZE INSTRUCTIESDeze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik. ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN GROOTBRITTANNIË, IERLAND, MALTA EN CYPRUSBELANGRIJK • Als u de stekkerzekering moet vervangen, gebruikt u een zekering die is goedgekeurd door ASTA voor BS 1362 (met het -teken) met de sterkte die op de stekker is aangegeven. • Plaats de zekeringkap altijd terug. Gebruik nooit zekeringen waarvan de zekeringskap ontbreekt. • Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker van deze apparatuur, schaf dan via de erkende dealer het juiste snoer aan.
VOOR GEBRUIKERS IN LANDEN MET 220-240V WISSELSTROOM EN MEXICOPersonen (of kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis mogen deze machine alleen gebruiken onder toezicht en met aanwijzingen over het gebruik door degene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. U moet erop toezien dat kinderen niet met de machine spelen.
28 Naald controleren. 29 Naald vervangen. 29 Naaien met een tweelingnaald. 31 DE PERSVOET VERVANGEN. 33 De persvoet vervangen. 33 Persvoethouder verwijderen. 34 2. DE BASISPRINCIPES VAN HET NAAIEN. 36NAAIEN. 36 Algemene procedure voor het naaien. 36 Steken selecteren. 37 Steeklengte en steekbreedte instellen. 38 Beginnen met naaien. 39 Draadspanning. 41NUTTIGE NAAITIPS. 42 Proefnaaien. 42 Van naairichting veranderen. 42 Rondingen naaien. 42 Dikke stof naaien. 42 Klittenband bevestigen. 43 Dunne stof naaien. 44 Stretchstof naaien. 44 Cilindervormige stukken naaien. 44.
6UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— 1UW NAAIMACHINE LEREN KENNENACCESSOIRESAccessoires in het pakketControleer na het openen van de doos of onderstaande accessoires aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als een artikel ontbreekt of beschadigd is.Opmerking ● Voetpedaal: Model TDit voetpedaal kunt u gebruiken op de machine met productcode 885-V60/V61/V62/V63/V64/V65. De productcode staat vermeld op de kenplaat van de machine. ● De schroef van de persvoethouder is verkrijgbaar bij uw erkende dealer. (Onderdeelcode: 132730-122)Memo ● Over zigzagvoet “J”;Druk op de zwarte toets links op de voet wanneer dikke naden moeilijk doorgevoerd worden, bijvoorbeeld wanneer u dikke stof begint te naaien. (pagina 43)aZwarte toets 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.1 naald 75/111 naald 90/141 naald 100/16 11.
71———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————Optionele accessoiresOpbergvak voor accessoiresDe accessoires zitten in een opbergvak in de accessoiretafel. Schuif de accessoiretafel naar links om deze te openen. a Accessoiretafel b OpbergvakOpmerking ● Stop de accessoires in een zak en bewaar deze zak in het opbergvak. Als de accessoires niet in een zak zitten, kunnen ze uit het vak vallen en raken dan wellicht zoek of beschadigd. 1. 2. 3. 4. 5. Nr. Onderdeel Onderdeelcode 1 Boventransportvoet F033N 2 Quiltvoet F005N 3 1/4 inch quiltvoet F001N 4 Quiltgeleider F016N 5 Gaatjesponser XZ5051-001 Nr. Onderdeel Onderdeelcode
8UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIEDe illustraties in deze bedieningshandleiding kunnen afwijken van de machine. De belangrijkste onderdelen a Spoelwinder (pagina 14)Hiermee windt u de onderdraad op de betreffende spoel. b Bovenspanningsknop (pagina 41)Hiermee regelt u de spanning van de bovendraad. c Draadgeleider voor spoelopwinden en voorspanningsschijf (pagina 14)Leid de draad onder deze draadgeleider en rond de voorspanningsschijf wanneer u de spoeldraad opwindt. d Draadophaalhendel (pagina 24) e Draadafsnijder (pagina 40)Leid de draden door de draadafsnijder om deze af te snijden. f Afneembare accessoiretafel (pagina 7 en 44) g Bedieningstoetsen (pagina 9)De bedieningstoetsen verschillen naar gelang het model naaimachine.
h Bedieningspaneel (pagina 10)Hiermee kiest u de steek en geeft u de diverse instellingen op. Het ontwerp en de plek van het bedieningspaneel verschillen naargelang het model naaimachine. i Klospen (pagina 10, 14 en 22)Bestemd voor de draadklos. j HandwielHiermee zet u handmatig de naald omhoog en omlaag. k Ventilatie-openingDoor deze opening is ventilatie rond de motor mogelijk. Zorg dat de opening niet is afgedekt tijdens het gebruik van de machine. l Hoofdschakelaar (ook voor naailampje) (pagina 12)Met deze schakelaar zet u de machine en het naaikampje aan of uit. m Netsnoeraansluiting (pagina 12)Steek de stekker van het netsnoer in de netsnoeraansluiting. n Voetpedaal (pagina 13)Met dit pedaal regelt u de naaisnelheid en start en stopt u met naaien. o Voetpedaalaansluiting (pagina 13)Steek de voetpedaalstekker in de aansluiting.
q Persvoethendel (pagina 22)Hiermee zet u de persvoet omhoog en omlaag. r Draadgeleider (pagina 15 en 24)Hiermee windt u de onderdraad op de spoel en vervolgens rijgt u de machine in. s Draadgeleiderdeksel (pagina 16 en 22)Leid de draad onder deze draadgeleider wanneer u de onderdraad opwindt en de machine inrijgt. t HandvatDraag de naaimachine aan het handvat wanneer u deze vervoert.
91———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————Naald- en persvoetgedeelte a Naaldinrijger (voor modellen die zijn uitgerust met de naaldinrijger) (pagina 25) b KnoopsgathendelZet de knoopsgathendel omlaag wanneer u knoopsgaten en trenssteken naait. c PersvoethouderDe persvoet wordt geïnstalleerd op de persvoethouder. d PersvoethouderschroefDe persvoethouderschroef houdt de persvoethouder op zijn plaats. e PersvoetDe persvoet drukt gelijkmatig op de stof tijdens het naaien. Bevestig de persvoet die het geschiktst is voor de geselecteerde steek. f Ontgrendeling steekplaatdekselDeze gebruikt u wanneer u de steekplaat verwijdert. g SteekplaatdekselVerwijder het steekplaatdeksel om de grijper te reinigen. h TransporteurDe transporteur voert de stof in de naairichting.
i Snel verwisselbare spoel (voor modellen die zijn uitgerust met een snel verwisselbare spoel)U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad naar boven te halen. j SpoelhuisdekselOpen het spoelhuisdeksel om de spoel te plaatsen. k SteekplaatDe steekplaat is gemarkeerd om rechte naden te kunnen naaien. l Draadgeleider aan naaldstangLeid de bovendraad door de draadgeleider aan de naaldstang. m PersvoethendelMet de persvoethendel zet u de persvoet omhoog of omlaag. n NaaldklemschroefMet de naaldklemschroef houdt u de naald op zijn plaats. BedieningstoetsenMet de bedieningstoetsen kunt u allerlei standaard naaiwerkzaamheden gemakkelijk uitvoeren. De bedieningstoetsen verschillen naar gelang het model naaimachine. a Achteruit/verstevigingssteektoets Door op de achteruit/verstevigingssteektoets te drukken naait u achteruit. U kunt achteruit naaien door de toets ingedrukt te houden.
Meer bijzonderheden vindt u in “Verstevigingssteken naaien” (pagina 40). ■ Toetsen op sommige modellen bStart/stoptoets (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets)Door op de start/stoptoets te drukken begint of stopt u met naaien. Zolang u de knop ingedrukt houdt, naait de machine op lage snelheid. Wanneer u stopt met naaien, staat de naald omlaag in de stof. Meer bijzonderheden vindt u in “Beginnen met naaien” (pagina 39). cNaaldstandtoets (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldstandtoets)U kunt de naald omhoog of omlaag zetten door op de naaldstandtoets te drukken. Zet de naald omhoog voordat u deze inrijgt. Deze knop gebruikt u om de naairichting te wijzigen of om gedetailleerd te naaien op kleine gebieden. Wanneer u tweemaal op de toets drukt, naait u één steek.
10UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————BedieningspaneelMet het bedieningspaneel op de voorkant van de naaimachine selecteert u een steek en geeft u op hoe de steek wordt genaaid. a LCD-displayHet nummer van de geselecteerde steek (1), het soort persvoet dat u kunt gebruiken (2), de steeklengte (mm) (3 4) en de steekbreedte (mm) ( ) worden hier weergegeven.Waar (2) het soort persvoet wordt aangegeven, hangt af van het model.Hierboven ziet u als voorbeeld het LCD-scherm van modellen waar het soort persvoet wordt aangegeven boven het nummer van de geselecteerde steek. b SteekselectietoetsenDruk op de steekselectietoetsen en selecteer het nummer van de steek die u wilt gebruiken. Meer bijzonderheden vindt u in “Steken selecteren” (pagina 37). c SteeklengtetoetsMet deze toets past u de steeklengte aan.
(Druk op de “–” om de steek korter te maken; druk op de “+” om de steek langer te maken.) d SteekbreedtetoetsMet deze toets past u de steekbreedte aan. (Druk op de “–” om de steek smaller te maken; druk op de “+” om de steek breder te maken.)KlospenDruk zoals aangegeven met uw vinger de klospenhendel omlaag om de klospen omhoog te zetten. ■ De kloskap opbergenU kunt de bijgesloten kloskap (groot, middelgroot, klein) opbergen door deze te bevestigen aan de klospen, zoals aangegeven in de illustratie. Bevestig de kloskap met de ronde kant naar de klospen gericht. ● Pak niet de staaf beet om de klospen omhoog te zetten. Dan kan de klospen verbuigen of breken.VOORZICHTIG
111——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— ■ De klospen opbergenZet de klospen terug in de opbergstand, wanneer u het deksel op de machine plaatst voordat u deze opbergt, of wanneer u de klospen niet gebruikt. Neem de klos van de klospen, vouw de klospen op, zoals aangegeven in de illustratie, totdat deze stevig op zijn plaats klikt. ■ De klospen installerenaAls de klospen niet in de machine zit, plaatst u het lipje op de klospen in het gat op de achterkant van de machine, zoals aangegeven. a Gat b LipjebDuw de klospen omlaag tot deze op zijn plaats klikt.
12UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————WERKEN MET UW NAAIMACHINEVoorzorgsmaatregelen voor de stroomNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht in verband met de stroom. StroomvoorzieningaSteek de stekker in een wandstopcontact. a Hoofdschakelaar b NetsnoeraansluitingbZet de hoofdschakelaar op “I”. Het naailampje gaat branden wanneer u de machine inschakelt. cU zet de machine uit door de hoofdschakelaar op “{{{{{” te zetten. Het naailampje gaat uit wanneer u de machine uitschakelt. Opmerking●Wanneer tijdens het gebruik van de machine de stroom uitvalt, zet u de naaimachine uit en haalt u de stekker uit het stopcontact. Volg onderstaande procedure om de machine weer op de juiste manier op te starten. ● Gebruik uitsluitend normale huishoudstroom voor deze machine.
Door een andere stroomvoorziening te gebruiken kunt u brand, een elektrische schok of schade aan de machine veroorzaken. ● Steek de stekkers van het netsnoer stevig in het wandstopcontact en de netaansluiting op de machine. ● Steek de netstekker niet in een stopcontact dat in slechte staat is. ● Zet in de volgende gevallen de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact: • Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat • Wanneer u klaar bent met werken • Wanneer de stroom uitvalt tijdens het gebruik • Wanneer de machine niet goed functioneert vanwege een slechte aansluiting of loskoppeling • Tijdens onweer ● Gebruik uitsluitend het netsnoer dat wordt geleverd bij deze machine. ● Gebruik geen verlengsnoeren of meerwegadapters waarop een groot aantal andere apparaten is aangesloten. Dit kan leiden tot brand of elektrische schok. ● Raak de stekker niet met natte handen aan.
●Zet altijd eerst de hoofdschakelaar uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Pak altijd de stekker vast om deze uit het stopcontact te halen. Wanneer u aan het snoer trekt, kan dit beschadigd raken, met brand of een elektrische schok als gevolg. ● Let op dat u het netsnoer niet doorsnijdt, beschadigt, sterk buigt, trekt, draait of bundelt. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Bescherm het snoer tegen hitte. Hierdoor zou het snoer beschadigd kunnen raken en brand of een elektrische schok veroorzaken. Als het snoer of de stekker beschadigd is, mag u de machine niet meer gebruiken; breng de machine eerst naar de erkende dealer. ●Haal de stekker uit het netstopcontact, wanneer u de machine langere tijd niet gebruikt. Anders kan er mogelijk brand ontstaan. WAARSCHUWINGVOORZICHTIG1 2.
131———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————VoetpedaalSteek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting aan de achterkant van de naaimachine. a VoetpedaalaansluitingWanneer u het voetpedaal licht intrapt, naait de machine op lage snelheid. Wanneer u het voetpedaal dieper intrapt, naait de machine sneller. Wanneer u uw voet van het voetpedaal neemt, stopt de machine. Plaats niets op het voetpedaal wanneer het apparaat niet in gebruik is. Opmerking ● Wanneer het voetpedaal is aangesloten, kunt u het naaien niet starten of stoppen met de start/stoptoets (alleen voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets).
Schuifknop voor snelheidsregeling (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets)aSelecteer de gewenste naaisnelheid door de schuifknop voor snelheid naar links of naar rechts te schuiven. Wanneer u de knop naar links schuift, wordt de naaisnelheid lager; wanneer u de knop naar rechts schuift, wordt de snelheid hoger. a Schuifknop voor snelheidsregeling • De snelheid die u instelt met de knop voor snelheidsregeling, is de maximum naaisnelheid voor het voetpedaal. Naaldstopstand wijzigenNormaliter is de naaimachine zo ingesteld dat de naald in de stof blijft wanneer u stopt met naaien. U kunt de machine ook zo instellen dat de naald omhoog staat wanneer u stopt met naaien. aZet de naaimachine uit. b Houd de “–” van (steekselectietoets) aan de linkerkant ingedrukt en zet de naaimachine aan. Nadat u de machine hebt aangezet, laat u de “–” van (steekselectietoets) los.
14UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————DE MACHINE INRIJGENSpoel opwindenIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u de draad op de spoel windt. • Voor meer bijzonderheden over de spoel snel opwinden, zie pagina 17.aDruk zoals aangegeven met uw vinger de klospenhendel omlaag.De klospen zwaait omhoog.bVerwijder de kloskap. a Klospen b Kloskap ● Gebruik alleen spoelen (onderdeelcode: SFB) die voor deze naaimachine zijn bedoeld. Door het gebruik van andere spoelen kunt u de machine beschadigen. ● De spoel die bij deze machine wordt geleverd, is speciaal door ons ontworpen. Wanneer u een spoel van een ander model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de spoel die wordt geleverd bij deze machine of een spoel van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB).
151———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————cPlaats het klosje garen voor de spoel op de klospen.Schuif de klos op de pen, zodat de klos horizontaal zit, en de draad van onderen naar de voorkant afwikkelt.dSchuif de kloskap op de klospen.Met de iets afgeronde kant van de kloskap naar links schuift u de kloskap zo ver mogelijk naar rechts op de klospen, zodat de klos naar het rechter uiteinde van de klospen wordt verplaatst.Memo ● Wanneer u draait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap. Laat een beetje ruimte tussen de kap en de klos. a Kloskap (klein) b Klos (kruiswikkeldraad) c RuimteeHoud de klos vast met uw rechterhand en leid de draad onder de draadgeleider.
a DraadgeleiderfLeid de draad van achteren naar voren onder het draadgeleiderdeksel.Houd de draad vast met uw rechterhand, zodat de draad die u uittrekt niet slap hangt. Leid de draad vervolgens met uw linkerhand onder het draadgeleiderdeksel. a Draadgeleiderdeksel ● Als u de klos of de kloskap niet goed plaatst, kan de draad verward raken rond de klospen. Of de machine kan beschadigd raken. ● Er zijn drie formaten kloskap. Zo kunt u een kloskap kiezen die het best past bij het formaat klos dat u gebruikt. Als de kloskap te klein is voor de klos die u gebruikt, kan de draad vastraken in de gleuf van de klos. Of de machine kan beschadigd raken.VOORZICHTIGacb
16UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————gTrek de draad naar rechts. Leid deze onder de haak van de draadgeleider voor spoelopwinden. Wind de draad vervolgens tegen de klok in tussen de schrijven. Trek de draad daarbij zoveel mogelijk in. a Draadgeleider voor spoelopwindenLet op dat de draad onder de voorspanningsschijf door gaat. b Haak c Voorspanningsschrijf d Trek de draad zover mogelijk in. Opmerking ● Trek de draad zo ver mogelijk in de voorspanningsschijf. Anders wordt de spoel misschien niet netjes opgewonden. hPlaats de spoel op de spoelwinderas en schuif de spoelwinderas naar rechts. Draai de spoel handmatig met de klok mee totdat de veer op de as in de inkeping van de spoel schuift. • Trek 7 tot 10 cm (2-3/4 tot 3-15/16 inch) draad vanuit het gat in de spoel.
a Veer op de as b Inkeping c 7-10 cm (2-3/4 – 3-15/16 inch)iZet de naaimachine aan. jTerwijl u het uiteinde van de draad vasthoudt, drukt u zacht op het voetpedaal of op (start/stoptoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets) om de draad enkele malen rond de spoel te winden. Stop vervolgens de machine. Opmerking ● Wilt u de naaimachine bedienen met het voetpedaal, sluit dan het voetpedaal aan voordat u de machine aanzet. ● Wanneer het voetpedaal is aangesloten, kunt u het naaien niet starten of stoppen met de start/stoptoets (alleen voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets). kKnip de overtollige draad boven de spoel af. ● Trek de draad strak en houd het uiteinde van de draad recht omhoog. Als de draad te kort is, niet strak is getrokken, of scheef wordt vastgehouden, kunt u letsel oplopen wanneer de draad rond de spoel wordt gewonden.
171———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————lSchuif de knop voor snelheidsregeling naar rechts (hoge naaisnelheid). (Voor modellen die zijn uitgerust met een schuifknop voor snelheidsregeling. ) a Schuifknop voor snelheidsregelingm Druk op het voetpedaal of druk op (start/stoptoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets) om te starten. nWanneer de spoel vol lijkt en langzaam begint te draaien, neemt u uw voet van het voetpedaal of drukt u op (start/stoptoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets). oKnip de draad af, schuif de spoelwinderas naar links en neem de spoel uit. pSchuif de schuifknop voor snelheidsregeling weer in zijn oorspronkelijke stand (voor modellen die zijn uitgerust met een schuifknop voor snelheidsregeling).
Memo ● Wanneer u de naaimachine start of het handwiel draait nadat de draad rond de spoel is gewonden, geeft de machine een klikkend geluid. Dit duidt niet op een storing. ● De naaldstang beweegt niet wanneer u de spoelwinderas naar rechts schuift. ■ Voor modellen die zijn uitgerust met de functie snel spoel windenaPlaats de spoel op de spoelwinderas, zodat de veer op de as in de inkeping op de spoel past. a Inkeping b Asveer spoelwinderbSchuif de spoelwinderas naar rechts. cVolg stap a t/m g van de procedure in “Spoel opwinden” om de draad rond de voorspanningsschijf te leiden (pagina 14). dIn uw linkerhand houdt u de draad die rond de spanningsschijf is gewonden. Ondertussen windt u met uw rechterhand het vrije uiteinde van de draad vijf of zes maal met de klok mee rond de spoel. ● Wanneer u de spoel niet goed opwindt, kan de draadspanning te laag worden en kan de naald breken.
18UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————eTrek de draad naar rechts en leid deze door de gleuf in de spoelwinderbasis. a Gleuf in de spoelwinderbasis (met ingebouwd snijmechanisme)De draad wordt afgesneden op een geschikte lengte. fSchuif de schuifknop voor snelheidsregeling naar rechts (voor een hoge snelheid) (voor modellen die zijn uitgerust met een schuifknop voor snelheidsregeling). a Schuifknop voor snelheidsregelinggZet de naaimachine aan. h Druk op het voetpedaal of druk op (start/stoptoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets) om te starten. Opmerking ● Wilt u de naaimachine bedienen met het voetpedaal, sluit dan het voetpedaal aan voordat u de machine aanzet.
● Wanneer het voetpedaal is aangesloten, kunt u het naaien niet starten of stoppen met de start/stoptoets (alleen voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets). iWanneer de spoel langzaam begint te draaien, neemt u uw voet van het voetpedaal of drukt u op (start/stoptoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een start/stoptoets). jKnip de draad af, schuif de spoelwinderas naar links en neem de spoel van de as. kSchuif de schuifknop voor snelheidsregeling weer in zijn oorspronkelijke stand (voor modellen die zijn uitgerust met een schuifknop voor snelheidsregeling). Memo ● Wanneer u de naaimachine start of het handwiel draait nadat de draad rond de spoel is gewonden, geeft de machine een klikkend geluid. Dit duidt niet op een storing. ● De naaldstang beweegt niet wanneer u de spoelwinderas naar rechts schuift. ● Snijd de draad af volgens de beschrijving.
191———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————Onderdraad inrijgenInstalleer de spoel met opgewonden draad. • Meer bijzonderheden over de snel verwisselbare spoel vindt u op pagina 20.Memo ● De richting voor het invoeren van de spoeldraad wordt aangegeven door de markeringen op het steekplaatdeksel. Rijg de draad in zoals aangegeven.aZet de naald in zijn hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) of druk op (naaldstandtoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldstandtoets) en zet de persvoethendel omhoog.bZet de naaimachine uit.cSchuif de toets en open het deksel. a Deksel b SchuiftoetsdBreng de spoel zo in, dat de draad eruit komt in de richting van de pijl. ● Wanneer u de spoel niet goed opwindt, kan de draadspanning te laag worden en kan de naald breken.
Hierdoor kunt u letsel oplopen. a Gelijkmatig gewonden b Slecht gewonden ● De spoel is speciaal voor deze naaimachine ontworpen. Als u spoelen van een ander model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB). ● Zet de hoofdschakelaar uit wanneer u de machine inrijgt. Wanneer u per ongeluk op het voetpedaal trapt en de machine start, kunt u letsel oplopen.VOORZICHTIG12Ware grootte Dit model Andere modellen11,5 mm(7/16 inch)VOORZICHTIG ● Plaats de spoel zo, dat de draad in de juiste richting afwindt. Als de draad in de verkeerde richting afwindt, kan dit de draadspanning verstoren of kan de naald breken.1 2VOORZICHTIG
20UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————eHoud het uiteinde van de draad vast, duw de spoel omlaag met uw vinger en leid de draad door de gleuf, zoals aangegeven. • Als de draad niet goed in de spanningsveer van het spoelhuis is geplaatst, is de draadspanning mogelijk niet goed (pagina 41). a SpanningsveerfPlaats het spoelhuisdeksel terug. Plaats het linkerlipje op de juiste plaats (zie pijl a) en druk vervolgens zacht op de rechterkant (zie pijl b), totdat het deksel op zijn plaats klikt. • Plaats het deksel zo terug dat het uiteinde van de draad naast de linkerkant van het deksel naar buiten komt (zoals aangegeven door de lijn in het diagram).
■ Voor modellen die zijn uitgerust met een snel verwisselbare spoelMemo ● De richting voor het invoeren van de spoeldraad wordt aangegeven door de markeringen op het steekplaatdeksel. Rijg de draad in zoals aangegeven.aZet de naald in zijn hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) of druk op (naaldstandtoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldstandtoets) en zet de persvoethendel omhoog.bZet de naaimachine uit.cSchuif de toets en open het deksel. a Deksel b SchuiftoetsdPlaats met uw rechterhand de spoel zodat het eind van de draad links zit. Vervolgens trekt u met uw linkerhand de draad strak rond het lipje, zoals aangegeven en trekt u licht aan de draad om deze door de gleuf te leiden. a Lipje1 ● Plaats de spoel zo, dat de draad in de juiste richting afwindt.
211———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————eTerwijl u de spoel met uw rechterhand enigszins omlaag drukt, leidt u de draad door gleuf (a b en ). Trek vervolgens de draad naar u toe om deze af te snijden met de draadafsnijder (c). • Controleer dan of de spoel gemakkelijk tegen de klok in draait. a Gleuf b Draadafsnijder (Snijd de draad af met de draadafsnijder.)Opmerking ● Als de draad niet goed in de spanningsveer van het spoelhuis is geplaatst, is de draadspanning mogelijk niet goed (pagina 41). a SpanningsveerfPlaats het spoelhuisdeksel terug. Plaats het linkerlipje op de juiste plaats (zie pijl a) en druk vervolgens zacht op de rechterkant (zie pijl b), totdat het deksel op zijn plaats klikt.Memo ● U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad omhoog te trekken.
22UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————Bovendraad inrijgenPlaats de bovendraad en rijg de naald in. • Meer bijzonderheden over de naaldinrijger vindt u in pagina 25. a Klospen b Markering op het handwielaZet de naaimachine aan.bZet de persvoet omhoog met de persvoethendel. a PersvoethendelcZet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) zodat de markering op het wiel omhoog staat, of druk eenmaal of tweemaal op (naaldstandtoets) (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten. • Als de naald niet goed omhoog staat, kunt u de naaimachine niet goed inrijgen. Draai het handwiel zo, dat de markering op het wiel omhoog staat, voordat u de machine inrijgt. ● Volg bij het inrijgen van de bovendraad zorgvuldig de instructies.
Als de bovendraad niet goed is ingeregen, raakt deze draad mogelijk verward. Ook kan de naald verbuigen of breken. ● Gebruik nooit een naald van dikte 20 of minder. ● Gebruik de juist combinatie van naald en draad. Meer informatie over de juiste combinatie van naalden en draden vindt u in “Soorten naalden en toepassingen” (pagina 28).VOORZICHTIG ● Als de persvoet niet omhoog staat, kunt u de naaimachine niet goed inrijgen.VOORZICHTIG a bMarkering Naaldstandtoetsof
231———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————dDruk zoals aangegeven met uw vinger de klospenhendel omlaag.De klospen zwaait omhoog.eVerwijder de kloskap. a Klospen b KloskapfPlaats het klosje garen voor de bovendraad volledig op de klospen.Schuif de klos op de pen, zodat de klos horizontaal zit, en de draad van onderen naar de voorkant afwikkelt.gSchuif de kloskap op de klospen.Met de iets afgeronde kant van de kloskap naar links schuift u de kloskap zo ver mogelijk naar rechts op de klospen, zodat de klos naar het rechter uiteinde van de klospen wordt verplaatst. ● Pak niet de staaf beet om de klospen omhoog te zetten. Dan kan de klospen verbuigen of breken. ● Zet de klospen omhoog voor gebruik.
24UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————Memo ● Wanneer u draait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap. Laat een beetje ruimte tussen de kap en de klos. a Kloskap (klein) b Klos (kruiswikkeldraad) c RuimtehHoud de klos vast met uw rechterhand en leid de draad onder de draadgeleider. a DraadgeleideriLeid de draad van achteren naar voren onder het draadgeleiderdeksel.Houd met uw rechterhand de draad vast zodat de draad die u uittrekt strak staat. Leid de draad vervolgens met uw linkerhand onder het draadgeleiderdeksel. a DraadgeleiderdekseljVoer de bovendraad door volgens de aanwijzingen in onderstaande illustratie.kLet op dat u de draad van rechts naar links door de draadophaalhendel haalt, zoals aangegeven in onderstaande illustratie.
a DraadophaalhendelMemo ● Als de naald niet omhoog staat, kunt u de draadophaalhendel niet inrijgen. Druk op de naaldstandtoets om de naald omhoog te zetten voordat u de draadophaalhendel inrijgt.acb
251———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————lLeid de draad achter de draadgeleider aan de naaldstang boven de naald. Houd hiertoe de draad in uw linkerhand en voer de draad door met uw rechterhand. a Draadgeleider aan naaldstangmZet de naaimachine uit. nRijg de naald van voren naar achteren in en trek ongeveer 5 cm (2 inch) draad uit. a 5 cm (2 inch)Opmerking ● Als de draadophaalhendel omlaag staat, kunt u de bovendraad niet om de draadophaalhendel wikkelen. Zet de persvoethendel en de draadophaalhendel omhoog voordat u de bovendraad invoert. ● Als u de draad niet goed invoert, kan dit leiden tot problemen bij het naaien.
■ Werken met de naaldinrijger (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldinrijger)aVolg stap a t/m m van de procedure in “Bovendraad inrijgen” om de machine in te rijgen naar de draadgeleider aan de naaldstang. bZet de persvoethendel omlaag. cTerwijl u de naaldinrijghendel omlaag zet, haakt u de draad op de geleider. a Naaldhouder b Naaldinrijghendel c Geleider ● Schakel de machine uit wanneer u de machine inrijgt zonder de naaldinrijger (voor modellen die zijn toegerust met de naaldinrijger). Wanneer u per ongeluk op het voetpedaal trapt en de machine start, kunt u letsel oplopen. VOORZICHTIG ● U kunt de naaldinrijger gebruiken met naalden voor huishoudnaaimachines 75/11 t/m 100/16. U kunt de naaldinrijger niet gebruiken met de naald voor huishoudnaaimachines 65/9.
Wanneer u een speciale draad gebruikt zoals de doorzichtige nylon draad of metallic draad, kunt u de naaldinrijger niet gebruiken. ● Draad met een dikte van 130/120 of dikker kunt u niet gebruiken met de naaldinrijger.
26UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————dZet de naaldinrijghendel geheel omlaag.Het eind van de naaldinrijger roteert naar u toe en de haak gaat door het oog van de naald.eLeid de draad in de haak zoals hieronder aangegeven. a Haak b DraadfHoud de draad losjes vast terwijl u de naaldinrijghendel loslaat. De haak trekt de draad door de naald.gTrek de lus draad die u door het oog van de naald hebt getrokken, naar de achterkant van de machine. a Lus draadhZet de persvoethendel omhoog. a PersvoethendeliLeid het uiteinde van de draad door de persvoet en trek dan ongeveer 5 cm (2 inch) draad naar de achterkant van de machine. a 5 cm (2 inch)Opmerking ● Als u de draad niet goed invoert, kan dit leiden tot problemen bij het naaien. ● Trek niet te hard aan de draad, want dan kan de naald verbuigen.
271———————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————Onderdraad omhooghalenaHoud het uiteinde van de bovendraad losjes vast. a BovendraadbTerwijl u het uiteinde van de bovendraad vasthoudt, zet u de naald omhoog. Dit doet u door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) zodat de markering op het wiel omhoog staat, of door eenmaal of tweemaal op (naaldstandtoets) te drukken (voor modellen die zijn uitgerust met een naaldstandtoets).cTrek aan de bovendraad om de onderdraad omhoog te halen. a Bovendraad b OnderdraaddTrek ongeveer 10 cm (4 inch) van beide draden uit en trek deze naar de achterkant van de machine onder de persvoet. a Bovendraad b Onderdraad ■ Voor modellen die zijn uitgerust met een snel verwisselbare spoelU kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad omhoog te trekken.
Wanneer u plooien of pijlen naait, kunt u de onderdraad met de hand omhoogtrekken, zodat er een stuk draad overblijft. Alvorens de onderdraad omhoog te trekken, plaatst u de spoel terug. aLeid de draad door de gleuf in de richting van de pijl en laat de draad daar zonder deze af te knippen. • Het spoelhuisdeksel is nog niet teruggeplaatst.bTrek de onderdraad omhoog volgens de aanwijzingen in stap 1 4 t/m .cPlaats het spoelhuisdeksel terug. a bMarkering Naaldstandtoetsof
28UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN —————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————NAALD VERVANGENIn dit gedeelte wordt informatie gegeven over naaimachinenaalden. Voorzorgsmaatregelen met naaldenNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het omgaan met naalden. Het is uiterst gevaarlijk om deze voorzorgsmaatregelen niet in acht te nemen. Lees en volg onderstaande aanwijzingen zorgvuldig. Soorten naalden en toepassingenWelke naaimachinenaald u moet gebruiken, hangt af van de stof en de dikte van de draad. Raadpleeg de volgende tabel om de geschikte draad en naald uit te zoeken voor de stof die u wilt naaien. Opmerking ● Gebruik nooit een naald van dikte 20 of minder. Dit kan storingen veroorzaken. Memo ● Hoe lager het draadnummer, des te dikker de draad; hoe hoger het naaldnummer, des te dikker de naald.
● Een naald 75/11 is bij aanschaf van de machine reeds geïnstalleerd. ● Gebruik uitsluitend naalden voor huishoudnaaimachines. Wanneer u een andere naald gebruikt, kan de naald breken of de machine beschadigd raken. ● Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden kunnen gemakkelijk breken, wat letsel tot gevolg kan hebben.
291——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————— ■ BallpointnaaldGebruik de ballpointnaald wanneer u stretchstoffen naait, of stoffen waar gemakkelijk steken worden overgeslagen. Met de ballpointnaald krijgt u de beste resultaten wanneer u patronen naait met monogramvoet “N”. De fabriek raadt naald “HG-4BR” (Organ) aan. Ook kunt u Schmetz-naalden “JERSEY BALL POINT” 130/705H SUK 90/14 gebruiken als vervanging. ■ Doorzichtige nylondraadGebruik een naald 90/14 tot 100/16 ongeacht de stof of draad. Naald controlerenHet is uiterst gevaarlijk om te naaien met een verbogen naald, omdat de naald dan kan breken terwijl u aan het werk bent. Plaats een naald vóór gebruik op een vlakke ondergrond en controleer of de afstand tussen de naald en de ondergrond overal gelijk is.
a Vlakke kant b Markering naaldtype ■ Juiste naald a Vlakke ondergrond ■ Onjuiste naaldIs de afstand tussen de naald en de vlakke ondergrond niet gelijk, dan is de naald verbogen. Gebruik geen verbogen naald. a Vlakke ondergrondNaald vervangenVervang de naald volgens onderstaande beschrijving. Gebruik een schijfvormige schroevendraaier en een naald die u hebt gecontroleerd volgens de instructies in “Naald controleren” om te zien of de naald recht is. aZet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in), zodat de markering op het wiel omhoog staat. (Bij modellen die zijn uitgerust met een (naaldstandtoets) zet u de naald omhoog door een- of tweemaal op te drukken. ) bZet de naaimachine uit. ● In de tabel op de vorige pagina vindt u de juiste combinaties van stof, draad en naald.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Brother FS100 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Brother
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine