Brother Comfort 15 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Brother Comfort 15 (63 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Brother Comfort 15 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Brother |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Comfort 15 |
Handleiding Brother Comfort 15 – volledige tekst
1BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNeem bij het gebruik van deze machine altijd de volgende elementaire voorzorgsmaatregelen in acht:Lees alle instructies voor gebruik. GEVAAR - Verklein de kans op een elektrische schok: 1. Laat de machine nooit onbeheerd aangesloten op het stroomnet. Haal altijd de stekker uit het stopcontact na gebruik en voordat u de machine gaat schoonmaken. 2. Haal altijd de netstekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door eenzelfde soort lampje van 15 Watt. WAARSCHUWING - Verklein het risico op brandwonden, brand, een elektrische schok of persoonlijk letsel: 1. De machine mag nooit als speelgoed worden gebruikt. Blijf in de buurt wanneer de machine wordt gebruikt door kinderen en let op als er kinderen in de buurt zijn. 2. Gebruik de machine alleen zoals bedoeld, volgens de beschrijvingen in deze handleiding.
Gebruik uitsluitend accessoires die zijn aanbevolen door de fabrikant, zoals beschreven in deze handleiding. 3. Gebruik de machine nooit wanneer het snoer of de stekker beschadigd is, wanneer de machine niet goed werkt, wanneer u de machine hebt laten vallen, wanneer de machine beschadigd is of in het water gevallen. Breng de machine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of een erkend servicecentrum als hij moet worden nagekeken of gerepareerd, of als er elektrische of mechanische aanpassingen nodig zijn. 4. Gebruik de machine nooit wanneer de luchtopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatie-openingen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof. 5. Stop geen voorwerpen in openingen en voorkom dat er voorwerpen in kunnen vallen. 6. Gebruik de machine niet buiten. 7.
Gebruik de machine niet wanneer u spuitbussen hebt gebruikt of op plaatsen waar zuurstof wordt toegediend. 8. Wilt u de machine loskoppelen, draai dan de hoofdschakelaar op “{”, dit betekent ‘uit’, en haal de stekker uit het stopcontact. 9. Trek hierbij niet aan het snoer.
Pak de stekker vast, niet het snoer. 10. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naald. 11. Gebruik altijd de juiste naaldplaat. Met een verkeerde plaat kan de naald breken. 12. Gebruik geen verbogen naalden. 13. Duw of trek de stof niet tijdens het naaien. Hierdoor kan de naald verbuigen en breken. 14. Zet de machine op “{” wanneer u iets doet in de buurt van de naald, zoals de naald inrijgen, de naald verwisselen, de spoel inrijgen of de persvoet verwisselen en dergelijke. 15. Haal de stekker altijd uit het stopcontact wanneer u kleppen verwijdert, de machine smeert of andere vormen van onderhoud uit de bedieningshandleiding uitvoert. 16. Deze naaimachine is niet bedoeld om zonder toezicht te worden gebruikt door kinderen of minder bekwame personen. 17. Let op dat jonge kinderen niet met deze machine spelen.
2INSTRUCTIES VOOR HET UITPAKKENBewaar het karton en de verpakkingsmaterialen. Wellicht moet u de machine ooit vervoeren of moet opsturen voor reparatie. Als u de machine niet goed verpakt, of niet het juiste verpakkingsmaterial gebruikt, kan de machine beschadigd raken. Volg onderstaand diagram om de machine uit te pakken.●Dit verpakkingsmateriaal is ontworpen om beschadiging te voorkomen. Bewaar dit verpakkingsmateriaal voor als u de machine moet vervoeren of moet opsturen voor reparatie.BELANGRIJK
3LEES DEZE INSTRUCTIES ALVORENS DE MACHINE TE GEBRUIKEN.Hoe u de machine veilig gebruikt 1. Let terwijl u naait goed op de naald. Raak het handwiel, de draadophaalhendel, de naald of andere bewegende delen niet aan. 2. Zet altijd de hoofdschakelaar uit en neem de stekker uit het stopcontact: • wanneer u klaar bent met de machine; • wanneer u de naald of een ander onderdeel plaatst of verwijdert; • wanneer er een stroomstoring optreedt terwijl u de machine gebruikt; • als u de machine controleert of reinigt. 3. Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.Hoe u de levensduur van uw machine verlengt 1. Bewaar deze machine niet in direct zonlicht of in een vochtige omgeving. Gebruik of plaats het apparaat niet in de buurt van een verwarming, strijkbout, halogeenlamp of andere warme voorwerpen. 2. Gebruik voor het schoonmaken van de behuizing alleen neutrale zeep of reinigingsmiddelen.
Benzeen, thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen; gebruik deze middelen dus nooit. 3. Laat de machine niet vallen, sla niet op de machine. 4. Raadpleeg altijd de handleiding alvorens de persvoet, de naald of andere onderdelen te vervangen.De machine repareren of aanpassenAls de machine kapotgaat of u er aanpassingen op moet uitvoeren, volgt u eerst de tabel Problemen oplossen in de Bijlage van deze handleiding. Aan de hand hiervan kunt u de machine controleren en aanpassen. Kunt u het probleem niet verhelpen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende dealer.
5INHOUDSOPGAVE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. 1INSTRUCTIES VOOR HET UITPAKKEN. 2INHOUDSOPGAVE. 5 1. UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN. 7DE BELANGRIJKSTE ONDERDELEN. 8TOEBEHOREN. 9 Los verkrijgbare onderdelen. 9WERKEN MET UW NAAIMACHINE. 10 Aansluitingen. 10 Aan/uit-schakelaar. 11 Voetpedaal. 11 De naald controleren. 11 De naald vervangen. 12 De persvoet verwisselen. 13 Platbodemstuk. 14DE REGELKNOPPEN. 15 Patroonkeuzeknop. 15 Patronen en steken. 16 Achteruitnaaihendel. 17 Werken met de vrije arm. 17DE MACHINE INRIJGEN. 18 De spoel opwinden. 18 De onderdraad inrijgen. 20 De onderdraad inrijgen (voor onderdraad inrijgen in één stap). 21 De bovendraad inrijgen. 23 Werken met de naaldinrijger (modellen die zijn uitgerust met een naaldinrijger). 24 De onderdraad omhooghalen. 26 Naaien met een tweelingnaald. 27 Draadspanning. 28COMBINATIES VAN STOF, DRAAD EN NAALD. 29 2.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————8DE BELANGRIJKSTE ONDERDELEN 1 Spoelwinder (Pagina 18)Hiermee windt u de onderdraad op de betreffende spoel. 2 Klospen (Pagina 18, 23) 3 Gat voor verticale klospen (Pagina 27)Bestemd voor een tweede draadklos, als u wilt naaien met twee naalden. 4 Bovenspanningsknop (Pagina 28)Hiermee regelt u de spanning van de bovendraad. 5Naaldinrijger (Pagina 24)Deze is alleen verkrijgbaar op bepaalde modellen. 6 Platbodemstuk bij accessoireruimte (Pagina 14, 17) 7 Zigzagpersvoet (Pagina 8, 13) 8 Patroonkeuzeknop (Pagina 15)U kunt deze knop in beide richtingen draaien om de gewenste steek te kiezen. 9 Achteruitnaaihendel (Pagina 17)Door deze hendel in te drukken naait u achteruit. 0 Schroef voor fijnafstelling knoopsgat (Pagina 34, 41) A Handwiel B Aan/uitschakelaar (Pagina 11)Met deze schakelaar zet u de machine aan of uit.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————10WERKEN MET UW NAAIMACHINEAansluitingen1Sluit het netsnoer op de machine aan. 2Steek het netsnoer in een wandstopcontact. Opmerking ● Wanneer u de machine onbeheerd laat, schakelt u de hoofdschakelaar uit of haalt u de stekker uit het stopcontact. ● Voordat u onderhoud verricht aan de machine, kleppen verwijdert of lampjes vervangt, haalt u de stekker uit het stopcontact. ● Gebruik uitsluitend normale huishoudstroom voor dit apparaat. Door een andere stroomvoorziening te gebruiken kunt u brand, een elektrische schok of schade aan de machine veroorzaken.
● Zet in de volgende gevallen de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact: • Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat • Wanneer u klaar bent met werken • Wanneer de stroom uitvalt tijdens het gebruik • Wanneer het apparaat niet goed functioneert vanwege een slechte aansluiting of loskoppeling • Tijdens onweer ● Gebruik geen verlengsnoeren of meerwegadapters waarop een groot aantal andere apparaten is aangesloten. Dit kan leiden tot brand of elektrische schok. ● Raak de stekker niet met natte handen aan. U kunt dan een elektrische schok krijgen. ● Zet altijd eerst de hoofdschakelaar uit, voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Pak altijd de stekker vast om deze uit het stopcontact te halen. Wanneer u aan het snoer trekt kan dit beschadigd raken, met brand of een elektrische schok als gevolg.
● Let op dat u het netsnoer niet doorsnijdt, beschadigt, sterk buigt, trekt, draait of bundelt. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Bescherm het snoer tegen hitte. Hierdoor zou het snoer beschadigd kunnen raken en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken. Als het snoer of de stekker beschadigd is, mag u de machine niet meer gebruiken; breng de machine eerst naar de erkende dealer.
111Aan/uit-schakelaarMet deze schakelaar zet u de machine en het naailampje aan of uit. 1 Aan (naar de markering ‘I’) 2 Uit (naar de markering ‘O’)VoetpedaalWanneer u het voetpedaal licht intrapt, naait de machine op lage snelheid. Wanneer u het voetpedaal dieper intrapt, naait de machine sneller. Wanneer u uw voet van het voetpedaal neemt, stopt de machine. Plaats niets op het voetpedaal wanneer het apparaat niet in gebruik is. 1 VoetpedaalDe naald controlerenDe naainaald moet altijd recht en scherp zijn om soepel te kunnen naaien. ■ Hoe u de naald controleert:Leg de platte kant van de naald op een vlak oppervlak. Controleer de naald van boven en van opzij. Gooi verbogen naalden op veilige manier weg. 1 Parallelle ruimte 2 Vlak oppervlak (spoelhuisdeksel, glas enz.) ● Zorg dat zich geen materiaal of stof ophoopt op het voetpedaal.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————12De naald vervangen1Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.2Zet de naaldstang in de hoogste stand door het handwiel tegen de klok in te draaien.3Zet de persvoethendel omlaag. 1 Persvoethendel4Houd de naald in uw linkerhand en draai met een schroevendraaier de schroef van de naaldklem tegen de klok in om de naald uit te nemen. 1 Schroevendraaier 2 Naaldklemschroef • Gebruik niet teveel kracht bij het los- of vastdraaien van de naaldklemschroef; hierdoor zouden bepaalde delen van de naaimachine beschadigd kunnen raken.5Breng de naald in met de vlakke kant naar achteren, totdat de naald de naaldstopper raakt.
1 Naaldstopper 2 Naald6Houd de naald in uw linkerhand en draai met de schroevendraaier de naaldklem vast, met de klok mee.Installeer de tweelingnaald op dezelfde manier.●Zet de hoofdschakelaar uit, voordat u de naald vervangt. Wanneer u met de hoofdschakelaar ingeschakeld het voetpedaal intrapt, start de machine en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik uitsluitend naalden voor huishoudnaaimachines. Andere naalden kunnen verbuigen of breken en letsel veroorzaken. ● Gebruik nooit een verbogen naald. Een verbogen naald breekt gemakkelijk, wat letsel kan veroorzaken. VOORZICHTIG21 ● Duw tegen de naald totdat deze de naaldstopper raakt en draai met een schroevendraaier de naaldklemschroef stevig aan. Als de naald niet volledig in de naaldklem zit of de naaldklemschroef loszit, kan de naald breken en kan de machine beschadigd raken.12VOORZICHTIG
131De persvoet verwisselenWelke persvoet u moet gebruiken, hangt af van wat u wilt naaien en hoe. ■ Vastkliktype1Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) en zet de persvoethendel omhoog.2Maak de persvoet los door de hendel achter op de houder omhoog te zetten. 1 Persvoet 2 Bevestigingspen3Zet een andere persvoet op de naaldplaat, zodat de stang van de persvoet op één lijn staat met de gleuf op de bevestigingspen. 4Zet de persvoethendel omlaag en bevestig de persvoet aan de bevestigingspen. Als de persvoet op de juiste plaats zit, klikt de stang vast. ■ Montagerichting van persvoet●Zet de hoofdschakelaar altijd uit voordat u de persvoet verwisselt. Wanneer u de hoofdschakelaar aan laat en het voetpedaal intrapt, start de machine en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik altijd de juiste persvoet voor het steekpatroon dat u hebt gekozen.
Wanneer u de verkeerde persvoet gebruikt, raakt de naald mogelijk de persvoet. Hierdoor kan de naald verbuigen of breken, waardoor u mogelijk letsel oploopt. ● Gebruik alleen persvoeten die zijn bedoeld voor deze machine. Het gebruik van andere persvoeten kan ongelukken of letsel veroorzaken.VOORZICHTIG12 ● Als de persvoet niet in de juiste richting wordt gemonteerd, kan de naald de persvoet raken. Hierdoor kan de naald verbuigen of breken, waardoor u mogelijk letsel oploopt.VOORZICHTIG
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————14PlatbodemstukDe toebehoren zijn opgeslagen in een ruimte in het platbodemstuk. 1 Schuif het platbodemstuk naar links om het te openen. 1 Platbodemstuk 2 OpslagruimteOpmerking ● Stop de toebehoren in een zak en bewaar deze zak in de accessoireruimte. Als de toebehoren niet in een zak zitten, kunnen ze uit het bakje vallen en raken dan wellicht zoek of beschadigd.121
151DE REGELKNOPPENPatroonkeuzeknopOpmerking ● Wanneer u met de patroonkeuzeknop een patroon kiest, draait u het handwiel naar voren (tegen de klok in) om de naald in de hoogste stand te zetten. Als de naald omlaag staat wanneer u de patroonkeuzeknop draait, kan de persvoet of de stof beschadigd raken.U kiest een steek door gewoon de patroonkeuzeknop in de gewenste richting te draaien. De steekbreedten en steeklengten zijn aangegeven op de volgende pagina. 1 Patroonkeuzeknop 2 Geselecteerd patroonnummer ■ 11 steken ■ 8 steken21 1 234567891011 1 2345678
171AchteruitnaaihendelMet achteruit naaien kunt u afhechten en naden verstevigen.Als u achteruit wilt naaien, duwt u de achteruitnaaihendel zo ver mogelijk in en u houdt de achteruitnaaihendel ingedrukt terwijl u het voetpedaal licht intrapt. Wilt u weer vooruit naaien, dan laat u de achteruitnaaihendel los. De machine naait dan weer vooruit. 1 AchteruitnaaihendelWerken met de vrije armNaaien met de vrije arm is handig voor cilindrische en moeilijk te bereiken stukken. Wanneer u uw machine wilt omzetten op de vrij arm, haalt u het platbodemstuk eruit. 1 Schuif het platbodemstuk naar links om het te openen. 1 Platbodemstuk111
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————18DE MACHINE INRIJGENDe spoel opwinden1Schijf voor de spoelwinderspanning2Spoelwinderas1Plaats de klos garen op de klospen en leid de draad rond de schijf voor de spoelwinderspanning.2Leid het uiteinde van de draad vanuit de spoel door het gat in de spoel.3Plaats de spoel op de spoelwinderas en schuif de spoelwinderas naar rechts. Draai de spoel handmatig met de klok mee totdat de veer op de as in de groef van de spoel schuift. 1 Veer op de as 2 Groef van de spoel ● Gebruik uitsluitend spoel (onderdeelcode: SFB (XA5539-151)) die speciaal voor deze naaimachine ontworpen is. Door het gebruik van een andere spoel kunt u de machine beschadigen. ● De spoel die bij deze machine wordt geleverd, is speciaal door ons ontworpen. Wanneer u een spoel van een ouder model gebruikt, werkt de machine niet goed.
Gebruik alleen de spoel die wordt geleverd bij deze machine of een spoel van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB (XA5539-151)).VOORZICHTIGWare grootte Dit model Ouder model11,5 mm(7/16 inch)21 ● Als de klos garen niet op de juiste plaats zit, raakt de draad mogelijk verward op de klospen.VOORZICHTIG12
1914Houd het uiteinde van de draad vast en trap het voetpedaal licht in om de draad enkele malen rond de spoel te winden. Stop vervolgens de machine.5Knip de overtollige draad boven de spoel af.6Trap het voetpedaal in om te beginnen.7Nadat de machine automatisch is gestopt wanneer de spoel vol is, neemt u uw voet van het voetpedaal.8Knip de draad af, schuif de spoelwinderas naar links en neem de spoel uit.Opmerking ● De naaldstang beweegt niet wanneer u de spoelwinderas naar rechts schuift. ● Wanneer u begint met naaien of het handwiel draait, direct nadat u de spoel hebt gewonden, is het normaal dat u de koppeling hoort pakken. ● Volg de instructies zorgvuldig op. Als u de draad niet volledig afknipt bij het opwinden van de spoel, kan de draad verward raken rond de spoel wanneer deze op raakt. Hierdoor kan de naald breken.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————20De onderdraad inrijgen • Meer bijzonderheden over het inrijgen van de onderdraad in één stap vindt u op pagina 21.1Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) en zet de persvoethendel omhoog.2Schuif de toets en open het deksel. 1 Deksel 2 Schuiftoets3Breng de spoel zo in, dat de draad eruit komt in de richting die wordt aangegeven door de pijl. • Gebruik alleen spoelen die zijn ontworpen voor deze machine.4Houd het uiteinde van de draad vast, duw de spoel omlaag met uw vinger en leid de draad door de gleuf, zoals aangegeven.●Wanneer u de spoel niet goed plaatst, kan de draadspanning te laag worden en kan de naald breken. Dit kan letsel tot gevolg hebben. 1 Gelijkmatig gewonden 2 Slecht gewonden ● De spoel is speciaal voor deze naaimachine ontworpen.
Als u een spoel van een ouder model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of een spoel van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB (XA5539-151)). ● Zet de hoofdschakelaar uit wanneer u de machine inrijgt. Wanneer u per ongeluk op het voetpedaal trapt en de machine start, kunt u letsel oplopen.VOORZICHTIG12Ware grootte Dit model Ouder model11,5 mm(7/16 inch)VOORZICHTIG ● Plaats de spoel zo, dat de draad in de juiste richting afwindt. Als de draad in de verkeerde richting afwindt, kan dit de draadspanning verstoren of kan de naald breken.1 2VOORZICHTIG
2115Plaats het spoelhuisdeksel terug. Plaats het linkerlipje op de juiste plaats (zie pijl 1) en druk vervolgens zacht op de rechterkant (zie pijl 2), totdat het deksel op zijn plaats klikt. • Plaats het deksel zodanig terug dat het uiteinde van de draad naast de linkerkant van het deksel naar buiten komt (zoals aangegeven door de lijn in het diagram).De onderdraad inrijgen (voor onderdraad inrijgen in één stap)Deze is alleen verkrijgbaar op bepaalde modellen.1Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in) en zet de persvoethendel omhoog.21 ● Wanneer u de spoel niet goed plaatst, kan de draadspanning te laag worden en kan de naald breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen. 1 Gelijkmatig gewonden 2 Slecht gewonden ● De spoel is speciaal voor deze naaimachine ontworpen. Als u een spoel van een ouder model gebruikt, werkt de machine niet goed.
Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of een spoel van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB (XA5539-151)). ● Zet de hoofdschakelaar uit. Wanneer u per ongeluk op het voetpedaal trapt en de machine start, kunt u letsel oplopen.VOORZICHTIG12Ware grootte Dit model Ouder model11,5 mm(7/16 inch)VOORZICHTIG
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————222Schuif de toets en open het deksel. 1 Deksel 2 Schuiftoets3Breng de spoel in, leid het uiteinde van de draad door de gleuf en trek de draad uit om deze af te knippen. • Gebruik alleen spoelen die zijn ontworpen voor deze machine. 1 Draadafsnijder4Plaats het spoelhuisdeksel terug. Plaats het linkerlipje op de juiste plaats (zie pijl 1) en druk vervolgens zacht op de rechterkant (zie pijl 2), totdat het deksel op zijn plaats klikt. • U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad omhoog te trekken. Als u de onderdraad omhoog wilt trekken voordat u begint met naaien, volgt u de procedure in “De onderdraad omhooghalen” (pagina 26). ● Plaats de spoel zo, dat de draad in de juiste richting afwindt. Als de draad in de verkeerde richting afwindt, kan dit de draadspanning verstoren of kan de naald breken.1 2VOORZICHTIG121
231De bovendraad inrijgen 1 Klospen 2 Draadgeleider (achterkant) 3 Draadgeleider (voorkant) 4 Draadophaalhendel 5 Markering op het handwielBELANGRIJK:1Zet de persvoet omhoog met de persvoethendel. 1 Persvoethendel2Zet de persvoethendel in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien (tegen de klok in), zodat de markering op het handwiel recht omhoog staat.Als de naald niet goed omhoog staat, kunt u de naaimachine niet goed inrijgen. Draai voordat u de naaimachine inrijgt het handwiel zo, dat de markering op het wiel omhoog staat.3Trek de klospen omhoog en plaats een klos garen op de pen.4Voer de bovendraad in volgens het bovenstaande diagram. Leid de draad door beide geleiders: eerst de achterste en dan de voorste.52134 ● Let op dat u de machine goed inrijgt. Als u dit niet doet, kan de draad in de war raken en kan de naald breken.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————245Let op dat u de draad van rechts naar links door de draadophaalhendel haalt. 1 Draadophaalhendel6Houd de draad achter de geleider boven de naald.7Rijg de naald van voren naar achteren in, waarbij u een stukje van 5 cm (2 inch) overlaat. 1 Naaldhouder • Als uw naaimachine is uitgerust met een naaldinrijger, gebruikt u deze om de naald in te rijgen. (Zie pagina 24) 1 5 cm (2 inch)Opmerking ● Als de draadophaalhendel omlaag staat, kunt u de bovendraad niet om de draadophaalhendel wikkelen. Zet de persvoethendel en de draadophaalhendel omhoog voordat u de bovendraad invoert.
● Als u de draad niet goed invoert, kan dit leiden tot problemen bij het naaien.Werken met de naaldinrijger (modellen die zijn uitgerust met een naaldinrijger)Zet de hoofdschakelaar op ‘O’.1Zet de persvoethendel omlaag.2Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naaldhouder in de hoogste stand te zetten. 1 Naaldhouder 2 Hendel van naaldinrijgerOpmerking ● Wanneer u de naaldinrijger gebruikt, moet u zorgen dat de naaldhouder in de hoogste stand staat; anders kan de haak beschadigen.3Terwijl u de hendel van de naaldinrijger omlaag haalt, haakt u de draad op de geleider. 1 Naaldhouder 2 Hendel van naaldinrijger 3 Geleider111121123
2514Haal de hendel van de naaldinrijger zo veel mogelijk omlaag en draai de hendel naar de achterkant van de machine (van u af). Let op dat de haak door het oog van de naald gaat en de draad pakt. • Houd de draad voor de naald, zodat de haak de draad pakt.5Houd de draad losjes vast, draai de hendel van de naaldinrijger naar de voorkant van de machine (naar u toe). De haak trekt de draad door de naald. 1 Haak 2 Draad6Haal de hendel van de naaldinrijger omhoog en trek ongeveer 5 cm (2 inch) draad door de naald naar de achterkant van de naaimachine.112 ● U kunt de naaldinrijger alleen gebruiken met naalden voor huishoudnaaimachines formaat 75/11-100/16. In de tabel op pagina 47 vindt u de juiste combinaties van naald en draad. Wanneer u een doorzichtige enkelvezelige nylondraad gebruikt, kunt u alleen naalden tussen 90/14-100/16 gebruiken.
● U kunt de naaldinrijger niet gebruiken wanneer u decoratieve draden of speciale naalden gebruikt, zoals de tweelingnaald en de platte naald.Als u zulke draden of naalden gebruikt, moet u de draad met de hand in de naald rijgen. Let op dat de hoofdschakelaar uit staat wanneer u de draad met de hand in de naald rijgt.VOORZICHTIG
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————26De onderdraad omhooghalen1Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vat en draai het handwiel met de hand een slag naar voren (tegen de klok in) om de naald omlaag en weer omhoog te halen.2Trek aan de bovendraad om de onderdraad omhoog te halen.3Trek ongeveer 10 cm (4 inch) van beide draden uit en plaats deze naar de achterkant van de machine onder de persvoet. 1 Bovendraad 2 Onderdraad ■ Inrijgen van de onderdraad in één handelingDeze is alleen verkrijgbaar op bepaalde modellen.U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad omhoog te trekken. Wanneer u plooien of pijlen naait, kunt u de onderdraad met de hand omhoogtrekken, zodat er een stuk draad overblijft.
Alvorens de onderdraad omhoog te trekken, plaatst u de spoel terug.1Leid de draad door de gleuf in de richting van de pijl en laat de draad daar zonder deze af te knippen. • Het spoelhuisdeksel is nog niet teruggeplaatst.2Trek de onderdraad omhoog volgens de aanwijzingen in stap 1 t/m 3.3Plaats het spoelhuisdeksel terug.12
271Naaien met een tweelingnaaldDe machine is zo ontworpen dat u kunt naaien met deze naald en twee bovendraden. U kunt draden van dezelfde kleur of van verschillende kleuren gebruiken om decoratieve steken te naaien. Naaien met de tweelingnaald werkt goed met de rechte steek (middelste naaldstand) en de zigzagsteek (3,0 mm (1/16 inch)). (zie pagina 16) ■ De tweelingnaald bevestigenBevestig de tweelingnaald op dezelfde manier als de enkele naald (zie pagina 12). Zorg dat de vlakke kant van de naald aan de achterkant komt en de ronde kant naar u toe. ■ De extra klospen bevestigenPlaats de extra klospen in het gat boven op de machine. Plaats het tweede klosje garen op de extra klospen. ■ De tweelingnaald inrijgenU rijgt beide naalden afzonderlijk in. 1De linkernaald inrijgenVolg dezelfde instructies om een enkele naald in te rijgen. Meer bijzonderheden vindt u op pagina 23.
2De rechternaald inrijgenRijg de rechternaald in op dezelfde manier waarop u de linkernaald hebt ingeregen. U gebruikt hiervoor de draad van de klos op de extra klospen, maar u leidt de draad niet door de draadgeleider boven de naald, voordat u deze door het oog van de rechternaald leidt. 1 Draad voor de linkernaald gaat door deze geleider. 2 Draad voor rechternaald gaat voor deze geleider langs. OpmerkingModellen die zijn uitgerust met een naaldinrijger ● U kunt de naaldinrijger niet gebruiken om de tweelingnaald in te rijgen. Rijg de tweelingnaald handmatig in, van voren naar achteren. Wanneer u de draadinrijger gebruikt met de tweelingnaald, kunt u de machine beschadigen. ● Gebruik uitsluitend tweelingnaalden die zijn ontworpen voor deze machine (onderdeelcode: X57521-001). Andere naalden kunnen breken en schade veroorzaken aan de machine.
● U moet alleen de tweelingnaald gebruiken met de rechte steek (middelste naaldstand) en de zigzagsteek (3,0 mm (1/16 inch)). Gebruik de tweelingnaald niet met andere steken. ● Gebruik nooit verbogen naalden.
UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN ——————————————————————————————————————————28DraadspanningDe spanning van de draad is van invloed op de kwaliteit van uw steken. U moet de draadspanning wellicht aanpassen wanneer u een andere stof of draad gebruikt.Memo ● Wij adviseren om een stukje uit te proberen op een restje van dezelfde stof voordat u aan het echte werk begint. ■ Mogelijke problemen als de spanning niet goed is Bovendraad is te strak.Er komen lussen boven op de stof.OplossingVerlaag de spanning door de bovenspanningsknop op een lagere waarde te zetten.Bovendraad is te los. Er komen lussen onder op de stof.OplossingVerhoog de spanning door de bovenspanningsknop op een hogere waarde te zetten.Juiste spanningHet is belangrijk dat u werkt met de juiste spanning. Een te hoge of te lage spanning leidt tot zwakkere naden, of de stof gaat trekken.
291COMBINATIES VAN STOF, DRAAD EN NAALDMemo ● Gebruik voor transparante nylondraad altijd naald 90/14 - 100/16. ● U kunt ook dezelfde draad gebruiken als onderdraad en bovendraad.Soort stof Draad Formaat naald Type FormaatMiddelzwarestoffen Popeline Katoen60–8075/11–90/14Tafzijde Synthetisch gemerceriseerdFlanel,GabardineZijde of met zijdeafwerking 50 80–Lichtestoffen Batist Katoen60–80 65/9–75/11Crêpe georgette Synthetisch gemerceriseerd Challis, Satijn Zijde 50–80Zwarestoffen Denim Katoen 30–5090/14–100/16Corduroy Synthetisch gemerceriseerd 50 Tweed ZijdeStretchstoffenJersey Draad voor gebreide stoffen 50–60 Ballpointnaald (goudkleurig)75/11–90/14TricotVoor verstevigingSynthetisch gemerceriseerd 30 90/14–100/16Zijde●Houd u aan de combinaties van naald, draad en stof van de tabel.
Wanneer u de verkeerde combinatie gebruikt, bijvoorbeeld wanneer u voor een zware stof als denim een kleine naald gebruikt (bijvoorbeeld 65/9 - 75/11), kan de naald verbuigen of breken. Ook wordt de naad mogelijk ongelijkmatig, gaat de stof trekken of slaat de machine steken over.VOORZICHTIG
RECHTE STEKEN EN ZIGZAGSTEKEN NAAIEN ——————————————————————————————————————32Lees het onderstaande voordat u gaat naaienRechte steken naaien ■ Beginnen met naaien1Kies het gewenste steeknummer door de patroonkeuzeknop te draaien. U moet ook de patroonkeuzeknop instellen op rechte steek of drievoudige stretchsteek. 2Zet de naald in de hoogste stand en haal de persvoethendel omhoog. 3Trek de bovendraad door de tenen van de persvoet. 4Plaats de stof onder de persvoet en plaats de naald 1 cm (3/8 inch) van de rand van de stof. 5Zet de persvoet omlaag. 6Als u wilt afhechten, duwt u de achteruitnaaihendel zo ver mogelijk omlaag en trapt u het voetpedaal in. Wilt u stoppen met naaien, dan laat u het voetpedaal los. 7Laat de achteruitnaaihendel los en trap het voetpedaal in om vooruit te naaien. • Met achteruit naaien kunt u het eind van naden afhechten en steken verstevigen.
● Voorkom letsel door goed op de naald te letten wanneer u de machine gebruikt. Blijf met uw handen uit de buurt van bewegende delen. ● Rek de stof niet uit en trek niet aan de stof tijdens het naaien. Hierdoor kan de naald beschadigen en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik geen verbogen of gebroken naalden. Hierdoor zou u letsel kunnen oplopen. ● Let op dat de naald tijdens het naaien geen rijgspelden of andere voorwerpen raakt. Daardoor kan de naald breken en kunt u letsel oplopen. ● Gebruik altijd de juiste persvoet. Wanneer u de verkeerde persvoet gebruikt, raakt de naald mogelijk de persvoet. Hierdoor kan de naald verbuigen of breken, waardoor u mogelijk letsel oploopt. ● Wanneer u met de hand het handwiel bedient, draait u het altijd naar de voorkant van de machine (tegen de klok in).
Wanneer u het handwiel de andere kant op draait, raakt de draad mogelijk in de war, waardoor de naald of de stof beschadigd kunnen raken. Ook kunt u zo letsel oplopen.
VOORZICHTIG Steek Patroon Steeklengte[mm (inch)]Rechte steek(middelste naaldstand) 2,5 (3/32)Rechte steek(middelste naaldstand) 4,0 (3/16)Rechte steek(linker naaldstand) 2,5 (3/32) Drievoudige stretchsteek 2,5 (3/32) ● Let op dat de naald geen speld of ander voorwerp raakt tijdens het naaien. Hierdoor kan de draad in de war raken of kan de naald breken. Ook kunt u zo letsel oplopen. VOORZICHTIG.
332 ■ De naairichting wijzigen1Stop de machine op de plek waar u van richting wilt veranderen, met de naald nog in de stof.2Zet de persvoet omhoog en draai de stof in de nieuwe richting. U gebruikt hierbij de naald als as om de stof te draaien.3Zet de persvoet omlaag en naai verder in de nieuwe richting. ■ AfwerkingU kunt met stikwerk de draden aan het eind van de naad vastzetten of een steek verstevigen.1Naai tot het eind van de naad en stop dan.2Duw de achteruitnaaihendel omlaag en naai vanaf het eind van de stof een centimeter achteruit. ■ Het materiaal van de machine verwijderen1Stop de naaimachine.Zet de naald in zijn hoogste stand en zorg dat ook de draadophaalhendel in de hoogste stand staat.2Zet de persvoet omhoog en trek de stof zachtjes naar links.3Snijd beide draden af met de zijsnijder aan de linkerkant van de machine.
1 Draadafsnijder4Als voorbereiding op de volgende naad trekt u ongeveer 10 cm (4 inch) draad door de tenen van de persvoet naar de achterkant van de machine. ■ Versteviging en stretchmaterialenU kunt een rechte steek gebruiken voor versteviging en voor het naaien van lichtgewicht stoffen.Voor het naaien van stretchstoffen kunt u een drievoudige stretchsteek gebruiken.1
RECHTE STEKEN EN ZIGZAGSTEKEN NAAIEN ——————————————————————————————————————34Zigzagsteken naaien ■ ZigzagsteekDraai de patroonkeuzeknop naar zigzagsteek en begin met naaien. Wij adviseren een rechte steek te gebruiken aan het begin en het eind van zigzagsteken.(Deze rechte steken dienen als versteviging.) ■ Satijnen zigzagsteekU kunt de satijnen zigzagsteek gebruiken voor decoratieve steken.Wanneer u een satijnen zigzagsteek gebruikt, geeft een vrij losser bovendraadspanning het mooiste resultaat.U kunt de lengte van de satijnen zigzagsteek aanpassen met de schroef voor fijnafstelling knoopsgat. 1 Schroef voor fijnafstelling knoopsgat 1 Wilt u een grotere steeklengte, dan draait u de schroef voor fijnafstelling knoopsgat met een grote schroevendraaier in de richting +.
INGEBOUWDE STEKEN ————————————————————————————————————————————————36Blinde zoomsteekMet de blinde zoomsteek kunt u de rand van een werkstuk, bijvoorbeeld de zoom van een broek, afwerken zonder dat de steek zichtbaar is.1Beide draden moeten dezelfde kleur hebben als de stof.2Vouw de zoom terug zoals aangegeven in figuur A. Vouw vervolgens de rand van de stof zoals aangegeven in figuur B. Zorg voor een overlapping van 6 mm (15/64 inch) aan de rand.3Zet de patroonkeuzeknop op blinde zoomsteek.4Naai op de vouw zoals aangegeven in figuur C.5Wanneer u de stof openvouwt, hebt u een blinde zoomsteek zoals in figuur D. 1 Voorkant van de stof 2 Achterkant van de stofElastische steekMet de elastische steek kunt u repareren, elastiek naaien of stoffen aan elkaar naaien. Deze functies worden hieronder afzonderlijk uitgelegd. Zet de patroonkeuzeknop op elastische steek.
■ Reparatie1Plaats de verstevigingsstof onder het vlak dat u wilt repareren.2Naai met de elastische steek langs de lijn van de scheur. ■ Elastiek naaien1Plaats het elastiek op de stof.2Rek tijdens het naaien het elastiek voor en achter de persvoet uit. Steek Patroon Steeklengte[mm (inch)]Steek-breedte[mm (inch)]Blinde zoomsteek 2,0 (1/16) 5,0 (3/16)A BC D12111 222 Steek Patroon Steeklengte[mm (inch)]Steek-breedte[mm (inch)]Elastische steek 1,0 (1/16) 5,0 (3/16)
373 ■ Stoffen aan elkaar naaienMet de elastische steek kunt u twee stukken stof aan elkaar naaien. Dit is vooral handig bij gebreide stoffen. Als u nylondraad gebruikt, is de steek niet zichtbaar.1Plaats de rand van de twee stukken stof tegen elkaar en leg deze midden onder de persvoet.2Naai de stukken aan elkaar met de elastische steek. Houd de randen van de stof dicht tegen elkaar.Over de randMet deze steek kunt u in één handeling naden naaien en afwerken. Dit is ook nuttig om stretchmaterialen te naaien.1Zet de patroonkeuzeknop op elastische overlock.2Plaats de stof onder de persvoet met de naadlijn (of de pijlpunt) ongeveer 3 mm (1/8 inch) links van het midden van de persvoet.
Deze steek werkt het best met een marge van ongeveer 5 mm (3/16 inch), omdat dan de zigzagkant (rechts) van de steek overhands wordt genaaid op de afgesneden rand van de stof.3Als de marge breder is dan het steekpatroon, snijdt u na het naaien de overtollige stof weg.In het onderstaande diagram ziet u een afgewerkte elastische overlock. Steek Patroon Steeklengte[mm (inch)]Steek-breedte[mm (inch)]Elastische overlock 2,5 (3/32) 5,0 (3/16)
KNOOPSGATEN NAAIEN EN KNOPEN AANZETTEN ———————————————————————————————————40Een knoopsgat naaienMemo ● Wij adviseren eerst een knoopsgat te maken op een restje stof voordat u dit probeert op een kledingstuk. ● Wanneer u knoopsgaten naait op een zachte stof, plaats dan steunstof onder de stof.Knoopsgaten maken is niet moeilijk en het resultaat is betrouwbaar. ■ Een knoopsgat maken1Markeer met krijt op de stof de plaats en de lengte van het knoopsgat.2Bevestig de voet voor knoopsgaten en duw het frame zo ver mogelijk naar achteren met het plastic inzetstuk aan de voorkant van het frame. 3Naai eerst de voorste bartack. Zorg dat de bartackmarkering onder het midden van de persvoet ligt en op één lijn met de twee markeringen op de persvoet.
1 Voorkant krijtmarkering 2 Rode lijnen ■ Een knoopsgat makenPatroon Steeklengte[mm (inch)]Steek-breedte[mm (inch)]Voet 0,5 (1/32) 5,0 (3/16) Voet voor knoopsgaten ● Als de persvoet niet in de juiste richting wordt gemonteerd, kan de naald de persvoet raken. Hierdoor kan de naald verbuigen of breken, waardoor u mogelijk letsel oploopt.VOORZICHTIG Stap Genaaid gedeelte PatroonStap 1(Voorste bartack) 1. Zet de patroonkeuzeknop op ‘a’. 2. Zet de persvoet omlaag en naai 5 tot 6 steken. 3. Stop de machine wanneer de naald zich links van de steken bevindt en haal de naald omhoog uit de stof.Stap 2(links) 1. Zet de patroonkeuzeknop op ‘b’. 2. Naai de lengte van de krijtstreep. 3. Stop de machine wanneer de naald zich links van de steek bevindt en haal de naald omhoog uit de stof.Stap 3(Achterste bartack) 1. Zet de patroonkeuzeknop op ‘c’ (dezelfde stand als in stap 1). 2. Naai 5 tot 6 steken. 3.
414 ■ De steken verstevigen en het knoopsgat opensnijden1Ter versteviging draait u het materiaal 90 graden tegen de klok in en naait u rechte steken tot het eind van de bartack van het knoopsgat.2Neem het materiaal uit de machine. Wij adviseren spelden aan beide uiteinden van het knoopsgat te plaatsen, zodat u de steken niet insnijdt.3Snijd met het tornmesje een opening in het midden van het knoopsgat. Pas op dat u geen steken doorsnijdt.Knoopsgaten aanpassenAls de steken aan de twee kanten van het knoopsgat niet hetzelfde zijn, kunt u de volgende aanpassingen maken.1Nadat u de linkerkant van het knoopsgat hebt genaaid, stikt u de rechterkant en kijkt u hoe de invoer verloopt. 1 Rechterkant2Als de ene kant te grof of te fijn is in vergelijking met de andere kant, draait u de schroef voor fijnafstelling knoopsgat zoals hieronder aangegeven.
1 Schroef voor fijnafstelling knoopsgat 1 Is de rechterkant te grof, dan draait u met een grote schroevendraaier de schroef voor fijnafstelling knoopsgat in de richting van de -. 2 Is de rechterkant te fijn, dan draait u met een grote schroevendraaier de schroef voor fijnafstelling knoopsgat in de richting van de +. • Zo maakt u beide kanten van het knoopsgat gelijk.●Plaats uw hand of vinger niet voor het tornmesje bij het opensnijden van het knoopsgat. Het tornmesje kan uitschieten en letsel veroorzaken.VOORZICHTIG11 1 2
KNOOPSGATEN NAAIEN EN KNOPEN AANZETTEN ———————————————————————————————————42Knopen aannaaien1Meet de afstand tussen de knoopsgaten en zet de patroonkeuzeknop op de zigzagsteek van de gewenste breedte.2Haal de netsnoerstekker uit het stopcontact.3Bevestig de knoopbevestigingsvoet.4Plaats de stopplaat op de naaldplaat. 5Steek de netsnoerstekker in het stopcontact.6Plaats een knoop tussen de voet en de stof en zorg dat de naald in de gaten komt zonder de knoop te raken. Als de naald de knoop raakt, kijkt u bij stap 1.7Naai ongeveer 10 steken in laag tempo.8Neem het materiaal uit de machine. Snijd de boven- en onderdraad af en knoop de draden aan elkaar aan de achterkant van het materiaal.
Steek Patroon Steekbreedte[mm (inch)] Voet AndersZigzagsteek 3,0 (1/8)Knoopbeves-tigingsvoetStop-plaatZigzagsteek 5,0 (3/16)Satijnen zigzagsteek 5,0 (3/16) ● Zorg dat de naald de knoop niet raakt tijdens het naaien. Daardoor kan de naald breken en kunt u letsel oplopen.VOORZICHTIG
WERKEN MET HULPSTUKKEN EN TOEPASSINGEN ————————————————————————————————————44Ritsen inzettenMet de ritsvoet kunt u verschillende soorten ritsen innaaien. U kunt deze voet gemakkelijk links of rechts van de naald plaatsen. Wanneer u rechts van de rits naait, bevestigt u de bevestigingspen aan de linkerpen van de ritsvoet. Wanneer u links van de rits naait, bevestigt u de bevestigingspen aan de rechterpen van de ritsvoet.
1 Ritsvoet 2 Rechterpen om links van de rits te naaien 3 Linkerpen om rechts van de rits te naaien1Zet de patroonkeuzetoets op rechte steek (middelste naaldstand (2,5mm (3/32 inch)).2Zet de persvoethendel omlaag en bevestig ofwel de linker- ofwel de rechterpen van de ritsvoet aan de bevestigingspen.3Vouw de rand van het materiaal 2 cm (3/4 inch) om en plaats de rits onder het gevouwen gedeelte.Zet de naald omlaag in de inkeping aan de linkerkant of aan de rechterkant van de ritsvoet.4Naai beide kanten vanaf de onderkant van de rits naar boven. Het beste resultaat bereikt u met de naald aan de ritskant van de voet. 5Als u aan de andere kant van de rits wilt naaien, maakt u de voet los door op de knop achter op de persvoet te drukken. Vervolgens bevestigt u de ritsvoet aan de andere kant van de rits en naait u verder met behulp van de inkeping van de andere kant.
Steek Patroon Steeklengte[mm (inch)] VoetRechte steek(middelste naald-stand)2,5 (3/32) Ritsvoet●Alvorens te naaien draait u het handwiel met de hand om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als u een andere steek kiest, raakt de naald de persvoet en breekt de naald. Zo kunt u letsel oplopen.123VOORZICHTIG ● Zorg dat de naald de rits niet raakt tijdens het naaien. Als de naald de rits raakt, kan de naald breken en kunt u letsel oplopen.VOORZICHTIG
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Brother Comfort 15 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Brother
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine