Bosch PVQ890F25E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch PVQ890F25E (49 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Bosch PVQ890F25E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | PVQ890F25E |
Handleiding Bosch PVQ890F25E – volledige tekst
¡Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-raatpas en de productinformatie voor latergebruik of voor volgende eigenaren. ¡Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡om voedsel en dranken te bereiden. ¡onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog. ¡voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡tot een hoogte van 2000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡op boten of in voertuigen.
Dit geldt niet voor het ge-val dat de werking middels de doorEN50615 genoemde apparaten wordt uit-geschakeld. ¡om gevaarlijke of explosieve stoffen endampen af te zuigen. ¡om kleine onderdelen of vloeistoffen af tezuigen. Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet.
Veiligheid nl3aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raadvan de Europese Gemeenschappen van 20juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 isgeselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-daan en er bovendien non-ferro pannen metnon-ferro handgrepen worden gebruikt, kandeze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juistewijze gebeurt. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. WAARSCHUWING‒Kans opvergiftiging. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnenleiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die delucht in de ruimte verbruiken (bijv.
In combina-tie met een ingeschakelde afzuigkap wordtaan de keuken en aan de ruimtes ernaastlucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaalworden teruggezogen in de woonruimte. ▶Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is diegebruik maakt van de aanwezige lucht. ▶U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-co gebruiken wanneer de onderdruk in deruimte waarin de vuurbron zich bevindt nietgroter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kanworden bereikt wanneer de voor de ver-branding benodigde lucht door niet afsluit-bare openingen, bijv. in deuren, ramen, incombinatie met een ventilatiekast in demuur of door andere technische voorzienin-gen, kan worden toegevoerd.
Een luchtaan-voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-doende om aan de minimale eisen te vol-doen. ▶Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kaneen voorstel doen voor passende maatre-gelen op het gebied van de luchttoevoer. ▶Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruikmogelijk.
nl Veiligheid4WAARSCHUWING‒Kans op brand. Zonder toezicht koken op kookplaten met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken. ▶Verlies hete oliën en vetten daarom nooituit het oog. ▶Nooit proberen om een vuur met water teblussen, maar het apparaat uitschakelenen dan de vlammen bijv. met een deksel ofeen blusdeken afdekken. Het kookvlak wordt erg heet. ▶Nooit brandbare voorwerpen op het kook-vlak of in de directe omgeving leggen. ▶Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-ren. Het apparaat wordt heet. ▶Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-sen bewaren in laden direct onder de kook-plaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld dooroververhitting, in brand vliegen of ontploffendematerialen. ▶Dek de kookplaat niet af. Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-schakelaar uitschakelen.
▶Niet wachten tot de kookplaat automatischuitschakelt omdat er zich geen potten enpannen meer op bevinden. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. ▶Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. ▶De vetfilters regelmatig reinigen. ▶Nooit in de omgeving van het apparaat metopen vuur werken (bijv. flamberen). ▶Het apparaat alleen in de buurt van eenvuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. houtof kolen) installeren wanneer de vuurbroneen afgesloten, niet verwijderbare afscher-ming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enzijn aanraakbare onderdelen heet, vooral eeneventueel aanwezig kookplaatframe. ▶Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden.
Voorwerpen van metaal worden zeer snelheet op de kookplaat. ▶Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. ▶Wanneer er hete vloeistoffen in het appa-raat komen, het vetfilter of het overloopre-servoir pas verwijderen nadat het apparaatis afgekoeld. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, dient dit te worden vervangendoor een speciaal snoer dat verkrijgbaar isbij de fabrikant of de servicedienst. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk.
▶Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van hetnetsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen. ▶Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina24Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen.
Materiële schade voorkomen nl5Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-latie van elektrische apparaten smelten. ▶Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-trische apparaten nooit in contact komt methete onderdelen van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem vande pan en de kookzone, kunnen kookpannenplotseling omhoog springen. ▶Zorg ervoor dat de kookzone en de bodemvan de pan altijd droog zijn. ▶Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting. ▶De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-rect contact komen met de bodem van depan die met water is gevuld. ▶Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. ▶Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is.
2 Materiële schade voorkomenHier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen. Schade Oorzaak MaatregelVlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden. Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegenemet hoog suikergehalte. Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-ramische kookplaat verwijderen. Vlekken, defecten ofbreuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmoltenemaille of kookgerei met koperen- of alumini-umbodem. Gebruik geschikt kookgerei dat in een goedeconditie is. Vlekken, verkleurin-genOngeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-schikt zijn voor glaskeramiek en reinig dekookplaat alleen wanneer deze koud is. Defecten of breukenin het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoiresof andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten ofvoorwerpen op de kookplaat laten vallen. Krassen, verkleurin-genRuwe pannenbodems of het verplaatsen vande pan op de kookplaat. Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om ietsop te zetten of als werkvlak. Schade aan het ap-paraat. Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Schade aan de panof aan het apparaatKoken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hetekookzone plaatsen of verhitten. Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone ofhete deksels van pannen op het glas. Geen bakpapier of aluminiumfolie en geenkunststof containers of pandeksels op dekookplaat leggen. Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel ofop het kader. Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-den. 3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren.
nl Geschikt kookgerei63. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaatminder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de panpast. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan debodemdiameter. ¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. ¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten. ¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veelenergie. Glazen deksel gebruiken. ¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken.
¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-bruik hoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel. ¡Groot kookgerei met weinig product heeft meerenergie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. ¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. Eenpassende doorkookstand gebruiken. ¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan. ¡Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-verbruik. Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogereventilatiestand. ¡De geuren verdelen zich minder in de ruimte. Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodigis. ¡Bij het koken voldoende ventileren. ¡Het apparaat werkt efficiënter en met minder be-drijfsgeluiden.
4 Geschikt kookgereiEen voor inductiekoken geschikt kookgerei moet eenferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-neet worden aangetrokken, en verder moet de bodemeven groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaatsdan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-gende kleinere diameter. 4. 1 Grootte en kenmerken van hetkookgereiHoud om het kookgerei correct te kunnen herkennen,rekening met de grootte en het materiaal van het kook-gerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en gladzijn. Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgereigeschikt is. Meer informatie vindt u onder→. "Kookgerei-test", Pagina18Kookgerei Materialen EigenschappenAanbevolen kookge-reiEdelstalen kookgerei met sandwich-bodemwelke de warmte goed verdeelt. Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerdstaal, gietijzer, of speciale pannen voor in-ductie van edelstaal. Dit kookgerei warmt snel op en waarborgtzijn herkenning. Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetischeoppervlak kleiner is dan de bodem van hetkookgerei, warmt alleen het ferromagneti-sche oppervlak op. Daardoor verdeelt dewarmte niet gelijkmatig.
Geschikt kookgerei nl7Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze verkleinen het ferromagnetische opper-vlak, waardoor er minder vermogen aan depan kan worden afgegeven. Het kan zijn datdeze pannen onvoldoende of helemaal nietworden herkend en daarom ook onvoldoen-de worden verwarmd.Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium.Opmerkingen¡Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principegeen adapterplaten.¡Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgereimet dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhitkunnen raken.
nl Uw apparaat leren kennen85 Uw apparaat leren kennen5.1 Koken met inductieVergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-koken enkele veranderingen met zich mee en biedt heteen aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een beterewarmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-rei wordt opgewekt.5.2 Uw nieuwe apparaatInformatie over uw nieuwe apparaat21345Nr.
Aanduiding1Vetfilter2Geurfilter bij circulatiefunctie of akoestische fil-ter bij afvoerluchtfunctie 13Kookplaat4Bedieningspaneel5Overloopreservoir1Afhankelijk van de apparaatuitvoering.5.3 Speciale accessoiresAl naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijner verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in devakhandel, bij de klantenservice of via onze officiëlewebsite kunt kopen.¡Luchtafvoerset¡Luchtcirculatieset¡Geurfilter voor circulatiefunctie¡Akoestisch filter voor luchtafvoer5.4 BedieningspaneelIndividuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-ken van de illustratie.Opmerkingen¡Zorg ervoor dat het bedieningspaneel altijd schoonen droog is.¡Plaats geen pannen in de buurt van de displays ensensoren. De elektronica kan oververhit raken.KeuzesensorenSensor Functie Hoofdschakelaar Kookzone kiezen Instelgedeelte Bedieningsveldblokkering voor reinigings-doeleinden
Functies nl9Sensor Functie Kinderslot Functie CombiZone Move functie PowerBoost-functieIntensief ventilatiestanden Timer-functie Braadsensor Braadstanden Handmatige ventilatieregeling5. 5 Verdeling van de kookzonesHet aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-normeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn be-schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootteof materiaal van het kookgerei variëren. A AAAGebied Hoogste kookstand Ø 21 cm Vermogensstand 9PowerBoost2. 200W3. 700W 21 x 38 cm Vermogensstand 9 3. 600W5. 6 KookzoneControleer voordat u met het koken begint of het for-maat van de pan bij de kookzone past waarmee ukookt:Gebied Type kookzone Kookzone van één enkele kring Combi-kookzone →Pagina125. 7 Restwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,mag u de kookzone niet aanraken.
Indicatie Betekenis De kookzone is heet. De kookzone is warm. 6 FunctiesU kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodusof in de luchtcirculatiemodus. 6. 1 Gebruik met afvoerluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigden via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-voerd. De lucht mag niet worden afgevoerd ineen schoorsteen die wordt gebruiktvoor afvoergassen van apparaten be-stemd voor het verbranden van gas ofandere brandstoffen (dit geldt niet voorventilatieapparatuur). ¡Komt de afvoerlucht terecht in eenrook- of afvoergasschoorsteen dieniet in gebruik is, dan dient hiervoortoestemming van een vakbekwameschoorsteenveger te worden verkre-gen. ¡Wordt de afvoerlucht door de buiten-muur geleid, dan raden wij u aaneen telescoop-muurkast te gebrui-ken. 6.
nl Voor het eerste gebruik107 Voor het eerste gebruikHoud de volgende adviezen aan. 7. 1 Apparaat voorbereidenVoor een correcte werking moet u de componenten indeze volgorde plaatsen:1. De filters plaatsen. 2. Het metalen vetfilter plaatsen. Opmerking:Het apparaat nooit zonder metalen vetfilteren overloopreservoir gebruiken. 7. 2 Functie instellenHet apparaat wordt geleverd met vooringestelde circu-latiefunctie. Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten isgeïnstalleerd, moet u de instelling op deze modusconfigureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofd-stuk →"Basisinstellingen", Pagina168 De Bediening in essentie8. 1 Kookplaat inschakelen▶ aanraken. Er klinkt een signaal en de indicatie naast brandt. aDe kookplaat is klaar voor gebruik.
ReStart▶Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na hetuitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat inwerking met de vorige instellingen. 8. 2 De kookplaat uitschakelen▶ aanraken tot de indicaties doven. aAlle kookzones zijn uitgeschakeld. Opmerking:Wanneer alle kookzones langer dan20seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kook-plaat uit. 8. 3 De vermogensstand in de kookzonesinstellenDe kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Voor hetproduct en het geplande bereidingsproces de meestgeschikte vermogensstand kiezen. 1. Om de kookzone te kiezen op tippen. aOp het display brandt en daaronder het symbool. 2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand. aDe vermogensstand is ingesteld. Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert degekozen vermogensstand.
Na een bepaalde tijd wordtde kookzone uitgeschakeld. QuickStart▶Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op dekookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelenherkend en wordt de betreffende kookzone automa-tisch gekozen.
Vervolgens in de volgende 20 secon-den de vermogensstand kiezen, anders schakelt dekookplaat zelf uit. Vermogensstand wijzigen of kookzoneuitschakelen1. De kookzone kiezen. 2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand ofop instellen. aDe kookstand van de kookzone wijzigt of de kook-zone schakelt uit en de restwarmte-indicatie ver-schijnt. 8. 4 Kooktips¡Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibaresauzen opwarmt, deze af en toe omroeren. ¡Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen. ¡Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verla-gen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaatwordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed. ¡Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei,totdat u het gerecht serveert. ¡Houd voor het bereiden met de snelkookpan deaanwijzingen van de fabrikant aan. ¡Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het be-houd van de voedingswaarde.
Met de kookwekkerkunt u de optimale bereidingstijd instellen. ¡Zorg ervoor dat de olie niet rookt. ¡Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaaren in kleine porties aanbraden. ¡Sommige pannen kunnen bij het bereiden hogetemperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlap-pen. ¡Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden on-der →"Energie besparen", Pagina6KookadviezenDe tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voorwelk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd( )kan variëren afhankelijk van de soort, het ge-wicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.
-Omelet (na elkaar bakken) 3. -4. 3-10Spiegeleieren 5-6 3-6Frituren, 150-200g per portiein 1-2l olie, in porties frituren1Diepvriesproducten, bijv. frites,kip-nuggets8-9 -Kroketten, diepvries 7-8 -Vlees, bijv. stukken kip 6-7 -Vis, gepaneerd of in bierdeeg 6-7 -Groente, paddestoelen, gepa-neerd, in bierdeeg of in tempu-ra6-7 -Klein gebak, bijv. beignets, Ber-liner bollen, fruit in bierdeeg4-5 -1Zonder deksel2Voorverwarmen op kookstand 8 - 8. 9 KapregelingMet de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïnte-greerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen. 9. 1 Handmatige ventilatieregelingU kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Opmerking:Bij hoge pannen kan geen optimale af-zuigprestatie worden gegarandeerd. U kunt de afzuig-prestaties door een schuin geplaatste deksel verbete-ren. Handmatige ventilatieregeling activeren1. aanraken.
nl CombiZone12Handmatige ventilatieregeling wijzigen ofdeactiveren1. aanraken. 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand se-lecteren of op instellen. 9. 2 Intensief ventilatiestandDe ventilatie beschikt over twee intensief-standen. Wan-neer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatiekorte tijd met maximaal vermogen. Intensief ventilatiestand activeren1. aanraken. 2. De gewenste intensief-stand kiezen:‒Intensiefstand I: de vermogensstand selecte-ren en vervolgens aanraken. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd. ‒Intensiefstand II: raak het symbool op-nieuw aan. De indicatie brandt. De stand is ge-activeerd. Opmerking:Na ca. 8minuten schakelt het apparaatzelfstandig terug naar de vermogensstand . Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren1. aanraken. 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand se-lecteren of op instellen. 9.
3 Automatische start voor de ventilatieWanneer u voor een kookzone een kookstand kiest,dan schakelt de automatische start in. De ventilatie schakelt bij een kookstand overeenkom-stig de betreffende kookstand van de kookzones in. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk →. "Basisinstellingen", Pagina169. 4 Naloopfunctie voor ventilatieDe naloop-functie laat het ventilatiesysteem na het uit-schakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarnaschakelt het ventilatiesysteem automatisch uit. Ventilatornaloop activerenDe nalooptijd wordt standaard met een maximale uit-schakeltijd geactiveerd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk →. "Basisinstellingen", Pagina16Opmerking:De naloop schakelt alleen in wanneer erminstens één kookzone minimaal één minuut werd in-geschakeld.
¡U het apparaat weer inschakelt. 10 CombiZoneDeze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzo-nes van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogens-stand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemdvoor het koken met langwerpig kookgerei. De functie maakt het koken mogelijk met een kookge-rei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer com-fort van de ene naar de andere kookzone kunt schui-ven. In dit geval behouden de beide zones dezelfdekookstand en dezelfde instellingen. 10. 1 Plaatsen van het kookgereiGebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones. Opmerking:Het kookgerei zodanig opstellen dat telkens slechtseen van de combizones is bedekt. De kookzones wor-den anders niet correct geactiveerd en u realiseertgeen goed bereidingsresultaat. 10. 2 Schakel CombiZone in1. Kies één van de twee kookzones en stel de kook-stand in. 2. Druk op .
MoveMode nl13aDe beide kookzones functioneren nu als twee onaf-hankelijke kookzones. 11 MoveModeMaakt het wijzigen van de vermogensstand van hetkookgerei mogelijk door het van een kookzone naareen andere te verplaatsen. De functie is vooral be-stemd voor het koken met kookgerei. 11. 1 Plaatsen en verplaatsen van hetkookgereiSlechts een stuk kookgerei gebruiken. Een kookzonebezetten en overeenkomstig de gewenste vermogens-stand van een zone naar de andere bewegen. Elke kookzone heeft een vooringestelde vermogens-stand:¡Voorste gebied: vermogensstand . ¡Achterste gebied: vermogensstand . U kunt de standaardinstelling van de vooringesteldevermogensstanden wijzigen. Hoe u hiervoor te werkgaat, kunt u in het hoofdstuk Basisinstellingen nalezen11. 2 Schakel MoveMode in1. Kies één van de beide kookzones. 2. Raak aan.
a en de vermogensstand van de kookzone waarophet kookgerei zich bevindt, branden sneller. aDe functie is ingeschakeld. Opmerking:U kunt de vermogensstanden van de ge-bieden tijdens het koken wijzigen. 11. 3 Schakel MoveMode uit▶Raak aan. aDe functie is gedeactiveerd. Opmerking:Als de vermogensstand van een van detwee kookzones op wordt gezet, wordt de functie bin-nen circa 10 seconden gedeactiveerd. 12 TijdfunctiesUw kookplaat beschikt over verschillende functies voorhet instellen van de bereidingstijd:¡Uitschakeltimer¡Timer12. 1 UitschakeltimerMaakt de programmering van een bereidingstijd vooréén of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrij-ken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. Uitschakeltimer inschakelen1. Kookzone en vermogensstand kiezen. 2. Druk op . aIn de kookzone gaat branden. 3. In het instelgedeelte de tijd instellen.
‒Om een bereidingstijd van minder dan 10 minu-ten in te stellen, dient u altijd 0 aan te rakenvoordat u de gewenste waarde kiest. aDe bereidingstijd begint af te lopen. aNa het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. 4. Druk op .
aDe indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt. Opmerking:Als u voor een kookplaat een bereidings-tijd wilt programmeren, en de PerfectFry Sensor is ge-activeerd, dan begint de bereidingstijd pas af te lopenwanneer de gewenste temperatuurstand is bereikt. Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen1. Kies de kookzone en raak vervolgens hetsymbool aan. 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de berei-dingstijd wijzigen of instellen. 12. 2 TimerMaakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-nes niet automatisch uit. Timer inschakelen1. Druk net zo vaak op tot brandt. 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in. aDe tijd begint af te lopen. aNa het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. 3. Druk op . aDe indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt.
nl PowerBoost14Timer wijzigen of uitschakelen1. zo vaak indrukken tot brandt. 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzi-gen of op instellen. 13 PowerBoostMet deze functie verhit u grote hoeveelheden watersneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone van dezelfde groep niet ingebruik is. Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kook-zone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteldzonder de functie te activeren. 13. 1 PowerBoost inschakelenVereiste:Bij de combi-zone kunt u de PowerBoostfunctie alleen activeren wanneer u de twee kookzonesonafhankelijk van elkaar gebruikt. 1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. De indicatie brandt. aDe functie is ingeschakeld. 13. 2 PowerBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 2. Op tippen. De indicatie verdwijnt en dekookzone schakelt terug naar de kookstand .
aDe functie is gedeactiveerd. Opmerking:Onder bepaalde omstandigheden kan de-ze functie automatisch uitschakelen, om de elektroni-sche elementen binnenin de kookplaat te beschermen. 14 PerfectFry SensorDeze functie maakt het stressvrij koken met uitsteken-de resultaten mogelijk. In de plaats van tijdens het koken telkens weer de ver-mogensstand aan te passen, kiest u bij het begin eenkeer de gewenste doeltemperatuur. Sensoren onder dekeramische glasplaat meten dan de temperatuur vanhet kookgerei en houden deze tijdens het volledigekookproces constant. Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die metdit symbool zijn gemarkeerd. 14. 1 Voordelen¡De temperatuur wordt constant gehouden zonderdat u de vermogensstand hoeft te veranderen. ¡Olie wordt niet oververhit. Het aanbranden van delevensmiddelen wordt verhinderd.
StandTempe-ratuurFunctiesmin 140ºC In olijfolie of boter aanbradenlow 160ºC Bakken van vis en grove levensmid-delenmed 180ºC Frituren van gepaneerde, bevrorenen gegrilde gerechtenmax 215ºC Hogetemperatuurgrill en grillplaat14. 3 Aanbevolen kookgereiVoor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld,dat optimale resultaten levert. Kookgerei Aanbevolen kookzoneKoekenpan Ø21cm Kookzone met één ringHet aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de ser-vicedienst, de vakhandel of onze onlineshopwww. bosch-home. com. Opmerking:U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Af-hankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de be-reikte temperatuur echter van de gekozen temperatuur-stand afwijken. 14. 4 PerfectFry Sensor inschakelen1. De kookzone kiezen en vervolgens hetsymbool aanraken. aIn de kookzone-indicatie brandt . 2.
Binnen de volgende 10 seconden in het instelge-bied de gewenste temperatuurstand kiezen. aDe functie is ingeschakeld. 3. brandt tot de braadtemperatuur is bereikt. Danweerklinkt een signaal en het temperatuursymboolgaat uit. 4. Als de braadtemperatuur is bereikt, het braadvet envervolgens de levensmiddelen in de pan doen. Opmerking:Om ervoor te zorgen dat en de tempera-tuurstand worden weergegeven, moet u een kookzoneselecteren. 14. 5 Schakel PerfectFry Sensor uit▶De kookzone kiezen en aanraken. aDe functie is gedeactiveerd.
2 Kinderslot uitschakelen▶Raak gedurende 4 seconden aan. aDe blokkering is opgeheven. 15. 3 Automatisch kinderslotU kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na hetuitschakelen van de kookplaat activeren. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe ude functie in- en uitschakelt. →Pagina16.
nl Veegbeveiliging1616 VeegbeveiligingZorgt voor een blokkering van het bedieningspaneel,zodat bij het reinigen instellingen niet ongewild wordengewijzigd.De reinigingsblokkering heeft geen invloed op dehoofdschakelaar.16.1 Schakel Veegbeveiliging in▶symbool aan. Er klinkt een signaal.aHet bedieningspaneel is gedurende 35secondengeblokkeerd. 5 seconden voor het uitschakelenklinkt een signaal.16.2 Schakel Veegbeveiliging uitVoor het voortijdig uitschakelen van de functie:▶symbool aan.aHet bedieningspaneel is ontgrendeld.17 Individuele veiligheidsuitschakelingIs een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de in-stelling niet veranderd, dan wordt de automatische uit-schakeling geactiveerd.
De kookzone geeft weer enschakelt uit.De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerdevermogensstand af.Druk op een willekeurige button.18 BasisinstellingenU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.18.1 Overzicht van de basisinstellingenIndicatie Instelling Waarde Kinderslot - Handmatig.1 Automatisch. – Uitgeschakeld Akoestische signalen – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld 1. Weergave energieverbruikToont het totale energieverbruik tussen hetin- en uitschakelen van de kookplaat in kWh.De precisie van de indicatie is onder andereafhankelijk van de spanningskwaliteit van hetelektriciteitsnet. – Uitgeschakeld1 – Ingeschakeld Automatisch uitschakelen van de kookzones.
Basisinstellingen nl17Indicatie Instelling Waarde VermogensbegrenzingMaakt indien nodig de begrenzing mogelijkvan het totale vermogen van de kookplaat,indien vereist, op basis van de omstandighe-den van uw elektrische installatie. De be-schikbare instellingen zijn afhankelijk van hetmaximale vermogen van de kookplaat. Pre-cieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaatde ingestelde vermogensgrens bereikt, danwordt weergegeven en u kunt geen hogerevermogensstand kiezen. - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. - Maximaal vermogen van de kookplaat.
Keuzetijd van de kookzone - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone in-stellen zonder deze opnieuw te selecteren. 1 - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u dekookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. MoveModeMaakt de wijziging mogelijk van de vooringe-stelde vermogensstanden. - Vooringestelde vermogensstand voor de voorstekookzone. . - Vooringestelde vermogensstand voor de achterstekookzone. Kookgerei-testMet deze functie kunt u de kwaliteit van hetkookgerei controleren. - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. - Luchtcirculatie configureren. 1 - Luchtafvoer configureren. Automatische start instellen - Uitgeschakeld.
Wanneer uw kookplaat met de circulatie-luchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatiegedurende ca. 30 minuten met de vermo-gensstand in. De naloopfunctie schakelt zich na het verstrij-ken van deze tijd automatisch uit. - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld 1: Terugzetten naar de fabrieksinstellingen - Individuele instellingen 1. - Fabrieksinstellingen. 1Fabrieksinstelling18. 2 Naar de basisinstellingenVereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. 1. Raak aan om de kookplaat uit te schakelen. 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 secon-den lang aan. Productinformatie IndicatieLijst van de Technische Service (TS) Fabricagenummer Fabricagenummer 1 . Fabricagenummer 2 . aDe eerste vier indicaties geven de productinformatieweer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlij-ke indicaties te kunnen zien. 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan.
nl Kookgerei-test1819 Kookgerei-testDe kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op desnelheid en het resultaat van het kookproces. Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgereitesten. Ga vóór de test na of de diameter van de bodem vande pan met de grootte van de gebruikte kookzoneovereenstemt. De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. →Pagina1619. 1 Kookgerei-test uitvoeren1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200ml water midden op die kookzone, waarvan dediameter het best overeenkomt met de diameter vande bodem van het kookgerei. 2. Roep de basisinstellingen op en kies . 3. Het instelgebied aanraken. Op de kookzone knip-pert de indicatie . aDe test is bezig. aNa 10 seconden verschijnt het resultaat op hetkookzonedisplay. 19.
2 Resultaat controlerenIn de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voorkwaliteit en snelheid van het kookproces betekent. ResultaatHet kookgerei is voor de kookzone niet geschikten wordt daarom niet opgewarmd. Het kookgerei warmt langzamer op dan verwachten het kookproces verloopt niet optimaal. Het kookgerei wordt goed warm en het kookpro-ces is in orde. Raak om deze functie te activeren het instelbereik aan. 20 VermogensbegrenzingMet deze functie kunt u het totale vermogen van dekookplaat instellen. De kookplaat is af fabriek ingesteld. Het maximaal ver-mogen van de kookplaat vindt u op het typeplaatje. Met deze functie past u de configuratie aan de vereis-ten van elke elektrische installatie aan. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt dekookplaat het beschikbare vermogen automatisch overde ingeschakelde kookzones,aangepast aan de be-hoefte.
Zolang deze functie is geactiveerd, kan het vermogenvan elke kookzone tijdelijk onder de normale waardevallen. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, ver-deelt de kookplaat het beschikbare vermogen automa-tisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakel-de kookzones .
Het apparaat regelt en kiest de hoogstmogelijke vermogensstand automatisch. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe ude waarden verandert. →Pagina1621 Reiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 21. 1 ReinigingsmiddelenGeschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke-ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service-dienst, in de vakhandel of in de webshop www. bosch-home. com. LET OP. Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-ken van het apparaat beschadigen. ▶Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken. ▶Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang dekookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring vanhet oppervlak leiden. Ongeschikte reinigingsmiddelen¡Onverdund afwasmiddel¡reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine¡Schuurmiddelen¡Agressieve reinigingsmiddelen, bijv.
Reiniging en onderhoud nl1921.2 Componenten die moeten wordengereinigd of vervangenHet volgende overzicht toont de componenten van hettoestel die u ofwel vervangt of reinigt.21341Vetfilter2Geurfilter of akoestisch filter3Glaskeramiek4Overloopreservoir21.3 Kookplaat reinigenReinig de kookplaat na elk gebruik zodat er geenkookresten inbranden.Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat bij suiker-vlekken, kunststof of aluminiumfolie de kookplaat nietafkoelen.1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-trokeramische kookplaat.2.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voorglaskeramiek.Houd de reinigingsinstructies op de verpakking vanhet reinigingsmiddel aan.Tip:Met een speciale spons voor glaskeramiek kuntu goede reinigingsresultaten boeken.21.4 Kookplaatrand reinigenWanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de randvan de kookplaat bevinden, reinig deze dan.Opmerking:Geen schraper gebruiken.1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop eneen zachte doek.Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-sen.2. Droog na met een zachte doek.21.5 Geurfilter of akoestisch filtervervangenVervang het geurfilter regelmatig. Vervang de akoesti-sche filters als ze verontreinigd zijn.Opmerking:De geurfilters of akoestische filters zijnverkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice ofin de onlineshop.1. Alleen originele filters, om een optimale werking tegaranderen.2.
LET OP!Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggendekookplaat beschadigen.▶Met een hand onder de vetfilter grijpen.Verwijder het vetfilter.‒Vet kan zich op de bodem van het reservoir ver-zamelen. Het vetfilter niet schuin houden om tevoorkomen dat er vet vanaf druipt.3. De 4 geurfilters of akoestische filters eruit halen encorrect afvoeren.4. De 2 geurfilters of akoestische filters links en rechtsin het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.
nl Reiniging en onderhoud205. De andere geurfilters of akoestische filters links enrechts in het apparaat plaatsen. 6. Het vetfilter plaatsen. Verzadigingsindicatie terugzettenVereiste:Na het uitschakelen van het apparaat brandt. 1. De geurfilters vervangen. →Pagina192. ingedrukt houden tot een geluidssignaal te horenis. aDe indicatie licht niet meer op. De verzadigingsin-dicatie voor de geurfilters is teruggezet. 21. 6 Vetfilter reinigenVetfilters filteren het vet uit de keukendamp. Reinig hetvetfilter regelmatig om een optimale werking te garan-deren. WAARSCHUWING‒Kans op brand. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. ▶Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. ▶De vetfilters regelmatig reinigen. ▶Nooit in de omgeving van het apparaat met openvuur werken (bijv. flamberen). ▶Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbronvoor vaste brandstoffen (bijv.
hout of kolen) installe-ren wanneer de vuurbron een afgesloten, niet verwij-derbare afscherming heeft. Er mogen geen vonkenwegspringen. 1. LET OP. Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggendekookplaat beschadigen. ▶Met een hand onder de vetfilter grijpen. Verwijder het vetfilter. ‒Vet kan zich op de bodem van het reservoir ver-zamelen. Het vetfilter niet schuin houden om tevoorkomen dat er vet vanaf druipt. ‒2. Het vetfilter reinigen. ‒→"Vetfilter met de hand reinigen", Pagina20‒→"Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen",Pagina213. Indien nodig de geurfilters of de akoestische filtersverwijderen en het apparaat van binnen reinigen. →"Geurfilter of akoestisch filter vervangen",Pagina194. Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland,dan deze voorwerpen verwijderen en ervoor zorgendat de toevoer naar het overloopreservoir niet ge-blokkeerd is. 5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch PVQ890F25E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Bosch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis