Bosch PIE695B15E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch PIE695B15E (48 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Bosch PIE695B15E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | PIE695B15E |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 17 |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 24574 g |
| Breedte: | 606 mm |
| Diepte: | 524 mm |
| Hoogte: | 223 mm |
| Snoerlengte: | 1.1 m |
| Kinderslot: | Ja |
| Geluidsniveau: | 60 dB |
| Gewicht verpakking: | 27574 g |
| Breedte verpakking: | 690 mm |
| Diepte verpakking: | 527 mm |
| Hoogte verpakking: | 223 mm |
| Soort klok: | Elektronisch |
| Maximale afzuigcapaciteit: | 575 m³/uur |
| Afzuigmethode: | Recirculerend |
| Soort vetfilter: | Roestvrijstaal |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1400 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 1400 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2200 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 1: | Regulier |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 7400 W |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 223 mm |
| Aangesloten lading (gas): | - W |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Uitlaat locatie: | Midden |
| Breedte kookplaat: | 60 cm |
| Boost functie: | Ja |
| Installatie compartiment diepte (min): | 490 mm |
| Bescherming tegen overstromen: | Ja |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Panherkenning: | Ja |
| Certificering: | CE, VDE |
| Frame vorm: | Schuin |
| Type brander/kookzone 4: | Groot |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 2200 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Electrisch |
| Kookzone 1 boost: | 3700 W |
| Kookzone 2 boost: | 2200 W |
| Kookzone 3 boost: | 2200 W |
| Kookzone 4 boost: | 3700 W |
| Installatie compartiment diepte (max): | 490 mm |
| Positie brander/kookzone 1: | Links voor |
| Diameter brander/kookzone 1: | 210 mm |
| Positie brander/kookzone 2: | Links achter |
| Diameter brander/kookzone 2: | 150 mm |
| Positie brander/kookzone 3: | Rechts achter |
| Diameter brander/kookzone 3: | 150 mm |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts voor |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240/380 - 415 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50/60 Hz |
| Inbouw afzuigkap: | Ja |
| Geluidsniveau ventilatie (min): | 58 dB |
| Geluidsniveau ventilatie (max): | 72 dB |
Handleiding Bosch PIE695B15E – volledige tekst
Veiligheid nl3Inhoudsopgave1 Veiligheid. 32 Materiële schade voorkomen. 63 Milieubescherming en besparing. 64 Afvoeren. 75 Koken met inductie. 76 Uw apparaat leren kennen. 97 Functies. 108 Voor het eerste gebruik. 109 De Bediening in essentie. 1110 Tijdfuncties. 1311 PowerBoost-functie. 1412 Kinderslot. 1413 Automatische veiligheidsuitschakeling. 1514 Basisinstellingen. 1515 Pan controleren. 1616 Functie PowerManager. 1717 Reiniging en onderhoud. 1718 FAQ. 1919 Storingen verhelpen. 2120 Servicedienst. 2221 Testgerechten. 231 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingenHier vindt u algemene informatie over dezegebruiksaanwijzing. ¡Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voorde gebruiker van het apparaat. ¡Neem de veiligheidsvoorschriften en waar-schuwingen in acht.
¡Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-raatpas en de productinformatie voor latergebruik of voor volgende eigenaren. ¡Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatOm het apparaat veilig en op de juiste manierte gebruiken dient u de aanwijzingen over hetcorrecte gebruik van het apparaat in acht tenemen. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡volgens deze gebruiksaanwijzing. ¡om voedsel en dranken te bereiden. ¡onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog.
¡tot een hoogte van 2000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡met een externe schakelklok of een af-standsbediening. ¡om gevaarlijke of explosieve stoffen endampen af te zuigen. ¡om kleine onderdelen of vloeistoffen af tezuigen. Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoetaan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raadvan de Europese Gemeenschappen van 20juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 isgeselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-daan en er bovendien non-ferro pannen metnon-ferro handgrepen worden gebruikt, kandeze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juistewijze gebeurt. 1. 3 Inperking van de gebruikersVoorkom risico's voor kinderen en kwetsbarepersonen.
nl Veiligheid4zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veilig gebruikNeem bij gebruik van het apparaat de veilig-heidsaanwijzingen in acht. WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶▶▶▶▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶▶▶▶▶ Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken.
▶▶▶▶▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶▶▶▶▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. WAARSCHUWING‒Kans opvergiftiging. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnenleiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die delucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparatendie op gas, olie, hout of kolen worden ge-stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-ken de verbrandingslucht uit de opstellings-ruimte en voeren de gassen via een afvoer(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-tie met een ingeschakelde afzuigkap wordtaan de keuken en aan de ruimtes ernaastlucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaalworden teruggezogen in de woonruimte.
▶▶▶▶▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-co gebruiken wanneer de onderdruk in deruimte waarin de vuurbron zich bevindt nietgroter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kanworden bereikt wanneer de voor de ver-branding benodigde lucht door niet afsluit-bare openingen, bijv. in deuren, ramen, incombinatie met een ventilatiekast in demuur of door andere technische voorzienin-gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-doende om aan de minimale eisen te vol-doen. ▶▶▶▶▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kaneen voorstel doen voor passende maatre-gelen op het gebied van de luchttoevoer. ▶▶▶▶▶ Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruikmogelijk. WAARSCHUWING‒Kans op brand.
Hete oliën en vetten vliegen snel in brand. ▶▶▶▶▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooituit het oog. ▶▶▶▶▶ Een brand nooit blussen met water. ▶▶▶▶▶ Kookzone uitschakelen▶▶▶▶▶ Vlammen voorzichtig met een deksel, blus-deken of iets dergelijks verstikken. De kookzones worden erg heet. ▶▶▶▶▶ Nooit brandbare voorwerpen op de kook-plaat leggen. ▶▶▶▶▶ Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. Het apparaat wordt heet. ▶▶▶▶▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-sen bewaren in laden direct onder de kook-plaat.
Veiligheid nl5Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld dooroververhitting, in brand vliegen of ontploffendematerialen. ▶▶▶▶▶ Dek de kookplaat niet af. Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-schakelaar uitschakelen. ▶▶▶▶▶ Niet wachten tot de kookplaat automatischuitschakelt omdat er zich geen potten enpannen meer op bevinden. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. ▶▶▶▶▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. ▶▶▶▶▶ De vetfilters regelmatig reinigen. ▶▶▶▶▶ Nooit in de omgeving van het apparaat metopen vuur werken (bijv. flamberen). ▶▶▶▶▶ Het apparaat alleen in de buurt van eenvuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. houtof kolen) installeren wanneer de vuurbroneen afgesloten, niet verwijderbare afscher-ming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden.
De kookzones en de omgeving ervan, met na-me een eventueel aanwezige kookplaatrand,worden zeer heet. ▶▶▶▶▶ Nooit de hete vlakken aanraken. ▶▶▶▶▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. De kookzone warmt op, maar de indicatiefunctioneert niet. ▶▶▶▶▶ Schakel de zekering in de meterkast uit. ▶▶▶▶▶ Neem contact op met de servicedienst. Ongeschikte beveiligingsvoorzieningen of kin-dertralies kunnen tot ongevallen leiden. ▶▶▶▶▶ Uitsluitend door ons goedgekeurde beveili-gingsvoorzieningen, zoals kindertralies, mo-gen worden gebruikt. Voorwerpen van metaal worden zeer snelheet op de kookplaat. ▶▶▶▶▶ Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶▶▶▶▶ Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen.
▶▶▶▶▶ Wanneer er hete vloeistoffen in het appa-raat komen, het vetfilter of het overloopre-servoir pas verwijderen nadat het apparaatis afgekoeld. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶▶▶▶▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶▶▶▶▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶▶▶▶▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, dient dit te worden vervangendoor een speciaal snoer dat verkrijgbaar isbij de fabrikant of de servicedienst. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶▶▶▶▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶▶▶▶▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶▶▶▶▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶▶▶▶▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van hetnetsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen.
▶▶▶▶▶ "Contact opnemen met de servicedienst. "→Pagina22▶▶▶▶▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶▶▶▶▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-latie van elektrische apparaten smelten. ▶▶▶▶▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-trische apparaten nooit in contact komt methete onderdelen van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem vande pan en de kookzone, kunnen kookpannenplotseling omhoog springen. ▶▶▶▶▶ Zorg ervoor dat de kookzone en de bodemvan de pan altijd droog zijn. ▶▶▶▶▶ Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting.
nl Materiële schade voorkomen6▶▶▶▶▶ Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. ▶▶▶▶▶ Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is. 2 Materiële schade voorkomenTer voorkoming van materiële schade, aan het appa-raat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u deaanwijzingen in acht te nemen. LET OP. Door ruwe bodems van pannen ontstaan krassen opde glaskeramiek. ▶▶▶▶▶ Kookgerei controleren. Door droogkoken kan het kookgerei of het apparaatbeschadigd raken. ▶▶▶▶▶ Nooit pannen zonder inhoud op een hete kookzonezetten of laten droogkoken. Verkeerd geplaatst kookgerei kan tot oververhitting vanhet apparaat leiden. ▶▶▶▶▶ Nooit hete kook- of bakpannen op de bedienings-elementen of de kookplaatrand zetten.
Schelp-vormigebescha-digingvan hetopper-vlakSuiker of sterksuikerhoudendvoedselOvergelopen etenswaaronmiddellijk verwijderenmet een schraper voor vi-trokeramische kookplaat. 3 Milieubescherming en besparingBescherm het milieu door het apparaat op een hulp-bronnenbesparende manier te gebruiken en herbruik-bare materialen op de juiste manier af te voeren. 3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶▶▶▶▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaatminder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de panpast. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-diameter van de pan aan.
Die is dikwijls groter dan debodemdiameter. ¡Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. ¡Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten. ¡Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veelenergie.
Afvoeren nl7Glazen deksel gebruiken¡Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. ¡Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-bruik hoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel. ¡Groot kookgerei met weinig product heeft meerenergie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. ¡Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. Eenpassende doorkookstand gebruiken. ¡Met een te hoge doorkookstand verspilt u energiePas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan. ¡Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-verbruik. Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogereventilatiestand. ¡De geuren verdelen zich minder in de ruimte. Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodigis.
¡Het apparaat verbruikt geen energie. Bij het koken voldoende ventileren. ¡Het apparaat werkt efficiënter en met minder be-drijfsgeluiden. De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-vangen. ¡De effectiviteit van het filter blijft behouden. 4 AfvoerenWij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op dejuiste manier afvoert. 4. 1 Afvoeren van uw oude apparaatDoor een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevollegrondstoffen opnieuw worden gebruikt. 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-ken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoorkunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-methoden.
1 Voordelen bij koken met inductieKoken met inductie is fundamenteel anders dan gebrui-kelijk, omdat de warmte direct in het kookgerei ont-staat. Dit biedt vele voordelen:¡Tijdsbesparing bij het koken en bakken. ¡Besparing van energie. ¡Gemakkelijker te reinigen en te onderhouden. Over-gelopen etenswaar brandt niet zo snel in. ¡Regeling van de warmtetoevoer en de zekerheid datde kookplaat de warmtetoevoer direct na de bedie-ning verhoogt of verlaagt. De inductiekookplaat on-derbreekt de warmtetoevoer wanneer u het kookge-rei van de kookzone haalt, zonder dat u deze eerstuitschakelt. 5. 2 KookgereiUitsluitend ferromagnetische kookgerei is geschikt voorhet koken met inductie.
Bijvoorbeeld:¡Kookgerei van geëmailleerd staal¡Kookgerei van gietijzer¡Speciaal voor inductie geschikt kookgerei van roest-vaststaalOverige informatie over kookgerei dat geschikt is voorkoken op inductie kunt u vinden onder →"Pan controleren", Pagina16Zorg ervoor, om een goed bereidingsresultaat te beha-len, dat het ferromagnetische bereik van de bodem vanhet kookgerei overeenkomt met de grootte van dekookplaat. Wanneer het kookgerei op een kookplaatniet herkend kan worden, plaats dan het kookgerei opeen kookplaat met een kleinere diameter. De bodem van vele inductiekookgerei is niet volledigferromagnetisch:.
nl Koken met inductie8Bij groot kookgerei met een kleine ferromagnetischebodem wordt alleen het ferromagnetische vlak verhit. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig. Daaromkan de temperatuur van het niet ferromagnetische be-reik te laag zijn om te koken. Bodems van kookgerei met aluminiumgehalte reduce-ren het ferromagnetische oppervlak. Daardoor kan hetuitgangsvermogen reduceren en het kookgerei wordtonvoldoende of helemaal niet herkend en daarom nietvoldoende verhit. Niet geschikt kookgereiGebruik nooit verdeelplaten of kookgerei van:¡normaal staal met dunne bodems¡Glas¡Aardewerk¡Koper¡AluminiumTextuur van de bodem van het kookgereiDe textuur van de bodem van het kookgerei kan hetkookresultaat beïnvloeden. Kookgerei van materialendie de hitte gelijkmatig verdelen, bijv. pannen metsandwichbodem van roestvaststaal, besparen tijd enenergie.
Gebruik bij voorkeur kookgerei met een vlakke bodem,want niet vlakke bodems van kookgerei beïnvloedende warmtetoevoer. Ontbrekend kookgerei of ongeschikte afmeting. Wanneer u geen kookgerei op de gekozen kookplaatplaatst of het kookgerei van een ongeschikt materiaalis of niet de juiste afmetingen heeft, dan knippert de in-dicatie van de kookplaat. Plaats een geschikt kookge-rei op de kookplaat om de indicatie te doven. Wanneeru niet binnen 90 seconden een geschikt kookgerei opde kookplaat plaatst, dan schakelt deze automatischuit. Leeg kookgerei of kookgerei met dunne bodemVerhit geen leeg kookgerei en gebruik geen kookgereimet dunne bodem. De kookplaat is met een intern vei-ligheidssysteem uitgerust. Toch kan een leeg kookge-rei zo snel verhitten dat de functie "automatisch uit-schakelen" niet tijdig reageert en een te hoge tempera-tuur wordt bereikt.
Daardoor kan de bodem van hetkookgerei smelten en de glasplaat beschadigd raken. In dat geval het kookgerei niet aanraken en de kook-plaat uitschakelen. Neem contact op met de klanten-service wanneer de kookplaat na het afkoelen nietmeer functioneert.
Uw apparaat leren kennen nl96 Uw apparaat leren kennenLees meer over de onderdelen van uw apparaat.6.1 Uw nieuwe apparaatInformatie over uw nieuwe apparaat21345Nr. Aanduiding1Vetfilter2Geurfilter bij circulatiefunctie of akoestische fil-ter bij afvoerluchtfunctie 13Kookplaat4Bedieningspaneel5Overloopreservoir1Afhankelijk van de apparaatuitvoering.6.2 Speciale accessoiresAl naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijner verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in devakhandel, bij de klantenservice of via onze officiëlewebsite kunt kopen.¡Luchtafvoerset¡Luchtcirculatieset¡Geurfilter voor circulatiefunctie¡Akoestisch filter voor luchtafvoer6.3 Het bedieningspaneelAfhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv.
de kleur en de vorm.KeuzesensorenSensor FunctieHoofdschakelaar De kookzone kiezen / Instelvelden PowerBoost-functieIntensief ventilatiestand Timer-functie Kinderslot Handmatige ventilatieregelingIndicatiesIndicatie Functie Gebruikstoestand - Kookstanden - Ventilatiestanden / Restwarmte PowerBoost-functieIntensief ventilatiestand TijdfunctiesKeuzesensoren en displaysRaak om de betreffende functie te activeren een sym-bool aan.¡Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vochtheeft een nadelige invloed op de werking.¡Geen kookgerei in de buurt van displays en senso-ren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.6.4 De kookzonesMeer informatie over kookgerei dat geschikt is voor ko-ken op inductie kunt u vinden onder →"Koken met inductie", Pagina7.
nl Functies10De kookzo-nes Kookzonemet éénringGebruik kookgerei dat dejuiste afmetingen heeft. 6. 5 Restwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-te-indicatie. Deze geeft aan dat een kookzone nog heetis. De kookplaat niet direct na het uitschakelen, nochzolang de restwarmte-indicatie nog brandt, aanraken. Afhankelijk van de hoogte van de restwarmte wordt hetvolgende weergegeven:¡Indicatie : hoge temperatuur¡Indicatie : lage temperatuurWanneer u het kookgerei tijdens het koken van dekookzone neemt, knipperen afwisselend de restwarmte-indicatie en de gekozen kookstand. Schakelt u de kookzone uit, dan is de restwarmte-indi-catie verlicht. Wanneer de kookplaat uitgeschakeld is,blijft de restwarmte-indicatie verlicht zolang de kookzo-ne nog warm is. 7 FunctiesU kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodusof in de luchtcirculatiemodus.
De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozengebruiksmodus en de gebruikte filters worden inge-steld. 7. 1 Gebruik met afvoerluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigden via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-voerd. De lucht mag niet worden afgevoerd ineen schoorsteen die wordt gebruiktvoor afvoergassen van apparaten be-stemd voor het verbranden van gas ofandere brandstoffen (dit geldt niet voorventilatieapparatuur). ¡Komt de afvoerlucht terecht in eenrook- of afvoergasschoorsteen dieniet in gebruik is, dan dient hiervoortoestemming van een vakbekwameschoorsteenveger te worden verkre-gen. ¡Wordt de afvoerlucht door de buiten-muur geleid, dan raden wij u aaneen telescoop-muurkast te gebrui-ken. 7. 2 Gebruik met circulatieluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters en eengeurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
De verschillendemanieren om het apparaat met circula-tielucht te gebruiken, vindt u in onze ca-talogus of kunt u navragen bij uw speci-aalzaak. Het daartoe benodigde toebe-horen is verkrijgbaar bij de speciaal-zaak, de klantenservice of in de online-shop. 8 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 8. 1 Functie instellenHet apparaat wordt geleverd met vooringestelde circu-latiefunctie. Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten isgeïnstalleerd, moet u de instelling op deze modusconfigureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofd-stuk →"Basisinstellingen", Pagina15.
De Bediening in essentie nl119 De Bediening in essentieHier wordt de bediening van het apparaat in essentiebeschreven. 9. 1 Kookplaat in- en uitschakelenDe kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelenen uitschakelen. Wanneer u de kookplaat binnen de eerste 4secondenna het uitschakelen weer inschakelt, treedt deze in wer-king met de vorige instellingen. Opmerking:Gebruik het apparaat nooit zonder meta-len vetfilter en overloopreservoir. Kookplaat inschakelen▶▶▶▶▶ aanraken. Er klinkt een signaal en de indicatie naast brandt. aDe kookplaat is klaar voor gebruik. Kookplaat uitschakelen▶▶▶▶▶ aanraken, tot de indicaties doven. De restwarmte-indicatie blijft verlicht tot de kookzo-nes voldoende zijn afgekoeld. aAlle kookzones zijn uitgeschakeld. Opmerking:Wanneer alle kookzones langer dan20seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kook-plaat uit. 9.
2 Instellen van de kookzonesDe gewenste kookzone kiezen met de symbolen en. VermogensstandLaagste vermogensstandHoogste vermogensstandTussen de vermogensstanden zit een tussenstand. De-ze is aangeduid met een punt. Opmerkingen¡Om de gevoelige onderdelen van het apparaat tebeschermen tegen oververhitting of stroomstoten,kan het vermogensniveau van de kookplaat voorkorte tijd worden teruggebracht. ¡Om geluidshinder van het apparaat te voorkomenkan het vermogen van de kookplaat voor korte tijdworden teruggebracht. De kookzone en de gewenste kookstand kiezen. 1. Om de kookzone te kiezen op tippen. 2. Raak binnen de volgende 10 seconden het sym-bool of aan. ‒Op tippen. De kookstand wordt weergege-ven. ‒Op tippen. De kookstand wordt weergege-ven. aDe kookstand is ingesteld.
Wanneer hetkookgerei wordt herkend, de kookstand binnen 20seconden kiezen, anders schakelt de kookzone uit. Wanneer u meerdere pannen plaatst en de kook-plaat inschakelt, wordt slechts één pan herkend. ¡Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat,knippert de gekozen kookstand. Na een bepaaldetijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen1. De kookzone kiezen. 2. Tip op of , totdat de gewenste kookstand ver-schijnt of instellen. aDe kookstand van de kookzone wijzigt of de kook-zone schakelt uit en de restwarmte-indicatie ver-schijnt. Snel uitschakelen van de kookplaatGedurende 3 seconden het symboolvan de kookzoneaanraken. De kookplaat schakelt uit. 9. 3 Kooktips¡Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibaresauzen opwarmt, deze af en toe omroeren. ¡Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen.
¡Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verla-gen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaatwordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed. ¡Na het bereidingsproces een deksel op het kookge-rei doen totdat u het gerecht serveert. ¡Houd voor het bereiden met de snelkookpan deaanwijzingen van de fabrikant aan. ¡Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het be-houd van de voedingswaarde. Met de kookwekkerkunt u de optimale bereidingstijd instellen. ¡Om een gezond resultaat te behalen, erop letten datde olie niet gaat walmen. ¡Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaaren in kleine porties aanbraden. ¡Sommige kookgerei kan bij het bereiden hoge tem-peraturen bereiken. Gebruik daarom pannenlappen. ¡Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden on-der →"Energie besparen", Pagina6.
Opmerking:Bij hoge pannen kan geen optimale af-zuigprestatie worden gegarandeerd. U kunt de afzuig-prestaties door een schuin geplaatste deksel verbete-ren. Handmatige ventilatieregeling activeren1. aanraken. De ventilatie start met de vooringestelde vermo-gensstand. 2. Kies in de volgende 10 seconden de gewenste ver-mogensstand met de symbolen en. aDe vermogensstand is verlicht. Opmerking:Wanneer u een bereidingstijd of timer-tijdheeft ingesteld, aanraken om de ventilatiestand tebekijken. Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren1. aanraken. 2. De gewenste vermogensstand kiezen of met desymbolen en op instellen.
Tijdfuncties nl139. 5 Intensief ventilatiestandHet apparaat beschikt over een intensief-ventilatie-stand. Wanneer u de intensief-ventilatiestand activeert,werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen. Intensief ventilatiestand activeren1. aanraken. 2. De vermogensstand selecteren en vervolgens aanraken. De indicatie brandt. aDe intensiefstand is geactiveerd. Opmerking:Na ca. 8minuten schakelt het apparaatzelfstandig terug naar de vermogensstand. Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren1. aanraken. 2. De gewenste vermogensstand kiezen of met desymbolen en op instellen. 9. 6 Automatische start voor de ventilatieWanneer u voor een kookzone een kookstand kiest,dan schakelt de automatische start in. De ventilatie start op de bijbehorende vermogensstand. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk →"Basisinstellingen", Pagina15. 9.
7 Naloopfunctie voor de ventilatieDe naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uit-schakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarnaschakelt het ventilatiesysteem automatisch uit. Ventilatornaloop activerenDe nalooptijd wordt standaard met een maximale uit-schakeltijd geactiveerd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk →"Basisinstellingen", Pagina15. Opmerking:De naloop schakelt alleen in wanneer erminstens één kookzone minimaal één minuut werd in-geschakeld. Ventilatornaloop deactiverenHandmatigWanneer u aanraakt, deactiveert u de functie. AutomatischHet apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer:¡De nalooptijd is afgelopen. ¡U het apparaat weer inschakelt.
U kunt een bereidingstijd tot 99 minu-ten instellen. Bereidingstijd programmeren1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand. 2. Op tippen. aDe indicatie van de kookzone brandt. Op het timer-display verschijnt. 3. Op of tippen. De volgende basisinstelling ver-schijnt:‒Op tippen: 30minuten‒Op tippen: 10minuten4. Met de symbolen of de bereidingstijd selecte-ren. aDe tijd begint af te lopen. Opmerking:Wanneer u een bereidingstijd voor meer-dere kookzones heeft instelt, verschijnt op het timer-dis-play altijd de tijdsindicatie van de steeds geselecteerdekookzone. Bereidingstijd wijzigen of wissen1. De kookzone kiezen. 2. Op tikken. 3. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippenof op instellen. Na het verstrijken van de bereidingstijdDe kookplaat schakelt uit. Er klinkt een signaal en ophet timer-display verschijnt gedurende 10 secondenhet symbool.
De indicatie van de kookplaat brandt. ▶▶▶▶▶ Op tippen. aDe indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt. 10. 2 Automatische programmering van debereidingstijdU kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde berei-dingstijd instellen. De ingestelde tijd loopt voor elk vande kookzones onafhankelijk af. Meer informatie kunt u vinden onder →"Basisinstellingen", Pagina15.
nl PowerBoost-functie1410. 3 De kookwekkerMet de kookwekker kunt u een tijd tot 99minuten in-stellen. Deze functie is onafhankelijk van de kookzonesen andere instellingen. Deze functie schakelt een kook-zone niet automatisch uit. Kookwekker instellen1. De kookwekker op één van de beide manieren se-lecteren:– Bij geselecteerde kookplaat: tweemaal op tip-pen. – Wanneer u geen kookzone heeft gekozen: optippen. aDe indicatie naast brandt. Op het timer-displayverschijnt. 2. Op of tippen. De basisinstelling verschijnt:‒Op tippen: 10minuten‒Op tippen: 05minuten3. Om de gewenste tijd te kiezen, op of tippen. aDe tijd begint af te lopen. Kookwekkertijd wijzigen of wissen1. Raak meerdere malen aan, totdat de indicatienaast brandt. 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippenof op instellen. Na afloop van de wekkertijdEr klinkt een signaal.
Op het timer-display verschijnt. Na 10 seconden verdwijnen de indicaties. ▶▶▶▶▶ Op tippen. aDe indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt. 11 PowerBoost-functieMet de PowerBoost-functie kunt u grote hoeveelhedenwater sneller verwarmen dan met de kookstand. Deze functie kunt u activeren voor een kookzone, wan-neer de andere kookzone van dezelfde groep niet ingebruik is, zie afbeelding. Anders knipperen en inhet display van de gekozen kookzone. Vervolgenswordt automatisch de kookstand ingesteld, zonderde functie te activeren. 11. 1 PowerBoost-functie activeren1. De kookzone kiezen. 2. De kookstand kiezen en vervolgens het sym-bool aanraken. De indicatie licht op. aDe functie is geactiveerd. 11. 2 Powerboost-functie deactiveren1. De kookzone kiezen. 2. Raak het symbool aan. De indicatie ver-dwijnt en de kookzone schakelt terug naar dekookstand. aDe functie is gedeactiveerd.
Opmerking:Onder bepaalde omstandigheden kan dePowerBoost-functie automatisch uitschakelen, ter be-scherming van de elektronica-elementen binnenin dekookplaat. 12 KinderslotDe kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermeevoorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen. 12. 1 Kinderslot inschakelenVereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. ▶▶▶▶▶ Gedurende 4 seconden aanraken. aDe indicatie naast brandt gedurende 10secon-den. aDe kookplaat is geblokkeerd. 12. 2 Kinderslot uitschakelen▶▶▶▶▶ Gedurende 4 seconden aanraken. aDe blokkering is opgeheven. 12. 3 Automatisch kinderslotDe kookplaat is voorzien van een automatisch kinder-slot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat in-schakelen. Activeren en deactiverenMeer informatie over het kinderslot kunt u vinden onder →"Basisinstellingen", Pagina15.
Automatische veiligheidsuitschakeling nl1513 Automatische veiligheidsuitschakelingWanneer u een kookzone langere tijd gebruikt en erzijn geen instellingen gewijzigd, dan wordt de automati-sche veiligheidsuitschakeling geactiveerd. Deze hangtvan de gekozen vermogensstand van 1 tot 10 uur af. De kookzone warmt niet meer op. In de kookzone-indi-catie knipperen afwisselend en de restwarmte-indi-catie of. Om de indicatie uit te schakelen, een willekeurig sym-bool aanraken. U kunt de kookzone opnieuw instellen. 14 BasisinstellingenU kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften. 14. 1 Tabel basisinstellingenIndicatie Functie Kinderslot Handmatig. 1 Automatisch. Functie gedeactiveerd. Akoestische signalen Bevestigings- en foutsignaal zijn gedeac-tiveerd. Alleen het foutsignaal is geactiveerd. Alleen het bevestigingssignaal is geacti-veerd. Alle geluidssignalen zijn geactiveerd.
*1 Automatische programmering van de be-reidingstijd Uitgeschakeld. 1 - Tijd tot de automatische uitschake-ling. Duur van het timer-einde-geluidssignaal 10 seconden. 1 30 seconden. 1 minuut. Power-Management-functie. Totaalver-mogen van de kookplaat begrenzen. De beschikbare instellingen zijn afhan-kelijk van het maximale vermogen van dekookplaat Gedeactiveerd. Hoogste vermogen vande kookplaat. 12 1000 W. Minimum vermogen. 1500 W. 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. 4000 W. 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. of. Hoogste vermogen van dekookplaat. 2 Keuzetijd van de kookzone Onbegrensd: de laatst ingestelde kook-zone blijft geselecteerd. 1 Begrensd: de kookzone blijft slechts en-kele seconden lang geselecteerd. 1Fabrieksinstelling2Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aan-gegeven op het typeplaatje.
1 Afvoerfunctie configureren. Automatische start instellen Gedeactiveerd. Ingeschakeld. 1 Naloop instellen Gedeactiveerd. Geactiveerd 1:Wanneer uw kookplaat werkt met afvoer-luchtfunctie, dan schakelt de ventilatie ge-durende ca. 6 minuten met de vermogens-stand in. Wanneer uw kookplaat met de circulatie-luchtfunctie werkt, dan schakelt de ventila-tie gedurende ca. 30 minuten met de ver-mogensstand in. De naloopfunctie schakelt zich na het ver-strijken van deze tijd automatisch uit. Terugzetten naar de fabrieksinstellingen Individuele instellingen. 1 Fabrieksinstellingen. 1Fabrieksinstelling2Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aan-gegeven op het typeplaatje. 14. 2 Naar de basisinstellingenVereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. 1. Raak aan om de kookplaat uit te schakelen. 2. Raak binnen de volgende 10seconden 4se-conden lang aan.
nl Pan controleren163. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan.a en alsmede branden afwisselend als voorin-stelling.4. Raak het symbool net zo vaak aan tot de ge-wenste functie wordt weergegeven.5. Kies de gewenste instelling met of .6. Raak gedurende 4 seconden aan.aDe instellingen zijn opgeslagen.14.3 De basisinstellingen afsluiten▶▶▶▶▶ Raak aan om de kookplaat uit te schakelen.15 Pan controlerenMet deze functie kunt u de snelheid en de kwaliteit vanhet kookproces afhankelijk van het kookgerei controle-ren.Het resultaat is een referentiewaarde en hangt af vande eigenschappen van het kookgerei en de gebruiktekookzone.Meer informatie over deze functie krijgt u onder →"Basisinstellingen", Pagina15 en over de soort,grootte en positionering van het kookgerei onder →"Koken met inductie", Pagina7.15.1 Procedure voor het controleren van hetkookgerei1.
Plaats de pan bij kamertemperatuur en met ca. 200ml water in het midden op die kookzone, waarvande diameter het best bij de diameter van de bodemvan de pan past.2. Roep de basisinstellingen op en kies .3. Op of tippen. Op de kookzone knippert deindicatie .aDe functie is geactiveerd.aNa 10 seconden verschijnt het resultaat op hetkookzonedisplay.Opmerking:Is de gebruikte kookzone veel kleiner dande diameter van het kookgerei, dan zal waarschijnlijkalleen het midden van de pan warm worden en valt hetresultaat mogelijk niet optimaal of naar tevredenheiduit.15.2 Resultaat controlerenIn de volgende tabel kunt u het resultaat van de kwali-teit en de snelheid van het kookproces controleren:ResultaatHet kookgerei is voor de kookzone nietgeschikt en wordt daarom niet opge-warmd. 1Het kookgerei warmt langzamer op danverwacht en het kookproces verlooptniet optimaal.
1Het kookgerei wordt goed warm en hetkookproces is in orde.1Wanneer een kleinere kookzone aanwezig is, hetkookgerei op deze kookzone testen.Raak of aan om de functie te activeren.
Functie PowerManager nl1716 Functie PowerManagerMet de functie PowerManager stelt u het totaalvermo-gen van de kookplaat in. De kookplaat is af fabriek ingesteld, het maximale ver-mogen van de kookplaat wordt op het typeplaatjeweergegeven. Met deze functie past u de configuratieaan de vereisten van elke elektrische installatie aan. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt dekookplaat het beschikbare vermogen automatisch aan-gepast aan de behoefte over de ingeschakelde kook-zones. Zolang de functie PowerManager is geactiveerd, kanhet vermogen van een kookzone tijdelijk onder de nor-male waarde vallen. Om deze instelwaarde niet te over-schrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare ver-mogen automatisch aangepast aan de behoefte overde ingeschakelde kookzones. Het apparaat regelt enkiest de hoogst mogelijke vermogensstand automa-tisch.
3 Kookplaat reinigenReinig de kookplaat na elk gebruik om te voorkomendat kookresten inbranden. Opmerking:"Neem de informatie over ongeschikte rei-nigingsmiddelen in acht. " →Pagina17Vereiste:De kookplaat is afgekoeld. 1. Sterk vuil verwijderen met een schraper voor vitroke-ramische kookplaat. 2. De kookplaat reinigen met een reinigingsmiddelvoor glaskeramiek. Houd u aan de reinigingsinstructies die op de ver-pakking van het reinigingsmiddel staan. Tip:Met een speciale spons voor glaskeramiek kuntu goede reinigingsresultaten boeken. 17. 4 Kookplaatrand reinigenWanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de randvan de kookplaat bevinden, reinig deze dan. Opmerkingen¡"Neem de informatie over de ongeschikte reinigings-middelen in acht. " →Pagina17¡Geen schraper gebruiken. 1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop eneen zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-wassen. 2. Droog na met een zachte doek. 17. 5 Geurfilter of akoestisch filtervervangenVervang het geurfilter regelmatig. Vervang de akoesti-sche filters als ze verontreinigd zijn. Vereiste:De geurfilters of akoestische filters zijn ver-krijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of inde onlineshop. Gebruik alleen originele filters om eenoptimale werking te garanderen.
nl Reiniging en onderhoud181. Verwijder het vetfilter.‒Vet kan zich op de bodem van het reservoir ver-zamelen. Het vetfilter niet schuin houden om tevoorkomen dat er vet vanaf druipt.2. De 4 geurfilters of akoestische filters eruit halen encorrect afvoeren.3. De 2 geurfilters of akoestische filters links en rechtsin het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.4. De andere geurfilters of akoestische filters links enrechts in het apparaat plaatsen.5. Het vetfilter plaatsen.Verzadigingsindicatie terugzettenVereiste:Na het uitschakelen van het apparaat brandt .1. "De geurfilters vervangen." →Pagina172. ingedrukt houden tot een geluidssignaal te horenis.aDe indicatie licht niet meer op. De verzadigingsin-dicatie voor de geurfilters is teruggezet.17.6 Vetfilter reinigenVetfilters filteren het vet uit de keukendamp.
Reinig hetvetfilter regelmatig om een optimale werking te garan-deren.WAARSCHUWING‒Kans op brand!De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.▶▶▶▶▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.▶▶▶▶▶ De vetfilters regelmatig reinigen.▶▶▶▶▶ Nooit in de omgeving van het apparaat met openvuur werken (bijv. flamberen).▶▶▶▶▶ Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbronvoor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen) installe-ren wanneer de vuurbron een afgesloten, niet verwij-derbare afscherming heeft. Er mogen geen vonkenwegspringen.1. Verwijder het vetfilter.‒Vet kan zich op de bodem van het reservoir ver-zamelen. Het vetfilter niet schuin houden om tevoorkomen dat er vet vanaf druipt.‒2. Het vetfilter reinigen.‒→"Vetfilter met de hand reinigen", Pagina19‒→"Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen",Pagina19
FAQ nl193. Indien nodig de geurfilters of de akoestische filtersverwijderen en het apparaat van binnen reinigen. →"Geurfilter of akoestisch filter vervangen",Pagina174. Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland,dan deze voorwerpen verwijderen en ervoor zorgendat de toevoer naar het overloopreservoir niet ge-blokkeerd is. 5. Het inwendige van het apparaat met een zeepsopen een vaatdoek uitvegen. 6. Na het reinigen het gedroogde vetfilter aanbrengen. Vetfilter met de hand reinigen1. Het vetfilter uit elkaar halen. 2. Het vetfilter in een warm zeepsop weken. 3. Het vetfilter met een borstel reinigen. Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudendereinigingsmiddelen. Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel ge-bruiken. De vetoplosser via de klantenservice, in on-ze onlineshop of in een speciaalzaak kopen. 4. Het vetfilter goed uitspoelen. 5. Het vetfilter laten afdruppelen.
Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen1. Het vetfilter uit elkaar halen. 2. Het vetfilter los in de vaatwasmachine plaatsen enniet inklemmen. Voor een optimaal reinigingsresultaat het vetfilter opde filterzijde liggend in de vaatwasmachine plaat-sen. Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met ser-viesgoed reinigen. Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudendereinigingsmiddelen. 3. De vaatwasmachine starten. Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen. 4. Het vetfilter laten afdruppelen. 17. 7 Overloopreservoir schoonmakenHet overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwer-pen die van boven in het apparaat terechtkomen. Vereiste:Het apparaat is afgekoeld en de restwarmte-aanduiding is verdwenen. 1. Het overloopreservoir met een hand vasthouden enmet de andere hand eraf schroeven. ‒Het overloopreservoir niet schuin houden om tevoorkomen dat er vocht uitloopt. 2.
Het overloopreservoir na het schoonmaken weervastschroeven. 5. Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreser-voir niet geblokkeerd is. Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen nahet afkoelen van het apparaat verwijderen. "Hiervoorhet vetfilter verwijderen. " →Pagina1818 FAQ18. 1 GebruikVraag AntwoordWaarom kan ik de kook-plaat niet inschakelen enwaarom brandt het sym-bool van het kinderslot. ¡Het kinderslot is actief. Meer informatie over deze functie vindt u onder →"Kinderslot", Pagina14.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch PIE695B15E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Bosch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis