Bosch KTL15NWEB Handleiding

Bosch Koelkast KTL15NWEB

Bekijk gratis de handleiding van Bosch KTL15NWEB (28 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Bosch KTL15NWEB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Koelvriescombinatie
KTL..
[nl]Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Koelkast
Model: KTL15NWEB

Handleiding Bosch KTL15NWEB – volledige tekst

nl2Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voormeer informatie. Inhoudsopgave1 Veiligheid. 41. 1 Algemene aanwijzingen. 41. 2 Bestemming van het appa-raat. 41. 3 Inperking van de gebruikers. 41. 4 Veiliger transport. 41. 5 Veilige installatie. 51. 6 Veilig gebruik. 61. 7 Beschadigd apparaat. 82 Het voorkomen van materiëleschade. 103 Milieubescherming en bespa-ring. 103. 1 Afvoeren van de verpakking. 103. 2 Energie besparen. 104 Opstellen en aansluiten. 114. 1 Leveringsomvang. 114. 2 Criteria voor de opstellocatie. 114. 3 Apparaat monteren. 114. 4 Het apparaat voor het eerstegebruik voorbereiden. 114. 5 Apparaat elektrisch aanslui-ten. 125 Uw apparaat leren kennen. 135. 1 Apparaat. 135. 2 Bedieningspaneel. 146 Uitrusting. 146. 1 Legplateau. 146. 2 Groente- en fruitlade. 146. 3 Deurrekken. 156. 4 Accessoires. 157 De Bediening in essentie. 157.

1 Apparaat inschakelen. 157. 2 Opmerkingen bij het gebruik. 157. 3 Machine uitschakelen. 167. 4 Temperatuur instellen. 168 Extra functies. 168. 1 Supervriezen. 169 Koelvak. 169. 1 Tips voor het bewaren vanlevensmiddelen in het koel-vak. 169. 2 Koudezones in het koelvak. 179. 3 Sticker "OK". 1710 Vriesvak. 1710. 1 Deur van het vriesvak. 1710. 2 Invriescapaciteit. 1710. 3 Tips voor het bewaren vanlevensmiddelen in het vries-vak. 1810. 4 Tips voor het bevriezen vanverse levensmiddelen. 1810. 5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij −18°C. 1810. 6 Ontdooimethodes voordiepvrieswaren. 1811 Ontdooien. 1911. 1 Ontdooien in het koelvak. 1911. 2 Ontdooien in het vriesvak. 1912 Reiniging en onderhoud. 1912. 1 Apparaat voorbereidenvoor reiniging. 2012. 2 Apparaat schoonmaken. 2012. 3 De dooiwatergoot en het af-voergat reinigen. 2012. 4 Onderdelen eruit halen. 21.

nl Veiligheid41 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.1.1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.1.2 Bestemming van het apparaatGebruik het apparaat uitsluitend:¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-ding van ijsblokjes.¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-selijke omgeving.¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.1.3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar endoor personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerddoor kinderen indien deze niet onder toezicht staan.Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.1.4 Veiliger transportWAARSCHUWING‒Kans op letsel!Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-oorzaken.▶ Het apparaat niet alleen optillen.

Veiligheid nl51.5 Veilige installatieWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-gevens op het typeplaatje.▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-selstroom aansluiten.▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moetconform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van denetaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegangniet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatieeen scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijningebouwd.▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoerniet wordt afgeklemd of beschadigd.Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.WAARSCHUWING‒Kans op explosie!Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten,dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of inde inbouwbehuizing niet af.WAARSCHUWING‒Kans op brand!Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-ters is gevaarlijk.▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoerengebruiken.

nl Veiligheid6▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaakom de huisinstallatie aan te passen.Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbarenetvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-sen.1.6 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-paraat te reinigen.WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken enhierin verstrikt raken en stikken.▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.WAARSCHUWING‒Kans op explosie!Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaarkoudemiddel lekken en exploderen.▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene diedoor de fabrikant zijn aanbevolen.▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerplos, bijv.

Veiligheid nl7Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-nen exploderen, bijv. spuitbussen.▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-ve stoffen in het apparaat.WAARSCHUWING‒Kans op brand!Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brandleiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.WAARSCHUWING‒Gevaar: magnetisme!De vervangbare kleurfronten zijn met magneten bevestigd. Demagneten kunnen elektronische implantaten, bijv.

pacemakers,defibrillatoren of insinulepompen beïnvloeden.▶ Personen met elektronische implantaten dienen minimaal eenafstand van 15 cm tot het apparaat aan te houden.WAARSCHUWING‒Kans op letsel!Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in hetvriesvak bewaren.Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen.▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-schadigen.WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan totbrandwonden door koude leiden.▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit hetvriesvak werden genomen.▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs enoppervlakken van het vriesvak.

nl Veiligheid8VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-vensmiddelen te voorkomen.▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden toteen aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-raat.▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda-nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid-delen of op deze drupt.▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,om schimmelvorming te voorkomen.Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-nen aluminium bevatten.

Wanneer zure levensmiddelen in contactkomen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-nen overdragen naar de levensmiddelen.▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.1.7 Beschadigd apparaatWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-lijk.▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoertrekken.▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan directde stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen.▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina25Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aanhet apparaat uitvoeren.

Veiligheid nl9▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-bruikt voor reparatie van het apparaat.▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet hetter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.WAARSCHUWING‒Kans op brand!Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.▶ Ventileer de ruimte.▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina16▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of dezekering in de meterkast uitschakelen.▶ Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina25

nl Het voorkomen van materiële schade102 Het voorkomen vanmateriële schadeLET OP. Door het gebruik van de plint, ladenof apparaatdeuren als zitvlak of op-stapje kan het apparaat beschadigdraken. ▶ Niet op de plint, laden of deurenstaat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vetkunnen kunststofdelen en deurafdich-tingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal ofmet een metalen uiterlijk kunnen alu-minium bevatten. Aluminium reageertbij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt inhet apparaat bewaren. Wanneer u uitrustingsdelen en acces-soires in de vaatwasser reinigt, kun-nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-res in de vaatwasser reinigen. 3 Milieubescherming enbesparing3.

1 Afvoeren van de verpak-kingDe verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden herge-bruikt. ▶ De afzonderlijke componenten opsoort gescheiden afvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, ver-bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie¡ Stel het apparaat niet bloot aan di-rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge-lijk van radiatoren, fornuis en ande-re warmtebronnen:– Houd 30mm afstand aan totelektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan totolie- en kolenfornuizen. ¡ Nooit de externe ventilatie-openingafdekken of dicht maken. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit-rustingsonderdelen heeft geen in-vloed op het energieverbruik van hetapparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort ensluit het zorgvuldig.

¡ Nooit de ventilatie-openingen bin-nenin, of de ventilatieroosters aande buitenzijde afdekken of dichtmaken. ¡ Transporteer gekoelde levensmid-delen in een koeltas en leg ze snelin het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst la-ten afkoelen, daarna in het appa-raat plaatsen.

Opstellen en aansluiten nl114 Opstellen en aansluiten4.1 LeveringsomvangControleer na het uitpakken alle on-derdelen op transportschade en devolledigheid van de levering.Neem bij klachten met uw dealer ofonze servicedienst →Pagina25contact op.De levering bestaat uit:¡ Uitrusting en accessoires1¡ Montagehandleiding¡ Gebruiksaanwijzing¡ Klantenservice overzicht¡ Garantiebijlage2¡ Energielabel¡ Informatie over energieverbruik engeluiden4.2 Criteria voor de opstello-catieWAARSCHUWINGKans op explosie!Wanneer het apparaat in een te klei-ne ruimte staat, kan er bij een lek vanhet koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.▶ Stel het apparaat uitsluitend op ineen ruimte, welke tenminste eenvolume heeft van 1m3 per 8gkoudemiddel. De hoeveelheid vanhet koudemiddel staat op het type-plaatje. →"Apparaat", Fig.

1 /3,Pagina13Het gewicht van het apparaat kan af-hankelijk van het model tot 35 bedra-gen.De ondergrond moet stabiel genoegzijn om het gewicht van het apparaatte dragen.Toegestane ruimtetemperatuurDe toegestane kamertemperatuur isafhankelijk van de klimaatklasse vanhet apparaat.De klimaatklasse vindt u op het type-plaatje. →"Apparaat", Fig. 1 /3,Pagina13Klimaat-klasseToegestane ruimte-temperatuurSN 10°C…32°CN 16°C…32°CST 16°C…38°CT 16°C…43°CHet apparaat is volledig functioneelbinnen de toegestane binnentempe-ratuur.Wanneer u een apparaat van de kli-maatklasse SN gebruikt bij lagere ka-mertemperaturen, dan kunnen be-schadigingen aan het apparaat toteen kamertemperatuur van 5°C wor-den uitgesloten.4.3 Apparaat monteren▶ Het apparaat conform meegelever-de montagehandleiding monteren.4.4 Het apparaat voor het eer-ste gebruik voorbereiden1. Haal het informatiemateriaal er uit.2.

nl Opstellen en aansluiten124.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten1. De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in eenstopcontact in de omgeving vanhet apparaat steken.De aansluitgegevens van het ap-paraat staan op het typeplaatje.→"Apparaat", Fig. 1 /3,Pagina132. De netstekker op vastheid contro-leren.a Het apparaat is nu gereed voor ge-bruik.

nl Uitrusting145Deurrek voor grote flessen→Pagina15Opmerking:Verschillen tussen uwapparaat en de afbeeldingen zijn mo-gelijk op basis van uitrusting engrootte.5.2 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-matie krijgen over de gebruikstoestand.1 2 321Toont de ingestelde tempera-tuur van het koelvak in°C.2 brandt, wanneer Supervrie-zen is ingeschakeld.33sec. stelt de temperatuurvan het koelvak in.6 UitrustingDe uitrusting van uw apparaat is mo-delafhankelijk.6.1 LegplateauOm de schappen naar wens te varië-ren, kunt u het schap uitnemen en opeen andere positie weer plaatsen. →"Plateau verwijderen", Pagina216.2 Groente- en fruitladeBewaar vers fruit en groente verpaktin de fruit- en groentelade.Bewaar gesneden fruit en groente af-gedekt of luchtdicht verpakt.

Bediening nl15Afhankelijk van de soort levensmid-delen en de hoeveelheid kan zich inde fruit- en groentelade condenswa-ter vormen. Verwijder het condenswater met eendroge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteiten het aroma behouden blijven, moetu koudegevoelig fruit en groente bui-ten het apparaat bewaren bij tempe-raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au-gurken, courgette, paprika, tomatenen aardappelen. 6. 3 DeurrekkenOm het deurrek naar behoefte te vari-ëren kunt u het deurrek er uit nemenen op een andere positie weer plaat-sen. →"Deurrek verwijderen", Pagina21Opmerking:U kunt het deurrek inhet koelvak, het vriesvak en buitenhet apparaat gebruiken voor het or-ganiseren van levensmiddelen. 6. 4 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijnafhankelijk van het model.

EierplateauBewaar eieren veilig op het eierpla-teau. IJsblokjesschaalGebruik de ijsblokjesschaal om ijs-blokjes te maken. IJsblokjes makenGebruik voor het maken van ijsblok-jes uitsluitend drinkwater. 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor¾ met drinkwater en plaats dezein het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal al-leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken. 2. Om deijsblokjesschaal los tema-ken de ijsblokjesschaal iets torde-ren of kort onder stromend waterhouden. Bediening7 De Bediening in essen-tieBediening7. 1 Apparaat inschakelen1. Het apparaat elektrisch aansluiten. →Pagina12a Het apparaat begint te koelen. 2. De gewenste temperatuur instellen. →Pagina167. 2 Opmerkingen bij het ge-bruik¡ Wanneer u het apparaat heeft in-geschakeld, duurt het tot enkeleuren voordat de ingestelde tempe-ratuur wordt bereikt.

nl Extra functies167. 3 Machine uitschakelen▶ Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker vanhet netsnoer uit het stopcontacttrekken of de zekering in de meter-kast uitschakelen. 7. 4 Temperatuur instellenKoelvaktemperatuur instellen▶ Zo vaak op ⁠3sec. drukken tot detemperatuurindicatie de gewenstetemperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in hetkoelvak bedraagt 4°C. →"Sticker "OK"", Pagina17Vriesvaktemperatuur instellen▶ Om de vriesvaktemperatuur in testellen, de koelvaktemperatuur wij-zigen →Pagina16. De koelvaktemperatuur beïnvloedtde vriesvaktemperatuur. Hoger in-gestelde koelvaktemperaturen zor-gen voor hogere vriesvaktempera-turen. 8 Extra functiesKom te weten over welke instelbareextra functies uw apparaat beschikt. 8. 1 SupervriezenBij het Supervriezen koelt het vries-vak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen 4 tot 6 uurvoor het inladen van een hoeveelheidlevensmiddelen vanaf 2 kg in hetvriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten,gebruikt u Supervriezen. →"Voorwaarden voor invriesvermo-gen", Pagina17Opmerking:Als Supervriezen is inge-schakeld, kan er meer geluid ont-staan. Supervriezen inschakelen▶ Zo vaak op ⁠3sec. drukken tot brandt. Opmerking:Na ca. 52 uur schakelthet apparaat over op de normalewerking. Supervriezen uitschakelen▶ Druk op ⁠3sec. 9 KoelvakIn het koelvak kunt u vlees, worst,vis, melkproducten, eieren, bereidegerechten en brood en banket bewa-ren. De temperatuur is van 2°C tot 8°Cinstelbaar. Door de koelopslag kunt uook lichtbederfelijke levensmiddelen opkorteofmiddellange termijn bewaren. Hoelager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelenvers. 9.

Vriesvak nl17¡ Houd de door de fabrikant vermel-de houdbaarheidsdatum of ge-bruiksdatum in acht. 9. 2 Koudezones in het koel-vakDoor de luchtcirculatie in et koelvakontstaan verschillende koudezones. Koudste zoneDe koudste zone is tussen het legpla-teau boven de groentelade en hetzich daarboven bevindende legpla-teau. Tip:Bewaar snel bedervende levens-middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zoneDe warmste zone bevindt zich hele-maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le-vensmiddelen in de warmste zone,bijv. harde kaas en boter. Hierdoorkomt het aroma van de kaas betertot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar. 9. 3 Sticker "OK"Met de sticker OK kunt u controlerenof in het koelvak de voor de levens-middelen aanbevolen veilige tempe-ratuurbereiken van +4°C of kouderbereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle mo-dellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weer-geeft, dan de temperatuur stapsge-wijze verlagen. →"Koelvaktemperatuur instellen",Pagina16Na ingebruikneming van het appa-raat kan het tot wel 12 uur durenvoordat de ingestelde temperatuur isbereikt. Correcte instelling10 VriesvakIn het vriesvak kunt u diepvrieswarenbewaren, levensmiddelen bevriezenen ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af-hankelijk van de temperatuur in hetkoelvak. Langdurig bewaren van levensmidde-len moet opeen temperatuur van –18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijkelevensmiddelen gedurende lange tijdbewaren. De lage temperaturen ver-tragen of stoppen het bederven. 10. 1 Deur van het vriesvakOm ervoor te zorgen dat diepvrieswa-ren niet ontdooien en het vriesvakniet te sterk verijst, dient u de deurvan het vriesvak altijd te sluiten. 10.

2 InvriescapaciteitHet invriesvermogen geeft aan welkehoeveelheid levensmiddelen in hoe-veel uur tot in de kern kan worden in-gevroren. Informatie over het invriesvermogenvindt u op het typeplaatje. →"Appa-raat", Fig.

nl Vriesvak1810. 3 Tips voor het bewarenvan levensmiddelen inhet vriesvak¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelenniet in aanraking met ingevrorenlevensmiddelen. ¡ De levensmiddelen over een grootoppervlak van het vriesvak verde-len. 10. 4 Tips voor het bevriezenvan verse levensmidde-len¡ Alleen verse en onberispelijke le-vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie-zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn betergeschikt dan rauw eetbare levens-middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen,kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen,ontpitten en eventueel schillen,eventueel suiker of ascorbinezuur-oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le-vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,vis en zeevruchten, vlees, wild engevogelte, eieren zonder schaal,kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-gerechten en etensresten.

Bij het ontdooien kunnen bacteriënzich vermeerderen en kunnen dediepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvries-waren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.

Ontdooien nl19¡ Levensmiddelen voor directe con-sumptie in de magnetron, in deoven of op het fornuis bereiden. 11 Ontdooien11. 1 Ontdooien in het koel-vak. Tijdens het gebruik vormen zich opde achterwand van het koelvak af-hankelijk van de werking waterdrup-pels of rijp. De achterwand van hetkoelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwater-goot in het afvoergat naar de ver-dampingsschaal en hoeft niet wordenafgeveegd. Neem de volgende informatie in achtom ervoor te zorgen dat dooiwaterkan weglopen en geurvorming wordtvermeden: De dooiwatergoot en hetafvoergat reinigen →Pagina20. 11. 2 Ontdooien in het vries-vakHet diepvriesvak ontdooit niet auto-matisch. Een laag rijp in het vriesvakvermindert de afgifte van koude aande diepvrieswaren en verhoogt hetenergieverbruik. Vriesvak ontdooienHet vriesvak regelmatig ontdooien. 1. Ca.

4uur voor het ontdooien Su-pervriezen inschakelen. →"Supervriezen inschakelen",Pagina16De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en ukunt de levensmiddelen langer opkamertemperatuur bewaren. 2. De diepvrieswaren verwijderen enop een koele plaats bewaren. Dediepvriesproducten in dekens ofkrantenpapier met koelelementen,indien voorhanden, wikkelen. 3. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 4. WAARSCHUWING-Kans opbrandwonden. Heet water, spat-water en stoom kunnen tot ver-branding leiden. ▶ Doe uitsluitend heet en geen ko-kend water in de pan voor het ont-dooiproces. Zet om het ontdooien te versnelleneen pan met heet, niet kokend wa-ter op een panonderzetter in hetvriesvak. 5. Het dooiwater met een zachtedoek of een spons opvegen. 6.

nl Reiniging en onderhoud2012. 1 Apparaat voorbereidenvoor reiniging1. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 2. Alle levensmiddelen eruit halen enop een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementenop de levensmiddelen leggen. 3. Als een rijplaag voorhanden is, de-ze laten ontdooien. 4. Verwijder alle uitrustingsdelen enaccessoires uit het apparaat. →Pagina2112. 2 Apparaat schoonmakenWAARSCHUWINGKans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het appa-raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de be-dieningselementen kan gevaarlijkzijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de ver-lichting of in de bedieningselemen-ten terechtkomen. LET OP.

Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-nen de oppervlakken van het appa-raat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken. ▶ Gebruik geen RVS-reiniger op debuitenkant van het apparaat. Wanneer vloeistof in het afvoergatkomt, kan de verdampingsschaaloverstromen. ▶ Het sop mag niet in het afvoergatkomen. Scherpe of puntige voorwerpen kun-nen de deurrek-rail beschadigen. ▶ Nooit met scherpe of puntige voor-werpen, bijv. messen, de deurrek-rail reinigen. Wanneer u uitrustingsdelen en acces-soires in de vaatwasser reinigt, kun-nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-res in de vaatwasser reinigen. 1. Apparaat voorbereiden voor reini-ging. →Pagina202.

Het apparaat, de uitrustingsdelen,de accessoires en de deurafdich-tingen met een vaatdoek, lauw wa-ter en een beetje pH-neutraal af-wasmiddel reinigen. 3. Met een zachte, droge doek gron-dig nadrogen. 4. De uitrustingsdelen plaatsen. 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. →Pagina126.

Reiniging en onderhoud nl2112.4 Onderdelen eruit halenNeem wanneer u de uitrustingsdelengrondig wilt reinigen deze uit het ap-paraat.Plateau verwijderen▶ Het legplateau uittrekken en verwij-deren.Deurrek verwijderen▶ Het deurrek omhoog tillen en ver-wijderen.Groente- en fruitlade verwijderen1. De fruit- en groentelade tot de aan-slag uittrekken.2. Til de fruit- en groentelade aan devoorzijde op en verwijder deze⁠.

nl Storingen verhelpen2213 Storingen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat ucontact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen vanstoringen.

Zo voorkomt u onnodige kosten.WAARSCHUWINGKans op elektrische schok!Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijdingvan risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-dere gekwalificeerde persoon.Storing Oorzaak en probleemoplossingLED-verlichting functi-oneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.▶ Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten.Temperatuur wijkt ergaf van deinstelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1.Schakel het apparaat uit. →Pagina162. Schakel het apparaat na ca.

5 minuten opnieuw in.→Pagina15‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan detemperatuur na een paar uur opnieuw.‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw.Bodem van het koel-vak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→Pagina20Het apparaat borrelt,zoemt of gorgelt ofklikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.Apparaat produceertgeluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zetze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of containers raken elkaar.▶ Haal flessen of containers van elkaar.

nl Opslaan en afvoeren2413. 1 StroomuitvalTijdens een stroomuitval stijgt detemperatuur in het apparaat, hierdoorverkort de bewaartijd en de kwaliteitvan de diepvriesproducten vermin-dert. Op onze website van uw apparaatvindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproductenin geval van een storing. Opmerkingen¡ Het apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen engeen andere levensmiddelen inrui-men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelenonmiddellijk na de stroomuitvalcontroleren. – Diepvriesproducten die ontdooiden warmer dan 5°C zijn, weg-gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc-ten koken of bakken en ofwelverbruiken of opnieuw invriezen. 14 Opslaan en afvoeren14. 1 Apparaat buiten gebruikstellen1. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 2.

Alle levensmiddelen verwijderen. 3. Het apparaat ontdooien. →Pagina194. Het apparaat reinigen. →Pagina205. Om de ventilatie van het interieurte waarborgen het apparaat geo-pend laten. 14. 2 Afvoeren van uw oudeapparaatDoor een milieuvriendelijke afvoerkunnen waardevolle grondstoffen op-nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWINGKans op gevaar voor de gezond-heid. Kinderen kunnen zich in het apparaatopsluiten en in levensgevaar gera-ken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen inhet apparaat kruipen legplateausen lades niet uit het apparaat ne-men. ▶ Kinderen uit de buurt van een af-gedankt apparaat houden. WAARSCHUWINGKans op brand. Bij beschadiging van de leidingenkunnen brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddel-kringloop en de isolatie niet be-schadigen. 1. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3.

Servicedienst nl25sche apparatuur (wasteelectrical and electronicequipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka-der aan voor de in deEU geldige terugnemingen verwerking van oudeapparaten. 15 ServicedienstOriginele vervangende onderdelendie relevant zijn voor de werking inovereenstemming met de desbetref-fende Ecodesign-verordening kunt uvoor de duur van ten minste 10 jaarvanaf het moment van in de handelbrengen van het apparaat binnen deEuropese Economische Ruimte bijonze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van deservicedienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantie-voorwaarden gratis. De minimumduurvan de garantie (fabrieksgarantievoor particuliere gebruikers) in de Eu-ropese Economische Ruimte be-draagt 2 jaar in overeenstemmingmet de geldende plaatselijke garan-tievoorwaarden.

De garantievoor-waarden doen geen afbreuk aaneventuele andere rechten of claimsdie u op grond van het plaatselijkerecht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga-rantieperiode en garantievoorwaar-den in uw land kunt u opvragen bijonze servicedienst, uw dealer of oponze website. Als u contact opneemt met de servi-cedienst, hebt u het productnummer(E-Nr. ) en het productienummer (FD)van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service-dienst vindt u in de meegeleverdeservicedienstlijst of op onze website. 15. 1 Productnummer (E-nr. )en productienummer(FD)Het productnummer (E-Nr. ) en hetproductienummer (FD) vindt u op hettypeplaatje van het apparaat. →"Apparaat", Fig. 1 /3, Pagina13Om uw apparaatgegevens en de ser-vicedienst-telefoonnummers snel te-rug te kunnen vinden, kunt u de ge-gevens noteren.

Volg dan de aan-wijzingen bij het zoeken naar het mo-del op. De modelidentificatie bestaatuit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr. ) op het typeplaatje. Al-ternatief vindt u de modelidentificatieook in de eerste regel van het EU-energielabel. 1Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch KTL15NWEB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden