Bosch KIN86NFE0 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch KIN86NFE0 (108 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Bosch KIN86NFE0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KIN86NFE0 |
Handleiding Bosch KIN86NFE0 – volledige tekst
nl80Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voormeer informatie. Inhoudsopgave1 Veiligheid. 821. 1 Algemene aanwijzingen. 821. 2 Bestemming van het appa-raat. 821. 3 Inperking van de gebruikers. 821. 4 Veiliger transport. 821. 5 Veilige installatie. 831. 6 Veilig gebruik. 841. 7 Beschadigd apparaat. 862 Het voorkomen van materiëleschade. 883 Milieubescherming en bespa-ring. 883. 1 Afvoeren van de verpakking. 883. 2 Energie besparen. 884 Opstellen en aansluiten. 894. 1 Leveringsomvang. 894. 2 Criteria voor de opstellocatie. 894. 3 Apparaat monteren. 904. 4 Het apparaat voor het eerstegebruik voorbereiden. 904. 5 Apparaat elektrisch aanslui-ten. 905 Uw apparaat leren kennen. 905. 1 Apparaat. 905. 2 Bedieningspaneel. 906 Uitrusting. 916. 1 Legplateau. 916. 2 Groente- en fruitlade. 916. 3 Deurrekken. 916. 4 Accessoires. 917 De Bediening in essentie. 917.
1 Apparaat inschakelen. 917. 2 Opmerkingen bij het gebruik. 917. 3 Machine uitschakelen. 927. 4 Temperatuur instellen. 928 Extra functies. 928. 1 Super-functie. 929 Alarm. 939. 1 Deuralarm. 939. 2 Ventilatoralarm. 9310 Koelvak. 9310. 1 Tips voor het bewaren vanlevensmiddelen in het koel-vak. 9310. 2 Koudezones in het koelvak. 9310. 3 Sticker "OK". 9411 Vriesvak. 9411. 1 Invriescapaciteit. 9411. 2 Vriesvakvolume vollediggebruiken. 9411. 3 Tips voor het bewaren vanlevensmiddelen in het vries-vak. 9511. 4 Tips voor het bevriezen vanverse levensmiddelen. 9511. 5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij −18°C. 9511. 6 Ontdooimethodes voordiepvrieswaren. 9512 Ontdooien. 9612. 1 Ontdooien in het koelvak. 9612. 2 Ontdooien in het vriesvak. 9613 Reiniging en onderhoud. 9613. 1 Apparaat voorbereidenvoor reiniging. 96.
nl 821 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.1.1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.1.2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-ding van ijsblokjes.¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-selijke omgeving.¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.1.3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar endoor personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerddoor kinderen indien deze niet onder toezicht staan.Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.1.4 Veiliger transportWAARSCHUWING‒Kans op letsel!Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-oorzaken.▶ Het apparaat niet alleen optillen.
nl831.5 Veilige installatieWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-gevens op het typeplaatje.▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-selstroom aansluiten.▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moetconform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van denetaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegangniet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatieeen scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijningebouwd.▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoerniet wordt afgeklemd of beschadigd.Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.WAARSCHUWING‒Kans op explosie!Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten,dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.▶ Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de in-bouwbehuizing niet afsluiten.WAARSCHUWING‒Kans op brand!Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-ters is gevaarlijk.▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoerengebruiken.
nl 84▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaakom de huisinstallatie aan te passen.Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbarenetvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-sen.1.6 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-paraat te reinigen.WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken enhierin verstrikt raken en stikken.▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.WAARSCHUWING‒Kans op explosie!Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaarkoudemiddel lekken en exploderen.▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene diedoor de fabrikant zijn aanbevolen.▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerplos, bijv.
nl85Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-nen exploderen, bijv. spuitbussen.▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-ve stoffen in het apparaat.WAARSCHUWING‒Kans op brand!Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brandleiden, bijv.
verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.WAARSCHUWING‒Kans op letsel!Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in hetvriesvak bewaren.Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen.▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-schadigen.WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan totbrandwonden door koude leiden.▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit hetvriesvak werden genomen.▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs enoppervlakken van het vriesvak.VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-vensmiddelen te voorkomen.▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden toteen aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-raat.▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda-nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid-delen of op deze drupt.
nl 86▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,om schimmelvorming te voorkomen.Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contactkomen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-nen overdragen naar de levensmiddelen.▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.1.7 Beschadigd apparaatWAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-lijk.▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-citeitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoertrekken.▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan directde stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen.▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina103Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aanhet apparaat uitvoeren.▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-bruikt voor reparatie van het apparaat.▶ Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel vandit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangendoor een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluit-kabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
nl87WAARSCHUWING‒Kans op brand!Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.▶ Ventileer de ruimte.▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina92▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of dezekering in de meterkast uitschakelen.▶ Neem contact op met de service. →Pagina103
nl 88Het voorkomen van materiële schade2 Het voorkomen vanmateriële schadeHet voorkomen van materiële schadeLET OP. Door het gebruik van de plint, ladenof apparaatdeuren als zitvlak of op-stapje kan het apparaat beschadigdraken. ▶ Niet op de plint, laden of deurenstaat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vetkunnen kunststofdelen en deurafdich-tingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal ofmet een metalen uiterlijk kunnen alu-minium bevatten. Bij contact metzuurhoudende levensmiddelen corro-deert en verkleurt het aluminium. ▶ Levensmiddelen uitsluitend verpaktin het apparaat bewaren. Wanneer u uitrustingsdelen en acces-soires in de vaatwasser reinigt, kun-nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-res in de vaatwasser reinigen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming enbesparingMilieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpak-kingDe verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden herge-bruikt. ▶ De afzonderlijke componenten opsoort gescheiden afvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, ver-bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie¡ Stel het apparaat niet bloot aan di-rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge-lijk van radiatoren, fornuis en ande-re warmtebronnen:– Houd 30mm afstand aan totelektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan totolie- en kolenfornuizen. ¡ De externe ventilatieopeningennooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit-rustingsonderdelen heeft geen in-vloed op het energieverbruik van hetapparaat.
¡ Open het apparaat slechts kort ensluit het zorgvuldig. ¡ De binnenste ventilatieopeningenof de externe ventilatieopeningennooit afdekken of blokkeren. ¡ Transporteer gekoelde levensmid-delen in een koeltas en leg ze snelin het apparaat.
nl89Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluitenOpstellen en aansluiten4. 1 LeveringsomvangControleer na het uitpakken alle on-derdelen op transportschade en devolledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer ofonze servicedienst →Pagina103contact op. De levering bestaat uit:¡ Inbouw¡ Uitrusting en accessoires1¡ Montagemateriaal¡ Montagehandleiding¡ Gebruiksaanwijzing¡ Klantenservice overzicht¡ Garantiebijlage2¡ Energielabel¡ Informatie over energieverbruik engeluiden4. 2 Criteria voor de opstello-catieWAARSCHUWINGKans op explosie. Wanneer het apparaat in een te klei-ne ruimte staat, kan er bij een lek vanhet koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op ineen ruimte, welke tenminste eenvolume heeft van 1m3 per 8gkoudemiddel. De hoeveelheid vanhet koudemiddel staat op het type-plaatje. →Fig.
1 /3Het gewicht van het apparaat kan af-hankelijk van het model tot 65 bedra-gen. De ondergrond moet stabiel genoegzijn om het gewicht van het apparaatte dragen. Dit apparaat is bedoeld voor gebruikbij omgevingstemperaturen van 10°Ctot 38°C. Het apparaat is volledig functioneelbinnen de toegestane binnentempe-ratuur. Wanneer u het apparaat gebruikt bijlagere kamertemperaturen, dan kun-nen beschadigingen aan het appa-raat tot een kamertemperatuur van5°C worden uitgesloten. NismatenNeem de nisafmetingen in acht als uuw apparaat in de nis inbouwt. Bij af-wijkingen kunnen problemen optre-den tijdens de installatie van het ap-paraat. NisdiepteBouw het apparaat in de aanbevolennisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt hetenergieverbruik iets hoger. De nis-diepte moet minimaal 550 mm be-dragen.
NisbreedteVoor het apparaat is een meubelnismet een binnenbreedte van minimaal560 mm nodig. Over-and-Under- en Side-by-Side-opstellingAls u 2 koeltoestellen boven of naastelkaar wilt opstellen, moet u tussende toestellen minimaal een tussenaf-stand van 150 mm aanhouden.
nl 904.3 Apparaat monteren▶ Het apparaat conform meegelever-de montagehandleiding monteren.4.4 Het apparaat voor het eer-ste gebruik voorbereiden1. Haal het informatiemateriaal er uit.2. Verwijder de beschermfolie entransportborgingen, bijv. plakstripsen karton.3. Het apparaat voor de eerste keerreinigen. →Pagina974.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten1. De apparaatstekker van het aan-sluitsnoer aan het apparaat aan-sluiten.2. De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in eenstopcontact in de omgeving vanhet apparaat steken.De aansluitgegevens van het ap-paraat staan op het typeplaatje.→Fig. 1 /33. De netstekker op vastheid contro-leren.a Het apparaat is nu gereed voor ge-bruik.Uw apparaat leren kennen5 Uw apparaat leren ken-nenUw apparaat leren kennen5.1 ApparaatHier vindt u een overzicht van de on-derdelen van uw apparaat.→Fig.
1 , Verschillen tussen uw ap-paraat en de afbeeldingen zijn moge-lijk op basis van uitrusting en grootte.AKoelvak →Pagina93BVriesvak →Pagina941Bedieningspaneel→Pagina902Groente- en fruitlade→Pagina913Typeplaatje →Pagina1044Diepvrieslade →Pagina985Deurrek voor grote flessen→Pagina915.2 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u allefuncties van uw apparaat instellen eninformatie krijgen over de gebruiks-toestand.→Fig. 21super schakelt de Super-func-tie in of uit.2 stelt de temperatuur vanhet koelvak in.3 brandt wanneer het alarmis ingeschakeld.4Toont de ingestelde tempera-tuur van het koelvak in°C.53sec. schakelt het appa-raat in of uit.
nl91Uitrusting6 UitrustingUitrustingDe uitrusting van uw apparaat is mo-delafhankelijk. 6. 1 LegplateauOm de schappen naar wens te varië-ren, kunt u het schap uitnemen en opeen andere positie weer plaatsen. →"Plateau verwijderen", Pagina976. 2 Groente- en fruitladeBewaar vers fruit en groente verpaktin de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente af-gedekt of luchtdicht verpakt. Afhankelijk van de soort levensmid-delen en de hoeveelheid kan zich inde fruit- en groentelade condenswa-ter vormen. Verwijder het condenswater met eendroge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteiten het aroma behouden blijven, moetu koudegevoelig fruit en groente bui-ten het apparaat bewaren bij tempe-raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au-gurken, courgette, paprika, tomatenen aardappelen. 6.
3 DeurrekkenOm het deurrek naar behoefte te vari-ëren kunt u het deurrek er uit nemenen op een andere positie weer plaat-sen. →"Deurrek verwijderen", Pagina976. 4 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijnafhankelijk van het model. EierplateauBewaar eieren veilig op het eierpla-teau. IJsblokjesschaalGebruik de ijsblokjesschaal om ijs-blokjes te maken. IJsblokjes makenGebruik voor het maken van ijsblok-jes uitsluitend drinkwater. 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor¾ met drinkwater en plaats dezein het diepvriesvak. Maak vastgevroren levensmidde-len met een stomp voorwerp los,bijv. met een steel van een houtenlepel. 2. Om deijsblokjesschaal los tema-ken de ijsblokjesschaal iets torde-ren of kort onder stromend waterhouden. De Bediening in essentie7 De Bediening in essen-tieDe Bediening in essentie7.
1 Apparaat inschakelen1. Het apparaat elektrisch aansluiten. →Pagina90Opmerking:Wanneer het apparaateerder via het bedieningspaneelwerd uitgeschakeld, 3sec. 3se-conden ingedrukt houden.
nl 92Plaats geen levensmiddelen in hetapparaat voordat de ingesteldetemperatuur is bereikt. ¡ De behuizing rond het vriesvakwordt tijdelijk licht verwarmd. Ditvoorkomt vorming van condenswa-ter in de zone van de deurafdich-ting. ¡ Let er bij het sluiten van de deurop dat de deur niet door productwordt geblokkeerd. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan eenonderdruk ontstaan. De deur gaatdan alleen moeilijker open. Wachteen ogenblik tot de onderdrukwordt gecompenseerd. ¡ De temperatuur in het apparaat va-rieert door de volgende condities:– Het aantal keer dat het apparaatwordt geopend– Beladingshoeveelheid– Temperatuur van de vers opge-slagen levensmiddelen– Omgevingstemperatuur– Direct instralend zonlicht7. 3 Machine uitschakelen▶ 3sec. 3Seconden ingedrukthouden. 7.
4 Temperatuur instellenKoelvaktemperatuur instellen▶ Druk net zo vaak op , totdat detemperatuuraanduiding de ge-wenste temperatuurinstelling weer-geeft. De aanbevolen temperatuur in hetkoelvak bedraagt 4°C. →"Sticker "OK"", Pagina94Vriesvaktemperatuur instellen▶ Om de vriesvaktemperatuur in testellen, de koelvaktemperatuur wij-zigen →Pagina92. De koelvaktemperatuur beïnvloedtde vriesvaktemperatuur. Hoger in-gestelde koelvaktemperaturen zor-gen voor hogere vriesvaktempera-turen. Extra functies8 Extra functiesExtra functiesKom te weten over welke instelbareextra functies uw apparaat beschikt. 8. 1 Super-functieBij de Super-functie koelen het koel-vak en het vriesvak sterker. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uurvóór het opslaan van een hoeveel-heid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten,gebruikt u de Super-functie.
nl93Alarm9 AlarmAlarm9.1 DeuralarmAls de deur van het apparaat langeretijd open staat wordt het deuralarmingeschakeld.Er klinkt een waarschuwingssignaalen brandt.Na 10minuten knippert de binnen-verlichting.Deuralarm uitschakelen▶ De apparaatdeur sluiten of op drukken.a Het waarschuwingssignaal is uitge-schakeld.9.2 VentilatoralarmAls de ventilator van het vriesvak uit-valt, schakelt het ventilatoralarm in.alsmede alle led's van de tempera-tuuraanwijzing knipperen en er klinkteen waarschuwingssignaal.Opmerking:Het apparaat koelt nietmeer. De aanwezige kleine koelpro-ducten en kleine diepvriesproductenkunnen bederven.Ventilatoralarm uitschakelen1. Druk op .a Het waarschuwingssignaal is uitge-schakeld.a De temperatuurindicatie toont op-nieuw de ingestelde temperatuur.2.
Neem contact op met de service-afdeling.Het nummer van de servicedienstvindt u in het bijgevoegde over-zicht van servicediensten.Koelvak10 KoelvakKoelvakIn het koelvak kunt u vlees, worst,vis, melkproducten, eieren, bereidegerechten en brood en banket bewa-ren.De temperatuur is van 2°C tot 8°Cinstelbaar.Door de koelopslag kunt uook lichtbederfelijke levensmiddelen opkorteofmiddellange termijn bewaren.
Hoelager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelenvers.10.1 Tips voor het bewarenvan levensmiddelen inhet koelvak¡ Alleen verse en onbeschadigde le-vensmiddelen inruimen.¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.¡ Om de luchtcirculatie niet te hinde-ren en het bevriezen van levens-middelen te vermijden, de levens-middelen niet direct tegen de ach-terwand plaatsen.¡ Laat warme etenswaren en dran-ken eerst afkoelen.¡ Houd de door de fabrikant vermel-de houdbaarheidsdatum of ge-bruiksdatum in acht.10.2 Koudezones in het koel-vakDoor de luchtcirculatie in et koelvakontstaan verschillende koudezones.Koudste zoneDe koudste zone is tussen het legpla-teau boven de groentelade en hetzich daarboven bevindende legpla-teau.
nl 94Tip:Bewaar snel bedervende levens-middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zoneDe warmste zone bevindt zich hele-maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le-vensmiddelen in de warmste zone,bijv. harde kaas en boter. Hierdoorkomt het aroma van de kaas betertot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar. 10. 3 Sticker "OK"Met de sticker OK kunt u controlerenof in het koelvak de voor de levens-middelen aanbevolen veilige tempe-ratuurbereiken van +4°C of kouderbereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle mo-dellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weer-geeft, dan de temperatuur stapsge-wijze verlagen. →"Koelvaktemperatuur instellen",Pagina92Na ingebruikneming van het appa-raat kan het tot wel 12 uur durenvoordat de ingestelde temperatuur isbereikt.
Correcte instellingVriesvak11 VriesvakVriesvakIn het vriesvak kunt u diepvrieswarenbewaren, levensmiddelen bevriezenen ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af-hankelijk van de temperatuur in hetkoelvak. Langdurig bewaren van levensmidde-len moet opeen temperatuur van –18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijkelevensmiddelen gedurende lange tijdbewaren. De lage temperaturen ver-tragen of stoppen het bederven. 11. 1 InvriescapaciteitHet invriesvermogen geeft aan welkehoeveelheid levensmiddelen in hoe-veel uur tot in de kern kan worden in-gevroren. Informatie over het invriesvermogenvindt u op het typeplaatje. →Fig. 1 /3Voorwaarden voorinvriesvermogen1. Ca. 24uur vóór het inladen vanverse levensmiddelen Super-func-tie inschakelen. →"Super-functie inschakelen",Pagina922. De levensmiddelen eerst in de bo-venste diepvrieslade leggen. 3.
nl9511. 3 Tips voor het bewarenvan levensmiddelen inhet vriesvak¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelenniet in aanraking met ingevrorenlevensmiddelen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar inde diepvriesladen leggen. ¡ Voor een goede luchtcirculatie inhet apparaat de diepvrieslade totaan de aanslag inschuiven. 11. 4 Tips voor het bevriezenvan verse levensmidde-len¡ Alleen verse en onberispelijke le-vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie-zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn betergeschikt dan rauw eetbare levens-middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen,kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen,ontpitten en eventueel schillen,eventueel suiker of ascorbinezuur-oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le-vensmiddelen zijn bijv.
nl 96▶ De maximale bewaartijd niet meerten volle benutten.¡ Dierlijke levensmiddelen in hetkoelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,kaas en kwark.¡ Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.¡ Levensmiddelen voor directe con-sumptie in de magnetron, in deoven of op de kookplaat bereiden.Ontdooien12 OntdooienOntdooien12.1 Ontdooien in het koel-vak.Tijdens het gebruik vormen zich opde achterwand van het koelvak af-hankelijk van de werking waterdrup-pels of rijp. De achterwand van hetkoelvak ontdooit automatisch.→Fig.
3Het dooiwater loopt via de dooiwater-goot in het afvoergat naar de ver-dampingsschaal en hoeft niet wordenafgeveegd.Neem de volgende informatie in achtom ervoor te zorgen dat dooiwaterkan weglopen en geurvorming wordtvermeden: De dooiwatergoot en hetafvoergat reinigen →Pagina97.12.2 Ontdooien in het vries-vakDoor hetvolledig automatische “NoF-rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst-vrij. Ontdooien isniet nodig.Reiniging en onderhoud13 Reiniging en onder-houdReiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaatzorgvuldig om er voor te zorgen dathet lang goed blijft werken.De reiniging van ontoegankelijkeplaatsen moet door de servicedienstworden uitgevoerd. Aan de reinigingdoor de servicedienst kunnen kostenverbonden zijn.13.1 Apparaat voorbereidenvoor reiniging1. Het apparaat uitschakelen.→Pagina922.
Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen.3. Alle levensmiddelen eruit halen enop een koele plaats bewaren.Indien beschikbaar koelelementenop de levensmiddelen leggen.4. Verwijder alle uitrustingsdelen enaccessoires uit het apparaat.→Pagina97
nl9713. 2 Apparaat schoonmakenWAARSCHUWINGKans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het appa-raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de be-dieningselementen kan gevaarlijkzijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de ver-lichting of in de bedieningselemen-ten terechtkomen. LET OP. Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-nen de oppervlakken van het appa-raat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken. Wanneer vloeistof in het afvoergatkomt, kan de verdampingsschaaloverstromen. ▶ Het sop mag niet in het afvoergatkomen. Wanneer u uitrustingsdelen en acces-soires in de vaatwasser reinigt, kun-nen deze vervormen of verkleuren.
▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-res in de vaatwasser reinigen. 1. Apparaat voorbereiden voor reini-ging. →Pagina962. Het apparaat, de uitrustingsdelen,de accessoires en de deurafdich-tingen met een vaatdoek, lauw wa-ter en een beetje pH-neutraal af-wasmiddel reinigen. 3. Met een zachte, droge doek gron-dig nadrogen. 4. De uitrustingsdelen plaatsen. 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. →Pagina906. Doe de levensmiddelen in het ap-paraat. 13. 3 De dooiwatergoot en hetafvoergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het af-voergat regelmatig, om ervoor te zor-gen dat het dooiwater kan weglopen. ▶ Reinig de dooiwatergoot en het af-voergat voorzichtig, bijv. met eenwattenstaafje. →Fig. 413. 4 Onderdelen eruit halenNeem wanneer u de uitrustingsdelengrondig wilt reinigen deze uit het ap-paraat.
nl 98Diepvrieslade verwijderen1. De diepvrieslade tot aan de aan-slag uittrekken.2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .→Fig. 8Ladefront verwijderenU kunt het ladefront van de fruit engroentelade en de vriesproductenla-de verwijderen voor het gemakkelij-ker schoonmaken.▶ Druk de klikhaken aan de zijkantvan de lade in en verwijder hetladefront middels een draaibewe-ging van de lade .→Fig. 9
nl99Storingen verhelpen14 Storingen verhelpenStoringen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat ucontact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen vanstoringen.
Zo voorkomt u onnodige kosten.WAARSCHUWINGKans op elektrische schok!Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.▶ Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaatbeschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaan-sluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabri-kant of de klantenservice.Storing Oorzaak en probleemoplossingApparaat koelt niet, in-dicaties en verlichtingbranden.Het presentatielicht is ingeschakeld.▶Voer de apparaatzelftest uit.
→Pagina102a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat hetapparaat weer over op normale werking.LED-verlichting functi-oneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.▶ Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten.De koelmachine scha-kelt vaker en langerin.Het apparaat is te vaak geopend.▶ Open de apparaatdeur niet onnodig.Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-openingen.Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen va-ker in en hebben verschillende vermogensstanden omefficiënter te koelen.▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-openingen.▶ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstandtot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-tebronnen op.
nl 100Storing Oorzaak en probleemoplossingDe koelmachine scha-kelt vaker en langerin.▶ Laat warme gerechten en dranken voordat deze inhet apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.Op de achterwandvan het koelvak vormtzich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen vooreen gelijkmatigere temperatuur in het koelvak.
Deachterwand van het koelvak wordt regelmatig automa-tisch ontdooid.▶ Open de deur van het apparaat slechts zo kort alsmogelijk is.▶ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de le-vensmiddelen af.▶ Laat warme gerechten en dranken voordat deze inhet apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.▶ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen ende binnenwanden.Het alarmsignaal is tehoren.Het deuralarm is inge-schakeld.Deur van het apparaat is open.▶ Sluit de deur van het apparaat.Temperatuur wijkt ergaf van deinstelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1.Schakel het apparaat uit. →Pagina922. Schakel het apparaat na ca.
5 minuten opnieuw in.→Pagina91‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan detemperatuur na een paar uur opnieuw.‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw.Bodem van het koel-vak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→Pagina97Het apparaat bromt,borrelt, zoemt, gorgelt,klikt, of maakt knakge-luiden.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in wer-king.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
nl 10214. 1 StroomuitvalTijdens een stroomuitval stijgt detemperatuur in het apparaat, hierdoorverkort de bewaartijd en de kwaliteitvan de diepvriesproducten vermin-dert. Op onze website van uw apparaatvindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproductenin geval van een storing. Opmerkingen¡ Het apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen engeen andere levensmiddelen inrui-men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelenonmiddellijk na de stroomuitvalcontroleren. – Diepvriesproducten die ontdooiden warmer dan 5°C zijn, weg-gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc-ten koken of bakken en ofwelverbruiken of opnieuw invriezen. 14. 2 Apparaatzelftest uitvoe-renUw apparaat beschikt over een appa-raatzelftest, welke storingen weer-geeft, die uw service kan verhelpen. 1. Het apparaat uitschakelen. →Pagina922. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 3. Het apparaat na 5minuten op-nieuw elektrisch aansluiten. →Pagina904. Het apparaat inschakelen. →Pagina915. Binnen 10 seconden na het in-schakelen gedurende 3 tot 5 se-conden ingedrukt houden tot ereen akoestisch signaal weerklinkt. a De apparaatzelftest start wanneerde temperatuurindicaties na elkaargaan branden. a Wanneer na het einde van de ap-paraatzelftest 2 akoestische signa-len weerklinken en de temperatuur-display de ingestelde temperatuurweergeeft, dan zijn de tempera-tuursensoren van uw apparaat inorde. Het apparaat gaat over opde normale werking. a Wanneer na het einde van de zelf-test van het apparaat 5akoesti-sche signalen klinken en de ledsvan de temperatuuraanwijzing metverschillende helderheid branden,neem dan contact op met de servi-ce.
Het apparaat uitschakelen. →Pagina922. Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken of de zekeringin de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen verwijderen. 4. Het apparaat reinigen. →Pagina975. Om de ventilatie van het interieurte waarborgen het apparaat geo-pend laten.
nl10315. 2 Afvoeren van uw oudeapparaatDoor een milieuvriendelijke afvoerkunnen waardevolle grondstoffen op-nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWINGKans op gevaar voor de gezond-heid. Kinderen kunnen zich in het apparaatopsluiten en in levensgevaar gera-ken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen inhet apparaat kruipen legplateausen lades niet uit het apparaat ne-men. ▶ Kinderen uit de buurt van een af-gedankt apparaat houden. WAARSCHUWINGKans op brand. Bij beschadiging van de leidingenkunnen brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddel-kringloop en de isolatie niet be-schadigen. 1. De stekker van het netsnoer uit hetstopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijkaf. Bij uw dealer en uw gemeente- ofdeelraadskantoor kunt u informatieverkrijgen over de actuele afvoer-methoden.
Dit apparaat is geken-merkt in overeenstem-ming met de Europeserichtlijn 2012/19/EU be-treffende afgedankteelektrische en elektroni-sche apparatuur (wasteelectrical and electronicequipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka-der aan voor de in deEU geldige terugnemingen verwerking van oudeapparaten. Servicedienst16 ServicedienstServicedienstOriginele vervangende onderdelendie relevant zijn voor de werking inovereenstemming met de desbetref-fende Ecodesign-verordening kunt uvoor de duur van ten minste 10 jaarvanaf het moment van in de handelbrengen van het apparaat binnen deEuropese Economische Ruimte bijonze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van deservicedienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantie-voorwaarden gratis.
nl 10416.1 Productnummer (E-nr.)en productienummer(FD)Het productnummer (E-Nr.) en hetproductienummer (FD) vindt u op hettypeplaatje van het apparaat.→Fig. 1 /3Om uw apparaatgegevens en de ser-vicedienst-telefoonnummers snel te-rug te kunnen vinden, kunt u de ge-gevens noteren.Technische gegevens17 Technische gegevensTechnische gegevensKoudemiddel, netto inhoud en overi-ge technische gegevens bevindenzich op het typeplaatje.→Fig. 1 /3Dit product bevat een lichtbron vanenergieklasse E. De lichtbron is lever-baar als reserveonderdeel en maguitsluitend door een hiervoor getrain-de monteur worden vervangen.Meer informatie over uw model vindtu op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadresverwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aan-wijzingen bij het zoeken naar het mo-del op.
De modelidentificatie bestaatuit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-ternatief vindt u de modelidentificatieook in de eerste regel van het EU-energielabel.1Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch KIN86NFE0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Bosch
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast