Bosch KIL42AD30 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch KIL42AD30 (101 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Bosch KIL42AD30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KIL42AD30 |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Breedte: | 558 mm |
| Diepte: | 545 mm |
| Hoogte: | 1221 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Snoerlengte: | 2.30 m |
| Kinderslot: | Nee |
| Geluidsniveau: | 37 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 173 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A++ |
| Brutocapaciteit vriezer: | - l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 15 l |
| Vriescapaciteit: | 2.4 kg/24u |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 180 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | - l |
| No Frost (koelkast): | Nee |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Multi-luchtwegsysteem (koelkast): | Nee |
| Aantal planken koelkast: | 5 |
| Aantal groente lades: | 1 |
| Vriezer positie: | Boven |
| No Frost (vriezer): | Nee |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 13 uur |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | 196 l |
| Eierenrekje: | Ja |
| No Frost system: | Nee |
| Totale brutocapaciteit: | - l |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 550 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 1225 mm |
| Plankmateriaal: | Gehard glas |
| Stroom: | 10 A |
| Deurpaneel inbegrepen: | Nee |
| Klimaatklasse: | SN-ST |
| Multi-luchtwegsysteem: | Nee |
| IJsblokjes-lade: | Ja |
| Certificering: | VDE |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
Handleiding Bosch KIL42AD30 – volledige tekst
nl79nlIn houdnlGebrui ksaanwi jzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiks-aanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging ■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■Apparaat uitschakelen en destekker uit het stopcontact trekken; ■Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik ■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc. ). Gevaar voor explosie. ■Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken. De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok.
nl80 ■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie. ■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
■Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen. ■Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding. ■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding. Kinderen in het huishouden ■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie.
Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt ■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
nl81Aanwijzingen over de afvoer *Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. ã=WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.
Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
nl82Kamertemperatuur, ventilatie en nisdiepteOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. /.AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uitklimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.BeluchtingDe lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!NisdiepteVoor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: ■Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. ■Naast een CV-installatie 30 cm. Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °C
nl83Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan bescherm- klasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroom-stopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. / ã=WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt.
Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. 1* Niet bij alle modellen.A Het vriesvakB Koelruimte 1-5 Bedieningselementen6 Verlichting 7 Glasplateau in de koelruimte 8* Uittrekbaar glasplateau 9 Groentelade met vochtigheidsregelaar 10 Boter en kaasvak 11 Voorraadvak in de deur 12* Vario-deurplateau 13 Vak voor grote flessen
nl84BedieningselementenAfb. 2Inschakelen van het apparaatAfb. 2Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.Aanwijzingen bij het gebruik ■Na het inschakelen van het apparaat kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ■Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje naar de koelmachine, waar het verdampt. Afb.
3 ■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. 1 Toets Aan/Uit Om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 Toets superDient voor het in- en uitschakelen van de super-functie (zie het hoofdstuk Super-functie).De toets brandt wanneer de super-functie is ingeschakeld. 3 TemperatuurinsteltoetsMet deze toets wordt de temperatuur ingesteld. 4 Temperature displayDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. 5 Alarmtoets Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
nl85Instellen van de temperatuurAfb. 2Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 4.Het vriesvak De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.Alarm functionDeuralarmHet deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.Alarm uitschakelen Afb. 2 De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.Super-functieWanneer de super-functie is ingeschakeld, wordt het kouder in het vriesvak en in de koelruimte.
Aanwijzingen ■Het apparaat kan hardere bedrijfsgeluiden gaan maken. ■Voor het invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen hebt u de super-functie niet nodig.Super functie gebruiken ■Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de super-functie inschakelen. ■Snel invriezen van levensmiddelen – vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak blijven behouden. ■Snel koelen van dranken ■Bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in de koelruimte.In- en uitschakelenAfb. 2Toets super 2 indrukken. De toets brandt wanneer de super-functie is ingeschakeld.De super-functie schakelt na ca. 1½ dagen automatisch uit en het apparaat wordt op de eerder ingestelde temperatuur geschakeld.
nl86Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. /De koelruimteDe koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. In acht nemen bij het bewaren ■Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. ■Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. ■De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. ■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones: ■De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Afb. 4Aanwijzing Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees). ■De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Groentelade met vochtigheidsregelaar Afb. 5De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast.
nl87Aanwijzingen ■Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ■Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid bewaarde levens-middelen kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.Het vriesvakAfb. 6Dient voor: ■bewaren van diepvriesproducten, ■maken van ijsblokjes, ■invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen.Aanwijzingen ■Aan de handgreep kunt u zien of de deur van het vriesvak goed dicht is. ■De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. ■Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren.
In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. /Voorwaarden voor max. invriesvermogen ■Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen. ■Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de super-functie inschakelen.Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten ■De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
nl88Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levens-middelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C: ■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden. ■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden. ■Groente, fruit:tot 12 maanden.
nl89Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■bij omgevingstemperatuur ■in de koelkast ■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ■in de magnetronã=AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Uitvoering(niet bij alle modellen)GlasplateausAfb. 7 U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.Uittrekbaar glasplateauAfb. 8 Voor een beter overzicht op de levens-middelen kan het uittrekbare glazen legplateau worden uitgetrokken.VarioplateauAfb. 9 Om hoge voorwerpen te koelen (bijv.
kannen of flessen), kan het voorste deel van het varioplateau worden verwijderd en onder het achterste deel worden geschoven. Vario-deurplateauAfb. * Het vario-deurplateau kunt u opzij schuiven om hogere flessen te bergen in het onderste vak.FlessenhouderAfb. + De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.IJsbakje 1. IJsbakje voor ¾ vullen met drinkwater en in het vriesvak zetten.2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
nl90Sticker „OK”(niet bij alle modellen)Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.AanwijzingBij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.Correcte instellingApparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaatAfb. 2Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat. 4.
Deur van het apparat open laten.Ontdooien De koelruimte wordt volautomatisch ontdooidAls de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 3. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.Het vriesvakHet vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.ã=AttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.
nl91U gaat als volgt te werk:AanwijzingSchakel de super-functie ca. 4 uur voor het ontdooien in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en kunnen ze langer op kamertemperatuur worden bewaard.1. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.2. Apparaat uitschakelen.3. Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten. 5. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.6. Dooiwater met een spons of doekje afwissen. 7. Wrijf het vriesvak droog.8. Apparaat weer inschakelen.9. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.Schoonmaken van het apparaatã=Attentie ■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaak-middel. Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8.
nl92UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenAfb. 7Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Uittrekbaar glasplateau verwijderenAfb. 8 Hendel aan de onderzijde aan beide zijden indrukken, glasplateau naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.DooiwatergootAfb. 3De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.Legplateaus uit de deur nemenAfb. ,Legplateaus optillen en verwijderen.Glasplateau boven de groentelade verwijderenAfb. -Het glasplateau kunt u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.AanwijzingDe groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.Reservoir verwijderenAfb.
.Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.LuchtjesAls u onaangename luchtjes ruikt:1. Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop. Afb. 2/12. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).4. Alle verpakkingen schoonmaken.5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.6. Apparaat weer inschakelen.7. Levensmiddelen inruimen. 8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
nl93Energie besparen ■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik. ■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ■Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ■Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien.Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ■Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.
■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden. ■De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
nl94Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan.De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open.De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.
Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.Diepvrieswaren zijn vastgevroren.De diepvrieswaren met een bot voorwerp losmaken. Niet met een mes of een scherp voorwerp losmaken.
nl95 Storing Eventuele oorzaak OplossingHet vriesvak heeft een dikke laag rijp.Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is.De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb. 3In de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend.Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. De temperatuur is te koud ingesteld.Temperatuur warmer instellen.De super-functie is ingeschakeld.Super-functie uitschakelen.
De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd tevaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtings-openingen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld. Alarmtoets, afb 2/5, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.
nl96Zelftest apparaatHet apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.Zelftest starten1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten. 2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de super-toets, afb. 2/2, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt.Het zelftestprogramma start.Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde. Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout.
Neem contact op met de klantenservice.Zelftest apparaat beëindigenNa afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. /Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4010 B 070 222 141
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch KIL42AD30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Bosch
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast