Bosch KGU44193EU Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch KGU44193EU (78 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Bosch KGU44193EU of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KGU44193EU |
Handleiding Bosch KGU44193EU – volledige tekst
80nlAfvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriftenAfvoeren van de verpakkingen van uw oude apparaatOude apparaten zijn niet per definitiewaardeloos. Door een milieuvriendelijkeafvoer van uw oude apparaat kunnenwaardevolle grondstoffen opnieuw gebruiktworden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel door-knippen en samen met de stekker ver-wijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomtu dat kinderen zichzelf tijdens het spelen inhet apparaat opsluiten en in levensgevaargeraken. Koel- en diepvriesapparaten bevattenkoelmiddelen en isolatiegassen diezorgvuldig moeten worden afgevoerd. Leterop dat de leidingen tot het moment vantransport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens hettransport naar u door de verpakkingbeschermd.
Voor de verpakking wordtgebruik gemaakt van materialen die hetmilieu kan verdragen en die geschikt zijnvoor hergebruik. Help daarom mee en zorgervoor dat de verpakking milieuvriendelijkwordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en deonderdelen daarvan spelen. Kans op stikkendoor vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uwgemeente informeren hoe u uw oudeapparaat en het verpakkingsmateriaal vanhet nieuwe apparaat kunt (laten) afvoerenvoor een milieuvriendelijke verwerking. Dit apparaat is gekenmerkt inovereenstemming met de Europeserichtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrischeen elektronische apparatuur (waste electricaland electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in deEU geldige terugneming en verwerking vanoude apparaten. Onze bijdrage aan het beschermen vanhet milieu: wij maken gebruik vankringlooppapier.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift voor een eventuelelatere bezitter van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-heid als de volgende aanwijzingen niet inacht worden genomen:● Een (bijv. tijdens het transport)beschadigd apparaat niet in gebruiknemen. In twijfelgevallen eerst contactopnemen met uw leverancier. ● Het apparaat uitsluitend volgens hetbijgesloten installatievoorschrift plaatsenen aansluiten. De elektrische aansluit-voorwaarden moeten overeenkomen metde gegevens op het typeplaatje. ● Bij het schoonmaken nooit een stoom-apparaat gebruiken. De stoom kan in deonder spanning staande onderdelen vanhet apparaat terechtkomen en kortsluitingof een electrische schok veroorzaken.
● De elektrische veiligheid van het apparaatwordt alleen dan gegarandeerd als hetaardingssysteem van de huisinstallatievolgens de geldende elektrotechnischevoorschriften is geïnstalleerd. ● In geval van een storing, bij onderhouds-werkzaamheden en vóór het schoonmakende stekker uit het stopcontact trekkenresp. de zekering in de meterkastuitschakelen of losdraaien. Altijd aan destekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ● Reparaties aan elektrische apparatenmogen alleen door vakkundige monteursworden uitgevoerd. Door ondeskundigereparatie kan er gevaar voor de gebruikerontstaan. ● Dranken met een hoog alcoholpercentagealtijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbare drijf-gassen (zoals spuitbussen met slagroomen andere spuitbussen) en explosieve.
81nlstoffen in het apparaat opslaan – gevaarvoor explosie. ● Flessen en blikjes met vloeistoffen –vooral koolzuurhoudende dranken – nietin de diepvriesruimte opslaan. De flessenen blikjes springen. ● De be- en ontluchtingsopeningen mogennooit afgedekt worden. ● Plint, uittrekbare manden of laden, deurenetc. niet als opstapje gebruiken of om opte leunen. ● Kinderen niet met het apparaat latenspelen. ● Als u een apparaat met een slot hebt,bewaar de sleutel dan buiten het bereikvan kinderen. ● IJslollies en ijsblokjes niet direct uit dediepvriesruimte in de mond nemen(gevaar voor verbranding door de zeerlage temperatuur). ● Diepvrieswaren nooit met natte handenaanraken. Uw handen kunnen eraanvastvriezen. ● Attentie. De ventilatieopeningen in deommanteling van het apparaat resp, aanhet inbouwapparaat altijd vrijhouden. ● Attentie. De leidingen van het koelcircuitniet beschadigen. ● Attentie.
Geen elektrische apparaten inde levensmiddelenvakken van hetapparaat gebruiken, tenzij een door defabrikant aanbevolen type. Het koelcircuit van dit apparaatbevat isobutaan (R 600a), eennatuurlijk gas dat in hoge matemilieuvriendelijk is maar welbrandbaar. Let erop bij het vervoeren enverplaatsen van het apparaat dat er geenonderdelen van het koelcircuitbeschadigd worden. Bij eventuelebeschadigingen open vuur of andereontstekingsbronnen vermijden. De ruimtewaarin het apparaat is opgesteld, eenpaar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces teversnellen geen andere mechanischetoestellen of kunstmatige hulpmiddelengebruiken dan door de fabrikantaanbevolen. BepalingenHet apparaat is geschikt voor het koelen eninvriezen van levensmiddelen en omijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Let op deomgevingstemperatuurAfhankelijk van de „klimaatklasse” (zie hettypeplaatje) kan het apparaat bij devolgende omgevingstemperaturen gebruiktworden: (het typeplaatje bevindt zich linksonderaan in het apparaat. Afb. F)Klimaat- Omgevingstemperatuurklasse van. totSN +10 °C tot 32 °CN +16 °C tot 32 °CST +18 °C tot 38 °CT +18 °C tot 43 °CAls de omgevingstemperatuur lager is, danwordt het in de koelruimte te koud; als deomgevingstemperatuur hoger is, dan wordthet in de diepvriesruimte te warm. Als de temperatuur in de ruimte waar hetapparaat staat opgesteld, lager is dan deingestelde temperatuur in de koelruimte, danwordt het in de koelruimte net zo koud alsde omgevingstemperatuur.
Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °Ckan dit tot storingen bij het volautomatischeontdooien van de koelruimte leiden. Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriften82nlPlaatsing van het apparaatDe juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte isgeschikt. Het apparaat liefst niet in de zon ofnaast een fornuis, verwarmingsradiator ofandere warmtebron plaatsen. Is plaatsingnaast een warmtebron niet te vermijden,maak dan gebruik van een isolerende plaatof neem de volgende minimumafstanden inacht:naast een elektrisch fornuis 3 cmnaast een CV-installatie 30 cmBij plaatsing naast een ander koel- ofvriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om hetontstaan van condensatiewater te vermijden. Het apparaat moet waterpas en stevig op devloer staan. Eventuele oneffenheden in devloer d. m. v.
Elektrische aansluitingHet apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften aangebracht, randgeaardstopcontact, met een zekering van10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hzwisselstroom aansluiten. Bij apparaten voor niet Europese landen ophet typeplaatje controleren of de aansluit-spanning en de stroomsoort overeenkomenmet de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaanin het apparaat (afb. F). Een eventueel noodzakelijke vervanging vande stroomkabel mag alleen wordenuitgevoerd door de klantenservice van defabrikant. Waarschuwing. Het apparaat mag nooitworden aangesloten op elektronische„energiebesparende stekkers” (bijv. SavaPlug) of omvormers die gelijkstroom om-zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal-laties voor zonneënergie of netwerkenvoor schepen). VentilatieAfb.
3De aan de achterwand van het apparaatvrijkomende warme lucht moet ongehinderdafgevoerd kunnen worden. Anders moet dekoelmachine meer presteren waardoor hetenergieverbruik toeneemt. De be- enontluchtingsopeningen mogen dan ooknooit worden afgedekt. Na het transport. Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staanvoordat het voor het eerst wordtingeschakeld.
84nl83nlKennismaking met het apparaatDoor het volautomatische No-Frost-systeem zet zich in de diepvriesruimtegeen ijs af. Ontdooien is overbodig. Functie:De diepvrieswaren worden door gekoeldelucht ingevroren. Een verdamper die zich in het No-Frost-systeem bevindt, koelt de lucht in hetapparaat af. De koude lucht wordt d. m. v. een ventilator rondgeblazen. Een tweedeventilator zorgt voor de luchtcirculatie in dekoelruimte. De vochtigheid in de lucht zetzich af op de verdamper. Indien nodig wordtde verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachinegeleid waar het verdampt. In de diepvries-ruimte en op de levensmiddelen zet zichgeen ijs af. Functie van de schakel- en controle-elementenAfb. 21 -toetsHoofdschakelaar, om het hele apparaat inen uit te schakelen. 2 Toets "Super" voor de koelruimteOm het superkoelsysteem in en uit teschakelen.
Door het verschijnen vanindicatie "SU" 4 en het branden vanindicatie 5 (oranje lampje) wordtaangegeven dat het superkoelsysteem isingeschakeld. Na het inschakelen wordtde koelruimte gedurende 6 uur zo koudmogelijk gekoeld. Daarna wordtautomatisch omgeschakeld naar deoorspronkelijk ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem gebruiken:- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen- om dranken snel te koelen3 Insteltoets voor de temperatuur in dekoelruimte(De temperatuur in de koelruimte isinstelbaar van +2 0C tot +8 0C). De insteltoets een aantal keren indrukkenof ingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van +8 0C tot+2 0C aangegeven. Na +2 0C verschijntweer +8 0C).
Kennismaking met het apparaatA. u. b. vóór het lezen de laatste bladzijdenmet afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer danéén type van toepassing. Afwijkingen inde afbeeldingen zijn hierdoor niet uit-gesloten. OverzichtAfb. 11-11 Bedieningspaneel12 Luchtafvoeropeningen13 Verlichting14 Multiflow system(koudeluchtverdeler)15 Legplateau16 Lade voor yoghurtbekers17 Groentelade18 "Chiller"-vak19 Legplateau voor blikjes, tubes20 Boter- en kaasvak*21 Separator22 Eierrekje23 Flessenhouder24 Flessenvak25 Vriesplateau26 Diepvriesvak27 Diepvrieskalender28 FlessenrekA KoelruimteB Vriesruimte* niet bij alle modellenBedieningspaneel (kort overzicht)Afb. 21 -toetshoofdschakelaar aan/uit2 Toets "super" voor de koelruimtevoor maximale koelcapaciteit.
3 Insteltoets voor de temperatuur in dekoelruimtekouder, warmer4 Indicatie voorde actuele temperatuur in de koelruimte5 Indicatie "super" voor de koelruimte6 Indicatie "super voor dediepvriesruimte7 Indicatie voora) de insteltemperatuur voor dediepvriesruimteb) de "warmste temperatuur" in dediepvriesruimtec) Indicatie "AL" (alarm8 Indicatie "alarm"9 Insteltoets voor de temperatuur in dediepvriesruimtekouder, warmer10 Toets "super" voor de diepvriesruimtevoor maximale vriescapaciteit11 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)a) voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaalb) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeftgeheerst (alleen wanneer indicatie 9knippert).
86nl85nlInschakelen en temperatuurkeuzeAfb. 2● Stekker in het stopcontact steken. ● Bij het indrukken van de toetsen klinkteen bevestigingssignaal. ● Hoofdschakelaar 1 indrukkenHet alarmsignaal is te horen. Deindicaties temperatuur voor de koelruimte(4ºC) 4 en "Alarm" 8 branden. Deindicatie "AL" (alarm) 7 knippert. ● -toets 11 indrukkenToets "Alarm uit" 11 indrukken. Hetalarmsignaal gaat uit en de "warmstetemperatuur" wordt op het display 7gedurende 5 seconden aangegeven. Deindicatie "AL" 7 houdt op met knipperen. Hiermee is het apparaat in werking. ● Instellen van de temperatuur in dediepvriesruimteHiertoe de insteltoets 9 een aantal kerenindrukken of ingedrukt houden tot degewenste temperatuur wordtaangegeven. De laatst ingestelde waardewordt in het geheugen opgeslagen. (Deinsteltemperatuur wordt in doorlopendevolgorde van -16ºC tot -26ºCaangegeven Na -26ºC verschijnt weer -16ºC).
Wij adviseren een instelling op -20 0C. Attentie. De indicatie "AL" wordt op indicatie 7aangegeven als het in diepvriesruimte doorstroomuitval of een storing te warm is. Doorde insteltoets 9 in te drukken kan detemperatuur in de diepvriesruimte wordeningesteld. De ingestelde temperatuur wordtgedurende 5 seconden op indicatie 7aangegeven. Hierna verschijnt weer deindicatie "AL". De ingestelde temperatuurwordt op indicatie 7 aangegeven zodra in dediepvriesruimte de ingestelde temperatuur isbereikt. Kennismaking met het apparaat6 Indicatie "super" (vriezen)Brandt alleen als het supervriessysteemis ingeschakeld. 7 Temperatuurindicatie voor dediepvriesruimteDeze geeft drie functies aan:a) ingestelde temperatuur voor de diepvriesruimte;b) indicatie "AL" (alarm);Deze geeft aan wanneer het in de diepvriesruimte te warm is. c) "warmste temperatuur" in de diepvriesruimte.
Na het indrukken van de toets "Alarm uit" wordt op indicatie 7 gedurende vijfseconden de "warmste temperatuur" aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist – indicatie 7 geeft dan zonder te knipperen de indicatie "Alarm" (alarm) aan. 8 Indicatie "alarm"brandt terwijl tegelijkertijd eenalarmsignaal te horen is, als het in dediepvriesruimte te warm is. De indicatie gaat uit als in dediepvriesruimte de bedrijfstemperatuur isbereikt. 9 Insteltoets voor de temperatuur in dediepvriesruimteDe insteltoets een aantal keren indrukkenof ingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van -16 0C tot -26 0C aangegeven. Na -26 0C verschijntweer -16 0C). Attentie. De indicatie "AL" (afb.
2/7) verschijntwanneer het door stroomuitval of eenstoring in de diepvriesruimte te warm is. Door het indrukken van insteltoets 9 kan detemperatuur worden ingesteld. Deingestelde temperatuur verschijnt gedurende5 seconden op het display. Hierna wordt deindicatie "AL" weer aangegeven. Deingestelde temperatuur verschijnt op deindicatie zodra in de diepvriesruimte deingestelde temperatuur is bereikt. 10 "super"-toetsDe indicatie "SU" 7 en de indicatie"Super" 6 (oranje lampje) geven aan dathet supervriessysteem is ingeschakeld. De supervriesstand dient voor hetinvriezen van grote hoeveelheden verselevensmiddelen en kan maximaal 24 uurvoordat de verse levensmiddelenworden toegevoegd, wordeningeschakeld. De vriesmachine werkt na inschakelingcontinu, de vriesruimte bereikt een zeerlage temperatuur. 11 “alarm” -toetsDient voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaal.
Ook als de diepvriesproducten geengevaar lopen, kan hetwaarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat- bij het toevoegen van verselevensmiddelen zonder inschakeling vande supervriesstand- en als de vriesruimtedeur te lang openstaat. Na uitschakeling van hetwaarschuwingssignaal wordt de"akoestische waarschuwing" automatischweer operationeel zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. ● Instellen van de temperatuur in dekoelruimteInsteltoets 3 een aantal keren indrukkenof ingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. De laatstingestelde waarde wordt in het geheugenopgeslagen. (De insteltemperatuur wordtin doorlopende volgorde van +8 0C tot +2 0C aangegeven. Na +2 0C verschijntweer +8 0C). Wij adviseren een instelling op +4 0C.
Attentie:● De temperatuur in de koelruimte kanschommelen– doordat de deur van het apparaat vaakgeopend werd,– door het inladen van grote hoeveelhedenverse levensmiddelen in de koelruimteen de diepvriesruimte,– door een verandering van deomgevingstemperatuur,– door een verandering van de instellingvan de temperatuurkiezer voor dediepvriesruimte of door inschakelen vanhet supervriessysteem. ● De voorzijde van het apparaat wordtgedeeltelijk licht verwarmd waardoorde vorming van condensatiewater inde buurt van de deurafdichting wordtvoorkomen.
88nl87nlLevensmiddelen inruimenLevensmiddelen inruimenAttentie bij het inruimen● Warme dranken en gerechten buiten hetapparaat laten afkoelen. ● De levensmiddelen liefst verpakt of goedafgedekt bewaren. Hierdoor blijven nietalleen geur, smaak, kleur en vochtigheidbehouden, maar wordt bovendienvoorkomen dat de opgeslagen levens-middelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moetenonverpakt in de groenteladen wordenopgeslagen. ● Zorg dat de kunststof delen en dedeurafdichting niet met olie of vet inaanraking komen (ze kunnen poreusworden). ● Geen explosieve stoffen in het apparaatopslaan. Dranken met een hoogalcoholpercentage rechtop en goedgesloten bewaren. – Gevaar voor explosie. ● Flessen met vloeistoffen die kunnenbevriezen, niet in de diepvriesruimtebewaren. De flessen springen. Een voorbeeld van hetinruimenafb.
1Koelruimte (A)Op de schappen (15) van boven naarbeneden bakwaren, toebereide gerechten,zuivelproducten. In de lade (16) kaas, worst, yoghurt. In de groentebak (17) groente, fruit, salade. In het vakje (19) kleine flessen, blikken. In het vak (20) boter en kaas. In het flessenvak (24) grote flessen. Vriesruimte (B)Op het diepvriestableau (25) kleinediepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden. In de bovenste diepvriesbakken (26)diepvriesgerechten bewaren. Indeling van het interieurDe legroosters/plateaus in de koelruimtekunnen – ook als de deur 90° openstaat –worden verplaatst: legrooster/plateau naarvoren trekken, iets laten zakken, eruit nemenen op de gewenste plaats opnieuw erinzetten (afb. 4). * FlessenrekIn de holten kunnen de flessen veilig wordenneergelegd en opgestapeld (afb. 5,I). "Chiller"-vak (afb. A)Bodem van het vak naar voren trekken, deklep gaat open.
Bodem van het vak naar voren trekken. Deklep gaat open. In het "Chiller"-vak heersenlagere temperaturen dan in de koelruimtewaarbij ook temperaturen onder 0 0C kunnenoptreden. Ideaal voor het bewaren van vis,vlees en worst.
Niet geschikt voor sla, groente enkoudegevoelige levensmiddelen. * De kleine lade kan eruit genomen wordenom levensmiddelen in- en uit te laden(afb. 9,6). De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnenomhoog geklapt worden waardoor er plaatsis voor tubes, blikjes etc. Met de flessehouder wordt voorkomen dat deflessen omvallen bij het openen en sluiten vande deur (afb. 0/A). Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deurkunnen eruit gehaald worden om schoon temaken: bakje of rekje ietsje optillen en eruithalen (afb. 8/A). * niet bij alle modellenUitschakelen van hetapparaat Hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen vanhet apparaatAls het apparaat langere tijd niet gebruiktwordt: hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken,apparaat schoonmaken en de deurenopenlaten.
Uitschakelen en buitenwerking stellen van hetapparaatInvriezen en opslaanAttentie bij het inkopen vandiepvriesprodukten● Let erop dat de verpakking nietbeschadigd is. ● De op de verpakking aangegevenhoudbaarheidsdatum mag niet verstrekenzijn. ● In de winkel moet de temperatuur in dediepvrieskist –18 °C of kouder zijn. ● Koop de diepvriesprodukten op hetallerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in eenkoeltas snel naar huis en leg ze in dediepvriesruimte. Levensmiddelen zelf invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen alsu zelf gaat invriezen. Geschikt om in te vriezen:vlees en worst, gevogelte en wild, vis,groente, kruiden, fruit, brood en gebak,pizza, kant en klare gerechten, kliekjes,eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen:eieren met schaal, zure room en mayonaise,sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien.
Blancheren van groente en fruit:groente en fruit moeten vóór het invriezengeblancheerd worden om te voorkomen datkleur, smaak, aroma en vitamine „C”verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of hetfruit kort in kokend water wordt gedompeld.
90nl89nlInvriezen en opslaan1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijnsneller helemaal bevroren. Zo blijft dekwaliteit bij het ontdooien en bereidenhet beste behouden. De levensmiddelen luchtdicht verpakkenzodat ze niet uitdrogen of hun smaakverliezen. Voor verpakking geschikt:kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,diepvriesdozen. Deze produkten zijn in dehandel verkrijgbaar. Niet geschikt:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruitpersen en het geheel van een goede sluitingvoorzien. Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,koudebestendig plakband e. d. Zakjes enfolie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datumvoordat u ze in de diepvriesruimte legt.
InvriescapaciteitDe levensmiddelen moeten zo snel mogelijkdoor en door worden ingevroren. Alleen zoblijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat nietoverschreden worden. De volgende hoeveelheden levensmiddelenkunnen binnen 24 uur worden ingevroren inde bovenste diepvriesbakbij 70 cm brede apparaten max. 12 kg. bij 60 cm brede aparaten max. 9 kg. Zorg dat de verse levensmiddelen nietin aanraking komen met al ingevrorenlevensmiddelen. Warme spijzen en dranken, voordat u zein de diepvriesruimte opslaat, op kamer-temperatuur laten afkoelen. Gegevens over de maximaleinvriescapaciteit volgens de actuele normvindt u op het typeplaatje (Afb. F). Super-CoolingVoordat u inkopen gaat doen moet u 3 – 4uur tevoren of op zijn laatst bij het inladenvan verse levensmiddelen het "super-cooling"-systeem inschakelen.
Daarna wordt er automatisch omgeschakeldnaar de temperatuur die voor de super-cooling was ingesteld. SupervriezenAls er al levensmiddelen in de diepvriesruimteliggen, dan moet een paar uur vóór hetinladen van verse levensmiddelen hetsupervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevorenvoldoende. Wilt u de max. invriescapaciteitbenutten, dan moet u het supervriessysteem24 uur van tevoren inschakelen. Kleinerehoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg)kunnen zonder gebruik van hetsupervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem:de supervriestoets (afb. 2/10) indrukken. De indicatie "SU" (afb. 2/7) en de indicatie"Super" (afb. 2/6) geven aan dat hetsupervriessysteem is ingeschakeld. Nainschakeling bereikt de vriesruimte een zeerlage temperatuur. Ca. 52 uur na hetinschakelen wordt de supervriesstandautomatisch uitgeschakeld.
Levensmiddelen opslaanLet er altijd op dat alle diepvriesladenhelemaal tot de aanslag in de diepvries-ruimte zijn geschoven. Dit is belangrijk voor een goede lucht-circulatie in het apparaat. Invriezen en opslaanDiepvrieskalenderAfb. COm te voorkomen dat de kwaliteit van dediepvrieswaren afneemt, is het van belangdat de toelaatbare bewaartijd niet wordtoverschreden. De bewaartijd is afhankelijkvan het soort levensmiddelen. De cijfersbij de symbolen geven de toelaatbarebewaartijd van de desbetreffende levens-middelen in maanden aan. Bij kant en klaargekochte diepvriesprodukten moet u altijdletten op de verpakkingsdatum of op dehoudbaarheidsdatum. VriestableauAfb. DOp het vriestableau kunt u de ijsbakjesbewaren en bessen, klein gesneden fruit,kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen delevensmiddelen op het vriestableaugelijkmatig verdelen en ca.
Ontdooien vandiepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uitde volgende mogelijkheden:bij omgevingstemperatuur,in de koelkast,in de elektrische oven,met of zonder heteluchtverwarming,in de magnetronoven. Geheel of gedeeltelijk ontdooide diep-vriesgerechten kunnen opnieuw wordeningevroren als vlees en vis niet langer danéén dag en andere diepvriesgerechten nietlanger dan drie dagen zijn bewaard op eentemperatuur lager dan +3 °C. In andere gevallen de levensmiddelen – alsten minste geur, smaak en kleur nietveranderd zijn – koken, braden of op eenandere manier bereiden en opnieuwinvriezen. De max. bewaartijd van de levensmiddelenwordt hierdoor bekort. IJsblokjes makenAfb. BHet ijsbakje voor 3/4 met water vullen en inde diepvriesruimte zetten. Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten deijsblokjes gemakkelijker los.
92nl● Het apparaat in een koele, goed teventileren ruimte plaatsen. Niet in de zonof in de buurt van een warmtebron(verwarmingsradiator enz. ) plaatsen. ● De be- en ontluchtingsopeningen nooitafdekken. ● Warme gerechten pas nadat ze zijnafgekoeld in het apparaat zetten. ● Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, legdeze dan eerst in de koelruimte. U benuthierdoor de in de diepvrieswarenaanwezige koude voor het koelen vande levensmiddelen in de koelruimte. ● Bij het in- en uitladen de deuren van hetapparaat zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimtegeopend wordt, des te minder ijs zich kanafzetten op de vriesroosters. ● Warmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat om de tweejaar schoonmaken. Tips om energie tebesparenSchoonmakenVóór het schoonmaken altijd de stekkeruit het stopcontact trekken resp. dezekering uitschakelen of losdraaien.
Geen stoom- of hogedrukapparatengebruiken. Door de hete stoom kunnen deoppervlakte en de electrische onderdelenbeschadigd worden – kans op eenelectrische schok. Zorg dat het sop niet in de controle-armatuurof de verlichting terechtkomt. Behalve dedeurafdichting kan het hele apparaat metlauw water met een scheutje mild, lichtdesinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand-afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geenschoonmaakmiddelen gebruiken die zand,schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geenchemische oplosmiddelen gebruiken. De deurafdichting alleen met schoon waterafnemen en grondig droogwrijven. Indien mogelijk om de twee jaar ook dewarmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat met een kwastof met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoorblijft het apparaat optimaal presterenwaardoor u energie bespaart.
Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuurheeft bereikt, worden de geluidenautomatisch minder. Het gebrom komt van de motor(compressor). Het kan korte tijd iets luiderworden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt vanhet koelmiddel dat door de leidingenstroomt. Het geklik is alleen te horen als dethermostaat de motor in- of uitschakelt. Kraakgeluiden kunnen optredenwanneer. - automatische ontdooiing plaatsvindt. - het apparaat afkoelt of opwarmt (materiaaluitzetting). Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kaneen zacht geruis te horen zijn van deluchtstroom in de binnenruimte van hetapparaat. Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, danheeft dit wellicht eenvoudige oorzakendie vaak heel gemakkelijk kunnen wordenopgeheven. Het apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpasstellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjesof leg er iets onder.
Het apparaat staat tegen een andermeubel of apparaatHet apparaat van het meubel of hetapparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateauswiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaaldkunnen worden en zet ze eventueel opnieuwin het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaarzetten. *Belangrijke aanwijzingenbij het onderhoud van roest-vrijstalen oppervlakkenBij het apparaat is een proefverpakking vanhet onderhoudsmiddel „Chromol” gevoegd. OM HET HOOGWAARDIGE UITERLIJK VANUW APPARAAT DUURZAAM TEBEHOUDEN: DE ROESTVRIJSTALENOPPERVLAKKEN VAN HET APPARAATONMIDDELLIJK NA HET PLAATSEN METHET VLOEIBARE ONDERHOUDSMIDDEL"CHROMOL" BEHANDELEN. DEZEBEHANDELING REGELMATIG HERHALEN. Het middel is in de handel onder de naam„Chromol” verkrijgbaar of bij deServicedienst onder hetIdent-nr.
Geen afwasmiddel, chloorhoudendereinigingsmiddelen, agressievereinigingsmiddelen zoals ontdooispray,ovenspray, oplosmiddel of vlekkenmiddelom vlekken te verwijderen gebruiken. Om hardnekkige vlekken van roestvrijstalenoppervlakken te verwijderen die met"Chromol" niet verwijderd kunnen worden:het reinigingsmiddel "Wiener Kalk"gebruiken. Het is in de handel of via de Servicedienst(bestelnummer 417980) te verkrijgen. Attentie. Buiten het bereik van kinderen bewaren. Nooit op oppervlakken gebruiken die metlevensmiddelen in aanraking komen. Niet op hete oppervlakken gebruiken. Bevat alifatische koolwaterstoffen, olie enaromatische verbindingen. * niet bij alle modellen.
94nl93nlAls de indicatie (afb. 2/7) knippert maarhet akoestische waarschuwingssignaalniet afgaat,dan was het door het uitvallen van destroom of door een storing in de diepvries-ruimte te warm. Door op de “alarm” -toets te drukken,wordt op indicatie 7 (niet knipperend) dewarmste temperatuur weergegeven die in devriesruimte heeft geheerst. Daarna wordtdeze waarde gewist. Indicatie 7 geeft danzonder te knipperen de ingesteldetemperatuur aan. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderdzijn de diepvrieswaren door koken of bradentot een kant en klaar gerecht verwerken enopnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Als na langer gebruik de indicatie "AL"(afb. 2/7) knippert en het alarmsignaal iste horen: storing – in de diepvriesruimte is het tewarm. Om het alarmsignaal uit te schakelen detoets "Alarm uit" 11 indrukken.
Eventuele oorzaken van de storing:– de ventilatie-opening aan de bovenkant vanhet apparaat resp. in de plint is afgedekt,– de deur van de diepvriesruimte is nietgoed dicht,– er werden verse levensmiddelen ingevrorenzonder het supervriessysteem in teschakelen,– er werden te veel verse levensmiddeleningeladen om in één keer in te vriezen,– hoge omgevingstemperatuur. ServicedienstTypeplaatjeAfb. FAls u de hulp van de Servicedienst inroept,geef dan het E-nummer en het FD-nummerop. U vindt deze nummers in het zwart omlijndegedeelte van het typeplaatje links onderaanin de koelruimte naast de groentelade. Adres en telefoonnummer van de Service-dienst kunt u vinden in het telefoonboek ofin de meegeleverde brochure met service-adressen. Nadat de storing is verholpen de toets"Alarm uit" 11 indrukken; de indicatie"AL" houdt op met knipperen.
Als de deur van de diepvriesruimte te langopen stond en de ingestelde temperatuurin de diepvriesruimte niet meer bereiktwordt, dan heeft zich zoveel ijs op deverdamper afgezet dat het volautomatischeontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meerkan ontdooien. In dit geval de diepvrieswarenuit het apparaat halen en goed geïsoleerd opeen koele plaats leggen. Het apparaat uitschakelen en de deur vande diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries-waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoorgenoemde punten niet verholpen kanworden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren nietonnodig openen. Voer zelf geen apparaties aan het apparaatuit, vooral niet aan de electrische onder-delen.
Kleine storingen zelf verhelpen Kleine storingen zelfverhelpenGa, alvorens de Servicedienst in teschakelen, aan de hand van de volgendepunten eerst even na of u de storing zelfkunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijktdat hij alleen maar een advies (bijv. overde bediening of het onderhoud van hetapparaat) hoeft te geven om de storingte verhelpen, dan moet u, ook in degarantietijd, de volledige kosten vandat bezoek betalen. Als de indicatie (afb. 2/4-7) niet brandt:controleer of er stroom is, of de stekkergoed in het stopcontact zit en of hetapparaat is ingeschakeld. Indien tijdens de ingebruikneming deindicatie 2/4 "E1" (knipperend)weergeeft:Een paar minuten na het in gebruik nemenvan het apparaat wordt de ingesteldetemperatuur aangegeven. Indien tijdens de ingebruikneming deindicatie 2/7 "E2" (knipperend)weergeeft:De temperatuur in de vriesruimte is zeerhoog.
Een paar minuten na het in gebruiknemen van het apparaat wordt de indicatie"AL" aangegeven. De ingesteldetemperatuur wordt op indicatie 7aangegeven zodra in de diepvriesruimte deingestelde temperatuur is bereikt. Als de verlichting in de koelruimte nietfunctioneert:– De gloeilamp is defect.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch KGU44193EU stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Bosch
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast