Bosch KGU34110 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Bosch KGU34110 (77 pagina’s), behorend tot de categorie Koel-vries combinaties. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Bosch KGU34110 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/77
a
5300033466
deGebrauchsanweisung
enInstructions for use
frNotice d'utilisation
itIstruzioni per l'uso
nlGebruiksaanwijzing
esInstrucciones de uso
ptInstruções de serviço
elO‰ËÁ›Â˜¯Ú‹Ûˆ˜
trKullanma K∂lavuzu
KGU ...

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Koel-vries combinaties
Model: KGU34110

Handleiding Bosch KGU34110 – volledige tekst

63nlAfvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,veiligheidsvoorschriftenAfvoeren van de verpakkingen van uw oude apparaatOude apparaten zijn niet per definitiewaardeloos. Door een milieuvriendelijkeafvoer van uw oude apparaat kunnenwaardevolle grondstoffen opnieuw gebruiktworden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel door-knippen en samen met de stekker ver-wijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomtu dat kinderen zichzelf tijdens het spelen inhet apparaat opsluiten en in levensgevaargeraken. Koel- en diepvriesapparaten bevattenkoelmiddelen en isolatiegassen diezorgvuldig moeten worden afgevoerd. Leterop dat de leidingen tot het moment vantransport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens hettransport naar u door de verpakkingbeschermd.

Voor de verpakking wordtgebruik gemaakt van materialen die hetmilieu kan verdragen en die geschikt zijnvoor hergebruik. Help daarom mee en zorgervoor dat de verpakking milieuvriendelijkwordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en deonderdelen daarvan spelen. Kans op stikkendoor vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uwgemeente informeren hoe u uw oudeapparaat en het verpakkingsmateriaal vanhet nieuwe apparaat kunt (laten) afvoerenvoor een milieuvriendelijke verwerking. Dit apparaat is gekenmerkt inovereenstemming met de Europeserichtlijn 2002/96/EG betreffendeafgedankte elektrische enelektronische apparatuur (waste electricaland electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in deEU geldige terugneming en verwerking vanoude apparaten. Onze bijdrage aan het beschermen vanhet milieu: wij maken gebruik vankringlooppapier.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift voor een eventuelelatere bezitter van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-heid als de volgende aanwijzingen niet inacht worden genomen:l Een (bijv. tijdens het transport)beschadigd apparaat niet in gebruiknemen. In twijfelgevallen eerst contactopnemen met uw leverancier. l Het apparaat uitsluitend volgens hetbijgesloten installatievoorschrift plaatsenen aansluiten. De elektrische aansluit-voorwaarden moeten overeenkomen metde gegevens op het typeplaatje. l Bij het schoonmaken nooit een stoom-apparaat gebruiken. De stoom kan in deonder spanning staande onderdelen vanhet apparaat terechtkomen en kortsluitingof een electrische schok veroorzaken.

l De elektrische veiligheid van het apparaatwordt alleen dan gegarandeerd als hetaardingssysteem van de huisinstallatievolgens de geldende elektrotechnischevoorschriften is geïnstalleerd. l In geval van een storing, bij onderhouds-werkzaamheden en vóór het schoonmakende stekker uit het stopcontact trekkenresp. de zekering in de meterkastuitschakelen of losdraaien. Altijd aan destekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. l Reparaties aan elektrische apparatenmogen alleen door vakkundige monteursworden uitgevoerd. Door ondeskundigereparatie kan er gevaar voor de gebruikerontstaan. l Dranken met een hoog alcoholpercentagealtijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbare drijf-gassen (zoals spuitbussen met slagroomen andere spuitbussen) en explosievestoffen in het apparaat opslaan – gevaar.

65nl64nlPlaatsing van het apparaatDe juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte isgeschikt. Het apparaat liefst niet in de zon ofnaast een fornuis, verwarmingsradiator ofandere warmtebron plaatsen. Is plaatsingnaast een warmtebron niet te vermijden,maak dan gebruik van een isolerende plaatof neem de volgende minimumafstanden inacht:naast een elektrisch fornuis 3 cmnaast een CV-installatie 30 cmBij plaatsing naast een ander koel- ofvriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om hetontstaan van condensatiewater te vermijden. Het apparaat moet waterpas en stevig op devloer staan. Eventuele oneffenheden in devloer d. m. v. de schroefvoetjes aan devoorkant opheffen (afb. G). Twee rollen aan de achterkant maken hetgemakkelijker om het apparaat in een nis teschuiven. Verwisselen van dedeurophangingGa te werk in de volgorde van de cijfers(afb. H).

Elektrische aansluitingHet apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften aangebracht, randgeaardstopcontact, met een zekering van10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hzwisselstroom aansluiten. Bij apparaten voor niet Europese landen ophet typeplaatje controleren of de aansluit-spanning en de stroomsoort overeenkomenmet de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaanin het apparaat (afb. F). Een eventueel noodzakelijke vervanging vande stroomkabel mag alleen wordenuitgevoerd door de klantenservice van defabrikant. Waarschuwing. Het apparaat mag nooitworden aangesloten op elektronische„energiebesparende stekkers” (bijv. SavaPlug) of omvormers die gelijkstroom om-zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal-laties voor zonneënergie of netwerkenvoor schepen). VentilatieAfb.

3De aan de achterwand van het apparaatvrijkomende warme lucht moet ongehinderdafgevoerd kunnen worden. Anders moet dekoelmachine meer presteren waardoor hetenergieverbruik toeneemt. De be- enontluchtingsopeningen mogen dan ooknooit worden afgedekt. Na het transport. Het apparaat ca.

1/2 uur rechtop laten staanvoordat het voor het eerst wordtingeschakeld. voor explosie. l Flessen en blikjes met vloeistoffen –vooral koolzuurhoudende dranken – nietin de diepvriesruimte opslaan. De flessenen blikjes springen. l De be- en ontluchtingsopeningen mogennooit afgedekt worden. l Plint, uittrekbare manden of laden, deurenetc. niet als opstapje gebruiken of om opte leunen. l Kinderen niet met het apparaat latenspelen. l Als u een apparaat met een slot hebt,bewaar de sleutel dan buiten het bereikvan kinderen. l IJslollies en ijsblokjes niet direct uit dediepvriesruimte in de mond nemen(gevaar voor verbranding door de zeerlage temperatuur). l Diepvrieswaren nooit met natte handenaanraken. Uw handen kunnen eraanvastvriezen. l Attentie. De ventilatieopeningen in deommanteling van het apparaat resp, aanhet inbouwapparaat altijd vrijhouden. l Attentie.

De leidingen van het koelcircuitniet beschadigen. l Attentie. Geen elektrische apparaten inde levensmiddelenvakken van hetapparaat gebruiken, tenzij een door defabrikant aanbevolen type. Het koelcircuit van dit apparaatbevat isobutaan (R 600a), eennatuurlijk gas dat in hoge matemilieuvriendelijk is maar welbrandbaar. Let erop bij het vervoeren enverplaatsen van het apparaat dat er geenonderdelen van het koelcircuitbeschadigd worden. Bij eventuelebeschadigingen open vuur of andereontstekingsbronnen vermijden. De ruimtewaarin het apparaat is opgesteld, eenpaar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces teversnellen geen andere mechanischetoestellen of kunstmatige hulpmiddelengebruiken dan door de fabrikantaanbevolen. BepalingenHet apparaat is geschikt voor het koelen eninvriezen van levensmiddelen en omijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Let op deomgevingstemperatuurAfhankelijk van de „klimaatklasse” (zie hettypeplaatje) kan het apparaat bij devolgende omgevingstemperaturen gebruiktworden: (het typeplaatje bevindt zich linksonderaan in het apparaat. Afb. F)Klimaat- Omgevingstemperatuurklasse van. totSN +10 °C tot 32 °CN +16 °C tot 32 °CST +18 °C tot 38 °CT +18 °C tot 43 °CAls de omgevingstemperatuur lager is, danwordt het in de koelruimte te koud; als deomgevingstemperatuur hoger is, dan wordthet in de diepvriesruimte te warm. Als de temperatuur in de ruimte waar hetapparaat staat opgesteld, lager is dan deingestelde temperatuur in de koelruimte, danwordt het in de koelruimte net zo koud alsde omgevingstemperatuur.

67nl66nlKennismaking met het apparaatDoor het volautomatische No-Frost-systeem zet zich in de diepvriesruimtegeen ijs af. Ontdooien is overbodig. Functie:De diepvrieswaren worden door gekoeldelucht ingevroren. Een verdamper die zich in het No-Frost-systeem bevindt, koelt de lucht in hetapparaat af. De koude lucht wordt d. m. v. een ventilator rondgeblazen. Een tweedeventilator zorgt voor de luchtcirculatie in dekoelruimte. De vochtigheid in de lucht zetzich af op de verdamper. Indien nodig wordtde verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachinegeleid waar het verdampt. In de diepvries-ruimte en op de levensmiddelen zet zichgeen ijs af. Functie van de schakel- en controle-elementenAfb. 21 -toetsHoofdschakelaar, om het hele apparaat inen uit te schakelen. 2 “alarm” -toetsDient voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaal.

Het waarschuwingssignaal wordtgeactiveerd wanneer het te warm is in devriesruimte en de diepvriesproductengevaar lopen (tegelijkertijd knippertindicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geengevaar lopen, kan hetwaarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat- bij het toevoegen van verse levensmiddelen zonder inschakeling vande supervriesstand- en als de vriesruimtedeur te lang open staat. Na uitschakeling van hetwaarschuwingssignaal wordt de"akoestische waarschuwing" automatischweer operationeel zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. 3 "Super"-toetsOm het supervriessysteem in en uit teschakelen. De indicaties 8 "Super" en 9 "SU" gevenaan dat het supervriessysteem isingeschakeld. Het supervriessysteemdient voor het invriezen van grotehoeveelheden verse levensmiddelen enmoet tot 24 uur vóór het inladen van deverse levensmiddelen wordeningeschakeld.

De vriesmachine werkt na inschakelingcontinu, de vriesruimte bereikt een zeerlage temperatuur. Kennismaking met het apparaatA. u. b. vóór het lezen de laatste bladzijdenmet afbeeldingen openvouwen.

Deze gebruiksaanwijzing is op meer danéén type van toepassing. Afwijkingen inde afbeeldingen zijn hierdoor niet uit-gesloten. OverzichtAfb. 11-9 Bedieningspaneel10 Luchtafvoeropeningen11 Verlichting12 Multiflow system(koudeluchtverdeler)13 Legplateau14 Lade voor yoghurtbekers15 Groentelade16 "Chiller"-vak17 Legplateau voor blikjes, tubes18 Boter- en kaasvak19 Flessenrek20 Eierrekje21 Flessenhouder22 Flessenvak23 Vriesplateau24 Diepvriesvak25 DiepvrieskalenderAKoelruimteBVriesruimte* niet bij alle modellenBedieningspaneel (kort overzicht)Afb. 21 -toetshoofdschakelaar aan/uit2 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)a) voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaalb) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeftgeheerst (alleen wanneer indicatie 9knippert). 3 Super-toetsvoor max. vriesvermogen.

0C-toets meermaalsindrukken of ingedrukt houden totdat degewenste temperatuur wordtweergegeven (doorlopende weergave, na8 0C wordt 2 0C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan dekoelruimtetemperatuur in te stellen op+4 0C. Ook na een correctie van detemperatuurinstelling verandert detemperatuur in de koelruimte pas nageruime. Kennismaking met het apparaat4 "Freezer"-toetsOm de ingestelde temperatuur in dediepvriesruimte op indicatie 9 (ziebeschrijving indicatie 9d) aan te geven. 5 "Cooler"-toetsOm de ingestelde temperatuur in dekoelruimte op indicatie 9 (zie beschrijvingindicatie 9c) aan te geven. 6 Insteltoets voor koelruimte- envriesruimtetemperatuura) (De temperatuur in de koelruimte isinstelbaar van 2ºC tot 8ºC). De "Cooler"-toets en vervolgens de ºC-toetsindrukken. De insteltemperatuur wordt opindicatie 9 aangegeven.

Om degewenste temperatuur in dediepvriesruimte in te stellen de"Freezer"-toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuurwordt op indicatie 9 aangegeven. Deinsteltoets een aantal keren indrukken ofingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. (Deinsteltemperatuur wordt in doorlopendevolgorde van -16ºC tot -26ºCaangegeven. Na -26ºC verschijnt weer -16ºC). 7 Indicatie "alarm"Brandt alleen wanneer de alarmfunctieis geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het tewarm wordt in de vriesruimte en dediepvriesproducten gevaar lopen. Deindicatie gaat uit zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. 8 Indicatie "super"Brandt alleen wanneer de "super"-toets is ingedrukt en daardoor desupervriesstand is ingeschakeld. De indicatie gaat uit wanneer de "super"-toets opnieuw wordt ingedrukt om desupervriesstand uit te schakelen.

De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uurna inschakeling van de supervriesstandautomatisch uit. 9 Multifunctionele indicatieGeeft de verschillende temperaturenweera) Te warme temperatuur in dediepvriesruimteAls indicatie 9 knippert, dan is of was hetdoor stroomuitval of een storing in dediepvriesruimte te warm. Na hetindrukken van de toets Alarmwordt op indicatie 9 (niet knipperend)gedurende vijf seconden de warmstetemperatuur aangegeven die in dediepvriesruimte heeft geheerst. Hiernawordt deze waarde gewist. Indicatie 9geeft nu zonder te knipperen degeprogrammeerde temperatuur in dediepvriesruimte aan. b) Indicatie "Al" (Alarm)Deze geeft aan wanneer het in dediepvriesruimte te warm is. c) Insteltemperatuur voor de koelruimteNa het indrukken van de "Cooler"-toetswordt de insteltemperatuur voor dekoelruimte aangegeven.

Attentie:l De temperatuur in de koelruimte kanschommelen– doordat de deur van het apparaat vaakgeopend werd,– door het inladen van grote hoeveelhedenverse levensmiddelen in de koelruimteen de diepvriesruimte,– door een verandering van deomgevingstemperatuur,– door een verandering van de instellingvan de temperatuurkiezer voor dediepvriesruimte of door inschakelen vanhet supervriessysteem. l De voorzijde van het apparaat wordtgedeeltelijk licht verwarmd waardoorde vorming van condensatiewater inde buurt van de deurafdichting wordtvoorkomen.

71nl70nlLevensmiddelen inruimenLevensmiddelen inruimenAttentie bij het inruimenl Warme dranken en gerechten buiten hetapparaat laten afkoelen. l De levensmiddelen liefst verpakt of goedafgedekt bewaren. Hierdoor blijven nietalleen geur, smaak, kleur en vochtigheidbehouden, maar wordt bovendienvoorkomen dat de opgeslagen levens-middelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moetenonverpakt in de groenteladen wordenopgeslagen. l Zorg dat de kunststof delen en dedeurafdichting niet met olie of vet inaanraking komen (ze kunnen poreusworden). l Geen explosieve stoffen in het apparaatopslaan. Dranken met een hoogalcoholpercentage rechtop en goedgesloten bewaren. – Gevaar voor explosie. l Flessen met vloeistoffen die kunnenbevriezen, niet in de diepvriesruimtebewaren. De flessen springen. Een voorbeeld van hetinruimenafb.

1Koelruimte (A)Op de schappen (13) van boven naarbeneden bakwaren, toebereide gerechten,zuivelproducten. In de lade (14) kaas, worst, yoghurt. In de groentebak (15) groente, fruit, salade. In het vakje (17) kleine flessen, blikken. In het vak (18) boter en kaas. In het flessenvak (22) grote flessen. Vriesruimte (B)Op het diepvriestableau (23) kleinediepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden. In de bovenste diepvriesbakken (24)diepvriesgerechten bewaren. Indeling van het interieurDe legroosters/plateaus in de koelruimtekunnen – ook als de deur 90° openstaat –worden verplaatst: legrooster/plateau naarvoren trekken, iets laten zakken, eruit nemenen op de gewenste plaats opnieuw erinzetten (afb. 4). * FlessenrekIn de holten kunnen de flessen veilig wordenneergelegd en opgestapeld (afb. 5,I). "Chiller"-vak (afb. A)Bodem van het vak naar voren trekken, deklep gaat open.

Bodem van het vak naar voren trekken. Deklep gaat open. In het "Chiller"-vak heersenlagere temperaturen dan in de koelruimtewaarbij ook temperaturen onder 0 0C kunnenoptreden. Ideaal voor het bewaren van vis,vlees en worst.

Niet geschikt voor sla, groente enkoudegevoelige levensmiddelen. De kleine lade kan eruit genomen wordenom levensmiddelen in- en uit te laden(afb. 9). De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnenomhoog geklapt worden waardoor er plaatsis voor tubes, blikjes etc. Met de flessehouder wordt voorkomen dat deflessen omvallen bij het openen en sluiten vande deur (afb. 0/A). Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deurkunnen eruit gehaald worden om schoon temaken: bakje of rekje ietsje optillen en eruithalen (afb. 8/A). * niet bij alle modellenUitschakelen van hetapparaat Hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen vanhet apparaatAls het apparaat langere tijd niet gebruiktwordt: hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken,apparaat schoonmaken en de deurenopenlaten.

Uitschakelen en buitenwerking stellen van hetapparaatInvriezen en opslaanAttentie bij het inkopen vandiepvriesproduktenl Let erop dat de verpakking nietbeschadigd is. l De op de verpakking aangegevenhoudbaarheidsdatum mag niet verstrekenzijn. l In de winkel moet de temperatuur in dediepvrieskist –18 °C of kouder zijn. l Koop de diepvriesprodukten op hetallerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in eenkoeltas snel naar huis en leg ze in dediepvriesruimte. Levensmiddelen zelf invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen alsu zelf gaat invriezen. Geschikt om in te vriezen:vlees en worst, gevogelte en wild, vis,groente, kruiden, fruit, brood en gebak,pizza, kant en klare gerechten, kliekjes,eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen:eieren met schaal, zure room en mayonaise,sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien.

Blancheren van groente en fruit:groente en fruit moeten vóór het invriezengeblancheerd worden om te voorkomen datkleur, smaak, aroma en vitamine „C”verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of hetfruit kort in kokend water wordt gedompeld.

73nl72nlInvriezen en opslaan1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijnsneller helemaal bevroren. Zo blijft dekwaliteit bij het ontdooien en bereidenhet beste behouden. De levensmiddelen luchtdicht verpakkenzodat ze niet uitdrogen of hun smaakverliezen. Voor verpakking geschikt:kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,diepvriesdozen. Deze produkten zijn in dehandel verkrijgbaar. Niet geschikt:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruitpersen en het geheel van een goede sluitingvoorzien. Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,koudebestendig plakband e. d. Zakjes enfolie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datumvoordat u ze in de diepvriesruimte legt.

InvriescapaciteitDe levensmiddelen moeten zo snel mogelijkdoor en door worden ingevroren. Alleen zoblijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat nietoverschreden worden. De volgende hoeveelheden levensmiddelenkunnen binnen 24 uur worden ingevroren inde bovenste diepvriesbakbij 70 cm brede apparaten max. 12 kg. bij 60 cm brede aparaten max. 9 kg. Zorg dat de verse levensmiddelen nietin aanraking komen met al ingevrorenlevensmiddelen. Warme spijzen en dranken, voordat u zein de diepvriesruimte opslaat, op kamer-temperatuur laten afkoelen. SupervriezenAls er al levensmiddelen in de diepvriesruimteliggen, dan moet een paar uur vóór hetinladen van verse levensmiddelen hetsupervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevorenvoldoende. Wilt u de max.

invriescapaciteitbenutten, dan moet u het supervriessysteem24 uur van tevoren inschakelen. Kleinerehoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg)kunnen zonder gebruik van hetsupervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem:de supervriestoets (afb. 2/3) indrukken.

De indicatie "super" geeft aan dat hetsupervriessysteem is ingeschakeld. Nainschakeling bereikt de vriesruimte een zeerlage temperatuur. Ca. 52 uur na hetinschakelen wordt de supervriesstandautomatisch uitgeschakeld. Levensmiddelen opslaanLet er altijd op dat alle diepvriesladenhelemaal tot de aanslag in de diepvries-ruimte zijn geschoven. Dit is belangrijk voor een goede lucht-circulatie in het apparaat. Invriezen en opslaanDiepvrieskalenderAfb. COm te voorkomen dat de kwaliteit van dediepvrieswaren afneemt, is het van belangdat de toelaatbare bewaartijd niet wordtoverschreden. De bewaartijd is afhankelijkvan het soort levensmiddelen. De cijfersbij de symbolen geven de toelaatbarebewaartijd van de desbetreffende levens-middelen in maanden aan. Bij kant en klaargekochte diepvriesprodukten moet u altijdletten op de verpakkingsdatum of op dehoudbaarheidsdatum. VriestableauAfb.

DOp het vriestableau kunt u de ijsbakjesbewaren en bessen, klein gesneden fruit,kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen delevensmiddelen op het vriestableaugelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uurdoor en door laten bevriezen. Hierna overdoen in diepvrieszakjes ofdiepvriesdozen. Om te ontdooien de levensmiddelen weernaast elkaar neerleggen. Ontdooien vandiepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uitde volgende mogelijkheden:bij omgevingstemperatuur,in de koelkast,in de elektrische oven,met of zonder heteluchtverwarming,in de magnetronoven. Geheel of gedeeltelijk ontdooide diep-vriesgerechten kunnen opnieuw wordeningevroren als vlees en vis niet langer danéén dag en andere diepvriesgerechten nietlanger dan drie dagen zijn bewaard op eentemperatuur lager dan +3 °C.

75nll Het apparaat in een koele, goed teventileren ruimte plaatsen. Niet in de zonof in de buurt van een warmtebron(verwarmingsradiator enz. ) plaatsen. l De be- en ontluchtingsopeningen nooitafdekken. l Warme gerechten pas nadat ze zijnafgekoeld in het apparaat zetten. l Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, legdeze dan eerst in de koelruimte. U benuthierdoor de in de diepvrieswarenaanwezige koude voor het koelen vande levensmiddelen in de koelruimte. l Bij het in- en uitladen de deuren van hetapparaat zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimtegeopend wordt, des te minder ijs zich kanafzetten op de vriesroosters. l Warmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat om de tweejaar schoonmaken. Tips om energie tebesparenSchoonmakenVóór het schoonmaken altijd de stekkeruit het stopcontact trekken resp. dezekering uitschakelen of losdraaien.

Geen stoom- of hogedrukapparatengebruiken. Door de hete stoom kunnen deoppervlakte en de electrische onderdelenbeschadigd worden – kans op eenelectrische schok. Zorg dat het sop niet in de controle-armatuurof de verlichting terechtkomt. Behalve dedeurafdichting kan het hele apparaat metlauw water met een scheutje mild, lichtdesinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand-afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geenschoonmaakmiddelen gebruiken die zand,schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geenchemische oplosmiddelen gebruiken. De deurafdichting alleen met schoon waterafnemen en grondig droogwrijven. Indien mogelijk om de twee jaar ook dewarmtewisselaar (zwart rooster) aan deachterkant van het apparaat met een kwastof met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoorblijft het apparaat optimaal presterenwaardoor u energie bespaart.

Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuurheeft bereikt, worden de geluidenautomatisch minder. Het gebrom komt van de motor(compressor). Het kan korte tijd iets luiderworden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt vanhet koelmiddel dat door de leidingenstroomt. Het geklik is alleen te horen als dethermostaat de motor in- of uitschakelt. Kraakgeluiden kunnen optredenwanneer. - automatische ontdooiing plaatsvindt. - het apparaat afkoelt of opwarmt (materiaaluitzetting). Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kaneen zacht geruis te horen zijn van deluchtstroom in de binnenruimte van hetapparaat. Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, danheeft dit wellicht eenvoudige oorzakendie vaak heel gemakkelijk kunnen wordenopgeheven. Het apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpasstellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjesof leg er iets onder.

Het apparaat staat tegen een andermeubel of apparaatHet apparaat van het meubel of hetapparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateauswiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaaldkunnen worden en zet ze eventueel opnieuwin het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaarzetten. *Belangrijke aanwijzingenbij het onderhoud van roest-vrijstalen oppervlakkenBij het apparaat is een proefverpakking vanhet onderhoudsmiddel „Chromol” gevoegd. OM HET HOOGWAARDIGE UITERLIJK VANUW APPARAAT DUURZAAM TEBEHOUDEN: DE ROESTVRIJSTALENOPPERVLAKKEN VAN HET APPARAATONMIDDELLIJK NA HET PLAATSEN METHET VLOEIBARE ONDERHOUDSMIDDEL"CHROMOL" BEHANDELEN. DEZEBEHANDELING REGELMATIG HERHALEN. Het middel is in de handel onder de naam„Chromol” verkrijgbaar of bij deServicedienst onder hetIdent-nr.

Ook chemische agressieveschoonmaakmiddelen zoals ontdooisprays,ovensprays, oplosmiddelen of vlekken-middel mogen niet gebruikt worden. Attentie. Buiten het bereik van kinderen bewaren. Nooit op oppervlakken gebruiken die metlevensmiddelen in aanraking komen. Niet op hete oppervlakken gebruiken. Bevat alifatische koolwaterstoffen, olie enaromatische verbindingen. * niet bij alle modellen.

77nl76nl– De lichtschakelaar zit klem (afb. E/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met deklantenservice. Als de indicatie (afb. 2/9) knippert maarhet akoestische waarschuwingssignaalniet afgaat,dan was het door het uitvallen van destroom of door een storing in de diepvries-ruimte te warm. Na het indrukken van de "Alarm" -toets wordt op indicatie 9 (niet knipperend)gedurende vijf seconden de warmstetemperatuur aangegeven die in dediepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordtdeze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nuzonder te knipperen de geprogrammeerdetemperatuur in de diepvriesruimte aan. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeftaangegeven, dan moeten de diepvrieswarengecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderdzijn de diepvrieswaren door koken of bradentot een kant en klaar gerecht verwerken enopnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Als na langer gebruik de indicatie (afb. 2/9) knippert en het alarmsignaal tehoren is:Storing – in de diepvriesruimte is het tewarm. Op de indicatie wordt de geprogrammeerdetemperatuur in de diepvriesruimteaangegeven. Om het alarmsignaal uit te schakelen:"Alarm" -toets indrukken. Eventuele oorzaken van de storing:- de ventilatie-opening aan de bovenkant van het apparaat resp. in de plint is afgedekt;- de deur van de diepvriesruimte is niet goed dicht;- er werden verse levensmiddelen zonder supervriezen ingevroren;- er werden om in te vriezen te veel verse levensmiddelen in één keer ingeladen;- hoge omgevingstemperatuur. TypeplaatjeAfb. FAls u de hulp van de Servicedienst inroept,geef dan het E-nummer en het FD-nummerop. U vindt deze nummers in het zwart omlijndegedeelte van het typeplaatje links onderaanin de koelruimte naast de groentelade.

Na het verhelpen van de storing de"Alarm" -toets indrukken; de indicatiehoudt op met knipperen als in dediepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weeris bereikt. Als de deur van de diepvriesruimte te langopen stond en de ingestelde temperatuurin de diepvriesruimte niet meer bereiktwordt, dan heeft zich zoveel ijs op deverdamper afgezet dat het volautomatischeontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meerkan ontdooien. In dit geval de diepvrieswarenuit het apparaat halen en goed geïsoleerd opeen koele plaats leggen. Het apparaat uitschakelen en de deur vande diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries-waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoorgenoemde punten niet verholpen kanworden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren nietonnodig openen.

Voer zelf geen apparaties aan het apparaatuit, vooral niet aan de electrische onder-delen. Kleine storingen zelf verhelpen ServicedienstKleine storingen zelfverhelpenGa, alvorens de Servicedienst in teschakelen, aan de hand van de volgendepunten eerst even na of u de storing zelfkunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijktdat hij alleen maar een advies (bijv. overde bediening of het onderhoud van hetapparaat) hoeft te geven om de storingte verhelpen, dan moet u, ook in degarantietijd, de volledige kosten vandat bezoek betalen. Als de indicatie (afb. 2/9) niet brandt:controleer of er stroom is, of de stekkergoed in het stopcontact zit en of hetapparaat is ingeschakeld. Als tijdens het in gebruik nemen van hetapparaat de indicatie (afb. 2/9) "E1"(knipperend) wordt aangegeven:In de koelruimte heerst een zeer hogetemperatuur.

Anders wordt op de indicatie "Al"(de diepvriesruimte is warm) of de ingesteldetemperatuur in de diepvriesruimteaangegeven. Als tijdens het in gebruik nemen van hetapparaat de indicatie (afb. 2/9) "E2"(knipperend) wordt aangegeven:In de diepvriesruimte heerst een zeer hogetemperatuur. Een paar minuten na het ingebruik nemen van het apparaat wordt "Al"en vervolgens de ingestelde temperatuur inde diepvriesruimte aangegeven als deFreezer-toets werd ingedrukt. Anders geeftde indicatie de ingestelde temperatuur in dekoelruimte aan. Als de verlichting in de koelruimte nietfunctioneert:– De gloeilamp is defect. Stekker uit hetstopcontact trekken, afscherming (afb. E/A) verwijderen en de gloeilampvervangen door een gloeilamp vanhetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fittingE14).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch KGU34110 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden