Bosch HRG4785B1 Handleiding

Bosch Oven HRG4785B1

Bekijk gratis de handleiding van Bosch HRG4785B1 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Bosch HRG4785B1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Inbouwoven
HRG4785.1
[nl]
Gebruikershandleiding en installatie-instructies

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Oven
Model: HRG4785B1

Handleiding Bosch HRG4785B1 – volledige tekst

¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voorvolgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡ met een externe schakelklok of een af-standsbediening. 1.

Veiligheid nl31. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. →"Accessoires", Pagina10WAARSCHUWING‒Kans op brand. Brandbare voorwerpen die in de binnenruimteworden bewaard kunnen vlam vatten. ▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in debinnenruimte. ▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehou-den om eventueel optredende vlammen tedoven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten.

▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-men en tijdens het bereiden los op het ac-cessoire. ▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-ren met een vorm. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶ Neem hete accessoires en vormen altijdmet behulp van een pannenlap uit de bin-nenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. ▶ Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Open de apparaatdeur voorzichtig. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken.

Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-gingsmiddel of scherpe metalen schrapervoor het reinigen van het glas van de oven-deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-gen. Het apparaat en de delen ervan die aange-raakt kunnen worden kunnen scherpe randenhebben. ▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen. ▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-schoenen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. ▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-ren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-nen scherpe randen hebben. ▶ Draag veiligheidshandschoenen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen.

nl Veiligheid4Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. ▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. ▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van hetnetsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst.

→Pagina34WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. 1. 5 HalogeenlampWAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. De lampen in de binnenruimte worden heelheet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-staat er nog een risico van verbranding. ▶ Glazen kapje niet aanraken. ▶ Tijdens het schoonmaken contact met dehuid vermijden. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Bij vervanging van de lamp staan de contac-ten van de lampfitting onder stroom.

▶ Zorg er vóór het vervangen van de lampvoor dat het apparaat is uitgeschakeld, omeen mogelijke elektrische schok te voorko-men. ▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halenof de zekering in de meterkast uitschake-len. 1.

6 StoomHoud deze instructie aan wanneer een eenstoomfunctie gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Wanneer het apparaat de volgende keerwordt gebruikt kan het water in de tank sterkworden verhit. ▶ Na gebruik van de stoomfunctie moet detank altijd worden leeggemaakt. Er ontstaat hete damp in de binnenruimte. ▶ Tijdens het gebruik van de stoomfunctiemag u niet met uw handen in de binnen-ruimte komen. Tijdens het uitnemen van de accessoires kanhete vloeistof over de rand stromen. ▶ Hete accessoires voorzichtig verwijderen,met de ovenwant. WAARSCHUWING‒Kans op brand. Door hete oppervlakken in de binnenruimtekunnen dampen van brandbare vloeistoffenvlam vatten (explosieve verbranding). De ap-paraatdeur kan openspringen. Er kunnen hetedampen en steekvlammen naar buiten treden. ▶ Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. al-coholhoudende dranken) in de watertank.

▶ Vul de watertank uitsluitend met water ofde door ons aanbevolen ontkalkingsoplos-sing. 1. 7 BraadthermometerWAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Bij gebruik van een verkeerde braadthermo-meter kan de isolatie beschadigd raken. ▶ Gebruik alleen de braadthermometer dievoor dit apparaat bestemd is.

Materiële schade vermijden nl51. 8 ReinigingsfunctieWAARSCHUWING‒Kans op brand. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnentijdens de reiniging vlam vatten. ▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uitde binnenruimte voordat de reiniging start. ▶ Toebehoren nooit meereinigen. De buitenkant van het apparaat wordt zeerheet tijdens het reinigen. ▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. ▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grotehitte in het bereik van de deur. ▶ De dichting niet schuren en niet afnemen. ▶ Nooit het apparaat met beschadigde af-dichting of zonder afdichting gebruiken. WAARSCHUWING‒Kans op ernstiggevaar voor de gezondheid. Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-gen.

De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-men wordt aangetast en er ontstaan giftigegassen. ▶ Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooitplaten en vormen met een antiaanbaklaagmeereinigen. ▶ Accessoires nooit meereinigen. WAARSCHUWING‒Kans op gevaarvoor de gezondheid. De reinigingsfunctie warmt de binnenruimtetot een heel hoge temperatuur op zodat res-ten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties vande slijmvliezen kunnen leiden. ▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keukengrondig ventileren. ▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimteverblijven. ▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt hou-den. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. De binnenruimte wordt zeer heet tijdens hetreinigen. ▶ Nooit de apparaatdeur openen. ▶ Het apparaat laten afkoelen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn.

De buitenkant van het apparaat wordt zeerheet tijdens het reinigen. ▶ Nooit de apparaatdeur aanraken. ▶ Het apparaat laten afkoelen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. 2 Materiële schade vermijden2. 1 AlgemeenLET OP.

Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat erwarmteophoping door voorwerpen op de bodem vande binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen nietmeer en het email wordt beschadigd. ▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welkesoort dan ook op de bodem van de binnenruimteleggen. ▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-der dan 50°C ingesteld is. Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat erwaterdamp. Door de temperatuurverandering kan erschade optreden. ▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte. ▶ Zet nooit servies met water op de bodem van debinnenruimte. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. ▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. ▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langeretijd in de gesloten binnenruimte bewaren. ▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.

Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeuropen staat, raken aangrenzende meubelfronten op denduur beschadigd. ▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen. ▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-klemd raakt. ▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimtemet open deur laten drogen. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekkenachter die niet meer kunnen worden verwijderd. ▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet teovervloedig bedekken. ▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.

nl Milieubescherming en besparing6Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimteleidt tot beschadiging van het email. ▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-te. ▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-ren. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. ▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. ▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen oflaten steunen. ▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeurplaatsen.

Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-deur wanneer deze gesloten wordt. ▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte leggen. 2. 2 StoomVolg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctiegebruikt. LET OP. Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecom-bineerd gebruik met stoom. ▶ De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzakenin de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al cor-rosie in de binnenruimte veroorzaken. ▶ Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen. Heet water in de watertank kan het stoomsysteem be-schadigen. ▶ Vul de watertank uitsluitend met koud water. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.

▶ Geen programma starten wanneer zich water op debodem van de binnenruimte bevindt. ▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-nenruimte opnemen. Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneelof andere gevoelige oppervlakken terechtkomt rakendeze beschadigd. ▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.

Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-nigd veroorzaakt dit schade. ▶ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine. ▶ Reinig de watertank met een zachte doek en een inde handel gebruikelijk schoonmaakmiddel. 3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het receptof de insteladviezen dit aangeven. ¡Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-spaart u tot 20 % energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-vormen. ¡Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goedop. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinigmogelijk.

¡De temperatuur in de binnenruimte blijft constanten het apparaat hoeft niet na te verwarmen. Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallelbakken. ¡De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak datvervolgens wordt gebakken korter. Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minutenvoor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. ¡De restwarmte is voldoende om het gerecht verderte bereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-ruimte. ¡Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd teworden. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-dooien. ¡Hierdoor wordt bespaard op de energie om hetvoedsel te ontdooien. Opmerking:Het apparaat verbruikt:¡ in gebruik met ingeschakeld display max. 1W¡ in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5W.

Uw apparaat leren kennen nl74 Uw apparaat leren kennen4.1 BedieningselementenVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnendetails op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur ende vorm.2 4311Toetsen en displayDe toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.Om een functie te kiezen, slechts licht op hetbetreffende veld drukken.Op het display zijn symbolen van actieve func-ties en de tijdfuncties te zien.→"Toetsen en display", Pagina72FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de verwar-mingsmethoden en meer functies in.De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstandnaar rechts en links draaien.Afhankelijk van het apparaattype is de functie-keuzeknop verzonken.

Voor het vergrendelin-gen of ontgrendelingen in de nulstand op defunctiekeuzeknop drukken.→"Verwarmingsmethoden en functies",Pagina83TemperatuurkiezerMet de temperatuurknop stelt u de temperatuurvoor de verwarmingsmethode in en kiest u in-stellingen voor andere functies.De temperatuurknop kunt u vanuit de nul-standnaar rechts en links draaien, hij heeftgeen nulstand.Afhankelijk van het apparaattype is de tempera-tuurknop verzonken. Voor het vergrendelingenof ontgrendelingen op de temperatuurknopdrukken.→"Temperatuur en instelstanden", Pagina94WatertankWatertank vullen en legen. →"Watertank vullen", Pagina13→"Na elk gebruik met stoom", Pagina144.2 Toetsen en displayMet de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display.

nl Uw apparaat leren kennen8Symbool Functie GebruikTijdfuncties Tijd ⁠, timer ⁠, tijdsduur ⁠ en einde ⁠ selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op detoets ⁠ drukken. Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, iste zien aan de rode balk boven of onder het desbetreffende sym-bool. ⁠⁠MinPlusInstelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. Ovenlamp Verlichting in de binnenruimte inschakelen en uitschakelen. Snel voorverwarmen Binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. Bereiding met stoom Bereiding met stoom starten of afbreken →"Stoom", Pagina12Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren.

Watertank legen Aanwijzing watertank legen →"Na elk gebruik met stoom", Pagina14Watertank vullen Aanwijzing watertank vullen →"Stoom", Pagina12Ontkalken Aanwijzing apparaat ontkalken →"Ontkalken", Pagina26⁠ ⁠ ⁠ Ontkalken Ontkalken onderbroken →"Ontkalken onderbroken", Pagina264. 3 Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-schillen en toepassingen. Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt dewaarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied. Symbool Verwarmingsmetho-de en temperatuurbe-reikGebruik en werkwijze3Dhetelucht130-275°COp één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan deachterkant gelijkmatig in de binnenruimte.

Eco hetelucht125-275°CGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan deachterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid metbehulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten.

Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik inde circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. Regenereren280-180°CVoor het voorzichtig opwarmen van gerechten of het opbakken van gebakkenetenswaar. Pizzastand30-275°CPizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan deachterwand zijn ingeschakeld. Onderwarmte30-250°CGerechten nabakken of au bain-marie koken. De warmte komt van onderen. Ontdooien30-60°CBevroren etenswaar voorzichtig ontdooien. Langzaam garen70-120°CKort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onde-ren.

Uw apparaat leren kennen nl9Symbool Verwarmingsmetho-de en temperatuurbe-reikGebruik en werkwijzeGrill, grootGrillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkPlatte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. Circulatiegrillen130-275°CGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilatorwervelt de hete lucht rond het gerecht. Boven- enonderwarmte130-275°CTraditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-der geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-bruik in de conventionele modus.

Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voorhet inschuiven van het gerecht bereikt zodra de lijn ge-heel rood gevuld is. Restwarmte-indicatieAls u het apparaat uitschakelt, geeft de lijn op het dis-play de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe ver-der de temperatuur in de binnenruimte daalt, hoe min-der de lijn gevuld is. Opmerkingen¡ De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij ver-warmingsmethoden waarbij een temperatuur wordtingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindi-catie onmiddellijk gevuld. ¡ Wanneer bij de start van de werking de temperatuurin de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkeleverwarmingsmethoden een ⁠ op het display. Scha-kel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna dewerking opnieuw starten. ¡ Door thermische traagheid kan de weergegeventemperatuur een beetje afwijken van de werkelijketemperatuur in de binnenruimte. 4.

5 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken hetgebruik van uw apparaat. RekjesU kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-jes in de binnenruimte plaatsen. →"Accessoires", Pagina10Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-tes worden van beneden naar boven geteld. Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoiresmet uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet wordenverwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uwwensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.

nl Accessoires10De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen,verwijderen. →"Rekjes", Pagina27VerlichtingDe ovenlamp verlicht de binnenruimte. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is deverlichting aan als het programma loopt. Bij het beëin-digen van de werking schakelt de verlichting uit. Met de toetsOvenlamp kunt u de verlichting zonderverwarming inschakelen. KoelventilatorDe koelventilator schakelt tijdens gebruik automatischin. De lucht ontsnapt via de deur. LET OP. Dek de ventilatiesleuven boven de deur van het appa-raat niet af. Het apparaat raakt oververhit. ▶ Houd de ventilatiesleuven vrij. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat hetapparaat na gebruik sneller afkoelt. ApparaatdeurWanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,wordt de werking voortgezet. 5 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op hetapparaat afgestemd.

Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-dat de accessoires zijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-kelijk van het type apparaat. Accessoires GebruikRooster ¡ Bakvormen¡ Ovenschalen¡ Vormen¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken¡ DiepvriesgerechtenBraadslede ¡ Vochtig gebak¡ Gebak¡ Brood¡ Grote braadstukken¡ Diepvriesgerechten¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vetbij het grillen op het rooster. Braadthermometer Nauwkeurig braden of garen. →"Braadthermometer", Pagina165. 1 VergrendelingsfunctieDe vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoireskantelen wanneer ze worden uitgetrokken. U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,tot deze vastklikt.

Voor het eerste gebruik nl11Rooster Het rooster met de open kant naarde apparaatdeur en de welving ⁠naar beneden in de oven schuiven. Plaatbijv. braad-slede ofbakplaatDe plaat met de afschuining gerichtnaar de ⁠ ovendeur in de ovenschuiven. 3. Om de accessoire bij inschuifhoogten met tele-scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken. Rooster ofplaatHet accessoire zo plaatsen dat derand van het accessoire achter hetlipje ⁠ op de telescooprail zit. Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-scooprails in. De telescooprails met een lichte drukterugschuiven in de binnenruimte. 4. Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze deapparaatdeur niet raakt. Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebtbij het gebruik uit de binnenruimte. Accessoires combinerenOm afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u hetrooster in combinatie met de braadslede gebruiken. 1.

Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beideafstandshouders ⁠ achter op de rand van de braad-slede liggen. 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen vaneen inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbijboven de bovenste geleidingsstang. Rooster opbraadslede5. 3 Meer accessoiresMeer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, inspeciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-ze folders of op internet:www. bosch-home. comVoor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-tenservice. 6 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 6.

Tijd instellenNa de aansluiting van het apparaat of na een stroom-onderbreking knippert de tijd op het display. De tijdstart bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in. Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand ⁠te staan. 1. De tijd met de toets ⁠ of ⁠ instellen. 2. Op de toets ⁠ drukken. a Het display toont de ingestelde tijd. Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kuntu in de basisinstellingen →Pagina21 vastleggen. Referentie naar waterhardheid instellen▶De waterhardheid instellen. →"Waterhardheid instellen", Pagina226. 2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen. 2.

Vóór het voorverwarmen de gladde oppervlakken inde binnenruimte af met een zachte, vochtige doekafvegen. 3. De watertank vullen. →"Watertank vullen", Pagina134. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.

nl De Bediening in essentie125. De verwarmingsmethode met stoom en de tempera-tuur instellen. →"Bereiden met stoom", Pagina12→"De Bediening in essentie", Pagina12Verwarmings-methode3Dhetelucht ⁠ met bereiding metstoom ⁠Temperatuur 200°CBereidingstijd 30minuten6. Het apparaat na de aangegeven duur uitschakelen. 7. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld. 8. De watertank legen en de binnenruimte drogen. →"Na elk gebruik met stoom", Pagina149. De verwarmingsmethode zonder bereiding metstoom en de temperatuur instellen. Verwarmings-methodeBoven- en onderwarmte ⁠Temperatuur 240°CBereidingstijd 30minuten10. Het apparaat na de opgegeven duur uitschakelen. 11. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld. 12. De gladde oppervlakken met zeepsop en eenschoonmaakdoekje reinigen. 13. De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-doekje of een zachte borstel reinigen.

7 De Bediening in essentie7. 1 Apparaat inschakelen▶De functiekeuzeknop op een stand buiten denulstand ⁠ draaien. a Het apparaat is ingeschakeld. 7. 2 Machine uitschakelen▶De functiekeuzeknop op de nulstand ⁠ draaien. a Het apparaat is uitgeschakeld. 7. 3 Verwarmingsmethode en temperatuurinstellen1. De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknopinstellen. 2. De temperatuur of grillstand met de temperatuur-knop instellen. a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men. a Al naar gelang het apparaattype schakelt bij enkeleverwarmingsmethoden en ingestelde temperaturenvanaf 200°C het snel voorverwarmen ⁠ automatischin. →"Snel voorverwarmen", Pagina203. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen. Tips¡ De meest geschikte verwarmingsmethode voor uwgerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-mingsmethoden.

→"Tijdfuncties", Pagina14Verwarmingsmethode wijzigenU kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen. ▶De gewenste verwarmingsmethode met de functie-keuzeknop instellen. Temperatuur wijzigenU kunt de temperatuur altijd wijzigen. ▶De gewenste temperatuur met de temperatuurknopinstellen. 8 StoomU kunt bij enkele verwarmingssoorten de stoomfunctieer bij inschakelen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoomvrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur nietaltijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertankheet worden. ▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan totde watertank is afgekoeld. ▶ Neem de watertank uit de tankschacht. 8.

1 Bereiden met stoomBij het bereiden met stoom brengt het apparaat metverschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst eneen glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht,mals en verliest slechts weinig volume. Bereiding met stoom startenTip:Gebruik de programma's of de waarden in de ta-bellen. 1. De watertank vullen. →"Watertank vullen", Pagina132. Een geschikte verwarmingsmethode instellen:– 3Dhetelucht ⁠– Boven- en onderwarmte ⁠– Circulatiegrillen ⁠3. Een temperatuur instellen tussen de 80 en 240°C.

Stoom nl134. De stoomintensiteit met de knop ⁠ instellen. Intensiteit Standgeringsterka Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men en wordt de stoom ook ingeschakeld. Stoomfunctie annuleren▶De knop ⁠ net zo vaak indrukken tot de stoominten-siteit op het display verschijnt. a De werking wordt zonder stoomtoevoer voortgezet. →"Na elk gebruik met stoom", Pagina14Bereiding met stoom beëindigen1. Het apparaat uitschakelen. 2. De watertank legen en de binnenruimte drogen. →"Na elk gebruik met stoom", Pagina148. 2 RegenererenMet de verwarmingsmethode Regenereren ⁠ kunt u albereide gerechten op een gezonde manier opnieuwopwarmen of bakkerijproducten van de vorige dag op-bakken. Het apparaat schakelt automatisch stoom er-bij. Regenereren startenVereiste:De binnenruimte is afgekoeld. 1. De watertank vullen. →"Watertank vullen", Pagina132. De verwarmingsmethode ⁠ instellen. 3.

De temperatuur instellen. a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men en wordt de stoom ook ingeschakeld. Regenereren beëindigen1. Het apparaat uitschakelen. 2. De watertank legen en de binnenruimte drogen. →"Na elk gebruik met stoom", Pagina148. 3 Watertank vullenWAARSCHUWING‒Kans op brand. Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnendampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explo-sieve verbranding). De apparaatdeur kan opensprin-gen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naarbuiten treden. ▶ Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhou-dende dranken) in de watertank. ▶ Vul de watertank uitsluitend met water of de doorons aanbevolen ontkalkingsoplossing. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertankheet worden. ▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan totde watertank is afgekoeld.

Op de watertank drukken ⁠ en de watertank er uittrekken ⁠. 2. Op het deksel van de watertank drukken ⁠ en opendraaien ⁠. 3. Water vullen in de watertank tot aan de markering⁠. 4. Op het deksel van de watertank drukken ⁠ en dicht-draaien ⁠. 5. De watertank in de uitsparing plaatsen en aandruk-ken, tot deze vastklikt ⁠. Watertank bijvullenWanneer een signaal klinkt en watertank vullen ⁠ ophet display verschijnt, vult u de watertank bij. Opmerking:Wanneer u de watertank niet bijvult werkthet apparaat verder zonder stoom. 1. De watertank verwijderen en bijvullen. 2. De gevulde watertank plaatsen.

nl Tijdfuncties148. 4 Na elk gebruik met stoomNa elke bereiding met stoom pompt het apparaat hetrestwater terug in de watertank. Leeg en droog aanslui-tend de watertank en de bereidingsruimte. Watertank legenWAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertankheet worden. ▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan totde watertank is afgekoeld. ▶ Neem de watertank uit de tankschacht. LET OP. Het drogen van de watertank in de hete binnenruimteleidt tot beschadiging van de watertank. ▶ De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-nigd veroorzaakt dit schade. ▶ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine. ▶ Reinig de watertank met een zachte doek en een inde handel gebruikelijk schoonmaakmiddel. 1. Op de watertank drukken. 2. De watertank er uit trekken. 3.

Het deksel van de watertank opendraaien. 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigenen met schoon water grondig uitspoelen. 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek. 6. De afdichting van het deksel droog wrijven. 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel. 8. Het deksel op de watertank plaatsen en dichtdraai-en. 9. De watertank plaatsen. Lekgoot droogmakenWAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld. 1. De apparaatdeur openen. 2. Opmerking:De lekgoot ⁠ bevindt zich onder de binnenruimte. Het water in de lekgoot ⁠ met een sponsdoekje op-zuigen en voorzichtig opnemen. Binnenruimte drogenWAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. LET OP.

▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-nenruimte opnemen. Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld. 1. Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen. 2. Droog de binnenruimte met een spons. 3. De kalkvlekken verwijderen met een in azijn ge-drenkte doek, afnemen met schoon water en dro-gen met een zachte doek. 4. Laat de deur van het apparaat 1 uur geopend, zo-dat de binnenruimte helemaal droog wordt. 9 TijdfunctiesUw apparaat beschikt over verschillende tijdfunctieswaarmee u de werking kunt sturen. 9. 1 Overzicht van de tijdfunctiesMet de toets ⁠ kiest u de verschillende tijdfuncties. Tijdfunctie GebruikWekker ⁠ De wekker kunt u onafhankelijk vande werking instellen. Hij beïnvloedthet apparaat niet. Tijdsduur ⁠ Wanneer u voor de werking een tijds-duur instelt, houdt het apparaat nahet verstrijken van de tijdsduur auto-matisch op met verwarmen.

Tijdfunctie GebruikEinde ⁠ Voor de duur kunt u een tijd instellenwaarop de werking eindigt. Het ap-paraat start automatisch zodat dewerking op de gewenste tijd klaar is. Tijd ⁠ U kunt de tijd instellen. 9. 2 Timer instellenDe timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt detimer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduureindigt. 1. Druk net zo vaak op de knop ⁠ totdat op het dis-play ⁠ is gemarkeerd. 2. De timertijd met de knop ⁠ of ⁠ instellen.

Tijdfuncties nl15Toets Voorgestelde waarde⁠ 5 minuten⁠ 10 minutenTot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijd-stappen groter, naarmate de waarde hoger is. a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-mertijd af. a Als de timer verstreken is, klinkt een signaal en ophet display staat de timertijd op nul. 3. Wanneer de timertijd is verstreken:‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit teschakelen. Wekker wijzigenU kunt de wekkertijd altijd wijzigen. Vereiste:Op het display is ⁠ gemarkeerd. ▶De wekkertijd met de toets ⁠ of ⁠ wijzigen. a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen. Wekker afbrekenU kunt de wekkertijd altijd afbreken. Vereiste:Op het display is ⁠ gemarkeerd. ▶De wekkertijd met de toets ⁠ weer op nul zetten.

a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen en ⁠ gaat uit. 9. 3 Tijdsduur instellenDe duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minu-ten instellen. Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-tuur of stand zijn ingesteld. 1. Druk net zo vaak op de knop ⁠ totdat op het dis-play ⁠ is gemarkeerd. 2. De duur met de toets ⁠ of ⁠ instellen. Toets Voorgestelde waarde⁠ 10 minuten⁠ 30 minutenDe tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld instappen van een minuut, daarna in stappen van 5minuten. a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men en de duur verstrijkt. a Als de duur verstreken is, weerklinkt een signaal enop het display staat de duur op nul. 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op eenwillekeurige toets drukken. ‒ Om opnieuw een duur in te stellen, op detoets ⁠ drukken.

‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-len. Tijdsduur wijzigenU kunt de duur altijd wijzigen. Vereiste:Op het display is ⁠ gemarkeerd. ▶De duur met de toets ⁠ of ⁠ wijzigen.

a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen. Tijdsduur afbrekenU kunt de duur altijd afbreken. Vereiste:Op het display is ⁠ gemarkeerd. ▶De duur met de toets ⁠ weer op nul zetten. a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-ging over en wordt zonder duur verder opgewarmd. 9. 4 Einde instellenHet tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23uur en 59 minuten verschuiven. Opmerkingen¡ Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het ein-de niet worden ingesteld. ¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal isgestart. ¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,dient u ze niet te lang in de binnenruimte te latenstaan. Vereisten¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur ofstand zijn ingesteld. ¡ Er is een tijdsduur ingesteld. 1.

Druk net zo vaak op de knop ⁠ totdat op het dis-play ⁠ is gemarkeerd. 2. Druk op de knop ⁠ of ⁠. a Het display toont het berekende einde. 3. Het einde met de knop ⁠ of ⁠ verplaatsen. a Na enkele seconden neemt het apparaat de instel-ling over en het display toont het ingestelde einde. a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt. a Als de tijdsduur verstreken is, weerklinkt een signaalen op het display staat de tijdsduur op nul. 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op eenwillekeurige knop drukken. ‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op deknop ⁠ drukken. ‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-len. Einde wijzigenOm een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-gestelde einde alleen wijzigen als de werking start ende duur verstrijkt.

Vereiste:Op het display is ⁠ gemarkeerd. ▶Het einde met de toets ⁠ of ⁠ verplaatsen. a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen. Einde afbrekenU kunt het ingestelde einde altijd wissen.

nl Braadthermometer169. 5 Tijd instellenNa de aansluiting van het apparaat of na een stroom-onderbreking knippert de tijd op het display. De tijdstart bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in. Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand ⁠te staan. 1. De tijd met de toets ⁠ of ⁠ instellen. 2. Op de toets ⁠ drukken. a Het display toont de ingestelde tijd. Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kuntu in de basisinstellingen →Pagina21 vastleggen. Tijd wijzigenU kunt de tijd altijd wijzigen. Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand ⁠te staan. 1. Druk net zo vaak op de knop ⁠ totdat op het dis-play ⁠ is gemarkeerd. 2. De tijd met de toets ⁠ of ⁠ wijzigen. a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen.

10 BraadthermometerU kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door ereen braadthermometer in te steken en een kerntempe-ratuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntempera-tuur in het product is bereikt, houdt het apparaat auto-matisch op te werken. 10. 1 Geschikte verwarmingsmethoden metbraadthermometerAlleen bepaalde verwarmingsmethoden zijn geschiktvoor het gebruik met de braadthermometer. Geschikte verwarmingsmethoden zijn:¡ 3Dhetelucht ⁠¡ Eco hetelucht ⁠¡ Pizzastand ⁠¡ Circulatiegrillen ⁠¡ Boven- en onderwarmte ⁠Opmerking:Kiest u een ongeschikte verwarmingsme-thode terwijl de braadthermometer ingestoken is, danklinkt er een signaal. 10. 2 Braadthermometer in het vlees stekenGebruik de meegeleverde braadthermometer of besteleen geschikte braadthermometer via onze service-dienst. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok.

Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kande isolatie beschadigd raken. ▶ Gebruik alleen de braadthermometer die voor ditapparaat bestemd is. LET OP. Anders kan de braadthermometer beschadigd raken. ▶ Het snoer van de braadthermometer niet inklem-men.

▶ Om te voorkomen dat de braadthermometer be-schadigd raakt door een te intensieve hitte, moet deafstand tussen grillelement en braadthermometerenkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdensde bereiding uitzetten. 1. De braadthermometer in de dikste plaats schuin inhet vlees steken. Zorg ervoor dat de punt van de braadthermometerjuist in het vlees is gepositioneerd:– De punt moet ongeveer in het midden van hetproduct zijn. – De punt mag niet in het vet steken. – De punt mag geen vorm of been raken. 2. Het product samen met de braadthermometer in debinnenruimte plaatsen. Het product, het beste in een vorm, in het middenvan het rooster plaatsen. 3. De aansluiting van de braadthermometer in de lin-kerbus in de binnenruimte steken. Opmerkingen¡ Verwijdert u de braadthermometer tijdens het ge-bruik, dan worden alle instellingen gereset.

¡ Wilt u het product keren, verwijder de braadthermo-meter dan niet. Controleer na het keren van het pro-duct of de braadthermometer nog goed in het ge-recht zit. 10. 3 Braadthermometer instellenDe braadthermometer meet de temperatuur in het bin-nenste van het product tussen 30°C en 99°C. Vereisten¡ Het product met de braadthermometer staat in debinnenruimte. ¡ De braadthermometer is in de binnenruimte gesto-ken. 1. Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-keuzeknop instellen. a Op het display brandt ⁠ en de kerntemperatuurindi-catie verschijnt naast de temperatuur van de binnen-ruimte. 2. De kerntemperatuur met toets ⁠ of ⁠ instellen. 3. De temperatuur van de binnenruimte met de tempe-ratuurknop instellen. De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°Choger instellen dan de kerntemperatuur. De temperatuur van de binnenruimte niet hoger in-stellen dan 250°C.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch HRG4785B1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden