Bosch HBG734AB1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch HBG734AB1 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Bosch HBG734AB1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Oven |
| Model: | HBG734AB1 |
Handleiding Bosch HBG734AB1 – volledige tekst
3026 Zo lukt het . 3027 MONTAGEHANDLEIDING . 3627. 1 Algemene montage-instructies . 36Veiligheid 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voor vol-gende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,sensorische of geestelijke beperkingen of metgebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetveilige gebruik van het apparaat en de daaruitresulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nietworden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. "Accessoires", Pagina92.
Veiligheid nlWAARSCHUWING‒Brandgevaar. In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-werpen kunnen vlam vatten. Bewaar nooit brandbare materialen in debinnenruimte. Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehoudenom eventueel optredende vlammen te do-ven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten. Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-men en tijdens het bereiden los op het ac-cessoire. Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-ren met een vorm. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den.
Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet. Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Accessoires of vormen worden zeer heet. Neem hete accessoires en vormen altijd metbehulp van een pannenlap uit de binnen-ruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-springen. Er kunnen hete dampen en steek-vlammen naar buiten treden. Gebruik slechts geringe hoeveelheden drankmet een hoog alcoholpercentage. Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) verhit-ten. Apparaatdeur voorzichtig openen. De telescooprails worden heet bij het gebruikvan het apparaat. Laat hete telescopische rails afkoelen voor-dat u deze aanraakt.
Raak de telescopische rails uitsluitend aanmet pannenlappen. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van detemperatuur niet altijd zichtbaar. Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten. Gebruik geen scherp of schurend reinigings-middel of scherpe metalen schraper voorhet reinigen van het glas van de ovendeuromdat dit het oppervlak kan beschadigen. Het apparaat en de delen ervan die aange-raakt kunnen worden kunnen scherpe randenhebben. Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen. Draag indien mogelijk veiligheidshandschoe-nen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-nen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten en kan de apparaatdeur open-springen en er eventueel afvallen. De deurra-men kunnen kapot gaan en versplinteren. "Materiële schade vermijden", Pagina4Gebruik slechts geringe hoeveelheden drankmet een hoog alcoholpercentage. Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) verhit-ten. Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. 3.
nl Materiële schade vermijdenEr mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat. Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-aansluitkabel van dit apparaat beschadigdraakt, moet deze worden vervangen dooreen speciale netaansluitkabel of speciale ap-paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij defabrikant of de klantenservice. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de klantenservice. Pagina29Na de installatie van het apparaat mogen deopeningen in de achterwand van het apparaatniet toegankelijk zijn. Houd het speciale installatievoorschrift aan. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen.
De lampen in de binnenruimte worden heelheet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-staat er nog een risico van verbranding. Glazen kapje niet aanraken. Tijdens het schoonmaken contact met dehuid vermijden. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Bij vervanging van de lamp staan de contactenvan de lampfitting onder spanning. Zorg er vóór het vervangen van de lampvoor dat het apparaat is uitgeschakeld, omeen mogelijke elektrische schok te voorko-men. Tevens de stekker uit het stopcontact halenof de zekering in de meterkast uitschakelen. Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden2. 1 AlgemeenLET OPAlcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-vlammen en tot een permanente beschadiging van hetapparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan deapparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. Dedeurramen kunnen kapot gaan en versplinteren.
Doorde onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-nen sterk vervormen. Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol. ) in on-verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-ten van gerechten) verhitten. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille. Geen programma starten wanneer zich water op debodem van de binnenruimte bevindt. Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-ruimte opnemen. Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat erwarmteophoping door voorwerpen op de bodem van debinnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meeren het email wordt beschadigd. Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soortdan ook op de bodem van de binnenruimte leggen. 4.
Milieubescherming en besparing nlUitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minderdan 50°C ingesteld is. Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat erwaterdamp. Door de temperatuurverandering kan erschade optreden. Giet nooit water in de hete binnenruimte. Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-nenruimte. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurendelangere tijd in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte. Klem niets tussen de apparaatdeur. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekkenachter die niet meer kunnen worden verwijderd. De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet teovervloedig bedekken. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimteleidt tot beschadiging van het email. Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte. Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-ten steunen. Geen vormen of accessoires op de apparaatdeurplaatsen. Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoireskrassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeurwanneer deze gesloten wordt.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het receptof de instellingsadviezen dat aangeven. "Zo lukt het", Pagina30Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-spaart u tot wel 20% energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-vormen. Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinigmogelijk. De temperatuur in de binnenruimte blijft constant enhet apparaat hoeft niet na te verwarmen. Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bak-ken. De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-warmd.
Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat ver-volgens wordt gebakken korter. Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minutenvoor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder tebereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruim-te. Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te wor-den. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi-en. Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voed-sel te ontdooien. Het display in de basisinstellingen uitschakelen. "Basisinstellingen", Pagina16Er wordt energie bespaard wanneer het display wordtuitgeschakeld. Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzakeecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-de toestand sprake van een andere toestand. Dezewordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-paraat energie nodig voor:Detectie van de bediening van de sensortoetsenBewaking van de deuropeningBewerking van de tijd (zonder display)Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nogvan een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-bruikt. 5.
nl Uw apparaat leren kennenUw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen4. 1 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-stand. Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm. 12 2Display met instelringVia het display stelt u met behulp van de digitaleinstelring het apparaat in. U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijkhe-den of aanwijzingsteksten. "Display", Pagina6KnoppenMet de knoppen stelt u de verschillende functiesdirect in. "Knoppen", Pagina64. 2 KnoppenMet de knoppen kiest u de verschillende functies direct. Knop FunctieApparaat in- of uitschakelen. "De Bediening in essentie", Pagina11Functiekeuze-menu openen. "Functies", Pagina7Eén instelling terug gaan. Werking starten of onderbreken.
"De Bediening in essentie", Pagina11Timer selecteren. "Timer instellen", Pagina13Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-derslot activeren. "Kinderslot", Pagina154. 3 DisplayHet display is in verschillende gebieden onderverdeeld. Digitale instelringMet de digitale instelring van buiten rond het displayverandert u de instelwaarden. Wanneer u bij een instelling de minimale of maximalewaarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het displaystaan. Draai indien nodig de waarde met de instelringweer terug. StatusindicatieVan boven op het display wordt statusinformatie weer-gegeven. Symbool BetekenisTimer is geactiveerd. "Timer instellen", Pagina13Kinderbeveiliging is geactiveerd. "Kinderslot", Pagina15WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect. Hoe meer lijntjes van het symbool gevuldzijn, des te beter is het signaal. Wanneer het symbool is doorgestreept ,dan is er geen WiFi-signaal.
"HomeConnect ", Pagina17Diagnose op afstand met HomeConnectvoor onderhoud is geactiveerd. "HomeConnect ", Pagina17InstelbereikIn het midden van het display is het instelbereik. In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden enreeds uitgevoerde instellingen. Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaalgerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegtu over het display. Om een functie te kiezen, op defunctie in het display drukken. "Functie instellen", Pagina11Mogelijke symbolen in het instelbereikSymbool BetekenisInstelwaarde bevestigen. Instelwaarde resetten. Tijdens het gebruik instelwaarde wijzigen. Opmerking: Een blauwe markering "new" of een blauwestip bij een functie geeft aan dat met de HomeConnectapp een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of een up-date op uw apparaat werd gedownload. 4.
Functies nlRekjesU kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-jes in de binnenruimte schuiven. "Accessoires", Pagina9Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-tes worden van beneden naar boven geteld. De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op eenof meerdere niveaus met telescooprails uitgerust. De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-ren. "Rekjes", Pagina25Zelfreinigende oppervlakkenDe achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. Dezelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagjeporeus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-gende oppervlakken vetspetters van het bakken, bradenof grillen op en breken ze af. Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-ruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte re-genereren", Pagina21VerlichtingEen of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-te. Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de ver-lichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer danca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodrahet gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-digd, schakelt de verlichting uit. KoelventilatorDe koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnaptvia de deur. LET OPDoor het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-paraat oververhit. Dek de ventilatiesleuven niet af. Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit hetkookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilatorna bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisin-stellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten be-reidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan steltu een langere nalooptijd in.
"Basisinstellingen", Pagina16ApparaatdeurWanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,dan wordt de werking automatisch voortgezet. Functies5 FunctiesHier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere func-ties van uw apparaat. Om het menu te openen op drukken. Functie GebruikVerwar-mingsmetho-denFijn afgestemde verwarmingsmethodenvoor een optimale bereiding van uw ge-rechten kiezen. "Verwarmingsmethoden", Pagina7"De Bediening in essentie", Pagina11Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebruiken. "Favorieten", Pagina15Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instellin-gen voor verschillende gerechten gebrui-ken. "Gerechten", Pagina14Functie GebruikReiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimtekiezen. "Reinigingsondersteuning", Pagina21"Drogen", Pagina22Basisinstel-lingenBasisinstellingen aanpassen.
"Basisinstellingen", Pagina16HomeConnectMet HomeConnect kunt u de oven met een mobieleindapparaat verbinden en op afstand bedienen om devolledige functionaliteit van het apparaat te benutten. Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-meConnect app extra of uitgebreide functies voor uwapparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden inde app. "HomeConnect ", Pagina175. 1 VerwarmingsmethodenOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-schillen en toepassingen. 7.
nl FunctiesAan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat. Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt dewaarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied. Bij temperatuurinstellingen boven 275°C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten totca. 275°C resp. grillstand 1. Sym-boolVerwarmingsmetho-deTemperatuur-bereikGebruik en werkwijze3D-hetelucht 30 - 275°C Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Boven- en onder-warmte30 - 300°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsme-thode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-250 °C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-zichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Alsu de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-men zonder gebruik te maken van de restwarmte. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-bruikt. Air Fry 30 - 300°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschiktvoor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites. Boven- en onder-warmte Eco150-250 °C Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Alsu de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen vanhet energieverbruik in de conventionele modus. Circulatiegrillen 30 - 300°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. Grill, groot Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkPlatte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechtengratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. Grill, klein Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkKleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleinehoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. Pizzastand 30 - 275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen no-dig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Accessoires nl5. 2 TemperatuurTijdens het opwarmen kunt u op het display bij demeeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuurin de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingesteldetemperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment omde gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-gegeven temperatuur in de binnenruimte en de ingestel-de temperatuur gelijk zijn. Opmerking: Door thermische traagheid kan de weerge-geven temperatuur een beetje afwijken van de werkelij-ke temperatuur in de binnenruimte. Restwarmte-indicatieAls het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijnrond de bedieningsring de restwarmte in de binnenruim-te aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe donkerderde ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring helemaal uit. Accessoires6 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed opde werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat. Accessoires GebruikRooster BakvormenOvenschalenVormenVlees, bijv. braad- of grillstukkenDiepvriesgerechtenBraadslede Vochtig gebakGebakBroodGrote braadstukkenDiepvriesgerechtenAfdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bijhet grillen op het rooster. Bakplaat PlaatgebakKlein gebakAir Fry & Grillplaat, geëmail-leerd met gaatjesGerechten knapperig bakken, die door-gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites. Gerechten grillen. 6. 1 VergrendelingsfunctieDe vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoireskantelen wanneer ze worden uitgetrokken. U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,tot deze vastklikt.
2 Accessoire in de binnenruimte schuivenHet toebehoren altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder tekantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken. 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan deachterkant bevindt en naar beneden wijst. 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangenvan een inschuifhoogte plaatsen. Rooster Het rooster met de open kant naar deapparaatdeur en de welving naar be-neden in de oven schuiven. Plaatbijv. braad-slede ofbakplaatDe plaat met de afschuining gerichtnaar de ovendeur in de oven schui-ven. 9.
nl Voor het eerste gebruikPlaats het accessoire op de ingeschoven telescoop-rail. Rooster ofplaatDe accessoire er zo opleggen, dat hetaccessoire op de achterste aanslag vanhet uittreksysteem wordt ingelegd. PUSHOpmerking: Wanneer de telescooprails volledig zijningeschoven of uitgeschoven, klikt u deze afhankelijkvan het apparaattype in. De telescooprails met eenlichte druk uit hun positie halen. 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het deapparaatdeur niet raakt. Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebtbij het gebruik uit de binnenruimte. Accessoires combinerenOm afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het roos-ter in combinatie met de braadslede gebruiken. 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beideafstandshouders achter op de rand van de braad-slede liggen. 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen vaneen inschuifhoogte schuiven.
Het rooster ligt daarbijboven de bovenste geleidingsstang. Rooster opbraadslede6. 3 Meer accessoiresMeer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, inspeciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onzefolders of op internet:www. bosch-home. comVoor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klanten-service. Voor het eerste gebruik7 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 7. 1 Eerste keer in gebruik nemenNadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,moet je de instellingen voor de eerste ingebruiknamevan het apparaat vastleggen.
Druk wanneer het nodig is de instelling te veranderen,op een waarde in de lijst of wijzig de waarde met deinstelring. Mogelijke instellingen:– Taal– HomeConnect"HomeConnect ", Pagina17– Tijd"Tijd instellen", Pagina173. Op drukken en naar de volgende instelling gaan. 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst. Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing ophet display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-ten. 5. Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór heteerste verwarmen controleert, de deur van het appa-raat een keer openen en sluiten. 7. 2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1. De productinformatie en de toebehoren uit de binnen-ruimte nemen.
Verpakkingsresten, zoals korreltjespiepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde vanhet apparaat verwijderen. 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemenmet een zachte, vochtige doek. 3. Schakel het apparaat in met. 4. Volgende instellingen uitvoeren:Verwarmingsmethode 3DheteluchtTemperatuur maximaalTijdsduur 1uur"De Bediening in essentie", Pagina115. In werking stellen. Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolanghet apparaat verwarmt. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzingdat de werking is beëindigd. 6. Schakel het apparaat uit met. 10.
De Bediening in essentie nl7. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte metzeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als hetapparaat is afgekoeld. 8. Reinig de accessoires grondig met zeepsop en eenschoonmaakdoekje of een zachte borstel. De Bediening in essentie8 De Bediening in essentie8. 1 Apparaat inschakelenSchakel het apparaat in met. Op het display verschijnt het menu. 8. 2 Apparaat uitschakelenSchakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaathet automatisch uit. Schakel het apparaat uit met. Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afge-broken. Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indi-catie. 8. 3 In werking stellenElke functie moet u starten. LET OPWater op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op debodem van de binnenruimte bevindt. Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-ruimte opnemen. Start de werking met. Op het display verschijnen de instellingen. 8. 4 Werking onderbrekenU kunt de werking onderbreken en weer hervatten. 1. Druk op om de werking te onderbreken. 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten. 8. 5 Functie instellenNadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt hetmenu op het display. 1. Om in de verschillende keuzemogelijkheden te blade-ren, over het display vegen. Om in het menu en andere instelmogelijkheden tebladeren, naar rechts of links vegen. Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of omhoogvegen. 2. Om een functie te kiezen, op de functie in het displaydrukken. Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-stelwaarden of andere opties waaruit kan worden ge-kozen. 3.
Of op een bepaalde positie aan de instelring druk-ken. Of, zodra de instelring wordt bediend, op het sym-bool drukken dat verschijnt en de waarde directvia het numerieke veld invoeren. 5. De instelling met bevestigen. 6. Start de werking met. 7. Wanneer de werking is beëindigd:Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Opmerking: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken. "Favorieten", Pagina158. 6 Verwarmingsmethode en temperatuurinstellen1. Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden". 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode. 3. Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van deverwarmingsmethode, op de instelstand. 4. Stel de temperatuur in met de instelring. 5. Druk in het display op om de ingestelde tempera-tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:–"Snel voorverwarmen", Pagina12–"Tijdfuncties", Pagina126. Start de werking met. Het apparaat begint op te warmen. Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoe-lang het programma al loopt. 7. Wanneer de werking is beëindigd:Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethodevoor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de ver-warmingsmethoden. "Verwarmingsmethoden", Pagina7Verwarmingsmethode wijzigenVerandert u de verwarmingsmethode, dan worden ookde andere instellingen teruggezet. 1. Op drukken. 2. Op drukken. 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode. 4. Stel de werking opnieuw in en start met. Temperatuur wijzigenNa het starten van de werking kunt u de temperatuur teallen tijde wijzigen.
nl Snel voorverwarmen3. De temperatuur met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. De wijziging wordt overgenomen. 8. 7 Informatie weergevenIn de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uit-gevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschij-nen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep ofwaarschuwing. 1. Op "Info" drukken. Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-gegeven. 2. Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren, overhet display vegen. 3. Indien gewenst de aanwijzing met verlaten. 8. 8 Warmhouden gedurende een langereperiodeU kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhou-den, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Ge-bruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen. Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het ge-bruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaatverder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van hetapparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeurpas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen. 1. Basisinstellingen wijzigen. "Basisinstellingen", Pagina16De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzi-gen. De basisinstelling "Tijdsweergave" in "Aan" wijzi-gen. De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar"Zeer korte duur". Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens hetgebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijduit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduurvan het geluidssignaal aan het einde van het gebruikis gereduceerd. 2. Stel de gewenste functie in. "Functie instellen", Pagina11"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",Pagina113. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduurin.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het ap-paraat begint te verwarmen. 6. Start de werking met. Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-paraat bevindt zich in de wachtstand. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op tewarmen en de tijdsduur loopt af. 7. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de wer-king is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten schakelthet apparaat volledig automatisch uit. Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstel-lingen weer wijzigen. Snel voorverwarmen9 Snel voorverwarmenOm tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bijingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-duur verkorten. Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmenmogelijk:3DheteluchtBoven- en onderwarmte9.
1 Snel voorverwarmen instellenOm een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen inde binnenruimte. Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snelvoorverwarmen beëindigd is. 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een tempera-tuur vanaf 100 °C instellen. Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordthet snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld. 2. Druk op "Snel voorverwarmen". Het symbool is rood verlicht. 3. Start de werking met. Het snel voorverwarmen start. Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkter een signaal. Het symbool wisselt weer naar wit. 4. Plaats het gerecht in de binnenruimte. Snel voorverwarmen afbreken1. Op het display op drukken. 2. Druk op "Snel voorverwarmen". Het symbool wisselt weer naar wit.
Tijdfuncties10 TijdfunctiesVoor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waaropde werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-hankelijk van de werking worden ingesteld. Tijdfunctie GebruikTijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-duur instelt, houdt het apparaat na hetverstrijken van de tijdsduur automa-tisch op met verwarmen. 12.
Tijdfuncties nlTijdfunctie GebruikEinde Voor de tijdsduur kunt u een tijd instel-len waarop de werking eindigt. Het ap-paraat start automatisch zodat de wer-king op het gewenste tijdstip klaar is. Timer De timer kunt u onafhankelijk van dewerking instellen. Hij beïnvloedt het ap-paraat niet. 10. 1 Tijdsduur instellenDe tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24uur. Vereiste: Een functie en een temperatuur of stand zijningesteld. 1. Op "Tijdsduur" drukken. 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffendetijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie"m". De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd. 3. De tijdsduur met de instelring instellen. Reset indien nodig de instelwaarde met. 4. Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het dis-play op drukken. 5. Start de werking met. Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduurloopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzingdat de werking is beëindigd. 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Tijdsduur wijzigenU kunt de tijdsduur altijd wijzigen. 1. Stop de werking met. 2. Op de tijdsduur drukken. 3. De tijdsduur met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. 5. Start de werking met. Tijdsduur afbrekenU kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken. 1. Stop de werking met. 2. Op de tijdsduur drukken. 3. Reset de tijdsduur met. Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodigis, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de voor-ingestelde waarde. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. 5.
OpmerkingenOm een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigtu de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart. Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,dient u ze niet te lang in de binnenruimte te latenstaan. VereistenEen functie en een temperatuur of stand zijn inge-steld. Er is een tijdsduur ingesteld. 1. Druk op "Eindtijd". 2. Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-tenindicatie drukken. De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd. 3. De tijd met de instelring verschuiven. Reset indien nodig de instelwaarde met. 4. Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het displayop drukken. 5. Start de werking met. Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-paraat bevindt zich in de wachtstand. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op tewarmen en de tijdsduur loopt af. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal.
Op het display verschijnt een aanwijzingdat de werking is beëindigd. 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Einde wijzigenOm een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt ude ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de werkinggestart is en de tijdsduur afloopt. 1. Stop de werking met. 2. Op de eindtijd drukken. 3. De eindtijd met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. 5. Start de werking met. Einde annulerenU kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen. 1. Stop de werking met. 2. Op de eindtijd drukken. 3. De eindtijd met resetten. Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodigis, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduureindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip. 4.
nl Gerechten3. De timer met de instelring instellen. Reset indien nodig de instelwaarde met. 4. Om de timer te starten, op het display op drukken. De timer loopt af. Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft detimer op het display zichtbaar. Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-gen van de lopende werking op het display. De timerwordt in de statusindicatie weergegeven. Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timeris beëindigd. Timer wijzigenU kunt de timer altijd wijzigen. 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-mer met selecteren. 2. Op drukken. 3. De timer met de instelring wijzigen. 4. Bevestig met. Timer annulerenU kunt de timer altijd annuleren. 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-mer met selecteren. 2. Druk op. 3. De timer met resetten.
Gerechten11 GerechtenMet de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij debereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-matisch de optimale instellingen. 11. 1 Vormen voor gerechtenHet bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit ende grootte van de vorm. Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voortemperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten debodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken. Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:licht gekleurd, glanzend aluminiumniet geglazuurde kleiKunststof of kunststof grepen11. 2 Instelmogelijkheden van de gerechtenOm de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het ap-paraat, al naar gelang het gerecht, verschillende instel-lingen. Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaaldeinstellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen ophet display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk vande kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruikverse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebrui-ken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingenAls u een gerecht instelt, geeft het display voor dit ge-recht relevante informatie weer, bijv. :Geschikte inschuifhoogteGeschikte accessoires of vormenToevoegen van vloeistofTijdstip voor het keren of omroerenZodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal. Druk op "Info" om informatie op te roepen. Sommigeaanwijzingen verschijnen automatisch. Programma'sBij programma's zijn het optimale verwarmingstype, detemperatuur en de duur vast vooringesteld. Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet utevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid in-stellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereikinstellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewichtvan uw gerecht in. 11. 3 Overzicht van de gerechtenWelke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u ophet apparaat wanneer u de functie oproept.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch HBG734AB1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Bosch
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven
