Bosch GTV15NWEAG Handleiding

Bosch Vriezer GTV15NWEAG

Bekijk gratis de handleiding van Bosch GTV15NWEAG (62 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 128 mensen. Heb je een vraag over Bosch GTV15NWEAG of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/62
Freezer
GTV..
de Montage- und GebrauchsanleitungGefrierschrank 2
en Operating and installation instructionsFreezer 14
fr Notice d'utilisation et de montageCongélateur 26
it Istruzioni per l'uso e di montaggioCongelatore 38
nl Montage- en gebruikershandleiding Vriezer 50

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Vriezer
Model: GTV15NWEAG
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 32500 g
Breedte: 560 mm
Diepte: 580 mm
Hoogte: 850 mm
Geluidsniveau: 39 dB
Energie-efficiëntieklasse: E
Jaarlijks energieverbruik: 164 kWu
Brutocapaciteit vriezer: 83 l
Nettocapaciteit vriezer: 83 l
Vriescapaciteit: 4 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Bewaartijd bij stroomuitval: 16 uur
Aantal planken vriezer: 3
Aantal sterren: 4*
No Frost system: Nee
Klimaatklasse: SN-T
Geluidsemissieklasse: C
Kleur handvat: Wit
Vriezer temperatuur (min): -18 °C
Diepte wanneer de deur open is: 1100 mm
AC-ingangsspanning: 220/240 V
Bedrijfstemperatuur (T-T): 10 - 43 °C
Type product: Vrieskast
Energie-efficiëntieschaal: A tot G

Handleiding Bosch GTV15NWEAG – volledige tekst

nl51VeiligheidsvoorschriftenDit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Over deze gebruiksaanwijzing■Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. ■De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. ■Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars. Explosiegevaar■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders). ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.

■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Gevaar voor elektrische schokkenOnvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. ■Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. ■Bij een beschadigd aansluitsnoer: maak het apparaat direct los van het stroomnet. ■Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters. ■Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. ■Gebruik alleen originele onderdelen van de fabrikant. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen.

Risico op letselFlessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Brandgevaar/gevaren door of van het koelmiddelDoor de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten. ■Leidingen niet beschadigen. Bij beschadiging van de leidingen:■Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. ■De ruimte ventileren. ■Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. ■Neem contact op met de servicedienst. BrandgevaarDraagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat. Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personenEr bestaat gevaar voor:■kinderen;■personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen;■personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Maatregelen:■Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. ■Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. ■Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. ■Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. ■Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Kans op stikken■Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen.

nl52Materiële schadeOm materiële schade te voorkomen:■Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. ■Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. ■Aan de stekker trekken – niet aan de aansluitkabel. GewichtHoud er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn. Correct gebruik van het apparaatGebruik dit apparaat■uitsluitend voor het invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. ■uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. ■uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing. Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2. 000 meter boven zeeniveau. Instructies betreffende het afvoeren* Verpakking afvoerenDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. Alle gebruikte materialen zijn milieuvriendelijk en weer herbruikbaar.

Wij verzoeken u mee te helpen: Voer de verpakking milieuvriendelijk af. Informeer over de actuele afvoermethoden bij uw vakhandelaar of gemeente. * Oud apparaat afvoerenOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m WaarschuwingBij versleten apparaten:1. Netstekker uit het stopcontact halen. 2. Aansluitkabel doorknippen en met de netstekker verwijderen. 3. Plateaus en bakken niet uitnemen, om kinderen het naar binnen klimmen te bemoeilijken. 4. Kinderen niet met het afgedankte apparaat laten spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddelen en in de isolatie gassen. Koelmiddel en gassen moeten correct worden afgevoerd. Leiding van het koelmiddelcircuit tot en met het afvoeren niet beschadigen. LeveringsomvangControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:■Zelfstandig apparaat■Uitrusting (afhankelijk van het model)■Zak met montagemateriaal■Gebruikers- en montagehandleiding■Schrift voor servicedienst■Garantiebijlagen■Informatie over energieverbruik en geluidApparaat plaatsenTransportVanwege het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade aan het apparaat te minimaliseren, zijn er minimaal twee personen nodig om het apparaat op te stellen. OpstellingsplaatsVoor het opstellen is een droge, ventileerbare ruimte geschikt. De opstelplaats moet niet zijn blootgesteld aan direct zonlicht en moet niet direct in de buurt zijn van een warmtebron zoals fornuis, kachel, etc.

Wanneer het plaatsen naast een warmtebron onvermijdelijk is, gebruik dan een geschikte isolatieplaat of houd de volgende minimale afstanden tot de warmtebron aan:■Tot elektrische- en gasfornuizen 3 cm. ■Tot olie- of kolengestookte kachels 30 cm. OndergrondDe bodem op de opstellocatie mag niet meegeven. Indien nodig de bodem versterken. Dit apparaat is overeenkomstig de Europese Richtlijn 2012/19/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE) gemarkeerd. De richtlijn schrijft het kader voor terugname en verwerking van oude apparaten in de EU voor. .

nl53WandafstandBij het plaatsen in een hoek van een kamer of nis, moeten minimale afstanden worden aangehouden, zodat de opgewarmde lucht ongehinderd kan worden afgevoerd en de deur van het apparaat tot de aanslag geopend kan worden. Let op de kamertemperatuur en de ventilatieRuimtetemperatuurHet apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende ruimtetemperaturen worden gebruikt. De klimaatklasse staat op de typeplaat. AanwijzingHet apparaat is binnen de ruimtetemperatuurbegrenzingen van de vermelde klimaatklasse volledig functioneel. Wanneer een apparaat met klimaatklasse SN bij koudere kamertemperaturen wordt gebruikt, dan kan schade aan het apparaat tot een temperatuur van +5°C worden uitgesloten. VentilatieDe opgewarmde lucht moet ongehinderd kunnen wegtrekken. Het koelapparaat moet anders meer vermogen leveren.

Dat verhoogt het stroomverbruik. Daarom:■Nooit de be- en ontluchtingsopening afdekken of afsluiten. ■Minimale afstanden tot wanden en meubels aanhouden. Apparaat aansluitenNa het opstellen van het apparaat minimaal 4 uur wachten, tot het apparaat in bedrijf wordt genomen. Tijdens het transport kan het gebeuren dat in de compressor aanwezige olie zich afzet in het koelsysteem. Voor de eerste ingebruikname de binnenruimte van het apparaat reinigen (zie hoofdstuk Apparaat reinigen). Elektrische aansluitingDe contactdoos moet dicht bij het apparaat zitten en ook na het opstellen van het apparaat vrij toegankelijk zijn. Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I. Via een conform de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde het apparaat op 220-240 V/50 Hz wisselspanning aansluiten. De contactdoos moet met een 10 A tot 16 A zekering zijn gezekerd.

Bij apparaten, die in niet-Europese landen worden gebruikt, moet worden gecontroleerd, of de opgegeven spanning en stroom overeenkomen met die van het elektriciteitsnet. Deze informatie vindt u op de typeplaat.

m WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval op een elektronische energiespaarstekker worden aangesloten. Voor het gebruik van onze apparaten kunnen sinus- en netgestuurde omvormers worden gebruikt. Netgestuurde omvormers worden bij zonne-energie installaties gebruikt, die direct op het openbare stroomnet worden aangesloten. Bij eilandoplossingen (bijv. schepen of berghutten), die geen directe aansluiting op het openbare stroomnet hebben, moeten sinusgeregelde omvormers worden gebruikt. Klimaatklasse Toegestane kamertemperatuurSN +10 °C. 32 °CN+16 °C. 32 °CST +16 °C. 38 °CT+16 °C. 43 °C.

nl54Apparaat uitlijnenAanwijzingOm te zorgen dat het apparaat optimaal functioneert, moet deze met een waterpas horizontaal worden gesteld.1. Apparaat op de daarvoor bedoelde plaats zetten.2. Voeten draaien, tot het apparaat exact horizontaal staat.Deuraanslag wisselenWij adviseren de deuraanslag door onze klantenservice te laten wisselen. De kosten voor de wisseling van de deuraanslag kunt u bij uw verantwoordelijke Servicedienst opvragen.m WaarschuwingTijdens het wisselen van de deuraanslag mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact halen.Benodigd gereedschapDeuraanslag van de deur van het toestel omwisselen1. Apparaatdeur openen en uitrustingsondedelen losmaken en verwijderen (zie hoofdstuk Uitrusting).2. 2 schroeven (1) er uit draaien.3.

Afdekplaat (2) verwijderen en op een zachte ondergrond leggen.Deur van het apparaat vasthouden!4. 2 Schroeven (3) er uit draaien.5. 2 Schroeven (4) er uit draaien.6. Bovenste scharnier (5) verwijderen.7. Apparaatdeur losmaken en op een zachte ondergrond leggen.8. Om de achterkant van het apparaat niet te beschadigen, voldoende zacht materiaal er onder leggen. Apparaat voorzichtig op de achterzijde leggen.8 mm steeksleutelKruiskopschroevendraaierGewone schroevendraaier

nl559. Voeten (6) er uit draaien.10. 3 Schroeven (7) er uit draaien.11. Onderste scharnier (8) verwijderen.12. Moer (9) er uit draaien en pen (10) er uit trekken.13. Pen (10) in het linke gat steken en moer (9) aanbrengen en vastdraaien.14. Onderste scharnier(8) plaatsen en 3 schroeven (7) aanbrengen en vastdraaien.15. Voeten (6) in het onderste scharnier(8) indraaien.16. Apparaatdeur in het onderste scharnier (8) inhangen.17. 2 schroeven (4) aanbrengen en vastdraaien.18. Bovenste scharnier (5) plaatsen en 2 schroeven (3) aanbrengen en vastdraaien.19. Apparaat plaatsen.20. Afdekplaat (2) voor inhangen en achter opleggen.21. 2 Schroeven (1) aanbrengen en vastdraaien.22.

nl56Apparaat inschakelenDe stekker in het stopcontact steken. Het apparaat begint te koelen. Gebruiksinstructies■Na het inschakelen kan het meerdere uren duren tot de ingestelde temperatuur is bereikt. Daarvoor geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ■Kan de deur van het apparaat na het sluiten niet direct weer worden geopend, wacht dan een moment, tot de ontstane onderdruk is vereffend. Temperatuur instellenVriesruimteTemperatuurregelaar met behulp van een munt op de gewenste instelling draaien. Wij adviseren een gemiddelde temperatuurinstelling. Koudere temperatuur alleen tijdelijk instellen, bij het plaatsen van grotere hoeveelheden levensmiddelen in de vriesruimte of bij het maken van ijs. AanwijzingWanneer bij hogere buitentemperaturen een koudere temperatuur is ingesteld, dan draait de compressor zeer vaak of continu. Dat leidt tot een hoger energieverbruik.

Effectieve inhoudInformatie over de effectieve inhoud van uw apparaat vindt u op de typeplaat. De vriesruimteDe vriesruimte gebruiken■Voor het opslaan van diepvriesproducten. ■Voor het maken van ijsblokjes. ■Voor het invriezen van levensmiddelen. AanwijzingLet er op dat de deur van het apparaat altijd gesloten is. Bij een geopende apparaatdeur ontdooien de bevroren waren en treedt er sterke ijsvorming op. Bovendien: Energieverspilling door hoog stroomverbruik. VriesvermogenInformatie over de invriescapaciteit vindt u op de typeplaat. Invriezen en bewarenDiepvriesproducten inkopen■De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■Houdbaarheidsdatum aanhouden. ■Temperatuur in de verkoopkist moet -18 °C of kouder zijn. ■Diepvriesproducten indien mogelijk in isolerende tas transporteren en zo snel mogelijk in de vriezer doen.

Let op bij het indelenDe levensmiddelen over een groot oppervlak in debakken verdelen. AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de vers in te vriezen levensmiddelen in contact komen. Vriesproduct bewarenVoorkom contact tussen levensmiddelen en de achterwand.

nl57Verse levensmiddelen bevriezenGebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen. Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, moeten groenten voor het invriezen geblancheerd worden. Bij aubergines, paprika, courgettes en asperges is blancheren niet nodig. Boeken over invriezen en blancheren vindt u in de boekwinkel. AanwijzingLaat in te vriezen levensmiddelen niet in contact komen met al bevroren levensmiddelen. ■Geschikt om in te vriezen zijn: Gebak, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groenten, fruit, kruiden, eieren zonder schaal, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en etensresten zoals soep, eenpansgerecht, klaargemaakt vlees en klaargemaakte vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete gerechten.

■Niet geschikt om in te vriezen zijn: Groenten die doorgaans rauw worden gegeten, zoals sla, radijsjes, eieren in de schaal, druiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, zure-melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Vriesproducten verpakkenVerpak levensmiddelen luchtdicht, zodat deze geen smaak verliezen of uitdrogen. 1. Levensmiddel in de verpakking doen. 2. Lucht er uit drukken. 3. Verpakking dicht afsluiten. 4. Inhoud en invriesdatum op de verpakking schrijven. Als verpakking geschikt:Kunststoffolie, polyethyleen slangfolie, aluminiumfolie, invriesdozen. Deze producten vindt u in de vakhandel. Niet geschikt als verpakking:Pakpapier, perkament, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte plastic winkeltassen. Geschikt voor het afsluiten zijn:Rubber ringen, kunststof clips, sluiters, koudebestendige tape, etc.

Zakken en slangfolie van poly-ethyleen kunnen met een folielasapparaat worden gelast. Houdbaarheid van het diepvriesproductDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddel. Bij een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, bereide gerechten, brood en gebak:tot max. 6 maanden■Kaas, gevogelte, vlees:tot max. 8 maanden■Groenten, fruit:tot max. 12 maanden.

Diepvriesproduct ontdooienAfhankelijk van het soort en het gebruiksdoel kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij kamertemperatuur■in de koelkast■in elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in magnetron. m AttentieOntdooide waren niet weer invriezen. Pas na het verwerken in een gerecht (gekookt of gebraden) kan het opnieuw ingevroren worden. De maximale bewaartijd van het product niet meer volledig opgebruiken. UitrustingBakkenDe bakken kunnen voor het vullen en legen en voor het reinigen worden uitgenomen.

nl58IJsblokjesbakHet ijsblokjesbakje dient voor het maken en bewaren van ijsblokjes. 1. IJsblokjesbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de bak plaatsen. 2. Vastgevroren ijsbak alleen met stomp voorwerp verwijderen (lepelsteel). 3. Voor het losmaken van de ijsblokjes, het ijsblokjesbakje kort onder stromend water houden of licht torderen. Apparaat uitschakelen en uit bedrijf nemenApparaat uitschakelenNetstekker lostrekken of zekering uitschakelen. Apparaat stil zettenWanneer u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Alle levensmiddelen uit het apparaat nemen. 2. Apparaat uitschakelen. 3. Apparaat ontdooien. 4. Apparaat reinigen. 5. Apparaatdeur open laten. OntdooienVriesruimteEen ijslaag in vriesruimte verslechterd de koude-afgifte aan de producten en verhoogt het stroomverbruik. Apparaat bij ijsafzetting ontdooien.

Algemene tips■Voor het plaatsen en uitnemen van producten de apparaatdeur zo kort mogelijk openen. ■Het apparaat niet in vochtige ruimten plaatsen. Een hoge luchtvochtigheid bevordert de ijsafzetting. ■Verse levensmiddelen zo veel mogelijk luchtdicht verpakken. m AttentieIJslaag niet met messen of scherpe voorwerpen verwijderen. U kunt daarmee de koelmiddelleidingen beschadigen. Ontsnappend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden. Apparaat ontdooien1. Ca. 3 uur voor het ontdooien de temperatuurregelaar op de koudste stand draaien, zodat de levensmiddelen goed bevroren worden. 2. Na 3 uur het apparaat uitschakelen. 3. Levensmiddelen uit het apparaat halen en op een koele plaats bewaren. Koelelementen (indien beschikbaar) op de levensmiddelen leggen. 4. Apparaatdeur open laten. 5. Doeken voor het apparaat leggen, om eventueel lekkend dooiwater op te vangen. 6.

OntdooihulpmiddelenOm het ontdooien te versnellen, kan om de ijslaag te verwijderen een kunststof spatel worden gebruikt. m AttentieNooit ontdooisprays, elektrische apparaten zoals kachels, stoomreinigers, open vuur, kaarsen, petroleumlampen, etc. voor het ontdooien gebruiken. Geen pan met heet water in het apparaat plaatsen om het ontdooien te versnellen. Apparaat reinigenm Attentie■Gebruik geen zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaak- en oplosmiddelen. ■Geen schurende of krassende sponzen gebruiken. Op metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■Nooit bakken in de vaatwasser reinigen. De delen kunnen vervormen. Ga als volgt te werk:1. Vóór het reinigen het apparaat uitschakelen. 2. Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen. 3. Levensmiddelen uit het apparaat halen en op een koele plaats bewaren. Koelelementen (indien beschikbaar) op de levensmiddelen leggen. 4.

Wachten tot de rijplaag is ontdooid. 5. Reinig het apparaat met een zachte doek, lauwwarm water en wat pH-neutraal afwasmiddel. Het schoonmaakwater mag niet door het afvoergat in de verdampingsschaal komen. 6. De deurafdichting alleen met schoon water afvegen en daarna grondig droog wrijven. 7. Condensator, be- en ontluchtingsopening met een penseel of stofzuiger reinigen. 8. Afvoergat met een wattenstaafje reinigen. 9. Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten en inschakelen. 10. Levensmiddelen weer in het apparaat doen.

nl59UitrustingVoor de reiniging kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden uitgenomen (zie hoofdstuk Uitrusting). GeurenWanneer u onaangename geuren constateert:1. Apparaat uitschakelen. 2. Alle levensmiddelen uit het apparaat nemen. 3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Apparaat reinigen). 4. Alle verpakkingen reinigen. 5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om geurvorming te voorkomen. 6. Apparaat weer inschakelen. 7. Levensmiddelen in het apparaat doen. 8. Na 24 uur controleren of er opnieuw geurvorming optreedt. Energie besparen■Apparaat in een droge, geventileerde ruimte plaatsen. Het apparaat mag niet direct in de zon of in de nabijheid van een warmtebron staan (bijv. radiator, open haard). Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen, dan pas in het apparaat zetten.

■Diepvriesproducten voor het ontdooien in de koelruimte plaatsen en de koude van het diepvriesproduct voor de koeling van levensmiddelen benutten. ■Apparaatdeur zo kort mogelijk openen. ■Om te voorkomen dat bij een eventuele stroomuitval of storing de levensmiddelen snel opwarmen, koelelementen (indien beschikbaar) op de levensmiddelen leggen. ■Let er op dat de deur van het apparaat altijd gesloten is. ■De in het hoofdstuk Het apparaat leren kennen weergegeven configuratie van de uirustingsonderdelen is de meest zuinige. Andere configuraties kunnen tot een hoger energieverbruik van het apparaat leiden. ■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, de be- en ontluchtingsopeningen af en toe met een kwast of stofzuiger reinigen. BedrijfsgeluidenNormale geluidenBrommenMotoren draaien (bijv. koelaggregaat, ventilator).

Borrelende, zoemende of gorgelende geluidenEr stroomt koelmiddel door de leidingen. Klikken:Motor, schakelaar, of magneetventielen schakelen in of uit. Geluiden vermijdenHet apparaat staat niet horizontaalStel het apparaat horizontaal m. b. v. een waterpas.

Gebruik daarvoor de schroefvoeten van het apparaat of leg er iets onder. Het apparaat staat ergens tegen aanZet het apparaat los van andere meubels of apparaten. Vakken of plateaus wiebelen of klemmenControleer de uitneembare delen en plaats deze eventueel opnieuw. Verpakkingen komen met elkaar in contactHaal de verpakkingen iets uit elkaar.

nl60Kleine storingen zelf opheffenVoordat u contact opneemt met de servicedienst:Controleer of u de storing aan de hand van de volgende instructies kunt verhelpen. U moet de kosten voor de klantenservice zelf dragen – ook tijdens de garantieperiode. Storing Mogelijke oorzaak OplossingHet apparaat heeft geen koelvermogen. Netspanningsuitval. Controleer of de spanning aanwezig is. Zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. Netstekker zit niet goed vast. Controleer, of de netstekker goed vast zit. De compressor schakelt steeds vaker en langer in. Frequent openen van het apparaat. Apparaat niet onnodig openen. De be- en ontluchtingsopeningen zijn bedekt. Hindernissen wegnemen. Plaatsen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. Temperatuur kouder instellen. Temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen.

Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron of de omgevingstemperatuur is te hoog. Zie hoofdstuk Apparaat opstellen. In de vriesruimte is het te warm. Frequent openen van het apparaat. Apparaat niet onnodig openen. Plaatsen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. Temperatuur kouder instellen. Temperatuur is te warm ingesteld. Temperatuur kouder instellen. Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron of de omgevingstemperatuur is te hoog. Zie hoofdstuk Apparaat opstellen. In de vriesruimte is het te koud. Temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. Onaangename geuren zijn waarneembaar. Sterk geurende levensmiddelen zijn niet luchtdicht verpakt. Apparaat reinigen. Sterk geurende levensmiddelen luchtdicht verpakken (zie hoofdstuk Geuren). In het apparaat vormt zich een ijslaag. De be- en ontluchtingsopeningen zijn bedekt. Hindernissen wegnemen.

Levensmiddelen verhinderen het sluiten van de apparaatdeur. Hindernissen wegnemen. Het apparaat is niet horizontaal gesteld. Apparaat met behulp van een waterpas stellen. Zie het hoofdstuk Apparaat stellen. Na het instellen van een koudere temperatuur schakelt de compressor niet direct in. Dat is normaal, er is geen sprake van een storing. Op de bodem van het apparaat heeft zich water verzameld. Het afvoergat is verstop. Afvoergat met een wattenstaafje reinigen. Zie hoofdstuk Apparaat reinigen.

nl61ServicedienstEen servicedienst in uw omgeving vindt u in het telefoonboek of in de servicedienst-index. Geef aan de Servicedienst het typenummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD-Nr.) van het apparaat door.U vindt deze op het typeplaatje.Help mee om onnodige voorrijkosten te voorkomen door het artikel- en fabricagenummer door te geven. U bespaart dan de hieraan verbonden extra kosten.Reparatie-opdracht en advies bij storingenDe contactgegevens van alle landen vindt u in het bijgaande Servicedienst-overzicht. NL 088 424 4010B 070 222 141

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch GTV15NWEAG stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden