Bosch CMG7361B2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch CMG7361B2 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Bosch CMG7361B2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Oven |
| Model: | CMG7361B2 |
Handleiding Bosch CMG7361B2 – volledige tekst
431 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voorvolgende eigenaren. ¡Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡om voedsel en dranken te bereiden. ¡In het huishouden en soortgelijke toepas-singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voormedewerkers in winkels, kantoren en ande-re commerciële omgevingen, in boerderij-en; van klanten in hotels en andere verblij-ven, in bed and breakfasts.
Veiligheid nl31. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. →"Accessoires", Pagina11WAARSCHUWING‒Kans op brand. Brandbare voorwerpen die in de binnenruimteworden bewaard kunnen vlam vatten.
▶Bewaar nooit brandbare voorwerpen in debinnenruimte. ▶Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehou-den om eventueel optredende vlammen tedoven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. ▶Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten. ▶Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-men en tijdens het bereiden los op het ac-cessoire. ▶Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-ren met een vorm. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. ▶Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶Neem hete accessoires en vormen altijdmet behulp van een pannenlap uit de bin-nenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-springen. Er kunnen hete dampen en steek-vlammen naar buiten treden. ▶Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) ver-hitten. ▶Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶De hete onderdelen nooit aanraken. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van detemperatuur niet altijd zichtbaar. ▶Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn.
nl Veiligheid4Het apparaat en de delen ervan die aange-raakt kunnen worden kunnen scherpe randenhebben. ▶Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen. ▶Draag indien mogelijk veiligheidshand-schoenen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. ▶Kom niet met uw handen bij de scharnie-ren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-nen scherpe randen hebben. ▶Draag veiligheidshandschoenen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, moet het ter vermijding van risi-co's worden vervangen door de fabrikant,de servicedienst of een andere gekwalifi-ceerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. ▶Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. ▶Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. ▶Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van hetnetsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen. ▶Contact opnemen met de servicedienst.
▶Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. 1. 5 MagnetronBELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HETVERDERE GEBRUIK BEWARENWAARSCHUWING‒Kans op brand. Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-de pantoffels, granen- pittenkussens kunnenbijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. ▶Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. ▶Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. ▶Gebruik het apparaat uitsluitend voor hetbereiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervankunnen ontbranden.
▶Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-kingen die bestemd zijn om ze warm tehouden. ▶Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-warmen in voorwerpen van kunststof, pa-pier of ander brandbaar materiaal. ▶Bij de magnetron nooit een te groot vermo-gen of te lange tijdsduur instellen. Houd uaan de opgaven in deze gebruiksaanwij-zing. ▶Nooit levensmiddelen drogen met de mag-netron. ▶Levensmiddelen die weinig water bevatten,zoals bijv. brood, nooit met een te hoogmagnetronvermogen of gedurende een telange tijd ontdooien of verwarmen.
Veiligheid nl5Spijsolie kan vlam vatten. ▶Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met demagnetron. WAARSCHUWING‒Kans op explosie. Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dichtafgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-deren. ▶Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelenverhitten in dicht afgesloten vormen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Levensmiddelen met een vaste schil of pelkunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-men, exploderen. ▶Nooit eieren in de eierschaal koken ofhardgekookte eieren in de eierschaal op-warmen. ▶Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko-ken. ▶Bij spiegeleieren of eieren in een glas dientu eerst de dooier door te prikken. ▶Bij levensmiddelen met een vaste schil ofpel, bijv. appels, tomaten, aardappelen enworstjes, kan de schil knappen. Prik voorhet opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld inde babyvoeding.
▶Warm nooit babyvoeding op in geslotenverpakkingen. ▶Verwijder altijd het deksel of de speen. ▶Na het verwarmen goed roeren of schud-den. ▶Voordat de voeding aan het kind wordt ge-geven dient de temperatuur te worden ge-controleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-men kunnen heet worden. ▶Neem vormen en accessoires altijd met be-hulp van een pannenlap uit de binnenruim-te. De verpakking van luchtdicht verpakte levens-middelen kan knappen. ▶Houd altijd de opgaven op de verpakkingaan. ▶Neem gerechten altijd met een pannenlapuit de binnenruimte. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶De hete onderdelen nooit aanraken. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. De droogfunctie bij de hoogste standen bij demagnetronfunctie schakelt automatisch eenverwarmingselement bij en verhit de binnen-ruimte.
▶Raak nooit de hete oppervlakken in de bin-nenruimte of de verwarmingselementenaan. ▶Houd kinderen uit de buurt. Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk.
Voorwerpen zoals oververhitte pantof-fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtigeschoonmaakdoekjes e. d. kunnen verbrandingtot gevolg hebben. ▶Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. ▶Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. ▶Gebruik het apparaat uitsluitend voor hetbereiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schokvan het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-spatten. ▶Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmenaltijd een lepel in de vorm staat. Zo wordtkookvertraging voorkomen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ongeschikte vormen kunnen barsten.
Vormenvan porselein en keramiek kunnen kleinegaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holleruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kandit barsten veroorzaken in de vormen. ▶Alleen servies gebruiken dat geschikt isvoor de magnetron.
nl Materiële schade vermijden6Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnenvormen van metaal of vormen met metalencoating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd. ▶Gebruik nooit metalen vormen bij gebruikvan uitsluitend de magnetron. ▶Alleen vormen die geschikt zijn voor demagnetron in combinatie met een verwar-mingsmethode gebruiken. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Het apparaat werkt met hoogspanning. ▶Nooit de behuizing verwijderen. WAARSCHUWING‒Kans op ernstiggevaar voor de gezondheid. Gebrekkige reiniging kan het oppervlak vanhet apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoalsbijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-energie. ▶Het apparaat regelmatig schoonmaken enresten van voedingsmiddelen direct verwij-deren. ▶Houd de binnenruimte, deurafdichting, deuren deuraanslag altijd schoon.
▶Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol. ) in on-verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-gieten van gerechten) verhitten. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille. ▶Geen programma starten wanneer zich water op debodem van de binnenruimte bevindt. ▶Voor gebruik het water van de bodem van de bin-nenruimte opnemen. Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat erwarmteophoping door voorwerpen op de bodem vande binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen nietmeer en het email wordt beschadigd. ▶Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welkesoort dan ook op de bodem van de binnenruimteleggen. ▶Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-der dan 50°C ingesteld is. Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat erwaterdamp.
Door de temperatuurverandering kan erschade optreden. ▶Giet nooit water in de hete binnenruimte. ▶Zet nooit servies met water op de bodem van debinnenruimte. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. ▶Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. Opendaarvoor de apparaatdeur volledig of gebruik dedroogfunctie. ▶Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurendelangere tijd in de gesloten binnenruimte. ▶Bewaar geen gerechten in de binnenruimte. ▶Klem niets tussen de apparaatdeur.
Milieubescherming en besparing nl7Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekkenachter die niet meer kunnen worden verwijderd. ▶De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet teovervloedig bedekken. ▶Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede. Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimteleidt tot beschadiging van het email. ▶Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-te. ▶Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-ren. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. ▶Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken.
▶Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen oflaten steunen. ▶Geen vormen of accessoires op de apparaatdeurplaatsen. Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-deur wanneer deze gesloten wordt. ▶Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte leggen. Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-te verkleuringen ontstaan. ▶Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-tact komen met de deurruit. 2. 2 MagnetronVolg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetrongebruikt. LET OP. Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. ▶Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn.
Wordt alleen de magnetron gebruikt, dan is de braad-slede of de bakplaat niet geschikt. Er kunnen vonkenontstaan waardoor de binnenruimte wordt beschadigd. ▶Gebruik het meegeleverde rooster om er iets op tezetten. Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap-paraat beschadigd. ▶Gebruik geen vormen van aluminium in het appa-raat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in debinnenruimte leidt tot overbelasting. ▶Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korteserviestest vormt hierop een uitzondering. Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetroneen te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruitbarsten als gevolg van overbelasting. ▶Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen. ▶Maximaal 600watt gebruiken. ▶Het popcornzakje altijd op een glazen schaal leg-gen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparingMi-li-eu-be-scher-mingenbe-spa-ring3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-cept of de instellingsadviezen dat aangeven. →"Zo lukt het", Pagina33¡Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-spaart u tot 20 % energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-vormen. ¡Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goedop. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinigmogelijk. ¡De temperatuur in de binnenruimte blijft constanten het apparaat hoeft niet na te verwarmen. Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallelbakken.
nl Uw apparaat leren kennen8Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minutenvoor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. ¡De restwarmte is voldoende om het gerecht verderte bereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-ruimte. ¡Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd teworden. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-dooien. ¡Hierdoor wordt bespaard op de energie om hetvoedsel te ontdooien. Het display in de basisinstellingen uitschakelen. →"Basisinstellingen", Pagina21¡Er wordt energie bespaard wanneer het displaywordt uitgeschakeld. Twee glazen of kopjes met vloeistof tegelijkertijd ver-warmen. ¡Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijker-tijd vraagt minder energie dan het verwarmen vanmeerdere gerechten na elkaar. Opmerking:Het apparaat verbruikt:¡in netwerkgebonden stand-by max.
2 W¡in niet netwerkgebonden stand-by met uitgescha-keld display max. 0,5WUw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennenUwap-pa-raatle-renken-nen4. 1 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-toestand. Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm. 12 21Display met instelringVia het display stelt u met behulp van de digita-le instelring het apparaat in. U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijk-heden of aanwijzingsteksten. →"Display", Pagina82KnoppenMet de knoppen stelt u de verschillende func-ties direct in. →"Knoppen", Pagina84. 2 KnoppenMet de knoppen kiest u de verschillende functies di-rect. Knop FunctieApparaat in- of uitschakelen. →"De Bediening in essentie",Pagina13Knop FunctieFunctie magnetron direct kiezen.
→"De Bediening in essentie",Pagina13Timer selecteren. →"Timer instellen", Pagina16Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-derslot activeren. →"Kinderslot", Pagina214. 3 DisplayHet display is in verschillende gebieden onderverdeeld. Digitale instelringMet de digitale instelring op het display verandert u deinstelwaarden. Wanneer u bij een instelling de minimale of maximalewaarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het displaystaan. Draai indien nodig de waarde met de instelringweer terug. Fijne instelwaardenOm fijne instelwaarden in te stellen, bijv. op de minuutnauwkeurige tijd, het betreffende gebied in de instelringca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instel-waarden worden in punten weergegeven. StatusindicatieVan boven op het display wordt statusinformatie weer-gegeven. Symbool BetekenisTimer is geactiveerd. →"Timer instellen", Pagina16Kinderslot is geactiveerd.
Functies nl9Symbool BetekenisWiFi-signaalsterkte voor HomeConnect. Hoe meer lijntjes van het symbool ge-vuld zijn, des te beter is het signaal. Wanneer het symbool is doorgestreept, dan is er geen WiFi-signaal. Wanneer er een "x" bij symbool is,dan is er geen verbinding met de Ho-meConnect server. →"HomeConnect ", Pagina22Start op afstand met HomeConnect isgeactiveerd. →"HomeConnect ", Pagina22Diagnose op afstand met HomeCon-nect voor onderhoud is geactiveerd. →"HomeConnect ", Pagina22InstelbereikIn het midden van het display is het instelbereik. In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkhedenen reeds uitgevoerde instellingen. Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaalgerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegtu over het display. Om een functie te kiezen, op defunctie in het display drukken.
→"Functie instellen", Pagina13Mogelijke symbolen in het instelbereikSymbool BetekenisInstelwaarde bevestigen. Instelwaarde resetten. Tijdens het gebruik instelwaarde wijzi-gen. Opmerking:Een blauwe markering "new" of een blau-we stip bij een functie geeft aan dat met de HomeCon-nect app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet ofeen update op uw apparaat werd gedownload. 4. 4 BinnenruimteVerschillende functies in de binnenruimte ondersteunenbij het gebruik uw apparaat. RekjesU kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-jes in de binnenruimte schuiven. →"Accessoires", Pagina11Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-tes worden van beneden naar boven geteld. De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-ren. →"Rekjes", Pagina29Zelfreinigende oppervlakkenDe achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-gende oppervlakken vetspetters van het bakken, bra-den of grillen op en breken ze af. Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-ruimte dan gericht op. →"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte re-genereren", Pagina26VerlichtingEen of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-te. Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat deverlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langerdan ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weeruit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodrahet gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-digd, schakelt de verlichting uit. KoelventilatorDe koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-snapt via de deur. LET OP.
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt hetapparaat oververhit. ▶Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat hetapparaat na gebruik sneller afkoelt. ApparaatdeurWanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,dan wordt de werking automatisch voortgezet. Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie deapparaatdeur sluit, dient u de werking voort te zetten. Functies5 FunctiesFunc-tiesHier krijgt u een overzicht van de hoofd- en anderefuncties van uw apparaat. Om het menu te openen op drukken.
nl Functies10Functie GebruikVerwar-mingsme-thodenFijn afgestemde verwarmingsmethodenvoor een optimale bereiding van uw ge-rechten kiezen. →"Verwarmingsmethoden", Pagina10→"De Bediening in essentie",Pagina13Magnetron Met magnetron sneller bereiden, verhit-ten of ontdooien. →"Magnetron", Pagina16Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebrui-ken. →"Favorieten", Pagina20Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instel-lingen voor verschillende gerechten ge-bruiken. →"Gerechten", Pagina19Functie GebruikReiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimtekiezen. →"Reinigingsondersteuning",Pagina27→"Drogen", Pagina27Basisinstel-lingenBasisinstellingen aanpassen. →"Basisinstellingen", Pagina21HomeConnectMet HomeConnect kunt u de oven met een mobieleindapparaat verbinden en op afstand bedienen om devolledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-meConnect app extra of uitgebreide functies voor uwapparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden inde app. →"HomeConnect ", Pagina225. 1 VerwarmingsmethodenOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uwgerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg overde verschillen en toepassingen. Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u omwelke verwarmingsmethoden het gaat. Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap-paraat u een passende temperatuur of stand voor. Ukunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge-geven gebied. Bij temperatuurinstellingen boven 275°C en grillstand3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 mi-nuten tot ca. 275°C resp. grillstand 1. Sym-boolVerwarmingsmetho-deTemperatuurbe-reikGebruik en werkwijze4D-hetelucht 30 - 275°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
Boven- en onder-warmte30 - 300°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmings-methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek-king. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Eco hetelucht 125-250°C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-zichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het pro-duct wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-bruikt. Air Fry 30 - 300°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder ge-schikt voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillele-menten rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit debinnenruimte getrokken. Boven- en onder-warmte Eco150-250°C Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen vanhet energieverbruik in de conventionele modus. Circulatiegrillen 30 - 300°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. Grill, groot Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkPlatte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech-ten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Accessoires nl11Sym-boolVerwarmingsmetho-deTemperatuurbe-reikGebruik en werkwijzeGrill, klein Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkKleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleinehoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. Pizzastand 30 - 275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderennodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-ment aan de achterwand zijn ingeschakeld. Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig enlangzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van bovenen van onderen. Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien. Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-men30 - 90°C Servies voorverwarmen. 5. 2 TemperatuurTijdens het opwarmen kunt u op het display bij demeeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuurin de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingesteldetemperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment omde gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-gegeven temperatuur in de binnenruimte en de inge-stelde temperatuur gelijk zijn. Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-kelijke temperatuur in de binnenruimte. Restwarmte-indicatieAls het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijnrond de bedieningsring de restwarmte in de binnen-ruimte aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe don-kerder de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring hele-maal uit. 5.
3 MagnetronvermogenHier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan. Magnetronvermogenin wattMaximale duur in uur Gebruik90W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien. 180W 1:30 Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360W 1:30 Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen. 600W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden. 900W "Boost" 0:30 Vloeistoffen verwarmen. Opmerkingen¡Ter bescherming van het apparaat wordt het maxi-male vermogen van de magnetron "Boost" geduren-de de eerste minuten trapsgewijs tot 600W geredu-ceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperi-ode weer beschikbaar. ¡De magnetronvermogens komen niet overeen methet daadwerkelijke opgenomen vermogen van hetapparaat. Accessoires6 AccessoiresAc-ces-soi-resGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op hetapparaat afgestemd. Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-dat de accessoires zijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-kelijk van het type apparaat.
nl Accessoires12Accessoires GebruikRooster Bakvormen¡¡Ovenschalen¡Vormen¡Vlees, bijv. braad- of grillstukken¡DiepvriesgerechtenBraadslede Vochtig gebak¡¡Gebak¡Brood¡Grote braadstukken¡Diepvriesgerechten¡Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vetbij het grillen op het rooster. Air Fry & Grillplaat, geë-mailleerd met gaatjes¡Gerechten knapperig bakken, die door-gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites. ¡Gerechten grillen. 6. 1 Aanwijzingen bij het toebehorenSommig toebehoren is alleen voor bepaalde functiesgeschikt. MagnetrontoebehorenVoor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meege-leverde rooster geschikt. Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat,kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt. Neem de aanwijzingen m. b. t. de magnetron in acht. →"Vormen en accessoires met magnetron",Pagina166.
2 VergrendelingsfunctieDe vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoireskantelen wanneer ze worden uitgetrokken. U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-leen wanneer u het accessoire op de juiste manier inde binnenruimte schuift. 6. 3 Accessoire in de binnenruimte schuivenHet accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonderte kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken. 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan deachterkant bevindt en naar beneden wijst. 2. De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-gen van een inschuifhoogte plaatsen. Rooster Het rooster met de open kant naarde apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. Plaatbijv.
braad-slede ofbakplaatDe plaat met de afschuining gerichtnaar de ovendeur in de ovenschuiven. 3. Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het deapparaatdeur niet raakt. Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebtbij het gebruik uit de binnenruimte. 6.
4 Meer accessoiresMeer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, inspeciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-ze folders of op internet:www. bosch-home. comVoor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-tenservice.
Voor het eerste gebruik nl13Voor het eerste gebruik7 Voor het eerste gebruikVoorheteer-stegebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 7. 1 Eerste keer in gebruik nemenNadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,moet je de instellingen voor de eerste ingebruiknamevan het apparaat vastleggen. Het kan enkele minutenduren tot op het display de instellingen verschijnen. 1. Schakel het apparaat in met. aDe eerste instelling verschijnt. 2. Druk wanneer het nodig is de instelling te verande-ren, op een waarde in de lijst of wijzig de waardemet de instelring. Mogelijke instellingen:– Taal– HomeConnect →"HomeConnect ", Pagina22– Tijd →"Tijd instellen", Pagina223. Op drukken en naar de volgende instelling gaan. 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien ge-wenst.
aNa de laatste instelling verschijnt een aanwijzing ophet display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-ten. 5. Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór heteerste verwarmen controleert, de deur van het appa-raat een keer openen en sluiten. 7. 2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1. De productinformatie en de toebehoren uit de bin-nenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korrel-tjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijdevan het apparaat verwijderen. 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemenmet een zachte, vochtige doek. 3. Schakel het apparaat in met. 4. Volgende instellingen uitvoeren:Verwarmingsmethode 4DheteluchtTemperatuur maximaalTijdsduur 1uur→"De Bediening in essentie", Pagina135. In werking stellen.
‒Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolanghet apparaat verwarmt. aWanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-zing dat de werking is beëindigd. 6.
Schakel het apparaat uit met. 7. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte metzeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als hetapparaat is afgekoeld. 8. Reinig de accessoires grondig met zeepsop en eenschoonmaakdoekje of een zachte borstel. De Bediening in essentie8 De Bediening in essentieDeBedieningines-sen-tie8. 1 Apparaat inschakelen▶Schakel het apparaat in met. aOp het display verschijnt het menu. 8. 2 Apparaat uitschakelenSchakel het apparaat uit wanneer u het niet nodigheeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient,gaat het automatisch uit. ▶Schakel het apparaat uit met. aHet apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-gebroken. aOp het display verschijnt de tijd of de restwarmte-in-dicatie. 8. 3 In werking stellenElke functie moet u starten. LET OP. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶Geen programma starten wanneer zich water op debodem van de binnenruimte bevindt. ▶Voor gebruik het water van de bodem van de bin-nenruimte opnemen. ▶Start de werking met. aOp het display verschijnen de instellingen. 8. 4 Werking onderbrekenU kunt de werking onderbreken en weer hervatten. 1. Druk op om de werking te onderbreken. 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten. 8. 5 Functie instellenNadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt hetmenu op het display. 1. Om in de verschillende keuzemogelijkheden te bla-deren, over het display vegen. ‒Om in het menu en andere instelmogelijkhedente bladeren, naar rechts of links vegen. ‒Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of om-hoog vegen. 2. Om een functie te kiezen, op de functie in het dis-play drukken. aAl naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-stelwaarden of andere opties waaruit kan wordengekozen. 3.
nl De Bediening in essentie144. Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelringgebruiken:‒Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-wenste instelling rechts- of linksom. ‒Of op een bepaalde positie aan de instelringdrukken. 5. De instelling met bevestigen. 6. Start de werking met. 7. Wanneer de werking is beëindigd:‒Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. ‒Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Opmerking:Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken. →"Favorieten", Pagina208. 6 Verwarmingsmethode en temperatuurinstellen1. Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden". 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode. 3. Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van deverwarmingsmethode, op de instelstand. 4. Stel de temperatuur in met de instelring. 5.
Druk in het display op om de ingestelde tempera-tuur te bevestigen. Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:– →"Snel voorverwarmen", Pagina15– →"Tijdfuncties", Pagina15– →"Magnetron", Pagina16– →"Ventilatiefunctie 'Knapperig laagje'",Pagina186. Start de werking met. aHet apparaat begint op te warmen. aOp het display staan de instelwaarden en de tijdhoelang het programma al loopt. 7. Wanneer de werking is beëindigd:‒Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. ‒Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Opmerking:De meest geschikte verwarmingsmethodevoor uw gerechten vindt u in de beschrijving van deverwarmingsmethoden. →"Verwarmingsmethoden", Pagina10Verwarmingsmethode wijzigenVerandert u de verwarmingsmethode, dan worden ookde andere instellingen teruggezet. 1. Op drukken. 2. Op drukken. 3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode. 4. Stel de werking opnieuw in en start met. Temperatuur wijzigenNa het starten van de werking kunt u de temperatuur teallen tijde wijzigen. 1. Op het display op drukken.
2. Op de temperatuur drukken. 3. De temperatuur met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. aDe wijziging wordt overgenomen. 8. 7 Informatie weergevenIn de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuistuitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen ver-schijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproepof waarschuwing. 1. Op "Info" drukken. aInformatie wordt gedurende enkele seconden weer-gegeven. 2. Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren,over het display vegen. 3. Indien gewenst de aanwijzing met verlaten. 8. 8 Sabbatconform bedienenWanneer u uw apparaat sabbatconform wilt bedienen,gebruik dan de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingvoor de verlichting. Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur tijdens hetgebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het appa-raat verder.
Snel voorverwarmen nl15Snel voorverwarmen9 Snel voorverwarmenSnelvoor-ver-war-menOm tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bijingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-duur verkorten. Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmenmogelijk:¡4Dhetelucht¡Boven- en onderwarmte9. 1 Snel voorverwarmen instellenOm een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen inde binnenruimte. Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snelvoorverwarmen beëindigd is. 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-ratuur vanaf 100 °C instellen. Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordthet snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld. 2. Druk op "Snel voorverwarmen". aHet symbool is rood verlicht. 3. Start de werking met. aHet snel voorverwarmen start. aWanneer het snel voorverwarmen is beëindigd,klinkt er een signaal.
Het symbool wisselt weernaar wit. 4. Plaats het gerecht in de binnenruimte. Snel voorverwarmen afbreken1. Op het display op drukken. 2. Druk op "Snel voorverwarmen". aHet symbool wisselt weer naar wit. Tijdfuncties10 TijdfunctiesTijd-func-tiesVoor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waaropde werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-hankelijk van de werking worden ingesteld. Tijdfunctie GebruikTijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-duur instelt, houdt het apparaat nahet verstrijken van de tijdsduur auto-matisch op met verwarmen. Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-stellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodatde werking op het gewenste tijdstipklaar is. Timer De timer kunt u onafhankelijk van dewerking instellen. Hij beïnvloedt hetapparaat niet. 10. 1 Tijdsduur instellenDe tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot24uur.
uurindicatie "h" of minutenindicatie"m". aDe geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd. 3. De tijdsduur met de instelring instellen. Reset indien nodig de instelwaarde met. 4. Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op hetdisplay op drukken. 5. Start de werking met. aHet apparaat begint op te warmen en de tijdsduurloopt af. aWanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-zing dat de werking is beëindigd. 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:‒Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. ‒Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Tijdsduur wijzigenU kunt de tijdsduur altijd wijzigen. 1. Op het display op drukken. 2. Op de tijdsduur drukken. 3. De tijdsduur met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. aDe wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur afbrekenU kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken. 1. Op het display op drukken. 2. Op de tijdsduur drukken. 3. Reset de tijdsduur met. Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodigis, reset het apparaat de tijdsduur terug naar devooringestelde waarde. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. aDe wijziging wordt overgenomen. 10. 2 Einde instellenHet tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moetzijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven. Opmerkingen¡Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-zigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal isgestart. ¡Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,dient u ze niet te lang in de binnenruimte te latenstaan.
nl Magnetron16Vereisten¡Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-steld. ¡Er is een tijdsduur ingesteld. 1. Druk op "Eindtijd". 2. Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-nutenindicatie drukken. aDe geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd. 3. De tijd met de instelring verschuiven. Reset indien nodig de instelwaarde met. 4. Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het displayop drukken. 5. Start de werking met. aHet display toont de tijdsduur tot aan de start. Hetapparaat bevindt zich in de wachtstand. aAls de starttijd is bereikt, begint het apparaat op tewarmen en de tijdsduur loopt af. aWanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-zing dat de werking is beëindigd. 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:‒Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch CMG7361B2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Bosch
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven