Bosch BFL7221B1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch BFL7221B1 (180 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Bosch BFL7221B1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Oven |
| Model: | BFL7221B1 |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Inhoud (binnenkant): | 21 l |
| Soort bediening: | Touch |
| Magnetronvermogen: | 900 W |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 5 |
| Deurscharnieren: | Links |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 16900 g |
| Breedte: | 382 mm |
| Diepte: | 594 mm |
| Hoogte: | 318 mm |
| Netbelasting: | 1220 W |
| Grill: | Nee |
| Type stekker: | Type F |
| Snoerlengte: | 1.75 m |
| Verlichting binnenin: | Ja |
| Geïntegreerde klok: | Ja |
| Soort klok: | Elektronisch |
| Stoom koken: | Nee |
| Rotisserie: | Nee |
| Type lamp: | LED |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 300 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 362 mm |
| Inverter technologie: | Ja |
| Aantal kookprogramma's: | 4 |
| Deur openen: | Opening aan zijkant |
| Hoeveelheid ontdooïngsprogramma's: | 3 |
| AC-ingangsspanning: | 220-240 V |
| Type product: | Solo-magnetron |
| Type beeldscherm: | TFT |
Handleiding Bosch BFL7221B1 – volledige tekst
2 Het apparaat reinigen voordatu het voor het eerst gebruikt 1486 De Bediening in essentie . 1486. 1 Apparaat inschakelen . 1486. 2 Apparaat uitschakelen . 1486. 3 In werking stellen . 1486. 4 Werking onderbreken . 1486. 5 Werking afbreken . 1487 Magnetron . 1487. 1 Magnetronvermogen . 1487. 2 Vormen en accessoires diegeschikt zijn voor de magne-tron . 1497. 3 Vormen testen op hun magne-tronbestendigheid . 1507. 4 QuickStart . 1507. 5 Magnetron instellen . 1507. 6 Magnetronvermogen wijzi-gen . 1517. 7 Tijdsduur wijzigen . 1517. 8 Gerechten nagaren . 1517. 9 Werking onderbreken . 1517. 10 Werking afbreken . 1518 Gerechten . 1528. 1 Aanwijzingen bij de instellin-gen voor gerechten . 1528. 2 Programma instellen . 1528.
Veiligheid nl14 Storingen verhelpen . 16015 Afvoeren . 16315. 1 Afvoeren van uw oude appa-raat . 16316 Servicedienst . 16316. 1 Productnummer (E-nr. ) enproductienummer (FD) . 16317 Zo lukt het . 16317. 1 Zo kunt u het best te werkgaan . 16417. 2 Ontdooien, verwarmen en ga-ren met de magnetron . 16417. 3 Opwarmen . 16817. 4 Bereiden . 17017. 5 Testgerechten . 17218 Montagehandleiding . 17318. 1 Leveringsomvang . 17318. 2 Veilige montage . 17318. 3 Inbouwmeubel . 17418. 4 Elektrische aansluiting . 17518. 5 Inbouw in bovenkast . 17518. 6 Inbouw in een hoge kast . 17618. 7 Apparaat inbouwen . 17618. 8 Bij greeploze keuken metverticale greeplijst: . 17718. 9 Apparaat demonteren . 178Veiligheid 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.
1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold perso-neel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aanslui-ting kunt u geen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montagevolgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoorde-lijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbro-ken in het oog. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoor-beeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en an-137.
nl Veiligheiddere commerciële omgevingen, in boerderijen; van klanten inhotels en andere verblijven, in bed and breakfasts.¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeniveau.Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011 resp. CISPR11. Hetis een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er mi-crogolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwar-men.
Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishou-delijk gebruik.1.3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar endoor personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerddoor kinderen, tenzij ze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan.Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het ap-paraat of de aansluitkabel kunnen komen.1.4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schui-ven.WAARSCHUWING‒Brandgevaar!In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlamvatten.Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat wor-den uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden ge-haald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventu-eel optredende vlammen te doven.Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselemen-ten en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.138
voor het opgieten of overgieten van gerechten)verhitten.Apparaatdeur voorzichtig openen.WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.De hete onderdelen nooit aanraken.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen.Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.Apparaatdeur voorzichtig openen.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.Nooit water in de hete binnenruimte gieten.WAARSCHUWING‒Kans op letsel!Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kandit barsten.Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpemetalen schraper voor het reinigen van het glas van de appa-raatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de schar-nieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.Kom niet met uw handen bij de scharnieren.WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aanhet apparaat uitvoeren.139
nl VeiligheidEr mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-bruikt voor reparatie van het apparaat.Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel vandit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangendoor een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluit-kabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet hetdoor geschoold vakpersoneel worden vervangen.Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-tebronnen in contact brengen.Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-tact brengen.Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-paraat te reinigen.Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-lijk.Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak ge-bruiken.Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-citeitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoertrekken.Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan directde stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen.Neem contact op met de klantenservice. Pagina163WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken enhierin verstrikt raken en stikken.Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.140
Veiligheid nl1.5 MagnetronBELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LE-ZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWARENWAARSCHUWING‒Brandgevaar!Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schadeveroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kun-nen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtigepoetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerech-ten en dranken.Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemdzijn om ze warm te houden.Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpenvan kunststof, papier of ander brandbaar materiaal.Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijds-duur instellen.
Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwij-zing.Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron.Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood,nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende eente lange tijd ontdooien of verwarmen.Spijsolie kan vlam vatten.Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormenkunnen gemakkelijk exploderen.Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht af-gesloten vormen.WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maarook nog na het opwarmen, exploderen.Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren inde eierschaal opwarmen.Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.141
nl VeiligheidBij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooierdoor te prikken.Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, to-maten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prikvoor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen.Verwijder altijd het deksel of de speen.Na het verwarmen goed roeren of schudden.Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de tem-peratuur te worden gecontroleerd.Verhitte gerechten geven warmte af.
De vormen kunnen heet wor-den.Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pan-nenlap uit de binnenruimte.De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knap-pen.Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.De hete onderdelen nooit aanraken.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan.Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de ken-merkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipi-ënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots over-koken en wegspatten.Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in devorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen. 142
Veiligheid nlWAARSCHUWING‒Kans op letsel!Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein enkeramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen endeksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als ervocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vor-men.Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaalof vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van von-ken.
Het apparaat wordt dan beschadigd.Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend demagnetron.Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!Het apparaat werkt met hoogspanning.Nooit de behuizing verwijderen.WAARSCHUWING‒Kans op ernstig tot dodelijk letsel!Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernieti-gen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden,zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedings-middelen direct verwijderen.Kookcompartiment, deurafdichting, deur en scharnier altijdschoon houden."Reiniging en onderhoud", Pagina158Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnen-ruimte of deurdichting beschadigd is.
Is de afdichting sterk vervuild, dansluit de deur tijdens het gebruik nietmeer goed. De aangrenzende meu-belfronten kunnen dan beschadigdraken. Zorg ervoor dat de afdichting altijdschoon is. Nooit het apparaat met beschadig-de afdichting of zonder afdichtinggebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt ge-bruikt als vlak om iets op te zetten ofte leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. Niets op de apparaatdeur zetten,er aan hangen of laten steunen. 2. 2 MagnetronVolg deze aanwijzingen op wanneeru de magnetron gebruikt. LET OPAls het metaal tegen de wand van debinnenruimte aan komt, ontstaan ervonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruitaan de binnenkant kan worden aan-getast. Metalen voorwerpen, zoals een le-pel in een glas, moeten minstens2cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant vande deur verwijderd zijn.
Aluminium schalen in het apparaatkunnen vonken veroorzaken. Door devonken die ontstaan wordt het appa-raat beschadigd. Gebruik geen vormen van alumini-um in het apparaat. Het gebruik van het apparaat zondergerechten in de binnenruimte leidt totoverbelasting.
Start nooit de magnetron zonderdat er zich etenswaar in de binnen-ruimte bevindt. Alleen een korteserviestest vormt hierop een uit-zondering. De meervoudige bereiding van mag-netron-popcorn direct na elkaar meteen te hoog magnetronvermogenkan leiden tot beschadiging van debinnenruimte. Laat tussen de bereidingen het ap-paraat meerdere minuten afkoelen. 144.
Milieubescherming en besparing nlStel nooit een te hoog magnetron-vermogen in.Gebruik maximaal 600Watt.Het popcornzakje altijd op een gla-zen bord leggen.Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming enbesparing3.1 Afvoeren van de verpak-kingDe verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden herge-bruikt.De afzonderlijke componenten opsoort gescheiden afvoeren.3.2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, ver-bruikt uw apparaat minder stroom.Twee kopjes met vloeistof tegelijker-tijd opwarmen.Het opwarmen van meerdere ge-rechten tegelijkertijd vraagt minderenergie dan het verwarmen vanmeerdere gerechten na elkaar.Het display in de basisinstellingen uit-schakelen.Het apparaat spaart energie instand-by.Opmerking: Het display vermindertde helderheid in stand-bystand auto-matisch in stand 1.Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren ken-nen4.1 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u allefuncties van uw apparaat instellen eninformatie krijgen over de gebruiks-toestand.Afhankelijk van het apparaattype kun-nen details op de afbeelding verschil-len, bijv.
de kleur en de vorm.12 2Display met instelringVia het display stelt u met be-hulp van de digitale instelringhet apparaat in.U ziet de actuele instelwaarden,keuzemogelijkheden of aanwij-zingsteksten."Touch-display", Pagina146TouchveldenMet de tiptoetsen stelt u de ver-schillende functies direct in."Touchvelden", Pagina1454.2 TouchveldenTouch-velden zijn aanraakgevoeligeoppervlakken. Om een functie te kie-zen het betreffende veld selecteren.Tiptoets FunctieApparaat in- of uitschake-len."De Bediening in es-sentie", Pagina148Directe toegang tot demagnetron"Magnetron",Pagina148Een instelling teruggaan.145
nl Uw apparaat leren kennenTiptoets FunctieWerking starten of onder-breken. "De Bediening in es-sentie", Pagina148Timer selecteren. Kinderslot activeren ofdeactiveren. Apparaatdeur openenFunctiekeuze-menu ope-nen. 4. 3 Touch-displayIn het touchdisplay ziet u de keuze-mogelijkheden en de instellingen bijde actuele functie. Om een van de punten uit te kiezenop het betreffende tekstveld tippen. Digitale instelringMet de digitale instelring van buitenrond het display verandert u de in-stelwaarden. Wanneer u bij een instelling de mini-male of maximale waarde heeft be-reikt, blijft deze waarde op het dis-play staan. Draai indien nodig dewaarde met de instelring weer terug. Door langzame bewegingen met devingers kunnen waarden met de in-stelring nauwkeurig worden inge-steld.
Bij tijdinstellingen kunt u ookdirect het punt op de instelring selec-teren, dat overeenkomt met het ge-wenste aantal minuten en uren, bijv. onder drukken voor 30minuten/se-conden. InstelgebiedIn het midden van het display is hetinstelbereik. In het instelbereik ziet u actuele keu-zemogelijkheden en reeds uitgevoer-de instellingen. Het menu en andere instelmogelijk-heden zijn horizontaal gerangschikt. Keuzelijsten bij functies zijn verticaalgerangschikt. Om in het instelbereikte bladeren, veegt u over het display. Druk om een functie te kiezen, op diefunctie op het display. Mogelijke symbolen in het instelbe-reikSym-boolBetekenisInstelwaarde bevestigen. Instelwaarde resetten. Tijdens het gebruik instel-waarde wijzigen. 4. 4 Automatische deuropenerAls u de automatische deuropeningbedient, dan springt de apparaatdeuropen. U kunt de apparaatdeur volle-dig met de hand openen.
OpmerkingenBij een stroomuitval werkt de auto-matische deuropening niet. U kuntde deur met de hand openen. Als u de apparaatdeur tijdens hetgebruik opent, wordt de werkingonderbroken. Sluit u de apparaatdeur, dan wordtde werking niet automatisch voort-gezet. Start de werking.
Als het apparaat langere tijd is uit-geschakeld, dan gaat de apparaat-deur bij het indrukken van de deur-openingstotes open met een kleinevertraging. 4. 5 Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen be-palen, geven wij uitleg over de verschillen en toepassingen. 146.
Voor het eerste gebruik nlNaam Vermogen/stan-denGebruikMagnetron 90/180/360/600/"boost"Voor het ontdooien, bereiden en ver-warmen van gerechten en vloeistoffen. "Magnetron", Pagina148Gerechten Voor vele gerechten zijn er voorgepro-grammeerde instellingen. Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimtekiezen. "Reinigingsondersteuning",Pagina158Basisinstellingen Basisinstellingen aanpassen. "Basisinstellingen", Pagina1564. 6 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte verge-makkelijken het gebruik van uw ap-paraat. Verlichting van de binnenruimteWanneer u de apparaatdeur opent,gaat de verlichting van de binnen-ruimte aan. Wanneer de apparaat-deur langer dan ca. 15minuten is ge-opend, dan schakelt de verlichtingvan de binnenruimte uit. Bij de meeste verwarmingsmethodenen functies is de verlichting van debinnenruimte aan als het programmaloopt.
Wanneer het gebruik eindigt,gaat de verlichting van de binnen-ruimte uit. KoelventilatorDe koelventilator wordt zo nodig in-en uitgeschakeld. Warme lucht komtvrij via de ventilatiesleuven boven deapparaatdeur. LET OPDoor het afdekken van de ventilatie-sleuven raakt het apparaat oververhit. Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaaldetijd na, zodat de binnenruimte na ge-bruik sneller afkoelt. Wanneer het ap-paraat in de magnetronfunctie wordtgebruikt, blijft het apparaat koud, dekoelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien,ook wanneer het gebruik van demagnetron reeds is beëindigd. 4. 7 CondenswaterBij het bereiden kan in de binnen-ruimte en op de deur van het appa-raat condensvorming optreden. Con-dens is normaal en heeft geen in-vloed op de werking van het appa-raat. Veeg na het bereiden het con-dens af. 4.
8 ApparaatdeurDe apparaatdeur kunt u met ope-nen. Wanneer u de apparaatdeuropent tijdens het gebruik, wordt dewerking stopgezet. Wanneer de ap-paraatdeur weer is gesloten, kunt uhet gebruik met hervatten.
nl De Bediening in essentie5.1 Eerste gebruikU moet instellingen voor de eerste in-gebruikneming uitvoeren voordat uuw apparaat kunt gebruiken.Eerste keer in gebruik nemen1.Schakel het apparaat in met .De eerste instelling verschijnt.2.Druk wanneer het nodig is de in-stelling te veranderen, op eenwaarde in de lijst of wijzig de waar-de met de instelring.Mogelijke instellingen:– Taal– Tijd3.Druk op en ga naar de volgendeinstelling.4.De instellingen doorlopen en wijzi-gen indien gewenst.Na de laatste instelling verschijnteen aanwijzing op het display datde instellingen afgesloten zijn.5.2 Het apparaat reinigen voor-dat u het voor het eerst ge-bruiktVoordat u voor het eerst gerechtenklaarmaakt met het apparaat dient ude binnenruimte en de accessoireste reinigen.1.Zorg ervoor dat er zich in de bin-nenruimte geen verpakkingsresten,toebehoren of andere voorwerpenbevinden.2.De gladde oppervlakken in de bin-nenruimte met een zachte, vochti-ge doek reinigen.De Bediening in essentie6 De Bediening in essen-tie6.1 Apparaat inschakelenOp drukken.Het apparaat is klaar voor gebruik.6.2 Apparaat uitschakelenOp drukken.Het apparaat breekt de lopendefuncties af.Het display geeft gedurende enke-le minuten de tijd aan.6.3 In werking stellenOp drukken.6.4 Werking onderbreken1.Open de apparaatdeur of druk op.De werking wordt onderbroken.2.Sluit om het bedrijf te hervatten dedeur van het apparaat en druk op.De werking wordt voortgezet.6.5 Werking afbrekenOp drukken.Het apparaat breekt de lopendefuncties af.Magnetron7 MagnetronMet de magnetron kunt u bijzondersnel gerechten bereiden, verwarmenof ontdooien.7.1 MagnetronvermogenHier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbevelingvoor het gebruik ervan.148
Het maximalevermogen is na een afkoelperiodeweer beschikbaar.De magnetronvermogens komenniet overeen met het daadwerkelij-ke opgenomen vermogen van hetapparaat.7.2 Vormen en accessoires diegeschikt zijn voor de mag-netronOm uw gerechten gelijkmatig op tewarmen en het apparaat niet te be-schadigen, dient u geschikte vormenen accessoires te gebruiken.Opmerking: Voordat u vormen voorde magnetron gebruikt dient u de in-formatie van de fabrikant in acht tenemen. Voer bij twijfel een serviestestuit.Geschikt voor de magnetronServies ToelichtingVormen van hitte-en magnetronbe-Deze materialenlaten microgolvenServies Toelichtingstendig materi-aal:GlasGlaskeramiekPorseleinTemperatuur-bestendigekunststofVolledig gegla-zuurd kera-miek zonderbarstendoor.
Microgolvenbeschadigen hitte-bestendige vor-men niet.Bestek van me-taalOpmerking: Omkookvertraging tevoorkomen kunt umetalen bestekgebruiken, bijv.een lepel in eenglas.LET OPAls het metaal tegen de wand van debinnenruimte aan komt, ontstaan ervonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruitaan de binnenkant kan worden aan-getast.Metalen voorwerpen, zoals een le-pel in een glas, moeten minstens2cm van de wanden van de bin-149
Het apparaat mag alleen bij eenserviestest met gebruik van de mag-netronfunctie zonder gerechten wor-den gebruikt.WAARSCHUWINGKans op verbranding!Tijdens het gebruik worden de toe-gankelijke onderdelen heet.De hete onderdelen nooit aanra-ken.Zorg ervoor dat er geen kinderenin de buurt zijn.1.De lege vorm in de binnenruimteplaatsen.2.Het apparaat gedurende ½ - 1 mi-nuut op het maximale magnetron-vermogen instellen.3.In werking stellen.4.De vorm meerdere keren controle-ren:– Wanneer de vorm koud of hand-warm is, dan is deze geschiktvoor de magnetron.– Wanneer de vorm heet is of ervonken ontstaan, dan de ser-viestest afbreken. De vorm isdan niet geschikt voor de mag-netron.7.4 QuickStart1.Druk op .2.Start de werking met .Het vooringestelde magnetronver-mogen wordt gedurende 1minuutgestart.Opmerking: De voorinstelling van hetmagnetronvermogen kunt u wijzigenin de basisinstellingen.
Pagina1567.5 Magnetron instellenOpmerkingZorg voor de juiste omgang met demagnetron:De veiligheidsaanwijzingen in achtnemen. Pagina141De aanwijzingen voor het vermij-den van materiële schade in achtnemen. Pagina144De aanwijzingen voor magnetron-bestendige vormen en accessoiresin acht nemen.1.Druk in het menu op "Magnetron".Of kies direct de magnetron metde tiptoets .2.Druk op het magnetronvermogenin Watt.3.Stel het magnetronvermogen inmet de instelring.4.Druk in het display op om hetmagnetronvermogen te bevestigen150
Magnetron nl5. Druk op "Tijdsduur". Voor gebruik van de magnetron isaltijd een tijdsduur nodig. 6. Druk om de vooringestelde tijds-duur te wijzigen op de betreffendetijdswaarde, bijv. minutendisplay"m" of secondendisplay "s". De geselecteerde waarde is blauwgemarkeerd. 7. Stel de tijdsduur in met de instel-ring. Reset indien nodig de instelwaardemet. 8. Druk om de ingestelde tijdsduur tebevestigen op in het display. 9. Start de werking met. De magnetron start en de tijdsduurloopt af. Bij het maximale magne-tronvermogen "boost" geeft hetdisplay de vermogensreductie aan. Wanneer de tijdsduur is verstre-ken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aan-wijzing dat de werking is beëin-digd. 10. Wanneer de tijdsduur is verstre-ken:Indien nodig kunt u verdere in-stellingen invoeren en de wer-king opnieuw starten. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is. 11.
Droog de binnenruimte. Tip: Om uw apparaat optimaal te ge-bruiken, kunt u zich aan de informatiein de insteladviezen oriënteren. "Zo lukt het", Pagina1637. 6 Magnetronvermogen wijzi-genU kunt het magnetronvermogen tij-dens het gebruik wijzigen. 1. Druk op. 2. Op het ingestelde magnetronver-mogen drukken. 3. Stel het magnetronvermogen inmet de instelring. 4. Op drukken. 7. 7 Tijdsduur wijzigen1. Druk op. 2. Druk op de ingestelde "Tijdsduur". 3. Druk om de vooringestelde tijds-duur te wijzigen op de betreffendetijdswaarde, bijv. minutenaanwij-zing "m" of secondenaanwijzing"s". De geselecteerde waarde is blauwgemarkeerd. 4. Stel de tijdsduur in met de instel-ring. Reset indien nodig de instelwaardemet. 5. Op drukken. 7. 8 Gerechten nagarenNa het verstrijken van de tijdsduurkunt u een gerecht nagaren. 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe". 2. Stel de gewenste duur in.
nl GerechtenGerechten8 GerechtenMet de functie "Gerechten" helpt uuw apparaat bij de bereiding van ver-schillende gerechten en kiest u auto-matisch de optimale instellingen. 8. 1 Aanwijzingen bij de instel-lingen voor gerechtenOm een optimaal bereidingsresultaatte behalen volgt u deze aanwijzingenop:Gebruik alleen levensmiddelen vanonberispelijke kwaliteit. De levensmiddelen uit de verpak-king nemen en afwegen. Wanneeru het exacte gewicht op het appa-raat niet kunt instellen, dan rondt uhet gewicht naar boven af. Gebruik uitsluitend voor magnetrongeschikte vormen, bijv. van glas ofkeramiek. Zet de levensmiddelen in de on-verwarmde binnenruimte. OntdooienDe levensmiddelen vlak en ver-deeld in porties bij -18°C invriezenen bewaren. Leg de diepvriesproducten op eenvlakke vorm, bijvoorbeeld een gla-zen of porseleinen bord.
Het kan zijn dat levensmiddelen nabeëindigen van het programmanog niet volledig zijn ontdooid. Delevensmiddelen kunnen echtergoed verder worden verwerkt. Laat de ontdooide voedingspro-ducten nog 10 tot 30minuten inhet uitgeschakelde apparaat rus-ten, zodat de temperatuur gelijk-matig verdeeld wordt. Bij het ontdooien van vlees of ge-vogelte ontstaat vloeistof. Verwijderbij het keren de vloeistof. De vloei-stof verder niet gebruiken of metandere levensmiddelen in contactlaten komen. Gehakt dat al ontdooid is na hetkeren verwijderen. Gevogelte in zijn geheel eerst metde borstzijde en stukken gevogelteeerst met de kant van het vel opde vorm leggen. GroenteVerse groente: in stukken van gelij-ke grootte snijden. Voeg per 100géén eetlepel water toe. Diepvriesgroente: alleen geblan-cheerde, niet voorgekookte groen-te is geschikt. Diepvriesgroentemet roomsaus is niet geschikt.
Aardappels in de schil: gebruikaardappels van gelijke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in deschil prikken. Aardappelen nogvochtig in een vorm zonder waterdoen. RijstGebruik geen zilvervliesrijs of rijstin kookzakjes. Twee tot twee en een half keer dehoeveelheid water bij de rijst doen. 8. 2 Programma instellenVereiste: Het apparaat is ingescha-keld. 1. Druk op "Gerechten". 2. Een programma selecteren. 3. Druk op het vooringestelde ge-wicht. 152.
Gerechten nl4.Stel het gewenste gewicht in metde bedieningsring.5.Bevestig het gewicht met .6.Stel de eindtijd in wanneer eeneindtijd is gewenst.Druk op "Einde".Stel de gewenste tijd in.Bevestig de eindtijd met .7.De gerechten in de binnenruimteplaatsen.8.Sluit de deur van het apparaat.9.Op drukken.Na het einde van de tijdsduurklinkt een signaal.Opmerking: Bij vele programma'sverschijnen tijdens de bereiding aan-wijzingen op het display.
Volg dezeaanwijzingen op.Gerechten nagarenNa het verstrijken van de tijdsduurkunt u een gerecht nagaren.1.Druk op "Voeg extra kooktijd toe".2.Stel de gewenste duur in."Tijdsduur instellen", Pagina154Met kunt u de ingestelde duurresetten.3.Druk op .4.Start de werking met .Werking onderbreken1.Open de apparaatdeur of druk op.De werking wordt onderbroken.2.Sluit om het bedrijf te hervatten dedeur van het apparaat en druk op.De werking wordt voortgezet.Werking afbrekenOp drukken.Het apparaat breekt de lopendefuncties af.8.3 Overzicht van de gerechtenGerecht Geschikte levensmiddelen Gewichts-bereikinkgVormen/Toebeho-renBroodontdooien1Brood, heel, rond of langwer-pig, brood in sneetjes, cake,gistgebak, vruchtengebak,taart zonder glazuur, slagroomof gelatine0,20-1 Vlakke open vormVleesontdooien1Braadstukken, platte stukkenvlees, kip, gehakt0,20-2 Vlakke open vormVisontdooien1Hele vis, visfilet, viskotelet 0,10-1 Vlakke open vormGroente, vers2Bijv.
nl TijdfunctiesGerecht Geschikte levensmiddelen Gewichts-bereikinkgVormen/Toebeho-renGroente,diepvries1Bijv. bloemkool, broccoli, wor-telen, koolrabi, rode kool, spi-nazie0,15-1 Gesloten vormRijst1Rijst met lange korrel 0,05-0,3 Hoge, geslotenvormGekookteaardappelen1Aardappels met of zonderschil, aardappelpartjes evengroot0,20-1 Gesloten vormTijdfuncties9 TijdfunctiesHet apparaat beschikt over tijdfunc-ties waarmee u de tijdsduur, het ein-de van het programma en de wekkerkunt instellen.Tijdfunc-tiesGebruikTijdsduur Wanneer u voor de wer-king een tijdsduur in-stelt, houdt het appa-raat na het verstrijkenvan de tijdsduur auto-matisch op met verwar-men.Einde Voor de tijdsduur kunt ueen tijd instellen waar-op de werking eindigt.Het apparaat start auto-matisch zodat de wer-king op het gewenstetijdstip klaar is.Timer De timer kunt u onaf-hankelijk van de wer-king instellen.
Deze be-ïnvloedt het apparaatniet.9.1 Tijdsduur instellenDe tijdsduur voor de werking met"boost" kunt u instellen tot 30 minu-ten. De duur voor alle andere stan-den kunt u tot 90 minuten instellen.Vereiste: Een functie en een standzijn ingesteld.1.Druk op "Tijdsduur".2.Druk om de vooringestelde tijds-duur te wijzigen op de betreffendetijdswaarde, bijv. minutenaanwij-zing "m" of secondenaanwijzing"s".De geselecteerde waarde is blauwgemarkeerd.3.Stel de tijdsduur in met de instel-ring.Reset indien nodig de instelwaardemet .4.Op drukken.5.Start de werking met .Gerechten nagarenNa het verstrijken van de tijdsduurkunt u een gerecht nagaren.1.Druk op "Voeg extra kooktijd toe".2.Stel de gewenste duur in."Tijdsduur instellen", Pagina154Met kunt u de ingestelde duurresetten.1Let op het roersignaal.154
Tijdfuncties nl3. Druk op. 4. Start de werking met. Tijdsduur wijzigenU kunt de tijdsduur altijd wijzigen. 1. Druk op "Tijdsduur". 2. Druk om de vooringestelde tijds-duur te wijzigen op de betreffendetijdswaarde, bijv. minutenaanwij-zing "m" of secondenaanwijzing"s". De geselecteerde waarde is blauwgemarkeerd. 3. Stel de tijdsduur in met de instel-ring. Reset indien nodig de instelwaardemet. 4. Op drukken. Tijdsduur afbrekenU kunt de tijdsduur te allen tijde af-breken. 1. Druk op de tijdsduur. 2. Reset de tijdsduur met. Bij functies waarbij een tijdsduurnodig is, reset het apparaat detijdsduur naar de vooringesteldewaarde. 3. Druk op. 9. 2 Eindtijd instellenHet tijdstip waarop de tijdsduur vande werking moet zijn afgerond, kuntu tot maximaal 24 uur verschuiven. OpmerkingenOm een goed bereidingsresultaatte verkrijgen, wijzigt u het eindeniet meer als de werking eenmaalis gestart.
Om te voorkomen dat levensmid-delen bederven, dient u ze niet telang in de binnenruimte te latenstaan. VereistenEen functie en een stand zijn inge-steld. Er is een tijdsduur ingesteld. 1. Druk op "Einde". 2. Druk om de vooringestelde eindtijdte wijzigen op de betreffende tijds-waarde, bijv. urenaanwijzing h ofminutenaanwijzing m. De geselecteerde waarde is blauwgemarkeerd. 3. Stel de eindtijd in met de instelring. 4. Op drukken. 5. Druk op. Het display toont de starttijd. Hetapparaat bevindt zich in de wacht-stand. Als de starttijd is bereikt, begint dewerking en de tijdsduur loopt af. Wanneer de tijdsduur is verstre-ken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aan-wijzing dat de werking is beëin-digd. 6. Voer wanneer de tijdsduur is ver-streken één van de volgende ac-ties uit:Indien nodig kunt u verdere in-stellingen invoeren en de wer-king opnieuw starten.
nl Kinderslot2. Reset de instelwaarde met. 3. Op drukken. 9. 3 Timer instellenDe timer loopt onafhankelijk van dewerking. U kunt de wekker tot 24 uurinstellen. De timer heeft een eigensignaal, zodat u hoort of de timer ofeen tijdsduur eindigt. 1. Druk op. 2. Druk om de timer in te stellen inhet display op de betreffende tijds-waarde, bijv. minuten "m" of secon-den "s". De geselecteerde waarde is blauwgemarkeerd. 3. Stel de timer in met de instelring. Reset indien nodig de instelwaar-de met. 4. Om de timer te starten, op het dis-play op drukken. De timer loopt af. Wanneer het apparaat is uitge-schakeld, dan blijft de timer op hetdisplay zichtbaar. Als het apparaat is ingeschakeld,staan de instellingen van de lopen-de werking op het display. De ti-mer wordt in de statusindicatieweergegeven. Wanneer de timer is verstreken,klinkt een signaal.
Op het displayverschijnt een aanwijzing dat de ti-mer is beëindigd. Timer beëindigenVereiste: Er klinkt een signaal. Op een willekeurig veld drukken. De timer is uitgeschakeld. Timer wijzigenU kunt de timer altijd wijzigen. 1. Als de timer op de achtergrondloopt, voordien de timer met se-lecteren. 2. Druk op. 3. Wijzig de timer met de instelring. 4. Bevestig met. Timer annulerenU kunt de timer altijd annuleren. 1. Als de timer op de achtergrondloopt, voordien de timer met se-lecteren. 2. Druk op. 3. De timer met resetten. Kinderslot10 KinderslotBeveilig uw apparaat, zodat kinderenhet niet per ongeluk inschakelen ofinstellingen eraan kunnen wijzigen. 10. 1 Kinderslot activerenToets ca. 4seconden ingedrukthouden. De bedieningselementen zijn ge-blokkeerd. Wanneer een timertijd is ingesteld,dan loopt deze door. Zolang hetkinderslot actief is, kunt u de timer-tijd niet wijzigen.
Basisinstellingen nl11.1 Overzicht van de basisin-stellingenHier vindt u een overzicht van de ba-sis- en fabrieksinstellingen. De basis-instellingen zijn afhankelijk van de uit-voering van uw apparaat.OpmerkingenWijzigingen van de instellingen vande taal, de sensortoetstoon en dedisplay-helderheid hebben directeffect. Alle andere instellingen zijnpas actief wanneer u de instellin-gen opslaat.Uw wijzigingen van de basisinstel-lingen blijven ook na een stroom-storing bewaard.Basisinstellin-genKeuzeTaal Zie de selectie ophet apparaatTijd "Tijd" in het 24uursformaatDisplay KeuzeHelderheid Standen 1 t/m81Tijdsindicatie Aan (deze in-stelling ver-hoogt het ener-gieverbruik)tijdslimiet1UitTijd Digitaal1AnaloogAfstelling Display horizon-taal en verticaalstellen.Aardewerk KeuzeToetssignaal Aan1UitAardewerk KeuzeGeluidssignaal Zeer kortKorte duurGem.
nl Reinigingsondersteuning4. Keer met terug naar het over-zicht of het hoofdmenu. 11. 3 Tijd wijzigenVereiste: Het apparaat is ingescha-keld. 1. Druk op "Basisinstellingen". 2. Druk op de basisinstelling "Tijd". Het display toont de ingesteldewaarde. 3. Stel de uren in met de instelring. 4. Druk op de minuten. 5. Stel de minuten in met de instel-ring. 6. Op drukken. 7. Keer met terug naar het over-zicht of het hoofdmenu. Reinigingsondersteuning12 Reinigingsondersteu-ningDe reinigingsondersteuning is eensnel alternatief voor de reiniging vande binnenruimte tussendoor. De reini-gingsondersteuning weekt verontrei-nigingen door het verdampen vanzeepsop in. Verontreinigingen kunnenvervolgens gemakkelijker wordenverwijderd. LET OPHet apparaat kan beschadigd rakendoor een ondeskundige reiniging. Nooit vloeistof in het kookcompar-timent gieten. 12.
1 ReinigingsondersteuninginstellenVereiste: Het apparaat is ingescha-keld. 1. Druk op "Reiniging". 2. Volg de aanwijzingen op het dis-play. 3. Druk op. Na het einde van de tijdsduurklinkt een signaal. 4. Volg de aanwijzingen op het dis-play. Reiniging en onderhoud13 Reiniging en onder-houdReinig en onderhoud uw apparaatzorgvuldig om er voor te zorgen dathet lang goed blijft werken. 13. 1 ReinigingsmiddelenGebruik alleen geschikte reinigings-middelen. WAARSCHUWINGKans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken. Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het appa-raat te reinigen. LET OPOngeschikte reinigingsmiddelen be-schadigen de oppervlakken van hetapparaat. Gebruik geen scherpe of schuren-de reinigingsmiddelen. Gebruik geen sterk alcoholhouden-de reinigingsmiddelen. Gebruik geen harde schuurspons-jes of afwassponsjes.
Geen speciale reinigingsmiddelengebruiken voor de warmtereini-ging. Glasreinigers, schrapers of onder-houdsmiddelen voor roestvrij staalalleen gebruiken wanneer deze inde gebruiksaanwijzing voor het be-treffende onderdeel worden aanbe-volen.
Reiniging en onderhoud nlIn de verschillende reinigingshandlei-dingen kunt u lezen welke reinigings-middelen geschikt zijn voor de ver-schillende oppervlakken en onderde-len. 13. 2 Apparaat reinigenMaak het apparaat schoon zoalsvoorgeschreven, zodat de verschil-lende onderdelen en oppervlakkenniet door een verkeerde reiniging ofongeschikte reinigingsmiddelen be-schadigd raken. WAARSCHUWINGBrandgevaar. Losse voedselresten, vet en vleessapkunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnen-ruimte, de verwarmingselementenen de accessoires vrij te makenvan grove verontreiniging. WAARSCHUWINGKans op letsel. Wanneer er krassen op het glas vande apparaatdeur zitten, kan dit bar-sten. Gebruik geen scherp of schurendreinigingsmiddel of scherpe meta-len schraper voor het reinigen vanhet glas van de apparaatdeur om-dat dit het oppervlak kan bescha-digen. 1.
De aanwijzingen voor de reini-gingsmiddelen in acht nemen. 2. De aanwijzingen voor de reinigingvan de onderdelen en oppervlak-ken van het apparaat in acht ne-men. 3. Indien niet anders vermeld:De verschillende onderdelenvan het apparaat reinigen metwarm zeepsop en een schoon-maakdoekje. Droog na met een zachte doek. 13. 3 Binnenruimte reinigenLET OPOndeskundige reiniging kan de bin-nenruimte beschadigen. Gebruik geen ovenspray, geenschuurmiddelen of andere agres-sieve reinigingsproducten voor deoven. 1. De aanwijzingen voor de reini-gingsmiddelen in acht nemen. 2. Met warm zeepsop of azijnwaterreinigen. 3. Bij sterke verontreiniging voorroestvrijstalen oppervlakken ge-schikte ovenreiniger gebruiken. Ovenreiniger uitsluitend in eenkoude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren teverhelpen, een kopje water meteen paar druppels citroensap ge-durende 1 tot 2minuten met maxi-maal magnetronvermogen verwar-men. Om kookvertraging te vermij-den altijd een lepel er in plaatsen. 4. De binnenruimte met een zachtedoek afnemen. 5. De binnenruimte met geopendedeur laten drogen. 13.
4 Ruiten van de deurschoonmakenLET OPOndeskundige reiniging kan de deur-ruiten beschadigen. Geen schraper gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reini-gingsmiddelen in acht nemen. 2. Reinig de deurruiten met een voch-tige vaatdoek een glasreiniger. Opmerking: Donkere plekken bijde ruiten van de deur, lijkend opvegen, zijn lichtreflecties van deverlichting van de binnenruimte. 3. Met een zachte doek nadrogen. 159.
nl Storingen verhelpen13. 5 Deurafdichting reinigenLET OPOndeskundige reiniging kan dedeurafdichting beschadigen. Gebruik geen metalen schraper ofschraper voor vitrokeramischekookplaat voor het reinigen. Geen schurende reinigingsmidde-len gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reini-gingsmiddelen in acht nemen. 2. Reinig de deurafdichting met heetzeepsop en een zachte vaatdoek. 3. Met een zachte doek nadrogen. 13. 6 Voorzijde van het appa-raat reinigenLET OPOndeskundige reiniging kan de voor-zijde van het apparaat beschadigen. Geen glasreiniger, metalen of gla-zen schraper gebruiken voor hetschoonmaken. Om corrosie op RVS-fronten te ver-mijden, kalkvlekken, vetvlekken,zetmeelvlekken en eiwitvlekken on-middellijk verwijderen. Bij RVS-oppervlakken specialeRVS-reinigingsmiddelen voor war-me oppervlakken gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reini-gingsmiddelen in acht nemen. 2.
De voorkant van het apparaat metheet zeepsop en een vaatdoek rei-nigen. Opmerking: Geringe kleurverschil-len op de voorzijde van het appa-raat ontstaan door gebruik van ver-schillende materialen, zoals glas,kunststof en metaal. 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbren-gen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is ver-krijgbaar bij de klantenservice of inde vakhandel. 4. Met een zachte doek nadrogen. 13. 7 Bedieningspaneel reini-genLET OPOndeskundige reiniging kan het be-dieningspaneel beschadigen. Het bedieningspaneel nooit nat af-nemen. 1. De aanwijzingen voor de reini-gingsmiddelen in acht nemen. 2. Het bedieningspaneel met een mi-crovezeldoek of een zachte, vochti-ge doek reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen. Storingen verhelpen14 Storingen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch BFL7221B1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Bosch
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven