Bosch BFL634GS1 Handleiding

Bosch Magnetron BFL634GS1

Bekijk gratis de handleiding van Bosch BFL634GS1 (100 pagina’s), behorend tot de categorie Magnetron. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 9 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Bosch BFL634GS1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/100
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Microwave Oven
BF.634G.1BF.834G.1
[de]
Gebrauchs- und Montageanleitung
2
[nl]
Gebruikershandleiding en installatie-instructies
25
[fr]
Manuel d'utilisation et notice d'installation
49
[it]
Manuale utente e istruzioni d'installazione
74

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Magnetron
Model: BFL634GS1
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Inhoud (binnenkant): 21 l
Soort bediening: Touch
Magnetronvermogen: 900 W
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Aantal vermogenniveau's: 5
Draaitafel: Nee
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 19000 g
Breedte: 594 mm
Diepte: 382 mm
Hoogte: 318 mm
Netbelasting: 1220 W
Snoerlengte: 1.5 m
Gewicht verpakking: 21000 g
Verlichting binnenin: Ja
Geïntegreerde klok: Ja
Soort klok: Elektronisch
Aantal automatische programma's: 7
Stroom: 10 A
AC-ingangsspanning: 220-240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz
Type beeldscherm: TFT

Handleiding Bosch BFL634GS1 – volledige tekst

Veiligheid nl25InhoudsopgaveGEBRUIKERSHANDLEIDING1 Veiligheid. 252 Materiële schade vermijden. 293 Milieubescherming en besparing. 294 Uw apparaat leren kennen. 305 Voor het eerste gebruik. 316 De Bediening in essentie. 327 Magnetron. 328 Programma's. 349 Wekker. 3510 Basisinstellingen. 3611 Reiniging en onderhoud. 3712 Storingen verhelpen. 3813 Afvoeren. 3914 Servicedienst. 4015 Zo lukt het. 4016 MONTAGEHANDLEIDING. 4516. 2 Veilige montage. 451 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voorvolgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten.

Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepas-singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voormedewerkers in winkels, kantoren en ande-re commerciële omgevingen, in boerderi-jen; van klanten in hotels en andere verblij-ven, in bed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011resp. CISPR11. Het is een product van groep2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro-golven worden geproduceerd om levensmid-delen te verwarmen.

3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen.

nl Veiligheid261. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. WAARSCHUWING‒Kans op brand. Brandbare voorwerpen die in de binnenruimteworden bewaard kunnen vlam vatten. ▶Bewaar nooit brandbare voorwerpen in debinnenruimte. ▶Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehou-den om eventueel optredende vlammen tedoven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. ▶Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶Neem hete accessoires en vormen altijdmet behulp van een pannenlap uit de bin-nenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten.

▶Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶Open de apparaatdeur voorzichtig. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶De hete onderdelen nooit aanraken. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van detemperatuur niet altijd zichtbaar. ▶Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. ▶Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten. ▶Gebruik geen scherp of schurend reini-gingsmiddel of scherpe metalen schrapervoor het reinigen van het glas van de appa-raatdeur omdat dit het oppervlak kan be-schadigen.

WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶Als het netsnoer van dit apparaat bescha-digd raakt, moet het ter vermijding van risi-co's worden vervangen door de fabrikant,de servicedienst of een andere gekwalifi-ceerde persoon. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. ▶Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. ▶Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. ▶Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen.

Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van hetnetsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen.

Veiligheid nl27▶Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina40WAARSCHUWING‒Gevaar:magnetisme. In het bedieningspaneel of de bedieningsele-menten bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoalspacemakers, of insulinepompen beïnvloeden. ▶Dragers van elektronische implantaten die-nen een afstand van minstens 10 cm tothet bedieningspaneel aan te houden. WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. 1.

5 MagnetronBELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HETVERDERE GEBRUIK BEWARENWAARSCHUWING‒Kans op brand. Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-de pantoffels, granen- pittenkussens kunnenbijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. ▶Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. ▶Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. ▶Gebruik het apparaat uitsluitend voor hetbereiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervankunnen ontbranden. ▶Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-kingen die bestemd zijn om ze warm tehouden. ▶Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-warmen in voorwerpen van kunststof, pa-pier of ander brandbaar materiaal. ▶Bij de magnetron nooit een te groot vermo-gen of te lange tijdsduur instellen.

Houd uaan de opgaven in deze gebruiksaanwij-zing. ▶Nooit levensmiddelen drogen met de mag-netron. ▶Levensmiddelen die weinig water bevatten,zoals bijv. brood, nooit met een te hoogmagnetronvermogen of gedurende een telange tijd ontdooien of verwarmen.

Spijsolie kan vlam vatten. ▶Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met demagnetron. WAARSCHUWING‒Kans op explosie. Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dichtafgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-deren. ▶Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelenverhitten in dicht afgesloten vormen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Levensmiddelen met een vaste schil of pelkunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-men, exploderen. ▶Nooit eieren in de eierschaal koken ofhardgekookte eieren in de eierschaal op-warmen. ▶Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko-ken. ▶Bij spiegeleieren of eieren in een glas dientu eerst de dooier door te prikken. ▶Bij levensmiddelen met een vaste schil ofpel, bijv. appels, tomaten, aardappelen enworstjes, kan de schil knappen. Prik voorhet opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld inde babyvoeding.

▶Warm nooit babyvoeding op in geslotenverpakkingen. ▶Verwijder altijd het deksel of de speen. ▶Na het verwarmen goed roeren of schud-den. ▶Voordat de voeding aan het kind wordt ge-geven dient de temperatuur te worden ge-controleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-men kunnen heet worden. ▶Neem vormen en accessoires altijd met be-hulp van een pannenlap uit de binnenruim-te.

nl Veiligheid28De verpakking van luchtdicht verpakte levens-middelen kan knappen. ▶Houd altijd de opgaven op de verpakkingaan. ▶Neem gerechten altijd met een pannenlapuit de binnenruimte. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶De hete onderdelen nooit aanraken. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof-fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtigeschoonmaakdoekjes e. d. kunnen verbrandingtot gevolg hebben. ▶Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. ▶Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. ▶Gebruik het apparaat uitsluitend voor hetbereiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-vertraging ontstaan.

Dit houdt in dat de kook-temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schokvan het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-spatten. ▶Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmenaltijd een lepel in de vorm staat. Zo wordtkookvertraging voorkomen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormenvan porselein en keramiek kunnen kleinegaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holleruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kandit barsten veroorzaken in de vormen. ▶Alleen servies gebruiken dat geschikt isvoor de magnetron. Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnenvormen van metaal of vormen met metalencoating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd. ▶Gebruik nooit metalen vormen bij gebruikvan uitsluitend de magnetron.

Materiële schade vermijden nl292 Materiële schade vermijden2. 1 AlgemeenLET OP. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. ▶Veeg het condenswater na elk bereiding af. ▶Geen vochtige levensmiddelen gedurende langeretijd in de gesloten binnenruimte bewaren. ▶Geen eten in de binnenruimte bewaren. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. ▶Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen oflaten steunen. Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-deur wanneer deze gesloten wordt. ▶Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte leggen. 2. 2 MagnetronVolg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetrongebruikt. LET OP.

Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. ▶Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn. Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap-paraat beschadigd. ▶Gebruik geen vormen van aluminium in het appa-raat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in debinnenruimte leidt tot overbelasting. ▶Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korteserviestest vormt hierop een uitzondering. De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn di-rect na elkaar met een te hoog magnetronvermogenkan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.

▶Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdereminuten afkoelen. ▶Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. ▶Gebruik maximaal 600Watt. ▶Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. 3 Milieubescherming en besparing3.

nl Uw apparaat leren kennen304 Uw apparaat leren kennen4.1 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-toestand.Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.2341211KnoppenDe knoppen hebben een drukpunt. Druk op deknop voor het bedienen.2Touch-veldenMet de touchvelden stelt u verschillende func-ties direct in.3BedieningsringU kunt de bedieningsring onbegrensd naarlinks of rechts draaien.

Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.Symbool Touchveld Gebruik90 Magnetronvermogen 90Watt instellen180 Magnetronvermogen 180Watt instellen360 Magnetronvermogen 360Watt instellen600 Magnetronvermogen 600Watt instellen900 Magnetronvermogen 900Watt instellenTijdfuncties Tijdfuncties kiezenProgramma's Programma kiezenGewicht Gewicht bij de programma's kiezenInformatie Instructie laten weergeven, of doorlanger drukken (ca.3s) de basisin-stellingen oproepenAutomatische deuropening Apparaatdeur openenOpmerking:Wanneer brandt, tik dan op , om gedu-rende enkele seconden informatie weer te geven.Het touchveld, waarvan u de waarde in het display kuntwijzigen, of welke in de voorgrond wordt weergegeven,gaat rood branden.

Voor het eerste gebruik nl31BedieningsringMet de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden dieop het display worden weergegeven. Bij de meeste keuzelijsten, bijv. programma's, begintna het laatste punt het eerste weer. Bij enkele keuzelijs-ten, bijv. tijdsduur, moet u de bedieningsring weer te-rugdraaien wanneer de minimale of maximale waardebereikt is. DisplayOp het display ziet u de actuele instelwaarden of keu-zemogelijkheden. Display BeschrijvingFocus De waarde in de focuskan direct worden veran-derd, zonder dat u dewaarde eerst te heeft ge-selecteerd. Nadat de wer-king is gestart, staat altijdde tijdsduur in de focus. Vergroting Zolang u de waarde in defocus met de bedienings-ring verandert, wordt ophet display alleen dezewaarde vergroot weerge-geven. RinglijnAan de buitenkant van het display bevindt zich de ring-lijn.

Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u waaru zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van het instelgebied en de lengte van dekeuzelijst is de ringlijn ononderbroken of verdeeld insegmenten. Bij gebruik van het apparaat geeft de ringlijn de voort-gang weer en vult deze per seconde rood in. Na elkevolle minuut vullen de segmenten zich weer van vorenaf aan. Bij een aflopende tijdsduur dooft elke secondeeen segment. 4. 2 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken hetgebruik van uw apparaat. Verlichting van de binnenruimteWanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichtingvan de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeurlanger dan ca. 5minuten is geopend, dan schakelt deverlichting van de binnenruimte weer uit. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is deverlichting van de binnenruimte aan als het programmaloopt.

Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichtingvan de binnenruimte uit. KoelventilatorDe koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven deapparaatdeur. LET OP. Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt hetapparaat oververhit.

▶Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat debinnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer hetapparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijfthet apparaat koud, de koelventilator schakelt nietteminin. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneerhet gebruik van de magnetron reeds is beëindigd. CondenswaterBij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deurvan het apparaat condensvorming optreden. Condensis normaal en heeft geen invloed op de werking vanhet apparaat. Veeg na het bereiden het condens af. Automatische deuropenerAls u de automatische deuropening bedient, danspringt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeurvolledig met de hand openen. Opmerkingen¡ Bij een stroomuitval werkt de automatische deur-opening niet. U kunt de deur met de hand openen.

¡ Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent,wordt de werking onderbroken. ¡ Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking nietautomatisch voortgezet. Start de werking. ¡ Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dangaat de apparaatdeur open met een vertraging. 5 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 5. 1 Eerste gebruikNa het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na eenlangere stroomuitval verschijnen de instellingen voorde eerste ingebruikname van uw apparaat. Opmerkingen¡ U kunt de instellingen op elk moment aanpassen inde basisinstellingen. →"Basisinstellingen", Pagina36¡ Open en sluit de apparaatdeur ten behoeve van deinterne controle vóór het eerste gebruik en na elkestroomonderbreking eenmaal. Taal instellen1. Met de bedieningsring de taal instellen. 2. Druk op ⁠.

nl De Bediening in essentie322. Druk op ⁠. a Op het display verschijnt een melding dat de eersteinbedrijfstelling is afgesloten. Opmerking:In de →"Basisinstellingen", Pagina36 legt u vast, of het dis-play de tijd bij uitgeschakeld apparaat weergeeft ofniet. 6 De Bediening in essentie6. 1 Apparaat inschakelen▶Schakel het apparaat in met ⁠. a Alle touchvelden gaan rood branden. Het displaygeeft het Bosch logo weer en daarna het maximalemagnetronvermogen. a Het apparaat is klaar voor gebruik. a gaat rood branden. 6. 2 Apparaat uitschakelen▶Schakel het apparaat uit met ⁠. a Het apparaat breekt de lopende functies af. a Het display geeft de tijd weer. Opmerking:Schakel het apparaat uit wanneer u hetniet nodig heeft. Wanneer er langere tijd niets wordt in-gesteld, gaat het apparaat automatisch uit. 6. 3 In werking stellen▶Start de werking met ⁠. a Het display geeft de instellingen weer.

a De ringlijn verschijnt en toont het verloop van detijdsduur. Opmerking:Als u tijdens de werking de deur van debinnenruimte opent, dan onderbreekt het apparaat dewerking en pauzeert het ingestelde tijdsverloop. Als ude werking opnieuw wilt starten, sluit dan de deur vanhet apparaat en druk op ⁠. 6. 4 Werking onderbreken1. Druk op ⁠. a Het apparaat onderbreekt de werking. 2. Druk op om alle instellingen te wissen. Opmerking:Als u de apparaatdeur opent, onderbreekthet apparaat de werking. Na een onderbreking of hetannuleren van de werking, kan de koelventilator verderlopen. 6. 5 Functie instellenWanneer u het apparaat inschakelt, toont het displayde ingestelde voorgestelde functie. U kunt de voorge-stelde functie direct starten of een andere functie kie-zen. 1. Druk op het veld van de gewenste functie. 2. Met de bedieningsring veranderen wat in de focusstaat.

Voer nodig andere instellingen uit. Hiervoor het be-treffende veld aanraken en met de bedieningsringde waarde wijzigen. 3. Druk op ⁠. a Het programma wordt gestart.

7 MagnetronMet de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten be-reiden, verwarmen of ontdooien. 7. 1 Vormen en accessoires die geschikt zijnvoor de magnetronOm uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-paraat niet te beschadigen, dient u geschikte vormenen accessoires te gebruiken. Opmerking:Voordat u vormen voor de magnetron ge-bruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht tenemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. Geschikt voor de magnetronVormen en accessoires ToelichtingVormen van hitte- enmagnetronbestendig ma-teriaal:¡ Glas¡ Glaskeramiek¡ Porselein¡ Temperatuurbestendi-ge kunststof¡ Volledig geglaceerdkeramiek zonder bar-stenDeze materialen laten mi-crogolven door. Microgol-ven beschadigen hittebe-stendige vormen niet. Bestek van metaal Opmerking:Om kookver-traging te voorkomenkunt u metalen bestek ge-bruiken, bijv. een lepel ineen glas.

Magnetron nl33LET OP. Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. ▶Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn. Niet geschikt voor de magnetronVormen en accessoires ToelichtingVormen van metaal Metaal laat geen micro-golven door. De gerech-ten warmen nauwelijksop. Servies met goud- of zil-verdecorMicrogolven kunnengouddecor en zilverdecorbeschadigen. Tip:Wanneer door de fa-brikant wordt gegaran-deerd dat de vorm ge-schikt is voor de magne-tron, kunt u de vorm ge-bruiken. 7. 2 Vormen testen op hunmagnetronbestendigheidControleer m. b. v. een serviestest of vormen geschiktzijn voor de magnetron.

Het apparaat mag alleen bijeen serviestest met gebruik van de magnetronfunctiezonder gerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde-len heet. ▶De hete onderdelen nooit aanraken. ▶Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen. 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maxi-male magnetronvermogen instellen. 3. In werking stellen. 4. De vorm meerdere keren controleren:– Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan isdeze geschikt voor de magnetron. – Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan,dan de serviestest afbreken. De vorm is dan nietgeschikt voor de magnetron. 7. 3 MagnetronvermogenHier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan. Magnetronvermo-gen in wattMaximale tijdsduur Gebruik90 W 1:30 uur Gevoelige gerechten ontdooien.

Het maximale vermogen is niet bedoeld voor het verwarmen vangerechten. Voorgestelde waardenBij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijds-duur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemenof in het betreffende bereik wijzigen. 7. 4 Magnetron instellenWanneer u het apparaat inschakelt, verschijnt als voor-stel altijd de hoogste magnetron-stand op het display. 1. De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen. →Pagina272. De aanwijzingen voor het vermijden van materiëleschade in acht nemen. →Pagina293. De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormenen accessoires in acht nemen. →Pagina324. Druk op ⁠. a Het apparaat is klaar voor gebruik. Het display geeftals voorgestelde waarde het maximale magnetron-vermogen aan. Het magnetronvermogen kan altijdworden gewijzigd. 5. Druk op het veld van het gewenste magnetronver-mogen.

a Op het display wordt het magnetronvermogen eneen voorgestelde tijdsduur weergegeven. a gaat rood branden. 6. Stel de gewenste tijdsduur in met de bedienings-ring. 7. Druk op ⁠. a Het programma wordt gestart. a Op het display loopt de tijdsduur af. a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. 8. Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen. 9. Schakel het apparaat uit met ⁠. Opmerkingen¡ Wanneer u op drukt, toont het display kortstondigde timerfunctie. Druk opnieuw op om de tijdsduurte verlengen. ¡ Wanneer u de apparaatdeur tussentijds opent, kande koelventilator doorlopen.

nl Programma's347. 5 Tijdsduur wijzigenU kunt de tijdsduur altijd wijzigen. ▶Wijzig de tijdsduur met de bedieningsring. a De werking wordt voortgezet. 7. 6 Magnetronvermogen wijzigenU kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wij-zigen. ▶Druk op het veld voor het gewenste magnetronver-mogen. a De tijdsduur blijft ongewijzigd. a De werking wordt voortgezet. Opmerking:Wanneer de ingestelde tijdsduur de maxi-male tijdsduur voor het magnetronvermogen van900W overschrijdt, dan reduceert het apparaat detijdsduur automatisch. De werking wordt niet voortge-zet. In werking stellen met ⁠. 8 Programma'sMet de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-ding van verschillende gerechten en kiest u automa-tisch de optimale instellingen. 8. 1 Aanwijzingen bij de instellingen voorgerechtenVolg deze aanwijzingen op om een optimaal berei-dingsresultaat te behalen.

¡ Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijkekwaliteit. ¡ Haal de levensmiddelen uit de verpakking en weegde levensmiddelen af. Wanneer u het exacte ge-wicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondtu het gewicht naar boven af. ¡ Gebruik uitsluitend vormen voor magnetron geschik-te vormen, bijv. van glas of keramiek. ¡ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnen-ruimte. Ontdooien¡ Levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij-18°C invriezen en bewaren. ¡ Leg de diepvriesproducten op een ondiepe vorm,bijvoorbeeld een glazen of porseleinen bord. ¡ Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen vanhet programma nog niet volledig zijn ontdooid. Delevensmiddelen kunnen echter goed verder wordenverwerkt. ¡ Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaatvloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Verderniet gebruiken of met andere levensmiddelen incontact laten komen.

Groente¡ Verse groente: in stukken van gelijke grootte snij-den. Voeg per 100g één eetlepel water toe. ¡ Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voor-gekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente metroomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water to-evoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toe-voegen. Aardappelen¡ Aardappels om te koken: snijd deze in stukken vangelijke grootte. Voeg per 100g twee eetlepels wateren een beetje zout toe. ¡ Aardappels in de schil: gebruik aardappels van geli-jke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schilprikken. Nog vochtig in een vorm zonder waterdoen. ¡ Aardappels in de oven: aardappels van gelijkegrootte gebruiken. Wassen, drogen en meerderegaatjes in de schil prikken. Rijst¡ Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. ¡ Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid wa-ter bij de rijst doen.

RusttijdSommige gerechten moeten na het einde van het pro-gramma nog even rusten in de binnenruimte. Gerecht RusttijdGroente ca. 5minutenAardappelen ca. 5minutenEerst het water dat ont-staan is afgietenRijst ca. 5-10minuten8. 2 Programma instellen1. Druk op ⁠. a Het apparaat is klaar voor gebruik. 2. Druk op ⁠. a Het display toont het eerste programma. 3. Stel het gewenste programma in met de bedienings-ring. 4. Druk op ⁠. a Het display toont een voorgestelde waarde voor hetgewicht. 5. Stel het gewenste gewicht in met de bedieningsring. 6. Druk op ⁠. a Het programma wordt gestart. a Op het display loopt de tijdsduur af. 7. Wanneer tijdens het programma aanwijzingen ophet display worden getoond voor keren of omroe-ren:‒ Open de apparaatdeur. ‒ Het gerecht verdelen, omroeren of keren. ‒ Sluit de apparaatdeur.

Wekker nl35‒ Druk op ⁠. Opmerking:Wanneer u het gerecht niet keert of om-roert, loopt het programma toch normaal verder tot heteinde. De programma's berekenen de tijdsduur. 8. 3 ProgrammatabelMet de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en voert het gewicht vanuw gerecht in. Het programma neemt de optimale instelling over. OntdooienGerecht Geschikte levensmiddelen GewichtsbereikinkgVormen/ToebehorenBrood ontdooien1Brood, heel, rond of langwerpig, brood insneetjes, cake, gistgebak, vruchtengebak,taart zonder glazuur, slagroom of gelatine0,10-0,55 Vlakke open vormBodem van de binnenruim-teVlees ontdooien1Braadstukken, platte stukken vlees, gehakt,kip0,10-0,55 Vlakke open vormBodem van de binnenruim-teVis ontdooien1Hele vis, visfilet, viskotelet 0,10-0,55 Vlakke open vormBodem van de binnenruim-te1Let op het keersignaal.

BereidenGerecht Geschikte levensmiddelen GewichtsbereikinkgVormen/ToebehorenGroente, vers1Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei,paprika, courgettes0,10-0,55 Gesloten vormBodem van de binnenruim-teGroente, diepvries1Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rodekool, spinazie0,10-0,55 Gesloten vormBodem van de binnenruim-teGekookte aardappe-lenAardappels met of zonder schil, aardappel-partjes even groot0,10-0,55 Gesloten vormBodem van de binnenruim-teRijst1Rijst met lange korrel 0,10-0,55 hoge, gesloten vormBodem van de binnenruim-teAardappels in deoven1Aardappels met schil, ca. 6cm dik 0,10-0,55 RoosterBodem van de binnenruim-te1Let op het roersignaal. 9 WekkerU kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloopeen signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal24uur instellen. De functie werkt onafhankelijk van de werking en ande-re tijdfuncties.

Na enkele seconden start de timer ook automatisch. a De timertijd loopt af. a Na korte tijd is het vorige display weer te zien. a Het display geeft tevens een timer-symbool weer. a Wanneer de timer-tijd is verstreken, klinkt een sig-naal. 4. Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen. 9. 2 Timer wijzigen1. Druk op ⁠. a Het display geeft de timer weer.

nl Basisinstellingen362. Wijzig de timertijd met de bedieningsring. Opmerking:Loopt er een functie met ingestelde tijds-duur, dan staat de tijdsduur in de focus. U kunt de ti-mer kiezen met. De timertijd staat dan enige tijd inde focus. U kunt de timertijd wijzigen. 9. 3 Timer annuleren▶Timer-tijd resetten. a Daarna brandt het symbool niet meer. 10 BasisinstellingenU kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften. 10. 1 Basisinstelling wijzigenVereiste:Het apparaat is uitgeschakeld. 1. Houd ca. 3 seconden ingedrukt. a Op het display verschijnen aanwijzingen over deprocedure. 2. Bevestig de aanwijzingen met ⁠. a Op het display verschijnt de eerste instelling "Taal". 3. Wijzig indien gewenst de instelling met de bedie-ningsring. 4. Druk op ⁠. a De volgende instelling verschijnt op het display enkan met de bedieningsring worden gewijzigd. 5.

Doorloop de basisinstellingen met en wijzig in-dien nodig met de bedieningsring. 6. Om wijzigingen op te slaan, ca. 3 seconden inge-drukt houden. a Op het display verschijnt een melding dat de instel-lingen zijn opgeslagen. Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-den. 10. 2 Het wijzigen van de basisinstellingenafbreken▶Druk op ⁠. a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-gen. 10. 3 Overzicht van de basisinstellingenHier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van deuitrusting van uw apparaat. Opmerkingen¡ Wijzigingen van de instellingen van de taal, hettoetssignaal en de display-helderheid hebben directeffect. Alle andere instellingen zijn pas actief wan-neer u de instellingen opslaat.

¡ Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ookna een stroomstoring bewaard. Alleen de instellin-gen voor het eerste gebruik moet u bij een stroom-onderbreking opnieuw uitvoeren.

→"Eerste gebruik", Pagina31Basisinstellin-genKeuzeTaal "Taal" instellenTijd "Tijd " instellenGeluidssignaal Korte duurGemiddelde duur1Lange duurToetssignaal Uitgeschakeld1IngeschakeldHelderheid dis-playDe helderheid van het display is in 5stappen instelbaarStand31Tijdsweergave Ingeschakeld1UitgeschakeldNachtverduis-teringUitgeschakeld1Ingeschakeld (display verduistert tus-sen 22:00 en 6:00 uur)Demomodus Uitgeschakeld 1Ingeschakeld (wordt alleen in de eer-ste 3 minuten na een reset of bij deeerste ingebruikneming weergege-ven)Fabrieksinstel-lingenResettenNiet resetten 11Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-type afwijken)Opmerking:Wijzigingen aan de instellingen van detaal, het toetssignaal en de display-helderheid hebbendirect effect. Alle andere gaan pas in nadat de instellin-gen zijn opgeslagen. 10. 4 Tijd wijzigenVereiste:Het apparaat is uitgeschakeld. 1. Houd ca.

3 seconden ingedrukt. a Op het display verschijnen aanwijzingen over deprocedure. 2. Bevestig de aanwijzingen met ⁠. a Op het display verschijnt de eerste instelling "Taal". 3. Druk op ⁠. a De instelling voor de tijd verschijnt. 4. Wijzig de tijd met de bedieningsring. 5. Om wijzigingen op te slaan, ca. 3 seconden inge-drukt houden. a Op het display verschijnt een melding dat de instel-lingen zijn opgeslagen.

Reiniging en onderhoud nl3711 Reiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 11. 1 ReinigingsmiddelenGebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruikenom het apparaat te reinigen. LET OP. Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-pervlakken van het apparaat. ▶Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmid-delen. ▶Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-delen. ▶Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-jes. ▶Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voorde warmtereiniging. ▶Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelenvoor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer dezein de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on-derdeel worden aanbevolen.

Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie. ▶Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-wassen. In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u le-zen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de ver-schillende oppervlakken en onderdelen. 11. 2 Apparaat reinigenMaak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo-dat de verschillende onderdelen en oppervlakken nietdoor een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings-middelen beschadigd raken. WAARSCHUWING‒Kans op brand. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brandvliegen. ▶Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-mingselementen en de accessoires vrij te makenvan grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeurzitten, kan dit barsten.

De aanwijzingen voor de reiniging van de onderde-len en oppervlakken van het apparaat in acht ne-men. 3. Indien niet anders vermeld:‒ De verschillende onderdelen van het apparaatreinigen met warm zeepsop en een schoon-maakdoekje. ‒ Droog na met een zachte doek. 11. 3 Binnenruimte reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadi-gen. ▶Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen ofandere agressieve reinigingsproducten voor deoven. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. →Pagina372. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen. 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimtegebruiken. Tip:Om onaangename geuren te verhelpen, eenkopje water met een paar druppels citroensap ge-durende 1 tot 2minuten met maximaal magnetron-vermogen verwarmen.

Om kookvertraging te vermij-den altijd een lepel er in plaatsen. 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen. 11. 4 Voorzijde van het apparaat reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het appa-raat beschadigen. ▶Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper ge-bruiken voor het schoonmaken. ▶Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlek-ken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken on-middellijk verwijderen. ▶Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmid-delen voor warme oppervlakken gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. →Pagina372. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop eneen vaatdoek reinigen. Opmerking:Geringe kleurverschillen op de voorzij-de van het apparaat ontstaan door gebruik van ver-schillende materialen, zoals glas, kunststof en me-taal. 3.

Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddelheel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klan-tenservice of in de vakhandel. 4. Met een zachte doek nadrogen. 11.

5 Bedieningspaneel reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel be-schadigen. ▶Het bedieningspaneel nooit nat afnemen. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. →Pagina372. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek ofeen zachte, vochtige doek reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen.

nl Storingen verhelpen3811. 6 Ruiten van de deur schoonmakenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadi-gen. ▶Geen schraper gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. →Pagina372. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek eenglasreiniger. Opmerking:Donkere plekken bij de ruiten van dedeur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de ver-lichting van de binnenruimte. 3. Met een zachte doek nadrogen. 11. 7 Deurafdichting reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting bescha-digen. ▶Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vi-trokeramische kookplaat voor het reinigen. ▶Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. →Pagina372. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en eenzachte vaatdoek. 3. Met een zachte doek nadrogen. 11.

8 ReinigingsondersteuningDe reinigingsondersteuning is een snel alternatief voorde reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-gingsondersteuning weekt verontreinigingen door hetverdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnenvervolgens gemakkelijker worden verwijderd. Reinigingsondersteuning instellen1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopjemet water. 2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voor-komen. 3. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte. 4. Magnetronvermogen op 600W instellen. 5. Tijdsduur op 5minuten instellen. 6. Magnetron starten. 7. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog3minuten gesloten laten. 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen. 12 Storingen verhelpenKleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen.

▶Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aanhet apparaat uitvoeren. ▶Bel de servicedienst als het apparaat defect is. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-raties aan het apparaat uitvoeren. ▶Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelenworden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,moet het ter vermijding van risico's worden vervan-gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-re gekwalificeerde persoon. 12. 1 FunctiestoringenStoring Oorzaak en probleemoplossingApparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen.

Afvoeren nl39Storing Oorzaak en probleemoplossingApparaat warmt nietop, op het display ishet symbool ver-lichtDemomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de basisinstellingen. De bedieningsring isuit het houder geval-len. De bedieningsring werd ontgrendeld. 1. Leg de bedieningsring in de lagering op het bedieningspaneel. 2. Druk de bedieningsring in de lagering, zodat deze inklikt en gedraaid kan worden. De bedieningsringdraait niet meer soe-pel. Er zit vuil onder de bedieningsring. De bedieningsring is afneembaar. Opmerking:Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft. 1. Om de bedieningsring los te maken, drukt u op de buitenste rand ervan. a De bedieningsring kantelt en kan gemakkelijk worden beetgepakt. 2.

Trek de bedieningsring uit de houder. 3. De bedieningsring en het lager op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en eenschoonmaakdoekje. Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen. Laat de bedieningsring niet weken. Reinig de bedieningsring niet in de vaatwasmachine. 4. Droog de bedieningsring met een zachte doek. Verlichting van debinnenruimte werktniet. Verlichting van de binnenruimte is defect▶Neem contact op met de klantenservice. →"Servicedienst", Pagina4012. 2 Aanwijzingen op het displayStoring Oorzaak en probleemoplossingOp het display wordtde foutmelding "Exxx"weergegevenEr is een fout opgetreden. 1. Wanneer het display een foutmelding weergeeft, schakel dan het apparaat uit en weeraan. a Wanneer het display de foutmelding daarna niet meer weergeeft, dan was het een een-malig probleem. 2.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch BFL634GS1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden