BMW S 1000 XR (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van BMW S 1000 XR (2024) (282 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over BMW S 1000 XR (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | BMW |
| Categorie: | Motor |
| Model: | S 1000 XR (2024) |
Handleiding BMW S 1000 XR (2024) – volledige tekst
4 ALGEMENE AANWIJZINGENORIËNTATIEDe nadruk is gelegd op eensnelle oriëntatie in deze hand-leiding. Het snelst vindt u be-paalde onderwerpen via de in-dex aan het eind. Als u eersteen overzicht van de motor-fiets wilt hebben, vindt u datin hoofdstuk 2. In het hoofd-stuk Onderhoud worden alleuitgevoerde onderhouds- enreparatiewerkzaamheden ge-documenteerd. Voor coulan-ceregelingen is het absoluutnoodzakelijk dat kan wordenaangetoond dat de vereiste on-derhoudswerkzaamheden zijnuitgevoerd.AFKORTINGEN EN SYMBO-LENVOORZICHTIG Gevaarmet laag risico. Niet ver-mijden kan leiden tot gering ofmatig letsel.WAARSCHUWING Ge-vaar met gemiddeld risico.Niet vermijden kan leiden totde dood of ernstig letsel.GEVAAR Gevaar methoog risico. Niet vermij-den leidt tot de dood of ernstigletsel.LET OP Bijzondereaanwijzingen en vei-ligheidsmaatregelen.
Nietopvolgen kan de motorfiets ofaccessoires beschadigen endaarmee tot uitsluiting van degarantie leiden.Speciale aanwijzingenvoor een betere hante-ring bij bedienings-, controle-en afstelprocedures alsmedeverzorgingswerkzaamheden.Werkinstructie.Resultaat van een re-paratieactiviteit.Verwijst naar een pa-gina met extra infor-matie.Geeft het einde vanaccessoire- of uitrus-tingsafhankelijke infor-matie aan.Aanhaalmoment.Technische gegevens.LU Landuitvoering.
Wijvragen uw begrip voor het feitdat er ook uitrustingsvariantenworden beschreven die u mo-gelijk niet hebt geselecteerd.Tevens zijn landspecifiekeafwijkingen van de afgebeeldemotorfiets mogelijk.Als uw motorfiets niet beschre-ven uitvoeringen bevat, vindt ude beschrijving ervan in een af-zonderlijke handleiding.TECHNISCHE GEGEVENSAlle gegevens t.a.v. maten, ge-wichten en prestaties in dehandleiding hebben betrekkingop het Deutsches Institut fürNormung e. V. (DIN) en zijn in-clusief de hierdoor gehanteerdetoleranties.Technische gegevens en spe-cificatie in deze handleidingdienen ter indicatie. De voer-tuigspecifieke gegevens kun-nen daarvan afwijken, bijv.
6 ALGEMENE AANWIJZINGENworden opgevraagd. De speci-ficaties in de voertuigpapierenhebben steeds prioriteit bovende specificaties in deze hand-leiding.ACTUALITEITHet hoge veiligheids- en kwa-liteitsniveau van BMW motor-fietsen wordt door een conti-nue doorontwikkeling van deconstructie, uitrusting en acces-soires gegarandeerd. Hierdoorkunnen eventuele afwijkingentussen deze handleiding en deScooter ontstaan. Ten tijde vande fabricage van de motorfietsis de handleiding de meest ac-tuele bron.
7krijgbaar bij de fabrikant vanhet voertuig, bijv. via een af-zonderlijke brochure.PersoonsgebondenheidElk voertuig is voorzien vaneen eenduidig voertuigidenti-ficatienummer. Landspecifiekkan met behulp van het voer-tuigidentificatienummer, hetkenteken en de verantwoorde-lijke autoriteiten de houder vanhet voertuig worden bepaald.Bovendien zijn er andere mo-gelijkheden om uit de in hetvoertuig vergaarde gegevensde berijder of voertuigbezitteraf te leiden, bijv.
Voor het verkrij-gen van deze informatie moeteen bewijs van houderschap ofgebruik worden overlegd.Het recht op informatie om-vat tevens informatie met be-trekking tot gegevens die aanandere ondernemingen of in-stanties zijn doorgegeven.Op de webpagina van de fa-brikant van het voertuig vindtu de telkens toepasselijke pri-vacyverklaringen. Deze priva-cyverklaringen bevatten infor-matie over het recht op wissenof corrigeren van gegevens.De fabrikant van het voertuigvermeldt op internet ook zijncontactgegevens en die van detoezichthouder voor gegevens-bescherming.
8 ALGEMENE AANWIJZINGENDe voertuigbezitter kan bij eenBMW Motorrad Partner, eenandere gekwalificeerde serv-icepartner of een vakwerk-plaats eventueel tegen betalingde in het voertuig opgeslagengegevens laten uitlezen.Voor het uitlezen wordt dewettelijk voorgeschreven 12V-contactdoos voor On-Board-Diagnose (OBD) in het voertuiggebruikt.Wettelijke vereisten inzakede openbaarmaking vangegevensDe fabrikant van het voertuig isin het kader van het geldenderecht verplicht om bij hem op-geslagen gegevens aan de au-toriteiten beschikbaar te stel-len. Dit beschikbaar stellen vangegevens in de vereiste mategebeurt in specifieke gevallen,bijv.
voor het ophelderen vaneen misdrijf.Overheidsinstanties zijn in hetkader van het geldende rechtbevoegd om in specifieke ge-vallen zelf gegevens uit hetvoertuig uit te lezen.Bedrijfsgegevens in hetvoertuigVoor het bedrijf van het voer-tuig verwerken regeleenhedengegevens.Hiertoe behoren bijv.:Statusmeldingen van het voer-tuig en de afzonderlijke com-ponenten ervan, bijv. wieltoe-rental, wielomtreksnelheid,bewegingsvertragingOmgevingsomstandigheden,bijv. temperatuurDe verwerkte gegevens wordenalleen in het voertuig zelf ver-werkt en zijn doorgaans vluch-tig. De gegevens worden nietlanger dan de bedrijfstijd opge-slagen.Elektronische componenten,bijv. regeleenheden, bevattencomponenten voor het op-slaan van technische informa-tie.
Deze kunnen informatieover voertuigtoestand, com-ponentbelasting, voorvallen ofstoringen tijdelijk of permanentopslaan.Deze informatie documenteertin het algemeen de toestandvan een component, een mo-dule, een systeem of de omge-ving, bijv.:
9bedrijfstoestanden van sys-teemcomponenten, bijv. vul-peilen, bandenspanningswaar-denstoringen en functiestoringenin belangrijke systeemcompo-nenten, bijv. licht en remmenreacties van het voertuig inspeciale rijsituatie, bijv. active-ren van de rijdynamieksyste-meninformatie over voorvallen metschade aan het voertuigDe gegevens zijn noodzakelijkvoor het uitvoeren van de re-geleenheidfuncties. Bovendiendienen deze voor het herken-nen en het verhelpen van sto-ringen en het optimaliseren vanvoertuigfuncties door de fabri-kant van het voertuig.Deze gegevens zijn grotendeelsvluchtig en worden in het voer-tuig zelf verwerkt. Slechts eenklein deel van de gegevenswordt afhankelijk van de aan-leiding opgeslagen in voorval-of storingsgeheugens.Bij een beroep op onderhouds-activiteiten, bijv.
reparaties, on-derhoudsprocessen, garantie-claims en kwaliteitsborgings-maatregelen, kan deze techni-sche informatie samen met hetvoertuigidentificatienummer uithet voertuig worden uitgelezen.Het uitlezen van de informatiekan door een BMW MotorradPartner of een vakwerkplaatsgebeuren. Voor het uitlezenwordt de wettelijk voorge-schreven 12V-contactdoos voorOn-Board-Diagnose (OBD) inhet voertuig gebruikt.De gegevens worden door debetreffende functionarissenvan het dealernetwerk ver-gaard, verwerkt en gebruikt.De gegevens documenterentechnische toestanden van hetvoertuig, helpen bij het storing-zoeken, het nakomen van ga-rantieverplichtingen en bij dekwaliteitsverbetering.Daarenboven heeft de fabri-kant productobservatieplichtenkrachtens het productaanspra-kelijkheidsrecht. Voor het na-komen van deze plichten heeftde fabrikant van het voertuigtechnische gegevens uit hetvoertuig nodig.
De gegevensuit het voertuig kunnen ookworden gebruikt om garantie-claims van de klant te controle-ren.Storings- en eventdatarecor-ders in het voertuig kunnen inhet kader van reparatie- of ser-vicewerkzaamheden bij eenBMW Motorrad Partner of een
10 ALGEMENE AANWIJZINGENvakwerkplaats worden terugge-zet.Gegevensinvoer engegevensoverdracht in hetvoertuigAlgemeenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen comfortinstellingen enpersoonlijke instellingen in hetvoertuig worden opgeslagen ente allen tijde worden gewijzigdof gereset.Gegevens kunnen evt. in hetentertainment- en communi-catiesysteem van het voertuigworden ingevoerd, bijv. via eensmartphone.Daartoe behoren afhankelijkvan de betreffende uitvoering:Multimediagegevens, zoalsmuziek voor afspelenAdresboekgegevens voor ge-bruik in combinatie met eencommunicatiesysteem of eengeïntegreerd navigatiesys-teemIngevoerde navigatiebestem-mingenGegevens m.b.t. het gebruikvan internetservices. Dezegegevens kunnen lokaal inhet voertuig worden opgesla-gen, of ze staan op een ap-paraat dat met het voertuig isverbonden, bijv. smartphone,USB-stick, MP3-speler.
Alsdeze gegevens in het voertuigworden opgeslagen, kunnendeze te allen tijde worden ge-wist.Deze gegevens worden uitslui-tend op persoonlijke wens inhet kader van het gebruik vanonlinediensten doorgegevenaan derden. Dit is afhankelijkvan de geselecteerde instel-lingen bij het gebruik van dediensten.Integratie van mobieleeindapparatenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen met het voertuig ver-bonden mobiele eindappara-ten, bijv. smartphones, via debedieningselementen van hetvoertuig worden aangestuurd.Daarbij kunnen beeld en ge-luid van het mobiele eindappa-raat via het multimediasysteemworden uitgevoerd. Tegelijker-tijd wordt er bepaalde infor-matie aan het mobiele eindap-paraat overgedragen. Afhan-kelijk van het soort integratiebehoren daartoe bijv. positie-gegevens en andere algemenevoertuiginformatie.
11Het soort verdere gegevensver-werking wordt bepaald door deprovider van de desbetreffendegebruikte app. De omvang vande mogelijke instellingen hangtaf van de betreffende app enhet besturingssysteem van hetmobiele eindapparaat.DienstenAlgemeenAls het voertuig een draadlozeverbinding heeft, maakt dezehet uitwisselen van gegevenstussen het voertuig en anderesystemen mogelijk. De draad-loze verbinding wordt mogelijkgemaakt door een zend- enontvangstmodule in het voer-tuig zelf of via persoonlijk in-gebrachte mobiele eindappa-raten, bijv. smartphones. Viadeze draadloze verbinding kun-nen zogenaamde onlinefunctiesworden gebruikt. Dit zijn ondermeer onlinediensten en appsvan de fabrikant van het voer-tuig of van andere providers.Diensten van devoertuigfabrikantBij online-diensten van de fa-brikant van het voertuig wor-den de betreffende functiesbeschreven in de betreffendebron, bijv.
handleiding, webpa-gina van de fabrikant. Deze be-vat ook de relevante informatieover rechten m.b.t. gegevens-beveiliging. Voor het verlenenvan onlinediensten kunne per-soonsgebonden gegevens wor-den gebruikt. Gegevens wor-den uitgewisseld via een veiligeverbinding, bijv. met de daar-voor bedoelde IT-systemen vande fabrikant van het voertuig.Het vergaren, verwerken en ge-bruiken van persoonsgebon-den gegevens tot verder danhet verlenen van diensten ge-beurt uitsluitend op basis vaneen wettelijk toestemming,een contractuele afspraak of opgrond van een inwilliging. Hetis ook mogelijk om de gehelegegevensverbinding te latenactiveren of deactiveren.
Dewettelijk voorgeschreven func-ties zijn hiervan uitgesloten.Diensten van andere providersBij het gebruik van onlinedien-sten van andere providers val-len deze diensten onder de ver-antwoordelijkheid en de gege-vensbeveiligings- en gebruiks-voorwaarden van de betref-fende provider. De fabrikantvan het voertuig heeft geeninvloed op de daarbij uitge-wisselde content. Informatieover het soort, de omvang en
bij ongevallen.De noodoproepen worden aan-genomen door een alarmcen-trale in opdracht van de voer-tuigfabrikant.Voor informatie over de wer-king van de intelligente nood-oproep en de functies ervan zie( 91).Juridische grondslagDe verwerking van persoonsge-bonden gegevens via de intel-ligente noodoproep gebeurtconform de volgende voor-schriften:Bescherming van persoons-gebonden gegevens: Richtlijn95/46/EG van het EuropeesParlement en de Raad.Bescherming van persoons-gebonden gegevens: Richtlijn2002/58/EG van het Euro-pees Parlement en de Raad.De juridische grondslag voorde activering en werking vande intelligente noodoproep zijnde afgesloten ConnectedRideovereenkomst voor deze func-tie alsmede de betreffendewetgeving, verordeningen enrichtlijnen van het EuropeesParlement en de EuropeseRaad.De betreffende verordeningenen richtlijnen regelen de be-scherming van natuurlijke per-sonen bij de verwerking vanpersoonsgebonden gegevens.De verwerking van persoons-gebonden gegevens door deintelligente noodoproep is con-form de Europese richtlijneninzake bescherming van per-soonsgegevens.De intelligente noodoproepverwerkt persoonsgebondengegevens alleen met toestem-ming van de voertuigbezitter.De intelligente noodoproep enandere diensten met aanvullend
13nut mogen persoonsgebondengegevens alleen verwerken opbasis van de uitdrukkelijke toe-stemming van de persoon diede gegevensverwerking betreft,bijv. de voertuigbezitter.SIM-kaartDe intelligente noodoproepwerkt via de in het voertuigingebouwde SIM-kaart via demobiele communicatie. DeSIM-kaart is permanent aan-gemeld bij het mobiele-tele-foonnetwerk, om een snelleverbindingsopbouw mogelijk temaken. De gegevens wordenbij een noodgeval aan de voer-tuigfabrikant verzonden.Verbetering van de kwaliteitDe bij een noodoproep overge-dragen gegevens worden doorde fabrikant van het voertuigook gebruikt ter verbeteringvan de product- en servicekwa-liteit.StandplaatsbepalingDe positie van het voertuig kanop basis van de mobiele-te-lefooncellen uitsluitend wor-den bepaald door de providervan het mobiele-telefoonnet-werk.
Een koppeling tussenvoertuigidentificatienummeren telefoonnummer van de ge-monteerde SIM-kaart is voor deprovider mogelijk. Uitsluitendde fabrikant van het voertuigkan de koppeling tussen hetframenummer en het telefoon-nummer van de ingebouwdeSIM-kaart maken.Log-gegevens van denoodoproepenDe log-gegevens van de nood-oproepen worden opgeslagenin een geheugen in het voer-tuig. De oudste log-gegevensworden regelmatig gewist. Delog-gegevens bevatten bijv. in-formatie over wanneer en waarer een noodoproep is gedaan.De log-gegevens kunnen inuitzonderingsgevallen uit hetvoertuiggeheugen worden uit-gelezen.
In dat geval wordenlog-gegevens alleen uitgelezenop gerechtelijk bevel en dit isalleen mogelijk als de betref-fende apparaten rechtstreeksop het voertuig worden aange-sloten.Automatische noodoproepHet systeem is zodanig gecon-figureerd dat er bij een onge-val vanaf een zekere mate vanernst, dat door sensoren in hetvoertuig wordt herkend, auto-matisch een noodoproep wordtgeactiveerd.
14 ALGEMENE AANWIJZINGENVerzonden informatieBij een noodoproep door deintelligente noodoproep wordtdezelfde informatie doorgege-ven aan de betreffende alarm-centrale als bij de wettelijknoodoproep eCall aan de open-bare alarmcentrale.Bovendien wordt door de in-telligente noodoproep de vol-gende aanvullende informatieaan een alarmcentrale in op-dracht van de voertuigfabri-kant verzonden en evt. door-gestuurd aan de openbare red-dingsdienst:Ongevalgegevens, bijv. dedoor de voertuigsensoren her-kende botsrichting, om de in-zetplanning van de reddings-diensten te vergemakkelijken.Contactgegevens, zoals hettelefoonnummer van de in-gebouwde SIM-kaart en hettelefoonnummer van de berij-der, mits beschikbaar, om zonodig snel contact met de bijhet ongeval betrokken perso-nen mogelijk te maken.GegevensopslagDe gegevens van een geacti-veerde noodoproep wordenopgeslagen in het voertuig.
Degegevens bevatten informa-tie over de noodoproep, bijv.plaats en tijd van de noodop-roep.De geluidsopnamen van hetnoodoproepgesprek wordenopgeslagen bij de alarmcen-trale.De geluidsopnamen van deklant worden gedurende 24uur opgeslagen, als er detailsvan de noodoproep moetenworden geanalyseerd. Daarnaworden de geluidsopnamengewist. De geluidsopnamenvan de medewerker van dealarmcentrale worden voorkwaliteitsdoeleinden gedurende24 uur opgeslagen.Informatie overpersoonsgebonden gegevensDe in het kader van de intelli-gente noodoproep verwerktegegevens worden uitsluitendverwerkt voor het doen van denoodoproep. De fabrikant vanhet voertuig verschaft in het ka-der van de wettelijke verplich-ting informatie over de doorhem verwerkte en evt.
Met namewanneer meerdere apparatenin een Bluetooth-netwerk wor-den gebruikt, kan een onderalle omstandigheden probleem-loze verbinding niet wordengegarandeerd.Mogelijke storingsbronnen:Interfererende velden doorzendmasten en dergelijke.Apparaten met foutief geïm-plementeerde Bluetooth-stan-daard.Voor Bluetooth geschikte ap-paraten in de directe omge-ving.Afscherming door metalen oflichamen.CONNECTIVITY-FUNCTIESConnectivity-functies hebbenbetrekking op de onderwerpen"Media", "Telefonie" en "Na-vigatie". Connectivity-functieskunt u gebruiken als het instru-mentenpaneel met een mobieleindapparaat en een helm ver-bonden is ( 75).
Meer in-formatie over de Connectivity-functies vindt u op:bmw-motorrad.com/connecti-vityAfhankelijk van het mo-biele eindapparaat kan deomvang van de Connectivity-functies beperkt zijn.BMW MotorradConnected AppMet de BMW Motorrad Con-nected app kan gebruiks- envoertuiginformatie worden op-gevraagd. Voor het gebruik
16 ALGEMENE AANWIJZINGENvan sommige functies, zoalsde navigatie, moet de app ophet mobiele eindapparaat geïn-stalleerd zijn en met het instru-mentenpaneel verbonden zijn.Met de app wordt de routebe-geleiding gestart en de naviga-tie aangepast.Bij sommige mobieleeindapparaten, bijv. methet besturingssysteem iOS,moet voorafgaand aan het ge-bruik de BMW Motorrad Con-nected app worden geopend.
33Toerenteller1 Schaal2 Laag toerengebied3 Hoog/rood toerengebied4 Wijzer5 Sleepwijzer6 Eenheid voor toerenteller:1000 omwentelingen perminuutActieradiusIn de statusregel van het instru-mentenpaneel kan de actiera-dius 1 worden weergegeven( 72).De actieradius 1 geeft aanwelke afstand nog met de res-terende brandstof kan wor-den afgelegd. De berekeninggeschiedt aan de hand vanhet gemiddeld verbruik en debrandstofhoeveelheid.Als het voertuig op de zijstan-daard staat, kan de brandstof-hoeveelheid in verband metde schuine stand niet cor-rect worden bepaald.
Daaromwordt de actieradius alleenopnieuw berekend als de zij-standaard is ingeklapt.De actieradius wordt samenmet een waarschuwing weer-gegeven zodra de brandstof-reserve wordt aangesproken.Na het tanken wordt de ac-tieradius opnieuw berekendals de brandstofhoeveelheidgroter is dan de brandstofre-serve.De berekende actieradiusbetreft slechts een globalewaarde.
37Boordcomputer entripboordcomputerDe schermmenu's BOORDCOM-PUTER en REISBOORDCOMP.geven voertuig- en ritgegevenszoals bijv. gemiddelde waardenweer.Bandenspanningmet bandenspanningscontrole(RDC)SUVoor de weergave van de ban-denspanningen is er naast hetmenuvenster MIJN VOERTUIGen de Check-Control-meldin-gen ook het beeldvenster BAN-DENSPANNING:De waarden links hebben be-trekking op het voorwiel, dewaarden rechts op het achter-wiel.Boven de werkelijke en voor-geschreven bandenspanningenwordt het drukverschil weerge-geven.Meteen na het inschakelen vanhet contact worden er alleenstreepjes weergegeven. Deoverdracht van de bandenspan-ningswaarden begint pas nadatde volgende minimumsnelheidvoor het eerst is overschreden:RDC-sensor is niet actiefmin. 30 km/h (Pas na over-schrijding van de minimum-snelheid verzendt de RDC-sensor zijn signaal aan demotorfiets.)
Het druk-verschil wordt gemarkeerd meteen uitroepteken in dezelfdekleur.Als de betreffende waardebinnen het grensgebiedvan de toelaatbare tolerantieligt, brandt bovendien het al-gemene waarschuwingslampjegeel.Als de gemeten banden-spanning buiten de toe-gestane tolerantie ligt, knipperthet algemene waarschuwings-lampje rood.Uitgebreide informatie over deBMW Motorrad RDC vindt uin het hoofdstuk Techniek indetail ( 158).OnderhoudsbehoefteAls de resterende tijd tot aanhet volgende onderhoud min-der dan een maand is of als hetvolgende onderhoud binnen1000 km noodzakelijk is, danverschijnt er een witte Check-Control-melding.
39CONTROLELAMPJESWeergaveWaarschuwingen worden doorhet betreffende waarschu-wingslampje weergegeven.Waarschuwingen worden doormiddel van het algemene waar-schuwingslampje in combina-tie met een dialoogveld in hetinstrumentenpaneel weergege-ven. Afhankelijk van de ernstvan de waarschuwing gaathet algemene waarschuwings-lampje rood of geel branden.Het algemene waarschu-wingslampje wordt samenmet de waarschuwing met dehoogste prioriteit weergegeven.Een overzicht van de mogelijkewaarschuwingen vindt u op devolgende pagina's.Check-Control-displayDe meldingen op het displayzien er verschillend uit.
40 AANDUIDINGENWeergave van waardenDe symbolen 4 zien er ver-schillend uit. Afhankelijk vande beoordeling worden er ver-schillende kleuren gebruikt. Inplaats van numerieke waar-den 8 met eenheden 7 wordener ook teksten 6 weergegeven:Kleur van het symboolGroen: (OK) Huidige waardeis optimaal.Blauw: (Cold!) Actuele tem-peratuur is laag.Geel: (Low!/High!) Huidigewaarde is te laag of te hoog.Rood: (Hot!/High!) Huidigetemperatuur of waarde is tehoog.Wit: (---) Er is geen geldigewaarde aanwezig. In plaatsvan de waarde worden erstreepjes 5 weergegeven.De beoordeling van deafzonderlijke waarden isdeels pas vanaf een bepaalderitduur of snelheid mogelijk.Als een meetwaarde nog nietweergegeven kan worden, om-dat niet aan de voorwaardenvoor de meting is voldaan, wor-den in plaats daarvan streepjesweergegeven.
Zolang er geengeldige meetwaarde beschik-baar is, volgt er ook geen be-oordeling in de vorm van eengekleurd symbool.Check-Control-dialoogvensterMeldingen worden als Check-Control-dialoogvenster 1 weer-gegeven.Als het symbool 2 actiefwordt weergegeven, kan demelding worden bevestigddoor de Multi-Controller naarlinks te drukken.Check-Control-meldingenworden dynamisch als extratabblad aan de pagina's inhet menu Mijn Motor toe-gevoegd. Zo lang de storingbestaat, kan de melding op-nieuw worden opgeroepen.
47BuitentemperatuurDe buitentemperatuur wordt inde statusregel van het instru-mentenpaneel weergegeven.Als het voertuig stilstaat kande warmte van de motor demeting van de omgevingstem-peratuur beïnvloeden.
Als deinvloed van de motorwarmte tegroot wordt, verschijnen er tij-delijk streepjes in plaats van dewaarde.Als de buitentemperatuurtot onder de grenswaardevan circa 3 °C zakt, is er gevaarvoor ijzelvorming.Als deze temperatuur voor deeerste keer wordt onderschre-den, knippert het ijskristalsym-bool in de statusregel van hetinstrumentenpaneel.Waarschuwingbuitentemperatuurwordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De bij de motorfiets ge-meten buitentempera-tuur is lager dan:circa 3 °CWAARSCHUWINGGevaar van gladheid ook viacirca 3 °CGevaar voor een ongevalBij lage buitentemperaturenmoet op bruggen en scha-duwrijke wegen rekeningworden gehouden met glad-heid.Vooruitziend rijden.Radiografische sleutel buitenhet ontvangstbereikbrandt geel.Radiog. sleutel nietin bereik.
48 AANDUIDINGENvenster verschijnt. U kuntdoorrijden, de motor wordtniet uitgeschakeld.Defecte radiografische sleu-tels door een BMW MotorradPartner laten vervangen.Keyless Ride uitgevallenbrandt geel.Keyless Ride uit-gevallen! Motorniet afzetten. Evt.geen nieuwe motorstartmogelijk.Mogelijke oorzaak:De Keyless Ride-regeleenheidheeft een communicatiestoringgeregistreerd.De motor niet afzetten. Zosnel mogelijk een vakwerk-plaats opzoeken, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Het starten van de motor kanniet meer met Keyless Rideworden ingeschakeld.DWA niet meer activeerbaar.Batterij van de radiografischesleutel vervangenbrandt geel.Batt. radiogr. sl.bijna leeg. Functiebeperkt. Batterij ver-vangen.Mogelijke oorzaak:De batterij van de radiografi-sche sleutel heeft niet meerde volledige capaciteit.
Niet verderrijden.WAARSCHUWINGUitval van de voertuigsyste-menGevaar voor ongevallenNiet verder rijden.De accu wordt niet opgeladen.De voertuigelektronica ontlaadtde accu.Mogelijke oorzaak:Storing dynamo, accu defect ofzekering doorgebrand.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Lampstoringbrandt geel.De defecte lamp wordtweergegeven:Grootlicht defect!Richtingaanwijzerlinksvoor defect!
50 AANDUIDINGENof. Richtingaanwijzerrechtsvoor defect!Dimlicht defect!Stadslicht voor de-fect!Dagrijlicht defect!met verstralerSUVerstraler links de-fect! of. Verstralerrechts defect!Achterlicht defect!Remlicht defect!Richtingaanwijzerlinksachter defect!of. Richtingaanwijzerrechtsachter defect!Kentekenverlichtingdefect!Door specialist latencontroleren.knippert geel.De defecte lamp wordtweergegeven:Actieve koplamp de-fect. Door specia-list laten controleren.WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het wegverkeer dooruitvallen van de verlichtingvan de motorfietsVeiligheidsrisicoEen defecte gloeilamp zosnel mogelijk vervangen.Hiervoor contact opnemenmet een specialist, bij voor-keur een BMW Motorraddealer.Mogelijke oorzaak:Een of meer lampen zijn defect.Defecte lampen door visuelecontrole bepalen.LED-lampen compleet la-ten vervangen.
51WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het verkeer door uit-val van de voertuigverlich-tingVeiligheidsrisicoDe storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats la-ten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.De voertuigverlichting is ge-deeltelijk of volledig uitgevallen.Mogelijke oorzaak:De verlichtingsregeling heefteen communicatiefout ontdekt.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.DWA-accu zwakmet alarmsysteem (DWA)SUDWA-accucapaciteitzwak. Geen beperkin-gen. Maak een afspraakbij een specialist.Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De DWA-accu heeft niet meerzijn volledige capaciteit.
Dewerking van de DWA is bij eenlosgekoppelde motorfietsaccunog slechts beperkt gewaar-borgd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.DWA-accu leegmet alarmsysteem (DWA)SUbrandt geel.DWA-accu ontladen.Autoalarm niet ac-tief. Maak een afspraakbij een specialist.Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De DWA-batterij is leeg. De ac-tivering van het alarm is nietmogelijk nadat de voertuigaccuis losgekoppeld. Alle anderefuncties van de DWA zijn func-tioneel.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.
Omaf te koelen gema-tigd verder rijden.LET OPRijden met oververhitte mo-torMotorschadeBeslist de hieronder ver-melde punten in acht ne-men.Mogelijke oorzaak:Het koelvloeistofpeil is te laag.Koelvloeistofpeil controleren.( 176)Als het koelvloeistofpeil te laagis:Motor laten afkoelen.Koelvloeistof bijvullen.Het koelsysteem dooreen vakwerkplaats latencontroleren, het beste dooreen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:De temperatuursensor heefteen hoge temperatuur in demotor herkend.Zo mogelijk de motor in deel-last laten draaien om hem afte koelen.Als de motortemperatuur va-ker te hoog is, de storing zosnel mogelijk laten verhelpendoor een vakwerkplaats, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Motor oververhitbrandt rood.Motor oververhit!Voorzichtig stoppenen de motor afzetten.
53LET OPRijden met oververhitte mo-torMotorschadeBeslist de hieronder ver-melde punten in acht ne-men.Mogelijke oorzaak:Het koelvloeistofpeil is te laag.Koelvloeistofpeil controleren.( 176)Als het koelvloeistofpeil te laagis:Motor laten afkoelen.Koelvloeistof bijvullen.Het koelsysteem dooreen vakwerkplaats latencontroleren, het beste dooreen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:De motor is oververhit.Voorzichtig stoppen en demotor afzetten, wachten totde motor afgekoeld is.Als de motor vaker oververhitraakt, de storing zo snel mo-gelijk door een vakwerkplaatslaten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Storing aandrijfsysteembrandt.Motor!
54 AANDUIDINGENMogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing vastgesteld die totde beschadiging van het uit-laatsysteem kan leiden.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Het is mogelijk verder te rij-den, maar dit is niet aan teraden.Motorregeling uitgevallenbrandt geel.brandt.Geen communicatiemet motorregeling.Meerdere syst. betrok-ken. Rij voorzichtignaar de dichtstbijz.specialist.Mogelijke oorzaak:De communicatie met de mo-torregeleenheid is uitgevallen.Verder rijden mogelijk. Destoring zo snel mogelijk dooreen vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Motor in noodloopfunctiebrandt geel.Storing in de mo-torregeling. Rus-tig verder rijden mog.Rij voorzichtig naar dedichtstbijz.
specia-list.WAARSCHUWINGOngebruikelijk rijgedrag tij-dens de noodfunctie van demotorGevaar voor ongevallenSterk accelereren en inhaal-manoeuvres vermijden.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing geregistreerd. Inuitzonderingsgevallen slaat demotor af en kan niet meer wor-den gestart. Anders draait demotor in de noodfunctie.Verder rijden mogelijk, hetmotorvermogen staat ech-ter niet zoals gewend ter be-schikking.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.
De motor bevindtzich in de noodloopfunctie.Het is mogelijk verder te rij-den, maar dit is niet aan teraden.Hoge belastingen en toeren-tallen zo mogelijk vermijden.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Bandenspanning in hetgrensgebied van detoelaatbare tolerantiebrandt geel.Bandenspanning nietop voorgeschr. Ban-denspanning controle-ren.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt in het grensgebied van detoegestane tolerantie.Bandenspanning corrigeren.Vóór het aanpassen van debandenspanning de informatieover de temperatuurcompen-satie en over het aanpassenvan de bandenspanning in hethoofdstuk Techniek in detailter harte nemen:met bandenspanningscontrole(RDC)SUTemperatuurcompensatie( 159)met bandenspanningscontrole(RDC)SUAanpassing van de banden-spanning ( 159)
Bandenspanningcontroleren.WAARSCHUWINGBandenspanning buiten detoelaatbare tolerantie.Gevaar voor ongevallen, ver-slechtering van de rijeigen-schappen van het voertuig.Rijstijl aanpassen.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt buiten de toegestane tole-rantie.Banden op beschadigingen enbruikbaarheid controleren.Is de band nog bruikbaar:Bij de volgende gelegenheidde bandenspanning corrige-ren.Vóór het aanpassen van debandenspanning de informatieover de temperatuurcompen-satie en over het aanpassenvan de bandenspanning in hethoofdstuk Techniek in detailter harte nemen:met bandenspanningscontrole(RDC)SUTemperatuurcompensatie( 159)met bandenspanningscontrole(RDC)SUAanpassing van de banden-spanning ( 159)De voorgeschreven banden-spanningswaarden zijn op devolgende plaatsen te vinden:Achterkant omslag van dehandleidingInstrumentenpaneel in hetaanzicht BANDENSPANNINGBandenspanningstabelDe band bij een vakwerk-plaats op beschadigingen la-ten controleren, bij voorkeurbij een BMW Motorrad Part-ner.Bij eventuele twijfel over debruikbaarheid van de band:
57Niet verder rijden.Pechdienst informeren.Overdrachtsstoring"---"Mogelijke oorzaak:Het voertuig heeft de mini-mumsnelheid niet bereikt( 158).RDC-sensor is niet actiefmin. 30 km/h (Pas na over-schrijding van de minimum-snelheid verzendt de RDC-sensor zijn signaal aan demotorfiets.)RDC-weergave in het ooghouden bij hogere snelheid.Pas als daarnaast het alge-mene waarschuwingslampjegaat branden, gaat het omeen permanente storing. In ditgeval:De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Mogelijke oorzaak:De radioverbinding met deRDC-sensoren is verstoord.Mogelijke oorzaak is radiogra-fische apparatuur in de omge-ving die de verbinding tussende RDC-regeleenheid en desensoren stoort.RDC-weergave in een andereomgeving observeren. Pas alsdaarnaast het algemene waar-schuwingslampje gaat bran-den, gaat het om een perma-nente storing.
In dit geval:De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Sensor defect ofsysteemstoringbrandt geel."---"Mogelijke oorzaak:Er zijn wielen zonder RDC-sen-soren gemonteerd.Wielen met RDC-sensorenachteraf aanbrengen.Mogelijke oorzaak:Een of twee RDC-sensoren zijnuitgevallen of er is een sys-teemstoring aanwezig.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.
59schakelaar in- en weer uit-schakelen.Noodoproepfunctie beperktbeschikbaarmet intelligente noodop-roepSUbrandt geel.Noodoproep beperkt.Bij een herhaald op-treden door een garagelaten controleren.Mogelijke oorzaak:De noodoproep kan niet au-tomatisch of niet via BMW totstand worden gebracht.De informatie over de bedie-ning van de intelligente nood-oproep vanaf pagina ( 91)in acht nemen.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Noodoproepfunctieuitgevallenmet intelligente noodop-roepSUbrandt geel.Storing noodoproep.Maak een afspraakbij een specialist.Mogelijke oorzaak:De regeleenheid van het nood-oproepsysteem heeft een uitvalgediagnosticeerd.
De noodop-roepfunctie is uitgevallen.In acht nemen dat de nood-oproep niet kan worden ver-stuurd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Storing zijstandaardbewakingbrandt geel.Bewaking zijstan-daard defect. Ver-der rijden mogelijk. Instand motorstop! Doorspecialist laten contro-leren.Mogelijke oorzaak:Zijstandaardschakelaarof bedrading bescha-digdDe motor wordt bij het over-schrijden van de minimum-snelheid uitgeschakeld. In datgeval is rijden niet meer mo-gelijk.min. 5 km/hContact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.
60 AANDUIDINGENABS-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:ABS-zelfdiagnose nietvoltooidDe ABS-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelf-diagnose niet is afgesloten.(Voor de controle van dewielsensoren moet het voer-tuig een minimumsnelheidmet draaiende motor berei-ken: min. 5 km/h)Langzaam wegrijden. Er reke-ning mee houden dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede ABS-functie niet beschik-baar is.ABS-storingbrandt geel.brandt.ABS beperkt beschik-baar! Rustig door-rijden mog. Rij voor-zichtig naar de dichtst-bijz. specialist.Mogelijke oorzaak:De ABS-regeleenheid heeft eenstoring opgemerkt.
61De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS Pro uitgevallenbrandt geel.brandt.ABS Pro uitgevallen!Rustig verder rij-den mog. Rij voorzich-tig naar de dichtstbijz.specialist.Mogelijke oorzaak:De bewaking van de ABS Pro-functie heeft een storing op-gemerkt. De ABS Pro-functieis niet beschikbaar. De ABS-functie blijft beschikbaar. ABSondersteunt alleen bij het rem-men bij rechtuitrijden.Verder rijden mogelijk.Nadere informatie overbijzondere situaties die eenABS Pro-storingsmeldingkunnen veroorzaken in achtnemen ( 150).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS-regeling alleen bij hetvoorwielknippert niet regelmatig.Mogelijke oorzaak:De ABS-achterwielregeling is inde momenteel geselecteerderijmodus uitgeschakeld.
Deachterwielrem kan het achter-wiel laten blokkeren.Instellingen van de rijmoduscontroleren.Voor meer informatie over deconfiguratie van de rijmodi,zie het hoofdstuk "Techniek indetail" ( 155).DTC-ingreepknippert snel.Mogelijke oorzaak:De DTC heeft een instabiliteitvan het achterwiel herkend envermindert het koppel.Het controle- en waarschu-wingslampje knippert langerdan dat de DTC-ingreep duurt.Daarmee heeft de berijder ookna de kritieke rijsituatie nogeen optische bevestiging vande uitgevoerde regeling.Verder rijden mogelijk. Voor-uitziend rijden.
62 AANDUIDINGENDTC-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert langzaam.Mogelijke oorzaak:DTC-zelfdiagnose nietvoltooidDe DTC-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelf-diagnose niet is afgesloten.(Voor de controle van dewieltoerentalsensoren moetde motorfiets een minimum-snelheid met draaiende mo-tor bereiken: min. 5 km/h)Langzaam wegrijden. Er reke-ning mee houden dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede DTC-functie niet beschik-baar is.DTC uitgeschakeldbrandt.Off!Tractieregeling ge-deactiveerd.Mogelijke oorzaak:Het DTC-systeem is door deberijder uitgeschakeld.DTC inschakelen. ( 97)DTC-storingbrandt geel.brandt.Tractieregelinguitgevallen! Rustigdoorrijden mog. Rijvoorzichtig naar dedichtstbijz. specia-list.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen DTC-storing herkend.LET OPBeschadiging van onderde-lenBeschadiging van bijv.
senso-ren met daaruit resulterendestoringenGeen voorwerpen onder hetbestuurderszadel of de duo-buddyseat meenemen.Boordgereedschap vastzet-ten.Giermomentsensor niet be-schadigen.Er rekening mee houden datde DTC-functie en andere rij-dynamieksystemen niet be-schikbaar zijn.Verder rijden mogelijk. Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een DTC-storing
Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een DTC-storingkunnen leiden in acht nemen( 152).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.D-ESA-storingbrandt geel.Veerpootverstel-ling defect! Rus-tig verder rijden mog.Rij voorzichtig naar dedichtstbijz. specia-list.Mogelijke oorzaak:De Dynamic ESA-regeleen-heid heeft een storing herkend.Componenten van de elektroni-sche onderstelinstelling verto-nen een storing of de commu-nicatie met de regeleenheid isgestoord. De motor is in dezetoestand zeer hard afgeveerden rijdt vooral op slechte weg-oppervlakken oncomfortabel.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats laten
( 132)Neutraalstand N inschakelen.De zijstandaard uitklappen enweer inklappen, daarbij niethet schakelpedaal bedienen.Alle versnellingen met kop-pelingsbediening schakelen.In de betreffende versnellingmeerdere malen de gashendelin de stationaire stand bren-gen en vervolgens weer acce-lereren.De versnellingsindicator stoptmet knipperen als de versnel-lingssensor is ingeleerd.Als de versnellingssensor vol-ledig is ingeleerd, werkt deschakelassistent Pro zoals be-schreven ( 160).Als de inleerprocedure mis-lukt, de storing door een vak-werkplaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Alarmknipperlichteningeschakeldknippert groen.knippert groen.Mogelijke oorzaak:De alarmknipperlichten zijndoor de bestuurder ingescha-keld.Alarmlichtinstallatie bedienen.( 96)OnderhoudsmeldingAls de servicetermijn isoverschreden, gaat naastde datum- of kilometerweer-gave ook het algemene waar-schuwingslampje geel branden.Als de servicetermijn is over-schreden, verschijnt er een geleCheck-Control-melding.
Bo-vendien worden de weergavenvoor onderhoud, onderhoudsaf-spraak en resterende afstand inde menuvensters MIJN VOER-TUIG en BENODIGD ONDER-HOUD gemarkeerd met uitroep-tekens.Als de onderhoudsmel-ding al meer dan éénmaand voor de onderhouds-datum wordt weergegeven,dan moet de actuele datum op-nieuw worden ingesteld. Dezesituatie kan zich voordoen wan-neer de accu losgekoppeld isgeweest.
66 AANDUIDINGENOnderhoud nodigwordt wit weergegeven.Onderhoud nodig! Onder-houd bij een specialistlaten uitvoeren.Mogelijke oorzaak:Op grond van de afgelegdeafstand of de datum is het tijdvoor een onderhoudsbeurt.Onderhoud regelmatig dooreen vakwerkplaats laten uit-voeren, bij voorkeur door eenBMW Motorrad Partner.De bedrijfs- en verkeersveilig-heid van het voertuig blijvenbehouden.Het best mogelijke waardebe-houd van het voertuig wordtverzekerd.Onderhoudsafspraakoverschredenbrandt geel.wordt geel weergegeven.Onderhoud te laat! On-derhoud bij een specia-list laten uitvoeren.Mogelijke oorzaak:Onderhoud is op basis van derijprestaties of de datum telaat.Onderhoud regelmatig dooreen vakwerkplaats laten uit-voeren, bij voorkeur door eenBMW Motorrad Partner.De bedrijfs- en verkeersveilig-heid van het voertuig blijvenbehouden.Het best mogelijke waardebe-houd van het voertuig wordtverzekerd.
Uitge-zonderd zijn toepassingenzonder bediening, zoals te-lefonie via een handsfree-systeem.WAARSCHUWINGAfleiding van de verkeers-situatie en verlies van decontroleGevaar voor ongevallen doorde bediening van geïnte-greerde informatiesystemenen communicatieapparatentijdens het rijdenBedien deze systemen ofapparaten alleen als de ver-keerssituatie het toelaat.Stop indien nodig en bediende systemen of apparatenterwijl u stilstaat.Bij de uitvoering van functiesdie alleen bij stilstand kunnenworden bediend, verschijnt eenbedieningsterugmelding op hetinstrumentenpaneel.BEDIENINGSELEMENTENMulti-Controller1 Multi-ControllerA Cursor in lijsten omhoogbewegenVolume hoger zettenB Cursor in lijsten omlaagbewegenVolume verlagenC Functie overeenkomstigterugmelding activerenSelectie/instelling bevesti-genDoor menuvensters blade-ren
71D Functie overeenkomstigterugmelding activeren ofopnieuw activerenNa de instellingen terug-keren naar het menu-schermEen niveau in de hiërar-chie omhoog gaanDoor menuvensters blade-renTuimeltoets MENUMENU 1 kort aan debovenzijde indrukken:In de menu weergave: Een ni-veau in de hiërarchie omhooggaan.In de weergave Pure Ride:Weergave voor statusregelberijdersinformatie wijzigen.MENU 1 lang aan debovenzijde indrukken:In de menu weergave: Weer-gave Pure Ride openen.In de weergave Pure Ride:Waarde van boordcomputerresetten.De bedieningsfocus naar deNavigator wisselen.MENU 1 kort aan deonderzijde indrukken:Een niveau in de hiërarchieomlaag gaan.Selectie/instelling bevestigen.MENU 1 lang aan deonderzijde indrukken:Teruggaan naar het laatst ge-opende menu, nadat eerst vanmenu is gewisseld door langop de bovenzijde te drukken.Navigatieaanwijzingenworden weergegevenals dialoog wanneer het menuNavigatie niet is geopend.De bediening van de tuimel-toets MENU is tijdelijk beperkt.BEDIENINGMenu oproepenDe tuimeltoets MENU 2 langaan de bovenzijde indrukken,om aanzicht Pure Ride op teroepen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met BMW S 1000 XR (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor BMW
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor