BMW R 18 Classic (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van BMW R 18 Classic (2024) (217 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over BMW R 18 Classic (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | BMW |
| Categorie: | Motor |
| Model: | R 18 Classic (2024) |
Handleiding BMW R 18 Classic (2024) – volledige tekst
4 ALGEMENE AANWIJZINGENORIËNTATIEDe nadruk is gelegd op eensnelle oriëntatie in deze hand-leiding. Het snelst vindt u be-paalde onderwerpen via de in-dex aan het eind. Als u eersteen overzicht van de motor-fiets wilt hebben, vindt u datin hoofdstuk 2. In het hoofd-stuk Service worden alle uit-gevoerde onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden ge-documenteerd. Voor coulan-ceregelingen is het absoluutnoodzakelijk dat kan wordenaangetoond dat de vereiste on-derhoudswerkzaamheden zijnuitgevoerd.AFKORTINGEN EN SYMBO-LENVOORZICHTIG Gevaarmet laag risico. Niet ver-mijden kan leiden tot gering ofmatig letsel.WAARSCHUWING Ge-vaar met gemiddeld risico.Niet vermijden kan leiden totde dood of ernstig letsel.GEVAAR Gevaar methoog risico. Niet vermij-den leidt tot de dood of ernstigletsel.ATTENTIE Bijzondereaanwijzingen en veilig-heidsmaatregelen.
Niet op-volgen kan de motorfiets ofaccessoires beschadigen endaarmee tot uitsluiting van degarantie leiden.Speciale aanwijzingenvoor een betere hante-ring bij bedienings-, controle-en afstelprocedures alsmedeverzorgingswerkzaamheden.Werkinstructie.Resultaat van een re-paratieactiviteit.Verwijst naar een pa-gina met extra infor-matie.Geeft het einde vanaccessoire- of uitrus-tingsafhankelijke infor-matie aan.Aanhaalmoment.Technische gegevens.SU Speciale uitrusting.BMW Motorrad speci-ale uitrustingen wor-den al bij de productievan de voertuigen in-gebouwd.
5OA Optionele accessoires.BMW Motorradoptionele accessoireskunnen bij uwBMW MotorradPartner wordenverkregen en achterafworden gemonteerd.ABSAntiblokkeersysteem.ASCAutomatische stabili-teitsregeling.HSC Hill Start ControlDWADiefstalbeveiligingsin-stallatie.EWSElektronische wegrij-beveiliging.RDCBandenspanningscon-trole.UITVOERINGBij de aanschaf van uwBMW Motorrad hebt u gekozenvoor een model met eenindividuele uitrusting. Dezehandleiding beschrijft doorBMW aangeboden specialeopties (SU) en geselecteerdeoptionele accessoires (OA). Wijvragen uw begrip voor het feitdat er ook uitrustingsvariantenworden beschreven die u mo-gelijk niet hebt geselecteerd.Tevens zijn landspecifiekeafwijkingen van de afgebeeldemotorfiets mogelijk.Als uw motorfiets niet beschre-ven uitvoeringen bevat, vindt ude beschrijving ervan in een af-zonderlijke handleiding.TECHNISCHE GEGEVENSAlle gegevens t.a.v.
maten, ge-wichten en prestaties in dehandleiding hebben betrekkingop het Deutsches Institut fürNormung e. V. (DIN) en zijn in-clusief de hierdoor gehanteerdetoleranties.Technische gegevens en spe-cificatie in deze handleidingdienen ter indicatie. De voer-tuigspecifieke gegevens kun-nen daarvan afwijken, bijv. opgrond van geselecteerde speci-ale opties, de landuitvoering oflandspecifieke meetprocedures.Gedetailleerde waarden kun-nen worden ontleend aan dekentekenbewijsdocumenten ofbij uw BMW Motorrad Partnerof een andere gekwalificeerdeservicepartner of vakwerkplaatsworden opgevraagd. De speci-ficaties in de voertuigpapierenhebben steeds prioriteit bovende specificaties in deze hand-leiding.
6 ALGEMENE AANWIJZINGENACTUALITEITHet hoge veiligheids- en kwa-liteitsniveau van BMW motor-fietsen wordt door een conti-nue doorontwikkeling van deconstructie, uitrusting en acces-soires gegarandeerd. Hierdoorkunnen eventuele afwijkingentussen deze handleiding en deScooter ontstaan. Ten tijde vande fabricage van de motorfietsis de handleiding de meest ac-tuele bron.
Som-mige regeleenheden zijn nodigvoor het veilig functioneren vanhet voertuig of ondersteunenbij het rijden, bijv. hulpsyste-men. Daarenboven maken re-geleenheden comfort- of Info-tainmentfuncties mogelijk.Informatie over opgeslagen ofuitgewisselde gegevens is ver-krijgbaar bij de fabrikant vanhet voertuig, bijv. via een af-zonderlijke brochure.
Voor het verkrij-gen van deze informatie moeteen bewijs van houderschap ofgebruik worden overlegd.Het recht op informatie om-vat tevens informatie met be-trekking tot gegevens die aanandere ondernemingen of in-stanties zijn doorgegeven.Op de webpagina van de fa-brikant van het voertuig vindtu de telkens toepasselijke pri-vacyverklaringen. Deze priva-cyverklaringen bevatten infor-matie over het recht op wissenof corrigeren van gegevens.De fabrikant van het voertuigvermeldt op internet ook zijncontactgegevens en die van detoezichthouder voor gegevens-bescherming.De voertuigbezitter kan bij eenBMW Motorrad Partner, eenandere gekwalificeerde serv-
8 ALGEMENE AANWIJZINGENicepartner of een vakwerk-plaats eventueel tegen betalingde in het voertuig opgeslagengegevens laten uitlezen.Voor het uitlezen wordt dewettelijk voorgeschreven 12V-contactdoos voor On-Board-Diagnose (OBD) in het voertuiggebruikt.Wettelijke vereisten inzakede openbaarmaking vangegevensDe fabrikant van het voertuig isin het kader van het geldenderecht verplicht om bij hem op-geslagen gegevens aan de au-toriteiten beschikbaar te stel-len. Dit beschikbaar stellen vangegevens in de vereiste mategebeurt in specifieke gevallen,bijv.
voor het ophelderen vaneen misdrijf.Overheidsinstanties zijn in hetkader van het geldende rechtbevoegd om in specifieke ge-vallen zelf gegevens uit hetvoertuig uit te lezen.Bedrijfsgegevens in hetvoertuigVoor het bedrijf van het voer-tuig verwerken regeleenhedengegevens.Hiertoe behoren bijv.:Statusmeldingen van het voer-tuig en de afzonderlijke com-ponenten ervan, bijv. wieltoe-rental, wielomtreksnelheid,bewegingsvertragingOmgevingsomstandigheden,bijv. temperatuurDe verwerkte gegevens wordenalleen in het voertuig zelf ver-werkt en zijn doorgaans vluch-tig. De gegevens worden nietlanger dan de bedrijfstijd opge-slagen.Elektronische componenten,bijv. regeleenheden, bevattencomponenten voor het op-slaan van technische informa-tie.
Deze kunnen informatieover voertuigtoestand, com-ponentbelasting, voorvallen ofstoringen tijdelijk of permanentopslaan.Deze informatie documenteertin het algemeen de toestandvan een component, een mo-dule, een systeem of de omge-ving, bijv.:bedrijfstoestanden van sys-teemcomponenten, bijv. vul-peilen, bandenspanningswaar-denstoringen en functiestoringenin belangrijke systeemcompo-nenten, bijv. licht en remmenreacties van het voertuig inspeciale rijsituatie, bijv. active-
9ren van de rijdynamieksyste-meninformatie over voorvallen metschade aan het voertuigDe gegevens zijn noodzakelijkvoor het uitvoeren van de re-geleenheidfuncties. Bovendiendienen deze voor het herken-nen en het verhelpen van sto-ringen en het optimaliseren vanvoertuigfuncties door de fabri-kant van het voertuig.Deze gegevens zijn grotendeelsvluchtig en worden in het voer-tuig zelf verwerkt. Slechts eenklein deel van de gegevenswordt afhankelijk van de aan-leiding opgeslagen in voorval-of storingsgeheugens.Bij een beroep op onderhouds-activiteiten, bijv. reparaties, on-derhoudsprocessen, garantie-claims en kwaliteitsborgings-maatregelen, kan deze techni-sche informatie samen met hetvoertuigidentificatienummer uithet voertuig worden uitgelezen.Het uitlezen van de informatiekan door een BMW MotorradPartner of een vakwerkplaatsgebeuren.
Voor het uitlezenwordt de wettelijk voorge-schreven 12 V-contactdoosvoor On-Board-Diagnose(OBD) in het voertuig gebruikt.De gegevens worden door debetreffende functionarissenvan het dealernetwerk ver-gaard, verwerkt en gebruikt.De gegevens documenterentechnische toestanden van hetvoertuig, helpen bij het storing-zoeken, het nakomen van ga-rantieverplichtingen en bij dekwaliteitsverbetering.Daarenboven heeft de fabri-kant productobservatieplichtenkrachtens het productaanspra-kelijkheidsrecht. Voor het na-komen van deze plichten heeftde fabrikant van het voertuigtechnische gegevens uit hetvoertuig nodig.
De gegevensuit het voertuig kunnen ookworden gebruikt om garantie-claims van de klant te controle-ren.Storings- en eventdatarecor-ders in het voertuig kunnen inhet kader van reparatie- of ser-vicewerkzaamheden bij eenBMW Motorrad Partner of eenvakwerkplaats worden terugge-zet.Gegevensinvoer engegevensoverdracht in hetvoertuigAlgemeenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen comfortinstellingen en
10 ALGEMENE AANWIJZINGENpersoonlijke instellingen in hetvoertuig worden opgeslagen ente allen tijde worden gewijzigdof gereset.Gegevens kunnen evt. in hetentertainment- en communi-catiesysteem van het voertuigworden ingevoerd, bijv. via eensmartphone.Daartoe behoren afhankelijkvan de betreffende uitvoering:Multimediagegevens, zoalsmuziek voor afspelenAdresboekgegevens voor ge-bruik in combinatie met eencommunicatiesysteem of eengeïntegreerd navigatiesys-teemIngevoerde navigatiebestem-mingenGegevens m.b.t. het gebruikvan internetservices. Dezegegevens kunnen lokaal inhet voertuig worden opgesla-gen, of ze staan op een ap-paraat dat met het voertuig isverbonden, bijv. smartphone,USB-stick, MP3-speler.
Alsdeze gegevens in het voertuigworden opgeslagen, kunnendeze te allen tijde worden ge-wist.Deze gegevens worden uitslui-tend op persoonlijke wens inhet kader van het gebruik vanonlinediensten doorgegevenaan derden. Dit is afhankelijkvan de geselecteerde instel-lingen bij het gebruik van dediensten.Integratie van mobieleeindapparatenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen met het voertuig ver-bonden mobiele eindappara-ten, bijv. smartphones, via debedieningselementen van hetvoertuig worden aangestuurd.Daarbij kunnen beeld en ge-luid van het mobiele eindappa-raat via het multimediasysteemworden uitgevoerd. Tegelijker-tijd wordt er bepaalde infor-matie aan het mobiele eindap-paraat overgedragen. Afhan-kelijk van het soort integratiebehoren daartoe bijv. positie-gegevens en andere algemenevoertuiginformatie.
11DienstenAlgemeenAls het voertuig een draadlozeverbinding heeft, maakt dezehet uitwisselen van gegevenstussen het voertuig en anderesystemen mogelijk. De draad-loze verbinding wordt mogelijkgemaakt door een zend- enontvangstmodule in het voer-tuig zelf of via persoonlijk in-gebrachte mobiele eindappa-raten, bijv. smartphones. Viadeze draadloze verbinding kun-nen zogenaamde onlinefunctiesworden gebruikt. Dit zijn ondermeer onlinediensten en appsvan de fabrikant van het voer-tuig of van andere providers.Diensten van devoertuigfabrikantBij online-diensten van de fa-brikant van het voertuig wor-den de betreffende functiesbeschreven in de betreffendebron, bijv. handleiding, webpa-gina van de fabrikant. Deze be-vat ook de relevante informatieover rechten m.b.t. gegevens-beveiliging. Voor het verlenenvan onlinediensten kunne per-soonsgebonden gegevens wor-den gebruikt.
Gegevens wor-den uitgewisseld via een veiligeverbinding, bijv. met de daar-voor bedoelde IT-systemen vande fabrikant van het voertuig.Het vergaren, verwerken en ge-bruiken van persoonsgebon-den gegevens tot verder danhet verlenen van diensten ge-beurt uitsluitend op basis vaneen wettelijk toestemming,een contractuele afspraak of opgrond van een inwilliging. Hetis ook mogelijk om de gehelegegevensverbinding te latenactiveren of deactiveren. Dewettelijk voorgeschreven func-ties zijn hiervan uitgesloten.Diensten van andere providersBij het gebruik van onlinedien-sten van andere providers val-len deze diensten onder de ver-antwoordelijkheid en de gege-vensbeveiligings- en gebruiks-voorwaarden van de betref-fende provider. De fabrikantvan het voertuig heeft geeninvloed op de daarbij uitge-wisselde content.
Informatieover het soort, de omvang enhet doel van het vergaren engebruiken van persoonsgebon-den gegevens in het kader vandiensten van derden kan wor-den opgevraagd bij de betref-fende provider.
24 AANDUIDINGENCONTROLELAMPJESWeergaveWaarschuwingen worden doorhet betreffende waarschu-wingslampje weergegeven.Als er meerdere waarschuwin-gen worden getoond, wordenalle overeenkomstige waar-schuwingslampjes en waar-schuwingssymbolen weergege-ven.Een overzicht van de mogelijkewaarschuwingen vindt u op devolgende pagina's.Waarschuwingen waarvoorgeen afzonderlijk waarschu-wingslampje beschikbaar is,worden door een waarschu-wingssymbool 1 op het mul-tifunctioneel display met hetalgemene waarschuwings-lampje 2 weergegeven.
Afhan-kelijk van de ernst van de waar-schuwing brandt of knipperthet algemene waarschuwings-lampje.Waarschuwingen bevestigenWaarschuwingen 2 moetendoor het bedienen van detoets 1 aan de boven- ofonderzijde worden bevestigd.Pas na het bevestigen vande waarschuwing 2 wordtde laatst actieve weergavegetoond.Als meerdere waarschuwingenaanwezig zijn, moet door hetbedienen van de toets 1 de vol-gende waarschuwing 2 wordenopgeroepen en bevestigd.
26 AANDUIDINGENOverzicht waarschuwingsindicatiesControle- enwaarschuwings-lampjesMeldingtekst Betekenisbrandt. wordt weergegeven.EWS actief( 29)brandt. wordt weergegeven.Radiografischesleutel buiten hetontvangstbereik( 29)brandt. wordt weergegeven.Batterij van deradiografischesleutel vervangen( 29)knippert. wordt weergegeven.Motortemperatuurte hoog ( 29)brandt. wordt weergegeven.Motor innoodloopfunctie( 30)knippert. wordt weergegeven.Motorwaarschu-wing ( 31)brandt.Storing aandrij-ving ( 31)knippert.knippert.wordt weergegeven.Ernstige storingaandrijving( 31)brandt. wordt weergegeven.Boordnetspanningte laag ( 32)brandt. wordt weergegeven.Boordnetspanningkritisch ( 32)
27Controle- enwaarschuwings-lampjesMeldingtekst Betekenisbrandt. wordt weergegeven.Lamp defect( 32)knippert.ABS-zelfdiagnoseniet beëindigd( 33)brandt.ABS-storing( 33)knippertsnel.ASC-ingreep( 33)knippert.ASC-zelfdiagnoseniet beëindigd( 34)brandt.ASC uitgescha-keld ( 34)brandt.ASC-storing( 34)wordt weergegeven.DWA-accu zwak( 34)brandt. wordt weergegeven.DWA-batterij leegof DWA uitgeval-len ( 35)brandt. wordt weergegeven.Bovendien knippertde kritische banden-spanning.Bandenspanningin het grensge-bied van de toe-laatbare tolerantie( 36)
28 AANDUIDINGENControle- enwaarschuwings-lampjesMeldingtekst Betekenisknippert. wordt weergegeven.Bovendien knippertde kritische banden-spanning.Bandenspanningbuiten de toelaat-bare tolerantie( 36)brandt. wordt weergegeven.Batterij van debandenspan-ningssensor zwak( 37)brandt. wordt weergegevenin combinatie met dekilometerteller KM Rresp. MI R.Brandstofreservebereikt ( 37)wordt weergegeven.Hill Start Controlactief ( 38)brandt. knippert.Hill Start Con-trol automatischgedeactiveerd( 38)knippert.Hill Start Controlniet activeerbaar( 39)wordt weergegeven.Onderhoud nodig( 39)brandt. wordt weergegeven.Onderhoud over-schreden ( 39)
U kunt doorrijden,de motor wordt niet uitge-schakeld.Defecte radiografische sleu-tels door een BMW MotorradPartner laten vervangen.Batterij van de radiografischesleutel vervangenbrandt.wordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De batterij van de radiografi-sche sleutel heeft niet meerde volledige capaciteit. Dewerking van de radiografischesleutel is nog voor een be-perkte tijd gewaarborgd.Batterij van de radiografischesleutel vervangen. ( 58)Motortemperatuur te hoogknippert.wordt weergegeven.
Demotor wordt onder de vol-gende voorwaarden uitge-schakeld:Zijstandaard is uitgeklapt.Rem wordt niet bediend.Gashendel in de stationairestand.Als de motortemperatuur va-ker te hoog is, de storing zosnel mogelijk laten verhelpendoor een specialist, bij voor-keur een BMW Motorrad Part-ner.Motor in noodloopfunctiebrandt.wordt weergegeven.WAARSCHUWINGOngebruikelijk rijgedrag tij-dens de noodfunctie van demotorGevaar voor ongevallenSterk accelereren en inhaal-manoeuvres vermijden.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing geregistreerd. Inuitzonderingsgevallen slaat demotor af en kan niet meer wor-den gestart. Anders draait demotor in de noodfunctie.Verder rijden mogelijk, hetmotorvermogen staat ech-ter niet zoals gewend ter be-schikking.Storingen zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.
De motor bevindtzich in de noodloopfunctie.Hoge belastingen en toeren-tallen zo mogelijk vermijden.Storingen zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Het is mogelijk verder te rij-den, maar dit is niet aan teraden.Storing aandrijvingbrandt.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing vastgesteld die ge-volgen heeft voor de uitstootvan schadelijke stoffen en/ofwaardoor het vermogen wordtgereduceerd.De storing bij een vakwerk-plaats laten controleren, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Verder rijden mogelijk, de uit-stoot van schadelijke stoffenligt boven de voorgeschrevenwaarden.Ernstige storing aandrijvingknippert.knippert.wordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing vastgesteld die be-schadiging van het uitlaatgas-systeem kan veroorzaken.Storingen zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.
verwarmingsvesten).Boordnetspanning kritischbrandt.wordt weergegeven.WAARSCHUWINGUitval van de voertuigsyste-menGevaar voor ongevallenNiet verder rijden.Mogelijke oorzaak:Storing dynamo, accu defect ofzekering voor dynamoregelaardoorgebrand.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Lamp defectbrandt.wordt weergegeven.WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het wegverkeer dooruitvallen van de verlichtingvan de motorfietsVeiligheidsrisicoEen defecte gloeilamp zosnel mogelijk vervangen.Hiervoor contact opnemenmet een specialist, bij voor-keur een BMW Motorraddealer.
33Mogelijke oorzaak:Een of meer lampen zijn defect.Door middel van visuele con-trole defecte gloeilampen op-sporen.LED-lampen compleet la-ten vervangen. Daartoe con-tact opnemen met een vak-werkplaats, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:ABS-zelfdiagnose nietvoltooidDe ABS-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelf-diagnose niet is afgesloten.(Voor de controle van dewielsensoren moet het voer-tuig een minimumsnelheidmet draaiende motor berei-ken: min. 5 km/h)Langzaam wegrijden. Houd errekening mee dat tot het af-sluiten van de zelfdiagnose deABS-functie niet beschikbaaris.ABS-storingbrandt.Mogelijke oorzaak:De ABS-regeleenheid heeft eenstoring opgemerkt. De gedeel-telijk integrale rem en de func-tie Dynamic Brake Control zijnuitgevallen.
De ABS-functie isniet beschikbaar.Doorrijden met inachtnemingvan de uitgevallen functiesmogelijk. Uitgebreide infor-matie over situaties die toteen ABS-storing kunnen lei-den ( 113) in acht nemen.Storingen zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ASC-ingreepknippert snel.De ASC heeft een instabiliteitvan het achterwiel herkend envermindert het koppel. HetASCcontrole- en waarschu-wingslampje knippert langerdan de ASC-ingreep duurt.Daarmee heeft de berijder ookna de kritieke rijsituatie nogeen optische bevestiging vande uitgevoerde regeling.
34 AANDUIDINGENASC-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:ASC-zelfdiagnose nietvoltooidDe ASC is niet beschikbaar,omdat de zelfdiagnose niet isafgesloten. (Voor de controlevan de wieltoerentalsenso-ren moet de motorfiets eenminimumsnelheid met draai-ende motor bereiken: min.5 km/h)Langzaam wegrijden. Houder rekening mee dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede ASC niet beschikbaar is.ASC uitgeschakeldbrandt.Mogelijke oorzaak:De ASC is door de berijder uit-geschakeld.ASC inschakelen. ( 68)ASC-storingbrandt.Mogelijke oorzaak:De ASC-regeleenheid heeft eenstoring opgemerkt. De ASC-functie is niet beschikbaar.Verder rijden mogelijk. Houder rekening mee dat de ASC-functie en de motorsleepmo-mentregeling niet beschikbaarzijn.
Uitgebreide informa-tie over situaties die tot eenASC-storing kunnen leiden inacht nemen ( 114).Storingen zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.DWA-accu zwakmet alarmsysteem (DWA)SUwordt weergegeven.Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De DWA-accu heeft niet meerzijn volledige capaciteit. Dewerking van de DWA is bijlosgekoppelde voertuigaccunog slechts gedurende een be-perkte tijd gewaarborgd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.
35DWA-batterij leeg of DWAuitgevallenmet alarmsysteem (DWA)SUbrandt.wordt weergegeven.Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:DWA -batterij is ontladen of deDWA-regeleenheid heeft eencommunicatiestoring gedia-gnosticeerd. De activering vanhet alarm is niet mogelijk nadatde voertuigaccu is losgekop-peld. Alle andere functies vande DWA zijn functioneel. DeDWA kan mogelijk niet meerworden geactiveerd of gedeac-tiveerd. Vals alarm mogelijk.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Bandenspanningmet bandenspanningscontrole(RDC)SUF-waarden 2 hebben betrek-king op het voorwiel, R-waar-den 2 op het achterwiel.De bandensymbolen 3 en ! 1worden getoond, wanneer detoegestane bandenspanningonderschreden wordt.
De ban-denspanning 2 knippert.Meteen na het inschakelen vanhet contact worden er alleenstreepjes weergegeven. Deoverdracht van de bandenspan-ningswaarden begint pas nadatde volgende minimumsnelheidvoor het eerst is overschreden:RDC-sensor is niet actiefmin. 30 km/h (Pas na over-schrijding van de minimum-snelheid verzendt de RDC-sensor zijn signaal aan demotorfiets.)
36 AANDUIDINGENDe bandenspanningenworden op het instru-mentenpaneel met tempera-tuurcompensatie weergege-ven en hebben altijd betrek-king op de volgende lucht-temperatuur in de band:20 °CAls de betreffende waardebinnen het grensgebiedvan de toelaatbare tolerantieligt, brandt bovendien het al-gemene waarschuwingslampje.Als de gemeten bandenspan-ning buiten de toelaatbare to-lerantie ligt, knippert het alge-mene waarschuwingslampje.Uitgebreide informatie over deBMW Motorrad RDC vindt uin het hoofdstuk "Techniek indetail" vanaf pagina ( 118).Bandenspanning in hetgrensgebied van detoelaatbare tolerantiemet bandenspanningscontrole(RDC)SUbrandt.wordt weergegeven.
Bo-vendien knippert de kriti-sche bandenspanning.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt in het grensgebied van detoegestane tolerantie.De bandenspanning volgensde gegevens op de achter-zijde van de omslag van dehandleiding corrigeren.Vóór het aanpassen vande bandenspanning de in-formatie over de temperatuur-compensatie en over het aan-passen van de bandenspanningin het hoofdstuk "Techniek indetail" ter harte nemen:Temperatuurcompensatie( 119)Bandenspanning buiten detoelaatbare tolerantiemet bandenspanningscontrole(RDC)SUknippert.wordt weergegeven. Bo-vendien knippert de kriti-sche bandenspanning.
37WAARSCHUWINGBandenspanning buiten detoelaatbare tolerantie.Gevaar voor ongevallen, ver-slechtering van de rijeigen-schappen van het voertuig.Rijstijl aanpassen.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt buiten de toegestane tole-rantie.Banden op beschadigingen enbruikbaarheid controleren.Is de band nog bruikbaar:Bij de volgende gelegenheidde bandenspanning corrige-ren.Vóór het aanpassen vande bandenspanning de in-formatie over de temperatuur-compensatie en over het aan-passen van de bandenspanningin het hoofdstuk "Techniek indetail" ter harte nemen:Temperatuurcompensatie( 119)De band bij een vakwerk-plaats op beschadigingen la-ten controleren, bij voorkeurbij een BMW Motorrad Part-ner.Bij eventuele twijfel over debruikbaarheid van de band:Niet verder rijden.Pechdienst informeren.Batterij van debandenspanningssensor zwakmet bandenspanningscontrole(RDC)SUbrandt.wordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De batterij van de bandenspan-ningssensor heeft niet meerzijn volledige capaciteit.
38 AANDUIDINGENWAARSCHUWINGOnregelmatig draaien, ofuitschakeling van de motorvanwege brandstofgebrekGevaar voor ongevallen, be-schadiging van de katalysatorDe benzinetank niet leegrij-den.Mogelijke oorzaak:In de brandstoftank bevindtzich nog maximaal de brand-stofreserve.Brandstofreservecirca 4 lTanken. ( 103)BrandstofreserveDe brandstofhoeveelheid diezich bij het inschakelen van hetbrandstofreservecontrolelampjein de brandstoftank bevindt, isafhankelijk van de rijdynamiek.Hoe sterker de brandstof in debrandstoftank beweegt (doorvaak wisselende schuine posi-ties, door vaak te remmen ente accelereren), hoe moeilijkerhet wordt om de brandstofre-serve vast te stellen.
Hierdoorkan de brandstofreserve nietexact worden aangegeven.Samen met het reserve-controlelampje wordt detot nu toe in de brandstofre-serve afgelegde afstand KM Rof MI R weergegeven.De afstand die nog kan wordengereden met de brandstofre-serve is afhankelijk van de rij-stijl (van het verbruik) en vande op het moment van inscha-kelen nog beschikbare brand-stofhoeveelheid.De kilometerteller voor debrandstofreserve wordtgereset als na het tanken dehoeveelheid brandstof groter isdan de reservehoeveelheid.Hill Start Control actiefwordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De Hill Start Control ( 120)is door de berijder geactiveerd.Hill Start Control uitschakelen.Hill Start Control automatischgedeactiveerdbrandt.knippert.
39Mogelijke oorzaak:De Hill Start Control is automa-tisch gedeactiveerd.Zijstandaard is uitgeklapt.Hill Start Control is bij uitge-klapte zijstandaard gedeacti-veerd.Motor is afgezet.Hill Start Control is bij afge-zette motor gedeactiveerd.Hill Start Control nietactiveerbaarknippert.Mogelijke oorzaak:Hill Start Control kan niet wor-den geactiveerd.Zijstandaard inklappen.Hill Start Control werkt alleenbij ingeklapte zijstandaard.Motor starten.Hill Start Control werkt alleenbij draaiende motor.Onderhoud nodigwordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:Onderhoud is vanwege derijprestaties of de datumvereist.Onderhoud regelmatig dooreen vakwerkplaats laten uit-voeren, bij voorkeur door eenBMW Motorrad Partner.De bedrijfs- en verkeersveilig-heid van het voertuig blijvenbehouden.Het best mogelijke waardebe-houd van het voertuig wordtverzekerd.Onderhoud overschredenbrandt.wordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:Onderhoud is op basis van derijprestaties of de datum telaat.Onderhoud regelmatig dooreen vakwerkplaats laten uit-voeren, bij voorkeur door eenBMW Motorrad Partner.De bedrijfs- en verkeersveilig-heid van het voertuig blijvenbehouden.Het best mogelijke waardebe-houd van het voertuig wordtverzekerd.
40 AANDUIDINGENONDERHOUDSMELDINGIndien onderhoud binnen eenmaand noodzakelijk is, wor-den het symbool voor onder-houd 4 en de onderhoudsda-tum 3 weergegeven. De weer-gave SERV 2 moet door hetbedienen van de toets 1 wor-den bevestigd.Indien onderhoud binnen1000 km noodzakelijk is,worden het symbool vooronderhoud 4 en de resterendeafstand 3 weergegeven en instappen van 100 km afgeteld.De weergave SERV 2 moetdoor het bedienen van detoets 1 worden bevestigd.Als de onderhoudsmel-ding al meer dan eenmaand vóór de onderhouds-datum verschijnt, dan moet deop het instrumentenpaneel op-geslagen datum worden inge-steld. Deze situatie kan zichvoordoen als de accu van hetvoertuig is losgekoppeld.
Uitge-zonderd zijn toepassingenzonder bediening, zoals te-lefonie via een handsfree-systeem.WAARSCHUWINGAfleiding van de verkeers-situatie en verlies van decontroleGevaar voor ongevallen doorde bediening van geïnte-greerde informatiesystemenen communicatieapparatentijdens het rijdenBedien deze systemen ofapparaten alleen als de ver-keerssituatie het toelaat.Stop indien nodig en bediende systemen of apparatenterwijl u stilstaat.Bij de uitvoering van functiesdie alleen bij stilstand kunnenworden bediend, verschijnt eenbedieningsterugmelding op hetinstrumentenpaneel.BEDIENINGSELEMENTENTuimeltoetsTuimeltoets 1 kort aan debovenzijde indrukken:Volgende waarde/menu weer-gevenParameter selecterenInstelling uitvoerenDe tuimeltoets 1 lang bovenindrukken:SETUP beëindigenTuimeltoets 1 kort aan deonderzijde indrukken:Naar de vorige waarde/hetvorige menu terugkerenNaar de vorige parameter te-rugkerenInstelling uitvoeren
46 INSTRUMENTENPANEELBEDIENINGWEERGAVE SELECTERENVoorwaardeDe motorfiets staat stil.Het contact inschakelen.( 57)De boordcomputer wordtweergegeven.De toets 1 zo vaak kort in-drukken, totdat de gewenstewaarde wordt weergegeven.Mogelijke weergaven:Totaalafstand: KMDagteller 1: KM 1Automatische dagteller: KM Awordt automatisch geresetals na het uitschakelen vanhet contact ten minste 6 uurverstreken is en de datum isgewijzigd.Na het bereiken van de opde brandstofreserve geredenafstand: KM R, alleen selec-teerbaar bij brandstofreserve.Gemiddelde snelheid: ØKM/HBoordnetspanning: VOLTDatum: DD.MM.Gemiddeld verbruik: ØL/100Momenteel verbruik: L/100,bij stilstand van het voertuig:L/HKlok: H:MToerental: RPM
47met bandenspanningscontrole(RDC)SUBandenspanningsweergaveachterwiel: R BARmet bandenspanningscontrole(RDC)SUBandenspanningsweergavevoorwiel: F BARResterend aantal kilometerstot service: SERV kan alleenworden geselecteerd als on-derhoud binnen 1000 kmnoodzakelijk is of als het on-derhoud is overschreden.Onderhoudsdatum: SERV kanalleen worden geselecteerdals onderhoud binnen eenmaand noodzakelijk is of alshet onderhoud is overschre-den.Actieve waarschuwingen:WARN kan alleen worden ge-selecteerd als waarschuwin-gen actief zijn.Menu voor instellingen oproe-pen: SETUP ENTERWeergaven configureren.( 50)
49SETUPSETUP selecterenVoorwaardeDe motorfiets staat stil.De toets 1 zo vaak kort in-drukken, tot SETUP ENTERwordt weergegeven.Toets 1 lang onder indrukken,om SETUP op te roepen.Toets 1 telkens kort bovenindrukken om de volgendeparameter te selecteren.Toets 1 telkens kort onderindrukken om terug naar devorige parameter te gaan.In SETUP kunnen de volgendeparameters worden geselec-teerd:Automatische dagrijverlichtingactiveren DRL A ON of deacti-veren DRL A OFF.Helderheid van de achter-grondverlichting voor het in-strumentenpaneel instellenBRIGHT.met Hill Start ControlSUWegrijhulp Hill Start Controlactiveren HSC ON of deactive-ren HSC OFF.met alarmsysteem (DWA)SUAlarmfunctie van de diefstal-beveiligingsinstallatie na hetuitschakelen van het con-tact automatisch activerenDWA ON of uitgeschakeld latenDWA OFF.Tijdsaanduiding instellenCLOCK.Datum instellen DATE.Weergaven configurerenSET DISPLAY.Eenheden instellen UNIT.Weergaven resetten RESET.SETUP menu verlatenSETUP EXIT.Toets 1 lang onder indrukkenom de gewenste parameterop te roepen.SETUP beëindigenVoorwaardeEr zijn drie mogelijkheden omSETUP te beëindigen.
50 INSTRUMENTENPANEELToets 1 lang boven indrukken.SETUP ENTER wordt weerge-geven.Alternatief: De toets 1zo vaak kort indrukken,tot SETUP EXIT wordtweergegeven.Toets 1 lang onder indrukken.SETUP ENTER wordt weerge-geven.Alternatief: Wegrijden.Snelheid voor de bedie-ning in SETUPmax. 10 km/hBij het overschrijden van detoegelaten snelheid voor debediening wordt SETUP auto-matisch beëindigd.KM wordt weergegeven.SETUP resettenHet contact inschakelen.SETUP selecteren. ( 49)De toets 1 zo vaak kort in-drukken, tot SETUP RESETwordt weergegeven.Toets 1 lang onder indrukken,totdat weergave RESET knip-pert.Door gebruik te makenvan de SETUP RESET-functie worden ook datum entijd op een standaardwaardeteruggezet.SETUP EXIT wordt weerge-geven.SETUP beëindigen. ( 49)DISPLAYWeergaven configurerenVoorwaardeDe motorfiets staat stil.Het contact inschakelen.( 57)SETUP selecteren. ( 49)
51De toets 1 zo vaakkort indrukken, totSET DISPLAY ENTER wordtweergegeven.Toets 1 lang onder indrukken,om SET DISPLAY op te roe-pen.Toets 1 indrukken, om weer-gave te selecteren.De volgende weergaven kun-nen worden gedeactiveerd:DagtellerAutomatische dagtellerGemiddelde snelheidBoordnetspanningDatumGemiddeld verbruikMomenteel verbruikKlokToerentalmet bandenspanningscontrole(RDC)SUBovendien afhankelijk van deuitrusting van het voertuig:BandenspanningsweergaveToets 1 lang onder indrukken,om de betreffende gewensteweergave op te roepen.De actueel geselecteerde in-stelling knippert.Toets 1 indrukken, om de ge-selecteerde weergave te de-activeren OFF of te activerenON.Toets 1 lang onder indrukken,om de ingestelde waarde tebevestigen.Alternatief: Toets 1 lang bo-ven indrukken, om de instel-ling zonder opslaan af te slui-ten.Toets 1 lang onder indrukken,om SET DISPLAY af te slui-ten.SET UNIT ENTER wordtweergegeven.Als de weergaven moetenworden gereset naar de fa-brieksinstellingen, de toets 1zo vaak kort indrukken, totSET DISPLAY RESET wordtweergegeven.Toets 1 lang onder indrukken,totdat de weergave RESETknippert.Weergaven zijn gereset naarde fabrieksinstellingen.Weergave SET DISPLAYEXIT wordt weergegeven.Toets 1 lang onder indrukken,om SET DISPLAY af te slui-ten.SET UNIT ENTER wordtweergegeven.
57CONTACTRadiografische sleutelsHet controlelampje vande radiografische sleutelknippert, zo lang de radiografi-sche sleutel gezocht wordt.Hij dooft als de radiografischesleutel resp. de reservesleutelwordt gevonden.Als de radiografische sleutelresp. de reservesleutel nietwordt herkend, brandt hij kort.De motorfiets wordt geleverdmet een radiografische sleutelen een reservesleutel. Bijverlies van de sleutel deaanwijzingen met betrekkingtot de elektronische wegrijbe-veiliging (EWS) ( 60) in achtnemen.Contact en eventueel diefstal-beveiligingsinstallatie wordenaangestuurd met de radiogra-fische sleutel.
Het stuurslot ende tankdop worden handmatigbediend.Bij overschrijding van hetbereik van de radiografi-sche sleutel kan de motorfietsniet worden gestart.Als de radiografische sleutelnog steeds niet werkt, wordthet contact na circa 90 secon-den uitgeschakeld om de accute sparen.Bereik van radiografi-sche Keyless Ride-sleu-telcirca 1 mContact inschakelenVoorwaardeRadiografische sleutel is in ont-vangstgebied.De toets 1 indrukken.Stadslicht en alle circuits zijningeschakeld.De motor kan worden gestart.Dagrijlicht is ingeschakeld.Pre-Ride-Check en zelfdia-gnose worden uitgevoerd.( 98)Contact uitschakelenVoorwaardeRadiografische sleutel is in ont-vangstgebied.
58 GEBRUIKDe toets 1 indrukken.Verlichting en alle circuits zijnuitgeschakeld.Batterij van radiografischesleutel is leeg of verlies vanradiografische sleutelBij verlies van een sleutel deopmerkingen over de elek-tronische wegrijblokkering(EWS) in acht nemen.Als de radiografische sleuteltijdens het rijden wordt verlo-ren, kan het voertuig wordengestart met de reservesleutel.Als de batterij van de radio-grafische sleutel leeg is, kanhet voertuig gestart wordendoor de ingeklapte radiografi-sche sleutel in de ringantenneonder de buddyseat te steken.De berijders-buddyseat ver-wijderen. ( 76)Reservesleutel of lege inge-klapte radiografische sleutel 1in de ringantenne 2 steken.De reservesleutel resp. delege teruggeklapte radio-grafische sleutel moet in deopening van de ringantennesteken.Tijd waarbinnen demotor moet wordengestart.
Daarna moet eennieuwe ontgrendelingplaatsvinden.30 sPre-Ride-Check wordt uitge-voerd.De sleutel werd herkend.De motor kan worden gestart.Buddyseat berijder inbouwen.( 77)Motor starten. ( 97)Batterij van de radiografischesleutel vervangenVoorwaardeDe radiografische sleutel rea-geert niet omdat de accu zwakis.
doorinterne verbranding of letseldoor zuur.Voertuigsleutels en batte-rijen buiten het bereik vankinderen bewaren.Wanneer wordt vermoeddat een batterij of eenknoopcel is ingeslikt of zichin een lichaamsdeel bevindt,direct medische assistentiezoeken.Batterij vervangen.Knop 1 indrukken.De sleutelbaard klapt open.Batterijkapje 2 naar bovendrukken.De batterij 3 uitbouwen.De oude batterij volgens dewettelijke bepalingen afvoe-ren, de batterij niet met hethuisvuil weggooien.ATTENTIEOngeschikte of onjuist ge-plaatste batterijenOnderdeelschadeVoorgeschreven batterij ge-bruiken.Bij het plaatsen van de bat-terij op de juiste polariteitletten.De nieuwe batterij met depluspool naar boven aanbren-gen.AccutypeVoor Keyless Ride-radiografi-sche sleutel
60 GEBRUIKAccutypeCR 2032Batterijkapje 2 inbouwen.De rode LED in het instru-mentenpaneel knippert.De radiografische sleutelwerkt weer.Elektronischewegrijbeveiliging (EWS)De elektronica in de motorfietsanalyseert via een ringantennede in de contactsleutel opgesla-gen gegevens. Pas als de sleu-tel als "bevoegd" is herkend,wordt het starten vrijgegevendoor de motorregeleenheid.Als er een tweede con-tactsleutel bevestigd isaan de contactsleutel om meete starten, kan de elektronica"geïrriteerd" raken en wordter geen toestemming gegevenvoor het starten van de motor.Op het multifunctioneel displayverschijnt de waarschuwingmet het sleutelsymbool.Bewaar extra contactsleutelsaltijd apart van de gebruiktecontactsleutel.Bij verlies van een van de con-tactsleutels kunt u deze dooruw BMW Motorrad Partner la-ten blokkeren.Daartoe moet u alle andere bijde motorfiets behorende con-tactsleutels meebrengen.
Meteen geblokkeerde sleutel kande motor niet meer wordengestart, maar een geblokkeerdesleutel kan wel weer wordenvrijgeschakeld.Reservesleutels zijn alleen viaeen BMW Motorrad Partnerverkrijgbaar. Deze is verplichtuw legitimatie te controleren,omdat de sleutels onderdeelvan een veiligheidssysteem zijn.Nooduitschakelingsschakelaar1 Nooduitschakelingsscha-kelaar
61WAARSCHUWINGBedienen van de noodstop-schakelaar tijdens het rijdenGevaar voor vallen door blok-kerend achterwielDe noodstopschakelaarnooit tijdens het rijdenbedienen.Met behulp van de nooduit-schakelingsschakelaar kan demotor op eenvoudige wijzesnel worden afgezet.A Motor uitgeschakeldB BedrijfsstandDe motor kan alleen inde bedrijfsstand wordengestart.VERLICHTINGStadslichtHet stadslicht wordt automa-tisch tegelijk met het contactingeschakeld.Het stadslicht belast deaccu. Het contact slechtskortstondig inschakelen.DimlichtHet contact inschakelen.( 57)Motor starten. ( 97)Alternatief: Bij ingeschakeldcontact aan de schakelaar 1trekken.Het dimlicht is ingeschakeld.Grootlicht en lichtsignaalHet contact inschakelen.( 57)
62 GEBRUIKSchakelaar 1 naar voren druk-ken om het grootlicht in teschakelen.Schakelaar 1 naar achterentrekken om het lichtsignaal tebedienen.Follow-me-home-verlichtingHet contact uitschakelen.( 57)Direct na het uitschakelen vanhet contact de schakelaar 1naar achteren trekken en vast-houden, tot de Coming Homeverlichting wordt ingescha-keld.De verlichting gaat een mi-nuut lang aan en wordt auto-matisch weer uitgeschakeld.Deze kan bijv.
na het afzettenvan de motorfiets gebruiktworden om het pad naar devoordeur te verlichten.ParkeerlichtHet contact uitschakelen.( 57)Direct na het uitschakelen vanhet contact de toets 1 naarlinks drukken en vasthouden,tot het parkeerlicht wordt in-geschakeld.Contact in- en weer uitscha-kelen om het parkeerlicht uitte schakelen.VerstralerVoorwaardeHet dimlicht moet ingeschakeldzijn.De verstralers zijn toege-staan als mistlampen enmogen alleen worden gebruiktbij slechte weersomstandig-heden. Het landspecifieke we-
( 97)De toets 1 indrukken om deverstralers in te schakelen.brandt.De toets 1 opnieuw indrukkenom de verstralers uit te scha-kelen.Automatisch dagrijlichtWAARSCHUWINGAutomatisch dagrijlicht ver-vangt niet de persoonlijkebeoordeling van de lichtom-standighedenGevaar voor een ongevalHet automatische dagrijlichtuitschakelen bij slechte licht-omstandigheden.Het contact inschakelen.( 57)De toets 1 zo vaak kort in-drukken, tot SETUP ENTERwordt weergegeven.Toets 1 lang onder indrukken,om SETUP op te roepen.SET DRL A wordt weergege-ven.Toets 1 lang onder indrukken,om SET DRL A op te roepen.De actueel geselecteerde in-stelling knippert.Toets 1 kort indrukken, om deingestelde waarde te wijzigen.De volgende instellingen zijnmogelijk:DRL A ON: Automatische dag-rijverlichting is geactiveerd.DRL A OFF: Automatischedagrijverlichting is gedeacti-veerd.Als bij geactiveerde dagrij-verlichting de omgevings-lichtsterkte onder een be-paalde waarde daalt, wordtautomatisch het dimlicht in-geschakeld (bijv.
De waarschuwingsknip-perlichten slechts voor een be-perkte tijdsduur inschakelen.Het contact inschakelen.( 57)De toets 1 bedienen om dealarmlichtinstallatie in te scha-kelen.Het contact kan worden uit-geschakeld.Om de alarmlichtinstallatieuit te schakelen het contactinschakelen en de toets 1 op-nieuw bedienen.RichtingaanwijzersHet contact inschakelen.( 57)De toets 1 naar rechts druk-ken om de richtingaanwijzersin te schakelen.De richtingaanwijzers wor-den na het bereiken van desnelheidsafhankelijke afstandautomatisch uitgeschakeld.Alternatief: De toets 1 indruk-ken, om de richtingaanwijzersuit te schakelen.DIEFSTALBEVEILIGINGSIN-STALLATIE (DWA)met alarmsysteem (DWA)SUAutomatische activeringHet contact inschakelen.( 57)DWA instellen. ( 67)Het contact uitschakelen.( 57)Als DWA ON in de setup vande DWA is geselecteerd, dan
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met BMW R 18 Classic (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor BMW
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor