BMW R 12 (2024) Handleiding

BMW Motor R 12 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van BMW R 12 (2024) (258 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 7 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over BMW R 12 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/258
HANDLEIDING
R12
BMW
MOTORRAD
MAKELIFEARIDE

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: BMW
Categorie: Motor
Model: R 12 (2024)

Handleiding BMW R 12 (2024) – volledige tekst

4 ALGEMENE AANWIJZINGENORIËNTATIEDe nadruk is gelegd op eensnelle oriëntatie in deze hand-leiding. Het snelst vindt u be-paalde onderwerpen via de in-dex aan het eind. Als u eersteen overzicht van de motor-fiets wilt hebben, vindt u datin hoofdstuk 2. In het hoofd-stuk Service worden alle uit-gevoerde onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden ge-documenteerd. Voor coulan-ceregelingen is het absoluutnoodzakelijk dat kan wordenaangetoond dat de vereiste on-derhoudswerkzaamheden zijnuitgevoerd.AFKORTINGEN EN SYMBO-LENVOORZICHTIG Gevaarmet laag risico. Niet ver-mijden kan leiden tot gering ofmatig letsel.WAARSCHUWING Ge-vaar met gemiddeld risico.Niet vermijden kan leiden totde dood of ernstig letsel.GEVAAR Gevaar methoog risico. Niet vermij-den leidt tot de dood of ernstigletsel.LET OP Bijzondereaanwijzingen en vei-ligheidsmaatregelen.

Nietopvolgen kan de motorfiets ofaccessoires beschadigen endaarmee tot uitsluiting van degarantie leiden.Speciale aanwijzingenvoor een betere hante-ring bij bedienings-, controle-en afstelprocedures alsmedeverzorgingswerkzaamheden.Werkinstructie.Resultaat van een re-paratieactiviteit.Verwijst naar een pa-gina met extra infor-matie.Geeft het einde vanaccessoire- of uitrus-tingsafhankelijke infor-matie aan.Aanhaalmoment.Technische gegevens.SU Speciale uitrusting.BMW Motorrad speci-ale uitrustingen wor-den al bij de productievan de voertuigen in-gebouwd.

5OA Optionele accessoires.BMW Motorradoptionele accessoireskunnen bij uwBMW MotorradPartner wordenverkregen en achterafworden gemonteerd.ABSAntiblokkeersysteem.DTCDynamische tractie-controle.DWADiefstalbeveiligingsin-stallatie.EWSElektronische wegrij-beveiliging.HSC Hill Start ControlMSRMotorsleepmomentre-geling.RDCBandenspanningscon-trole.UITVOERINGBij de aanschaf van uwBMW Motorrad hebt u gekozenvoor een model met eenindividuele uitrusting. Dezehandleiding beschrijft doorBMW aangeboden specialeopties (SU) en geselecteerdeoptionele accessoires (OA). Wijvragen uw begrip voor het feitdat er ook uitrustingen wordenbeschreven die u mogelijk niethebt geselecteerd. Tevenszijn landspecifieke afwijkingenvan de afgebeelde motorfietsmogelijk.Als uw motorfiets niet beschre-ven uitvoeringen bevat, vindt ude beschrijving ervan in een af-zonderlijke handleiding.TECHNISCHE GEGEVENSAlle gegevens t.a.v.

maten, ge-wichten en prestaties in dehandleiding hebben betrekkingop het Deutsches Institut fürNormung e. V. (DIN) en zijn in-clusief de hierdoor gehanteerdetoleranties.Technische gegevens en spe-cificatie in deze handleidingdienen ter indicatie. De voer-tuigspecifieke gegevens kun-nen daarvan afwijken, bijv. opgrond van geselecteerde speci-ale opties, de landuitvoeringenof landspecifieke meetproce-dures. Gedetailleerde waardenkunnen worden ontleend aande kentekenbewijsdocumen-ten of bij uw BMW MotorradPartner of een andere gekwa-lificeerde servicepartner ofvakwerkplaats worden op-gevraagd. De specificaties inde voertuigpapieren hebbensteeds prioriteit boven de spe-cificaties in deze handleiding.

6 ALGEMENE AANWIJZINGENACTUALITEITHet hoge veiligheids- en kwa-liteitsniveau van BMW motor-fietsen wordt door een conti-nue doorontwikkeling van deconstructie, uitrusting en acces-soires gegarandeerd. Hierdoorkunnen eventuele afwijkingentussen deze handleiding en deScooter ontstaan. Ten tijde vande fabricage van de motorfietsis de handleiding de meest ac-tuele bron.

Informatie over opensource software is beschikbaaropbmw-motorrad.com/certifica-tion.GEGEVENSGEHEUGENAlgemeenIn het voertuig zijn regeleenhe-den gemonteerd. Regeleenhe-den verwerken gegevens dieze bijv. ontvangen van voer-tuigsensoren, zelf genererenof onderling uitwisselen. Som-mige regeleenheden zijn nodigvoor het veilig functioneren vanhet voertuig of ondersteunenbij het rijden, bijv. hulpsyste-men. Daarenboven maken re-geleenheden comfort- of Info-tainmentfuncties mogelijk.

7Informatie over opgeslagen ofuitgewisselde gegevens is ver-krijgbaar bij de fabrikant vanhet voertuig, bijv. via een af-zonderlijke brochure.PersoonsgebondenheidElk voertuig is voorzien vaneen eenduidig voertuigidenti-ficatienummer. Landspecifiekkan met behulp van het voer-tuigidentificatienummer, hetkenteken en de verantwoorde-lijke autoriteiten de houder vanhet voertuig worden bepaald.Bovendien zijn er andere mo-gelijkheden om uit de in hetvoertuig vergaarde gegevensde berijder of voertuigbezitteraf te leiden, bijv.

Voor het verkrij-gen van deze informatie moeteen bewijs van houderschap ofgebruik worden overlegd.Het recht op informatie om-vat tevens informatie met be-trekking tot gegevens die aanandere ondernemingen of in-stanties zijn doorgegeven.Op de webpagina van de fa-brikant van het voertuig vindtu de telkens toepasselijke pri-vacyverklaringen. Deze priva-cyverklaringen bevatten infor-matie over het recht op wissenof corrigeren van gegevens.De fabrikant van het voertuigvermeldt op internet ook zijncontactgegevens en die van de

8 ALGEMENE AANWIJZINGENtoezichthouder voor gegevens-bescherming.De voertuigbezitter kan bij eenBMW Motorrad Partner, eenandere gekwalificeerde serv-icepartner of een vakwerk-plaats eventueel tegen betalingde in het voertuig opgeslagengegevens laten uitlezen.Voor het uitlezen wordt dewettelijk voorgeschreven 12V-stekker voor diagnosecon-tactdoos (OBD) in het voertuiggebruikt.Wettelijke vereisten inzakede openbaarmaking vangegevensDe fabrikant van het voertuig isin het kader van het geldenderecht verplicht om bij hem op-geslagen gegevens aan de au-toriteiten beschikbaar te stel-len. Dit beschikbaar stellen vangegevens in de vereiste mategebeurt in specifieke gevallen,bijv.

voor het ophelderen vaneen misdrijf.Overheidsinstanties zijn in hetkader van het geldende rechtbevoegd om in specifieke ge-vallen zelf gegevens uit hetvoertuig uit te lezen.Bedrijfsgegevens in hetvoertuigVoor het bedrijf van het voer-tuig verwerken regeleenhedengegevens.Hiertoe behoren bijv.:Statusmeldingen van het voer-tuig en de afzonderlijke com-ponenten ervan, bijv. wieltoe-rental, wielomtreksnelheid,bewegingsvertragingOmgevingsomstandigheden,bijv. temperatuurDe verwerkte gegevens wordenalleen in het voertuig zelf ver-werkt en zijn doorgaans vluch-tig. De gegevens worden nietlanger dan de bedrijfstijd opge-slagen.Elektronische componenten,bijv. regeleenheden, bevattencomponenten voor het op-slaan van technische informa-tie.

Deze kunnen informatieover voertuigtoestand, com-ponentbelasting, voorvallen ofstoringen tijdelijk of permanentopslaan.Deze informatie documenteertin het algemeen de toestandvan een component, een mo-dule, een systeem of de omge-ving, bijv.:

9bedrijfstoestanden van sys-teemcomponenten, bijv. vul-peilen, bandenspanningswaar-denstoringen en functiestoringenin belangrijke systeemcompo-nenten, bijv. licht en remmenreacties van het voertuig inspeciale rijsituatie, bijv. active-ren van de rijdynamieksyste-meninformatie over voorvallen metschade aan het voertuigDe gegevens zijn noodzakelijkvoor het uitvoeren van de re-geleenheidfuncties. Bovendiendienen deze voor het herken-nen en het verhelpen van sto-ringen en het optimaliseren vanvoertuigfuncties door de fabri-kant van het voertuig.Deze gegevens zijn grotendeelsvluchtig en worden in het voer-tuig zelf verwerkt. Slechts eenklein deel van de gegevenswordt afhankelijk van de aan-leiding opgeslagen in voorval-of storingsgeheugens.Bij een beroep op onderhouds-activiteiten, bijv.

reparaties, on-derhoudsprocessen, garantie-claims en kwaliteitsborgings-maatregelen, kan deze techni-sche informatie samen met hetvoertuigidentificatienummer uithet voertuig worden uitgelezen.Het uitlezen van de informatiekan door een BMW MotorradPartner of een vakwerkplaatsgebeuren. Voor het uitlezenwordt de wettelijk voorge-schreven 12 V-stekker voorOn-Board-Diagnose (OBD) inhet voertuig gebruikt.De gegevens worden door debetreffende functionarissenvan het dealernetwerk ver-gaard, verwerkt en gebruikt.De gegevens documenterentechnische toestanden van hetvoertuig, helpen bij het storing-zoeken, het nakomen van ga-rantieverplichtingen en bij dekwaliteitsverbetering.Daarenboven heeft de fabri-kant productobservatieplichtenkrachtens het productaanspra-kelijkheidsrecht. Voor het na-komen van deze plichten heeftde fabrikant van het voertuigtechnische gegevens uit hetvoertuig nodig.

De gegevensuit het voertuig kunnen ookworden gebruikt om garantie-claims van de klant te controle-ren.Storings- en eventdatarecor-ders in het voertuig kunnen inhet kader van reparatie- of ser-vicewerkzaamheden bij eenBMW Motorrad Partner of een

10 ALGEMENE AANWIJZINGENvakwerkplaats worden terugge-zet.Gegevensinvoer engegevensoverdracht in hetvoertuigAlgemeenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen comfortinstellingen enpersoonlijke instellingen in hetvoertuig worden opgeslagen ente allen tijde worden gewijzigdof gereset.Gegevens kunnen evt. in hetentertainment- en communi-catiesysteem van het voertuigworden ingevoerd, bijv. via eensmartphone.Daartoe behoren afhankelijkvan de betreffende uitvoering:Multimediagegevens, zoalsmuziek voor afspelenAdresboekgegevens voor ge-bruik in combinatie met eencommunicatiesysteem of eengeïntegreerd navigatiesys-teemIngevoerde navigatiebestem-mingenGegevens m.b.t. het gebruikvan internetservices. Dezegegevens kunnen lokaal inhet voertuig worden opgesla-gen, of ze staan op een ap-paraat dat met het voertuig isverbonden, bijv. smartphone,USB-stick, MP3-speler.

Alsdeze gegevens in het voertuigworden opgeslagen, kunnendeze te allen tijde worden ge-wist.Deze gegevens worden uitslui-tend op persoonlijke wens inhet kader van het gebruik vanonlinediensten doorgegevenaan derden. Dit is afhankelijkvan de geselecteerde instel-lingen bij het gebruik van dediensten.Integratie van mobieleeindapparatenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen met het voertuig ver-bonden mobiele eindappara-ten, bijv. smartphones, via debedieningselementen van hetvoertuig worden aangestuurd.Daarbij kunnen beeld en ge-luid van het mobiele eindappa-raat via het multimediasysteemworden uitgevoerd. Tegelijker-tijd wordt er bepaalde infor-matie aan het mobiele eindap-paraat overgedragen. Afhan-kelijk van het soort integratiebehoren daartoe bijv. positie-gegevens en andere algemenevoertuiginformatie.

11Het soort verdere gegevensver-werking wordt bepaald door deprovider van de desbetreffendegebruikte app. De omvang vande mogelijke instellingen hangtaf van de betreffende app enhet besturingssysteem van hetmobiele eindapparaat.DienstenAlgemeenAls het voertuig een draadlozeverbinding heeft, maakt dezehet uitwisselen van gegevenstussen het voertuig en anderesystemen mogelijk. De draad-loze verbinding wordt mogelijkgemaakt door een zend- enontvangstmodule in het voer-tuig zelf of via persoonlijk in-gebrachte mobiele eindappa-raten, bijv. smartphones. Viadeze draadloze verbinding kun-nen zogenaamde onlinefunctiesworden gebruikt. Dit zijn ondermeer onlinediensten en appsvan de fabrikant van het voer-tuig of van andere providers.Diensten van devoertuigfabrikantBij online-diensten van de fa-brikant van het voertuig wor-den de betreffende functiesbeschreven in de betreffendebron, bijv.

handleiding, webpa-gina van de fabrikant. Deze be-vat ook de relevante informatieover rechten m.b.t. gegevens-beveiliging. Voor het verlenenvan onlinediensten kunne per-soonsgebonden gegevens wor-den gebruikt. Gegevens wor-den uitgewisseld via een veiligeverbinding, bijv. met de daar-voor bedoelde IT-systemen vande fabrikant van het voertuig.Het vergaren, verwerken en ge-bruiken van persoonsgebon-den gegevens tot verder danhet verlenen van diensten ge-beurt uitsluitend op basis vaneen wettelijk toestemming,een contractuele afspraak of opgrond van een inwilliging. Hetis ook mogelijk om de gehelegegevensverbinding te latenactiveren of deactiveren.

Dewettelijk voorgeschreven func-ties zijn hiervan uitgesloten.Diensten van andere providersBij het gebruik van onlinedien-sten van andere providers val-len deze diensten onder de ver-antwoordelijkheid en de gege-vensbeveiligings- en gebruiks-voorwaarden van de betref-fende provider. De fabrikantvan het voertuig heeft geeninvloed op de daarbij uitge-wisselde content. Informatieover het soort, de omvang en

12 ALGEMENE AANWIJZINGENhet doel van het vergaren engebruiken van persoonsgebon-den gegevens in het kader vandiensten van derden kan wor-den opgevraagd bij de betref-fende provider.BLUETOOTHBij Bluetooth gaat het omeen radioverbinding voornabij. Bluetooth-apparatenzenden als Short Range Devices(overdracht met beperktbereik) over de licentievrijeISM-band (Industrial, Scientificand Medical Band) tussen2,402...2,480 GHz. Ze mogenwereldwijd vergunningsvrijworden gebruikt.Hoewel Bluetooth bestemd isom op korte afstand voor sta-biele verbindingen te zorgenzijn, zoals bij alle draadlozetechnologieën, storingen mo-gelijk. Verbindingen kunnenworden verstoord, kortstondigworden onderbroken of hele-maal verloren gaan.

Met namewanneer meerdere apparatenin een Bluetooth-netwerk wor-den gebruikt, kan een onderalle omstandigheden probleem-loze verbinding niet wordengegarandeerd.Mogelijke storingsbronnen:Interfererende velden doorzendmasten en dergelijke.Apparaten met foutief geïm-plementeerde Bluetooth-stan-daard.Voor Bluetooth geschikte ap-paraten in de directe omge-ving.Afscherming door metalen oflichamen.CONNECTIVITY-FUNCTIESConnectivity-functies hebbenbetrekking op de onderwerpen"Media", "Telefonie" en "Na-vigatie". Connectivity-functieskunt u gebruiken als het instru-mentenpaneel met een mobieleindapparaat en een helm ver-bonden is ( 108).

Meer in-formatie over de Connectivity-functies vindt u op:bmw-motorrad.com/connecti-vityAfhankelijk van het mo-biele eindapparaat kan deomvang van de Connectivity-functies beperkt zijn.BMW MotorradConnected AppMet de BMW Motorrad Con-nected app kan gebruiks- envoertuiginformatie worden op-gevraagd. Voor het gebruik

13van sommige functies, zoalsde navigatie, moet de app ophet mobiele eindapparaat geïn-stalleerd zijn en met het instru-mentenpaneel verbonden zijn.Met de app wordt de routebe-geleiding gestart en de naviga-tie aangepast.Bij sommige mobieleeindapparaten, bijv. methet besturingssysteem iOS,moet voorafgaand aan het ge-bruik de BMW Motorrad Con-nected app worden geopend.INTELLIGENTENOODOPROEPmet intelligente noodop-roepSUPrincipeDe intelligente noodoproepmaakt handmatige of automa-tische noodoproepen mogelijk,bijv.

bij ongevallen.De noodoproepen worden aan-genomen door een alarmcen-trale in opdracht van de voer-tuigfabrikant.Informatie over de bedieningvan de intelligente noodop-roep en de functies ervan vindtu in het hoofdstuk Bediening( 88).Juridische grondslagDe verwerking van persoonsge-bonden gegevens via de intel-ligente noodoproep gebeurtconform de volgende voor-schriften:Bescherming van persoons-gebonden gegevens: Richtlijn95/46/EG van het EuropeesParlement en de Raad.Bescherming van persoons-gebonden gegevens: Richtlijn2002/58/EG van het Euro-pees Parlement en de Raad.De juridische grondslag voorde activering en werking vande intelligente noodoproep zijnde afgesloten ConnectedRideovereenkomst voor deze func-tie alsmede de betreffendewetgeving, verordeningen enrichtlijnen van het EuropeesParlement en de EuropeseRaad.De betreffende verordeningenen richtlijnen regelen de be-scherming van natuurlijke per-sonen bij de verwerking vanpersoonsgebonden gegevens.De verwerking van persoons-gebonden gegevens door deintelligente noodoproep is con-form de Europese richtlijneninzake bescherming van per-soonsgegevens.

14 ALGEMENE AANWIJZINGENDe intelligente noodoproepverwerkt persoonsgebondengegevens alleen met toestem-ming van de voertuigbezitter.De intelligente noodoproep enandere diensten met aanvullendnut mogen persoonsgebondengegevens alleen verwerken opbasis van de uitdrukkelijke toe-stemming van de persoon diede gegevensverwerking betreft,bijv. de voertuigbezitter.SIM-kaartDe intelligente noodoproepwerkt via de in het voertuigingebouwde SIM-kaart via demobiele communicatie. DeSIM-kaart is permanent aan-gemeld bij het mobiele-tele-foonnetwerk, om een snelleverbindingsopbouw mogelijk temaken.

De gegevens wordenbij een noodgeval aan de voer-tuigfabrikant verzonden.Verbetering van de kwaliteitDe bij een noodoproep overge-dragen gegevens worden doorde fabrikant van het voertuigook gebruikt ter verbeteringvan de product- en servicekwa-liteit.StandplaatsbepalingDe positie van het voertuig kanop basis van de mobiele-te-lefooncellen uitsluitend wor-den bepaald door de providervan het mobiele-telefoonnet-werk. Een koppeling tussenvoertuigidentificatienummeren telefoonnummer van de ge-monteerde SIM-kaart is voor deprovider mogelijk. Uitsluitendde fabrikant van het voertuigkan de koppeling tussen hetframenummer en het telefoon-nummer van de ingebouwdeSIM-kaart maken.Log-gegevens van denoodoproepenDe log-gegevens van de nood-oproepen worden opgeslagenin een geheugen in het voer-tuig. De oudste log-gegevensworden regelmatig gewist. Delog-gegevens bevatten bijv.

15op het voertuig worden aange-sloten.Automatische noodoproepHet systeem is zodanig gecon-figureerd dat er bij een onge-val vanaf een zekere mate vanernst, dat door sensoren in hetvoertuig wordt herkend, auto-matisch een noodoproep wordtgeactiveerd.Verzonden informatieBij een noodoproep door deintelligente noodoproep wordtdezelfde informatie doorgege-ven aan de betreffende alarm-centrale als bij de wettelijknoodoproep eCall aan de open-bare alarmcentrale.Bovendien wordt door de in-telligente noodoproep de vol-gende aanvullende informatieaan een alarmcentrale in op-dracht van de voertuigfabri-kant verzonden en evt. door-gestuurd aan de openbare red-dingsdienst:Ongevalgegevens, bijv.

dedoor de voertuigsensoren her-kende botsrichting, om de in-zetplanning van de reddings-diensten te vergemakkelijken.Contactgegevens, zoals hettelefoonnummer van de in-gebouwde SIM-kaart en hettelefoonnummer van de berij-der, mits beschikbaar, om zonodig snel contact met de bijhet ongeval betrokken perso-nen mogelijk te maken.GegevensopslagDe gegevens van een geacti-veerde noodoproep wordenopgeslagen in het voertuig. Degegevens bevatten informa-tie over de noodoproep, bijv.plaats en tijd van de noodop-roep.De geluidsopnamen van hetnoodoproepgesprek wordenopgeslagen bij de alarmcen-trale.De geluidsopnamen van deklant worden gedurende 24uur opgeslagen, als er detailsvan de noodoproep moetenworden geanalyseerd. Daarnaworden de geluidsopnamengewist.

De geluidsopnamenvan de medewerker van dealarmcentrale worden voorkwaliteitsdoeleinden gedurende24 uur opgeslagen.Informatie overpersoonsgebonden gegevensDe in het kader van de intelli-gente noodoproep verwerktegegevens worden uitsluitendverwerkt voor het doen van denoodoproep. De fabrikant vanhet voertuig verschaft in het ka-

De bijde waarschuwingen behorendewaarschuwingssymbolen wor-den afwisselend weergegeven.Een overzicht van de mogelijkewaarschuwingen vindt u op devolgende pagina's.Waarschuwingen waarvoorgeen eigen waarschuwings-lampje beschikbaar is, wordenals volgt afgebeeld:Algemeen waarschuwings-lampje 1FoutID 2Waarschuwingssymbool 3Met behulp van het volgendeoverzicht kunnen aan de handvan de foutID 2 de betekenisen de mogelijke oorzaken vande betreffende storing wordenbepaald.Waarschuwingen bevestigenWaarschuwingen 2 moetendoor kort indrukken van de tui-meltoets 1 aan de boven- ofonderzijde worden bevestigd.Pas na het bevestigen vande waarschuwing 2 wordtde laatst actieve weergavegetoond.Als meerdere waarschuwingenaanwezig zijn, moet door hetbedienen van de tuimeltoets 1steeds de volgende waarschu-wing 2 worden opgeroepen enbevestigd.

40 AANDUIDINGENActieve waarschuwingenoproepenTuimeltoets 1 zo vaak kort in-drukken tot de waarschuwin-gen 2 worden weergegeven.Tuimeltoets 1 opnieuw indruk-ken om de volgende waarschu-wing 2 op te roepen.Zo lang de storing bestaat, kande melding opnieuw wordenopgeroepen.met Digital DisplaySUWeergave Digital DisplayWaarschuwingen worden doormiddel van het algemene waar-schuwingslampje in combinatiemet een dialoogveld en eenidentificatienummer in het in-strumentenpaneel weergege-ven. Afhankelijk van de ernstvan de waarschuwing gaathet algemene waarschuwings-lampje rood of geel branden.Het algemene waarschu-wingslampje wordt samenmet de waarschuwing met dehoogste prioriteit weergegeven.Een overzicht van de mogelijkewaarschuwingen vindt u op devolgende pagina's.Digital Display met aanzichtWaarschuwingenDe meldingen op het displayzien er verschillend uit.

Als deinvloed van de aandrijfwarmtete groot wordt, verschijnen ertijdelijk streepjes in plaats vande waarde.Als de buitentemperatuurtot onder de grenswaardevan circa 3 °C zakt, is er gevaarvoor ijzelvorming.Bij het eerste onderschrijdenvan deze temperatuur knippertde buitenthermometer met hetijskristalsymbool op de boord-computer.Waarschuwingbuitentemperatuurwordt weergegeven.Mogelijke oorzaak:De bij de motorfiets ge-meten buitentempera-tuur is lager dan:circa 3 °CWAARSCHUWINGGevaar van gladheid ook viacirca 3 °CGevaar voor een ongevalBij lage buitentemperaturenmoet op bruggen en scha-duwrijke wegen rekeningworden gehouden met glad-heid.Vooruitziend rijden.ABS-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:De ABS-functie is niet beschik-baar, omdat de zelfdiagnoseniet is beëindigd. Voor de con-trole van de wielsensoren moetde motorfiets enkele meters rij-den.Langzaam wegrijden.

49Mogelijke oorzaak:DTC-zelfdiagnose nietvoltooidDe DTC-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelf-diagnose niet is afgesloten.(Voor de controle van dewieltoerentalsensoren moetde motorfiets een minimum-snelheid met draaiende mo-tor bereiken: min. 5 km/h)Langzaam wegrijden. Er reke-ning mee houden dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede DTC-functie niet beschik-baar is.DTC-ingreepknippert snel.Mogelijke oorzaak:De DTC heeft een instabiliteitvan het achterwiel herkend envermindert het koppel.Het controle- en waarschu-wingslampje knippert langerdan dat de DTC-ingreep duurt.Daarmee heeft de berijder ookna de kritieke rijsituatie nogeen optische bevestiging vande uitgevoerde regeling.Verder rijden mogelijk.

50 AANDUIDINGENLET OPBeschadiging van onderde-lenBeschadiging van bijv. senso-ren met daaruit resulterendestoringenGeen voorwerpen onder hetbestuurderszadel of de duo-buddyseat meenemen.Boordgereedschap vastzet-ten.Giermomentsensor niet be-schadigen.Er rekening mee houden datde DTC-functie niet of slechtsbeperkt beschikbaar is.Verder rijden mogelijk. Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een DTC-storingkunnen leiden in acht nemen( 150).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.DTC beperktbrandt geel.brandt geel.Storing tractiecon-trole ID041Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen DTC-storing herkend.LET OPBeschadiging van onderde-lenBeschadiging van bijv.

senso-ren met daaruit resulterendestoringenGeen voorwerpen onder hetbestuurderszadel of de duo-buddyseat meenemen.Boordgereedschap vastzet-ten.Giermomentsensor niet be-schadigen.Er rekening mee houden datde DTC-functie en andere rij-dynamieksystemen slechtsbeperkt beschikbaar zijn.Verder rijden mogelijk. Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een DTC-storingkunnen leiden in acht nemen( 150).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS Pro uitgevallenbrandt geel.

51brandt.Storing ABS ProID050Mogelijke oorzaak:De bewaking van de ABS Pro-functie heeft een storing op-gemerkt. De ABS Pro-functieis niet beschikbaar. De ABS-functie blijft beschikbaar. ABSondersteunt alleen bij het rem-men bij rechtuitrijden.Verder rijden mogelijk.Nadere informatie overbijzondere situaties die eenABS Pro-storingsmeldingkunnen veroorzaken in achtnemen ( 148).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS uitgevallenbrandt geel.brandt.Storing ABS ID051Mogelijke oorzaak:De ABS-regeleenheid heeft eenstoring opgemerkt.

De ABS-functie is niet beschikbaar.Verder rijden mogelijk.Nadere informatie overbijzondere situaties die toteen ABS-storingsmeldingkunnen leiden in acht nemen( 148).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.ABS-storingbrandt geel.brandt.Storing ABS ID052Mogelijke oorzaak:De ABS-regeleenheid heeft eenstoring opgemerkt. De ABS-functie is beperkt beschikbaar.Verder rijden mogelijk.Nadere informatie overbijzondere situaties die toteen ABS-storingsmeldingkunnen leiden in acht nemen( 148).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.

52 AANDUIDINGENRadiografische sleutel buitenhet ontvangstbereikbrandt geel.Storing radiograf.sleutel ID060Mogelijke oorzaak:Storing in de communicatietussen radiografische sleutel enmotorelektronica.De batterij in de radiografi-sche sleutel controleren.Batterij van de radiografischesleutel vervangen. ( 85)De reservesleutel voor de restvan de rit gebruiken.Batterij van radiografischesleutel is leeg of verlies vanradiografische sleutel. ( 84)Blijf rustig als tijdens de rithet Check-Control-dialoog-venster verschijnt. U kuntdoorrijden, de rijgereedheidwordt niet uitgeschakeld.Een defecte radiogra-fische sleutel door eenBMW Motorrad Partner latenvervangen.Keyless Ride uitgevallenbrandt geel.Storing radiogr.sleutel ID061Mogelijke oorzaak:De Keyless Ride-regeleenheidheeft een communicatiestoringgeregistreerd.De motor niet afzetten.

Zosnel mogelijk een vakwerk-plaats opzoeken, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Het starten van de motor kanniet meer met Keyless Rideworden ingeschakeld.DWA niet meer activeerbaar.Batterij van de radiografischesleutel vervangenbrandt geel.Batterij radiogr.sleutel ID070Batterij radiogr.sleutel ID071Mogelijke oorzaak:De batterij van de radiografi-sche sleutel heeft niet meerde volledige capaciteit. Dewerking van de radiografischesleutel is nog voor een be-perkte tijd gewaarborgd.Batterij van de radiografischesleutel vervangen. ( 85)DWA-accu leegbrandt geel.

Dewerking van de DWA is bij eenlosgekoppelde motorfietsaccunog slechts beperkt gewaar-borgd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.DWA uitgevallenbrandt geel.Storing DWA ID082Mogelijke oorzaak:De DWA-regeleenheid heefteen communicatiestoring gere-gistreerd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.De DWA kan niet meer wor-den geactiveerd of gedeacti-veerd.Vals alarm mogelijk.Onderhoud nodigwordt wit weergegeven.Onderhoud binnenkortID090Mogelijke oorzaak:Op grond van de afgelegdeafstand of de datum is het tijdvoor een onderhoudsbeurt.Onderhoud regelmatig dooreen vakwerkplaats laten uit-voeren, bij voorkeur door eenBMW Motorrad Partner.De bedrijfs- en verkeersveilig-heid van het voertuig blijvenbehouden.Het best mogelijke waardebe-houd van het voertuig wordtverzekerd.

ID123Storing achterknipper-licht (links) ID124, Sto-ring achterknipper-licht (rechts) ID125met Headlight ProSUStoring actieve koplampID130, Storing actievekoplamp ID131WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het wegverkeer dooruitvallen van de verlichtingvan de motorfietsVeiligheidsrisicoEen defecte gloeilamp zosnel mogelijk vervangen.Hiervoor contact opnemenmet een specialist, bij voor-keur een BMW Motorraddealer.

Daartoe con-tact opnemen met een vak-werkplaats, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Verlichtingsregelinguitgevallenbrandt geel.De uitgevallen verlich-ting wordt weergegevenID117/ID126:Storing voorlicht ID117Storing achterlichtID126WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het verkeer door uit-val van de voertuigverlich-tingVeiligheidsrisicoDe storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats la-ten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.De voertuigverlichting is ge-deeltelijk of volledig uitgevallen.Mogelijke oorzaak:De verlichtingsregeling heefteen communicatiefout ontdekt.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Storing motorregelingbrandt geel.Storing motor ID140Mogelijke oorzaak:De communicatie met de mo-torregeleenheid is uitgevallen.Verder rijden mogelijk.

56 AANDUIDINGENWAARSCHUWINGBeschadiging van de motorin de noodloopfunctieGevaar voor een ongevalRijd langzaam, vermijd ab-rupt accelereren en inhaal-manoeuvres.Laat het voertuig indien mo-gelijk ophalen en laat destoring repareren door eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:Het vulpeil in de brandstoftankis te laag of de motorregeleen-heid heeft een storing vastge-steld. Als gevolg hiervan kun-nen er ernstige storingen op-treden. De motor bevindt zichin de noodloopfunctie.Het is mogelijk verder te rij-den, maar dit is niet aan teraden.Hoge belastingen en toeren-tallen zo mogelijk vermijden.Tanken.

( 139)De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Storing aandrijfsysteembrandt.Storing aandrijvingID150Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing vastgesteld die ge-volgen heeft voor de uitstootvan schadelijke stoffen en/ofhet vermogen.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Verder rijden mogelijk, de uit-stoot van schadelijke stoffenligt boven de voorgeschrevenwaarden.Ernstige storingaandrijfsysteemknippert.Storing aandrijvingID152Mogelijke oorzaak:De motorregeleenheid heefteen storing vastgesteld die totde beschadiging van het uit-laatsysteem kan leiden.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.

57Het is mogelijk verder te rij-den, maar dit is niet aan teraden.Valsensor defectbrandt geel.Storing valsensorID160Mogelijke oorzaak:De valsensor werkt niet.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Valsensor geactiveerdValsensor geacti-veerd ID161Mogelijke oorzaak:De valsensor heeft herkend datde motorfiets is omgevallen enheeft de motor uitgeschakeld.Het voertuig overeind zettenen controleren op mogelijkebeschadigingen.Het contact uit- en weer in-schakelen of de nood-uit-schakelaar in- en weer uit-schakelen.Storing zijstandaardbewakingbrandt geel.Storing zijstan-daard ID170Mogelijke oorzaak:Zijstandaardschakelaarof bedrading bescha-digdDe motor wordt bij het over-schrijden van de minimum-snelheid uitgeschakeld. In datgeval is rijden niet meer mo-gelijk.min.

5 km/hContact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Noodoproepsysteemuitgevallenmet intelligente noodop-roepSUbrandt geel.Storing noodoproep.ID180Mogelijke oorzaak:De regeleenheid van het nood-oproepsysteem heeft een uitvalgediagnosticeerd. Het noodop-roepsysteem is uitgevallen.In acht nemen dat de nood-oproep niet kan worden ver-stuurd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.

58 AANDUIDINGENNoodoproepsysteem beperktbeschikbaarmet intelligente noodop-roepSUbrandt geel.Storing noodoproepID182Mogelijke oorzaak:De noodoproep kan niet au-tomatisch of niet via BMW totstand worden gebracht.De informatie over de bedie-ning van de intelligente nood-oproep vanaf pagina ( 88)in acht nemen.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Cruise control uitgevallenmet snelheidsregelingSUbrandt geel.Storing cruise con-trol ID211Mogelijke oorzaak:De regeleenheid heeft een sto-ring opgemerkt.Er rekening mee houden datde cruise control niet beschik-baar is.Verder rijden mogelijk.

verwarmingsves-ten in gebruik, te veel verbrui-kers tegelijkertijd in gebruik, ofaccu defect.Niet benodigde verbruikersuitschakelen of losnemen vanboordnet.Wanneer de storing nogsteeds aanwezig is, ofoptreedt zonder dat ver-bruikers zijn aangesloten,de storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Boordnetspanning laagbrandt geel.Boordnetspanninglaag ID261Mogelijke oorzaak:De accuspanning is laag.Accu opladen. ( 186)Batterijspanning kritischbrandt rood.12 V-laadspanningkrit. ID270WAARSCHUWINGUitval van de voertuigsyste-menGevaar voor ongevallenNiet verder rijden.De accu wordt niet opgeladen.De voertuigelektronica ontlaadtde accu.Mogelijke oorzaak:Storing dynamo, accu defect ofzekering doorgebrand.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.

60 AANDUIDINGENMotortemperatuur hoogbrandt geel.Storing motor teheet ID290LET OPRijden met oververhitte mo-torMotorschadeBeslist de hieronder ver-melde punten in acht ne-men.Mogelijke oorzaak:De temperatuursensor heefteen hoge temperatuur in demotor herkend.Zo mogelijk de motor in deel-last laten draaien om hem afte koelen.Als de motortemperatuur va-ker te hoog is, de storing zosnel mogelijk laten verhelpendoor een vakwerkplaats, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Motor oververhitbrandt rood.Gevaar motor te warmID291LET OPRijden met oververhitte mo-torMotorschadeBeslist de hieronder ver-melde punten in acht ne-men.Mogelijke oorzaak:De motor is oververhit.Voorzichtig stoppen en demotor afzetten, wachten totde motor afgekoeld is.Als de motor vaker oververhitraakt, de storing zo snel mo-gelijk door een vakwerkplaatslaten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Bandenspanning in hetgrensgebied van detoelaatbare tolerantiemet bandenspanningscontrole(RDC)SUbrandt geel.Bandenspan.

61over de temperatuurcompen-satie en over het aanpassenvan de bandenspanning in hethoofdstuk "Techniek in detail"ter harte nemen:Temperatuurcompensatie( 154)Aanpassing van de banden-spanning ( 155)De voorgeschreven banden-spanningswaarden zijn op devolgende plaatsen te vinden:Achterkant omslag van dehandleidingBandenspanningstabelBandenspanning buiten detoelaatbare tolerantiemet bandenspanningscontrole(RDC)SUknippert rood.Gevaar RDC ID302,ID303WAARSCHUWINGBandenspanning buiten detoelaatbare tolerantie.Gevaar voor ongevallen, ver-slechtering van de rijeigen-schappen van het voertuig.Rijstijl aanpassen.Mogelijke oorzaak:De gemeten bandenspanningligt buiten de toegestane tole-rantie.Banden op beschadigingen enbruikbaarheid controleren.Is de band nog bruikbaar:Bij de volgende gelegenheidde bandenspanning corrige-ren.Vóór het aanpassen van debandenspanning de informatieover de temperatuurcompen-satie en over het aanpassenvan de bandenspanning in hethoofdstuk "Techniek in detail"ter harte nemen:Temperatuurcompensatie( 154)Aanpassing van de banden-spanning ( 155)De voorgeschreven banden-spanningswaarden zijn op devolgende plaatsen te vinden:Achterkant omslag van dehandleidingBandenspanningstabelDe band bij een vakwerk-plaats op beschadigingen la-ten controleren, bij voorkeurbij een BMW Motorrad Part-ner.Bij eventuele twijfel over debruikbaarheid van de band:Niet verder rijden.Pechdienst informeren.

Hierdoorkan de brandstofreserve nietexact worden aangegeven.Samen met het reserve-controlelampje wordt detot nu toe in de brandstofre-serve afgelegde afstand KM Rof MI R weergegeven.De afstand die nog kan wordengereden met de brandstofre-serve is afhankelijk van de rij-stijl (van het verbruik) en vande op het moment van inscha-kelen nog beschikbare brand-stofhoeveelheid.De kilometerteller voor debrandstofreserve wordtgereset als na het tanken dehoeveelheid brandstof groter isdan de reservehoeveelheid.Diefstalbeveiligingbrandt geel.DiefstalbeveiligingID340Mogelijke oorzaak:Het serienummer van het in-strumentenpaneel komt nietovereen met het in de rege-leenheid opgeslagen serienum-mer.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.ONDERHOUDSMELDINGIndien onderhoud binnen eenmaand noodzakelijk is, wor-den het symbool voor onder-houd 1 en de onderhoudsda-tum 2 weergegeven.

64 AANDUIDINGENIndien onderhoud binnen1000 km noodzakelijk is,worden het symbool vooronderhoud 1 en de resterendeafstand 2 weergegeven en instappen van 100 mijl/kilometerafgeteld. De servicegegevenskunnen ook via het menuSETUP, ONDERHOUD wordenopgeroepen.met Digital DisplaySUIs het onderhoud binnen eenmaand of binnen 1000 kmnodig, wordt de onderhouds-datum 2 of de resterende af-stand 1 weergegeven. De ser-vicegegevens kunnen ook viahet menu SETUP, ONDERHOUDworden opgeroepen.Als de onderhoudsmel-ding al meer dan eenmaand vóór de onderhouds-datum verschijnt, dan moet deop het instrumentenpaneel op-geslagen datum worden inge-steld. Deze situatie kan zichvoordoen als de accu van hetvoertuig is losgekoppeld.

Uitge-zonderd zijn toepassingenzonder bediening, zoals te-lefonie via een handsfree-systeem.WAARSCHUWINGAfleiding van de verkeers-situatie en verlies van decontroleGevaar voor ongevallen doorde bediening van geïnte-greerde informatiesystemenen communicatieapparatentijdens het rijdenBedien deze systemen ofapparaten alleen als de ver-keerssituatie het toelaat.Stop indien nodig en bediende systemen of apparatenterwijl u stilstaat.BEDIENINGSELEMENTENTuimeltoetsTuimeltoets 1 kort aan debovenzijde indrukken:Naar de vorige invoer terug-kerenInstelling uitvoerenDe tuimeltoets 1 lang bovenindrukken:Naar het vorige niveau terug-kerenmet Digital DisplaySUScherm PURE RIDE verlatenTuimeltoets 1 kort aan deonderzijde indrukken:Volgende invoer weergevenInstelling uitvoerenTuimeltoets 1 lang onderindrukken:Selectie bevestigenIn de boordcomputer: Waarderesetten

72 INSTRUMENTENPANEELWEERGAVE OP HET DISPLAY SELECTERENmet Digital DisplaySUHet contact inschakelen.( 84)Het startscherm wordt weer-gegeven.Tuimeltoets 1 zo vaak kort in-drukken, totdat de gewenstewaarde 2 wordt weergege-ven.Mogelijke weergaven:KilometertellerDagteller 1De automatische dagtellerwordt automatisch gere-set als na het uitschakelen vanhet contact ten minste 6 uurverstreken is en de datum isgewijzigd.Gemiddeld verbruikGemiddelde snelheidMotortemperatuurBoordnetspanning

75SETUPSETUP selecterenVoorwaardeDe motorfiets staat stil.Tuimeltoets 1 zo vaak kortindrukken, tot SETUP wordtweergegeven.Tuimeltoets 1 lang onder in-drukken om SETUP op te roe-pen.Tuimeltoets 1 steeds kort in-drukken, um uit de volgendemenu's te kiezen:VOERTUIGSYSTEEMWEERGAVEONDERHOUDRESETTERUGTuimeltoets 1 lang onder in-drukken om het gewenstemenu op te roepen.SETUP beëindigenDe tuimeltoets 1 lang aan debovenzijde indrukken.SETUP wordt weergegeven.De instellingen werden opge-slagen.Alternatief: Tuimeltoets 1 zovaak kort indrukken, tot TE-RUG wordt weergegeven.Tuimeltoets 1 lang onder in-drukken.SETUP wordt weergegeven.De instellingen werden opge-slagen.Alternatief: Het contact uit- enopnieuw inschakelen.SETUP beëindigd zonder op-slag van de instellingen.Alternatief: Wegrijden.Snelheid voor de bedie-ning in SETUPmax.

76 INSTRUMENTENPANEELSETUP resettenHet contact inschakelen.SETUP selecteren. ( 75)Tuimeltoets 1 steeds kortindrukken tot RESET wordtweergegeven.Tuimeltoets 1 lang onder in-drukken om SETUP te reset-ten.Door gebruik te makenvan de SETUP RESET-functie worden ook datum entijd op een standaardwaardeteruggezet.SETUP beëindigen.

( 75)DISPLAYWeergave op de toerentellerselecterenmet toerentellerOAzonder Digital DisplaySUHet contact inschakelen.( 84)De rijmodus en de versnel-lingsindicator worden in detoerenteller weergegeven.Menu SETUP, WEERGAVE op-roepen en vervolgens menu-punt RPM INFO selecteren.Weergave selecteren.Mogelijke weergaven:LEEG: Alleen rijmodus en ver-snellingsindicator wordenweergegevenTOTAAL: KilometertellerTRIP 1: Dagteller 1TRIP A: De automatischedagteller wordt automatischgereset als na het uitschake-len van het contact ten minste6 uur verstreken is en de da-tum is gewijzigd.øVERBR.: Gemiddeld ver-bruikøSNELH.: Gemiddelde snel-heidMOTOR: MotortemperatuurACCU: Boordnetspanningmet bandenspanningscontrole(RDC)SURDC: BandenspanningTEMP.: BuitentemperatuurKLOK: TijdDe gekozen weergave wordtextra naast de rijmodus enversnellingsindicator in detoerenteller weergegeven.

selecteren.De volgende weergaven kun-nen worden gedeactiveerd:TRIP 1: Dagteller 1TRIP A: De automatischedagteller wordt automatischgereset als na het uitschake-len van het contact ten minste6 uur verstreken is en de da-tum is gewijzigd.øVERBR.: Gemiddeld ver-bruikøSNELH.: Gemiddelde snel-heidMOTOR: MotortemperatuurACCU: Boordnetspanningmet bandenspanningscontrole(RDC)SURDC: BandenspanningRPM: ToerentalTEMP.: BuitentemperatuurKLOK: Tijdmet Digital DisplaySUMenu SETUP, WEERGAVE op-roepen en vervolgens menu-punt BOORDCOMPUTER selec-teren.De volgende weergaven kun-nen worden gedeactiveerd:Trip 1: Dagteller 1Trip A: De automatischedagteller wordt automatischgereset als na het uitschake-len van het contact ten minste6 uur verstreken is en de da-tum is gewijzigd.Verbruik: Gemiddeld ver-bruikSnelheid: Gemiddelde snel-heidKoelvloeistoftempera-tuurBoordnetspanningmet bandenspanningscontrole(RDC)SUBandenspanning: Banden-spanningBuitentemperatuurTijdHelderheid display instellenHet contact inschakelen.( 84)Menu SETUP, WEERGAVE op-roepen en vervolgens menu-punt HELDERHEID selecteren.Displayhelderheid instellen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met BMW R 12 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden