BMW CE 02 (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van BMW CE 02 (2025) (200 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over BMW CE 02 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | BMW |
| Categorie: | Motor |
| Model: | CE 02 (2025) |
Handleiding BMW CE 02 (2025) – volledige tekst
4 ALGEMENE AANWIJZINGENORIËNTATIEDe nadruk is gelegd op eensnelle oriëntatie in deze hand-leiding. Het snelst vindt u be-paalde onderwerpen via de in-dex aan het eind. Als u eersteen overzicht van uw ePar-kourer wilt hebben, vindt u datin hoofdstuk 2. In het hoofd-stuk Service worden alle uit-gevoerde onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden ge-documenteerd. Voor coulan-ceregelingen is het absoluutnoodzakelijk dat kan wordenaangetoond dat de vereiste on-derhoudswerkzaamheden zijnuitgevoerd.AFKORTINGEN EN SYMBO-LENVOORZICHTIG Gevaarmet laag risico. Niet ver-mijden kan leiden tot gering ofmatig letsel.WAARSCHUWING Ge-vaar met gemiddeld risico.Niet vermijden kan leiden totde dood of ernstig letsel.GEVAAR Gevaar methoog risico. Niet vermij-den leidt tot de dood of ernstigletsel.LET OP Bijzondereaanwijzingen en vei-ligheidsmaatregelen.
Nietopvolgen kan de motorfiets ofaccessoires beschadigen endaarmee tot uitsluiting van degarantie leiden.Speciale aanwijzingenvoor een betere hante-ring bij bedienings-, controle-en afstelprocedures alsmedeverzorgingswerkzaamheden.Werkinstructie.Resultaat van een re-paratieactiviteit.Verwijst naar een pa-gina met extra infor-matie.Geeft het einde vanaccessoire- of uitrus-tingsafhankelijke infor-matie aan.Aanhaalmoment.Technische gegevens.LU Landuitvoering.
5SU Speciale uitrusting.BMW Motorrad speci-ale uitrustingen wor-den al bij de productievan de voertuigen in-gebouwd.OA Optionele accessoires.BMW Motorradoptionele accessoireskunnen bij uwBMW MotorradPartner wordenverkregen en achterafworden gemonteerd.ABSAntiblokkeersysteem.ASCAutomatische stabili-teitsregeling.DWADiefstalbeveiligingsin-stallatie.EWSElektronische wegrij-beveiliging.RSCReparatie-stabiliteits-controleUITVOERINGBij de aanschaf van uw ePar-kourer hebt u gekozen vooreen model met een individu-ele uitrusting. Deze handleidingbeschrijft door BMW aange-boden speciale opties (SU) engeselecteerde optionele ac-cessoires (OA). Wij vragen uwbegrip voor het feit dat er ookuitrustingsvarianten worden be-schreven die u mogelijk niethebt geselecteerd.
Tevens zijnlandspecifieke afwijkingen vande afgebeelde Scooter moge-lijk.Mocht uw eParkourer uitrustin-gen bevatten die niet in dezehandleiding zijn beschreven,dan worden deze in een afzon-derlijke handleiding beschreven.TECHNISCHE GEGEVENSAlle gegevens t.a.v. maten, ge-wichten en prestaties in dehandleiding hebben betrekkingop het Deutsches Institut fürNormung e. V. (DIN) en zijn in-clusief de hierdoor gehanteerdetoleranties.Technische gegevens en spe-cificatie in deze handleidingdienen ter indicatie. De voer-tuigspecifieke gegevens kun-nen daarvan afwijken, bijv. opgrond van geselecteerde speci-ale opties, de landuitvoering oflandspecifieke meetprocedures.Gedetailleerde waarden kun-nen worden ontleend aan dekentekenbewijsdocumenten ofbij uw BMW Motorrad Partnerof een andere gekwalificeerdeservicepartner of vakwerkplaatsworden opgevraagd. De speci-
6 ALGEMENE AANWIJZINGENficaties in de voertuigpapierenhebben steeds prioriteit bovende specificaties in deze hand-leiding.ACTUALITEITHet hoge veiligheids- en kwa-liteitsniveau van BMW motor-fietsen wordt door een conti-nue doorontwikkeling van deconstructie, uitrusting en acces-soires gegarandeerd. Hierdoorkunnen eventuele afwijkingentussen deze handleiding en deScooter ontstaan. Ook vergis-singen kan BMW Motorrad niethelemaal uitsluiten.
Daaromverzoeken wij u er begrip voorte hebben dat eventuele aan-spraken op grond van de indeze handleiding voorkomendegegevens, afbeeldingen en be-schrijvingen niet kunnen wor-den aanvaard.MEERINFORMATIEBRONNENBMW Motorrad PartnerBij eventuele vragen is uwBMW Motorrad Partner u graagvan dienst.InternetU vindt de handleiding vooruw voertuig, bedienings-en inbouwhandleidingenvoor mogelijke accessoiresen algemene informatieover BMW Motorrad bijv.over de techniek, opbmw-motorrad.com/manuals.CERTIFICATEN EN TYPE-GOEDKEURINGENDe certificaten voor het voer-tuig en de officiële typegoed-keuring voor mogelijke acces-soires zijn te vinden opbmw-motorrad.com/certifica-tion.GEGEVENSGEHEUGENAlgemeenIn het voertuig zijn regeleenhe-den gemonteerd. Regeleenhe-den verwerken gegevens dieze bijv. ontvangen van voer-tuigsensoren, zelf genererenof onderling uitwisselen.
7krijgbaar bij de fabrikant vanhet voertuig, bijv. via een af-zonderlijke brochure.PersoonsgebondenheidElk voertuig is voorzien vaneen eenduidig voertuigidenti-ficatienummer. Landspecifiekkan met behulp van het voer-tuigidentificatienummer, hetkenteken en de verantwoorde-lijke autoriteiten de houder vanhet voertuig worden bepaald.Bovendien zijn er andere mo-gelijkheden om uit de in hetvoertuig vergaarde gegevensde berijder of voertuigbezitteraf te leiden, bijv.
Voor het verkrij-gen van deze informatie moeteen bewijs van houderschap ofgebruik worden overlegd.Het recht op informatie om-vat tevens informatie met be-trekking tot gegevens die aanandere ondernemingen of in-stanties zijn doorgegeven.Op de webpagina van de fa-brikant van het voertuig vindtu de telkens toepasselijke pri-vacyverklaringen. Deze priva-cyverklaringen bevatten infor-matie over het recht op wissenof corrigeren van gegevens.De fabrikant van het voertuigvermeldt op internet ook zijncontactgegevens en die van detoezichthouder voor gegevens-bescherming.
8 ALGEMENE AANWIJZINGENDe voertuigbezitter kan bij eenBMW Motorrad Partner, eenandere gekwalificeerde serv-icepartner of een vakwerk-plaats eventueel tegen betalingde in het voertuig opgeslagengegevens laten uitlezen.Voor het uitlezen wordt dewettelijk voorgeschreven 12V-stekker voor diagnosecon-tactdoos (OBD) in het voertuiggebruikt.Wettelijke vereisten inzakede openbaarmaking vangegevensDe fabrikant van het voertuig isin het kader van het geldenderecht verplicht om bij hem op-geslagen gegevens aan de au-toriteiten beschikbaar te stel-len. Dit beschikbaar stellen vangegevens in de vereiste mategebeurt in specifieke gevallen,bijv.
voor het ophelderen vaneen misdrijf.Overheidsinstanties zijn in hetkader van het geldende rechtbevoegd om in specifieke ge-vallen zelf gegevens uit hetvoertuig uit te lezen.Bedrijfsgegevens in hetvoertuigVoor het bedrijf van het voer-tuig verwerken regeleenhedengegevens.Hiertoe behoren bijv.:Statusmeldingen van het voer-tuig en de afzonderlijke com-ponenten ervan, bijv. wieltoe-rental, wielomtreksnelheid,bewegingsvertragingOmgevingsomstandigheden,bijv. temperatuurDe verwerkte gegevens wordenalleen in het voertuig zelf ver-werkt en zijn doorgaans vluch-tig. De gegevens worden nietlanger dan de bedrijfstijd opge-slagen.Elektronische componenten,bijv. regeleenheden, bevattencomponenten voor het op-slaan van technische informa-tie.
Deze kunnen informatieover voertuigtoestand, com-ponentbelasting, voorvallen ofstoringen tijdelijk of permanentopslaan.Deze informatie documenteertin het algemeen de toestandvan een component, een mo-dule, een systeem of de omge-ving, bijv.:
9bedrijfstoestanden van sys-teemcomponenten, bijv. vul-peilen, bandenspanningswaar-denstoringen en functiestoringenin belangrijke systeemcompo-nenten, bijv. licht en remmenreacties van het voertuig inspeciale rijsituatie, bijv. active-ren van de rijdynamieksyste-meninformatie over voorvallen metschade aan het voertuigDe gegevens zijn noodzakelijkvoor het uitvoeren van de re-geleenheidfuncties. Bovendiendienen deze voor het herken-nen en het verhelpen van sto-ringen en het optimaliseren vanvoertuigfuncties door de fabri-kant van het voertuig.Deze gegevens zijn grotendeelsvluchtig en worden in het voer-tuig zelf verwerkt. Slechts eenklein deel van de gegevenswordt afhankelijk van de aan-leiding opgeslagen in voorval-of storingsgeheugens.Bij een beroep op onderhouds-activiteiten, bijv.
reparaties, on-derhoudsprocessen, garantie-claims en kwaliteitsborgings-maatregelen, kan deze techni-sche informatie samen met hetvoertuigidentificatienummer uithet voertuig worden uitgelezen.Het uitlezen van de informatiekan door een BMW MotorradPartner of een vakwerkplaatsgebeuren. Voor het uitlezenwordt de wettelijk voorge-schreven 12 V-stekker voordiagnosecontactdoos (OBD) inhet voertuig gebruikt.De gegevens worden door debetreffende functionarissenvan het dealernetwerk ver-gaard, verwerkt en gebruikt.De gegevens documenterentechnische toestanden van hetvoertuig, helpen bij het storing-zoeken, het nakomen van ga-rantieverplichtingen en bij dekwaliteitsverbetering.Daarenboven heeft de fabri-kant productobservatieplichtenkrachtens het productaanspra-kelijkheidsrecht. Voor het na-komen van deze plichten heeftde fabrikant van het voertuigtechnische gegevens uit hetvoertuig nodig.
De gegevensuit het voertuig kunnen ookworden gebruikt om garantie-claims van de klant te controle-ren.Storings- en eventdatarecor-ders in het voertuig kunnen inhet kader van reparatie- of ser-vicewerkzaamheden bij eenBMW Motorrad Partner of een
10 ALGEMENE AANWIJZINGENvakwerkplaats worden terugge-zet.Gegevensinvoer engegevensoverdracht in hetvoertuigAlgemeenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen comfortinstellingen enpersoonlijke instellingen in hetvoertuig worden opgeslagen ente allen tijde worden gewijzigdof gereset.Gegevens kunnen evt. in hetentertainment- en communi-catiesysteem van het voertuigworden ingevoerd, bijv. via eensmartphone.Daartoe behoren afhankelijkvan de betreffende uitvoering:Multimediagegevens, zoalsmuziek voor afspelenAdresboekgegevens voor ge-bruik in combinatie met eencommunicatiesysteem of eengeïntegreerd navigatiesys-teemIngevoerde navigatiebestem-mingenGegevens m.b.t. het gebruikvan internetservices. Dezegegevens kunnen lokaal inhet voertuig worden opgesla-gen, of ze staan op een ap-paraat dat met het voertuig isverbonden, bijv. smartphone,USB-stick, MP3-speler.
Alsdeze gegevens in het voertuigworden opgeslagen, kunnendeze te allen tijde worden ge-wist.Deze gegevens worden uitslui-tend op persoonlijke wens inhet kader van het gebruik vanonlinediensten doorgegevenaan derden. Dit is afhankelijkvan de geselecteerde instel-lingen bij het gebruik van dediensten.Integratie van mobieleeindapparatenAfhankelijk van de uitvoeringkunnen met het voertuig ver-bonden mobiele eindappara-ten, bijv. smartphones, via debedieningselementen van hetvoertuig worden aangestuurd.Daarbij kunnen beeld en ge-luid van het mobiele eindappa-raat via het multimediasysteemworden uitgevoerd. Tegelijker-tijd wordt er bepaalde infor-matie aan het mobiele eindap-paraat overgedragen. Afhan-kelijk van het soort integratiebehoren daartoe bijv. positie-gegevens en andere algemenevoertuiginformatie.
11Het soort verdere gegevensver-werking wordt bepaald door deprovider van de desbetreffendegebruikte app. De omvang vande mogelijke instellingen hangtaf van de betreffende app enhet besturingssysteem van hetmobiele eindapparaat.DienstenAlgemeenAls het voertuig een draadlozeverbinding heeft, maakt dezehet uitwisselen van gegevenstussen het voertuig en anderesystemen mogelijk. De draad-loze verbinding wordt mogelijkgemaakt door een zend- enontvangstmodule in het voer-tuig zelf of via persoonlijk in-gebrachte mobiele eindappa-raten, bijv. smartphones. Viadeze draadloze verbinding kun-nen zogenaamde onlinefunctiesworden gebruikt. Dit zijn ondermeer onlinediensten en appsvan de fabrikant van het voer-tuig of van andere providers.Diensten van devoertuigfabrikantBij online-diensten van de fa-brikant van het voertuig wor-den de betreffende functiesbeschreven in de betreffendebron, bijv.
handleiding, webpa-gina van de fabrikant. Deze be-vat ook de relevante informatieover rechten m.b.t. gegevens-beveiliging. Voor het verlenenvan onlinediensten kunne per-soonsgebonden gegevens wor-den gebruikt. Gegevens wor-den uitgewisseld via een veiligeverbinding, bijv. met de daar-voor bedoelde IT-systemen vande fabrikant van het voertuig.Het vergaren, verwerken en ge-bruiken van persoonsgebon-den gegevens tot verder danhet verlenen van diensten ge-beurt uitsluitend op basis vaneen wettelijk toestemming,een contractuele afspraak of opgrond van een inwilliging. Hetis ook mogelijk om de gehelegegevensverbinding te latenactiveren of deactiveren.
Dewettelijk voorgeschreven func-ties zijn hiervan uitgesloten.Diensten van andere providersBij het gebruik van onlinedien-sten van andere providers val-len deze diensten onder de ver-antwoordelijkheid en de gege-vensbeveiligings- en gebruiks-voorwaarden van de betref-fende provider. De fabrikantvan het voertuig heeft geeninvloed op de daarbij uitge-wisselde content. Informatieover het soort, de omvang en
12 ALGEMENE AANWIJZINGENhet doel van het vergaren engebruiken van persoonsgebon-den gegevens in het kader vandiensten van derden kan wor-den opgevraagd bij de betref-fende provider.BLUETOOTHBij Bluetooth gaat het om eenradioverbinding voor nabij.Bluetooth-apparaten zendenals Short Range Devices (over-dracht met beperkt bereik)over de licentievrije ISM-fre-quentiegebied (Industrial, Sci-entific and Medical Band) tus-sen 2,402...2,480 GHz. Ze mo-gen wereldwijd vergunningsvrijworden gebruikt.Hoewel Bluetooth bestemd isom op korte afstand voor sta-biele verbindingen te zorgenzijn, zoals bij alle draadlozetechnologieën, storingen mo-gelijk. Verbindingen kunnenworden verstoord, kortstondigworden onderbroken of hele-maal verloren gaan.
Met namewanneer meerdere apparatenin een Bluetooth-netwerk wor-den gebruikt, kan een onderalle omstandigheden probleem-loze verbinding niet wordengegarandeerd.Mogelijke storingsbronnen:Interfererende velden doorzendmasten en dergelijke.Apparaten met foutief geïm-plementeerde Bluetooth-stan-daard.Voor Bluetooth geschikte ap-paraten in de directe omge-ving.Afscherming door metalen oflichamen.
30 AANDUIDINGENAANDRIJVINGSWEERGAVENAandrijvingsweergaveGebied 1: Recuperatiekoppel.Niet beschikbaar in rijmodusSURF.Gebied 2: Actueel recuperatie-of aandrijfkoppel.Gebied 3: Reserve aandrijfkop-pel.BeperkingenGebied 1: Verkort aandrijfkop-pel geeft aan dat het vermogenbeperkt is.Symbool 2: De energiete-rugwinning is sterk beperkt.( 108)Symbool 3: Energiespaarstand,kritische laadtoestand, storingin de aandrijving en omge-vingsgerelateerde overbelastingzijn mogelijke oorzaken vooreen beperkt vermogen.CONTROLELAMPJESWeergaveWaarschuwingen en informa-tie worden weergegeven via debetreffende waarschuwings-lampjes en verschijnen aanvan-kelijk gedurende 30 secondenin het actueel geselecteerdescherm.
Indien meerdere mel-dingen tegelijkertijd optreden,dan worden deze aan de handvan de prioriteit weergegeven,totdat ze met de toets TERUGof OK worden bevestigd.Als er waarschuwingen of in-formatie aanwezig zijn, kunnendeze in het scherm RIDE wor-den bekeken.De kleur van het algemenewaarschuwingslampjewordt weergegeven op basisvan de meest urgente waar-schuwing.Een overzicht van de mogelijkewaarschuwingen en informatievindt u op de volgende pagi-na's.
Afhankelijk van de be-oordeling worden er verschil-lende kleuren gebruikt:Kleur van het symboolWit: (KOUD) 1 Actuele tempe-ratuur is te laag.Grijs: (---) 2 Geen informa-tie over de actuele waardebeschikbaar.Wit: (OK) 3 Actuele tempera-tuur is in het optimale bereik.Wit: (HEET!) 4 Actuele tem-peratuur is te hoog.Rood: (HEET!) 4 Actueletemperatuur is gevaarlijkhoog.De beoordeling van deafzonderlijke waarden isdeels pas vanaf een bepaalderitduur of snelheid mogelijk.Als een meetwaarde nog nietweergegeven kan worden, om-dat niet aan de voorwaardenvoor de meting is voldaan, wor-den in plaats daarvan streepjes
38 AANDUIDINGENABS-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:ABS-zelfdiagnose nietvoltooidDe ABS-functie is niet be-schikbaar, omdat de zelfdia-gnose niet is afgesloten. (Omde wielsensor te controlerenmoet de motorfiets een mini-mumsnelheid bereiken: min.5 km/h)Langzaam wegrijden. Er reke-ning mee houden dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede ABS-functie niet beschik-baar is.ASC-zelfdiagnose nietbeëindigdknippert.Mogelijke oorzaak:ASC-zelfdiagnose nietvoltooidDe ASC is niet beschikbaar,omdat de zelfdiagnose nietis afgesloten. (Voor de con-trole van de wielsensorenmoet het voertuig een mini-mumsnelheid bereiken: min.5 km/h)Langzaam wegrijden.
Er reke-ning mee houden dat tot hetafsluiten van de zelfdiagnosede ASC-functie niet beschik-baar is.ASC-ingreepknippert snel.Mogelijke oorzaak:De ASC heeft een instabiliteitvan het achterwiel herkend envermindert het koppel.Het controle- en waarschu-wingslampje knippert langerdan de ASC-ingreep duurt.Daarmee heeft de berijder ookna de kritieke rijsituatie nogeen optische bevestiging vande uitgevoerde regeling.Verder rijden mogelijk. Voor-uitziend rijden.Storing elektronischewegrijbeveiligingbrandt geel.EWS storing ID030Mogelijke oorzaak:De gebruikte contactsleutel isniet bevoegd als startsleutel ofde communicatie tussen sleutelen motorelektronica heeft eenstoring.
40 AANDUIDINGENBatterij van radiografischesleutel is leeg of verlies vanradiografische sleutel. ( 66)Blijf rustig als tijdens de rithet Check-Control-dialoog-venster verschijnt. U kuntdoorrijden, de rijgereedheidwordt niet uitgeschakeld.Een defecte radiogra-fische sleutel door eenBMW Motorrad Partner latenvervangen.Keyless Ride uitgevallenbrandt geel.Storing radiogr.sleutel ID061Mogelijke oorzaak:De Keyless Ride-regeleenheidheeft een communicatiestoringgeregistreerd.De motor niet afzetten. Zosnel mogelijk een vakwerk-plaats opzoeken, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Het starten van de motor kanniet meer met Keyless Rideworden ingeschakeld.DWA niet meer activeerbaar.Batterij van de radiografischesleutel vervangenbrandt geel.Batterij radiogr.sleutel ID070Mogelijke oorzaak:De batterij van de radiografi-sche sleutel heeft niet meerde volledige capaciteit.
Het alarm kan bij ont-koppelen van de voertuigaccuniet meer worden geactiveerd.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.DWA-accu zwakmet alarmsysteem (DWA)OADWA-accu zwak ID081Deze storingsmeldingwordt gedurende kortetijd alleen aansluitend op dePre-Ride-Check weergegeven.Mogelijke oorzaak:De DWA-accu heeft niet meerzijn volledige capaciteit.Ermee rekening houden datde werking van de DWA bijeen losgekoppelde voertuig-accu slechts beperkte tijd ge-waarborgd is.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.DWA uitgevallenmet alarmsysteem (DWA)OAbrandt geel.Storing DWA ID082Mogelijke oorzaak:De DWA-regeleenheid heefteen communicatiestoring gere-gistreerd.Ermee rekening houden datde DWA niet meer kan wor-den geactiveerd of gedeacti-veerd.Vals alarm mogelijk.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Onderhoud nodigwordt wit weergegeven.Onderhoud binnenkortID090Mogelijke oorzaak:Op grond van de afgelegdeafstand of de datum is het tijdvoor een onderhoudsbeurt.Onderhoud regelmatig dooreen vakwerkplaats laten uit-voeren, bij voorkeur door eenBMW Motorrad Partner.De bedrijfs- en verkeersveilig-heid van het voertuig blijvenbehouden.Het best mogelijke waardebe-houd van het voertuig wordtverzekerd.
ID123Storing achterknipper-licht (links) ID124, Sto-ring achterknipper-licht (rechts) ID125WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het wegverkeer dooruitvallen van de verlichtingvan de motorfietsVeiligheidsrisicoEen defecte gloeilamp zosnel mogelijk vervangen.Hiervoor contact opnemenmet een specialist, bij voor-keur een BMW Motorraddealer.Mogelijke oorzaak:Lamp defectDoor middel van visuele con-trole defecte gloeilampen op-sporen.LED-lampen compleet la-ten vervangen. Daartoe con-tact opnemen met een vak-
43werkplaats, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Verlichtingsregelinguitgevallenbrandt geel.De uitgevallen verlich-ting wordt weergegevenID117/ID126:Storing voorlicht ID117Storing achterlichtID126WAARSCHUWINGDe motorfiets wordt niet ge-zien in het verkeer door uit-val van de voertuigverlich-tingVeiligheidsrisicoDe storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats la-ten verhelpen, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.De voertuigverlichting is ge-deeltelijk of volledig uitgevallen.Mogelijke oorzaak:De verlichtingsregeling heefteen communicatiefout ontdekt.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Storing aandrijfsysteembrandt geel.Storing aandrijvingID150Mogelijke oorzaak:De aandrijfregeleenheid heefteen storing geregistreerd.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Storing aandrijfsysteembrandt geel.brandt geel.Storing aandrijvingID151Mogelijke oorzaak:De communicatie met de aan-drijfregeleenheid is uitgevallen.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Storing aandrijfsysteemknippert geel.Storing aandrijvingID152
44 AANDUIDINGENMogelijke oorzaak:De aandrijfregeleenheid heefteen storing geregistreerd.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Storing zijstandaardbewakingbrandt geel.Storing zijstan-daard ID170Mogelijke oorzaak:Zijstandaardschakelaarof bedrading bescha-digdDe motor wordt bij het over-schrijden van de minimum-snelheid uitgeschakeld. In datgeval is rijden niet meer mo-gelijk.min. 5 km/hContact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Storing zijstandaardbewakingbrandt geel.Storing zijstan-daard ID220Mogelijke oorzaak:Zijstandaardschakelaarof bedrading bescha-digdDe motor wordt bij het over-schrijden van de minimum-snelheid uitgeschakeld. In datgeval is rijden niet meer mo-gelijk.min.
Uitge-breide informatie over situa-ties die tot een ASC-storingkunnen leiden in acht nemen( 119).De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Energieterugwinning beperktbrandt geel.Storing E-aandrij-ving ID223Mogelijke oorzaak:Energieterugwinning is beperkt.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Communicatiestoring inelektromachine elektronicabrandt geel.brandt geel.Storing E-aandrij-ving ID230Mogelijke oorzaak:De elektromachine elektronicaheeft een communicatiefoutontdekt.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Storing in laadsysteembrandt geel.Storing laadsysteemID231Mogelijke oorzaak:Door een storing in de ePar-kourer is het laadproces afge-broken of kon het laadprocesniet worden gestart.Laadsnoer lostrekken.Twee minuten wachten.
46 AANDUIDINGENLaadsnoer aansluiten.Nieuwe laadpoging wordt ge-start.Als dit zich opnieuw voordoet,contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Mogelijke oorzaak:Als de storing tijdens de rit op-treedt: De DC/DC-omvormer isdefect, de 12 V-accu kan nietworden bijgeladen.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Het is mogelijk om door te rij-den tot de accu volledig ont-laden is, maar dit wordt nietaangeraden.Laadtoestand laagbrandt geel.Laadtoestand laagID232Mogelijke oorzaak:De laadtoestand is laag.eParkourer laden.Laadtoestand kritiekbrandt geel.brandt geel.Laadtoestand kri-tisch ID233WAARSCHUWINGOngebruikelijk rijgedrag inde noodfunctie van de elek-trische aandrijvingGevaar voor ongevallenSterk accelereren en inhaal-manoeuvres vermijden.Mogelijke oorzaak:De laadtoestand van de motor-fiets is kritiek.eParkourer laden.Storing aandrijfsysteembrandt geel.Storing E-aandrij-ving ID240WAARSCHUWINGOngebruikelijk rijgedrag inde noodfunctie van de elek-trische aandrijvingGevaar voor ongevallenSterk accelereren en inhaal-manoeuvres vermijden.
47Mogelijke oorzaak:De aandrijfregeleenheid heefteen storing geregistreerd.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Verder rijden mogelijk. Hetmaximale aandrijfvermogen isgereduceerd.Storing in de elektrischeaandrijflijn: Vermogengereduceerdbrandt geel.brandt geel.Storing E-aandrij-ving ID241WAARSCHUWINGOngebruikelijk rijgedrag inde noodfunctie van de elek-trische aandrijvingGevaar voor ongevallenSterk accelereren en inhaal-manoeuvres vermijden.Mogelijke oorzaak:De aandrijfregeleenheid heefteen storing geregistreerd.De storing bij een vakwerk-plaats laten verhelpen, bijvoorkeur een BMW MotorradPartner.Verder rijden mogelijk. Hetmaximale aandrijfvermogen isgereduceerd.Ernstige storingaandrijfsysteemknippert rood.Gevaar elektr. aan-drijving ID242Mogelijke oorzaak:Er is een ernstige storing in deaandrijving herkend.
ID270WAARSCHUWINGUitval van de voertuigsyste-menGevaar voor ongevallenNiet verder rijden.De accu wordt niet opgeladen.De voertuigelektronica ontlaadtde accu.Mogelijke oorzaak:Storing DC/DC-omvormer, accudefect of zekering doorge-brand.De storing zo snel mogelijkdoor een vakwerkplaats latenverhelpen, bij voorkeur eenBMW Motorrad Partner.Diefstalbeveiligingbrandt geel.DiefstalbeveiligingID340Mogelijke oorzaak:Het serienummer van het in-strumentenpaneel komt nietovereen met het in de rege-leenheid opgeslagen serienum-mer.Contact opnemen met eenvakwerkplaats, bij voorkeureen BMW Motorrad Partner.Temperatuur elektrischeaandrijvingTemperatuur E-aan-drijving ID357Mogelijke oorzaak:Aandrijftemperatuur is te hoogof te laag.Verder rijden mogelijk. Hetmaximale aandrijfvermogen isgereduceerd.Temperatuur elektrischeaandrijving kritischbrandt rood.Storing E-aandr.
49voorkeur een BMW MotorradPartner.Bedrijfsgereedheiduitschakelen, om helaadproces te startenUitschakelen om teladen ID359Om ervoor te zorgen dat hetlaadproces kan worden gestart,moet de bedrijfsgereedheidworden uitgeschakeld.Laadtoestand van deaandrijfaccu's verschillendbrandt geel.Lading! Aandrijf-batterijen ID360De aandrijfregeleenheid heefteen verschillende laadtoestandbij de aandrijfaccu's gemeten.Het vermogen is beperkt. Devollere aandrijfaccu wordt ont-laden, totdat de laadtoestandvan de aandrijfaccu's weer ge-lijk is.
Uitge-zonderd zijn toepassingenzonder bediening, zoals te-lefonie via een handsfree-systeem.WAARSCHUWINGAfleiding van de verkeers-situatie en verlies van decontroleGevaar voor ongevallen doorde bediening van geïnte-greerde informatiesystemenen communicatieapparatentijdens het rijdenBedien deze systemen ofapparaten alleen als de ver-keerssituatie het toelaat.Stop indien nodig en bediende systemen of apparatenterwijl u stilstaat.BEDIENINGSELEMENTENToetsenpaneelAfhankelijk van de context zijnde volgende functies mogelijk.Toets PIJL OMHOOG 1indrukken:Cursor in lijsten omhoog be-wegen.Toets PIJL OMHOOG 1ingedrukt houden:Naar het begin van de lijstgaan.Toets OK 2 indrukken:Selectie bevestigen.Toets OK 2 ingedrukt houden:Waarden van de boordcom-puter op nul resetten.Toets PIJL OMLAAG 3indrukken:Cursor in lijsten omlaag be-wegen.
53Toets PIJL OMLAAG 3ingedrukt houden:Naar het einde van de lijstgaan.Toets TERUG 4 indrukken:Geselecteerd menu verlaten.Toets TERUG 4 ingedrukthouden:Wijziging van de bedienings-focus. ( 79)Symbolen op het displayHet symbool 1 geeft aan datde selectie met de OK-toetskan worden bevestigd.Het symbool 2 geeft aan opwelk niveau in de boordcompu-ter wordt genavigeerd.Het symbool 3 geeft aan dat ernog meer menuniveaus aanwe-zig zijn.SCHERM RIDE EN PURE RIDEAanzicht RIDENa het inschakelen van derijklaarmodus verschijnt hetscherm RIDE.Inhoud gebied 1: PURE RIDE,boordcomputer, meldingen enSETUP.
54 INSTRUMENTENPANEELBedienen: toets OK indruk-ken.Navigeren: PIJL OMHOOG,PIJL OMLAAG.Naar selectie SETUP gaan:Lang indrukken PIJL OM-LAAG.Naar selectie PURE RIDEgaan: Lang indrukken PIJLOMHOOG.Het menu SETUP kan alleen bijstilstand worden bediend.Boordcomputer terugzettenVoorwaardeAanzicht RIDE is geselecteerd.Met de toetsen PIJL OM-HOOG of PIJL OMLAAG eenwaarde selecteren.De volgende waarden kunnenworden gereset:Trip 1VerbruikSnelheidOK-toets lang indrukken omgeselecteerde waarde te re-setten.Scherm PURE RIDE oproepenVoorwaardeAanzicht RIDE is geselecteerd.Met de toetsen PIJL OM-HOOG of PIJL OMLAAGPURE RIDE 1 selecteren.Toets OK indrukken.Op het aanzicht PURE RIDEverschijnen de bedrijfsgereed-heid en de snelheid.Om naar het aanzicht RIDEte gaan, willekeurige toetsindrukken.ALGEMENE INSTELLINGENSysteeminstellingen uitvoerenHet menu SETUP, SYSTEEMoproepen.De volgende instellingen kun-nen uitgevoerd worden:Datum en tijdTaalEenhedenGewenste instellingen selecte-ren.Instellingen bevestigen.
55Boordcomputer instellenHet menu SETUP, WEERGAVE,Boordcomputer oproepen.De volgende waarden kunnenworden weergegeven:Trip 1Trip A (wordt automa-tisch gereset als na hetuitschakelen van de eParkourerten minste 6 uur zijn verstrekenen de datum is gewijzigd)VerbruikSnelheidTemperatuur aan-drijvingLaadtoestandTijdWaarden selecteren of dese-lecteren.Instelling bevestigen.Service-informatie weergevenHet menu SETUP, ONDER-HOUD oproepen.Datum en Resterende af-stand weergeven.De eerstvolgende on-derhoudsbeurt door eenBMW Motorrad Partner latenuitvoeren.Setup resettenHet menu SETUP, RESET op-roepen.Bevestigen om de fabrieksin-stellingen te herstellen.Instelling displayhelderheidDe helderheid van het displaywordt automatisch geregeld viade fotodiode.Informatie oproepenHet menu SETUP, SYSTEEM,Informatie oproepen.Er kan worden gekozen uit devolgende informatie:SW Version CCPSW Version ClusterAccu infoGewenste informatie selecte-ren.Mobiel eindapparaatverbindenVoorwaardeOp het mobiele eindapparaat isde BMW Motorrad ConnectedApp geïnstalleerd.Rijklaarmodus inschakelen.( 65)Het menu SETUP, SYSTEEMoproepen.Verbindingen oproepen enBluetooth inschakelen.
56 INSTRUMENTENPANEELNieuw apparaat verbin-den selecteren.De resterende tijd voor hetverbinden van het mobieleeindapparaat wordt weerge-geven.Bluetooth-functie van het mo-biele eindapparaat activeren(zie handleiding van het mo-biele eindapparaat).De BMW Motorrad Connec-ted app oproepen.In BMW Motorrad Connec-ted App nieuw apparaat ver-binden.Apparaat BMW_CR_Controlselecteren en koppelen.De Bluetooth-verbindingwordt tot stand gebracht.Om een reeds gekoppeld ap-paraat te verbinden, Blue-tooth inschakelen.met Highline-pakketSUWijziging van de bedienings-focus.
( 79)ENERGIESPAARSTANDEnergiespaarstand instellenDe energiespaarstandis alleen beschikbaar bijvoertuigen met twee aandrijf-accu's.Het menu SETUP, MOTOR-FIETS, Energiespaarmo-dus oproepen.Energiespaarstand in- of uit-schakelen.Weergaven energiespaarstandAls de energiespaarstand actiefis, verschijnt het volgende sym-bool:EnergiespaarstandDe eParkourer rijdt in de ener-giebesparende modus, waarbijniet het volledige aandrijfkop-pel beschikbaar is.Bovendien verschijnt het vol-gende waarschuwingslampje:Beperkt vermogenHerinneringenergiespaarstandBij een geringe laadtoestandverschijnt een melding dat naarde energiespaarstand moetworden gewisseld.Het wisselen naar de energie-spaarstand kan via het toetsen-paneel worden bevestigd ofgeweigerd. ( 52)
58 INSTRUMENTENPANEELEen grijs weergegeven aan-drijfaccu 1 kan niet wordenopgeroepen.Betreft één accu:Vermogen is beperkt.De geschatte actieradiuswordt aangepast.Betreft beide accu's:eParkourer kan niet wordengestart.Op het display verschijnt eenmelding. ( 30)Storing in de aandrijfaccu'sTen minste één aandrijfaccuheeft een storing gedetecteerd.Een geel gemarkeerde aan-drijfaccu 1 kan niet wordenaangestuurd.Betreft één accu:Vermogen is beperkt.De geschatte actieradiusneemt af.Betreft beide accu's:eParkourer kan niet wordengestart.Op het display verschijnt eenmelding. ( 30)Ontbrekende aandrijfaccu'sTen minste één aandrijfaccu isniet gemonteerd of aangeslo-ten.
59Een grijs weergegeven aan-drijfaccu 1 is niet aangebrachtof aangesloten.Starten is in geen geval mo-gelijk.Op het display verschijnt eenmelding. ( 30)DISPLAYWEERGAVEN ÉÉNAANDRIJFACCUAccutoestanden met éénaandrijfaccuDe laadtoestand wordt in hetscherm RIDE weergegeven.De toestand van de aandrijf-accu wordt op het displayweergegeven.Normale toestandDe laadtoestand van de aan-drijfaccu wordt weergegeven.Accutoestand 1 normaal.eParkourer is klaar voor ge-bruik.Uitval aandrijfaccuDe aandrijfaccu is niet toegan-kelijk.Een grijs weergegeven aan-drijfaccu 1 kan niet wordenopgeroepen.eParkourer kan niet wordengestart.Op het display verschijnt eenmelding. ( 30)
60 INSTRUMENTENPANEELStoring in de aandrijfaccuDe aandrijfaccu heeft een sto-ring gedetecteerd.Een geel gemarkeerde aan-drijfaccu 1 kan niet wordenaangestuurd.eParkourer kan niet wordengestart.Op het display verschijnt eenmelding. ( 30)Ontbrekende aandrijfaccuDe aandrijfaccu is niet gemon-teerd of aangesloten.Een grijs weergegeven aan-drijfaccu 1 is niet aangebrachtof aangesloten.Gebruik van de motorfiets isniet mogelijk.eParkourer kan niet wordengestart.Op het display verschijnt eenmelding. ( 30)
64 GEBRUIKRIJKLAARMODUSContactsleutelDe eParkourer wordt gele-verd met een radiografischesleutel en een reservesleutel.Bij verlies van de sleutel deaanwijzingen met betrekkingtot de elektronische wegrijbe-veiliging (EWS) ( 66) in achtnemen.Als de radiografische sleu-tel buiten het zendgebiedkomt (bijvoorbeeld in de zijtasof topcase), kan het voertuigniet worden gestart.Als de radiografische sleutelniet werkt, wordt de bedrijfs-gereedheid na ca. 1,5 minutenuitgeschakeld om de batterij tesparen.We adviseren u de radiografi-sche sleutel op het lijf te dra-gen (bijv.
in de jaszak) of dereservesleutel bij u te dragen.Bereik van radiografi-sche Keyless Ride-sleu-telcirca 1 mDe verbindingsstatus wordt nahet inschakelen van de bedrijfs-gereedheid ( 65) door mid-del van een controlelampje inhet instrumentenpaneel weer-gegeven.Het controlelampje 1 knip-pert: Er wordt naar de radio-grafische sleutel gezocht.Het controlelampje 1 brandt:De radiografische sleutel resp.reservesleutel werd niet her-kend.Het controlelampje 1 knippertlangzaam: De radiografischesleutel werd niet vrijgege-ven. De radiografische sleutelbewegen en de bedrijfsge-reedheid weer inschakelen( 65).Het controlelampje 1 dooft:De radiografische sleutel resp.reservesleutel werd herkenden vrijgegeven.Stuurslot vergrendelenVoorwaardeStuur is naar links gedraaid.Radiografische sleutel is in ont-vangstgebied.
65Toets 1 ingedrukt houden.Het stuurslot vergrendelthoorbaar.Bedrijfsgereedheid, verlichtingen alle circuits uitgeschakeld.Om het stuurslot te ontgren-delen toets 1 kort indrukken.Gebruiksklaar makenVoorwaardeRadiografische sleutel is in ont-vangstgebied.Het inschakelen van de be-drijfsgereedheid kan op tweemanieren.Variant 1:De toets 1 kort indrukken.Stadslicht en alle circuits zijningeschakeld.Dagrijlicht is ingeschakeld.Variant 2:Stuurslot is vergrendeld,toets 1 ingedrukt houden.Het stuurslot wordt ontgren-deld.Stadslicht en alle circuits inge-schakeld.Dagrijlicht is ingeschakeld.Rijklaarmodus uitschakelenVoorwaardeRadiografische sleutel is in ont-vangstgebied.Het uitschakelen van de be-drijfsgereedheid kan op tweemanieren.Variant 1:De toets 1 kort indrukken.Het licht wordt uitgeschakeld.Stuurslot is ontgrendeld.
66 GEBRUIKVariant 2:Het stuur tot de aanslag naarlinks draaien.Toets 1 ingedrukt houden.Het licht wordt uitgeschakeld.Het stuurslot wordt vergren-deld.Elektronischewegrijbeveiliging (EWS)De elektronica in de eParkoureranalyseert via een ringantennein het contactslot de gegevensdie in de contactsleutel zijn op-geslagen.
Pas als de sleutel als"bevoegd" is herkend, wordtde rijgereedheid vrijgegevendoor de motorregeleenheid.Indien een tweede radio-grafische sleutel aan de bijhet starten gebruikte radiogra-fische sleutel is bevestigd, kande elektronica "geïrriteerd" ra-ken en wordt de rijgereedheidniet vrijgegeven.Bewaar de radiografische sleu-tels altijd apart van elkaar.Bij verlies van een van de con-tactsleutels kunt u deze dooruw BMW Motorrad Partner la-ten blokkeren.Daartoe moet u alle anderebij de eParkourer behorendecontactsleutels meebrengen.Met een geblokkeerde sleu-tel kan de elektromachine nietmeer worden gestart, maar eengeblokkeerde sleutel kan welweer worden vrijgeschakeld.Reservesleutels zijn alleen viaeen BMW Motorrad Partnerverkrijgbaar.
Deze is verplichtuw legitimatie te controleren,omdat de sleutels onderdeelvan een veiligheidssysteem zijn.Batterij van radiografischesleutel is leeg of verlies vanradiografische sleutelBij verlies van een sleutel deopmerkingen over de elek-tronische wegrijblokkering(EWS) in acht nemen.Als u de radiografische sleuteltijdens het rijden verliest, kande eParkourer worden gestartmet de reservesleutel.Als de batterij van de radio-grafische sleutel 2 leeg is, kande eParkourer door de radio-grafische sleutel tegen de an-tenne te houden 3 wordengestart.
67De reservesleutel 1 of de legeradiografische sleutel 2 bijde afdekking in de uitsparingonder de buddyseat berijderter hoogte van de antenne 3houden.Tijd waarbinnen demotor moet wordengestart. Daarna moet eennieuwe ontgrendelingplaatsvinden.30 sPre-Ride-Check wordt uitge-voerd.De radiografische sleutel isherkend.Rijklaarmodus inschakelen.( 65)Batterijspanning van deradiografische sleutelcontrolerenDe batterijspanning van de ra-diografische sleutel wordt aande hand van de kleur van deLED 2 weergegeven.De toets 1 indrukken.LED brandt groen: Batterij-spanning normaalLED brandt oranje: Accuspan-ning laagLED brandt rood: Batterij-spanning kritischAls de LED rood brandt, moetde batterij van de radiografi-sche sleutel worden vervangen.Batterij van de radiografischesleutel vervangen.
doorinterne verbranding of letseldoor zuur.Voertuigsleutels en batte-rijen buiten het bereik vankinderen bewaren.Wanneer wordt vermoeddat een batterij of eenknoopcel is ingeslikt of zichin een lichaamsdeel bevindt,direct medische assistentiezoeken.Batterij vervangen.Knop 3 indrukken.De sleutel klapt open.Batterijkapje 1 naar bovendrukken.De batterij 2 uitbouwen.De oude batterij volgens dewettelijke bepalingen afvoe-ren, de batterij niet met hethuisvuil weggooien.LET OPOngeschikte of onjuist ge-plaatste batterijenOnderdeelschadeVoorgeschreven batterij ge-bruiken.Bij het plaatsen van de bat-terij op de juiste polariteitletten.De nieuwe batterij met depluspool naar boven aanbren-gen.AccutypeVoor Keyless Ride-radiografi-sche sleutelCR 2032Batterijkapje 1 inbouwen.De rode LED in het instru-mentenpaneel knippert.De radiografische sleutelwerkt weer.
69NOODUITSCHAKELINGS-SCHAKELAAR1 Nooduitschakelingsscha-kelaarMet behulp van de noodstop-schakelaar 1 kan de aandrijvingsnel worden afgezet.A eParkourer rijklaarB Aandrijving uitgeschakeldACHTERUITRIJDENAchteruitrijden bedienenWAARSCHUWINGSlechte waarneembaarheidbij elektrisch rijden.Gevaar voor een ongevalBij elektrisch rijden in achtnemen dat voetgangers enandere verkeersdeelnemershet voertuig door het ont-breken van een motorgeluidniet zoals gebruikelijk waar-nemen.Bijzonder goed opletten tij-dens het rijden.Rijgereedheid inschakelen.( 107)Toets 1 tijdens het achteruit-rijden ingedrukt blijven hou-den.
70 GEBRUIKDe vrijgave wordt op hetdisplay door een R met eenpijlsymbool 1 naar benedenweergegeven.Elektronische gashendel voor-zichtig bedienen en achteruit-rijden.De eParkourer rijdt achteruitmet een maximumsnelheidvan 3 km/h.Tijdens het achteruitrijden be-weegt het pijlsymbool 1 ver-der omlaag naarmate de snel-heid toeneemt.VERLICHTINGDimlicht en stadslichtHet stadslicht wordt automa-tisch ingeschakeld zodra deeParkourer rijklaar is. Daarnabrandt het stadslicht nog kortverder.Het dimlicht wordt automatischingeschakeld zodra de ePar-kourer rijklaar is.Overdag kan als alternatief voorhet dimlicht de dagrijlichtauto-maat in het menu SETUP wor-den geactiveerd. ( 71)Grootlicht en lichtsignaalRijklaarmodus inschakelen.( 65)Schakelaar 1 naar voren druk-ken om het grootlicht in teschakelen.Schakelaar 1 naar achterentrekken om het lichtsignaal tebedienen.
71Follow-me-home-verlichtingRijklaarmodus uitschakelen.Direct na het uitschakelen vande rijgereedheid de schake-laar 1 naar achteren trekkenen vasthouden, tot de ComingHome verlichting wordt inge-schakeld.De verlichting gaat een mi-nuut lang aan en wordt auto-matisch weer uitgeschakeld.Deze kan bijvoorbeeld na hetafzetten van de motorfietsgebruikt worden om het padnaar de voordeur te verlichten.ParkeerlichtVoorwaardeRichtingaanwijzer is uitgescha-keld.Rijklaarmodus uitschakelen.( 65)Toets 1 direct na het uitscha-kelen van de rijklaarmodusnaar links drukken, tot hetparkeerlicht wordt ingescha-keld.Rijklaarmodus in- en weer uit-schakelen om het parkeerlichtuit te schakelen.Wanneer de parkeersituatie isbeëindigd, de toets 1 indruk-ken om de richtingaanwijzeruit te schakelen.Automatisch dagrijlichtDe omschakeling tussendagrijlicht en dimlicht, incl.stadslicht voor kan automatischgebeuren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met BMW CE 02 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor BMW
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor