Blaupunkt 5CG22020 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Blaupunkt 5CG22020 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Blaupunkt 5CG22020 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Blaupunkt |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | 5CG22020 |
Handleiding Blaupunkt 5CG22020 – volledige tekst
53Omvang van de levering. 53Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte. 54De juiste plaats. 54Apparaat aansluiten. 55Kennismaking met het apparaat. 55Inschakelen van het apparaat. 56Instellen van de temperatuur. 56Netto-inhoud. 56De koelruimte. 57Het vriesvak. 57Maximale invriescapaciteit. 58Invriezen en opslaan. 58Verse levensmiddelen invriezen. 58Ontdooien van diepvrieswaren. 59Uitvoering. 59Sticker „OK”. 60Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 60Ontdooien. 60Schoonmaken van het apparaat. 61Energie besparen. 62Bedrijfsgeluiden. 62Kleine storingen zelf verhelpen. 63Servicedienst. 64.
nl50nlInhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst.Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
nl51Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.Bij het gebruik■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!■Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de vriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten!
nl52■Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.■Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!■Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!■Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs.Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
nl53Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.
Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
nl54Omgevingstempera-tuur, ventilatie en nisdiepteOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. (. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnen-temperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. BinnentemperatuurschakelaarWanneer de binnentemperatuur bij apparaten uit apparaatklasse SN lager wordt dan 16 °C, kan het in de diepvriesruimte te warm worden. In extreme gevallen kunnen de diepvrieswaren ontdooien. Om dit te voorkomen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar in.
De koelmachine werkt hierdoor vaker. Het apparaat kan nu worden gebruikt bij een binnentemperatuur tussen +10 °C en +16 °C. Om in te schakelen op de binnen-temperatuurschakelaar drukken, zie afb. /B. Markering „0” is niet meer "zichtbaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden. Om energie te besparen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar uit zodra de binnentemperatuur hoger wordt dan +16 °C. BeluchtingDe lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt. NisdiepteVoor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.
De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen.
Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:■Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. ■Naast een CV-installatie 30 cm. Klimaatklasse Toelaatbare omgevings-temperatuurSN +10 °C tot 32 °CN +16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT +16 °C tot 43 °C.
nl55Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voor-schriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding.
Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. (Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Afb. !A Het vriesvakB Koelruimte1 Temperatuurregelaar/Verlichting2 Lichtschakelaar3 Glasplateau in de koelruimte4 Groentelade5 Voorraadvak in de deur6 Vak voor grote flessen
nl56Inschakelen van het apparaatTemperatuurregelaar, afb. /A, uit "regelstand „0” draaien. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Aanwijzingen bij het gebruikDe temperatuur in de koelruimte wordt warmer:■als de deur van het apparaat te vaak geopend werd,■door het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen,■door een hoge omgevings-temperatuur.Instellen van de temperatuurTemperatuurregelaar, afb. /A, op de "gewenste instelling draaien.Bij een gemiddelde instelling wordt de temperatuur in de koudste zone ca. +4 °C. Afb.
#Hogere instellingen veroorzaken koudere temperaturen in de koelruimte en in het vriesvak.Wij adviseren:■Gevoelige levensmiddelen niet opslaan op een temperatuur lager dan +4 °C.■Een lage instelling voor het kortstondig opslaan van levensmiddelen (energiebesparingsstand).■Een gemiddelde instelling voor het langdurig opslaan van levensmiddelen.■Een hoge instelling alleen voor korte tijd instellen wanneer de deur vaak wordt geopend en wanneer er grote hoeveelheden levensmiddelen worden opgeslagen in de koelruimte.KoelcapaciteitDe temperatuur in de koelruimte kan door het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen of dranken tijdelijk warmer worden.Daarom moet de temperatuurkiezer voor ca. 7 uur op een hoge instelling gedraaid worden.Het vriesvakDe temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak.
Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvak-temperatuur.Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. (
nl57De koelruimteDe koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. In acht nemen bij het bewaren■Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. ■Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. ■De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. ■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. AanwijzingVoorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Het vriesvakGebruik van het vriesvak■voor het opslaan van diepvriesproducten,■om ijsblokjes te maken,■voor het invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen. AanwijzingLet erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren.
nl58Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. (Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn.■Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.
Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.AanwijzingBij het invriezen van verse levensmiddelen is de looptijd van de vriesmachine langer.
nl59Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronm AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.UitvoeringGlasplateausAfb. $U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Plateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
nl60Sticker „OK”(niet bij alle modellen)Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft.AanwijzingBij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.Correcte instellingApparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatTemperatuurregelaar, afb. /A, op "stand „0” draaien. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4.
Deur van het apparat open laten.OntdooienDe koelruimte wordt volautomatisch ontdooidAls de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. %. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.Het vriesvakHet vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.m AttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.
nl611. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren.2. Apparaat uitschakelen.3. Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten. 5. Dooiwater met een spons of doekje afwissen. 6. Wrijf het vriesvak droog.7. Apparaat weer inschakelen.8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.Schoonmaken van het apparaatm Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.
uitschakelen!3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8. Levensmiddelen weer aanbrengen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenAfb. $De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken. DooiwatergootAfb.
nl62Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.■Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.■Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien.Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
■Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. ■De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasDe inbouwnis met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes van de nis of leg er iets onder.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
nl63Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe verlichting functioneert niet.Het lampje is kapot. Lampje vervangen. Afb. '/B1. Apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Afdekking naar voren eraf trekken.4. Lampje vervangen.(Reservelamp: 220–240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje.)De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. Afb.
'/AHet vriesvak heeft een dikke laag rijp.Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is.De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt.De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb. %In de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend.Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.Er werden te veel levens-middelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.De temperatuurregelaar is te hoog ingesteld.Temperatuurregelaar lager instellen.
nl64ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Service-dienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. (Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Service-dienstadressen.Storing Eventuele oorzaak OplossingDe koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtings-openingen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max.
invriescapacitiet niet overschrijden.De diepvrieswaren ontdooien.De omgevingstemperatuur is kouder dan +16 °C. De koelmachine slaat minder vaak aan.Vertrek verwarmen (warmer dan +16 °C).Afb. /B Apparaten met binnentempera-"tuurschakelaar: Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. Markering „0” is niet meer zichtbaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden.Het apparaat koelt niet. De temperatuurregelaar staat op de stand „0”.Temperatuurregelaar uit stand „0” draaien. Afb. /A"■Stroomuitval.■De zekering is uitgeschakeld.■De stekker zit niet goed in het stopcontact.Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Blaupunkt 5CG22020 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Blaupunkt
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast