Blaupunkt 5CF 35030 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Blaupunkt 5CF 35030 (82 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Blaupunkt 5CF 35030 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Blaupunkt |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | 5CF 35030 |
Handleiding Blaupunkt 5CF 35030 – volledige tekst
nl60nlInhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.Bij beschadiging■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;■Contact opnemen met de Servicedienst.Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
nl61Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.Bij het gebruik■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!■Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten!
nl62■Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.■Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!■Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!Kinderen in het huishouden■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!■Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!■Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt■voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,■voor het bereiden van ijs.Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
nl63Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.
Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
nl64De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:■Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.■Naast een CV-installatie 30 cm. Omgevingstempera-tuur, ventilatie en nisdiepteOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ,.AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.BeluchtingDe lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!NisdiepteVoor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN+16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT+16 °C tot 43 °C
nl65Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding.
Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. ,m WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen.
nl66Afb. !BedieningselementenAfb. "Apparaat inschakelenAfb. "Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen. De temperatuurindicatie 4 toont de ingestelde temperatuur.Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.Aanwijzingen bij het gebruik■Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.■De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.
Warmere temperaturen in de koelruimte veroorzaken ook warmere temperaturen in het vriesvak.■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.A Het vriesvakB KoelruimteC Verskoelruimte1–5 Bedieningselementen6 Verlichting koelruimte7 Glasplaat8 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar9 Groentelade10 Verskoellade11 Voorraadvak in de deur12 Vak voor grote flessen1Toets Aan/UitOm het hele apparaat in en uit te schakelen.2Toets „super”Om de supervriesfunctie in en uit te schakelen (zie het hoofdstuk „Supervriezen”).3TemperatuurinsteltoetsMet deze toets wordt de temperatuur ingesteld.4Temperature displayDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.5 AlarmtoetsOm het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
nl67Instellen van de temperatuurAfb. "Het vriesvakDe temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.KoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 4.VerskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden.
AanwijzingWanneer zich vorst vormt op het koelgoed in de verskoelruimte, de temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk Kleine storingen zelf verhelpen).Alarm functionDeuralarmHet deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.Alarm uitschakelen Afb. "De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.Als u het max.
vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 6 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen kunnen zonder Supervriezen worden ingevroren.AanwijzingAls het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
nl68In- en uitschakelenAfb. "Toets „super” 2 indrukken.Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.Het supervriessysteem wordt na 1½ dagen automatisch uitgeschakeld.Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. ,De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.In acht nemen bij het bewaren■Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.■Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.■De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren.
Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen.De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.Aanwijzingen■Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.■Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte (zie het hoofdstuk „De verskoelruimte”).De verskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden.
nl69Groentelade met vochtigheidsregelaarAfb. #De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:■overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid■overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheidAanwijzingen■Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.
■Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. VerskoelladeAfb. /10. Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. Bewaartijden (bij 0 °C)Het vriesvakAfb. $Dient voor:■bewaren van diepvriesproducten,■maken van ijsblokjes,■invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen. Aanwijzingen■Aan de handgreep kunt u zien of de deur van het vriesvak goed dicht is. ■De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. ■Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik.
nl70Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. ,Voorwaarden voor max. invriesvermogen■Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.■Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”).Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten■De verpakking mag niet beschadigd zijn.■Neem de houdbaarheidsdatum in acht.■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren.
Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.■Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
nl71Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.■Groente, fruit:tot 12 maanden.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:■bij omgevingstemperatuur■in de koelkast■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator■in de magnetronm AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.UitvoeringGlasplateausAfb. %U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.Vak voor grote flessenAfb. /12 !In dit vak worden dranken bijzonder snel gekoeld.
nl72IJsbakjeAfb. &1. IJsbakje voor ¾ vullen met drinkwater en in het vriesvak zetten.2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.Apparaat uitschakelen en buiten werking stellenApparaat uitschakelenAfb. "Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 4 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4.
Deur van het apparat open laten.OntdooienKoelruimteHet apparaat wordt automatisch ontdooid.Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat.Het vriesvakHet vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.m AttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.U gaat als volgt te werk:AanwijzingSchakel ca. 4 uur voor het ontdooien het supervriezen in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en kunnen ze langer op kamertemperatuur worden bewaard.
nl731. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.2. Apparaat uitschakelen.3. Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten. 5. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.6. Dooiwater met een spons of doekje afwissen. 7. Wrijf het vriesvak droog.8. Apparaat weer inschakelen.9. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.Schoonmaken van het apparaatm Attentie■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.■De legplateaus en voorraadvakken/laden mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!U gaat als volgt te werk:1.
Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.7. Levensmiddelen weer aanbrengen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Legplateaus uit de deur nemenAfb. 'Legplateaus optillen en verwijderen. Reservoir verwijderenAfb. (De lade achteraan optillen en van de rails tillen.De lade aanbrengen door deze op de ingeschoven rails te plaatsen en vast te laten klikken.Scheidingsplaat verwijderenAfb.
Vergrendeling naar achteren schuiven.LuchtjesAls u onaangename luchtjes ruikt:1. Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop. Afb. /1"2. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).4. Alle verpakkingen schoonmaken.5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.6. Apparaat weer inschakelen.7. Levensmiddelen inruimen.8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
nl75Energie besparen■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.■Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.■Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.■Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien.Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
■Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. ■De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
nl76Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.
Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.De deur stond te lang open.De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Alarmtoets, afb /5, gedurende "10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.In de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend.Deur van het vriesvak sluiten.
De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.De temperatuur is te koud ingesteld.Temperatuur warmer instellen.De super-functie is ingeschakeld.Super-functie uitschakelen.De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.
Met de temperatuurinsteltoets 3 de instelling veranderen.Stand -3 is de koudste instellingStand +3 is de warmste instellingNa een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.Het apparaat koelt niet.De verlichting functioneert niet.De indicatie brandt nietHet apparaat is uitgeschakeld.Toets Aan/Uit indrukken.Stroomuitval. Controleren of er stroom is.De zekering is uitgeschakeld.Zekering controleren.De stekker zit niet goed in het stopcontact.Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit.Het vriesvak heeft een dikke laag rijp.Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is.Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan.De elektronica heeft een fout geconstateerd.Inschakelen van de Servicedienst.
nl78Zelftest apparaatHet apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.Zelftest starten1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de super-toets, afb. /2, gedurende "3–5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt.Het zelftestprogramma start.Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout.
Neem contact op met de klantenservice.Zelftest apparaat beëindigenNa afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. ,Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Blaupunkt 5CF 35030 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Blaupunkt
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast