Blaupunkt 5B60M8690 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Blaupunkt 5B60M8690 (198 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 61 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Blaupunkt 5B60M8690 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Blaupunkt |
| Categorie: | Oven |
| Model: | 5B60M8690 |
Handleiding Blaupunkt 5B60M8690 – volledige tekst
INHOUDSOPGAVE 2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 2 Gebruiksdoel 2 Waarschuwing 5 Schadeoorzaken 6 MONTAGE 8 BEDIENING VAN HET APPARAAT 8 Bedieningselementen 9 Voor gebruik van het apparaat 10 Bedrijfsmodi 11 Gebruik van uw apparaat 14 AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S 15 TOEBEHOREN 18 ENERGIE EFFICIËNT GEBRUIK- 18 MILIEU 19 GEZONDHEID 19 ONDERHOUD VAN UW APPARAAT 22 DEUR VAN HET APPARAAT 23 PROBLEEMOPLOSSING 25 KLANTENSERVICE 26 TIPS EN TRUCS 28 TESTVOEDSEL CONFORM EN 60350-1 28 GEGEVENSBLAD (EU 65/2014 & EU 66/2014)
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Gebruiksdoel Hartelijk dank, dat hebt gekozen voor een magnetron- -bakoven combiapparaat van Blaupunkt. Lees voor u uw nieuwe apparaat uitpakt eerst deze handleiding grondig door. Alleen dan kunt u uw apparaat veilig en correct bedienen. Wij raden sterk aan, de bedienings en montagehandleiding te - bewaren voor later gebruik of voor toekomstige bezitters. Het apparaat is alleen voorzien voor de inbouw in een keuken. Let op de montagehandleiding. Controleer het apparaat na het uitpakken op eventuele schade. Sluit het apparaat niet aan, wanneer het is beschadigd. Alleen een erkende vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Schade, die is ontstaan door verkeerd aansluiten, wordt niet gedekt door de garantie. Gebruik het apparaat alleen binnen. Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor de bereiding van gerechten en dranken.
Het apparaat moet tijdens het gebruik worden bewaakt. Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrekkige ervaring en kennis, indien en voor zover ze door de voor hen verantwoordelijke persoon zijn geïnstrueerd omtrent het apparaat en de daarmee verbonden risico's en gevaren begrijpen. Het apparaat is geen speelgoed. Reiniging en onderhoud van het apparaat mag door kinderen boven 8 jaar alleen worden uitgevoerd onder toezicht van een voor hen verantwoordelijke persoon. Let erop, dat het apparaat en zijn netsnoer zich buiten het bereik van kinderen onder 8 jaar bevindt. Schuif alle accessoires altijd op de juiste manier in de kookruimte.
Voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van de blootstelling aan overmatige microgolfstraling (a) Gebruik dit apparaat in geen geval met geopende deur, omdat u daardoor wordt blootgesteld aan schadelijke microgolfstraling. De veiligheidsvergrendeling mag niet worden gemanipuleerd of onbruikbaar gemaakt worden.
(b) Plaats geen voorwerpen tussen de voorkant van het apparaat en de deur en let erop, dat er geen vuil of reinigingsresten op de afdichtvlakken zitten. (c) WAARSCHUWING: Wanneer de deurafdichtingen of de deur beschadigd zijn, mag het apparaat pas weer worden gebruikt, wanneer het is gerepareerd door een hiervoor gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING Gevaar van een elektrische schok. 1. Verkeerd uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde stroomkabels mogen alleen worden uitgevoerd door een van onze klantenservicemedewerkers. Wanneer het apparaat defect is, koppelt u het los van het net of schakelt de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. Neem contact op met de klantenservice.
3 2. De kabelisolatie van elektrische apparaten kan bij aanraken van hete apparaatdelen smelten. Breng de kabel van elektrische apparaten nooit in contact met hete apparaatdelen. 3. Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomreiniger, omdat dit een elektrische schok kan veroorzaken. 4. Een defect apparaat kan een elektrische schok veroorzaken. Schakel nooit een defect apparaat in. Wanneer het apparaat defect is, koppelt u het los van het net of schakelt de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. Neem contact op met de klantenservice. Verbrandingsgevaar. 1. Het apparaat wordt zeer heet. Raak nooit de binnenvlakken van het apparaat of de verwarmingselementen aan. 2. Laat het apparaat altijd afkoelen. 3. Houd kinderen altijd op een veilige afstand. 4. ovenservies worden zeer heet. Gebruik altijd ovenwanten, om toebehoren of Toebehoren en ovenservies uit de kookruimte te verwijderen. 5.
Alcoholische dampen kunnen in de hete kookruimte ontbranden. Bereid nooit gerechten, die grote hoeveelheden vloeistoffen met hoog alcoholgehalte bevatten. Gebruik slechts kleine hoeveelheden vloeistoffen met hoog alcoholgehalte. Open de deur van het apparaat altijd voorzichtig. 6. Laat het apparaat niet onbewaakt, wanneer u levensmiddelen in plastic of kartonverpakking - opwarmt, omdat daardoor brandgevaar bestaat. 7. Wanneer u babyflessen of babyglazen opwarmt, moet u deze na het verwarmen roeren of schudden en de temperatuur controleren, om verbrandingen bij uw baby te vermijden. Gevaar van brandwonden. 1. De toegankelijke delen worden tijdens gebruik heet. Raak nooit de hete delen. Houd kinderen altijd op een veilige afstand. 2. Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete damp uittreden. Afhankelijk van de temperatuur is de damp mogelijk niet zichtbaar.
Kom bij het openen niet te dicht bij het apparaat. Open de deur van het apparaat altijd voorzichtig. Houd kinderen uit de buurt. 3. Water in de hete kookruimte kan hete damp genereren. Giet nooit water in de hete kookruimte.
Verwondingsgevaar. 1. het apparaat kan leiden tot scheuren. Gebruik geen glasschraper, Gekrast glas in de deur van scherpe of schurende reinigingsmiddelen. 2. De scharnieren van de deur van het apparaat bewegen bij het openen en sluiten van de deur. Daarbij kunnen vingers of andere lichaamsdelen worden ingeklemd. Houd uw handen ui de buurt van de scharnieren.
4 Brandgevaar. 1. In de kookruimte opgeslagen brandbare voorwerpen kunnen ontbranden. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de kookruimte. Open nooit de deur van het apparaat, wanneer er rook binnenin is. Schakel in dit geval het apparaat uit en trek de stekker eruit of schakel de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. 2. Bij het openen van de deur van het apparaat ontstaat tocht. Daarbij kan het bakpapier in aanraking komen met het verwarmingselement en in brand vliegen. Leg tijdens het voorverwarmen geen bakpapier los over de toebehoren. Verzwaar het bakpapier altijd met een schaal of een bakplaat. Bedek alleen het nodige oppervlak met bakpapier. Het bakpapier mag niet buiten de toebehoren uitsteken. Gevaar door magnetisme. In het bedieningspaneel resp. in de bedieningselementen worden permanente magneten gebruikt.
Ze kunnen elektronische implantaten, bijvoorbeeld pacemakers of insulinepompen, beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten moeten een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aanhouden. Voorzichtig bij de omgang met het magnetron- -bakoven combiapparaat 1. Lees en volg de volgende aanwijzingen: „VOORZORGSMAATREGELEN TER VOORKOMING VAN DE BLOOTSTELLING AAN OVERMATIGE MICROGOLFSTRALING. “ 2. of reparatiewerkzaamheden, waarbij de afdekking ter - WAARSCHUWING: Onderhoudsbescherming tegen de microgolfenergie moet worden verwijderd, mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige personen. 3. Gebruik uitsluitend magnetronbestendige toebehoren. 4. bakoven -Het verwarmen van dranken in het magnetron -combiapparaat kan leiden tot vertraagd koken. Wees voorzichtig bij het verwijderen van het vat. 5.
Het drogen van levensmiddelen of kleding en het verwarmen van warmtekussens, pantoffels, sponsen, vochtige doeken of dergelijke, kan leiden tot verwondingen en branden. 7. Metalen containers voor levensmiddelen en dranken mogen niet in het apparaat worden verwarmd. 8. WAARSCHUWING: Wanneer de combinatiemodus wordt gebruikt, mogen kinderen het apparaat op grond van de daarbij resulterende hoge temperaturen alleen onder toezicht van een volwassene gebruiken.
5 Schadeoorzaken 1. Toebehoren, folie, bakpapier of ovenservies op de bodem van de kookruimte: Leg geen toebehoren op de bodem van de kookruimte. Bedek de bodem van de kookruimte niet met een soort folie of bakpapier. Plaats geen ovenservies op de bodem van de kookruimte, wanneer een temperatuur van meer dan 50 ºC is ingesteld. Dit leidt tot een accumulatie van warmte. Daardoor wordt het email beschadigd. 2. Aluminiumfolie: Aluminiumfolie in de kookruimte mag niet in aanraking komen met het glas van de deur. Dit kan leiden tot een permanente verkleuring van het glas van de deur. 3. nenpannen: Gebruik geen siliconenhoudende pannen, matten, afdekkingen of toebehoren. SilicoDaardoor kan de ovensensor worden beschadigd. 4. Water in de hete kookruimte: Giet geen water in de kookruimte, wanneer het heet is. Daardoor vormt zich damp.
De temperatuurverandering kan leiden tot een beschadiging van het email. 5. Vocht in de kookruimte: Over een langere periode kan vocht in de kookruimte leiden tot corrosie. Laat het apparaat na het gebruik drogen. Bewaar vochtige levensmiddelen niet gedurende langere tijd in de gesloten kookruimte. Bewaar geen levensmiddelen in de kookruimte. 6. Afkoelen bij geopende deur van het apparaat: Laat het apparaat na het gebruik bij hoge temperaturen alleen bij gesloten deur afkoelen. In de deur van het apparaat mag niets worden geklemd. Ook wanneer de deur slechts een spleet open wordt gelaten, kunnen de fronten van aangrenzende apparaten met de tijd worden beschadigd. Laat het apparaat alleen dan met open deur drogen, wanneer tijdens het gebruik van de oven veel vocht is geproduceerd. 7. Fruitsap: Bedek de bakplaat bij het bakken van bijzonder sappige fruittaart niet te royaal.
Van de bakplaat druipend fruitsap laat vlekken achter, die zich niet laten verwijderen. Gebruik indien mogelijk een diepere universele bakplaat. 8. erk vervuilde afdichting: Is de afdichting sterk vervuild, sluit de deur van het apparaat niet meer Stgoed.
Daardoor kunnen de fronten van aangrenzende apparaten worden beschadigd. Houd de afdichting altijd schoon. 9. Toesteldeur als zitje, plank of werkblad: Ga niet op de deur van het apparaat zitten, leg er niets op, hang er niets aan. Plaats geen kookgerei of toebehoren op de deur van het apparaat. 10. Inzetten van toebehoren: Afhankelijk van het apparaatmodel kunnen toebehoren bij het sluiten van de deur van het apparaat de deurbekleding bekrassen. Plaats toebehoren altijd tot de aanslag in de kookruimte. 11. Dragen van het apparaat: Het apparaat niet aan de deugreep dragen of vasthouden. De deugreep kan het gewicht van het apparaat niet dragen en kan afbreken. 12. Wanneer u de restwarmte van de uitgeschakelde oven gebruikt voor het warmhouden van gerechten, kan veel vocht ontstaan in de kookruimte.
Dit kan leiden tot de vorming van condenswater en corrosieschade aan uw apparaat en schade in uw keuken veroorzaken. Vermijd de vorming van condenswater, doordat u de deur opent of de bedrijfsmodus „Ontdooien“ gebruikt. 13. Gebruik van het magnetron- -bakoven combiapparaat zonder levensmiddelen: Het gebruik van het apparaat zonder levensmiddelen in de kookruimte kan leiden tot overspanning. Schakel het apparaat nooit in, wanneer zich geen levensmiddelen in de kookruimte bevinden.
6 MONTAGE Om ervoor te zorgen dat het apparaat veilig kan worden gebruikt, moet het vakkundig met inachtneming van de montagehandleiding worden geïnstalleerd. Schade, die ontstaat door een verkeerde montage, wordt niet gedekt door de garantie. Draag bij de montage veiligheidshandschoenen, om u te beschermen tegen snijwonden door scherpe randen. Controleer het apparaat voor de montage op schade. Sluit het niet aan, wanneer het is beschadigd. Verwijder voor het inschakelen van het apparaat het complete verpakkingsmateriaal en de kleeffolie. De bovenstaande afmetingen zijn vermeld in mm. Om het apparaat na de montage indien nodig van de stroomvoorziening te kunnen loskoppelen, moet de stekker toegankelijk resp. een schakelaar in de vaste bedrading ingebouwd zijn. Waarschuwing: Het apparaat mag niet achter een decoratieve deur worden geïnstalleerd, om oververhitting te vermijden.
8 BEDIENING VAN HET APPARAAT BEDIENINGSELEMENTEN 1. AAN/UIT Oven in-/uitschakelen. 2. Magnetronsymbool De magnetron en de magnetron- -bakovencombifunctie gebruiken. 3. Timer/kinderbeveiliging Timer gebruiken/knop 3 seconden indrukken, om kinderbeveiliging in te schakelen. 4. Eindtijd Een eindtijd vastleggen voor het kookproces. 5. Snel voorverwarmen Voor het snelle voorverwarmen. 6. Ovenfunctie Druk op dit symbool, om de bedrijfsmodus te veranderen. Houd de knop 5 seconden lang gedrukt, om deze snel te veranderen. 7. Smart slider U kunt de smart slider of de knoppen- „+/ “ gebruiken, om de op het display- aangegeven waarden te veranderen. 8. Automatische programma's Automatische programma's gebruiken. 9. Tijd/temperatuur Tijd in stand- -by modus instellen/tussentijdinstelling en temperatuurinstelling wisselen. 10.
9 VOOR GEBRUIK VAN HET APPARAAT Eerste gebruik Voor u het apparaat voor de eerste keer gebruikt voor de bereiding van gerechten, moet u de kookruimte en de toebehoren reinigen. 1. Verwijder alle stickers, oppervlakbeschermfolies en transportbeschermingsdelen.2. Verwijder alle toebehoren en de inschuifrails uit de kookruimte. 3. Reinig de toebehoren en de inschuifrails grondig met zeepwater en een doek of een zachte borstel. 4. Let erop, dat de kookruimte geen verpakkingsresten zoals piepschuimballetjes of stukken hout bevat, omdat deze brandgevaar kunnen opleveren. 5. Veeg de gladde oppervlakken in de kookruimte en aan de deur af met een zachte, vochtige doek.6. Om de nieuwe geur van het apparaat te verwijderen, verwarmt u het apparaat in lege toestand en bij gesloten ovendeur. 7. bij het eerste opwarmen van het apparaat grondig.
Houd ondertussen Ventileer de keukenkinderen en huisdieren uit de buurt van de keuken. Sluit de deur naar de aangrenzende ruimtes. 8. Stel de weergegeven instellingen in. Hoe u bedrijfsmodus en de temperatuur instelt, ziet u in de volgende paragraaf. →„Gebruik van uw apparaat“ op pagina 11 Instellingen Bedrijfsmodus Temperatuur 250 °C Tijd 1h Nadat het apparaat is afgekoeld: 1. Reinig de gladde oppervlakken en de deur met zeepwater en een doek.2. oppervlakken. Droog alle 3. Plaats de inschuifrails terug. Tijd instellen Voor de oven kan worden gebruikt, moet de tijd worden ingesteld. 1. Nadat de oven elektrisch is aangesloten, tikt u op het kloksymbool, om de tijd in uren te selecteren. Gebruik slider of de knoppen +/hiervoor de smart- -. 2. om de tijd nu in - - Tik opnieuw op het kloksymbool. Gebruik de smart slider of de knoppen +/minuten in te stellen. 3.
10 BEDRIJFSMODI Uw apparaat beschikt over verschillende bedrijfsmodi. Wij lichten nu de verschillen en toepassingsgebieden toe, zodat u de juiste soort verwarming kunt kiezen voor uw gerecht. Bedrijfsmodi Temperatuur Gebruik Boven-/onderwarmte 30 250 °C~ Voor traditioneel bakken en braden op een niveau. Bijzonder geschikt voor taart met een vochtige topping. Hete lucht 50 250 °C~ Voor het bakken en braden op een of meer niveaus. De warmte komt van de ringverwarming, die de ventilator gelijkmatig omringt. Boven-/onderwarmte + circulatielucht 50 250 °C~ Voor het bakken en braden op een of meer niveaus. De warmte van de verwarmingselementen in de kookruimte wordt gelijkmatig verdeeld door een ventilator. Stralingswarmte 150 250 °C~ Voor het grillen van kleine hoeveelheden voedsel en voor het aanbraden. Leg het te grillen voedsel in het middelste deel onder het grill-verwarmingselement.
Dubbele grill + circulatielucht 50 250 °C~ Voor het grillen van platte gerechten en voor het aanbraden. De ventilator verdeelt de warmte gelijkmatig in de kookruimte. Dubbele grill 150 250 °C~ Voor het grillen van platte gerechten en voor het aanbraden. Pizzamodus 50 250 °C~ Voor pizza en gerechten, die veel warmte van onder nodig hebben. Hierbij worden de onderwarmte en de ringverwarming ingeschakeld. Onderwarmte 30 220 °C~ Voor het extra bruinen van de bodems van pizza's, taart en gebak. De warmte komt van de onderwarmte. Ontdooien – Voor het voorzichtig ontdooien van diepvriesproducten. Deeggeleiding 30 45 °C~ Voor de productie van gist en zuurdesem en voor de teelt van yoghurt.
11 Let op. Wanneer u de deur van het apparaat tijdens een lopend proces opent, wordt het proces gestopt. In dit geval bestaat verbrandingsgevaar. Aanwijzingen 1. Voor het ontdooien van grote porties levensmiddelen kan men de inschuifrails verwijderen en het reservoir op de bodem van de kookruimte zetten. 2. Voor het voorverwarmen van servies moeten de inschuifrails verwijderd en de bedrijfsmodi „Hete lucht grill“ en „Circulatielucht“ met een temperatuur van 50 °C gekozen worden. Bedrijfsmodus „Hete lucht grill“ moet worden gebruikt, wanneer meer dan de helft van de kookruimte is bedekt met servies. 3. In de bedrijfsmodus „Circulatielucht“ wordt op bepaalde tijden van het opwarmproces de ventilator ingeschakeld, om een optimale warmteverdeling in de kookruimte te garanderen. Ventilator De ventilator schakelt naar behoefte in en uit. De hete lucht ontwijkt via de deur. Let op.
Dek de ventilatiesleuven niet af. Daardoor kan het apparaat oververhitten. Om ervoor te zorgen dat het apparaat sneller afkoelt, kan de ventilator nog een poosje lopen. GEBRUIK VAN UW APPARAAT Met de oven koken 1. Nadat de oven elektrisch is aangesloten, tikken op het symbool „Ovenfunctie“, om functies te kiezen en gebruik de smart slider of de knoppen „+/- -“, om de temperatuur in te stellen. 2. - -Tik op het ON/OFF symbool. De oven begint te werken. Wanneer u niet op het ON/OFF symbool tikt geeft de oven na 5 minuten weer de tijd aan. 3. Wanneer u tijdens het kookproces op tikt, wordt het proces afgebroken. OPMERKING: Na de temperatuurinstelling tikt u op het kloksymbool , om de kooktijd in te stellen. Snel voorverwarmen U kunt de voorverwarmtijd verkorten met de functie Snel voorverwarmen. Selecteer een functie, tik op het symbool voor snel voorverwarmen.
Het symbool voor snel voorverwarmen op het display licht op. Wanneer Snel voorverwarmen bij de gekozen functie niet beschikbaar is, klinkt een pieptoon.
12 Eindtijd instellen Hier kunt u het tijdstip, waarop de kookprocedure moet worden beëindigd instellen. 1. - -Tik op. Gebruik de smart slider of tik op het symbool „+/ “, om de eindtijd in uren in te stellen. Tik opnieuw op , om de eindtijd in minuten in te stellen. Wanneer u de instelling hebt beëindigd, tikt u op , om de instelling op te slaan. 2. d instelt, moet u ook de kooktijd instellen. Hoe u de kooktijd instelt, leert u in Wanneer u de eindtijde paragraaf „Met de oven koken“. 3. Wanneer u bijvoorbeeld de eindtijd op 10 uur en de kooktijd op 1 uur instelt, zal de oven om 9 uur opwarmen en om 10 uur klaar zijn. Wijziging tijdens het koken Wanneer het apparaat is ingeschakeld, kunt u met de ovenfunctieregelaar resp. de smart-slider de bedrijfsmodus en de temperatuur veranderen. Wanneer na de wijziging 6 seconden geen verdere actie volgt, neemt de oven de wijziging over.
Wanneer u tijdens het kookproces de kooktijd wilt veranderen, tikt u op en verandert deze met de smart slider of het symbool „+/- -“. Wanneer na de wijziging 6 seconden geen verdere actie volgt, neemt de oven de wijziging over. Tijdens een kookproces met een vastgestelde eindtijd en bij automatische programma's kunt u geen wijziging doen. Wanneer u het kookproces wilt afbreken, tikt u op. Aanwijzingen Het veranderen van de bedrijfsmodi/temperatuur/resterende kooktijd kan enige negatieve effecten hebben op het kookresultaat. Wij adviseren u, dit niet te doen – tenzij u een ervaren kok/kokkin bent. Let op. Na het inschakelen van het apparaat wordt het vooral in het interieur zeer heet. Raak nooit de binnenvlakken van het apparaat of de verwarmingselementen aan. Gebruik ovenwanten, om toebehoren of ovenservies uit de kookruimte te verwijderen en laat het apparaat afkoelen.
Bij het eerste aantikken van het symbool , stelt u de uren in. Tik dan opnieuw op het symbool , om de minuten in te stellen. Tik opnieuw op het , om de instelling te symbool beëindigen. U kunt de timer voor en tijdens het kookproces instellen, maar wanneer u de functie en temperatuur kiest, is hij niet beschikbaar.
13 Magnetron en magnetron- -combifunctiebakoven 1. netronfuncties, inclusief een afzonderlijke magnetron en een Uw apparaat beschikt over 4 mag - magnetron- - bakoven combifunctie. Bedrijfsmodi Standaard vermogen Standaardtemperatuur Temperatuurbereik Tijd Magnetron 800 W / / 00:01 30:00 min– Magnetron + hete lucht 320 W 160 °C 50 250 °C~ 00:01 01:30 h– Magnetron + dubbele grill + circulatielucht 320 W 180 °C 50 250 °C~ 00:01 01:30 h– Magnetron + pizzamodus 320 W 180 °C 50 250 °C~ 00:01 01:30 h– 2. by bevindt, drukt u op -Wanneer uw oven zich in de stand , om de magnetronfunctie te gebruiken. Nu wordt het symbool in de statusbalk weergegeven. De standaardtijd bedraagt 1 minuut en het standaard vermogen 800 W. Tik op en stel het magnetronvermogen in met de smart slider of het symbool „+/ slider of het symbool - - -“. Tik op en stel de duur in met de smart„+/ “.- 3.
by bevindt, drukt u op -Wanneer uw oven zich in de stand , om de magnetronfunctie te gebruiken. Druk de knop Functie om de magnetron bakoven , - -combifunctie te gebruiken. Er zijn 3 combifuncties. Gebruik de smart slider of het symbool „+/- -“, om de temperatuur in te stellen. Tik op , om de tijd in te stellen. Tik op , om het vermogen van de magnetron in te stellen. 4. en pizzamodus kiezen en dan op - - U kunt eerst de hetelucht , dubbele grill tikken, om de combifunctie te gebruiken. Wanneer u een andere functie kiest en dan op tikt, klinkt een pieptoon, om u op een fout te wijzen. 5. Wanneer u per ongeluk de combifunctie hebt gekozen, houdt u de knop 3 seconden lang gedrukt, om de selectie te wissen. Aanwijzing Het bakrooster kan niet alleen worden gebruikt voor grillen, maar ook voor garen in de magnetron. De bakplaat kan niet worden gebruikt met de magnetronfunctie.
Voor het gebruik van de magnetronfunctie wordt de tweede inschuifrail van het apparaat aanbevolen. Gebruik de magnetronfunctie nooit, wanneer er geen voedsel in de kookruimte ligt.
14 Kinderbeveiliging Uw apparaat beschikt over een kinderbeveiliging, zodat kinderen het niet per ongeluk kunnen inschakelen of instellingen veranderen. U kunt de kinderbeveiliging op elk moment activeren en deactiveren, ongeacht of de oven is ingeschakeld of niet. Houd de knop - 3 seconden lang ingedrukt, om de kinderbeveiliging in en uit te schakelen. Wanneer de kinderbeveiliging is ingeschakeld, verschijnt op het display het symbool . AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S Uw oven beschikt over een grote keuze aan automatische programma's, waarmee u probleemloos uitstekende resultaten kunt bereiken. Kies gewoon het overeenkomstige programma voor de soort van te koken levensmiddelen en volg de aanwijzingen op het display.
15 TOEBEHOREN Uw apparaat wordt geleverd met verschillende toebehoren. Hier vindt u een overzicht van de meegeleverde toebehoren en informatie over de juiste toepassing. Meegeleverde toebehoren Uw apparaat is uitgerust met de volgende toebehoren: Bakrooster Voor ovenservies, taartvormen en ovenvaste borden. Voor gebraden en gegrilde gerechten. Bakplaat Voor gebak en klein gebak. Gebruik alleen originele toebehoren. Dit is speciaal afgestemd op uw apparaat. De -passende toebehoren vindt u in onze onlineshop op www.blaupunkt einbaugeraete.de of bij uw dealer. Aanwijzing 1. Toebehoren kunnen worden vervormd, wanneer ze heet worden. Dit beïnvloedt de functie niet. Zodra ze zijn afgekoeld, nemen ze weer hun oorspronkelijke vorm aan. 2. Het bakrooster kan niet alleen worden gebruikt voor grillen, maar ook voor garen in de magnetron. De bakplaat kan niet worden gebruikt met de magnetronfunctie.
3. an het apparaat Voor het gebruik van de magnetronfunctie wordt de tweede inschuifrail vaanbevolen. 4. Gebruik de magnetronfunctie nooit, wanneer er geen voedsel in de kookruimte ligt.
16 Gebruik van toebehoren De kookruimte heeft vijf inschuifrails. De inschuifrails worden van onder naar boven geteld. Toebehoren kunnen ongeveer voor de helft worden uitgetrokken, zonder te kiepen. Aanwijzingen 1. Let erop, dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de kookruimte plaatst. 2. Schuif de toebehoren altijd volledig in de kookruimte, zodat ze de deur van het apparaat niet raken. Vergrendelingsfunctie De toebehoren kunnen ongeveer voor de helft worden uitgetrokken, tot ze vergrendelen. De vergrendelingsfunctie voorkomt, dat de toebehoren bij het uittrekken kiepen. Toebehoren moet voor een goede kantelbeveiliging correct in de kookruimte worden geplaatst. Let er bij het inzetten van het bakrooster op, dat het in de juiste richting wijst, zoals op de afbeeldingen .
18 ENERGIE-EFFICIËNT GEBRUIK 1. Verwijder alle toebehoren, die tijdens het kookproces niet nodig zijn. 2. Open de deur niet tijdens het kookproces. 3. Wanneer u de deur tijdens het kookproces opent, schakelt u de bedrijfsmodus op „Licht“ (zonder verandering van de temperatuurinstelling). 4. aag bij bedrijfsmodi zonder ventilator 5 min tot 10 min voor het einde van het kookproces de Verltemperatuurinstelling naar 50 °C. Zo kunt u de warmte van de kookruimte gebruiken, om het kookproces af te sluiten. 5. Gebruik indien mogelijk de luchtcirculatiefunctie. Daardoor kunt u de temperatuur 20 °C tot 30 °C verlagen. 6. U kunt met de heteluchtfunctie op meerdere niveaus tegelijkertijd koken en bakken. 7. Wanneer het niet mogelijk is, verschillende gerechten gelijktijdig te koken en te bakken, kunt u ze na elkaar garen, om de voorverwarmde oven te gebruiken. 8.
Verwarm de lege oven niet voor, wanneer hij niet nodig is. Plaats de gerechten onmiddellijk na bereiken van de gewenste temperatuur in de oven. Wanneer de gewenste temperatuur is bereikt, schakelt het controlelampje uit. 9. Gebruik geen reflecterende folie, zoals bijvoorbeeld aluminiumfolie, om de bodem van de kookruimte af te dekken. 10. Gebruik indien mogelijk de timer. 11. -Gebruik donkere, matte en lichte bakvormen en reservoirs. Gebruik geen zware toebehoren met glimmende oppervlakken, zoals bijvoorbeeld roestvast staal of aluminium. 12. Gebruik de magnetronfunctie nooit, wanneer er geen voedsel in de kookruimte ligt. MILIEU De verpakking dient ervoor, uw nieuwe apparaat te beschermen tegen transportschade. De gebruikte materialen werden zorgvuldig gekozen en moeten worden gerecycled. Recycling reduceert het gebruik van grondstoffen en afval.
19 GEZONDHEID Vooral bij het verwarmen van zetmeelrijk voedsel (bijvoorbeeld aardappels, patat, brood) tot zeer hoge temperaturen voor lange tijd ontstaat acrylamide. Tips 1. Kies korte kooktijden.2. oppervlakkleur hebben. Laat ze niet verbranden, zodat Kook de gerechten, tot ze een goudgele ze een donkerbruine kleur hebben. 3. Grotere porties hebben minder acrylamide.4. Gebruik indien mogelijk de heteluchtfunctie.5. Patat: Bak meer dan 450 g per plaat. Leg ze gelijkmatig verdeeld op de plaat en draai ze van tijd tot tijd. Lees evt. de productinformatie, om het beste bakresultaat te bereiken. ONDERHOUD VAN UW APPARAAT Reinigingsmiddelen Met goede verzorging en reiniging behoudt uw apparaat zijn uiterlijk en blijft lange tijd volledig functioneel. Wij legen nu uit, hoe u uw apparaat goed verzorgt en reinigt.
Let op de aanwijzingen in de tabel, zodat de verschillende oppervlakken niet worden beschadigd door de verkeerde reinigingsmiddelen. Afhankelijk van het apparaatmodel kunnen niet alle vermelde bereiken zich op/in uw apparaat bevinden. Let op! Gevaar van oppervlakbeschadiging Niet gebruiken: 1. Scherpe of schurende reinigingsmiddelen.2. Reinigingsmiddelen met hoog alcoholgehalte.3. Harde schuursponzen of reinigingssponzen.4. of stoomreiniger. - Hogedruk 5. Speciaalreiniger voor de reiniging van hete apparaten.Nieuwe sponzen en doeken voor gebruik grondig wassen.
20 Ovenbereik Reiniging Roestvaststalen front Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Kalkvlekken, vet, zetmeel en albumine (bijvoorbeeld eiwit) onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan zich roest vormen. Speciale reinigingsmiddelen voor roestvast staal voor de reiniging van hete oppervlakken zijn verkrijgbaar in de vakhandel. Breng een zeer dunne laag van het reinigingsmiddel op met een zachte doek. Kunststof Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Gebruik geen glasreiniger of een glasschraper. Gelakte oppervlakken Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Bedieningsveld Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Gebruik geen glasreiniger of een glasschraper.
Deurpaneel Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Gebruik geen glasschraper of een schuurspons van roestvast staal. Deugreep Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Veeg de deugreep, wanneer hij in aanraking komt met ontkalker, onmiddellijk af. Anders kunnen eventuele vlekken niet worden verwijderd. Email-oppervlakken en zelfreinigende oppervlakken Let daarbij op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de kookruimte in de tabel. Glasafdekking van de binnenverlichting Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Wanneer de kookruimte sterk is vervuild, gebruikt u ovenreiniger. Deurafdichting Mag nooit worden verwijderd Warm zeepwater: Reinigen met een theedoek. Niet schrobben.
21 Ovenbereik Reiniging Toebehoren Warm zeepwater: Inweken en met een theedoek of een borstel reinigen. Bij sterke vuilafzettingen kan een schuurspons van roestvast staal worden gebruikt. Inschuifrails Warm zeepwater: Inweken en met een theedoek of een borstel reinigen. Aanwijzingen 1. Lichte kleurverschillen op de voorkant van het apparaat zijn terug te voeren op het gebruik van verschillende materialen zoals glas, kunststof en metaal. 2. deurbekledingen, die er uitzien als strepen, worden veroorzaakt door reflecties Schaduwen op de van de binnenverlichting. 3. Het email wordt bij zeer hoge temperaturen opgebracht. Dit kan leiden tot lichte kleurafwijkingen. Dat is normaal en beïnvloedt de werking niet. De randen van dunnen platen kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Bijgevolg kunnen deze randen ruw zijn. De corrosiebescherming wordt daardoor niet beïnvloed. 4.
Houd het apparaat altijd schoon en verwijder het vuil onmiddellijk, zodat zich geen hardnekkige vuilafzettingen vormen. Tips 1. Reinig de gaarruimte na ieder gebruik. Daardoor kan geen vuil aankoeken.2. Kalkvlekken, vet, zetmeel en albumine (bijvoorbeeld eiwit) altijd onmiddellijk verwijderen.3. n mogelijk onmiddellijk verwijderen, zolang de Vlekken van suikerhoudende levensmiddelen indievlek nog warm is. 4. Gebruik voor het braden geschikt ovenservies, bijvoorbeeld een braadslede.
23 PROBLEEMOPLOSSING Vergewis u, wanneer een fout optreedt, ervan dat hij niet is terug te voeren op een onjuist bediening, voor u de klantenservice belt. Probeer eerst zelf de fout te verhelpen met behulp van het volgende overzicht. Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak gemakkelijk zelf verhelpen. Als een gerecht niet zo goed lukt als u het had gewenst, vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing veel tips en aanwijzingen voor de bereiding. Fout Mogelijke oorzaak Opmerkingen/oplossing Het apparaat functioneert niet. Defecte zekering. Controleer de stroomonderbreker in zekeringenkast. Stroomuitval Controleer, of de keukenlamp of andere keukenapparaten functioneren. In de bedrijfsmodus Circulatielucht is de ventilator niet altijd ingeschakeld. Op grond van de best mogelijke warmteverdeling en het best mogelijke vermogen van de oven is dit een normale procedure.
Na een kookproces is een geluid te horen en een luchtstroom in de buurt van het bedieningspaneel waar te nemen. De ventilator is nog in bedrijf, om hoge vochtigheid in de kookruimte te voorkomen en de oven af te koelen. De ventilator schakelt automatisch uit. De gerechten worden in de volgens recept aangegeven tijd niet voldoende gegaard. Er wordt een andere temperatuur gebruikt dan de in het recept aangegeven. Controleer de temperatuurinstelling. De hoeveelheden van de ingrediënten verschillen van het recept. Controleer het recept. Ongelijkmatige bruining De temperatuurinstelling is te hoog of het gerecht is niet op de juiste inschuifrail geplaatst. Controleer het recept en de instellingen. De eigenschappen van het oppervlak en/of kleur en/of materiaal van het ovenservies waren niet de beste keuze voor de gekozen ovenfunctie.
Wanneer u stralingswarmte gebruikt, zoals bijvoorbeeld in de bedrijfsmodus „Boven en onderwarmte“, moet u mat, - donker gekleurd en licht ovenservies gebruiken. De lamp schakelt niet in De lamp moet worden vervangen.
24 Waarschuwing – Gevaar van een elektrische schok! Verkeerd uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde stroomkabels mogen alleen worden uitgevoerd door een van onze klantenservicemedewerkers. Wanneer het apparaat defect is, koppelt u het los van het net of schakelt de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. Neem contact op met de klantenservice. Maximale bedrijfstijd De maximale bedrijfstijd van dit apparaat bedraagt 9 uur, in het geval u een keer vergeet, het uit te schakelen. Lamp in de kookruimte vervangen Neem, wanneer de lamp niet meer functioneert, contact op met de klantenservice.
25 KLANTENSERVICE Wanneer uw apparaat moet worden gerepareerd, is onze klantenservice er voor u. Wij vinden altijd een passende oplossing. Neem rechtstreeks contact op met de dealer waar u dit apparaat hebt gekocht of met de Blaupunkt-klantenservice. U vindt contactgegevens op de achterkant van deze handleiding. Geef bij uw telefoontje het model- en serienummer aan, zodat we u goed kunnen adviseren. Het typeplaatje met deze nummers vindt u, wanneer u de deur van het apparaat opent. Nominale spanning: 230 V nominaal ingangsvermogen: 1600 W (magnetron), 2880 W (grill) Nominale frequentie: 50 Hz magnetronvermogen: 800 W; 2450 MHz Om in het geval van problemen tijd te besparen, kunt u het model van uw apparaat en het telefoonnummer van de klantenservice noteren in het volgende veld.
ONDERHOUDSKAART Modelnummer Koopdatum Serienummer Verkoper Waarschuwing Dit apparaat moet conform de geldende voorschriften worden geïnstalleerd en alleen worden gebruikt in een goed geventileerde ruimte. Lees deze handleiding zorgvuldig door, voor u dit apparaat installeert of gebruikt.
26 TIPS EN TRUCS U wilt uw eigen recept koken Probeer eerst, instellingen van vergelijkbare recepten te gebruiken en het kookproces op grond van het resultaat te optimaliseren. Is de taart gebakken? Steek circa 10 minuten voor afloop van de aangegeven baktijd een houten stok in de taart. Wanneer zich na het uittrekken geen rauw deeg meer aan de stok bevindt, is de taart klaar. De taart verliest bij het afkoelen na het bakken veel volume. Verlaag de temperatuurinstelling 10 °C en controleer het recept met betrekking tot de mechanische omgang met het deeg. De taart is in het midden veel hoger dan aan de buitenste rand. Vet de buitenring van de springvorm niet in. De taart is van boven te bruin. Gebruik een lagere inschuifrail en/of een lagere temperatuur (dit kan leiden tot een langere baktijd). De taart is te droog.
Gebruik een 10 °C hogere temperatuur (dit kan leiden tot een kortere baktijd). Het eten ziet er goed uit, maar is van binnen te vochtig. Gebruik een 10 °C lagere temperatuur (dit kan leiden tot een langere kooktijd) en controleer het recept. De bruining is ongelijkmatig. Gebruik een 10 °C lagere temperatuur (dit kan leiden tot een langere kooktijd). Gebruik de boven- en onderwarmte. De bodem van de taart is niet genoeg gebruind. Plaats hem een niveau lager. Gelijktijdig bakken op meerdere niveaus: Het bruiningsresultaat varieert op de verschillende niveaus. Gebruik voor het bakken op meer dan een niveau een bedrijfsmodus met ventilator en neem de platen er afzonderlijk uit, wanneer ze klaar zijn. Het is niet nodig, dat alle platen tegelijk klaar zijn.
Condenswater bij het bakken Stoom is onderdeel van het kookproces en beweegt zich normaal gesproken samen met de koelluchtstroom uit de oven. Deze stoom kan aan verschillende oppervlakken aan de oven of in de buurt van de over condenseren en waterdruppels vormen. Dit is een fysiek proces en kan niet volledig worden vermeden.
27 Welke soort ovenservies kan worden gebruikt? Elk hittebestendige ovenservies kan worden gebruikt. Aluminium mag niet in direct contact komen met levensmiddelen, met name wanneer het zuurhoudende levensmiddelen zijn. Let erop, dat reservoir en deksel goed sluiten. Hoe wordt de grillfunctie gebruikt? Verwarm de oven 5 minuten lang voor en plaats de levensmiddelen op het in deze handleiding aangegeven niveau. Sluit de ovendeur. Gebruik de oven niet, wanneer de deur is geopend, behalve voor het inzetten/uitnemen/controleren van de levensmiddelen. Hoe houdt men de oven tijdens het grillen schoon? Schuif een met 2 liter water gevulde plaat op niveau 1. Nagenoeg alle vloeistoffen, die van de op het rooster staande gerechten omlaag druipen, worden door de plaat opgevangen. Het verwarmingselement schakelt in alle bedrijfsmodi met grill aan en uit.
Dit is een normale procedure en hangt af van de temperatuurinstelling. Hoe berekent men de oveninstellingen, wanneer het gewicht van een braadstuk niet is gespecificeerd door een recept? Kies de instellingen naast het braadgewicht en verander de tijd iets. Gebruik zo mogelijk een temperatuursensor, om de temperatuur in het vlees te bepalen. Plaats de punt van de temperatuursensor overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant voorzichtig in het vlees. Let erop, dat de punt van de temperatuursensor in het midden van het grootste stuk vlees ligt, maar niet in de buurt van een bot of gat. Wat gebeurt er, wanneer tijdens het kookproces een vloeistof op een levensmiddel in de oven wordt gegoten? De vloeistof zal koken en als normale fysieke procedure zal stoom ontstaan. Wees voorzichtig, want de stoom is heet. Zie ook „Condenswater bij het bakken“ voor meer informatie.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Blaupunkt 5B60M8690 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Blaupunkt
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven