Blaupunkt 5B49M1160 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Blaupunkt 5B49M1160 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Blaupunkt 5B49M1160 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Blaupunkt |
| Categorie: | Oven |
| Model: | 5B49M1160 |
Handleiding Blaupunkt 5B49M1160 – volledige tekst
nl Gebruik volgens de voorschriften48Gebruik volgens de voorschriftenGebr ui k vol gens de voor schr i f t enLees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Neem het speciale installatievoorschrift in acht.Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt.
Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 4.000 meter boven zeeniveau.Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15 aar of ouder zijn en onder toezicht staan.Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen. ~ "Toebehoren" op pagina 12
Belangrijke veiligheidsvoorschriften nl5(Belangrijke veiligheidsvoorschriftenBel angr i j ke vei l i ghei ds voor sc hr i f t enAlgemeen:Waarschuwing – Risico van brand. ■Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Risico van brand. ■Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Risico van brand. ■Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren. :Waarschuwing – Risico van verbranding. ■Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Risico van verbranding. ■Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. Risico van verbranding. ■Alcoholdampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
:Waarschuwing – Kans op verbranding. ■Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Kans op verbrandingen.
■Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven. Kans op verbrandingen. ■Door water in de hete binnnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten. :Waarschuwing – Risico van letsel. ■Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. Risico van letsel. ■Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren. :Waarschuwing – Kans op een elektrische schok. ■Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok. ■De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat. Kans op een elektrische schok. ■Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. Kans op een elektrische schok. ■Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
nl Oorzaken van schade6:Waarschuwing – Gevaar door magnetisme. In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden. Halogeenlamp:Waarschuwing – Gevaar voor verbranding. De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding. Glazen afscherming niet aanraken. Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden. :Waarschuwing – Kans op een elektrische schok. Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
]Oorzaken van schadeOor zak en van schadeAlgemeenAttentie. ■Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd. ■Aluminiumfolie: aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit. Hierdoor kunnen permanente verkleuringen van de ruit optreden. ■Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■Koelen met de apparaatdeur open: na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte laten afkoelen met de deur gesloten. Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt. Ook wanneer de deur slechts op een kier staat, kunnen naburige voorzijden van meubels in de loop van de tijd beschadigd raken. Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte laten drogen met de deur open. ■Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede. ■Sterk vervuilde dichting: wanneer de dichting sterk vervuild is, sluit de apparaatdeur niet goed meer. De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen dan beschadigd raken. Zorg ervoor dat de dichting altijd schoon is.
~ "Reinigen" op pagina 19■Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen. ■Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur. Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven. ■Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Milieubescherming nl77MilieubeschermingMi l i eubes cher mingUw nieuwe apparaat is bijzonder energie-efficiënt. Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het gebruik van uw apparaat nog meer kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.Energiebesparing■Het apparaat alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.■Laat diepvrieslevensmiddelen eerst ontdooien voordat u ze in de binnenruimte plaatst.■Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.■Verwijder de accessoires die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.■Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.■Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De binnenruimte is dan nog warm. Hierdoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter.
U kunt ook twee rechthoekige vormen naast elkaar in de binnenruimte plaatsen.■Bij langere bereidingstijden kunt u het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.Milieuvriendelijk afvoerenVoer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
nl Het apparaat leren kennen8*Het apparaat leren kennenHe t appar aat leren kennenIn dit hoofdstuk worden de indicaties en bedieningsoppervlakken beschreven. Daarnaast leert u verschillende functies van uw apparaat kennen.Aanwijzing: Afhankelijk van het apparaattype zijn kleur- en detailafwijkingen mogelijk.BedieningspaneelVia het bedieningspaneel stelt u de verschillende functies van uw apparaat in. Overzicht van het bedieningspaneel en positie van de bedieningsvlakken.(Sensoren De sensoren zijn touchvelden. Om de functie te kiezen, alleen het symbool aanraken.0Display Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.
Het apparaat leren kennen nl9Toetsen en displayMet de toetsen kunt u verschillende extra functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de bijbehorende waarden.--------DisplayOp het display verschijnen de aanbevolen waarden die indien nodig kunnen worden gewijzigd:■Indicaties voor de verwarmingsmethode Ze geven de verwarmingsmethode of de gekozen functie weer.■Tijd- en temperatuurindicaties Ze geven de tijd, de wekker, de geprogrammeerde bereidingstijd, het einde van de bereidingstijd en het gewicht voor het automatische programma weer. Bovendien geven ze de temperatuur, de grill- of reinigingsstanden en het nummer van het programma weer.Voor het selecteren van de verschillende tijdfuncties meermaals de sensor r aanraken.
De pijl Á brandt naast de actueel geselecteerde functie.Sensorgebied Betekenis#Hoofdschakelaar Oven in- en uitschakelen.Aü ü ü@Instelgebied Tijdfuncties, temperatuur of het automatische programma instel-len.8Verwarmingsmetho-denVoor elk gerecht de meest geschikte bereidingsmethode selecteren.@Programma's Automatisch programma kiezen.yTemperatuur of grillstandTemperatuur of grillstand kiezen.xGewicht Gewicht voor de programma's kie-zen.‰Kinderslot Lang indrukken: bakovenfuncties blokkeren en ontgrendelenInformatie Kort indrukken: gedurende enkele seconden wordt de oven-ruimtetemperatuur tijdens het opwarmen weergegeven.DSnel opwarmen Snel opwarmen voor de oven-ruimte starten of afbreken.>Reinigingshulp voor de natte reinigingReinigingshulp voor de natte reini-ging kiezen.rTijd Tijd instellen.tStart/pauze Kort indrukken = bedrijf starten/onderbreken Lang indrukken = bedrijf afbre-ken
nl Het apparaat leren kennen10VerwarmingsmethodenOm altijd de juiste verwarmingsmethode voor uw gerecht te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen. --------Aanwijzingen■Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een temperatuur of stand weer. Deze kunt u overnemen of in het instelgebied wijzigen. ■Als bij het kiezen van de functie ontdooien de oven niet volledig afgekoeld is, knippert op het display œ en de functie wordt niet geactiveerd. Verwarmingsmethode Temperatuur GebruikAOnderwarmte 30-250 °C Om te bereiken in het waterbad en nabakken. De warmte komt van onderen. NIntensieve hitte 30-275 °C Voor gerechten met een knapperige bodem. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen. ;Pizzafunctie 30-275 °C Voor de bereiding van pizza's en gerechten die veel hitte van onderen nodig hebben.
De hitte komt van onderen en van het ringverwarmingselement dat zich in de achter-wand bevindt. MGrill, klein Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkVoor het grillen van kleine hoeveelheden steaks, worstjes, toasts en stukken vis. Het middelste deel van het grillelement wordt heet. CGrill, groot Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterkVoor het grillen van platte stukken, zoals steaks, worstjes of toast, en voor het gratine-ren. Het hele oppervlak onder het grillelement wordt heet. BBoven- en onderhitte 30-275°C Voor het traditioneel bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor gebak met zacht beslag. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.
93D hete lucht 30-275 °C Voor het bakken en braden op een of meerdere niveaus. De ventilator verdeelt de hitte van het in de achterwand aanwezige ringverwarmingsele-ment gelijkmatig in de ovenruimte.
:Hete lucht, zacht 125-275°C Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten op één niveau, zonder voorver-warmen. De ventilator verdeelt de hitte van het in de achterwand aanwezige ringverwarmingsele-ment in de ovenruimte. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus. HCirculatieluchtgrill 30-275 °C Voor het bakken van gevogelte, volledige vissen en grotere stukken vlees. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator verdeelt de hete lucht rond de gerechten. OOntdooien 30-60°C Voor het voorzichtig ontdooien van bevroren gerechten. RWarmhouden 60-100°C Voor het warmhouden van gerechten die klaar zijn. SVorm voorverwarmen 30-70°C Voor het opwarmen van vormen en recipiënten.
Het apparaat leren kennen nl11Meer functiesUw nieuwe oven biedt u nog meer functies, waarop wij hier een korte toelichting geven. --------TemperatuurOm in te stellen de temperatuur van de binnenruimte met de vinger over het instelgebied vegen. Net zo bij de keuze van de grill- en reinigingsgraad te werk gaan. Aanwijzing: Bij zeer hoge temperaturen wordt de temperatuur na langere tijd lichtjes verlaagd door het apparaat. --------TemperatuurindicatieAls de oven opwarmt, verschijnt in het indicatieveld het symbool ª. Als bij het voorverwarmen van de bakoven het symbool verdwijnt, is het optimale tijdstip bereikt en u kunt de gerechten inschuiven. Aanwijzingen■Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
■Wanneer bij de start van een programma de temperatuur in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele verwarmingsmethoden een œ op het display. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. Hierna opnieuw starten. BinnenruimteVerschillende functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat. Zo wordt bijv. de binnenruimte volledig verlicht en een koelventilator beschermt het apparaat tegen oververhitting. Apparaatdeur openenOpent u de apparaatdeur wanneer er een programma loopt, dan wordt de werking voortgezet. Verlichting van de binnenruimteDe verlichting van de binnenruimte schakelt in als de oven wordt ingeschakeld. Wanneer het gebruik beëindigd is, gaat de verlichting van de binnenruimte uit. Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u vastleggen dat de binnenruimteverlichting bij gebruik niet inschakelt.
KoelventilatorDe koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur. Attentie. De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Aanwijzing: U kunt in de basisinstellingen instellen hoelang de koelventilator naloopt. ~ "Basisinstellingen" op pagina 18Functie Gebruik@Programma's Voor vele gerechten zijn de passende instelwaarden al in het apparaat geprogrammeerd. UReinigingshulp voor de natte reiniging De reinigingshulp voor de natte reiniging vergemakkelijkt de reiniging van de ovenruimte. 30-275 Temperatuurbereik De instelbare temperatuur in de binnenruimte wordt in °C weerge-geven. 1, 2, 3 Grillstanden Grillstanden voor Grill, groot C en Grill, klein M (afhankelijk van het type apparaat). 1 = stand 1, zwak2 = stand 2, gemiddeld3 = stand 3, sterk>Reinigingshulp voor de natte reinigingDe bedrijfspositie van de reini-gingshulp voor de natte reiniging.
nl Toebehoren12_ToebehorenToebehor enBij uw apparaat horen verschillende toebehoren. Hier is krijgt u een overzicht over de meegeleverde toebehoren en de manier waarop ze worden gebruikt. AccessoiresDe meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat. --------Gebruik alleen originele toebehoren. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd. Toebehoren kunt u nabestellen bij de servicedienst, in de vakhandel of via het internet. Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. Dit heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld. Accessoires plaatsenDe binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. In de binnenruimte is de bovenste inschuifhoogte bij veel apparaten voorzien van een grillsymbool.
Afhankelijk van het type apparaat is de binnenruimte voorzien van één of meerdere uitschuifrails of met een of twee clip-uitschuifrails. De uitschuifrails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden verwijderd. De clip-uitschuifrails kunnen naar wens op de nog vrije niveaus worden aangebracht. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen. De accessoires kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken zonder dat ze kantelen. Met de uitschuifrails kunt u de accessoires verder naar buiten trekken. Let erop dat de accessoires zich achter het lipje ‚ op de uitschuifrail bevinden. Voorbeeld in de afbeelding: braadsledeWanneer de accessoires helemaal uitgetrokken zijn, vergrendelen ze. Zo kunnen de accessoires er gemakkelijk op worden geplaatst. Om de uitschuifrails te ontgrendelen schuift u ze met een lichte druk terug in de binnenruimte.
■Om de rekjes te reinigen kunt u ze uit de binnenruimte nemen. ~ Blz. 21VergrendelingsfunctieDe toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de toebehoren kantelen wanneer ze worden verwijderd. De toebehoren dienen op de juiste wijze in de binnenruimte te worden geschoven, zodat de kantelbeveiliging goed werkt. Let er bij het inschuiven van het rooster op dat de ontgrendelnok ‚ zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De open kant moet naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden ¾ wijzen. Rooster Voor servies, gebak- en ovenschalen. Voor braad- en grillstukken en diepvries-gerechten. Braadslede Voor vochtig gebak, taarten, diepvries-gerechten en grote braadstukken. Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt.
Toebehoren nl13Let er bij het inschuiven van platen op dat de ontgrendelnok ‚ zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De schuine kant van de toebehoren ƒ moet van voren naar de apparaatdeur wijzen.Voorbeeld in de afbeelding: braadsledeToebehoren combinerenU kunt het rooster gelijktijdig met de braadslede inschuiven, om afdruipende vloeistof op te vangen.Let er bij het plaatsen vanhet rooster op dat beide afstandhouders ‚ op de achterste rand staan. Bij het inschuiven van de braadslede bevindt het rooster zich boven de bovenste geleidestang van de inschuifhoogte.Voorbeeld in de afbeelding: braadsledeExtra toebehorenExtra toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of via het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet.De beschikbaarheid en de mogelijkheid om online te bestellen is per land verschillend.
U kunt dit nakijken in uw verkoopdocumenten.Aanwijzing: Niet alle extra toebehoren passen bij elk apparaat. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op. ~ "Servicedienst" op pagina 25--------DDEDDDSpeciale accessoiresRoosterVoor servies, gebak- en ovenschalen en voor braad- en grillstukken.BakplaatVoor plaatgebak en klein gebak.BraadsledeVoor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstuk-ken.Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, wanneer u direct op het rooster grilt.Uittreksysteem 2-voudig Met de uitschuifrails op hoogte 2 en 3 kunt u de accessoires verder naar buiten trekken zonder dat ze kantelen.Uittreksysteem 3-voudig Met de uitschuifrails op hoogte 1, 2 en 3 kunt u de accessoires verder naar buiten trekken zonder dat ze kantelen.
nl Voor het eerste gebruik14KVoor het eerste gebruikVo o r het eer s t e gebr ui kVoordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren: Reinig daarnaast de binnenruimte en de toebehoren. Eerste gebruikNa het apparaat op de stroom is aangesloten verschijnt de tijd op het display. Stel de actuele tijd in. Tijd instellenDe tijd is af fabriek op 12:00 ingesteld. 1. In het instelbereik de tijd instellen. 2. Om te bevestigen de sensor r aanraken. In het indicatieveld verschijnt de ingestelde tijd. Binnenruimte en accessoires reinigenVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen. Binnenruimte reinigenOm het "nieuwe" luchtje van de oven te verwijderen, warmt u de lege, gesloten binnenruimte op. Let erop dat zich geen verpakkingsresten, zoals piepschuimkorreltjes, in de binnenruimte bevinden.
Neem voor het opwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek. Tijdens het opwarmen van de oven dient de keuken geventileerd te worden. Voer de opgegeven instellingen uit. In het volgende hoofdstuk kunt u lezen hoe u een verwarmingsmethode en temperatuur instelt. ~ "Apparaat bedienen" op pagina 14Na afloop van de weergegeven tijd de oven uitschakelen. Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, reinigt u de gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje. Accessoires reinigenReinig de accessoires grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel. 1Apparaat bedienenAp p a r a a t bedi enenDe bedieningselementen en de werkwijze ervan hebt u al leren kennen. Nu leggen we u uit hoe u uw apparaat instelt. Oven in- en uitschakelenOm de oven in of uit te schakelen, het sensorgebied # aanraken.
Voorbeeld op de afbeelding: boven- en onderhitte B bij 190 °C. Bakoven met de hoofdschakelaar # inschakelen. Op het indicatieveld lichten de symbolen voor de vooringestelde verwarmingsmethode en de temperatuur op: 9 en 160 ºC. Deze instelling kan onmiddellijk worden gestart. Hiervoor de sensor t aanraken. Om een andere verwarmingsmethode of temperatuur te kiezen, als volgt te werk gaan:1. De sensor 8 aanraken. 2. In het instelgebied de verwarmingsmethode kiezen. 3. De sensor y aanraken. 4. In het instelgebied de temperatuur of de grillstand kiezen. 5. De sensor t aanraken. Na enkele seconden begint de oven op te warmen. Als het gerecht klaar is, de oven met de hoofdschakelaar uitschakelen. Aanwijzing: U kunt ook een duur en eindtijd instellen. ~ "Tijdfuncties" op pagina 15InstellingenVerwarmingsme-thode3D-hetelucht 9Temperatuur maximaalTijdsduur 1 uur.
Tijdfuncties nl15WijzigingVerwarmingstype en temperatuur kunt u altijd wijzigen. Aanwijzing: Als u de verwarmingsmodus tijdens de werking van de oven wilt wijzigen, wordt deze onderbroken. Bedrijf onderbrekenDe sensor t aanraken. De bakoven is in de pauzestatus. De indicatie boven de sensor t knippert. De sensor t opnieuw aanraken om de pauze te beëindigen. Bedrijf afbrekenDe sensor t ingedrukt houden tot het symbool voor de verwarmingsmethode en de gekozen temperatuur verschijnt. Nu kan opnieuw een verwarmingsmethode en een temperatuur worden ingesteld. Snel voorverwarmenMet de functie Snel voorverwarmen kunt u de opwarmtijd verkorten. Geschikte verwarmingsmethoden zijn:■9 3D-hetelucht■B Boven- en onderwarmte■N Intensieve hitteHet snel opwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van meer dan 100 °C gebruiken.
Voor een gelijkmatig bereidingsresultaat het gerecht pas in de ovenruimte plaatsen als het snel opwarmen is beëindigd. 1. Verwarmingsmethode en temperatuur kiezen. 2. De sensor D aanraken. Het symbool V licht op in het indicatieveld. 3. De sensor t aanraken. Na enkele seconden begint de bakoven op te warmen. Als het snel opwarmen is beëindigd, weerklinkt een signaal en het symbool V gaat uit. Het gerecht in de ovenruimte plaatsen. OTijdfunctiesTi j df unct i esUw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties. Om de duur te bereiken, een verwarmingsmethode kiezen en de sensor r aanraken. Zodra de bereidingstijd is ingesteld, kan een eindtijd worden ingesteld. Na het verstrijken van de duur of de wekkertijd weerklinkt een signaal. Het signaal kan vroegtijdig worden beëindigd door de sensor r aan te raken.
Bereidingstijd instellenU kunt op de oven de bereidingstijd voor uw gerecht instellen. Zo wordt de bereidingsduur niet per ongeluk overschreden en hoeft u andere werkzaamheden niet te onderbreken om de werking te beëindigen. U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen.
De bereidingstijd kan tot een uur in stappen van een minuut worden ingesteld en daarna in stappen van 5 minuten. Afhankelijk van het sensorgebied dat u het eerst aanraakt, begint de bereidingstijd bij een andere voorgestelde waarde: 10 minuten met het sensorgebied A en 30 minuten met het sensorgebied @. Voorbeeld in de afbeelding: bereidingstijd 45 minuten. 1. Verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instellen. 2. Twee keer de sensor r aanraken. In het indicatieveld verschijnen A A : A A en het symbool x. Tijdfunctie GebruikxBereidingsduur Is de ingestelde bereidingsduur verstreken, schakelt het apparaat automatisch uit. yEindtijd De duur en de gewenste eindtijd selecteren. Het apparaat start automatisch zodat het bedrijf op de gewenste tijd is beëindigd. QWekker De wekker functioneert als een eierwekker. Hij loopt onafhankelijk van de werking van de oven.
nl Tijdfuncties163. In het instelbereik de tijdsduur instellen. 4. De sensor t aanraken. Na enkele seconden begint de bakoven op te warmen. In het indicatieveld verschijnen de symbolen x, Š en de temperatuurindicatie ª. De verschillende segmenten van de voortgangsbalk branden met aflopende tijd alsmaar helderder. Voor het weergeven van de resterende tijd de sensor r twee keer aanraken. De tijd is afgelopenEr klinkt een signaal. De oven stopt met op te warmen. Op het display staat de tijd op nul. Raak een willekeurig sensorgebied aan om het signaal te beëindigen. Als het signaal is beëindigd, kan in het instelgebied een nieuwe bereidingsduur worden ingesteld. Als het gerecht klaar is, zet u de oven met de hoofdschakelaar # uit. Wijzigen en afbrekenDe duur kan altijd worden gewijzigd. Hiervoor de sensor r twee keer aanraken en de tijd in het instelbereik wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging overgenomen. Om af te breken, de duur in het instelbereik op nul zetten. De bakoven verwarmt zonder bereidingstijd verder. Einde instellenU kunt het tijdstip waarop de bereidingstijd afloopt op een later tijdstip zetten. U kunt het gerecht bijv. 's morgens in de oven zetten en zo instellen dat het 's middags klaar is. Aanwijzingen■Let erop dat levensmiddelen niet te lang in de oven staan en bederven. ■Stel het einde in als de oven nog onverwarmd is. ■Stel geen einde meer in wanneer hij al gestart is. Hierdoor kan het bereidingsresultaat worden beïnvloed. Het einde van de bereidingstijd kan maximaal 23 uur en 59 minuten worden uitgesteld. Voorbeeld in de afbeelding: het is 10:30 uur, de ingestelde tijdsduur is 45 minuten en het gerecht moet om 12:30 uur klaar zijn. 1. Verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instellen. 2.
De sensor r twee keer aanraken en de duur in het instelbereik instellen. 3. De sensor r opnieuw aanraken. In het indicatieveld verschijnt A A : A A en het symbool y brandt. 4. De eindtijd in het instelgebied instellen. 5.
De sensor t aanraken. Na enkele seconden neemt de oven de instellingen over. Op het display verschijnen de eindtijd en de symbolen Q x en y. De pijl Á wijst hierbij op het symbool y. De tijd is afgelopenEr klinkt een signaal. De oven stopt met op te warmen. Op het display staat de tijd op nul. Raak een willekeurig sensorgebied aan om het signaal te beëindigen. Als het signaal is beëindigd, kan in het instelgebied een nieuwe bereidingsduur worden ingesteld. Als het gerecht klaar is, zet u de oven met de hoofdschakelaar # uit. Wijzigen en afbrekenDe eindtijd kunt u in het instelgebied wijzigen. Na enkele seconden wordt de wijziging overgenomen. De eindtijd kan niet meer worden gewijzigd wanneer de tijdsduur al afloopt. Het bereidingsresultaat zou dan niet meer kloppen. Om de eindtijd af te breken de werkelijke tijd plus duur instellen.
Kinderslot nl17Wekker instellenU kunt de wekker gebruiken wanneer de oven in- en uitgeschakeld is. U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen. Tot 10 minuten kan de wekkertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Hierna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is. Afhankelijk van welke positie in het instelgebied als eerste wordt aangeraakt, begint de wekker met een vooringestelde waarde: van het midden tot het symbool @, 10 minuten; van het midden tot het symbool A, 5 minuten. 1. De sensor r aanraken, in het indicatieveld brandt het symbool Q. 2. De wekkertijd in het instelgebied instellen. Na enkele seconden begint de wekkertijd af te lopen. In het indicatieveld verschijnt het symbool Q. Voor het weergeven van de resterende tijd, de sensor r aanraken. Tip: Geldt de ingestelde kookwekkertijd voor het gebruik van de oven, gebruik dan de bereidingsduur.
Zo schakelt de oven automatisch uit. Wekker is afgelopenEr klinkt een signaal. Op het display staat de wekkertijd op nul. Met een willekeurige toets de wekker uitschakelen. Wijzigen en afbrekenU kunt de wekkertijd altijd wijzigen. Bij een ingeschakelde bakoven de sensor r aanraken en de tijd in het instelbereik wijzigen. Bij een uitgeschakelde bakoven de tijd in het instelbereik wijzigen. De wijziging wordt na enkele seconden overgenomen. Om de wijziging af te breken, de wekkertijd in het instelbereik op nul zetten. De wekker schakelt uit. Tijd instellenNa de aansluiting of na een stroomuitval knippert in het indicatieveld de tijd en het symbool r licht op. Tijd instellen. 1. In het instelgebied de tijd instellen. 2. De sensor r aanraken. De tijd stopt met knipperen. Na enkele seconden wordt de ingestelde tijd weergegeven. Tijd wijzigenU kunt de tijd wijzigen, bijv.
van zomer- naar wintertijd. Hiervoor bij een uitgeschakeld apparaat meermaals de sensor r aanraken tot het symbool voor de tijd verschijnt, nu de tijd in het instelbereik wijzigen. Vervolgens de tijd in het instelgebied wijzigen.
AKinderslotKi nder s l otOm te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot. Aanwijzingen■In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de functie Kinderslot kan worden ingesteld. ~ "Basisinstellingen" op pagina 18■Een eventueel aangesloten kookplaat wordt niet beïnvloed doordat de oven is voorzien van een kinderslot. ■Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief. Activeren en deactiverenDe sensor ‰ ca. 4 seconden lang aanraken. Het symbool ¶ licht op in het indicatieveld. Het kinderslot is geactiveerd. Om te deactiveren de sensor ‰ opnieuw 4 seconden lang aanraken tot het symbool ¶ in het indicatieveld uitgaat. Aanwijzingen■Wanneer er een wekkertijd Q is ingesteld, loopt deze verder. Zolang het kinderslot geactiveerd is, kan de wekkertijd niet worden veranderd.
■Het kinderslot hindert de hoofdschakelaar niet. U kunt de oven ook uitschakelen wanneer het kinderslot actief is. Druk hiervoor op de hoofdschakelaar.
nl Basisinstellingen18QBasisinstellingenBas i s i nst el l i ngenEr zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:Lijst met basisinstellingenAfhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar. --------Basisinstellingen wijzigenDe bakoven moet zijn uitgeschakeld. 1. De sensor r ca. 4 seconden lang aanraken. In het indicatieveld verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. ™‚ ƒ. 2. De instelling in het instelbereik wijzigen. 3. Met de sensor r bevestigen. In het indicatieveld verschijnt de volgende basisinstelling. 4. De sensor r meermaals aanraken om alle basisinstellingen op te roepen. In het instelbereik de instellingen wijzigen. 5. Afsluitend opnieuw de sensor r ca. 4 seconden lang aanraken om de gekozen instellingen te bevestigen.
Alle wijzigingen in de basisinstellingen werden overgenomen. Om de basisinstellingen te verlaten zonder de wijzigingen te bevestigen, de sensor # aanraken. De basisinstellingen kunnen altijd worden gewijzigd. Basisinstelling Keuze™‚ Signaalduur na het verstrij-ken van een tijdsduur of wek-kertijd‚ = ca. 10 secondenƒ = ca. 30 seconden*„ = ca. 2 minuten™ƒ Wachttijd totdat een instelling is overgenomen‚ = ca. 3 seconden*ƒ = ca. 6 seconden„ = ca.
10 seconden™„ Toetssignaal bij het aantippen van een toets‹ = uit‚ = aan*™… Helderheid van het display ‚ = donkerƒ = gemiddeld„ = helder™† Indicatie van de tijd ‹ = tijdsweergave uit‚ = tijdsweergave aan*™‡ Kinderslot activeren mogelijk ‹ = nee‚ = ja*ƒ = ja, met deurvergrende-ling**™ˆ Verlichting van de binnen-ruimte bij gebruik‹ = nee‚ = ja*™‰ Nalooptijd van de koelventila-tor‚ = kortƒ = gemiddeld*„ = lang… = extra lang™Š Telescooprails achteraf aan-gebracht**‹ = nee* (bij rekjes en 1-vou-dig uittreksysteem)‚ = ja (bij 2- en 3-voudig uit-treksysteem)™› Alle waarden naar de fabriek-sinstelling terugzetten‹ = nee*‚ = ja* Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fa-brieksinstellingen afwijken)** Niet voor alle apparaattypen beschikbaar.
Reinigen nl19DReinigenRe i n i g e nWanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt. Geschikte schoonmaakmiddelenLet op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar. Attentie. OppervlakteschadeGebruik geen■scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,■sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,■harde schuur- of schoonmaaksponsjes,■hogedrukreiniger of stoomreiniger of■speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging. Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit. Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst.
Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant. :Waarschuwing – Risico van verbranding. Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bereik SchoonmakenBuitenzijde apparaatVoorzijde van roestvrij staalWarm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan. Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speci-ale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal ver-krijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Knststof Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Gelakte opper-vlakkenWarm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bedieningspaneel Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken. Ruiten van de deurWarm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. Deurgreep Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlek-ken die niet meer verwijderd kunnen worden. Binnenzijde apparaatEmaillen vlakken Warm zeepsop of water met azijn: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Attentie. Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte ge-bruiken. Er kan schade aan het email ontstaan.
Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnen-ruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen. De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen. Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witteaanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en heb-ben geen invloed op de werking. Zo nodig verwijderen met citroenzuur. Glazen kapje van de binnenruimte-verlichtingWarm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. DeurdichtingNiet afnemen. Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren. Deurafscherming van roestvrijstaal: Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. van kunststof: Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken. Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. Rekjes Warm zeepsop: Laten weken en reinigen met een schoonmaak-doekje of borstel. Uittreksysteem Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonma-ken. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails.
nl Reinigen20--------Aanwijzingen■Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. ■Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte. ■Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Reinigingshulp voor de natte reinigingDe reinigingshulp voor de natte reiniging maakt het voor u gemakkelijker de binnenruimte schoon te maken. Door het verdampen van zeepsop wordt het vuil eerst ingeweekt. Vervolgens kan het weer gemakkelijker worden verwijderd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Blaupunkt 5B49M1160 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Blaupunkt
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven
