BenQ MU613 Handleiding

BenQ Beamer MU613

Bekijk gratis de handleiding van BenQ MU613 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Beamer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over BenQ MU613 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
Digitale projector
Gebruikershandleiding
Installatie van projector I MU607 / MU613
V 1.00

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: BenQ
Categorie: Beamer
Model: MU613
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 2630 g
Breedte: 312 mm
Diepte: 225 mm
Hoogte: 110 mm
Geluidsniveau: - dB
Gebruikershandleiding: Ja
Aantal lampen: 1 lampen
Stroombron: AC
Plaatsing: Desktop
Oorspronkelijke beeldverhouding: 16:10
Ethernet LAN: Nee
Ondersteunde video-modi: 480i,480p,576i,576p,720p,1080i,1080p
Meegeleverde kabels: AC,VGA
Geïntegreerde geheugenkaartlezer: Nee
Typische contrastverhouding: 10000:1
Zoomcapaciteit: Ja
Markt positionering: Presentatie
Projector helderheid: 4000 ANSI lumens
Projectietechnologie: DLP
Projector native resolution: WUXGA (1920x1200)
Keystone correctie, verticaal: -40 - 40 °
Geschikt voor schermmaten: 30 - 300 "
Projectie-afstand objectief: - m
Aantal kleuren: 1.073 biljoen kleuren
Frequentiebereik horizontaal: 15 - 102 kHz
Frequentiebereik verticaal: 23 - 120 Hz
Matrix grootte: 0.47 "
Aantal USB 2.0-poorten: 1
VGA (D-Sub)poort(en): 2
Aantal HDMI-poorten: 2
Soort serieële aansluiting: RS-232
PC audio ingang: Ja
PC Audio-uitgang: Ja
HDMI-connector type: Volledige grootte
DVI-poort: Nee
Smart TV: Nee
Focus: Handmatig
Zoom type: Handmatig
Diafragma (F-F): 2 - 2.05
Brandpuntbereik: 15.843 - 17.445 mm
Levensduur van de lichtbron: 4000 uur
Type lichtbron: Lamp
Bevestigingsmogelijkheid voor kabelslot: Ja
Kabelslot sleuf type: Kensington
Ingebouwde luidsprekers: Ja
Gemiddeld vermogen: 2 W
Aantal ingebouwde luidsprekers: 1
Stroomverbruik (in standby): 0.5 W
Vermogensverbruik (max): 260 W
Zoomverhouding: 1.1:1
Throw ratio: 1.5 - 1.65
Off-set: 100 procent
Volledige HD: Ja
Ingang stroom: Ja
Lampvermogen: 245 W
Ondersteunde grafische resoluties: 640 x 480 (VGA),1920 x 1200 (WUXGA)
Temperatuur bij opslag: -20 - 60 °C
Mobile High-Definition Link ( MHL ): Ja
Levensduur van de lichtbron (besparingsmodus): 10000 uur
Luchtvochtigheid bij opslag: 10 - 90 procent
Hoogte, in bedrijf: 0 - 1499 m
Matrix type: DMD
Afstandsbediening inbegrepen: Ja
Wifi: Nee
AC-ingangsspanning: 100 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50/60 Hz
Stroomverbruik (typisch): 110 W
Bedrijfstemperatuur (T-T): 0 - 40 °C
Relatieve vochtigheid in bedrijf (V-V): 10 - 90 procent
Batterijen inbegrepen: Ja
Type product: Projector met normale projectieafstand
Code geharmoniseerd systeem (HS): 85286200

Handleiding BenQ MU613 – volledige tekst

2 Informatie over garantie en Informatie over garantie en auteursrechtenBeperkte garantieDe garantie van BenQ voor dit product heeft betrekking op productie- en materiaalfouten die zich bij normaal gebruik van het apparaat voordoen. Wanneer u een beroep wilt doen op de garantie, dient u een geldig aankoopbewijs te overleggen. Wanneer dit product tijdens de garantieperiode defect raakt, is BenQ alleen verplicht de defecte onderdelen te vervangen (inclusief arbeidsloon). Om in geval van een defect reparatie- of servicewerkzaamheden te laten uitvoeren die onder de garantie vallen, dient u zich zo snel mogelijk te wenden tot de leverancier bij wie u het product hebt gekocht. Belangrijk: De bovenstaande garantie vervalt indien de klant heeft nagelaten het product te gebruiken volgens de schriftelijke instructies van BenQ, in het bijzonder de instructies inzake de gebruiksomstandigheden.

De vochtigheidsgraad moet tussen 10% en 90% liggen, de temperatuur tussen 0°C en 35°C en de projector mag niet worden gebruikt op stoffige plaatsen of op plaatsen hoger dan 4920 voet. Deze garantie verleent de koper van het apparaat bepaalde rechten, evenals het zogenaamde consumentenrecht, dat echter per land kan verschillen. Ga voor meer informatie naar www. BenQ. com. CopyrightCopyright © 2018, by BenQ Corporation. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd, verzonden, opgeslagen in een zoeksysteem of vertaald in een andere taal of computertaal, onder geen enkele vorm en op geen enkele wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, magnetisch, optisch, chemisch, handmatig of op andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BenQ Corporation.

AansprakelijkheidBenQ Corporation is niet aansprakelijk en geeft geen garanties, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, ten aanzien van de inhoud van deze publicatie en wijst alle garanties van verkoopbaarheid of geschiktheid voor een bepaald doel af.

4 Belangrijke veiligheidsinstructies Belangrijke veiligheidsinstructiesDe projector is ontwikkeld en getest volgens de nieuwste veiligheidsstandaards voor ict-apparatuur. Voor een veilig gebruik van dit product dient u de instructies in deze handleiding en op de verpakking van het product nauwkeurig op te volgen. 1. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de projector gaat gebruiken. Bewaar de handleiding voor toekomstig gebruik. 2. Kijk tijdens het projecteren niet rechtstreeks in de lens van de projector. De sterke lichtstraal kan uw ogen beschadigen. 3. Laat reparatie- of onderhoudswerkzaamheden over aan een bevoegd technicus. 4. Zorg er altijd voor dat als de projectorlamp brandt, de lenssluiter (indien aanwezig) is geopend of de lensdop (indien aanwezig) is verwijderd. 5. De lamp wordt erg heet tijdens het gebruik.

Laat de projector ongeveer 45 minuten afkoelen voordat u de lamp vervangt. 6. In sommige landen is de netspanning NIET stabiel. Hoewel deze projector normaal werkt bij een netspanning van 100 tot 240 V (wisselstroom), kan het apparaat uitvallen wanneer zich een stroomstoring of een spanningspiek van ±10 V voordoet. In gebieden waar dit risico hoog is, is het raadzaam de projector aan te sluiten op een spanningsstabilisator, piekbeveiliging of UPS-systeem (Uninterruptible Power Supply). 7. Plaats geen voorwerpen voor de projectielens als de projector wordt gebruikt. De voorwerpen kunnen heet worden en daardoor vervormd raken of vlam vatten. Om de lamp tijdelijk uit te schakelen, gebruikt u de functie leeg. 8. Gebruik de lamp niet langer dan de voorgeschreven levensduur. Als u de lamp toch langer gebruikt, kan deze in zeldzame gevallen breken.

5 Belangrijke veiligheidsinstructies 9. Zorg dat de stekker van de projector uit het stopcontact is verwijderd voordat u de lamp of elektronische onderdelen vervangt. 10. Plaats dit product nooit op een onstabiele ondergrond. Het product kan dan vallen en ernstig worden beschadigd. 11. Open deze projector niet zelf. De onderdelen van het apparaat staan onder hoge, levensgevaarlijke spanning. Het enige onderdeel dat u mag vervangen, is de lamp met het deksel.U mag nooit andere onderdelen losmaken of verwijderen. Laat reparaties uitsluitend over aan gekwalificeerde professionele reparateurs.12. Blokkeer het ventilatierooster niet.- Plaats deze projector niet op een deken, beddengoed of op een ander zacht oppervlak.- Bedek deze projector niet met een doek of met andere voorwerpen.- Plaats geen ontvlambare stoffen in de buurt van de projector.

Als het ventilatierooster niet vrij wordt gehouden, kan er door oververhitting in de projector brand ontstaan.13. Plaats de projector tijdens het gebruik altijd op een stabiel en niet hellend oppervlak.- Maak geen gebruik van de projector als deze gekanteld staat in een hoek van meer dan 10 graden (naar links of rechts) of in een hoek van meer dan 15 graden (voor naar achter). Als u de projector gebruikt wanneer deze niet volledig horizontaal staat, werkt deze mogelijk niet optimaal of kan de lamp beschadigd raken. 14. Plaats de projector niet verticaal. De projector kan dan vallen en letsel veroorzaken of beschadigd raken.15. Trap niet op de projector of leg er geen voorwerpen op. Dit kan niet alleen schade aan de projector veroorzaken, maar ook leiden tot ongevallen en mogelijk letsel.16.

6 Belangrijke veiligheidsinstructies 17. Plaats geen vloeistoffen in de buurt van of op de projector. Als er vloeistof in de projector wordt gemorst, werkt deze mogelijk niet meer. Als de projector nat wordt, trekt u de stekker uit het stopcontact en belt u BenQ voor reparaties.18. Dit product kan beelden omgekeerd weergeven, zodat plafond/wandmontage mogelijk is.19. Dit apparaat moet worden geaard.20. Plaats de projector niet in de volgende ruimtes.- Slecht geventileerde of gesloten ruimtes. Zorg dat de projector ten minste 50 cm van de muur staat en laat voldoende ruimte vrij rondom de projector. - Plekken waar de temperatuur extreem hoog kan oplopen, zoals in een auto met gesloten ramen.- Plekken met veel vocht, stof of rook die optische componenten mogelijk aantasten.

Dit verkort de levensduur van de projector en verdonkert het beeld.- Plekken in de buurt van een brandalarm.- Plekken met een omgevingstemperatuur hoger dan 40°C / 104°F.- Plekken die hoger liggen dan 3000 m (10000 voet).Hg - Lamp bevat kwik. Behandelen in overeenstemming met de plaatstelijke wetten voor afvalverwerking. Zie www.lamprecycle.org.3000 m(10000 voet)0 m(0 voet)

Schuif de batterijklep terug zodat deze op z'n plek klikt.Projector Afstandsbediening met batterijen Snelgids Garantiekaart* Netsnoer VGA-kabel• De meegeleverde accessoires zijn geschikt voor uw regio, maar verschillen mogelijk van die in de afbeeldingen.• *De garantiekaart wordt slechts in bepaalde regio’s geleverd. Vraag uw verkoper voor gedetailleerde informatie. 1. Reservelamp 2. 3D-bril 3. QCast Mirror-dongle/draadloze FHD-kit (WDP02)• Laat de afstandsbediening en batterijen niet liggen op plaatsen die extreem warm of vochtig zijn, zoals de keuken, badkamer, sauna, solarium of in een gesloten auto.• Gebruik alleen dezelfde batterijen of batterijen van hetzelfde type dat door de fabrikant van de batterij wordt aanbevolen.• Gooi batterijen weg volgens de instructies van de fabrikant en volgens de plaatselijke milieuregelgeving.• Werp batterijen nooit in vuur.

9 InleidingBedieningselementen en functiesProjector en afstandsbediening 1. AAN/UITDit zet de projector aan of op stand-by. ON/ OffDit zet de projector aan of op stand-by. 2. POWER (Aan/uit-indicator)/TEMP (Waarschuwingslampje temperatuur)/LIGHT (Licht-lampje) (Zie Indicatoren op pagina 46.) 3. IR-sensor voor afstandsbediening 4. BACKKeert terug naar het vorige OSD-menu, sluit en bewaart de menu-instellingen. 5. Pijltoetsen ( , , , )Als het On-Screen Display (OSD)-menu is geactiveerd, gebruikt u deze toetsen als pijltoetsen om de gewenste menu-items te selecteren en om aanpassingen uit te voeren. Keystonetoetsen ( , )Opent de pagina voor keystonecorrectie.Volumetoetsen /Zet het volume van de projector lager of hoger.29768513410Alle toetsindrukken die in dit document zijn beschreven, zijn beschikbaar op de afstandsbediening of op de projector.1478181710192021232216111261415139

10 Inleiding 6. SOURCEOpent de ingangselectiebalk. 7. ECO BLANKHiermee kunt u de schermafbeelding verbergen.Plaats geen voorwerpen voor de projectielens als de projector wordt gebruikt. De voorwerpen kunnen heet worden en daardoor vervormd raken of vlam vatten. 8. OKHiermee bevestigt u het geselecteerde menu-item in het On-Screen Display (OSD)-menu. 9. AUTOBepaalt automatisch de beste beeldtimings voor het weergegeven beeld als pc-signaal (analoog RGB) is geselecteerd.10. MENUActiveert het schermmenu (OSD).11. Ingangselectieknoppen: PC 1Kies een PC-ingangsignaal voor het beeld. 12. Pijltoetsen ( , , , )Als het On-Screen Display (OSD)-menu is geactiveerd, gebruikt u deze toetsen als pijltoetsen om de gewenste menu-items te selecteren en om aanpassingen uit te voeren.

Keystonetoetsen ( , )Opent de pagina voor keystonecorrectie.Volumetoetsen /Zet het volume van de projector lager of hoger.13. FREEZEZet het geprojecteerde beeld stil. 14. PAGE /PAGEHiermee kunt u een softwareprogramma (op een aangesloten pc) bedienen dat reageert op opdrachten voor pagina omhoog/omlaag (bijvoorbeeld Microsoft PowerPoint).15. ZOOM+/ZOOM-Vergroot of verkleint het geprojecteerde beeld.16. CCDeze projector biedt geen ondersteuning voor de functie Ondertitels.17. 3D SETTINGSGeeft het 3D-menu weer.18. ASPECTHiermee selecteert u de beeldverhouding.19. Schakelt het projectorgeluid in of uit. 20. Volumetoetsen /Zet het volume van de projector lager of hoger.21. SMART ECOToont het menu Lichtmodus waarin u een geschikte lampmodus kunt selecteren.22. INFOToont informatie over de projector.23.

11 InleidingEffectief bereik van de afstandsbedieningDe afstandsbediening moet in een hoek van 30 graden ten opzichte van de IR-sensor van de projector worden gehouden om correct te functioneren. De afstand tussen de afstandsbediening en de sensor(en) mag niet meer dan 8 meter (~ 26 voet) bedragen.Zorg dat tussen de afstandsbediening en de IR-sensor(en) van de projector geen obstakels liggen die de infraroodstraal kunnen blokkeren. • De projector bedienen via de voorkant • De projector bedienen via de bovenkantOngeveer +30ºOngeveer +30º

12 De projector positioneren De projector positionerenEen plek kiezenVoordat u een plek voor de projector kiest, houdt u rekening met de volgende zaken:• Formaat en positie van het scherm• Plek van het stopcontact• Locatie en afstand tussen de projctor en de rest van de apparatuurU kunt de projector op de volgende manieren installeren.Na het inschakelen van de projector gaat u naar het menu Geavanceerd - Instellingen > Projectorinstallatie, druk op OK en druk op / om een instelling te selecteren.U kunt dit menu ook openen met QUICK INSTALL op de afstandsbediening. 1. Tafel voorSelecteer deze instelling als u de projector op de tafel en voor het scherm installeert. Als u een snelle opstelling en draagbaarheid wenst, is dit de meest gebruikte opstelling. 2. Tafel achterSelecteer deze instelling als u de projector op de tafel en achter het scherm installeert.

Voor deze opstelling is een speciaal scherm voor achterwaartse projectie vereist. 3. Plafond voorSelecteer deze instelling als u de projector tegen het plafond en voor het scherm installeert. Als u de projector aan het plafond wilt bevestigen, kunt u het beste de plafondmontageset voor een BenQ Projector bij uw leverancier kopen. 4. Plafond achterSelecteer deze instelling als u de projector tegen het plafond en achter het scherm installeert. Voor deze opstelling zijn een speciaal scherm voor achterwaartse projectie en de plafondmontageset voor een BenQ Projector vereist.

13 De projector positionerenDe gewenste beeldgrootte van de projectie instellenDe afstand van de lens van de projector tot het scherm, de zoominstellingen (indien beschikbaar) en het videoformaat zijn allemaal factoren die de grootte van het geprojecteerde beeld bepalen.Projectieafmetingen• De beeldverhouding van het scherm is 16:10 en die van het geprojecteerde beeld is 16:10 Schermgrootte Projectieafstand (mm) Verschuiving (mm)Diagonaal H (mm) B (mm) Min. afstand (met max. zoom) Gemiddeld Max afstand (met min.

14 De projector positioneren Als u bijvoorbeeld een scherm van 120 inch gebruikt, is de aanbevolen projectieafstand in de "Gemiddeld"-kolom 4071 mm. Voor een projectieafstand van 4400 mm is 4410 mm de dichtstbijzijnde waarde in de kolom "Gemiddeld". Als u in deze rij kijkt, ziet u dat u hiervoor een scherm van 130" (ongeveer 3,3 m) nodig hebt. De projector bevestigenAls u de projector wilt bevestigen, is het raadzaam een gepaste montageset voor BenQ-projectoren te gebruiken voor een veilige en stevige montage. Als u een montageset van een ander merk dan BenQ gebruikt, bestaat het gevaar dat de projector naar beneden valt omdat het apparaat met de verkeerde schroeven is bevestigd. Voordat u de projector bevestigt• U kunt een projectormontageset voor BenQ-projectoren kopen bij de leverancier van uw BenQ-projector.

• BenQ raadt u aan een aparte veiligheidskabel aan te schaffen die compatibel is met het Kensington-slot. Maak deze kabel vast aan de sleuf voor het Kensington-slot op de projector en aan de houder. Wanneer de projector loskomt van de houder, blijft het apparaat toch veilig zitten. • Vraag de leverancier om de projector voor u te monteren. Als u de projector zelf monteert, kan de projector vallen en letsel opleveren. • Neem de benodigde maatregelen om te voorkomen dat de projector naar beneden valt tijdens bijvoorbeeld een aardbeving. • De garantie dekt geen beschadiging van het product als gevolg van het monteren van de projector met een projectormontageset die niet van BenQ is. • Let op de omgevingstemperatuur van de plek waar de projector aan het plafond/wand wordt bevestigd. Als een verwarming wordt gebruikt, kan de temperatuur bij het plafond hoger zijn dan verwacht.

• Zorg dat het stopcontact op een toegankelijke hoogte is, zodat u de projector makkelijk kunt uitschakelen. Voor een optimale beeldkwaliteit raden we aan dat u projecteert op een gebied dat niet grijs is. Alle maten zijn benaderingen en kunnen afwijken van de daadwerkelijke formaten. BenQ beveelt aan, dat bij een permanente plaatsing van de projector de projectiegrootte en -afstand eerst ter plaatse met de projector fysiek te testen, zodat u rekening kunt houden met de optische eigenschappen van deze projector. Hierdoor kunt u de precieze bevestigingspositie bepalen die het beste past in uw specifieke locatie.

15 De projector positionerenPlafond/wandmontage installatiediagramHet geprojecteerde beeld aanpassenDe projectiehoek aanpassenWanneer de projector niet op een horizontaal oppervlak wordt geplaatst of het scherm en de projector niet loodrecht op elkaar staan, wordt het geprojecteerde beeld trapeziumvormig weergegeven. U kunt het verstelvoetje aanpassen om de horizontale hoek nauwkeuriger in te stellen.Trek de voet terug door het verstelvoetje in de andere richting te draaien.Het beeld automatisch aanpassenSoms moet de beeldkwaliteit worden aangepast. Druk op AUTO om dit te doen. Binnen 3 seconden past de ingebouwde automatische bijstellingsfunctie de waarden van Frequentie en Klok aan, zodat er een optimale beeldkwaliteit wordt geproduceerd. De huidige signaalgegevens worden 3 seconden in de hoek van het scherm weergegeven.Kijk niet in de lens wanneer de projectorlamp brandt.

16 De projector positioneren Het beeldformaat en de helderheid fijn afstellenKeystone corrigerenKeystone verwijst naar de situatie waarin het geprojecteerde beeld een trapezoïde vorm aanneemt als onder een hoek wordt geprojecteerd.Corrigeer dit handmatig via deze stappen. 1. Open de keystonecorrectiepagina met een van de volgende stappen. • Druk op / op de projector. • Druk op QUICK INSTALL op de afstandsbediening. Druk op om Keystone te selecteren en druk op OK. • Ga naar het menu Geavanceerd - Weergave > Keystone en druk op OK. 2. De correctiepagina voor Keystone wordt geopend. Druk op om de keystone bovenin het beeld te corrigeren. Druk op om de keystone onderin het beeld te corrigeren.Wijzig de grootte van het geprojecteerde beeld met behulp van de zoomring.Stel het beeld scherp door aan de focusring te draaien. Druk op .Druk op .

17 AansluitingenAansluitingenVolg deze instructies om apparatuur op de projector aan te sluiten: 1. Schakel alle apparatuur uit voordat deze aansluit. 2. Gebruik de juiste signaalkabels voor elke bron. 3. Zorg dat de kabels goed zijn geplaatst. • Niet alle kabels die in de onderstaande verbindingen zijn weergegeven, worden bij de projector geleverd (zie Inhoud van de verpakking op pagina 7). Deze kabels zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels.• Onderstaande afbeeldingen met verbindingen dienen slechts ter illustratie. De aansluitingen op de achterzijde van de projector verschillen per projectormodel.• Bij notebooks worden de externe videopoorten vaak niet ingeschakeld wanneer een projector is aangesloten. Met de toetsencombinatie FN + functietoets kunt u de externe weergave doorgaans in- of uitschakelen. Druk tegelijkertijd op FN en een van deze toetsen.

Raadpleeg de handleiding van het notebook voor meer informatie over mogelijke toetsencombinaties.• Als het geselecteerde videobeeld niet wordt weergegeven nadat u de projector hebt ingeschakeld en de juiste videobron hebt geselecteerd, controleert u of het videoapparaat is ingeschakeld en goed werkt. Controleer ook of de signaalkabels op de juiste manier zijn aangesloten.1 1 2345567Laptop of desktopcomputerVGA-kabelVGA-naar-DVI-A-kabelComponentvideo-naar-VGA (D-sub) adapterkabelHdmi-kabelAudiokabelDraadloze HDMI-dongleUSB-kabel (A-naar-micro-B-type) aansluiten op de energiepoort van de draadloze HDMI-dongle.1234567BeeldschermAV-apparaatLuidsprekersSmart-apparaat

18 Aansluitingen U dient de projector slechts op een van de volgende videouitgangen aan te sluiten. Elke uitgang levert een andere videokwaliteit.Audioapparaten aansluitenDe projector heeft ingebouwde mono-luidspreker(s) met enkele basisfuncties voor het geluid bij zakelijke presentaties. Deze zijn niet ontworpen, noch bedoel voor het leveren van stereogeluid zoals dit verwacht kan worden in home-theater- of home-cinematoepassingen.

Eventuele stereo-geluidssignalen worden omgezet naar monogeluid voor de luidsprekers van de projector.De geïntegreerde luidsprekers worden gedempt als de AUDIO OUT-aansluiting is aangesloten.Smart-apparaten aansluitenDe projector kan met een draadloze dongle inhoud direct vanaf een smart-apparaat projecteren.Draadloze hdmi-dongle (zoals BenQ QCastMirror)Sluit de dongle aan op de HDMI- en USB TYPE-A-poorten van de projector en schakel het ingangssignaal op HDMI-1 of HDMI-2. Aansluiting BeeldkwaliteitHDMI BestComponent video (via RGB-ingang) Beter• De projector kan alleen gemengd monogeluid afspelen, zelfs als u een stereo-invoerbron hebt aangesloten.• Als het geselecteerde videobeeld niet wordt weergegeven nadat u de projector hebt ingeschakeld en de juiste videobron hebt geselecteerd, controleert u of het videoapparaat is ingeschakeld en goed werkt.

19 BedieningBedieningDe projector opstarten 1. Sluit het netsnoer aan. Schakel het stopcontact in (indien nodig). De Powerindicator op de projector brandt oranje zodra de stroom is ingeschakeld. 2. Druk op op de projector of op op de afstandsbediening om de projector te starten. De powerindicator knippert groen en blijft groen als de projector is ingeschakeld. Het opstarten duurt ongeveer 30 seconden. In de latere fase van het opstarten wordt het opstartlogo weergegeven. Draai zo nodig aan de focusring om de helderheid van het beeld aan te passen. 3. Als de projector voor het eerst wordt geactiveerd, kies dan uw OSD-taal door de instructies op het scherm te volgen. 4. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, drukt u op de pijltoetsen om een wachtwoord van 6 cijfers in te voeren. Zie De wachtwoordbeveiliging gebruiken op pagina 21. 5. Schakel alle aangesloten apparatuur in. 6.

De projector zoekt naar ingangssignalen. Het huidige ingangssignaal dat gescand wordt verschijnt. Als de projector geen goed signaal waarneemt, blijft het bericht "Geen signaal" op het scherm staan totdat er een ingangssignaal wordt gevonden. U kunt ook op SOURCE drukken om het gewenste ingangssignaal te selecteren. Zie Schakelen tussen ingangssignalen op pagina 23. • Gebruik de originele accessoires (zoals het netsnoer) om mogelijk gevaar, zoals een elektrische schok of brand, te voorkomen. • Als de projector nog warm is van de vorige sessie, gaat de ventilator ongeveer 90 seconden draaien voordat de lamp wordt ingeschakeld. • De Setupwizard-afbeeldingen dienen slechts ter referentie en kunnen afwijken van het daadwerkelijke ontwerp.

• Als de frequentie/resolutie van het ingangssignaal buiten het bereik van de projector valt, wordt het bericht "Buiten bereik" weergegeven op een leeg scherm. Selecteer een ingangssignaal dat compatibel is met de resolutie van de projector of stel het ingangssignaal op een lager niveau in. Zie Timingdiagram op pagina 50.

20 Bediening De menu's gebruikenDe projector beschikt over 2 soorten schermmenu's (OSD) waarin u de instellingen kunt aanpassen. • OSD-menu Basis: biedt de belangrijkste menufuncties. (Zie Menu Basis op pagina 29) • OSD-menu Geavanceerd: biedt de alle menufuncties. (Zie Menu Geavanceerd op pagina 31)U opent het OSD-menu door op MENU op de projector of afstandsbediening te drukken. • Navigeer door de menu-items met de pijltoetsen ( / / / ) op de projector of afstandsbediening.• Gebruik OK op de projector of afstandsbediening om het geselecteerde menu-item te bevestigen.De eerste keer dat u de projector gebruikt (na het voltooien van de eerste instellingen), verschijnt het OSD-menu Basis.Hieronder ziet u een overzicht van het OSD-menu Basis.Als u van het OSD-menu Basis naar het OSD-menu Geavanceerd wilt schakelen, volgt u onderstaande instructies: 1. Ga naar Menu Basis > Menutype. 2.

Druk op OK en druk op / om Geavanceerd te selecteren. De volgende keer dat u de projector inschakelt, kunt u het OSD-menu Geavanceerd openen door op MENU te drukken.Hieronder ziet u een overzicht van het OSD-menu Geavanceerd.Onderstaande OSD-afbeeldingen dienen slechts ter referentie en kunnen afwijken van de daadwerkelijke OSD.Menutype Druk op OK om het menu te openen.

21 BedieningOp dezelfde manier schakelt u van het OSD-menu Geavanceerd naar het OSD-menu Basis. Volg de onderstaande instructies: 1. Ga naar Menu Geavanceerd - Systeem > Menu-instellingen en druk op OK. 2. Kies Menutype en OK. 3. Druk op / om Basis te selecteren. De volgende keer dat u de projector inschakelt, kunt u het OSD-menu Basis openen door op MENU te drukken. De projector beveiligenEen veiligheidskabelslot gebruikenDe projector moet op een veilige plek worden geïnstalleerd om diefstal te voorkomen. Of schaf een slot aan, bijvoorbeeld een Kensington-slot, om de projector te beveiligen. U ziet aan de achterkant van de projector een sleuf voor een Kensingtonslot. Zie item 16 op pagina 8. Een Kensington veiligheidskabelslot is meestal een combinatie van sleutel(s) en slot. Zie de documentatie van het slot voor meer informatie over het gebruik.

De wachtwoordbeveiliging gebruikenEen wachtwoord instellen 1. Ga naar het Menu Geavanceerd - Instellingen > Beveiligingsinstellingen. Druk op OK. De pagina Beveiligingsinstellingen wordt weergegeven. 2. Selecteer Wachtwoord wijzigen en druk op OK. 3. De vier pijltoetsen ( , , , ) vertegenwoordigen de 4 cijfers (1, 2, 3, 4). Druk, afhankelijk van het gewenste wachtwoord, op de pijltoetsen op afstandsbediening om de zes cijfers van het wachtwoord in te voeren. 4. Bevestig het nieuwe wachtwoord door het nieuwe wachtwoord opnieuw in te voeren. Als het wachtwoord is ingesteld, keert het OSD-menu terug naar de pagina Beveiligingsinstellingen. 5. Activeer de functie Inschakelblokkering door op / te drukken om Inschakelblokkering te markeren en druk op / om Aan te selecteren. Voer het wachtwoord nogmaals in.

Als u het wachtwoord bent vergetenAls u een onjuist wachtwoord invoert, verschijnt een foutmelding voor het wachtwoord en verschijnt vervolgens de melding Voer huidig wachtwoord in. Als u het wachtwoord echt niet meer weet, gebruikt u de wachtwoordherstelprocedure.

Zie De procedure voor het herstellen van het wachtwoord starten op pagina 22. Wanneer u 5 keer achter elkaar het verkeerde wachtwoord invoert, wordt de projector na korte tijd automatisch uitgeschakeld. • De ingevoerde cijfers worden als sterretjes op het scherm weergegeven. Schrijf het door u gekozen wachtwoord van te voren of net nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd op, zodat u het altijd kunt opzoeken, mocht u het vergeten. • Als u een wachtwoord hebt ingesteld en de inschakelblokkering is geactiveerd, kunt u de projector alleen gebruiken als het wachtwoord wordt ingevoerd. Telkens wanneer u de projector start, moet u het wachtwoord opgeven. Voer nieuw wachtwoord in TerugWachtwoordfoutProbeer het opnieuw.

22 Bediening De procedure voor het herstellen van het wachtwoord starten 1. Houd AUTO 3 seconden ingedrukt. De projector laat op het scherm een code zien. 2. Schrijf het nummer op en schakel de projector uit. 3. Neem contact op met de klantenservice van BenQ in uw land om het nummer te decoderen. Mogelijk wordt u gevraagd om een bewijs van aankoop te overleggen om te controleren of u bevoegd bent de projector te gebruiken. Het wachtwoord wijzigen 1. Ga naar het menu Geavanceerd - Instellingen > > Beveiligingsinstellingen Wachtwoord wijzigen. 2. Druk op OK. Het bericht "Voer huidig wachtwoord in" verschijnt. 3. Voer het oude wachtwoord in. • Als het wachtwoord juist is, verschijnt het bericht "Voer nieuw wachtwoord in". • Als het wachtwoord niet juist is, verschijnt een foutmelding voor het wachtwoord op het scherm.

Daarna verschijnt het bericht "Voer huidig wachtwoord in" en kunt u het opnieuw proberen. U kunt op BACK drukken om de wijziging te annuleren of om een ander wachtwoord te proberen. 4. Voer een nieuw wachtwoord in. 5. Bevestig het nieuwe wachtwoord door het nieuwe wachtwoord opnieuw in te voeren. De wachtwoordfunctie uitschakelenSchakel de wachtwoordbeveiliging uit door naar het menu Geavanceerd - Instellingen > Beveiligingsinstellingen > Inschakelblokkering te gaan en druk op / om Uit te selecteren. Het bericht "Voer huidig wachtwoord in" verschijnt. Voer het huidige wachtwoord in. • Als het juiste wachtwoord is ingevoerd, keert het OSD-menu terug naar de pagina Beveiligingsinstellingen. U hoeft de volgende keer dat u de projector inschakelt geen wachtwoord meer in te voeren. • Als het wachtwoord niet juist is, verschijnt een foutmelding voor het wachtwoord op het scherm.

Daarna verschijnt het bericht "Voer huidig wachtwoord in" en kunt u het opnieuw proberen. U kunt op BACK drukken om de wijziging te annuleren of om een ander wachtwoord te proberen.

Hoewel de wachtwoordfunctie is uitgeschakeld, dient u het oude wachtwoord bij de hand te houden voor het geval dat u de wachtwoordfunctie ooit weer moet inschakelen door het oude wachtwoord in te voeren. Noteer de terugroepcode en neem contact op met de BenQ-klantenservice. Terugroepcode:Wachtwoord herstellen Terugxx xxx xx x.

23 BedieningSchakelen tussen ingangssignalenDe projector kan tegelijkertijd op verschillende apparaten worden aangesloten. De beelden van deze apparaten kunnen echter niet tegelijkertijd op volledig scherm worden weergegeven. Tijdens het opstarten zoekt de projector automatisch beschikbare signalen. Zorg dat het menu Geavanceerd - Instellingen > Ingang automatisch zoeken is ingesteld op Aan als u wilt dat de projector automatisch signalen zoekt. De ingang selecteren: 1. Druk op SOURCE. Een ingangselectiebalk verschijnt dan. 2. Druk op / totdat het gewenste signaal is geselecteerd en druk op OK. Zodra het signaal is gevonden, wordt de informatie over de geselecteerde ingang een aantal seconden in de hoek van het scherm weergegeven. Als er meerdere apparaten op de projector zijn aangesloten, herhaal dan stappen 1-2 om een ander signaal te zoeken. De projector uitschakelen 1.

Druk op op de projector of op op de afstandsbediening en er verschijnt een melding die om een bevestiging vraagt. Wanneer u niet binnen enkele seconden reageert, verdwijnt het bericht. 2. Druk nogmaals op of. De powerindicator knippert oranje en de lamp wordt uitgeschakeld. De ventilatoren blijven nog ongeveer 90 seconden draaien zodat de projector kan afkoelen. 3. Zodra het afkoelen klaar is, brandt de powerindicator oranje en stoppen de ventilatoren. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Direct uitschakelenDe stroomkabel kan direct nadat de projector is uitgeschakeld, worden losgekoppeld. Bescherm de lamp door ongeveer 10 minuten te wachten voordat u de projector weer inschakelt. Als u de projector weer probeert in te schakelen, kunnen de ventilatoren enkele minuten blijven draaien om de projector af te koelen.

• Voor de beste beeldresultaten, kiest u een ingangssignaal dat ook gebruik maakt van de eigenresolutie van de projector. Andere resoluties worden door de projector aangepast, afhankelijk van de instelling "beeldverhouding", waardoor enige beeldvervorming of verlies van beeldkwaliteit kan optreden. Zie Beeldverhouding op pagina 29. • Ter bescherming van de lamp reageert de projector niet op opdrachten tijdens het afkoelen. • U kunt de afkoeltijd verkorten door de functie Snelle afkoeling te activeren. Zie Snelle afkoeling op pagina 37. • Probeer de projector niet onmiddellijk weer in te schakelen als deze net is uitgeschakeld, aangezien grote hitte nadelig is voor de levensduur van de lamp. • De daadwerkelijk levensduur van de lamp is afhankelijk van de omgevingsomstandigheden en het gebruik.

24 Menubewerkingen MenubewerkingenDe schermmenu (OSD)'s verschillen afhankelijk van het geselecteerde signaaltype en het projectormodel.De menu-items zijn beschikbaar wanneer de projector minstens één goed signaal detecteert. Wanneer geen apparatuur op de projector is aangesloten of geen signaal wordt waargenomen, zijn beperkte menuopties beschikbaar.MenusysteemMenu Basis Submenu Opties Helderheid 0~50~100 Beeldverhouding Auto/Reëel/4:3/16:9/16:10Beeldmodus Bright/Presentation/sRGB/Vivid/Infographic/(3D)/User 1/User 2/(LampSave+) Volume 0~5~10Lichtmodus Normaal/Economisch/Slim Eco/LampSave/LampSave+InformatieNative resolutieGedetecteerde resolutieBronBeeldmodusLichtmodus3D-formaatKleursysteemGebruikstijd lichtFirmware-versie Menutype Basis/Geavanceerd

29 MenubewerkingenMenu BasisHelderheidHoe hoger de waarde, hoe helderder de afbeelding. Stel deze knop zo in dat de zwarte gedeelten van het beeld echt zwart worden weergegeven en er nog details zichtbaar zijn in de donkere gedeelten.Beeldverhou-dingEr zijn diverse opties voor het instellen van de beeldverhouding, afhankelijk van het apparaat waarvan het signaal afkomstig is.• Auto: De verhouding van het beeld wordt aangepast aan de eigen resolutie van de projector in de horizontale of verticale breedte.• Reëel: Projecteert een beeld in de oorspronkelijke resolutie en de grootte wordt aangepast binnen het weergavegebied.

Voor ingangssignalen met een lagere resolutie wordt het geprojecteerde beeld op de originele grootte weergegeven.• 4:3: Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 4:3.• 16:9: Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 16:9.• 16:10: Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 16:10.15:9-beeld4:3-beeld16:9-beeld4:3-beeld16:9-beeld16:10-beeld

30 Menubewerkingen BeeldmodusDe projector beschikt over verschillende beeldmodi waaruit u de modus kunt kiezen die het beste past bij uw gebruiksomgeving en het beeldtype van het ingangssignaal. • Bright: maximaliseert de helderheid van het geprojecteerde beeld. Deze optie is geschikt voor omgevingen waar een uiterst hoge helderheid is vereist, bijv. in een goed verlichte kamer. • Presentation: is ontworpen voor presentaties. De helderheid primeert in deze modus opdat de kleuren overeenkomen met die van de pc of notebook. • sRGB: in deze modus worden de RGB-kleuren zo zuiver mogelijk weergegeven, waardoor de beelden levensecht worden, ongeacht de helderheidinstellingen. De modus is geschikt voor het bekijken van foto's die zijn gemaakt met een sRGB-compatibele en correct gekalibreerde camera, en voor het bekijken van grafische toepassingen en tekenprogramma's zoals AutoCAD.

• Vivid: deze modus is met name geschikt voor films in ruimtes met weinig omgevingslicht, zoals een woonkamer. • Infographic: is perfect voor presentaties met een combinatie van tekst en afbeeldingen omwille van zijn hoge kleurhelderheid en een betere kleurgradatie om details duidelijker te zien. • 3D: is geschikt voor 3D-beelden en 3D-videofragmenten. • User 1 User 2/ : Roept de aangepaste instellingen op, gebaseerd op de momenteel beschikbare beeldmodi. Zie Referentiemodus op pagina 31. • LampSave+: deze modus wordt automatisch toegepast als Lichtmodus is ingesteld op LampSave+. Zie Lichtmodus op pagina 42. • LampSave+ -modus is alleen beschikbaar op MU607-modellen. • LampSave+ beeldmodus kan niet handmatig worden geselecteerd. Volume Past het geluidsniveau aan. Lichtmodus Zie Instellen van de Lichtmodus op pagina 42.

• Beeldmodus: geeft de geselecteerde modus in het menu Beeld weer. • Lichtmodus: geeft de geselecteerde modus in het menu Lichtinstellingen weer. • 3D-formaat: geeft de huidige 3D-modus aan. • Kleursysteem: geeft de indeling van het ingangsysteem aan. • Gebruikstijd licht: geeft het aantal uur weer dat de lamp is gebruikt. • Firmware-versie: toont de firmware-versie van de projector. Menutype Schakelt naar het OSD-menu Geavanceerd. Zie De menu's gebruiken op pagina 20.

31 MenubewerkingenMenu GeavanceerdBeeld0BeeldmodusDe projector beschikt over verschillende beeldmodi waaruit u de modus kunt kiezen die het beste past bij uw gebruiksomgeving en het beeldtype van het ingangssignaal. • Bright: maximaliseert de helderheid van het geprojecteerde beeld. Deze optie is geschikt voor omgevingen waar een uiterst hoge helderheid is vereist, bijv. in een goed verlichte kamer. • Presentation: is ontworpen voor presentaties. De helderheid primeert in deze modus opdat de kleuren overeenkomen met die van de pc of notebook. • sRGB: in deze modus worden de RGB-kleuren zo zuiver mogelijk weergegeven, waardoor de beelden levensecht worden, ongeacht de helderheidinstellingen.

De modus is geschikt voor het bekijken van foto's die zijn gemaakt met een sRGB-compatibele en correct gekalibreerde camera, en voor het bekijken van grafische toepassingen en tekenprogramma's zoals AutoCAD. • Vivid: deze modus is met name geschikt voor films in ruimtes met weinig omgevingslicht, zoals een woonkamer. • Infographic: is perfect voor presentaties met een combinatie van tekst en afbeeldingen omwille van zijn hoge kleurhelderheid en een betere kleurgradatie om details duidelijker te zien. • 3D: is geschikt voor 3D-beelden en 3D-videofragmenten. • User 1/User 2: Roept de aangepaste instellingen op, gebaseerd op de momenteel beschikbare beeldmodi. Zie Referentiemodus op pagina 31. • LampSave+: deze modus wordt automatisch toegepast als Lichtmodus is ingesteld op LampSave+. Zie Lichtmodus op pagina 42. • LampSave+ -modus is alleen beschikbaar op MU607-modellen.

• LampSave+ beeldmodus kan niet handmatig worden geselecteerd. Referentiemo-dusEr zijn twee door de gebruiker te definiëren modi als de momenteel beschikbare beeldkwaliteitstanden niet aan uw wensen voldoen. U kunt een van de beeldmodi gebruiken (behalve Gebruiker 1/Gebruiker 2) als startpunt en de instellingen aanpassen. 1. Ga naar Beeld > Beeldmodus. 2.

Druk op / om Gebruiker 1 of Gebruiker 2 te selecteren. 3. Druk op om Referentiemodus te markeren en druk op / om een beeldmodus te kiezen die uw eisen het dichtst benadert. 4. Druk op om een submenu-item te selecteren dat kan worden veranderd en pas de waarde aan. De aanpassingen worden opgenomen in de geselecteerde gebruikersmodus. HelderheidHoe hoger de waarde, hoe helderder de afbeelding. Stel deze knop zo in dat de zwarte gedeelten van het beeld echt zwart worden weergegeven en er nog details zichtbaar zijn in de donkere gedeelten.

32 Menubewerkingen ContrastHoe hoger de waarde, hoe groter het contrast. Gebruik deze optie om het maximale witniveau in te stellen nadat u eerder de Helderheid hebt ingesteld die past bij de geselecteerde ingang en de omgeving.KleurLagere instelling levert minder verzadigde kleuren op. Als de instelling te hoog staat, worden de kleuren op het beeld te fel, waardoor het beeld onrealistisch wordt. Scherpte Hoe hoger de waarde, hoe scherper het beeld.Brilliant ColorDeze functie maakt gebruik van een nieuw kleurverwerkingsalgoritme en systeemniveauverbeteringen voor een hogere helderheid terwijl de kleuren getrouwer en pakkender in beeld komen. Het verhoogt de helderheid van de middentonen met meer dan 50%. Middentonen komen veel voor in video's en natuurlijke scènes, zodat de projector de beelden realistisch en natuurgetrouw weergeeft.

Als u beelden van deze kwaliteit wilt, kies dan Aan.Als Uit is geselecteerd, is de functie Kleurtemperatuur niet beschikbaar.Geavanceerde kleurinstellin-genKleurtemperatuurEr zijn diverse voorinstellingen voor kleurtemperatuur beschikbaar. De beschikbare instellingen variëren op basis van het geselecteerde signaaltype.• Normaal: de witte kleur behoudt de normale schakering.• Koel: maakt het beeld blauwachtig wit.• Warm: maakt het beeld roodachtig wit.Kleurtemperatuur kan niet worden aangepast als Lichtmodus is ingesteld op LampSave+.Kleurtemperatuur afstemmenU kunt ook een voorkeurskleurtemperatuur instellen door de volgende opties aan te passen.• R-versterking/G-versterking/B-versterking: past de contrastniveaus van Rood, Groen en Blauw aan.• R-verschuiving/ /G-verschuiving B-verschuiving: past de helderheidniveaus van Rood, Groen en Blauw aan.

33 MenubewerkingenGeavanceerde kleurinstellin-genKleurbeheerDeze functie heeft zes kleurreeksen (RGBCMY) die kunnen worden aangepast. Als u elke kleur selecteert, kunt u onafhankelijk het bereik en verzadiging naar wens aanpassen.• Primaire kleur: selecteert een kleur uit R G (Rood), (Groen), B (Blauw), C M Y (Cyaan), (Magenta) of (Geel).• Schakering: een verhoging van het bereik omvat de kleuren die de twee naastliggende kleuren bevatten. Zie de afbeelding om te zien hoe de kleuren samenhangen.Als u bijvoorbeeld Rood kiest en het bereik instelt op 0, wordt alleen puur rood in het geprojecteerde beeld geselecteerd. Het verhogen van het bereik neemt ook rood op dat dicht bij geel en dicht bij magenta ligt.• Verzadiging: past de waarden naar wens aan. Elke aangebrachte aanpassing is direct terug te vinden in het beeld.

Als u bijvoorbeeld Rood kiest en het bereik instelt op 0, wordt alleen de verzadiging van puur rood beïnvloed.Verzadiging is de hoeveelheid van die kleur in een videobeeld. Lagere instellingen produceren minder verzadigde kleuren; een instelling van "0" verwijdert de betreffende kleur volledig uit het beeld. Als de verzadiging te hoog is, wordt de betreffende kleur te sterk en onrealistisch.• Versterking: past de waarden naar wens aan. Het contrastniveau van de gekozen primaire kleur wordt beïnvloed. Elke aangebrachte aanpassing is direct terug te vinden in het beeld.WandkleurCorrigeert de kleur van het geprojecteerde beeld als het projectieoppervlak, bijvoorbeeld een geverfde muur, niet wit is. De functie Wandkleur kan dan de kleur van het geprojecteerde beeld corrigeren zodat eventueel kleurverschil tussen het oorspronkelijke en het geprojecteerde beeld zoveel mogelijk wordt beperkt.

34 Menubewerkingen WeergaveBeeldverhou-dingEr zijn diverse opties voor het instellen van de beeldverhouding, afhankelijk van het apparaat waarvan het signaal afkomstig is.• Auto: De verhouding van het beeld wordt aangepast aan de eigen resolutie van de projector in de horizontale of verticale breedte.• Reëel: Projecteert een beeld in de oorspronkelijke resolutie en de grootte wordt aangepast binnen het weergavegebied.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met BenQ MU613 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden