BEKO B3RCNO256S Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van BEKO B3RCNO256S (49 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over BEKO B3RCNO256S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | BEKO |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | B3RCNO256S |
Handleiding BEKO B3RCNO256S – volledige tekst
NLVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENBELANGRIJK MOET WORDEN GELEZEN EN IN ACHT GENOMENLees voordat u het apparaat gaat gebruiken deze veiligheidsinstructies. Houd ze binnen handbereik voor latere raadpleging. Deze instructies en het apparaat zelf zijn voorzien van belangrijke veiligheidsaanwijzingen, die te allen tijde moeten worden opgevolgd. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het niet opvolgen van deze veiligheidsinstructies, oneigenlijk gebruik of een foute programmering van de regelknoppen. Heel kleine kinderen (0-3jaar) moeten uit de buurt van het apparaat blijven. Kleine kinderen (3-8jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden, tenzij er voortdurend toezicht is.
Kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mogen dit apparaat gebruiken indien ze onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen over veilig gebruik en de mogelijke gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De reiniging en het onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht. Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen etenswaren uit de koelapparatuur halen en er in leggen. TOEGESTAAN GEBRUIK VOORZICHTIG: Het apparaat is niet geschikt voor inwerkingstelling met een externe schakelaar zoals een timer, of een afzonderlijk systeem met afstandsbediening.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen zoals: personeelskeukens in winkels, kantoren en overige werkomgevingen; landbouwbedrijven; door klanten in hotels, motels, bed & breakfast en andere verblijfsomgevingen. Dit apparaat is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het apparaat niet buitenshuis. De lamp die in het apparaat wordt gebruikt is speciek ontworpen voor huishoudapparaten en is niet geschikt voor ruimteverlichting (EG Verordening 244/2009).
Het apparaat is bedoeld voor gebruik op plaatsen waar de temperatuur binnen het volgende bereik komt, conform de klimaatklasse op het typeplaatje. Mogelijk werkt het apparaat niet correct indien het lange tijd op een temperatuur buiten het aangegeven bereik wordt gebruikt. Omgevingstemperaturen van klimaatklasse:SN: Van 10°C tot 32°C;N: Van 16°C tot 32°CST: Van 16°C tot 38°C;T: Van 16°C tot 43°C Dit apparaat bevat geen CFK. Het koelcircuit bevat R600a (HC). Apparaten met Isobutaan (R600a): isobutaan is een natuurlijk gas dat geen schadelijke invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Zorg er daarom voor dat de koelcircuitleidingen niet beschadigd raken, vooral wanneer het koelcircuit geledigd wordt. WAARSCHUWING: Beschadig de koelcircuitleidingen van het apparaat niet.
WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de ingebouwde structuur vrij van obstakels. WA ARSCHUWING: Gebruik geen mechanische, elektrische of chemische middelen behalve de middelen aanbevolen door de fabrikant om het ontdooiproces te versnellen. WAARSCHUWING: Gebruik of plaats geen elektrische apparaten binnenin de apparaatcompartimenten indien deze niet het type zijn dat uitdrukkelijk is goedgekeurd door de Fabrikant. WAARSCHUWING: IJsmakers en/of waterdispensers die niet rechtstreeks op het waterleidingnet zijn aangesloten, mogen uitsluitend met drinkwater worden gevuld. WAARSCHUWING: Automatische ijsmakers en/of waterdispensers moeten worden aangesloten op een waterleidingnet dat uitsluitend drinkwater levert, met een waterdruk tussen 0,17 en 0,81MPa (1,7 en 8,1 bar).
Sla geen ontplofbare stoen zoals spuitbussen op en gebruik geen benzine of andere brandbare materialen in of in de buurt van het apparaat. Slik de (niet-giftige) vloeistof uit de vrieselementen niet in (bij enkele modellen). Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit de vriezer komen, aangezien deze vriesbrandwonden kunnen veroorzaken.
omdat ze kunnen breken. Blokkeer de ventilator (indien aanwezig) niet met levensmiddelen. Controleer nadat u levensmiddelen in het apparaat heeft geplaatst of de deuren van Gebruik het koelkastcompartiment uitsluitend voor het bewaren van vers de vakken goed zijn gesloten, met name de deur van het vriesvak. Een beschadigde afdichting dient zo snel mogelijk vervangen te worden. Gebruik het koelkastcompartiment uitsluitend voor het bewaren van vers voedsel en het diepvriescompartiment uitsluitend voor het bewaren van bevroren voedsel, het invriezen van vers voedsel en het maken van ijsblokjes. Bewaar geen onverpakt voedsel in de koel- of diepvriescompartimenten om direct contact met interne oppervlakken te voorkomen. Apparaten kunnen over speciale compartimenten beschikken (vak voor verse etenswaar, nul graden-vak,. ).
Indien niet anders gespeciceerd in de productbeschrijving, kunnen deze compartimenten verwijderd worden zonder dat hierdoor de prestaties veranderen. C-pentaan wordt gebruikt als blaasmiddel in het isolatieschuim en is een licht ontvlambaar gas.
Rekening houdend met de temperatuursverschillen in de verschillende koelkastcompartimenten, kunnen etenswaren het beste als volgt worden bewaard:- Koelkastcompartiment:1) Bovenste gedeelte van het koelkastcompartiment en deur temperatuurzone: Bewaar tropisch fruit, blikjes, drankjes, eieren, sauzen, augurken, boter, jam2) Middengedeelte van het koelkastcompartiment - koele zone: Bewaar kaas, melk, zuivelproducten, delicatessen, yoghurt3) Onderste gedeelte van het koelkastcompartiment - koelste zone: Bewaar vleeswaren, desserts, vlees en vis, cheesecake, verse pasta, zure room, pesto/salsa, zelfgemaakte gerechten, banketbakkersroom, pudding en roomkaas4) Fruit- en groentelade onderin het koelkastcompartiment: Bewaar groenten en fruit (geen tropisch fruit)5) Koelcompartiment: Bewaar vlees en vis alleen in deze koudste lade - Diepvriescompartiment:De zone met 4 sterren (****) is geschikt voor het invriezen van levensmiddelen op omgevingstemperatuur en voor het bewaren van ingevroren etenswaren, aangezien de temperatuur gelijkmatig is verdeeld over het hele compartiment.
De houdbaarheidsdatum van gekochte diepvriesproducten staat op de verpakking vermeld. Deze datum houdt rekening met het type voedsel dat wordt bewaard, en moet daarom worden aangehouden. Verse etenswaren kunnen worden bewaard voor de onderstaande periodes: 1-3 maanden voor kaas, schaaldieren, ijs, ham/worst, melk, verse vloeistoen; 4 maanden voor biefstuk of koteletten (rund, lam, varken); 6 maanden voor boter of margarine en gevogelte (kip, kalkoen); 8-12 maanden voor fruit (behalve citrusvruchten), gebraden vlees (rund, varken, lam), groenten. De houdbaarheidsdatum op de verpakking van etenswaren in de 2-sterrenzone moeten worden aangehouden. Houd rekening met de volgende punten om voedselbesmetting te voorkomen:– Het langdurig openen van de deur kan de temperatuur in de compartimenten van het apparaat aanzienlijk verhogen.
– Reinig regelmatig oppervlakken die in contact kunnen komen met etenswaren, evenals toegankelijke afvoersystemen. – Reinig watertanks als ze 48 uur niet zijn gebruikt; spoel het watersysteem dat is aangesloten op een watertoevoer als er gedurende 5 dagen geen water is gebruikt. – Bewaar rauw vlees en rauwe vis in geschikte bewaarbakken in de koelkast, om contact met (of druppelen op) andere etenswaren te voorkomen. – Vriescompartimenten met twee sterren zijn geschikt voor het bewaren van reeds ingevroren voedsel en voor het bewaren of maken van ijs en ijsblokjes. – Vries geen verse etenswaren in compartimenten met één, twee of drie sterren. – Als het koelapparaat gedurende lange perioden leeg blijft, schakel het dan uit, ontdooi het, maak het schoon, laat het drogen en laat de deur open om te voorkomen dat zich schimmel in het apparaat vormt.
INSTALLATIE Het apparaat moet gehanteerd en geïnstalleerd worden door twee of meer personen - risico van verwondingen. Gebruik beschermende handschoenen om uit te pakken en te installeren - risico voor snijwonden. Laat de installatie, m. i. v. de aansluiting op het waternet (indien van toepassing), de elektrische aansluitingen en reparaties door een 14.
gekwaliceerd technicus verrichten. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat, behalve als dit expliciet aangegeven wordt in het gebruikshandleiding. Houd kinderen uit de buurt van de installatieplaats. Controleer na het uitpakken van het apparaat of het tijdens het transport geen beschadigingen heeft opgelopen. Neem bij problemen contact op met uw leverancier of met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Na de installatie moet het verpakkingsmateriaal (plastic, piepschuim enz. ) buiten het bereik van kinderen bewaard worden - risico voor verstikking. Het apparaat moet worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert - risico op elektrocutie. Tijdens de installatie dient u ervoor te zorgen dat het apparaat de voedingskabel niet beschadigt - risico op brand of elektrocutie.
Activeer het apparaat alleen wanneer de installatie helemaal uitgevoerd is. Zorg dat u de vloer (bijv. parket) niet beschadigt tijdens het verplaatsen van het apparaat. Installeer het apparaat op een vloer of steun die sterk genoeg is om het gewicht te kunnen hebben, en op een plaats die geschikt is voor grootte en gebruik. Controleer of het apparaat niet vlak naast een warmtebron staat en of de vier pootjes stevig op de vloer rusten, stel ze naar wens af en controleer of het apparaat exact horizontaal staat en gebruik hiervoor een waterpas. Wacht minstens twee uur alvorens het apparaat in te schakelen, om zeker te stellen dat het koelcircuit volledig eciënt is. WAARSCHUWING: Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat de voedingssnoer niet geklemd zit of beschadigd is.
WAARSCHUWING: Om gevaar als gevolg van instabiliteit te voorkomen, moet de positionering of bevestiging van het apparaat worden uitgevoerd volgens de instructies van de fabrikant.
Het is verboden de koelkast dusdanig te plaatsen dat de metalen slang van de gaskachel, de metalen gas- of waterleidingen of de elektrische draden in contact komen met de achterwand van de koelkast (condensatorspoel). Om voor voldoende ventilatie te zorgen dient er aan beide zijkanten en aan de bovenkant van het apparaat ruimte vrijgelaten te worden. De afstand tussen de achterzijde van het apparaat en de muur achter het apparaat dient minimaal 50 mm te bedragen, om contact met hete oppervlakken te voorkomen. Bij minder ruimte aan de achterzijde neemt het energieverbruik van het product toe. Verwijder het netsnoer van de condensatorhaak tijdens de installatie voordat u het product op de voeding aansluit.
ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een meerpolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst conform de bedradingsvoorschriften en het apparaat dient geaard te zijn conform de nationale veiligheidsnormen voor elektriciteit. Gebruik geen verlengsnoeren, meervoudige stopcontacten of adapters. Na de installatie mogen de elektrische onderdelen niet meer toegankelijk zijn voor de gebruiker. Gebruik het apparaat niet wanneer u nat of blootsvoets bent. Gebruik het apparaat niet als de stroomkabel of de stekker beschadigd is, als het apparaat niet goed werkt of als het beschadigd of gevallen is.
Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn technicus of een gelijkaardig gekwaliceerd persoon vervangen worden door een identieke kabel, om gevaarlijke situaties te voorkomen. Er is namelijk risico op elektrocutie. WAARSCHUWING: Meerdere draagbare stopcontacten of draagbare voedingen mogen niet aan de achterkant van het apparaat worden geplaatst. REINIGING EN ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld en losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
Gebruik beschermende handschoenen (gevaar voor snijwonden) en veiligheidsschoenen (gevaar voor kneuzing) om persoonlijk letsel te vermijden; het apparaat moet door twee personen worden gehanteerd (minder belasting); gebruik nooit stoomreinigers (gevaar voor elektrische schokken). Reparaties die niet door professionals zijn uitgevoerd en die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd, kunnen een risico voor de gezondheid en de veiligheid opleveren. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Schade of defecten veroorzaakt door onderhoud of reparaties die niet door professionals zijn uitgevoerd vallen niet onder de garantie. De garantievoorwaarden staan in het document dat bij het apparaat is geleverd. Gebruik op kunststof onderdelen, binnen- en 15.
deurranden of afdichtingen geen schurende of agressieve schoonmaakmiddelen zoals ruitensprays, schurende reinigingsmiddelen, brandbare vloeistoen, schoonmaakwassen, geconcentreerde schoonmaakmiddelen, bleekmiddelen en reinigingsmiddelen die aardolieproducten bevatten. Gebruik geen papieren handdoeken, schuursponsjes of ander hard schoonmaakmateriaal. Dit koelapparaat is niet bedoeld om als inbouwapparaat te worden gebruikt. Deuren en deksels van de koelkast moeten worden verwijderd voordat het apparaat wordt afgevoerd, om te voorkomen dat kinderen of dieren erin vast komen te zitten. Aanbevolen instelling:• Koelkastcompartiment: +4 °C of MED• Diepvriescompartiment: -18 °C of -20 °CHet diepvriescompartiment kan zonder laden worden gebruikt en het voedsel kan rechtstreeks op de bodem van het compartiment worden geplaatst om sneller in te vriezen.
De hoeveelheid verse voedingswaren die in een bepaalde periode kan worden ingevroren, staat aangegeven op het typeplaatje. De laadlimieten zijn bepaald door manden, appen, lades, schappen enz. Zorg ervoor dat deze onderdelen nog altijd gemakkelijk kunnen sluiten na het laden. Raadpleeg de aanbevolen instelling en bewaartijden in de online gebruikershandleiding om voedselverspilling tegen te gaan. Vul het ijsbakje voor 2/3 met water en plaats het in het vriesvak. Gebruik NOOIT puntige of scherpe voorwerpen om het ijs te verwijderen. De modelinformatie kan gevonden worden aan de hand van de QR-code die op het energielabel aangegeven is. Het label bevat ook de model-ID die kan worden gebruikt om het portaal van de database te raadplegen op https://eprel. ec. europa. eu.
De bedrijfsregels, standaarddocumentatie, bestellen van onderdelen en aanvullende productinformatie kunt u vinden onder dit adres: https : / / parts - selfservice. europeanappliances. comVERWERKING VAN DE VERPAKKINGDe verpakking kan volledig gerecycled worden, zoals door het recyclingssymbool wordt aangegeven.
De diverse onderdelen van de verpakking moeten op verantwoordelijk wijze afgevoerd worden volgens de plaatselijke voorschriften voor de verwerking van het afval. AFDANKEN VAN HUISHOUDELIJKE APPARATUURDit apparaat is vervaardigd van recyclebaar of herbruikbaar materiaal. Dank het apparaat af in overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van huishoudelijke apparaten kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht. Dit apparaat is gemarkeerd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EU, Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA) en met de Regeling Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur 2013 (zoals gewijzigd).
Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt afgedankt, helpt u schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen. Het symbool op het product of op de begeleidende documentatie geeft aan dat dit apparaat niet als huishoudelijk afval behandeld mag worden, maar dat het ingeleverd moet worden bij een speciaal inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur. TIPS OM ENERGIE TE BESPARENInstalleer het apparaat in een droge, goed geventileerde ruimte, ver bij eventuele warmtebronnen vandaan (bijv. radiator, fornuis, etc. ) en op een plek die niet aan direct zonlicht wordt blootgesteld. Gebruik indien nodig een isolatieplaat. Volg de installatie-instructies om voldoende ventilatie te garanderen. Door onvoldoende ventilatie aan de achterzijde van het product neemt het energieverbruik toe en neemt de koeleciëntie af.
Wanneer de deur vaak wordt geopend kan dit leiden tot een verhoogd Energieverbruik. De interne temperatuur van het apparaat en het Energieverbruik worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur en de plaats waar het apparaat opgesteld is.
Bij het instellen van de temperatuur moet rekening gehouden worden met deze factoren. Beperk het openen van deuren tot een minimum. Plaats diepgevroren etenswaren die u wilt ontdooien in de koelkast. De lage temperatuur van de diepgevroren etenswaar koelt de etenswaar in de koelkast. Laat warme gerechten en dranken eerst afkoelen voordat ze in het apparaat geplaatst worden. De positionering van de platen in de koelkast heeft geen invloed op het eciënte energiegebruik. De etenswaar dient zodanig op de platen geplaatst te worden om voor voldoende luchtcirculatie te zorgen (de verschillende etenswaar dient elkaar niet te raken en de afstand tussen de etenswaar en de achterwand moet behouden blijven). U kunt de opslagcapaciteit voor ingevroren etenswaar vergroten door opslagmanden en, indien aanwezig, de Stop Frost-plaat te verwijderen.
Producteigenschappen• Total no frost-ontwerp • Koelsysteem met meerdere luchtstromen• Elektronische temperatuurregeling • Verlichting met LED's aan de binnenkant Naam van onderdelen:Nr. Beschrijving1 Temperatuurstanden & LED-verlichting2 Glasplaten voor de koelkast3 Temperatuurknop4 Afdekking groente- en fruitlade5 Groente- en fruitlade6 Laden vriesvak7 Stelvoeten8 FlessenrekkenAls gevolg van technologische innovaties is het mogelijk dat de productbeschrijvingen in deze handleiding niet volledig overeenkomen met uw koelkast. Gedetailleerde informatie is in overeenstemming met het eindproduct. Voorbereidingen voor gebruikInstallatielocatie:1. VentilatietoestandDe plek die u kiest voor de installatie van de koelkast moet goed geventileerd zijn en minder warme lucht bevatten.
Plaats de koelkast niet in de buurt van een warmtebron zoals een fornuis of verwarmingsketel en vermijd direct zonlicht, zodat het koelef-fect gewaarborgd blijft en er tegelijkertijd energie wordt bespaard. Plaats de koelkast niet op een vochtige plek om te voorkomen dat de koelkast gaat roesten en elektriciteit gaat lekken. Het resultaat van het delen van de hoeveelheid koudemiddel van de koelkast door de totale ruimte van de ruimte waarin de koelkast is geïnstalleerd, moet minder dan 8 g/m³ zijn. Opmerking: De hoeveelheid koudemiddel die voor de koelkast is geladen, staat op het typeplaatje. 2. Ruimte voor warmteafvoerTijdens bedrijf geeft de koelkast warmte af aan de omgeving. Daarom moet er minstens 30 mm vrije ruimte worden vrijgelaten aan de bovenkant, meer dan 100 mm aan beide kanten en meer dan 50 mm aan de achterkant van de koelkast.
Wanneer de koelkast wordt geplaatst op vloerbedekking zoals tapijt, strooien matten of polyvinylchloride, moeten de massieve steunplaten onder de koelkast worden aangebracht om kleurverandering door warmteafvoer te voorkomen. Rond het apparaat of in een ingebedde structuur moet onbelemmerde ventilatie worden gehandhaafd. 17.
Voorbereidingen voor gebruik1. StandtijdNadat de koelkast goed geïnstalleerd en schoongemaakt is, mag u hem niet meteen aanzetten. Zet de koelkast pas weer aan als hij meer dan 1 uur heeft gestaan om een normale werking te garanderen. 2. ReinigenControleer de accessoireonderdelen in de koelkast en veeg de binnenkant af met een zachte doek. 3. InschakelenSteek de stekker in het stopcontact om de compressor te starten. Open na 1 uur de deur van de koelkast. Als de temperatuur in het koelkastcompartiment duidelijk daalt, geeft dit aan dat het koelsysteem normaal werkt. 4. Conservering van levensmiddelenNadat de koelkast een tijdje heeft gewerkt, wordt de interne temperatuur van de koelkast automatisch geregeld volgens de temperatuurinstelling van de gebruiker.
Nadat de koelkast volledig is afgekoeld, legt u er voedingsmiddelen in die meestal 2~3 uur nodig hebben om volledig afgekoeld te zijn. In de zomer, wanneer de temperatuur hoog is, duurt het meer dan 4 uur voordat het voedsel volledig is afgekoeld (probeer de deur van de koelkast zo min mogelijk te openen voordat de interne temperatuur is afgekoeld). Als de koelkast op een vochtige plaats is geïnstalleerd, controleer dan of de aardedraad en de lekstroomonderbreker nor-maal zijn. Als er trillingsgeluiden worden geproduceerd doordat de koelkast in contact komt met de muur of als de muur zwart wordt door luchtconvectie rond de compressor, zet de koelkast dan verder weg van de muur. Het plaatsen van de koelkast kan storende geluiden of beeldverstoringen veroorzaken bij mobiele telefoons, vaste telefoons, radio-ontvangers en televisies in de omgeving.
Probeer de koelkast in dat geval zo ver mogelijk uit de buurt te houden. Functies 1. FunctiesWanneer het koelkastsysteem voor de eerste keer wordt ingeschakeld, worden alle pictogrammen op het display gedurende 2 seconden verlicht. 1. 1 TemperatuurinstellingDe temperatuur kan worden aangepast door op de toets ' ' te drukken.
Telkens wanneer de " "-toets wordt ingedrukt, gaat de huidige functie-indicator uit en licht de volgende functie-indicator op, waarbij de modusinstelling wordt gevalideerd als er bin-nen 5 seconden geen toets wordt ingedrukt (anders is de modusinstelling ongeldig). Nadat de instelling van kracht is geworden, wordt de temperatuur onmiddellijk geregeld volgens de modusinstelling. De temperatuurmodi doorlopen de volgende cyclus: “5→4→3→2→1→ →5” 5Wanneer de gebruiker een koudere temperatuur nodig heeft. 43 Bij normaal gebruik. 2Wanneer de gebruiker geen koudere temperatuur nodig heeft.
1De temperatuurregeling van de vriezerRegeling van de vriezertemperatuur• De vriezertemperaturen worden op de volgende manier geregeld met de draai-knopschakelaar (zie afbeelding rechts): • Wanneer de temperatuurmodus ongewijzigd blijft, draait u de temperatuur-schakelaar rechtsom, waarna de koelkasttemperatuur daalt en de vriezertem-peratuur stijgt. • Wanneer de temperatuurmodus ongewijzigd blijft, draait u de temperatuur-schakelaar linksom, waarna de koelkasttemperatuur stijgt en de vriezertempe-ratuur daalt. • Het wordt aanbevolen om de temperatuurschakelaar in de middelste stand te zetten. Wanneer u een lagere vriestemperatuur nodig hebt, draait u de temperatuurschakelaar linksom om de vriezertemperatuur te verlagen (houd er rekening mee dat de temperatuur in de koelkast tegelijkertijd stijgt).
De koelkastthermostaat en de luchtregelstaaf moeten samen worden gebruikt. TemperatuurinstellingGebruiks- omgevingAanbevolen instellingen voor de paneelmodusAanbevolen posities van de draaiknopschakelaarTips Hoger dan 35 °C1) Het is aanbevolen om de middelste mo-dus in te stellen. 2) De temperatuurmo-dus kan worden aange-past zoals aanbevolen in de linkertabel als de omgevingstempera-tuur rond de koelkast verandert. 16 °C - 35 °CLager dan 16 °C • Als de omgevingstemperatuur rond de koelkast hoger is dan 35 °C, zet de thermostaat dan niet op stand 5 en stel de tempe-ratuurregelknop in op de meest linkse stand om de normale koeling van de koelkast niet te beïnvloeden.
• Als de koelkasttemperatuur niet koel of te laag is, zet de thermostaat dan op de middelste stand en stel de temperatuurregel-• Zet de thermostaat niet op stand 5 en stel de temperatuurregelknop in op de meest rechtse stand om onderkoeling van het koelkastcompartiment te voorkomen. knop in op de middelste stand. • Als de functie ' ' is ingeschakeld, zet u de temperatuurregelknop in de middelste stand. 1. 2 “ ”Het snel afkoelen van de temperatuur is gunstig om te voorkomen dat voedingssto?en verloren gaan en om de versheid te be-houden. Na een cumulatieve looptijd van 26 uurwordt de functie Snel Koelen automatisch uitgeschakeld en keert de temperatuurmodus terug naar de modus die was ingesteld voordat de functie Snel Koelen werd ingeschakeld (max. 30 uur). 1. 3 Alarm deur openAls de koelkastdeur langer dan 3 minuten open staat, gaat er continu een zoemeralarm af.
Dit kan worden gestopt door op de insteltoets te drukken, maar het alarm gaat na 3 minuten weer af als de deur open blijft staan. De alarmen worden pas opgehe-ven als de deur gesloten is. 1. 4 Geheugen voor stroomonderbrekingIn geval van een stroomstoring handhaaft de koelkast de werkingsstatus van voor de stroomstoring wanneer de stroomtoevoer wordt hersteld. 1.
5 Vertraagd inschakelenOm te voorkomen dat de compressor van de koelkast beschadigd raakt bij een kortstondige stroomonderbreking (d. w. z. minder dan 5 minuten), wordt de compressor niet onmiddellijk na het inschakelen gestart. 1. 6 Storingsalarm Als het indicatorlampje van modus 5, modus 3 of modus 1 blijft knipperen, duidt dit op een storing in de koelkast. Neem in dat geval contact op met de aftersalesafdeling voor een onderhoudsbezoek. Instructies voor de opslag van levensmiddelenVoorzorgsmaatregelen voor gebruik• Het apparaat werkt mogelijk niet consistent (er is kans op ontdooien of de temperatuur wordt te warm in het vriesvak) wan-neer het langere tijd onder de koudegrens van het temperatuurbereik waarvoor het koelapparaat is ontworpen, wordt ge-plaatst. • De informatie over het klimaattype van het apparaat staat op het typeplaatje.
• De binnentemperatuur kan worden beïnvloed door factoren als de locatie van de koelkast, de omgevingstemperatuur, de fre-quentie waarmee de deur wordt geopend, enzovoort, en indien van toepassing moet worden gewaarschuwd dat de instelling van het temperatuurregelapparaat mogelijk moet worden aangepast aan deze factoren. • Dranken met koolzuur mogen niet in het diepvries- of lagetemperatuurcompartiment worden bewaard en sommige producten zoals waterijs mogen niet te koud worden geconsumeerd. 19.
Conservering van levensmiddelenDoor de koude luchtcirculatie in de koelkast is de temperatuur van elke ruimte in de koelkast anders, dus verschillende soorten voedsel moeten in verschillende ruimtes worden geplaatst. Het vershoudvak is geschikt voor het bewaren van voedsel dat niet ingevroren hoeft te worden, gekookt voedsel, bier, eieren, sommige specerijen die koud bewaard moeten worden, melk, vruchtensap, enz. De groentelade is geschikt voor het bewaren van groenten, fruit, enz. Het diepvriescompartiment is geschikt voor het bewaren van ijs, bevroren voedsel en voedsel dat lang moet worden bewaard. Gebruik van het vershoudvakKoelkastplank: Til de plank bij het verwijderen eerst op en trek deze vervolgens naar buiten; en bij het installeren van de plank, plaatst u deze op zijn plaats voordat u deze neerlegt.
Houd de achterens van de plank omhoog om te voorkomen dat voedsel in contact komt met de voeringwand. Houd de plank stevig vast wanneer u hem eruit haalt of erin zet en ga er voorzichtig mee om om schade te voorkomen. Groentelade: Trek de groentelade naar buiten voor toegang tot het voedsel. Na gebruik of reiniging van de afdekplaat van de groentelade, moet u deze terugplaatsen op de groentelade zodat de interne temperatuur van de groen-telade niet wordt beïnvloed. Gebruik van de vochtigheidsregelstaaf voor de groenteladeDe vochtigheidsregelstaaf van de groentelade is ontworpen om de vochtigheid en versheid van de groenten die erin bewaard worden te behouden. Als de vochtigheidsregelstaaf naar rechts wordt geschoven, met meer openingen, zal er een lagere vochtig-heid in de groentelade worden gehandhaafd.
Als de vochtigheidsregelstaaf naar links wordt geschoven, met minder openingen, zal er een hogere vochtigheid in de groentelade worden gehandhaafd. Waarschuwingen voor de opslag van levensmiddelenU kunt het voedsel beter schoonmaken en droogvegen voordat u het in de koelkast bewaart.
Voordat u voedsel in de koelkast legt, is het raadzaam om het goed af te sluiten. Zo voorkomt u enerzijds dat het water verdampt en fruit en groenten vers blijven, en anderzijds dat er geurtjes vrijkomen. Leg niet te veel of te zwaar voedsel in de koelkast. Houd voldoende ruimte tussen voe-dingsmiddelen; als ze te dicht bij elkaar liggen, wordt de koude luchtstroom geblokkeerd waardoor het koelingse?ect wordt beïn-vloed. Bewaar niet te veel of te zwaar voedsel om te voorkomen dat de plank kapot gaat. Houd bij het bewaren van de voedings-middelen afstand tot de binnenwand; en plaats de waterrijke voedingsmiddelen niet te dicht bij de achterwand van de koelkast, anders raken ze bevroren aan de binnenwand.
Gecategoriseerde opslag van voedingsmiddelenVoedingsmiddelen moeten per categorie worden bewaard, met de voedingsmiddelen die u elke dag eet vooraan op de plank, zodat de deur minder lang openstaat en voedselbederf door verval kan worden voorkomen. Tips voor energiebesparing: Laat het warme voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het in de koelkast legt. Plaats het bevroren voedsel in het vershoudcompartiment om te ontdooien, waarbij de lage temperatuur van het bevroren voedsel wordt gebruikt om het verse voedsel te koelen. Hierdoor wordt energie bespaard. Bewaren van groente en fruitIn het geval van koelapparaten met een koelcompartiment moet worden vermeld dat sommige soorten verse groenten en fruit gevoelig zijn voor kou en daarom niet geschikt zijn om in dit type compartiment te worden bewaard.
Gebruik van het opslagcompartiment voor bevroren levensmiddelenDe vriezertemperatuur ligt onder de -18 °C. Het is aan te raden om het voedsel voor langdurige bewaring in het diepvriescompar-timent te bewaren. Houd u echter wel aan de op de verpakking van het voedsel aangegeven bewaartermijn. De laden van het vriesvak worden gebruikt om voedsel op te bewaren dat moet worden ingevroren.
Grote blokken vis en vlees moeten in kleine stukken worden gesneden en in vershoudzakken worden verpakt voordat ze gelijkmatig op de laden van het vriesvak worden verdeeld. • Laat warm voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het in het diepvriescompartiment legt. • Plaats geen glazen pot met vloeistof of afgesloten blik met vloeistof in het diepvriescompartiment om barsten door volume-uit-zetting na het bevriezen van de vloeistof te voorkomen. • Verdeel het voedsel in kleine porties• U kunt het voedsel het beste verpakken voordat u het invriest. De gebruikte zakjes moeten droog zijn voor het geval ze samen worden ingevroren. Voedingsmiddelen moeten worden verpakt of afgedekt met geschikte materialen die stevig, smaakloos, ondoordringbaar voor lucht en water, niet giftig en vrij van vervuiling zijn, om kruisbesmetting en geuroverdracht te voorkomen.
Tips voor het kopen van diepvriesproducten1. Als u diepvriesproducten koopt, kijk dan naar de bewaarrichtlijnen op de verpakking. U kunt elk diepvriesproduct bewaren gedurende de periode die bij de sterrenclassicatie staat aangegeven. Dit is meestal de periode die vermeld staat als "Beste om te gebruiken vóór×", te vinden op de voorkant van de verpakking. 2. Controleer de temperatuur van de diepvrieskast in de winkel waar u diepvriesproducten koopt. 3. Zorg ervoor dat de diepvriesverpakking in perfecte staat is. 4. Koop diepvriesproducten altijd als laatste tijdens het boodschappen doen of bezoek aan de supermarkt. 5. Probeer diepvriesproducten tijdens het boodschappen doen en op weg naar huis bij elkaar te houden, want zo blijft het koeler. 6. Koop geen diepvriesproducten, tenzij u het meteen kunt invriezen. Speciale koeltassen zijn te koop bij de meeste supermark-ten.
Deze houden de diepvriesproducten langer koud. 7. Voor sommige voedingsmiddelen is ontdooien voor het koken niet nodig. Groenten en pasta kunnen direct aan kokend water worden toegevoegd of met stoom worden gekookt.
Bevroren sauzen en soepen kunnen in een steelpan worden gedaan en zachtjes worden verwarmd tot ze ontdooid zijn. 8. Gebruik voedingsmiddelen van goede kwaliteit en raak het zo min mogelijk aan. Als voedingsmiddelen in kleine hoeveelheden worden ingevroren, duurt het minder lang voordat ze zijn ingevroren en ontdooid. 9. Maak een schatting van de hoeveelheid voedsel die moet worden ingevroren. Wanneer u grote hoeveelheden vers voedsel invriest, zet u de temperatuurregelknop op de lage stand, met een lagere vriezertemperatuur. Voedingsmiddelen kunnen dan snel worden ingevroren, waarbij de versheid van het voedsel goed bewaard blijft. 20.
Tips voor speciale behoeftenDe koelkast/vriezer verplaatsen• LocatiePlaats uw koelkast/vriezer niet in de buurt van een warmtebron, zoals een fornuis, boiler of radiator. Vermijd direct zonlicht in bijgebouwen of serres. • NivellerenZorg ervoor dat uw koelkast/vriezer waterpas staat met behulp van de stelvoetjes aan de voorkant. Als uw koelkast/vriezer niet waterpas staat, zal de afdichting van de deurpakking van de koelkast/vriezer minder goed werken of kan dit zelfs leiden tot een defecte werking van uw koelkast/vriezer. Nadat u de koelkast/vriezer op zijn plaats hebt gezet, wacht u 4 uur voordat u hem gebruiken. Het koudemiddel kan dan bezin-ken. • InstallatieBedek of blokkeer de ventilatieopeningen of roosters van uw apparaat niet.
Als u voor langere tijd weg bent• Als het apparaat een aantal maanden niet wordt gebruikt, zet het dan eerst uit en trek dan de stekker uit het stopcontact. • Haal alle voedingsmiddelen eruit. • Reinig en droog het interieur grondig. Laat de deur op een kier staan om stank en schimmelvorming te voorkomen: blokkeer de deur of laat deze indien nodig verwijderen. • Bewaar het gereinigde apparaat op een droge, geventileerde plaats en uit de buurt van de warmtebron. Ga er voorzichtig mee om en plaats er geen zware voorwerpen op. • Het apparaat mag niet toegankelijk zijn voor kinderen. Reiniging en onderhoud Trek vóór het reinigen eerst de stekker uit het stopcontact; Steek de stekker niet in het stopcontact en trek de stek-ker er niet uit met natte handen, want dan bestaat het risico op elektrische schokken en letsel.
Mors geen water direct op de koelkast om roest, elektriciteitslekkage en ongelukken te voorkomen. Steek uw handen niet in de bodem van de koelkast, omdat u zich kunt bezeren aan scherpe metalen hoeken. Reiniging van de binnen- en buitenkantEtensresten in de koelkast kunnen een nare geur veroorzaken, dus de koelkast moet regelmatig worden schoongemaakt.
Het vershoudvak wordt meestal één keer per maand schoongemaakt. Verwijder alle planken, de groentelade, essenrekken, afdek-plaat en lades enz. en maak ze schoon met een zachte handdoek of spons gedrenkt in warm water of een neutraal afwasmiddel. Verwijder regelmatig het stof dat zich heeft opgehoopt op het achterpaneel en de zijplaten van de koelkast. Spoel het na gebruik van het reinigingsmiddel af met schoon water en veeg het daarna droog. Gebruik geen borstel, staalborstel, schoonmaakmiddel, zeeppoeder, alkalisch schoonmaakmiddel, benzeen, ben-zine, zuur, heet water en andere bijtende of oplosbare middelen om het oppervlak van de kast, de deurpakking, plastic decoratieve onderdelen, enz. schoon te maken om schade te voorkomen. Veeg de deurpakking voorzichtig droog, maak de groef schoon met een houten eetstokje omwikkeld met een katoenen touwtje.
Zet na het schoonmaken eerst de vier hoeken van de deurpakking vast en veranker deze dan segment voor segment in de groef van de deur. Onderbreking van de stroomtoevoer of storing in het koelsysteem• Zorg voor de diepvriesproducten als het koelapparaat langere tijd niet werkt (zoals bij een stroomonderbreking of een storing in het koelsysteem). • Probeer de deur van de koelkast zo min mogelijk te openen, zo kan voedsel veilig en vers urenlang bewaard worden, zelfs in de hete zomer. • Als u de stroomstoring van tevoren krijgt aangekondigd:1) Zet de thermostaatknop een uur van tevoren op de hoge stand, zodat het voedsel volledig bevroren is (Plaats geen nieuw voedsel in de diepvries gedurende deze tijd. ). Herstel de temperatuurmodus tijdig naar de oorspronkelijke instelling wanneer de stroomtoevoer normaal wordt.
Opmerking: Als de koelkast eenmaal in gebruik is, kunt u hem beter continu gebruiken; en onder normale omstan-digheden niet stoppen met het gebruik om de levensduur niet te beïnvloeden. OntdooienDit apparaat is ontworpen met een automatische ontdooifunctie, dus handmatig ontdooien is niet nodig. De lamp vervangenDe koelkast gebruikt de LED-lamp voor de verlichting, die een laag energieverbruik en een lange levensduur heeft. Neem in geval van afwijkingen contact op met het aftersalespersoneel voor een onderhoudsbezoek. Type lamp: LED verlichting. Energie-e?ciëntieniveau: N. v. t. Veiligheidscontrole na onderhoudIs het netsnoer kapot of beschadigd. Zit de stekker stevig in het stopcontact. Is de stekker abnormaal oververhit. 21.
Opmerking: Elektrische schokken en brand kunnen het gevolg zijn als het netsnoer en de stekkers beschadigd of door stof bevuild zijn. Als er afwijkingen zijn, haal dan de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de leve-rancier. De onderdelen demonterenFlessenrek voor koelkastdeur:Houd het essenrek met beide handen vast en duw het omhoog. Koelkastplank:Houd het ene uiteinde van de plank vast om hem op te tillen en trek hem ondertussen naar buiten. Op deze manier kan de plank worden verwijderd. Eenvoudige analyse en eliminatie van fouten Bij de volgende kleine storingen hoeft niet elke storing door de technische dienst te worden verholpen; u kunt proberen het pro-bleem zelf op te lossen. Situatie Inspectie Oplossingen• Koelt helemaal niet • Zit de stekker niet in het stopcontact. • Zijn er stroomonderbrekers en zekeringen kapot. • Geen elektriciteit of uitgeschakelde lijn.
• Waar is de koelkast geïnstalleerd. Is het geplaatst op balkons, garages, opslag-ruimten en andere plaatsen waar de om-gevingstemperatuur lager is dan 10 °C. • Steek de stekker opnieuw in het stopcon-tact• Open de deur en controleer of het lampje brandt. • Stroomuitval of uitgeschakelde lijn. • Installeer de koelkast op een beschutte plek met een omgevingstemperatuur van meer dan 10 °C. Als uw koelkast is geïnstalleerd bij een te lage temperatuur, werkt het interne koelsysteem mogelijk niet goed. • Abnormaal geluid • Staat de koelkast stabiel. • Komt de koelkast tot aan de muur. • Stel de stelvoetjes van de koelkast af. • Zet de koelkast van de muur af. • Slechte koele?ciëntie • Hebt u warm eten of te veel voedsel in de koelkast gelegd. • Doet u de deur vaak open. • Direct zonlicht of in de buurt van een oven of kachel. • Is het goed geventileerd. • Temperatuur te hoog ingesteld.
• Houd genoeg afstand aan voor een goe-de ventilatie. • Stel de koelkast in op de juiste tempera-tuur. • Vreemde geur in koelkast • Bedorven voedsel. • Moet u de koelkast schoonmaken. • Hebt u voedsel met een sterke smaak in de koelkast liggen. • Gooi bedorven voedsel weg. • Maak de koelkast schoon. • Verpak voedsel met een sterke smaak. • LED-lampje knippert con-tinu• Heeft de deur langer dan 10 minuten open gestaan. • Sluit de koelkastdeur, open hem weer na 2 seconden en controleer of het LED-lampje weer normaal gaat branden. Opmerking: Als de bovenstaande beschrijvingen niet hebben geholpen om het probleem op te lossen, demonteer en repa-reer het apparaat dan niet zelf. Reparaties die worden uitgevoerd door onervaren personen kunnen letsel of ernstige storingen veroorzaken. Neem contact op met de plaatselijke winkel waar u uw aankoop hebt gedaan.
Dit product moet worden onderhou-den door een erkend servicecentrum en er mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, moet het van het elektriciteitsnet worden losgekoppeld, moeten alle voedings-middelen eruit worden gehaald en moet het apparaat worden gereinigd, waarbij de deur op een kier moet worden gezet om onaangename geuren te voorkomen. 22.
Certiceringen Elektrische informatieDit elektrische apparaat moet worden geaard. Dit product is uitgerust met een stekker die geschikt is voor alle huizen met stopcontacten die voldoen aan de huidige specica-tiesAls de gemonteerde stekker niet geschikt is voor uw stopcontact, moet u deze afknippen en zorgvuldig weggooien. Steek om gevaar op elektrische schokken te voorkomen de afgedankte stekker nooit in een ander stopcontact. Waarschuwingen voor verwijdering• Koudemiddel en cyclopentaanschuim dat voor de koelkast wordt gebruikt, zijn ontvlambaar. Wanneer de koelkast wordt afgedankt, moet deze daarom uit de buurt van een vuurbron worden gehouden en worden teruggewonnen door een speciaal terugwinningsbedrijf met overeenkomstige kwalicaties, anders dan verwijdering door verbranding, om schade aan het milieu of andere schade te voorkomen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met BEKO B3RCNO256S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast BEKO
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast