Audioline Oslo 500 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Audioline Oslo 500 (37 pagina’s), behorend tot de categorie Draadloze telefoons. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Audioline Oslo 500 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/37
Draadloze digitale DECT−telefoon
Gebruiksaanwijzing
OSLO 500

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Audioline
Categorie: Draadloze telefoons
Model: Oslo 500

Handleiding Audioline Oslo 500 – volledige tekst

− Veiligheidsinstructies −1 VeiligheidsinstructiesLees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. 1. 1 Bedoeld gebruikDeze telefoon is geschikt voor telefoneren binnen een telefoonnet. Alle overige toepassingen zijnniet−bedoeld. Eigenmachtige wijzigingen of ombouw zijn niet toegestaan. Maak het apparaat ingeen geval zelf open en probeer het niet zelf te repareren. 1. 2 StandplaatsDe telefoon is ontworpen voor gebruik binnenshuis en binnen een temperatuurbereik van –10 °Ctot 30 °C. Het basisstation mag niet worden neergezet in vochtige ruimten zoals bad of waskeu-ken. Voorkom buitensporige belasting door rook, stof, schokken, chemicaliën, vocht, hitte of di-recte zonnestraling. Plaats het basisstation altijd minimaal 1 meter uit de buurt van andere elektro-nische apparaten, omdat anders storingen kunnen optreden. Gebruik de handset niet op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. 1.

3 NetadapterGebruik alleen de bijgeleverde netadapter omdat andere netadapters de telefoon kun-nen beschadigen. U mag de toegang tot de netadapter niet versperren door meubelsof andere voorwerpen. 1. 4 ToestelaansluitsnoerLet bij het vervangen van het bijgeleverde toestelaansluitsnoer op identieke stekkers. 1. 5 Oplaadbare accu’sGooi accu’s niet in het vuur en dompel ze nooit onder in water. 1. 6 StroomuitvalBij stroomuitval kunt u niet langer met de telefoon telefoneren. Houd voor noodgevallen een tele-foon met snoer achter de hand, die zonder externe stroomvoorziening werkt. 1. 7 HuiscentralesU kunt de telefoon aansluiten op een huiscentrale. Er kan niet worden gegarandeerd dat de tele-foon met elke huiscentrale functioneert. 1. 8 Informatie over medische apparatenGebruik de telefoon niet in de buurt van medische apparaten.

9 Reiniging en verzorgingReinig de oppervlakken van de behuizing met een zachte, niet−pluizende doek. Gebruik geen rei-nigingsmiddelen of oplosmiddelen. De rubber pootjes van het basisstation zijn niet bestand tegenalle reinigingsmiddelen. 1. 10 Afdanken en afvoerenU bent wettelijk verplicht om gebruiksgoederen op de juiste wijze af te danken en af te voe-ren. Het nevenstaande pictogram op de telefoon betekent dat elektrische en elektronischeoude apparaten en accu’s gescheiden van het huisvuil moeten worden afgevoerd. Afgedankte elektrische of elektronische apparaten brengt u naar een inzamelingspunt bij u in de buurt. Accu’s brengt u naar verkooppunten of naar hiervoor aangewezen inzamelingspunten, waar speciale bakken klaar staan. Verpakkingsmaterialen voert u volgens de plaatselijke voorschriften af. * DECT: Digital nhanced E Cordless Telephone = standaard voor draadloze telefoons.

− Ingebruikneming −2 Ingebruikneming2. 1 VeiligheidsinstructiesLet op: Lees vóór de ingebruikneming beslist de veiligheidsinstructies in hoofdstuk 1. 2. 2 Inhoud van de verpakking controlerenIn de verpakking treft u het volgende aan:een basisstation een toestelaansluitsnoereen handset twee accu’seen netadapter een gebruiksaanwijzing2. 3 Basisstation aansluitenPlaats het basisstation bij een telefoonaansluitdoos en een stopcontact. Gebruik alleen debijgeleverde componenten. 1. Steek de kleine stekker van de netadapter in de betreffende bus aan de onderkantvan het basisstation. U kunt de stekkers niet verkeerd aansluiten omdat ze maar op één manier in debussen passen. De stekkers moeten hoorbaar vastklikken in de bussen van hetbasisstation. 2. Steek de kleine stekker van het toestelaansluitsnoer in de betreffende bus aan deonderkant van het basisstation. 3.

Druk beide kabels in de hiervoor bestemde kabelgeleiders aan de onderkant vanhet basisstation. 4. Steek de netadapter in een correct geïnstalleerd stopcontact met 230 volt. De netadapter van het basisstation moet altijd aangesloten zijn. 5. Verbind het bijgevoegde toestelaansluitsnoer met de telefooncontactdoos. 2. 4 Accu’s erin zettenPlaats twee accu’s van het type AAA NF−MH 1,2 V in hetgeopende accuvak. Let op de correcte aansluiting van depolen (zie afb. ). Sluit het accuvak. Belangrijk: Gebruik geen accu’s van een ander type. 2. 5 Accu’s opladenPlaats de handset bij de eerste ingebruikneming minimaal 14 uur in het basisstation (display naarboven). Op het basisstation brandt de laadindicator. De handset wordt warm bij het opladen. Ditis normaal en ongevaarlijk. Laad de handset nooit op met vreemde opladers. Niet correct opgela-den accu’s kunnen storingen veroorzaken in de telefoon.

6 Toon− (DTMF) of pulskiezenU kunt de telefoon zowel op analoge aansluitingen (pulskiezen) als op digitale aansluitingen(toonkiezen) aansluiten. Het apparaat is standaard ingesteld op toonkiezen DTMF. Als de tele-foon niet op uw aansluiting functioneert dan leest u in paragraaf 7. 3 hoe u de telefoon kunt om-schakelen naar pulskiezen. 2. 7 Aansluiting op huiscentralesAls de telefoon is aangesloten op een huiscentrale dan kunt u met de toets R oproepen door-schakelen of de functie Automatisch terugbellen inschakelen. De leverancier van uw telefoon kanu vertellen of u deze met uw huiscentrale kunt gebruiken.

− Bedieningselementen −3 Bedieningselementen3.1 Handset1 Gespreksweergave2 Display3 Handenvrij telefoneren4 Menu−toets en OK−toets5 Telefoonboek6 Hekje−toets(voor driegesprekken)7 Interne gesprekken8 Stilschakeling en Wissen / Terug9 Kies−toets: Naar boven door menu enoproeplijst / nummerherhaling / pauze10 Gesprek−toets11 Kies−toets: Neerwaarts door menu / oproeplijst12 Toetsenblokkering (Aan / Uit)13 Flash−toets (handset Aan / Uit)3.2 Basisstation1 Paging−toets (handset zoeken)2 LED gespreks− en netweergave3 LED laadindicatorOver de navolgende weergave:Voor een betere leesbaarheid worden de toetsen van de telefoon hierna weergegeven met eenuniforme rechthoekige contour. De pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing wijken daaromenigszins af van de toetsen op uw telefoon. Toch zult u geen moeite hebben om de toetsen teherkennen.12345678911101213123

− Display −4 DisplayHet display geeft alle belangrijke functies weer met verschillende pictogrammen en meldingen.Pictogram Beschrijving12−10 Weergave van de tijdOSLO 500 1 Identificatie van de handsetContinu zichtbaar: Weergave van de accucapaciteit.Pictogram knippert: Accu’s moeten worden opgeladen.Bewegende segmenten: Accu’s worden opgeladen.Continu zichtbaar: De verbinding met het basisstation is in orde. Pictogram knippert: Het bereik van het basisstation is overschreden.U voert een gesprek.Continu zichtbaar: U voert een extern gesprek.Pictogram knippert: U ontvangt een externe oproep.Continu zichtbaar: U voert een intern gesprek.Pictogram knippert: U ontvangt een interne oproep.Continu zichtbaar: U bevindt zich in de oproeplijst.

U hebt het item nog nietbekeken.Pictogram knippert: Er staan nieuwe items in de oproeplijst.Het telefoonnummer is langer dan 12 cijfers.Deze oproep werd niet beantwoord. Hij staat in de oproeplijst.Deze oproep werd beantwoord. Hij staat in de oproeplijst.U bevindt zich in het hoofdmenu.U bevindt zich in het telefoonboek.U hebt een tekstbericht (SMS) ontvangen.De toetsenblokkering is geactiveerd.Het alarm is geactiveerd.Voicemailbox in het telefoonnet. VMWI1 − Optionele service van de netwerkaanbieder.5 TelefonerenDe werking van uw nieuwe telefoon wordt hierna beschreven met tekst en pictogrammen.

Als ueen toetspictogram ziet dan betekent dit dat u de betreffende toets moet indrukken.Tevens worden nog deze pictogrammen gebruikt:Nummers of letters invoeren2 sec Weergegeven toets 2 seconden indrukken Beltoon op de handset Beltoon op het basisstationTelefoonboek of Tekst of pictogrammen op het displayDe beltoon van de handset  en van het basisstation  functioneert alleen als udeze niet hebt uitgeschakeld!1 VMWI: Visual M Wessage aiting Indication

− Telefoneren −5. 1 Een oproep beantwoorden  en , Oproep beantwoordenGesprek beëindigenAls de handset overgaat dan kunt u met de toetsen D E of het beltoonvolume van de handset aanpassen. Als de beltoon op de handset wordt uitgeschakeld dan worden inkomende gesprekkenalleen nog via het basisstation gemeld (als de beltoon hier niet ook werd uitgescha-keld). 5. 2 Handenvrij telefonerenGebruik deze functie om via de luidspreker handenvrij te telefoneren. Tijdens het gesprek functie in− of uitschakelen. 5. 3 Twee oproepen beantwoordenDoor geluidssignalen (aankloppen) wordt u erop geattendeerd dat tijdens het gesprek een an-dere oproep binnenkomt. Het telefoonnummer van de tweede gesprekspartner wordt weergege-ven op het display. U kunt tussen beide gesprekspartners wisselen door de volgende toetsen ach-tereenvolgens in te drukken.

De verbinding met de andere gesprekspartner wordt niet verbroken.  , Tussen gesprekspartners wisselenLet op: Nummerweergave, in de wacht zetten van gesprekken en aankloppen zijnextra diensten van de netwerkaanbieder. Vraag de netwerkaanbieder om nadere infor-matie, zoals de in te stellen flashtijd. 5. 4 BellenTelefoonnummer intoetsen (max. 32 cijfers)Telefoonnummer kiezenAls u een verkeerde toets hebt ingedrukt:Kort: Wist de laatste invoer. 2 sec Lang: Wist het hele nummer. U kunt ook eerst de Gesprek−toets  indrukken en op de kiestoon wachten. Toets vervolgenshet telefoonnummer in. Correctie van afzonderlijke cijfers is bij deze vorm van nummers invoerenniet mogelijk. 5. 5 KiespauzeAls de telefoon is aangesloten op een huiscentrale dan moet een bepaald nummer (bijv. 9 of 0)worden gekozen om een kiestoon voor een buitenlijn te krijgen.

Speciaal voor deze huiscentrales kan na het kie-zen van een buitenlijn een automatische pauze worden ingevoegd, zodat u direct verder kunt kie-zen zonder de kiestoon af te wachten. Druk tussen het nummer voor de buitenlijn en het telefoonnummer eenmaal op de toets . Ophet display verschijnt een ’P’. Na het kiezen van de buitenlijn wacht de telefoon 3 seconden methet kiezen van het eigenlijke telefoonnummer. De pauze kan tevens bij de invoer van telefoonnummers in het telefoonboek wordeningevoegd. 5. 6 NummerherhalingDe telefoon slaat de laatste 10 gekozen telefoonnummers op in een nummergeheugen. Nummergeheugen oproepen (het laatst gekozentelefoonnummer verschijnt op het display)   of , Item selecteren en verbinding tot stand brengenAls een telefoonnummer in het telefoonboek is opgeslagen, verschijnt de opgeslagennaam op het display. 5. 6.

1 Alle telefoonnummers uit het nummergeheugen wissen Het nummergeheugen oproepen2 sec , Volledige lijst wissen5. 6. 2 Een telefoonnummer uit het nummergeheugen wissen  , of Te wissen item selecteren  , Afzonderlijk item wissen.

− Telefoneren −5. 7 Gemiste oproepen terugbellenDe telefoon slaat de laatste 40 oproepen op in een oproeplijst.   , of Oproeplijst openen en door de opgeslagen items bladerenVerbinding tot stand brengen5. 8 Opgeslagen telefoonnummers uit het telefoonboek kiezenIn het telefoonboek opgeslagen telefoonnummers (zie par. 8. 1) kunt u snel en eenvoudigoproepen.   , of Telefoonboek openen en nummer in het telefoonboekkiezenVerbinding tot stand brengenU kunt een nummer uit het telefoonboek direct kiezen door binnen de telefoonboek-functie de toets in te drukken die overeenkomt met de eerste letter van het item dat uwilt kiezen. Voorbeeld: Voor het telefoonnummer van ’Peter’ drukt u 1× op  en ge-bruikt u indien nodig nog de toetsen   of om snel bij het gewenste item te ko-men. 5. 9 Instellen van het hoornvolumeTijdens een gesprek kunt u het volume in vijf niveaus aanpassen.

  of Tijdens het gesprek indrukken. 5. 10 Microfoon in de handset uitschakelen Inschakelen / uitschakelenU kunt tijdens een telefoongesprek de microfoon van de handset uit− en inschakelen. Hierdoorkunt u bijvoorbeeld met een derde spreken zonder dat uw gesprekspartner via de telefoon kanmeeluisteren. De luidspreker in de handset blijft echter ingeschakeld; dit betekent dat u de bellernog steeds kunt horen. 5. 11 Weergave van de gespreksduurEnkele seconden na het begin van een gesprek schakelt het display van het gekozen of inko-mende nummer automatisch terug naar weergave van de gespreksduur (hh−mm−ss). 5. 12 Toetsenblokkering3 sec Toetsenblokkering inschakelen2× Toetsenblokkering uitschakelenAls de toetsenblokkering is ingeschakeld (zie ook par. 7. 4) dan kunnen inkomende oproepen opde gebruikelijk manier worden beantwoord. Na het ophangen is de toetsenblokkering nog steedsactief.

voor het uitluisteren van een voicemailbox).   4 sec Omschakelen naar toon kiezen (tijdens het gesprek)Na afloop van het gesprek wordt automatisch weer omgeschakeld naar pulskiezen. 5. 14 Informatie over het bereikHet bereik van de handset bedraagt ongeveer 50 meter in gesloten ruimten en ongeveer 300 me-ter in de openlucht. Bij een goede verbinding met het basisstation is op het display het pictogramh zichtbaar. Als u zich te ver van het basisstation verwijdert dan begint het pictogram h te knippe-ren en hoort u waarschuwingstonen. Nader het basisstation weer omdat het gesprekanders wordt onderbroken. Als de handset de verbinding met het basisstation heeft verloren dan verschijnt op hetdisplay de melding Basis 1.

− Telefoneren −5.15 Handset zoeken (paging)Als u een handset uit het oog hebt verloren dan kunt u deze laten zoeken. Druk op de Paging−toetsvan het basisstation om gedurende 30 seconden de beltonen van de handset te horen. Druk nog-maals op de Paging−toets of de Gesprek−toets van de handset, om de functie binnen 30 seconden te stoppen. Alle op het basisstation aangemelde handsets gaan over.  of Beëindigt paging voortijdig.5.16 Handset in−/uitschakelen3 sec Inschakelen / uitschakelenIn−/uitschakelen is niet mogelijk als de handset op het basisstation staat.

− Navigatie in het hoofdmenu −6 Navigatie in het hoofdmenu6. 1 Navigatie in het menuAlle functies zijn bereikbaar via verschillende menu’s. De route naar de gewenste functie vindtu in de menustructuur in hoofdstuk 7. 1. Open het gewenste menu of telefoonboek met de betreffende toets. 2. Met toets   of het gewenste submenu kiezen. 3. Met toets  het submenu openen. 4. Met toets   of de gewenste functie kiezen. 5. Met toets  functie openen. 6. Met toets   of de gewenste instelling kiezen. 7. Via toetsen nummers of letters invoeren. 8. Met toets  invoer bevestigen. 9. Met toets  gaat u telkens één niveau terug. Elke procedure wordt automatisch afgebroken als binnen 20 seconden geen invoerplaatsvindt. 6. 2 GeluidssignalenOm de bediening van de telefoon te vereenvoudigen gebruikt de telefoon verschillende bevesti-gings−, attenderings−, waarschuwings− en overige geluidssignalen.

Enkele daarvan kunt u naarwens in− of uitschakelen. Hiertoe behoren:SToetstoon: Elke druk op een toets van de handset wordt bevestigd met een kortgeluidssignaal. SGeluidssignaal ’Accu leeg’: Als de accucapaciteit te ver is afgenomen dan herinnerteen geluidssignaal u eraan dat de handset moet worden opgeladen. SBereik−geluidssignaal: Als u te ver van het basisstation verwijderd bent dan hoort ueen geluidssignaal. Hoe u dit kunt uit− of inschakelen, vindt u in de menustructuur in paragraaf 7. 4. Daarnaast zijn er nog andere tonen, die de navigatie in het menu moeten vereenvoudigen. Dezekunnen niet worden uitgeschakeld. Hier de belangrijkste:SBevestigingstoon : Twee korte tonen met oplopende hoogte als invoer is gelukt. SAttenderingstoon : Een lange hoge toon na het bladeren door een menu meldtdat er geen andere items meer zijn. 6.

7.4 HandsetHandset Biep Toetstoon    BatterijBereikInt Belvolum Volume 1 − 5 / Volume UitExt Belvolum Volume 1 − 5 / Volume UitInt Melodie Melodie 1 − 10Ext Melodie Melodie 1 − 10Auto Antwden* AanUitNaam   ABCTaal English / FrançaisEspañol / ItalianoDeutsch / Nederlands...Klavierverg? Aan*** AAN: Een gesprek wordt beantwoord als de handset uit het basisstation wordt genomen (standaardinalle toetsen vier seconden geblokkeerd.UIT: Een gesprek kan alleen met toets  worden beantwoord.** Toetsenblokkering opheffen: Toets  2× indrukken.

− Het telefoonboek −8 Het telefoonboekIn het telefoonboek kunnen 50 telefoonnummers met naam worden opgeslagen. Elk telefoon-nummer mag maximaal 24 cijfers tellen; voor elke naam zijn maximaal 12 letters beschikbaar.8.1 Telefoonnummers in het telefoonboek opslaanZie par. 7.1Als de naam al in het telefoonboek staat dan hoort u een geluidssignaal. Op het dis-play verschijnt nogmaals: Toevoegen .

U moet een andere naam intoetsen.De gekozen melodie wordt afgespeeld als het nummer van de beller wordt herkend.Deze toewijzing functioneert echter alleen als uw telefoonaansluiting en die van de bel-ler de CLIP−dienst ondersteunt.8.1.1 Instructies voor het opslaanVoer bij alle telefoonnummers altijd ook het netnummer in, zodat de telefoon aan inko-mende lokale gesprekken een naam uit het telefoonboek kan toewijzen.Zodra de geheugencapaciteit van 50 items is bereikt, verschijnt op het display de mel-ding. Geheugen Vol Om een nieuw item te kunnen opslaan moet u eerst een oud itemuit het telefoonboek wissen.8.1.2 TekstinvoerOp de cijfertoetsen staan ook letters. Door meermaals drukken op een toets kunnen hoofdlettersen cijfers worden ingevoerd.Voorbeeld: U wilt de naam ’Peter’ invoeren.

Druk 1× op toets , 2× op toets , 1× op toets, 2× op toets  en 3× op toets .Nadere informatie over het invoeren van tekst:1× indrukken: Spatie2× indrukken: KoppeltekenWist laatste invoer  of Beweegt de cursorWisselt tussen hoofd− en kleine lettersOm dezelfde letter tweemaal in te voeren voert u de betreffende letter in en wacht u totdat de cur-sor automatisch een positie verder springt.8.2 Items in het telefoonboek aanpassenZie par. 7.1Om een item direct te kiezen drukt u op de toets met de eerste letter van het item. Ombijvoorbeeld de naam ’Peter’ direct te kiezen drukt u 1× op .8.3 Items uit het telefoonboek wissenZie par. 7.1Met de toets  wordt het wissen afgebroken.8.4 Telefoonnummer uit het telefoonboek kiezenZie par. 5.8

− Nummerweergave (CLIP) −9 Nummerweergave (CLIP)Als uw telefooncentrale de CLIP−dienst (CLIP = Calling Line Identification Presentation) onder-steunt dan wordt bij een inkomende oproep het nummer van de beller weergegeven. Als u dit tele-foonnummer in het telefoonboek hebt opgeslagen dan wordt tevens de naam weergegeven. Alsde beller de weergave van zijn telefoonnummer onderdrukt dan wordt het telefoonnummer nietweergegeven; In plaats hiervan verschijnt op het display de melding Gehein. In totaal kunnen maximaal 40 telefoonnummers in de oproeplijst worden opgeslagen. Als de lijstvol is dan wordt altijd het oudste telefoonnummer gewist. Als tijdens uw afwezigheid nieuwe tele-foonnummers aan de oproeplijst werden toegevoegd dan verschijnt op het display het picto-gram. Let op: Nummerweergave (CLIP) is evenals de weergave van datum en tijd een optio-nele dienst van de netwerkaanbieder.

Vraag hem om extra informatie. 9. 1 De oproeplijst9. 1. 1 Telefoonnummer uit de oproeplijst bekijkenOm de telefoonnummers van de oproeplijst op het display te zien gaat u als volgt te werk:Het laatste meegezonden telefoonnummer wordtweergegeven op het display. Als de oproeplijst leeg is verschijnt op het display de melding Leeg.   of Er kunnen andere telefoonnummers uit de oproeplijstworden gekozen. Als geen andere telefoonnummers beschikbaar zijn dan hoort u een geluidssignaal. Twee pictogrammen bieden informatie over de status van de items:De oproep werd beantwoord. De oproep werd niet beantwoord. Met de toets  worden desgewenst nadere informatie over weergegeven telefoon-nummer opgeroepen:SAls het telefoonnummer langer is dan 12 cijfers dan worden de overige cijfersweergegeven. SToont datum en tijd van de oproep, als deze data door de beller werden meegezonden.

3 Telefoonnummer uit de oproeplijst in het telefoonboek opslaanEen nummer dat in de oproeplijst staat, kan direct in het telefoonboek worden opgeslagen.   , of Nummer bellen , , Toevoegen. Opslaan activerenNaam. , Naam invoeren en bevestigen (tekstinvoer zie par. 8. 1. 2)Als de naam al in het telefoonboek staat, hoort u een geluidssignaal  terwijl op het display het gekozen telefoonnummer verschijnt. 1234567890 Gekozen telefoonnummer bevestigenMelodie 1 of , Melodie kiezen en bevestigen9. 1. 4 Afzonderlijk telefoonnummer uit de oproeplijst wissen  , of Nummer bellen, Wissen. Wissen activeren en voor gekozen telefoonnummerbevestigen9. 1. 5 Alle telefoonnummers uit de oproeplijst wissen  , of Oproeplijst openen3 sec , Allen Wissen  Wissen activeren, bevestigen.

− Tekstberichten (SMS) −10 Tekstberichten (SMS)Met uw telefoon kunt u via het vaste net korte tekstberichten (SMS = Short Message Service)van maximaal 160 tekens verzenden, als voldaan is aan de volgende voorwaarden:SUw telefoonaansluiting ondersteunt de CLIP−dienst (zie par. 9)SDe SMS−dienst werd door uw netwerkaanbieder geactiveerd. Houd er ook rekening mee dat het verzenden van SMS−berichten niet gratis is. Afrekening vindt plaats via de netwerkaanbieder. Als u een SMS−bericht verzendt naar een andere aansluiting binnen het vaste net, diede SMS−dienst niet ondersteunt en/of geen SMS−berichten kan ontvangen dan wordthet SMS−bericht automatisch als spraakbericht afgeleverd. Bij Call−by−Call−verbindingen is het verzenden van SMS−berichten op dit moment nietmogelijk. Gedetailleerde informatie over het verzenden van SMS−berichten binnen het vaste net krijgt uvan uw netwerkaanbieder. 10.

1 SMS−instellingen10. 1. 1 Berichtencentrale (SMSc)Het zenden en ontvangen van SMS−berichten vindt plaats via een berichtencentrale (SMSc). U kunt in uw handset twee nummers van berichtencentrales (SMSc) opslaan. Met de instellingVerzend 1 of Verzend 2 gebruikt u de ingeprogrammeerde aanbieder voor het zendenvan SMS−berichten. In het menu Ontvangs 1 en Ontvangs 2 worden telefoonnummersingevoerd voor het ontvangen van SMS−berichten. Vraag de netwerkaanbieder naar de beno-digde nummers voor de berichtencentrale (SMSc). Opslaan van nummers voor berichtencen-trale (SMSc). pagina 12. 10. 2 SMS verzendenZie par. 7. 2Als u een tekstbericht wilt verzenden met een toestel dat is aangesloten op een huis-centrale dan moet u het nummer voor een buitenlijn opnemen vóór het nummer van deSMS−berichtencentrale.

Er kan geen garantie worden gegeven dat u via elke huiscen-trale tekstberichten kunt verzenden. Als u een nieuw SMS−bericht schrijft, verschijnt op het display de tekst van het vorigeSMS−bericht.

Wis met de toets  de oude tekst voordat u nieuwe tekst invoert. Hoe u teksten kunt invoeren, leest u in paragraaf 8. 1. 2. 10. 3 SMS−bericht ontvangenZie par. 7. 2Als u een nieuw SMS−bericht hebt ontvangen dan hoort u een geluidssignaal. Desgewenstkunt u dit geluidssignaal uitschakelen (zie par. 7. 2). Aan het pictogram met een enveloppe ophet display ziet u dat u een nieuw tekstbericht hebt ontvangen. 10. 4 Tekstberichten beherenIn totaal kunt u maximaal 15 tekstberichten opslaan (algemeen Postvak In en persoonlijk post-vak voor SMS−berichten tezamen). Als alle geheugenplaatsen in gebruik zijn dan wordt bij ontvangst van een nieuw SMS−bericht het oudste bericht uit het overzicht gewist. 10. 5 Persoonlijk postvak voor SMS−berichtenNaast het algemene Postvak In staat een persoonlijk postvak voor SMS−berichten ter beschik-king.

Met deze functie kunt u SMS−berichten ontvangen en verzenden, die alleen voor u toe-gankelijk zijn. Het postvak voor SMS−berichten kunt u alleen gebruiken als uw netwerkaanbieder ditondersteunt. Hoe u het persoonlijk postvak voor SMS−berichten instelt, vraagt u aanuw netwerkaanbieder.

− Verscheidene handsets −11 Verscheidene handsetsU kunt vijf handsets op uw basisstation aanmelden. Elke handset kan tegelijkertijd op vier basisstations aangemeld zijn. Via de internationaal genormaliseerde GAP−standaard kunnen AUDIOLINE handsetsworden gecombineerd met handsets en telefoonsystemen van andere fabrikanten. Bo-vendien kunt u een AUDIOLINE handset aanmelden op basisstations van andere fabri-kanten, als deze apparaten ook volgens de GAP−standaard werken. Door het gebruik van verscheidene handsets hebt u de volgende mogelijkheden:SInterne gesprekken tussen de handsets. SExterne gesprekken kunnen tussen de handsets worden doorgestuurd. SInkomende extern gesprekken worden op alle handsets gemeld. SDriegesprek met een externe en twee interne telefoons. Als de buitenlijn al wordt gebruikt door een andere handset dan verschijnt op het dis-play het pictogram EXT.

Een nieuw extern gesprek is dan niet mogelijk. 11. 1 Intern telefonerenZodra u verscheidene handsets (hierna kort ’HS’ genoemd) op het basisstation hebt aangemeld,kunt u interne gesprekken zonder gesprekskosten voeren. In het navolgende voorbeeld: HS 1(intern nr. 1) belt HS 2 (intern nr. 2) op.  , 2HS 1: Verbinding met andere handset opbouwenHS 2: Beantwoordt oproepAls tijdens een intern gesprek een externe oproep binnenkomt dan hoort u korte ge-luidssignalen en ziet u het telefoonnummer van de beller op het display (als deze infor-matie beschikbaar is). Beëindigt intern gesprekBeantwoordt externe oproep11. 2 Externe gesprekken intern doorsturenAls u een extern gesprek op een handset hebt beantwoord dan kunt u dit externe gesprek naareen andere handset doorsturen.

 , 2HS 1: Verbinding met andere handset opbouwenAls de opgeroepen handset zich niet meldt dan kunt u het externe gesprek met detoets  weer terughalen. Als het interne gesprek door de opgeroepen handset wordt beantwoord dan hebt u de volgendemogelijkheden:11. 2.

1 Ruggespraak / makelenU kunt nu met de interne deelnemer spreken en door drukken op de toets naar de externegesprekspartner terugkeren. U kunt zo vaak u wilt tussen het externe en het interne gesprek wis-selen. 11. 2. 2 Gesprek doorgegevenMet de toets  op de eerste handset wordt het externe gesprek doorgegeven aan de opgeroe-pen handset. 11. 3 Driegesprekken voerenEen extern gesprek kan met een andere interne deelnemer bij een driegesprek worden betrok-ken. Zo kunnen twee handsets tegelijkertijd met de externe deelnemer spreken.  HS 1: Verbinding met de externe deelnemer tot standbrengen , 2HS 1: Verbinding met andere handset opbouwenHS 2: Beantwoordt interne oproepHS 1: Betrekt alle deelnemers bij een driegesprekTijdens een driegesprek kunt u met de toets de interne gesprekspartner in dewacht zetten.

− Verscheidene handsets −11. 4 Aan− en afmelden van handsets11. 4. 1 Aanmelden van andere handsets van het type Oslo 5003 sec Met de Paging−toets op het basisstation start u deaanmelding. Na het drukken op de Paging−toets hebt u 90 seconden om de aanmelding van eenhandset te voltooien: , , In het menu Déclarer gaan.    of , Het menu Décl. Base kiezen en bevestigen.  , Toets het nummer van het basisstation in (1 tot en met 4)en bevestig de invoer. Als de handset al met een basisstation verbonden is dan knipperen de betreffendenummers. Het basisstation wordt nu gezocht. Zodra het basisstation gevonden is, gaat u als volgt verder: , Typ de PIN (standaardinstelling: 0000) in en bevestig deinvoer. De handset is nu aangemeld. Aan de handset wordt een intern nummer toegewezen. De handset die al is aange-meld, heeft het interne nummer 1.

De handset die als tweede wordt aangemeld, krijgthet interne nummer 2. Dit interne nummer wordt in stand−bybedrijf rechts op het displayweergegeven. 11. 4. 2 Aanmelden van DECT−GAP−handsets van andere fabrikantenOm een DECT−GAP−handset van een andere fabrikant aan te melden, volgt u de instructies opin de gebruiksaanwijzing van de andere fabrikant en drukt u vervolgens gedurende 3 secondenop de Paging−toets  van uw basisstation. Gebruik voor de aanmelding de PIN−code (stan-daardinstelling: 0000). 11. 4. 3 Afmelden van handsetsEen handset kan alleen via een andere, nog aangemelde handset worden afgemeld. Het is nietmogelijk om deze afmelding uit te voeren met de handset die moet worden afgemeld.    , of , In het menu Réglages gaan.    of , Het menu SuppCombiné kiezen en bevestigen.  , Typ de PIN (standaardinstelling: 0000) in en bevestig deinvoer.

5 Extra basisstationsDoor gebruik van verscheidene basisstations kunt u het bereik van de handset vergroten. Omdeze mogelijkheid te kunnen gebruiken moeten alle basisstations verbonden zijn met een tele-foonaansluiting. Afhankelijk van het gewenste gebruik kunt u aan elk basisstation hetzelfde tele-foonnummer toewijzen of alle basisstations verschillende telefoonnummers geven. Zorg ervoordat het bereik van alle basisstations dekkend is. De handset moet op elk basisstation worden aangemeld. Test vóór elke ingebruikneming van een nieuw basisstation het bereik van de handset. Als eenhandset op de basisstations aangemeld is en op de handset de automatische selectie van hetbasisstation ingeschakeld is (zie par. 7. 6) dan wordt de handset altijd automatisch verbonden methet volgende basisstation.

− Verscheidene handsets −11.5.1 Kiezen van een basisstation   , of , In het menu Déclarer gaan.  of , Het menu Choix Base kiezen en bevestigen.Op het display verschijnen alle basisstations waarop de handset al is aangemeld. Hetnummer van het actieve basisstation knippert. , Toets het interne nummer in van het basisstation waarnaarde handset moet worden omgeschakeld en bevestig deinvoer. Of:  of Auto , Met deze instelling wisselt de handset automatisch naarhet volgende basisstation, als de verbinding met hetactuele basisstation wordt verbroken.

Wat u hiervoor moet doen, vindt u in paragraaf 7.3.Houd er echter rekening mee dat hierbij het telefoonboek, de oproeplijst en alle telefoonnummers van de nummerherhaling worden gewist!12.2 PIN−codeDe PIN−code kan uit maximaal vier cijfers bestaan. De standaardinstelling van de PIN−code is’0000’.Als u de PIN−code verandert, noteer dan de nieuwe PIN−code en berg de notitie goedop. Zonder PIN−code kunt u diverse functies van de telefoon niet meer gebruiken!12.3 FlashtijdenDe flashtijd bepaalt de duur van het toonkiessignaal dat door het indrukken van een toets doorde telefoon wordt geproduceerd. Om de telefoon probleemloos met uw telefooncentrale te latensamenwerken kan aanpassing van de flashtijd nodig zijn.U kunt daarom twee verschillende flashtijden instellen om functies in huiscentrales of aanvul-lende diensten van de netwerkaanbieder te gebruiken (zie ook par. 2.7).

U kunt kiezen tussen eenflashtijd van 100 ms (standaardinstelling) en een flashtijd van 300 ms. Hoe u de flashtijden instelt,vindt u in paragraaf 7.3 (zie ook par. 12.1).12.4 Naam van de handsetVoor de handset kan een eigen naam worden geprogrammeerd. Deze kan maximaal 10 tekens lang zijn.

− Storingen verhelpen −13 Storingen verhelpenAls u problemen hebt met uw telefoon controleer dan eerst de volgende mogelijkheden:Storing Maatregel(en)Geen telefoongesprek mogelijk.− De telefoonleiding is niet correct aangesloten of heeft eenstoring. Gebruik alleen het bijgeleverde toestelaansluits-noer.− Test met een andere telefoon of uw telefoonaansluiting inorde is.− De netadapter zit niet goed in het stopcontact of de stroomis uitgevallen.− De oplaadbare standaardaccu’s zijn leeg of defect.− U bent te ver verwijderd van het basisstation.Verbinding verbroken,gesprek valt weg.− U bent te ver verwijderd van het basisstation.− Basisstation staat op een verkeerde plaats.Kiezen niet mogelijk. − Foutieve kiesmodus ingesteld.Het systeem reageert nietmeer of bevindt zich ineen ongedefinieerde toe-stand.− Herstel de standaardinstellingenen (zie par. 12.1).

Trek vantevoren de netadapter even uit het stopcontact.De laadindicator licht nietop.− Plaats de handset correct op het basisstation, reinig de con-tactpunten van de handset en van het basisstation met eenzachte, droge doek.Op het display knippert naenkele uren het accupicto-gram.− Laat de handset minimaal 14 uur op het basisstation staan.Als dit niet helpt vervang dan de oplaadbare accu’s.Display donker − Dit wordt veroorzaakt door directe zonnestraling. Laat de handset afkoelen.De nummerweergave(CLIP) functioneert niet.− De nummerweergave is een optionele dienst van de net-werkaanbieder. Vraag de netwerkaanbieder om meer infor-matie.− De gesprekspartner heeft de weergave van zijn telefoon-nummer onderdrukt.

− Belangrijke informatie −14 Belangrijke informatie14. 1 Verklaring van overeenstemmingDit apparaat voldoet aan de eisen van de EU−richtlijn ’1999/5/EG − Richtlijn van het Euro-pees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecom-municatie−eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit’. De over-eenstemming met de bovengenoemde richtlijn wordt bevestigd door het CE−merk ophet apparaat. 14. 2 GarantieAUDIOLINE apparaten worden volgens de modernste productiemethoden gefabriceerd en ge-controleerd. Zorgvuldig gekozen materialen en geavanceerde technologieën zorgen voor eenonberispelijke werking en lange levensduur. De garantie is niet van toepassing als de oorzaak van het falen van het apparaat is gelegen bijde netwerkaanbieder of een eventuele huiscentrale. De garantie geldt niet voor de accu’s of accu-packs die in de producten worden gebruikt.

De garantieperiode bedraagt 24 maanden, gerekend vanaf de datum van aankoop. Binnen de garantieperiode worden alle gebreken die het gevolg zijn van materiaal− of fabricage-fouten, kosteloos verholpen. De aanspraak op garantie vervalt bij ingrepen door de koper of der-den. Schade die het gevolg is van onjuiste behandeling of bediening, verkeerde plaatsing of ver-keerd opbergen, van foutieve aansluiting of installatie valt evenals schade door overmacht ofoverige externe invloeden niet onder de garantie. Wij behouden ons het recht voor om bij reclama-ties de defecte onderdelen te repareren of te vervangen dan wel het apparaat te vervangen. Ver-vangen onderdelen en vervangen apparaten worden ons eigendom. Schadeclaims zijn uitgeslo-ten, tenzij sprake is van opzet of grove nalatigheid van de fabrikant.

Als het AUDIOLINE apparaat binnen de garantieperiode een defect vertoont, breng het dan terugnaar de leverancier en neem de aankoopbon mee. De leverancier is verplicht om u garantie tegeven volgens de hier genoemde bepalingen.

− Alfabetisch register −15 Alfabetisch registerAAan− en afmelden van handsets, 20Aankloppen, 8Aanmelden van basisstation en handsets, 15Aanmelden van DECT−GAP−handsets van anderefabrikanten, 20Aanmelden van handsets, 20Accu’s erin zetten, 5Accu’s opladen, 5Accustatus, 5, 7Afmelden van handsets, 20Alarm, 22Alarm instellen, 14, 15Analoge telefoonaansluiting, 5Apparaatnummer invoeren, 12Attenderingstoon, 11Automatisch beantwoorden, 14, 22BBasisstation aansluiten, 5Bedieningselementen, 6Bellen, 8Beltoon basisstation, 22Beltoon extern, 22Beltoon instellen, 13, 14Beltoon intern, 22Beltoonvolume basisstation, 22Beltoonvolume handset, 22Bereik, 7, 9Bereik−geluidssignaal, 11, 14, 22Bevestigingstoon, 11Buitenlijn, 8CCLIP, 17CLIP detailinfo, 17DDatum instellen, 15DECT, 24Digitale telefoonaansluiting, 5Display, 7Driegesprekken voeren, 19DTMF, 13, 24EExtern gesprek, 7Externe gesprekken intern doorsturen, 19Extra basisstations, 20FFlashtijd, 13, 22Flashtoets, 5, 8GGAP, 19, 24Garantie, 24Geluidssignaal , 14Geluidssignaal ’’Accu leeg’’, 11, 22Geluidssignalen, 11Gemiste oproepen terugbellen, 9Gesprek doorgegeven, 19Gespreksduur, 9HHandenvrij telefoneren, 8Handset, 14Handset afmelden, 13Handset zoeken, 10Hoofdmenu, 7Hoofdmenu openen, 11Hoornvolume, 9, 22Huiscentrales, 5, 8IInhoud van de verpakking, 5Instellingen, 13, 22Intern gesprek, 7Intern telefoneren, 19Invoer bevestigen, 11Items in het telefoonboek aanpassen, 16Items uit het telefoonboek wissen, 16KKey lock, 7Kiesmodus, 22Kiespauze, 8, 22Kiezen van een basisstation, 21Klok instellen, 14LLaatste invoer wissen, 8Luidspreker handset, 9MMicrofoon uitschakelen, 9

− Alfabetisch register −NNaam handset, 7, 14, 22Navigatie, 11Nummerherhaling, 8Nummerlengte, 7Nummers in telefoonboek opnemen, 12Nummers uit het telefoonboek aanpassen, 12Nummers uit het telefoonboek direct kiezen, 9Nummers uit het telefoonboek wissen, 12Nummerweergave (CLIP), 17OOproepen beantwoorden, 8Oproeplijst, 7, 17Oproeplijst sluiten, 17Opslagcapaciteit oproeplijst, 17Opslagcapaciteit telefoonboek, 16PPaging, 10Pauze, 8, 22Persoonlijk postvak voor SMS−berichten, 18PIN−code, 13, 22Procedure afbreken, 11Pulskiezen, 5, 13RRuggespraak / makelen, 19SSMS, 12, 18SMS − Weergave nieuwe berichten, 7SMS als spraakbericht afgeleverd, 18SMS berichtencentrale (SMSc), 18SMS ontvangen, 12SMS schrijven, 11, 12SMS verzenden, 18SMS wissen, 12SMS−bericht ontvangen, 18SMS−berichten beheren, 18SMS−instellingen, 12, 18SMS−ontvangstcentrum, 12, 22SMS−ontvangstsignaal, 18, 22SMS−zendcentrum, 12, 22SMS−zendmodus kiezen, 12Standaardinstellingen, 13, 22Storingen verhelpen, 23Submenu kiezen, 11TTaal, 22Taal instellen, 14Technische gegevens, 24tekstberichten, 18Tekstberichten beheren, 18Tekstinvoer, 16Telefoneren, 7Telefoonboek, 7, 12, 16Telefoonnummer uit de oproeplijst bekijken, 17Telefoonnummer uit de oproeplijst bellen, 17Telefoonnummer uit de oproeplijst in het telefoon-boek opslaan, 17Telefoonnummer uit de oproeplijst wissen, 17Telefoonnummers in het telefoonboek opslaan, 16Telefoonnummers opslaan, 16Telefoonnummers uit de oproeplijst wissen, 17Telefoonnummers uit het telefoonboek kiezen, 9Tijd, 7, 22Tijd instellen, 15Toetsenblokkering, 7, 9, 14, 22Toetstonen, 14, 22Toetstoon, 11Tonen, 11Toonkiezen (DTMF), 5, 9, 13VVeiligheidsinstructies, 4Verklaring van overeenstemming, 24Verscheidene handsets, 19Voicemailbox uitluisteren op afstand, 9Volume instellen, 13, 14WWeergave, 7Weergave pictogrammen, 6

Schade die het gevolg is van onjuiste behandeling of bediening, natuurlijke slijtage, verkeerde plaatsing ofverkeerd opbergen, van foutieve aansluiting of installatie valt evenals schade door overmacht of overige externeinvloeden niet onder de garantie.WEND U VOOR GARANTIE ALLEEN TOT DE LEVERANCIER VAN HET APPARAAT EN VERGEET NIET OMDE AANKOOPBON MEE TE NEMEN.VOORKOM ONNODIG LANGE WACHTTIJDEN EN STUUR HET APPARAAT NIET NAAR ONS.RAADPLEEG BIJ VRAGEN OVER DE BEDIENING EN GARANTIE DEZE GEBRUIKSAANWIJZING OF NEEMCONTACT OP MET DE LEVERANCIER VAN HET APPARAAT.AUDIOLINE GmbHNeussInternet: www.audioline.de – E−mail: [email protected]

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Audioline Oslo 500 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden