ATAG VA6111AF Handleiding

ATAG Vaatwasser VA6111AF

Bekijk gratis de handleiding van ATAG VA6111AF (36 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over ATAG VA6111AF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Informatie voor de gebruiker
Afwasautomaat
VA6111
AFUU/A01

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Vaatwasser
Model: VA6111AF
Apparaatplaatsing: Semi-ingebouwd
Breedte: 600 mm
Netbelasting: 2200 W
Aantal couverts: 12 couverts
Deurkleur: Niet van toepassing
Droogklasse: A
Geluidsniveau: 45 dB
Wasklasse: A
Aantal wasprogramma's: 5
Kleur bedieningspaneel: Roestvrijstaal
Type beeldscherm: LED

Handleiding ATAG VA6111AF – volledige tekst

2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar het boekje zodat u nog eens iets kunt nalezen.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar van het apparaat door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1 VeiligheidsaanwijzingenWaarschuwing! Aanwijzingen die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Aanwijzingen die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.3 Aanwijzingen en praktische tips2 Milieu-informatie3 Uw afwasautomaat heeft het nieuwe spoelsysteem “IMPULSSPOELEN“. Om een betere reiniging van het servies te be-reiken, worden bij dit spoelsysteem tijdens een afwasprogramma het toerental van de motor en de sproeidruk gevarieerd. Daarom varieert tevens het geluidsniveau van het lopende afwasprogram-ma.

3InhoudGebruiksaanwijzing. 4Veiligheid. 4Apparaataanzicht. 6Bedieningspaneel. 6Voor de eerste ingebruikname. 8Waterontharder instellen. 9Speciaal zout doseren. 11Glansmiddel doseren. 12In het dagelijks gebruik. 14Bestek en servies in de machine plaatsen. 14Bovenste korf in hoogte verstellen. 17Afwasmiddel doseren. 18Gebruik van 3in1-afwasmiddelen. 19Afwasprogramma kiezen (programmatabel). 20Afwasprogramma starten. 21Starttijdkeuze instellen. 21Afwasautomaat uitschakelen. 22Onderhoud en reiniging. 23Wat te doen als. 24Kleine storingen zelf oplossen. 24Als het afwasresultaat niet bevredigend is. 26Afvalverwerking. 27Technische gegevens. 27Aanwijzingen voor testinstituten. 28Opstel- en aansluitaanwijzing. 30Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie. 30Opstellen van de afwasautomaat. 31Aansluiten van de afwasautomaat. 32Service. 35.

4Gebruiksaanwijzing1 VeiligheidVoor de eerste ingebruikname• Volg de ”Opstel- en aansluitaanwijzing” op.Gebruik volgens de voorschriften• De afwasautomaat is alleen bestemd voor het afwassen van huis-houdservies.• Constructieve wijzigingen of veranderingen aan de afwasautomaat zijn niet toegestaan.• Alleen speciaal zout, afwasmiddel en glansmiddel gebruiken dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is.• Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doseren. Explosiegevaar!Veiligheid voor kinderen• Verpakkingsonderdelen buiten het bereik van kinderen houden. Ver-stikkingsgevaar! • Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrische ap-paraten verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de afwasautomaat.• Controleer of kinderen of huisdieren niet in de afwasautomaat kun-nen klauteren.

5Algemene veiligheid• Reparaties aan de afwasautomaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. • Als de afwasautomaat niet gebruikt wordt, het apparaat uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien.• De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar al-tijd aan de stekker.• Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert.• Ga nooit op de geopende deur staan of zitten.• Staat de afwasautomaat in een ruimte waar het kan gaan vriezen, dan dient na ieder gebruik de aansluitslang van de waterkraan ge-scheiden te worden.

7 Met de programmatoetsen wordt het gewenste afwasprogramma ge-kozen.Functietoetsen: Naast het aangegeven afwasprogramma kunnen met behulp van deze toetsen de volgende functies worden ingesteld: De multidisplay kan aangeven:– op welk hardheidsniveau de waterontharder is ingesteld.– of de glansmiddeltoevoer in- of uitgeschakeld is.– welke starttijd is ingesteld.– hoe lang een lopend afwasprogramma naar verwachting nog duurt.– van welke storing aan de afwasautomaat sprake is. Functietoets 1 Waterontharder instellenFunctietoets 2 Glansmiddeltoevoer in- en uitschakelenFunctietoets 3 - niet in gebruik -Functietoets 4 3in1-functie in- en uitschakelenMultidisplayProgrammatoetsenFunctietoetsen123StarttijdkeuzeinstellenControle-lampjes4

8Controlelampjes hebben de volgende betekenis: Voor de eerste ingebruikname1. Waterontharder instellen2. Zout voor de waterontharder doseren3. Glansmiddel doseren3 Als u een 3in1-afwasmiddel wilt gebruiken:Lees a.u.b. eerst de paragraaf ”Gebruik van 3in1- afwasmiddelen”.1. De toets AAN/UIT indrukken.3 Als indicaties van de programmatoetsen branden, is een afwasprogram-ma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:De functietoetsen 2 en 3 gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken. Alle extra indicaties van de programmatoetsen gaan uit.2. De functietoetsen 2 en 3 gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 4 knipperen.3. Functietoets 4 indrukken.De indicatie 3in1 geeft de huidige instelling aan:4. Door op de functietoets 4 te drukken verandert de instelling.5.

Als de indicatie 3in1 de gewenste instelling aangeeft, op de knop AAN/UIT drukken. De instelling wordt dan opgeslagen.Voor de start van het afwasprogramma het 3in1-afwasmiddel in het vakje voor het afwasmiddel doseren. 1)1) Deze controlelampjes branden niet tijdens het lopende afwasprogramma. Zout bijvullen 1)Glansmiddel bijvullen3in1 3in1-functie ingeschakeldIndicatie 3in1 brandt3in1-functie ingeschakeld: – Het toevoegen van zout en glansmiddel vanuit de betreffende voorraadvakjes is in deze functie geïntegreerd.– Het ontbreken van zout of glansmiddel wordt niet meer aangegeven.Indicatie 3in1 brandt niet3in1-functie uitgeschakeld(instelling vanaf de fabriek).

9Waterontharder instellenDe wateronderharder moet mechanisch en elektronisch worden inge-steld.3 Om kalkafzettingen op servies en in de afwasautomaat te voorkomen, moet het servies met zacht d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. De waterontharder moet volgens de tabel op de waterhardheid binnen uw woongebied worden ingesteld. Informatie over de plaatselijke wa-terhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.De afwasautomaat moet uitgescha-keld zijn. Mechanische instelling:1. De deur van de afwasautomaat ope-nen.2. De onderste korf uit de afwasautomaat nemen.3. De schakelaar voor het hardheidsbe-reik aan de linkerzijde van de kuip op O of 1 draaien (zie tabel).Elektronische instelling:1. De toets AAN/UIT indrukken.3 Als indicaties van de programmatoetsen branden, is een afwasprogram-ma geactiveerd.

Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:De functietoetsen 2 en 3 gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken. Alle extra indicaties van de programmatoetsen gaan uit.2. De functietoetsen 2 en 3 gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 4 knipperen.3. Functietoets 1 indrukken.De LED-indicatie van de functietoets 1 knippert.De multidisplay geeft het ingestelde hardheidsniveau aan.4. Het drukken op de functietoets 1 verhoogt het hardheidsniveau met 1.(Uitzondering: na hardheidsniveau 10 volgt hardheidsniveau 1).

105. Als het hardheidsniveau correct is ingesteld, op de AAN/UIT-toets druk-ken.Het hardheidsniveau is dan opgeslagen. Als de waterontharder elektronisch op “1“ wordt ingesteld, dan wordt daarmee het controlelampje voor zout uitgeschakeld.WaterhardheidInstelling van het hard-heidsniveauIndicatie op de multidisplayin °d1))1) (°d) Duitse graden, maat voor de waterhardheidin mmol/l2))2) (mmol/l) millimol per liter, internationale eenheid voor waterhardheidBereik mechanisch elektronisch51 - 7043 - 5037 - 4229 - 3623 - 289,0 - 12,57,6 - 8,96,5 - 7,55,1 - 6,44,0 - 5,0IV 1103)98763) Bij deze instelling kan de looptijd van het programma iets langer worden.*) instelling vanaf de fabriek10L .9L8L7L6L0*19 - 2215 - 183,3 - 3,92,6 - 3,2III54*5L4L11 - 14 1,9 - 2,5 II 3 3L4 - 10 0,7 - 1,8 I/II 2 2Londer 4 onder 0,7 I1geen zout no-dig1L

11Speciaal zout doserenOm de waterontharder te ontkalken dient speciaal zout gedoseerd te worden. Alleen zout dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk ge-bruik bestemd is gebruiken.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan zout:– Voor de eerste ingebruikname van de afwasautomaat.– Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor zout brandt.1. Deur openen, onderste korf uitnemen2. Afsluitdop van het voorraadvakje van het zout linksom opendraaien.3. Alleen bij de eerste ingebruikna-me:Het zoutvoorraadvakje geheel met water vullen.4. De meegeleverde trechter in de ope-ning van het voorraadvakje steken.Zout in het voorraadvakje doseren, inhoud afhankelijk van de korrel-grootte ca. 1,0-1,5 kg. Het voor-raadvakje niet overmatig vullen.3 Het kan geen kwaad als bij het doseren van het zout water overloopt.5. De opening van het voorraadvakje van zoutresten ontdoen.6.

De afsluitdop rechtsom dichtdraaien.7. Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daar-door worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld.3 Afhankelijk van de korrelgrootte kan het enige uren duren voordat het zout in het water is opgelost en het controlelampje voor zout weer dooft.

12Glansmiddel doserenOmdat het glansmiddel het spoelwater beter laat aflopen krijgt u vlek-vrij, glanzend servies en heldere glazen.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan glansmiddel:– Voor de eerste ingebruikname van de afwasautomaat.– Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor glansmiddel brandt.Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor afwasautomaten en geen an-dere vloeibare reinigingsmiddelen. 1. De deur openen. Het vakje voor het glansmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur van de afwasautomaat.2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken.3. Deksel openklappen.4. Glansmiddel langzaam en precies tot de streepmarkering “max“ dose-ren; dat komt ongeveer overeen met een doseerhoeveelheid van 140 ml 5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt.6. Als er glansmiddel naast is gelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

13Glansmiddeldosering instellen3 De dosering alleen dan veranderen als op glazen en servies vegen, melk-achtige vlekken (dosering lager instellen) of opgedroogde waterdrup-pels (dosering hoger instellen) te zien zijn (zie hoofdstuk “Als het afwasresultaat niet bevredigend is“). De dosering kan van 1-6 worden ingesteld. Vanaf de fabriek is de dosering op “4“ ingesteld. 1. De deur van de afwasautomaat openen.2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken.3. Deksel openklappen.4. De dosering instellen.5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt.6. Als er glansmiddel is uitgelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.Glansmiddeltoevoer in- en uitschakelenAls de 3in1-functie is gekozen, hoeft u niet tevens de glansmiddeltoe-voer in te schakelen.1. De toets AAN/UIT indrukken.3 Als indicaties van de programmatoetsen branden, is een afwasprogram-ma geactiveerd.

Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:De functietoetsen 2 en 3 gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken. Alle extra indicaties van de programmatoetsen gaan uit.2. De functietoetsen 2 en 3 gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 4 knipperen.3. Functietoets 2 indrukken.De LED-indicatie van de functietoets 2 knippert.De multidisplay geeft de huidige instelling aan: 4. Het drukken op de functietoets 2 schakelt de glansmiddeltoevoer in of uit.0d Glansmiddeltoevoer uitgeschakeld 1dGlansmiddeltoevoer ingeschakeld (voorinstelling vanaf de fabriek)

145. Als de multidisplay de gewenste instelling aangeeft, druk dan op de AAN/UIT-toets. De instelling wordt dan opgeslagen. In het dagelijks gebruikBestek en servies in de machine plaatsen 1 Sponzen, huishouddoeken en alle voorwerpen die water opnemen mo-gen niet in de afwasautomaat worden gereinigd. Servies voorzien van een kunststof- en teflonlaag houdt waterdruppels sterk vast. Daarom droogt dit type servies iets minder goed dan porselein en edelstaal. • Voordat u het servies in de machine plaatst, moet u:– grove etensresten verwijderen. – pannen met ingebrande etensresten inweken. • Bij het plaatsen van het servies en het bestek op het volgende letten:– Het servies en het bestek mogen de sproeiarmen niet in hun draai-beweging hinderen. – Schoteltjes, kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar onde-ren plaatsen, opdat er geen water in kan achterblijven.

– Servies en bestekdelen mogen niet in elkaar worden geplaatst of el-kaar afdekken. – Om glasbeschadigingen te voorkomen mogen glazen elkaar niet aanraken. Voor het afwassen in de afwasautomaat is het volgende bestek/serviesniet geschikt: wel geschikt:• Bestek voorzien van een houten, hoornen, porseleinen of paarle-moergreep• Niet hittebestendige kunststofdelen• Ouder bestek waarvan de lijmtemperatuurgevoelig is• Gelijmd servies of bestekdelen• Voorwerpen van tin en koper• Kristal• Roestgevoelige staaldelen• Houten plankjes• Kunstvoorwerpen• Aardewerkservies alleen in de afwasautomaat reinigen als dit door de fabrikant expliciet als daarvoor geschikt is benoemd. • Op het glazuur aangebrachte versieringen kunnen na zeer vaak machinaal afwassen ver-bleken. • Zilveren en aluminiumonderdelen kunnen als gevolg van het afwassen verkleuren.

Etensres-ten zoals eiwit, eigeel en mosterd veroorzaken vaak verkleuringen of vlekken op zilver. Zilver dient daarom, als het niet direct na het ge-bruik wordt afgewassen, onmiddellijk van etensresten ontdaan te worden.

15– Kleine voorwerpen (bijv. deksels) niet in de servieskorven maar in de bestekkorf plaatsen zodat ze niet door de korf naar beneden kun-nen vallen.Bestek in de machine plaatsen1 Waarschuwing: Messen met een scherpe punt en scherpkantig bestek dienen vanwege kans op verwondingen in de bovenste korf geplaatst te worden.Opdat alle bestekdelen in de bestekkorf door water worden omspoeld, moet u:Voor grotere bestekdelen zoals bijv. een garde, kan een helft van het bestekrooster weggelaten worden.1.Roosterinzet op de bestekkorf insteken2.Vorken en lepels met de greep naar onderen in de roosterinzet van de bestekkorf plaatsen.

16Schalen, pannen, grote bordenGroter en sterk vervuild servies in de onderste korf plaatsen(Borden met een max. doorsnede van 29 cm). Om groter vaatwerk makkelijker te kunnen inruimen, kunnen de beide rechte bordenrekken van de onder-ste korf worden ingeklapt. Kopjes, glazenKlein, teer servies of lange, puntige bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. • Serviesdelen op en onder het op-klapbare kopjesrek om en om plaatsen zodat het water de diver-se delen kan bereiken.

17• Voor hoge serviesdelen kunnen de kopjesrekken omhoog worden geklapt.• Wijn- of cognacglazen in de kop-jesrekken hangen of hiertegen la-ten steunen.Bovenste korf in hoogte verstellen3 De hoogteverstelling is ook bij beladen korven mogelijk. Hoger/lager plaatsen van de bo-venste korf 1. De bovenste korf geheel uittrekken.2. De bovenste korf zo ver mogelijk optillen en loodrecht laten zakken.De bovenste korf klikt in de onder-ste of bovenste positie vast.maximale hoogte van het servies inbovenste korf onderste korfbij hoger geplaatste bovenste korf 22 cm 30 cmbij lager geplaatste bovenste korf 24 cm 29 cm

18Afwasmiddel doserenAfwasmiddelen lossen de vervuilin-gen van servies en bestek op. Het afwasmiddel moet vóór de start van het programma worden gedo-seerd.1 Gebruik alleen afwasmiddel voor huishoud-afwasautomaten.Het vakje voor het afwasmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur.1. Als de deksel gesloten is:Ontgrendelingsknop indrukken.Deksel springt open.2. Afwasmiddel in het vakje voor af-wasmiddel doseren. Als doseerhulp voor afwasmiddel in poedervorm dienen de markeringen: “20/30“ is gelijk aan ca. 20/30 ml afwasmiddel. Doseer- en bewaaradviezen van de fabrikant opvolgen.3. Deksel dichtklappen en aandrukken tot deze vastklikt.3 Bij zeer sterk vervuild servies moet extra afwasmiddel in het zijvakje worden gedoseerd (1). Dit afwas-middel wordt reeds bij het voorspoelen werkzaam.

19Compacte afwasmiddelenAfwasmiddelen voor afwasautomaten zijn vandaag de dag bijna uit-sluitend compacte afwasmiddelen, in tablet- of poedervorm, met een laag alkalisch gehalte en natuurlijke enzymen.2 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met deze compacte afwasmid-delen ontlasten het milieu en sparen uw servies, omdat deze afwaspro-gramma’s speciaal op de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen in compacte afwasmiddelen zijn afgestemd. Daarom bereiken 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met compacte afwasmiddelen dezelfde afwasresultaten die anders alleen met 65 °C-programma’s be-reikt kunnen worden.Afwastabletten3 Afwastabletten van verschillende fabrikanten hebben een andere op-lostijd. Daarom kunnen sommige afwastabletten bij korte programma’s niet tot hun volledige werking komen.

Gebruik daarom afwastabletten voor afwasprogramma’s met voorspoelen.Gebruik van 3in1-afwasmiddelenBij deze producten betreft het een afwasmiddel met een gecombineer-de afwasmiddel-, glansmiddel- en zoutfunctie.1. Controleer of deze afwasmiddelen voor de waterhardheid in uw gebied geschikt zijn. Let op de aanwijzingen van de fabrikant.2.

Het afwasmiddel uitsluitend in het vakje voor afwasmiddel doseren.3 Wanneer u 3-in-1 afwasmiddel gebruikt, kan het op grond van de ver-schillende kwaliteitsstandaards van de afwasmiddelen voorkomen, dat het vaatwerk niet voldoende droog wordt.Ga in dit geval als volgt te werk (zie het hoofdstuk “Glansmiddel toe-voegen”):• Glansmiddel bijvullen in het reservoir (wanneer dit leeg is).• Glansmiddeldosering mechanisch op “2” instellen.• Glansmiddeltoevoer inschakelen.Als u geen 3in1-producten meer wilt gebruiken, ga dan als volgt te werk: • Vul de vakjes voor zout en glansmiddel.• Stel de waterontharder op de hoogste instelling in en voer max. drie normale cycli zonder belading uit.• Stel vervolgens de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.

20Afwasprogramma kiezen (programmatabel)Afwas-programmaGeschikt voor:SoortvervuilingProgrammaverloopVerbruiks-waarden1)1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Deze zijn van de belading van de korven afhankelijk. In de praktijk zijn afwijkingen daarom mogelijk.VoorspoelenReinigenSpoelenNaspoelenDrogenDuur (minuten)Energie (kWh)Water (liter)Servies en pannensterk vervuild,opgedroogde etens-resten, met name ei-wit en zetmeel• • 2x • • 110 - 120 1,75 - 1,95 23 - 25 2)2) Bij dit programma wordt aan de hand van de vertroebeling van het spoelwater vastgesteld hoe sterk het servies vervuild is. Programmaduur, water- en energieverbruik kunnen sterk va-riëren - afhankelijk van de belading en de mate van vervuiling.

21Afwasprogramma starten1. Controleren of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.2. De kraan helemaal opendraaien.3. De deur sluiten.4. De toets AAN/UIT indrukken.5. Gewenste programma kiezen. De programma-indicatie brandt. In de multidisplay wordt de te ver-wachten resterende looptijd van het programma aangegeven. Na ongeveer 3 seconden start het gekozen afwasprogramma. 3 De resterende looptijd in de multidisplay wordt tijdens het afwasproces eventueel aan de belading, de vervuilingsgraad, enz. aangepast.Afwasprogramma onderbreken of afbrekenOnderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut nood-zakelijk is. Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat1 Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar!1. De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt.2. De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder.

Afwasprogramma afbreken1. De functietoetsen 2 en 3 tegelijk indrukken en ingedrukt houden. De programma-indicatie van het lopende afwasprogramma knippert enkele seconden en dooft vervolgens.2. De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken.3. Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is.3 Door het uitschakelen van de afwasautomaat wordt het gekozen af-wasprogramma alleen onderbroken en niet afgebroken. Na het opnieuw inschakelen wordt het afwasprogramma voortgezet.Starttijdkeuze instellen3 Met de starttijdkeuze kunt u het begin van een afwasprogramma 1 tot 19 uur uitstellen.

221. De toets starttijdkeuze zo vaak indrukken tot het gewenste startuitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het afwasprogramma over 12 uur moet starten. De indicatie starttijdkeuze brandt.2. Afwasprogramma kiezen. 3. De resterende tijd tot de start van het afwasprogramma wordt doorlo-pend aangegeven, bijv. 12h, 11h, 10h, ... 1h enz.).Starttijdkeuze wijzigen:Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling nog wijzigen:Starttijdkeuze annuleren:Druk zo vaak op de toets starttijdkeuze tot in de multidisplay de loop-tijd van het gekozen programma verschijnt.

Het gekozen programma start direct.Afwasprogramma wijzigenAls het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het nog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe start-tijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.Afwasautomaat uitschakelenDe afwasautomaat pas uitschakelen als de multidisplay “0“ als de reste-rende looptijd van het afwasprogramma aangeeft.Bij veel afwasprogramma's loopt de droogventilator ook na het einde van het programma door.1. De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties doven.2. De kraan dichtdraaien!1 De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen.Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uitrui-men eerst ca. 15 minuten laten afkoelen.

Daardoor ontstaat er tevens een beter droogresultaat.Machine leeghalen3 Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel voch-tig zijn.• Eerst de onderste korf, dan de bovenste korf uitruimen. Daardoor voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op servies in de on-derste korf druppelt.

23Onderhoud en reiniging1Geen meubelreinigingsmiddel of agressieve reinigingsmiddelen gebrui-ken.• De bedieningselementen van de afwasautomaat met een zachte doek en warm, schoon water reinigen.• De vakjes voor reinigingsmiddel, deurafdichting en watertoevoerslang (indien aanwezig) af en toe op vervuiling controleren en eventueel reinigen.Reiniging van de zeven3 De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuil-de zeven beïnvloeden het afwasresul-taat.1. Deur openen, onderste korf uitne-men.2. Greep ongeveer een kwart slag links-om (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B).3. Fijne zeef (1) aan het greepoog vast-pakken en uit de microfilter (2) trek-ken.4. Alle zeven onder stromend water grondig reinigen.

245. Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen.6. Platte zeef weer plaatsen.7. Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken.8. Zeefsysteem inzetten en door het zo ver mogelijk rechtsom draaien van de greep vergrendelen. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt.1 Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.Wat te doen als...Kleine storingen zelf oplossenAls tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in de multidis-play wordt aangegeven:– Foutcode Å10 (problemen met de watertoevoer),– Foutcode Å20 (problemen met de waterafvoer),kijk dan in de onderstaande tabel.Druk nadat de storing is opgelost op de toets van het begonnen af-wasprogramma. Het afwasprogramma loopt verder.Bij andere foutcodes (“Å “ gevolgd door een getal): – Afwasprogramma onderbreken.

25Storing Mogelijke oorzaak OplossingProgramma-indicatie van het gekozen afwaspro-gramma knippert:de multidisplay geeft de foutcode Å10 aan:(Problemen met de water-toevoer)De kraan is verkalkt of is defect.Controleer de kraan, indien nodig laten repareren.De kraan is gesloten. Open de kraan.Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de kraan is verstopt.Zeef in de slangkoppeling reinigen.De zeven in de kuipbodem zijn verstopt.Druk op de toets van het gestarte afwasprogramma; onderbreek vervolgens het programma (zie hoofdstuk: Afwasprogramma starten);reinig de zeven (zie hoofd-stuk: Reiniging van de ze-ven). Watertoevoerslang ligt niet goed.De ligging van de slang con-troleren.De programma-indicatie van het gekozen af-wasprogramma knippert,de multidisplay geeft de foutcode Å20 aan: (Problemen met de water-afvoer)De sifon is verstopt.

De sifon reinigen.Waterafvoerslang ligt niet goed.De ligging van de afvoer-slang controleren.De multidisplay geeft de foutcode Å30 aan:Het beveiligingssysteem te-gen wateroverlast is in wer-king getreden.Draai eerst de kraan dicht, schakel vervolgens het ap-paraat uit en neem contact op met de service-afdeling.Het programma start niet.De stekker zit niet in hetstopcontact.De stekker in het stopcon-tact steken.De zekering in de huisin-stallatie is niet in orde.De zekering vervangen.Bij modellen met starttijd-keuze:er is een starttijdkeuze in-gesteld.Als het servies direct afge-wassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen.

26 Als het afwasresultaat niet bevredigend isHet servies wordt niet schoon.• Onjuiste keuze van het afwasprogramma.• Het servies was zo geplaatst dat het water niet alle delen heeft be-reikt. De korven mogen niet overbeladen worden.

• De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of op onjuiste wijze ge-plaatst.• Er is geen merkproduct afwasmiddel gebruikt of er is te weinig gedo-seerd.• Bij kalkafzetting op het servies: het voorraadvakje voor het zout is leeg of de wateronthardingsinstallatie is onjuist ingesteld.• De afvoerslang ligt niet goed.Het servies is niet droog en glanst niet.• Er is geen merkproduct glansmiddel gebruikt.• Het voorraadvakje voor het glansmiddel is leeg.Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar.• De dosering voor het glansmiddel lager instellen.Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels zichtbaar.• De dosering voor het glansmiddel hoger instellen.• Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn.

28Aanwijzingen voor testinstituten De test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het test-programma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zout-vakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glans-middel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Inruimvoorbeelden: Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestekHalve belading:6 standaardcouverts incl dienbe-stek, steeds de 2e plaats vrijlatenDosering van het afwas-middel:5 g + 25 g (type B) 20 g (type B)Instelling van het glans-middel:4 (type III) 4 (type III)Bovenste korf *)*) Verplaats het rek voor kopjes zo nodig van rechts naar links. Let er daarbij op dat u het rek op dezelfde hoogte inhangt!

Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.• Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is.• De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd rand-geaard stopcontact steken.• Bij vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag alleen door een er-kende elektro-vakman worden uitgevoerd.• Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspan-ning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen. De ver-eiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven.• Meerwegstekkers/-verbindingen en verlengsnoeren mogen niet wor-den gebruikt.

Brandgevaar als gevolg van oververhitting!• Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de service-afdeling of een erkend vakman worden vervangen.• Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de service-afdeling worden vervangen.

31Opstellen van de afwasautomaat• De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, sta-biel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden.• Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitge-draaid. • De achterste apparaatvoeten kun-nen met een schroevendraaier aan de voorzijde van het apparaat wor-den ingesteld (zie montage-aanwij-zing).• Afvoerslang, toevoerslang en aan-sluitsnoer moeten binnen de sokke-luitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden.• De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keuken-werkblad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd zijn. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDE-voorschrift gegarandeerd is.

Geïntegreerde afwasautomaat(zie bijgevoegd montagesjabloon)3 De apparaatdeur kan van een houten plaat/meubelplaat in de volgende afmetingen worden voorzien:Breedte: 591 – 594 mmDikte: 16 - 24 mmHoogte:(variabel)afhankelijk van – Nishoogte– Sokkelhoogte– Aanpassing aan het voegverloop van de aangren-zende meubelsDe exacte hoogteafmeting dient op de opstelplaats t.o.v. de aangrenzende meubels worden afgemeten.Gewicht: max. 8 kg

32Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting • De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden.• De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.Toegestane waterdrukToevoerslang aansluiten1 De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of in-eengestrengeld zijn.De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (¾ inch) aansluiten. De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien:– De kunststof aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aandraaien.– De metalen aansluitmoer van de slangkoppeling moet te allen tijde m.b.v.

gereedschap worden aangedraaid.Vervolgens de dichtheid visueel controleren (controleren of de kraan niet druppelt).3 Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren of om aan de beschikba-re kraan een aftakstuk te laten installeren.Als u een langere toevoerslang dan de meegeleverde slang nodig hebt, dan de volgende, bij de vakhandel verkrijgbare VDE-goedgekeurde, complete slangsets gebruiken:– Slangset “WRflex 100“ (E-Nr.: 911 239 034)– Slangset “WRflex 200“ (E-Nr.: 911 239 035) Laagste toegestane waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa)Bij een waterdruk van minder dan 1 bar verzoeken wij u contact met uw installa-teur op te nemen.Hoogste toegestane waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa)Bij een waterdruk die hoger is dan 10 bar dient een drukverlagingsklep voorgescha-keld te worden (verkrijgbaar bij uw vak-handel).

33WaterafvoerAfvoerslang1 De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.• Aansluiting van de afvoerslang:maximale toegestane hoogte boven de onderkant van het apparaat: 60 cm.Verlengslangen• Verlengslangen zijn via de vakhan-del of onze service-afdeling te ver-krijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, op-dat de functie van het apparaat niet wordt verstoord.• De totale lengte incl. verlengings-slang mag max. 4 meter bedragen.Sifonaansluiting• De tuit van de afvoerslang (ø 19 mm) past op alle gangbare sifonty-pes.

De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.• De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaan-sluiting worden bevestigd.Beveiliging tegen wateroverlastTer voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de toevoer-slang direct de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp in. Daardoor kan het water niet uit- of overlopen. Het restwater dat zich in het ap-paraat bevindt wordt automatisch weggepompt.toegestaan bereik

Het typeplaatje is aan de rechterbinnen-kant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.Let op: – De stekker moet na de opstelling van het apparaat toegankelijk blij-ven.– Na de inbouw mogen spanningvoerende delen en bedrijfsgeïsoleerde bedradingen met de controlevinger volgens DIN EN 60335-1 niet aanraakbaar zijn.AansluittechniekDe toevoer- en afvoerslangen evenals het aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de afwasautomaat aangesloten worden omdat daar aan de achterkant van het apparaat geen plaats voor is.2 steunen 45° of recht,buiten ø 19 mm, lengte 30 mmDubbel ventiel Water-afvoerWater-toevoerWater-toevoerAansluitsnoer Water-afvoerElektrische aansluiting Aansluitsnoer

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG VA6111AF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden