ATAG HIDD8472LV Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG HIDD8472LV (116 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over ATAG HIDD8472LV of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | HIDD8472LV |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 10 |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Breedte: | 870 mm |
| Diepte: | 522 mm |
| Hoogte: | - mm |
| Grill: | Nee |
| Kinderslot: | Ja |
| Energie-efficiëntieklasse: | A |
| Maximale afzuigcapaciteit: | 540 m³/uur |
| Afzuigmethode: | Afvoerend/recirculerend |
| Soort vetfilter: | Roestvrij staal/Houtskool |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 3700 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 3700 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 3700 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 1: | Groot |
| Type brander/kookzone 2: | Groot |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Aantal gaspitten: | 0 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 7400 W |
| LED-indicatoren: | Ja |
| Aan/uitschakelaar: | Ja |
| Aangesloten lading (gas): | 0 W |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Type timer: | Digitaal |
| Breedte kookplaat: | 87 cm |
| Boost functie: | Ja |
| Aantal boosters: | 4 |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Aantal gelijktijdig te gebruiken kookzones: | 4 |
| Bridge functie: | Ja |
| Auto-off timer koks voedsel veilig: | Ja |
| Type brander/kookzone 4: | Groot |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 3700 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Electrisch |
| Aantal ventilatiesnelheden: | 5 |
| Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
| Diameter brander/kookzone 1: | 185 x 220 mm |
| Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
| Diameter brander/kookzone 2: | 185 x 220 mm |
| Positie brander/kookzone 3: | Rechts achter |
| Diameter brander/kookzone 3: | 185 x 220 mm |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts voor |
| Diameter brander/kookzone 4: | 185 x 220 mm |
| Kookzone 1 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 2 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 3 vorm: | Rechthoekig |
| Kookzone 4 vorm: | Rechthoekig |
| Inbouw afzuigkap: | Ja |
| Geluidsniveau ventilatie (min): | 46 dB |
| Geluidsniveau ventilatie (max): | 48 dB |
Handleiding ATAG HIDD8472LV – volledige tekst
Algemene opmerkingen2NLInhoud1 Algemene opmerkingen1. 1 Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door. 1. 2 Reglementair gebruikDe kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld.
Gelijkaardige omgevingen zijn:• Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden• Het gebruik in landbouwbedrijven• Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen• Het gebruik in logies en ontbijt• Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt. 1 Algemene opmerkingen. 21. 1 Hier vindt u. 21. 2 Reglementair gebruik. 22 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen. 32. 1 Voor aansluiting en werking. 32. 2 Voor de kookplaat in het algemeen. 32. 3 Voor personen. 42. 4 Symbool- en instructieverklaring. 53 Beschrijving van het toestel. 63. 1 Bediening met sensortoetsen. 73. 2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld). 74 Bediening. 84. 1 Het inductiekookveld. 84. 2 Panherkenning. 84. 3 Gebruiksduurbeperking. 84. 4 Andere functies. 84. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie). 84. 6 Servies voor inductiekookplaat. 94.
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen3NL2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen2. 1 Voor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. • Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden. • Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt. 2. 2 Voor de kookplaat in het algemeen• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken.
• Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken. Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met aan/uit-toets” of “min-toets uit en niet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
• Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische glasplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur. Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen. • De inductie kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv.
kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische glasplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen. • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten.
Algemene opmerkingen4NL• Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolen op de UIT-toets te drukken. • Hete pannen niet in de buurt van de sensortoetsen schuiven en deze niet afdekken. In dat geval wordt het toestel automatisch uitgeschakeld. • Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden van de kookzone. • Grote pannen zoveel mogelijk op de achterste kookzones gebruiken, om te vermijden dat de sensortoetsen te warm worden (oververhitting van de touch-control; foutmelding E2). • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat kunnen komen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt. • De keramische glasplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv.
schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kunnen door de luchtstroom naar binnen gezogen worden. In beginsel moeten vloeistoff en en kleine onderdelen uit de buurt van het toestel worden gehouden. • Gebruik het toestel nooit zonder vetfi lter. • Verzadigde vetfi lters leveren brandgevaar op. • Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toegestaan, fl amberen is niet toegestaan. • Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) niet overschrijden, anders bestaat er vergiftigingsgevaar. • Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven.
• In recirculatie stand wordt het vocht uit de damp maar voor een klein deel verwijderd. Er moet daarom altijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie.
• Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid). • Schakel na elk gebruik in recirculatie de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op een lage stand of activeer de automatische naloop. Dit is een standaard functie van de inductiekookplaat. (Zie hoofdstuk “naloop”)2. 3 Voor personen• Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt.
• De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden heet tijdens de werking. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden. • Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgegeven fornuisrekken of kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen leiden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz). Raadpleeg altijd betreff ende arts/cardioloog voor een uitspraak. Deze is leidend in het wel of niet gebruiken van het product.
Algemene opmerkingen5NL2. 4 Symbool- en instructieverklaringHet apparaat wordt volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen. Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd. De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:GEVAAROpmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. OPGELETOpmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
LET OPOpmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn. OPMERKINGHet in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat. Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. OPGELET. HETE OPPERVLAKKEN. Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen. De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden.
Beschrijving van het toestel7NL3. 1 Bediening met sensortoetsenDe bediening van de inductie kookplaat gebeurt met slider touch-control toetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de Slider touch-control toetsen het woord 'toets' gebruikt. Aan/Uit-toets (7) Met deze toets wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Kookstandweergave (9)De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:. Restwarmte. Powerstand. Panherkenning. Automatisch aankoken. Pauze-functie. Warmhoudfunctie. KinderbeveiligingSymbolen. Warmhoudstanden 42°C/70°C/94°C. Timerfunctie, automatische uitschakeling. Kookwekker.
Bridge functieVergrendeltoets (10)Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd. Autoprogramma-toets (11)Om warm te houden en te sudderen. Powerstand in het sensorveld De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Pauze-toets (13)Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken. Recall-functie (Herstelfunctie) (13)Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen. Weergave ventilator. Vetfi lter reinigen. Koolstoffi lter vervangen / regenereren. Automatische naloop gedeactiveerd. Automatische naloop geactiveerdVentilatorsymbolen. Afzuiging ingeschakeld. Afzuiging in naloopstand 3. 2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst en dan kunt verschuiven.
Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) volgens de beweging. Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld.
Waarop moet u bij de bediening letten. De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/sensorvelden per ongeluk reageren. Sensorveld aantikken of de vinger verschuivenHet sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs. Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar links of naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu. Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert. Sensorveldfout goedaantikken schuiven.
Bediening8NL4 Bediening4. 1 Het inductiekookveldDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische glasplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld• Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),• meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,• energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,• hoge opwarmsnelheid,• weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,• snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. 4. 2 Panherkenning Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenKookzonediameter (mm)Aanbevolen minimum-diameterpanbodem (mm)220 x 190 115De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
OPMERKINGBelangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken. 4. 3 GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk).
GebruiksduurbeperkingIngestelde kookstandGebruiksduurbeperking in minuten123456789P12052040231826021217013911390104. 4 Andere functiesAls één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensortoetsen halen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. 4. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd.
Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').
Bediening9NL4. 6 Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannenGeëmailleerde stalen pannen met dikke bodemPannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracottaGietijzeren pannen met geëmailleerde bodemPannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodemZo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken.
Opmerking:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald. 4. 7 Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie. 4. 8 KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing01-234-567-89PUIT-stand, benutting van de restwarmteSmelten 42°CWarm houden 70°CSudderen 94°CVerder koken van kleine hoeveelhedenDoorkokenGaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukkenBraden, bechamelsaus makenBradenAan de kook brengen, aanbraden, bradenPowerstand (hoogste vermogen)Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstand worden gekozen. 4. 9 Restwarmteweergave De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden.
LET OPNa het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
De pan wordt verwarmd.Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool . Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”.4.12 Kookzone uitschakelen4. a) Het sensorveld uiterst links aanraken ofb) de op het sensorveld geplaatste vinger naar links verschuiven om de kookstand op 0 te verlagenc) op de Aan/Uit-toets drukken. De bijbehorende kookzones worden uitgeschakeld.4.13 Kookplaat uitschakelen5. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld.OPMERKINGAls alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand 0) en vervolgens op geen enkele toets of sensorveld meer wordt gedrukt, wordt de kookplaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld.* De powerstand wordt meteen geactiveerd.
Bediening11NL4.14 Pauze-functie Het koken kan tijdelijk met de Pauze-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort te zetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een evt. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder.Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijn ingesteld.2. Op de Pauze-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstanden gaat het pauzesymbool aan.3.
De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de Pauze-toets en daarna op het knipperend sensorveld links naast de Pauze-toets te drukken.Bij het aanraken van het sensorveld over het hele sensorveld glijden (sliden).De tweede toets moet binnen 10 seconden worden aangeraakt, anders blijft de Pauze-functie actief.4.15 Recall-functie (Herstelfunctie)Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen.De recall-functie functioneert alleen als er ten minste één kookzone is ingeschakeld.1. De kookplaat werd per ongeluk met de Aan/Uit-toets uitgeschakeld.2. Binnen 6 seconden na het uitschakelen, opnieuw op de Aan/Uit-toets drukken. De led van de Pauze-toets knippert. Meteen daarna op de Pauze-toets drukken.De oorspronkelijke kookstanden zijn weer ingesteld.
Het kookproces wordt voortgezet.Hersteld worden:• de kookstanden van alle kookzones• minuten en seconden van voor welbepaalde kookzones geprogrammeerde timers• aankookautomaat• powerstandNiet hersteld worden:• De tellers van de gebruiksduurbeperking (er wordt weer vanaf 0 geteld)
Bediening12NL4. 16 Kinderbeveiliging De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd. Kinderbeveiliging inschakelen1. De Aan/Uit-toets kookplaat indrukken (ca. 1 sec. ) om de complete kookplaat in te schakelen. 2. Meteen daarna gelijktijdig op de Vergrendeltoets en de Pauze-toets drukken3. Vervolgens op de Vergrendeltoets drukken om de kinderbeveiliging te activeren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Kinderbeveiliging uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken. 5. Meteen daarna gelijktijdig op de Vergrendeltoets en de Pauze-toets drukken6. Vervolgens op de Pauze-toets drukken om de kinderbeveiliging uit te schakelen. De L verdwijnt.
Kinderbeveiliging slechts voor één kookproces uitschakelenVoorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens punt 1-3 ingeschakeld. • Op de Aan/Uit-toets drukken. • Meteen daarna gelijktijdig op de Vergrendeltoets en de Pauze -toets drukkenNu kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden. Na het uitschakelen van de kookplaat is de kinderbeveiliging weer actief (ingeschakeld). Opmerkingen• Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd, d. w. z. gedeactiveerd. 4. 17 Bridge functie De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (bridge functie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt. 1. De inductie kookplaat inschakelen. 2. Om de bridge functie in te schakelen, dient het sensorveld. van de voorste en achterste kookzone gelijktijdig aanraken. De bridge functie is ingeschakeld, het symbool verschijnt.
Bediening13NL4. 18 Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van10 sec. (0. 10) tot 1 uur en 59 minuten (1. 59) worden ingesteld. 1. De inductie kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 2. Gelijktijdig op de plus- en min-toets drukken tot het symbool voor de gewenste kookzone oplicht. 3. Om de tijd in te stellen op de plus- of min-toets drukken. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het decimale punt knippert. 4. Na afl oop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op de plus- en min-toets te drukken.
Opmerkingen• Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone te programmeren, de stappen 2 tot 3 herhalen. • Ter controle van de verstreken tijd (automatische uitschakeling) zo vaak tegelijkertijd op de plus- en min-toets drukken tot het overeenkomstige symbool voor de gewenste kookzone oplicht. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: door gelijktijdig op de plus- en min-toets te drukken de gewenste kookzone selecteren en de tijd door drukken op de min-toets wissen („0”). • Als meerdere kookzones met automatische uitschakeling geprogrammeerd zijn, wordt in de timer-weergave steeds de kookzone met de kortste tijd aangetoond. 4. 19 Kookwekker (eierwekker)De kookzones zijn uitgeschakeld1. De inductie kookplaat inschakelen. 2.
Gelijktijdig op de plus- en min-toets drukken tot onder de timer-aanwijzing het symbool oplicht. 3. Om de tijd in te stellen op de plus- of min-toets drukken. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het decimale punt knippert. 4.
Na afl oop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op de plus of min-toets of te drukkenKookwekkerinstelling als er al kookzones in gebruik zijn• Gelijktijdig op de plus- en min-toets drukken tot onder de timer-aanwijzing het symbool oplicht. • Om de tijd in te stellen op de plus- of min-toets drukken. • Na afl oop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op de plus of min-toets of te drukken. OPMERKINGDe kookwekker blijft ook dan in werking als de linker of rechter kookplaatzijde uitgeschakeld is. Om de tijd te wijzigen de linker of rechter kookplaatzijde inschakelen.
Bediening15NL4.22 Vergrendeling Door de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de inductie kookplaat uit te schakelen.Vergrendeling inschakelen1. Op de vergrendeltoets drukken. Het controlelampje boven de vergrendeltoets brandt.Vergrendeling uitschakelen2. Op de vergrendeltoets drukken. Het controlelampje boven de vergrendeltoets dooft uit.OPMERKINGDe geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de inductie kookplaat uitgeschakeld is! Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerst gedeactiveerd worden!Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beëindigd, d.w.z. gedesactiveerd.4.23 Powerstand De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.1.
De inductie kookplaat inschakelen.2. Het sensorveld uiterst rechts bij max. van de gewenste kookzone aanraken. In de kookstandweergave verschijnt . De powerstand is ingeschakeld.3. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.OpmerkingOm de powerstand vervroegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sensorveld drukken.4.24 PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond.10 min.Modules (powermanagement)
Bediening16NL4.25 Afzuiging gebruikenIn het midden van de kookplaat bevindt zich de afzuiging naar onderen.LET OPLeg het deksel niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!4.25.1 Ventilator in- en uitschakelen1. Aan/Uit-toets ventilator indrukken (ca. 1 sec.)2. Daarna kan met de plus- / of min-toets een gewenste vermogensstand 1,2,3,4 of P worden gekozen. Het symbool van de ventilator brandt.De intensieve stand 4 blijft 10 minuten lang ingeschakeld, daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar stand 4.3. Voor het uitschakelen op de min-toets van de ventilator drukken tot er 0 wordt weergegeven of op de Aan-/Uit-toets van de ventilator drukken.TipOm te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv.
aspergepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.4.25.2 Instelbare naloop van de afzuigingDe naloop van de afzuiging wordt na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de fi lters in het systeem gedroogd.Naloop instellen1. De plus- en min-toets van de ventilator tegelijk indrukken. Vervolgens is er een ventilatornaloop van 10 minuten ingesteld. Het ventilatorsymbool en de decimale punt knipperen.2. Met de plus-toets wordt de tijd in stappen van 5 minuten verlengd.Met de min-toets wordt de tijd in stappen van 5 minuten verkort.3. Door opnieuw tegelijkertijd indrukken van de plus- en min-toets wordt de instelling gestart en verdwijnt de weergave. De resterende nalooptijd en de ingestelde ventilatorstand wordt om de 30 seconden kort weergegeven.
Bediening17NLNaloop tijd wijzigen• De plus- en min-toets van de ventilator tegelijk indrukken. De tijd kan worden gewijzigd. Naloop voortijdig uitschakelen• Automatische naloop: Op de Aan/Uit-toets van de ventilator drukken. OPMERKINGAls de ventilatie minstens 15 minuten in gebruik was, vindt er een automatische naloop van 15 minuten in stand 1 plaats om het systeem te drogen. Automatische naloop deactiveren1. De besturing met de Aan/Uit-toets van de ventilator inschakelen. 2. De Aan/Uit-toets van de ventilator ca. 3 seconden indrukken totdat verschijnt. De automatische naloop is permanent gedeactiveerd. Automatische naloop activeren1. De besturing met de Aan/Uit-toets van de ventilator inschakelen. 2. De Aan/Uit-toets van de ventilator ca. 3 seconden indrukken totdat verschijnt. De automatische naloop is permanent geactiveerd. 4. 25. 3 Aanwijzingen m. b. t.
de nalooptijd Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop van ca. 15 minuten op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd. Bij werking met recirculatiefi lter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken. Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het fi lter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel.
OPGELETBij recirculatie dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. 4. 25. 4 Indicatie vetfi lter reinigen Na 10 bedrijfsuren verschijnt de indicatie voor ‘Filter Cleaning’. Het vetfi lter moet gereinigd worden, anders bestaat er brandgevaar.
Om de ventilatie verder te kunnen gebruiken, kunt u de indicatie met de Min-toets bevestigen. Als het vetfi lter gereinigd is, kunt u de indicatie wissen door de Min-toets en de Aan/Uit-toets van de ventilator tegelijk min. 3 seconden lang in te drukken. De teller voor de indicatie begint weer bij 0 uur. 4. 25. 5 Indicatie koolstoffi lter vervangen Na 150 bedrijfsuren verschijnt de indicatie voor ‘Carbon Cleaning’. Het koolstoffi lter moet worden vervangen. Om de ventilatie verder te kunnen gebruiken, kunt u de indicatie met de Plus-toets bevestigen. Als het koolstoffi lter gereinigd is, kunt u de indicatie wissen door de Plus-toets en de Aan/Uit-toets van de ventilator tegelijk min. 3 seconden lang in te drukken. De teller voor de indicatie begint weer bij 0 uur. 4. 25.
6 Schakel de koolstoffi lter-bedrijfsurenteller uit tijdens de afvoerluchtmodusBij de afvoerluchtmodus kan de bedrijfsurenteller voor het koolstoffi lter worden uitgeschakeld. Hiervoor moet de regelaar eerst via de ‘Aan/Uit’-knop op de afzuiging worden ingeschakeld en mag er geen melding worden weergegeven. Druk vervolgens gedurende 3 seconden tegelijkertijd op de en ‘Aan/Uit’-knop van de afzuiging. In het display verschijnt (Carbon off ) en de bedrijfsurenteller voor het koolstoffi lter is uitgeschakeld. Om de bedrijfsurenteller opnieuw in te schakelen, dient u deze handeling te herhalen. (Carbon on) verschijnt op het display en de bedrijfsurenteller voor het koolstoffi lter is weer ingeschakeld.
Reiniging en onderhoud18NL5 Reiniging en onderhoud• Vóór het reinigen de inductie kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische glasplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de inductie kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. 5. 1 Keramische glasplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de inductie kookplaat één keer in de week grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen. Sterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de inductie kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de keramische glastegel reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de keramische glastegel hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het design op het keramische glas in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.
Reiniging en onderhoud19NL5. 2 AfzuigingReiniging van de vetfi ltersReinig het vetfi lter minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje. Voor het uitnemen van het fi lter, dient men de kap van de afzuiging op te tillen. Hierdoor kunt u gemakkelijk het fi lter uitnemen voor de schoonmaak. OPMERKINGDe glazen afdekplaat niet te hard neerleggen. Kans op glasbreuk. Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine ondersteboven zetten. Gebruik a. u. b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor RVS, om schade en verkleuringen aan de fi lters te voorkomen. Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen. Gebruik de afzuiging niet zonder vetfi lters. Na de fi lterreiniging de fi lters droog weer in de afzuiging zetten. Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zichtbaar zijn.
Neem liefst bij ieder fi ltervervanging de goed toegankelijke binnenzijde van de afzuiging behuizing af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de afzuiging behuizing. Glazen afdekplaatReiniging en onderhoud van de afzuiging behuizingHet geniet de voorkeur om de behuizing bij iedere fi lterreiniging te reinigen. Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi lter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de behuizing gereinigd moeten worden. Het niet tijdig reinigen van het vetfi lter en de behuizing kan leiden tot vervelende geurtjes in ruststand en bij opstarten van de afzuiging. Het is daarom raadzaam deze reiniging minimaal één keer per maand grondig te doen. De behuizing kunt u het beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen.
Dit is sterk afhankelijk van het kookgedrag van de gebruiker (intensiteit en regelmaat). Afneembare bodem ventilatorDe bodem van de behuizing kan worden uitgenomen om te worden gereinigd. Hiervoor dient u de kookplaat en de ventilator uit te schakelen en de glazen afdekking en het fi lter uit te nemen. De bodem met de ene hand van onderen vasthouden en met de andere hand de 4 vergrendelingen openen. Na het openen de bodem horizontaal houden en voorzichtig naar onderen toe weghalen. Eventuele vloeistoff en weggieten en verontreinigingen grondig verwijderen. Toegankelijke binnenzijden van de behuizingen reinigen. Optioneel kan men de bodem in de vaatwasser laten reinigen. Na de reiniging de bodem weer inzetten en met de 4 vergrendelingen bevestigen.
Wat te doen bij problemen. 20NL6 Wat te doen bij problemen. Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een servicemonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd. • Is het netsnoer aangesloten.
• Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d. w. z. wordt er een L aangetoond. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd kookgerei gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente activering van de slider touch-control door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de inductie kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de inductie kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG HIDD8472LV stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat ATAG
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat