ATAG HI7271MUU Handleiding

ATAG Fornuis HI7271MUU

Bekijk gratis de handleiding van ATAG HI7271MUU (164 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over ATAG HI7271MUU of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/164
HI6271F
HI6271M
HI6211M
HI7271M
HI7211M
HI7271I
HI8271M
HI9271M
HI9271I
HI3271M
Handleiding Manual
700003177001
Het toestel-identifi catieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
e appliance identifi cation card is located on the bottom of the appliance.
Plak hier het toestel-identifi catieplaatje.
Stick the appliance identifi cation card here.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling,
het complete typenummer bij de hand.
When contacting the service department,
have the complete type number to hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.
You will fi nd the addresses and phone numbers of the service organisation on the guarantee card.

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Fornuis
Model: HI7271MUU

Handleiding ATAG HI7271MUU – volledige tekst

NL 4 InleidingUW INDUCTIEKOOKPLAATDeze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken.

Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductie-kookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product. Tevens zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen. Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging. De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding.

NL 8Waar u op moet lettenInductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen zoals restwarmte-signalering en kookduurbegrenzing. Toch is er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten.Aansluiten en reparatieAlleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten. • Open nooit de behuizing van het toestel. Alleen een service - •technicus mag het toestel openen. Maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt •gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te nemen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten bij een vaste aansluiting.Tijdens gebruikGebruik het toestel niet beneden 5 °C. • Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik •het alleen voor het bereiden van gerechten.

Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een •‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf. Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere •standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld. Ook bij de automatische kookprogramma’s. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Houd •natuurlijke ventilatieopeningen open. Let op dat pannen niet droog koken. De kookplaat zelf is •beveiligd tegen oververhitting, de pan wordt echter zeer heet en kan beschadigd raken. Schade door droogkoken valt buiten de garantie.Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats. • Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de onderkant van de •kookplaat en de inhoud van een lade. Leg geen brandbare voorwerpen in een lade onder de kookplaat.

NL 9 De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik •ook een tijd warm. Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken. Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Ga niet te dicht •bij de pan staan. Wanneer olie vlam vat, het vuur nooit doven met water. Leg onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit. Flambeer nooit onder de afzuigkap. Door de hoge vlammen kan •brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap. De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. •Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voor-werp op valt, kan er een breuk ontstaan. Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer. •Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst.

Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, •deksels van pannen of bestek, op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken. Houd tijdens het gebruik magnetiseerbare voorwerpen •(creditcards, bankpasjes e. d. ) uit de buurt van het toestel. Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hart specialist te raadplegen. Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreiniger voor het •reinigen van de kookplaat. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door hulpbehoevenden, •kleine kinderen en/of personen met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij goede begeleiding krijgen of geïnstrueerd zijn in het veilig gebruiken van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt •automatisch de kookactiviteit.

Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen. Een klein voorwerp, zoals een te kleine kookpan (kleiner dan •12 cm), een vork of een lepel, wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd.

NL 10Temperatuurbeveiliging Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert •ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden.

Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone/kookplaat automatisch verlaagd of schakelt de kookzone/kookplaat helemaal uit.KookduurbegrenzingAls een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:Kookstand De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na:1 en 2 9 uur3, 4 en 5 5 uur6, 7 en 8 4 uur9 3 uur10 2 uur11 en 12 1 uur Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone •automatisch uit.Kookstand De kookzone wordt automatisch naar stand 12 geschakeld na:boost 10 minuten VeiligheidsvoorschriftenUW INDUCTIEKOOKPLAAT

NL 11Werking van de aanraaktoetsenHet bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste eff ect. U hoeft niet hard te drukken.De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt. InductiekokenInductiekoken is snelIn het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.Het vermogen past zich aanBij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat.

Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is. Let op Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te •verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.Gebruik de kookplaat niet als werkvlak. • Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te •voorkomen.Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.GEBRUIK Even wennen

NL 12Werking inductieIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.ComfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost evenveel tijd als koken op een andere kookplaat.SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan.

Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductie-stroom. Even wennenGEBRUIK

NL 13Pannen voor inductiekokenInductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen. Let op Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn •niet meer geschikt voor inductiekoken. Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en •inductiekoken met: een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; ºeen vlakke bodem. ºHet beste zijn pannen met het “Class Induction” keurmerk. •TipMet een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn.

Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.Geschikt OngeschiktSpeciale roestvrijstalen pannen AardewerkClass Induction RoestvrijstaalSolide geëmailleerde pannen PorseleinGeëmailleerde gietijzeren pannen KoperKunststofAluminiumVoor de automatische kookprogramma’s wordt geadviseerd om de pannen te gebruiken die door ATAG worden aanbevolen (zie www.atagservice.nl).Let op Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen: • op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de ºpan te droog is; door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk ºkromtrekken.GEBRUIK Pannen

NL 14Let opGebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.Minimale pandiameter De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.Snelkookpannen Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct. PannenGEBRUIK

InstellenNL 15 InstellenInschakelen en vermogen instellenHet vermogen is in te stellen in 12 standen. Daarnaast is er nog een ‘boost’ stand.Zet een pan op een kookzone.1. Druk op de 2. toets.Er klinkt een enkel geluidssignaal. Druk op de aan-/uittoets 3. van de gewenste kookzone. In de display verschijnt een knipperende ‘-’ en er klinkt een enkel geluidssignaal. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de kookzone na 10 seconden vanzelf uit. 4. Stel met de of toets, of de of toets de gewenste stand in. De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand (als er een pan gedetecteerd wordt). º Drukt u de eerste keer op de of toets, dan verschijnt stand 6. Drukt u de eerste keer op de º toets dan verschijnt stand 12 + ‘boost’.

Dit is de ‘boost’ stand en deze kunt u gebruiken om een korte tijd op heel hoog vermogen te koken (zie pagina 16).Drukt u de eerste keer op de º toets dan verschijnt stand 1. Tips Met de • of toets kunt u de stand stapsgewijs ophogen of verlagen. Drukt u op de of de toets, dan kunt u de stand versneld ophogen of verlagen. U kunt de • , , of toets ingedrukt houden om sneller het gewenste vermogen in te stellen.Pandetectie Indien de kookplaat na het instellen van een kookvermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal het display blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen 1 minuut geen (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone automatisch uit (zie ook pagina 13 en 14; “Pannen”).Restwarmte-indicatieNa intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven.

NL 16 InstellenBoostDe ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 12.De boost functie inschakelen1. Zet een pan op een kookzone en schakel de kookzone in.2. Druk direct na inschakeling een keer op de toets.In de display verschijnt stand 12 en ‘boost’. Staat een zone al ingesteld op een bepaalde stand en wilt u deze op •de ‘boost’ stand zetten, dan kunt u dit doen door meerdere keren op de toets of de toets te drukken. De boost functie uitschakelenDe boost functie is ingeschakeld, in de display is stand 12 en ‘boost’ zichtbaar.1. Druk op de of toets. In de display verschijnt een lagere stand. Of:2. Druk op de aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen.Er klinkt een enkel geluidssignaal en de display dooft.

De kookzone is nu helemaal uit.Twee achter elkaar liggende kookzonesTwee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. De eerst ingestelde kookzone houdt te allen tijde de ingestelde stand. De stand die maximaal ingesteld kan worden voor de voor- of achterliggende kookzone die later wordt bijgeschakeld, hangt dus af van de stand van de eerste kookzone. Wanneer u de maximale combinatie van kookstanden heeft bereikt, gaat de laatst ingestelde stand knipperen en wordt automatisch verlaagd naar de hoogst mogelijke stand.Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op een hoge stand instellen.BEDIENING

NL 17 InstellenUitschakelenEén kookzone uitschakelenDruk op de aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen.Er klinkt een enkel geluidssignaal en de display dooft. Indien alle kookzones op deze manier uitgeschakeld zijn staat •de kookplaat automatisch in stand-by modus (zie ook ‘stand-by modus’).Alle kookzones tegelijk uitschakelenDruk kort op de toets om alle kookzones gelijktijdig uit te schakelen.Er klinkt een enkel geluidssignaal. Naast de toets blijft een rood lampje langzaam aan en uit gaan. De kookplaat staat nu in de eco stand-by modus (zie ook ‘eco •stand-by modus’).Stand-by modusIn stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld. U kunt naar de stand-by modus schakelen vanuit eco stand-by modus, of door alle afzonderlijke kookzones uit te schakelen.Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de aan-/uittoets van de gewenste kookzone te drukken.

De kookplaat vanuit eco stand-by modus naar stand-by modus schakelenHet rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. Druk kort op de toets om naar stand-by modus te schakelen.Er klinkt een enkel geluidssignaal. Alle lampjes op de kookplaat zijn uit.Eco stand-by modusIn eco stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en verbruikt de kookplaat het minste energie. De kookplaat kan naar eco stand-by modus geschakeld worden vanuit de stand-by modus en wanneer er nog kookzones actief zijn.BEDIENING

NL 18 InstellenWist u datDe kookplaat in eco stand-by modus minder dan 0,5 W verbruikt. Dit is nog minder dan in de stand-by modus van de kookplaat.De kookplaat naar eco stand-by modus schakelenDruk kort op de toets. Er klinkt een enkel geluidssignaal. De eco stand-by modus is actief, het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan.Vanuit de eco stand-by modus kunt u niet meteen beginnen met koken. Hiervoor moet de kookplaat eerst naar stand-by modus geschakeld worden.Wist u datNa 30 minuten in de stand-by modus schakelt de kookplaat automatisch naar eco stand-by modus om onnodig energieverbruik te voorkomen.KinderslotU kunt de kookplaat met het kinderslot vergrendelen. Onbedoeld inschakelen van de kookzones wordt hiermee voorkomen. De kookplaat naar kinderslot schakelen Druk gedurende 2 seconden op de 1. toets.Er klinkt een dubbel geluidssignaal.

Alle toesten zijn nu inactief behalve de toets. De kookplaat schakelt eerst naar eco stand-by modus en dan door naar de kinderslot modus. Het rode lampje brandt constant. 2. Druk nogmaals 2 seconden op de toets om de kookplaat van het kinderslot te halen.Er klinkt een enkel geluidssignaal. De kookplaat is nu in stand-by modus. Het rode lampje naast de toets is uit.TipZet de kookplaat in de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat reinigen om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt.Wist u datWanneer de kookplaat op het kinderslot staat, deze net zo weinig energie verbruikt als in de eco stand-by modus.BEDIENING

NL 19 InstellenPauzeMet de pauze functie kunt u de gehele kookplaat tijdens het koken gedurende 5 minuten ‘op pauze’ zetten. U kunt de kookplaat zo gedurende een korte tijd, op een veilige manier alleen laten of schoonmaken, zonder instellingen te verliezen.De kookplaat naar pauze modus schakelen Druk éénmaal op de toets. Er klinkt een dubbel geluidssignaal, de standen verspringen naar een lagere stand en het rode lampje naast de toets knippert.Eventueel ingestelde timers/kookwekkers staan stil. •Alle kookzones worden automatisch op een lage stand gezet. • Alle toetsen zijn inactief behalve de • toets en de toets. Ook de aan-/uittoetsen van de afzonderlijke kookzones blijven actief, echter deze reageren met een vertraging van twee seconden.

Indien u binnen 5 minuten nogmaals op de toets drukt, zullen de gepauzeerde kookprocessen hervatten.Er klinkt een dubbel geluidssignaal, de kookplaat hervat de instellingen zoals deze voor de pauze ingesteld zijn.Indien u binnen 5 minuten geen verdere actie onderneemt:Worden alle actieve kookzones automatisch uitgeschakeld. Daarna blijft de toets nog 25 minuten knipperen om aan te geven dat de kookprocessen door de pauze modus zijn beëindigd. Na 25 minuten schakelt de kookplaat automatisch van pauze modus naar eco stand-by modus.Herkennen van een modus De stand-by modus Er brandt geen enkel lampjeDe eco stand-by modus Het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan.De kinderslot modus Het rode lampje naast de toets brandt constant.De pauze modus Het rode lampje naast de toets knippert.BEDIENING

InstellenNL 20 InstellenTimer / KookwekkerDe toets van elke kookzone heeft twee functies:De timerfunctie De kookwekkerfunctieDeze functie is te herkennen aan het rode pijltje naar boven ( ).Deze functie is te herkennen aan het rode pijltje naar beneden ( ). In de timerfunctie loopt de tijd op. In de kookwekkerfunctie telt de tijd af. De timer is niet te koppelen aan een kookzone.De kookwekker is te koppelen aan een kookzone. Dit houdt in dat de kookzone uitschakelt als de ingestelde tijd afgelopen is.De timerfunctie schakelt na het drukken op de toets na 3 seconden vanzelf in als u niets doet.De kookwekkerfunctie is te bereiken vanuit de timerfunctie door op de of toets te drukken.Let op Per set van twee kookzones (voor en achter) is één timer/ •kookwekker beschikbaar. In geval van een eventuele 5e kookzone (type HI8271M, HI9271M, HI9721I), heeft de 5e kookzone een eigen timer/kookwekker.

De timer/kookwekker kan per set van twee kookzones slechts aan •één van beide kookzones gekoppeld worden. De timer-/kookwekkerfunctie kan ook gebruikt worden zonder •een bijbehorende kookzone te activeren.De timer inschakelen Druk éénmaal op de 1. toets van de kookzone.De display van de timer licht op en u ziet drie nullen knipperen. Daar onder verschijnt een en .Als u tijd instelt met de geen of toets gaat na 3 seconden automatisch de timer lopen. De timer loopt tot maximaal 9 uur en 59 minuten. licht op en de tijd loopt op.BEDIENING

NL 21 Instellen Druk nogmaals op de 2. toets van de kookzone waarvan brandt, om deze uit te schakelen.De kookwekker inschakelenDruk éénmaal op de 1. toets van de kookzone. Druk op de 2. of toets om van de timerfunctie naar de kookwekkerfunctie te schakelen. Daarna kunt met de toets de gewenste kookduur instellen. Vervolgens kunt u met de toets de ingestelde tijd aanpassen. licht op. De tijd telt af. Druk nogmaals op de 3. toets van de kookzone waarvan brandt, om deze weer uit te schakelen.Let op De kookwekker is gekoppeld aan de kookzone indien de •bijbehorende kookzone ingeschakeld is. Indien de kookwekker gekoppeld is aan een kookzone zal de •kookzone uitschakelen nadat de ingestelde tijd verstreken is.Het kookwekker alarm gaat af en geeft gedurende een kwartier in afnemende mate een geluidssignaal, terwijl ‘0.00’ en blijven knipperen.

Druk nogmaals op de toets van de kookzone waarvan knippert, om het kookwekker alarm weer uit te schakelen.De kookduur instellenSchakel de kookwekker in.Toets Stappen van x per toetsaanrakingTijdsduur x = 1 minuut 0.00 tot ...x = 10 seconden 5.00 - 0.00x = 30 seconden 9.00 - 5.00 x = 1 minuut ... tot 9.00Na 9 minuten en 0 seconden (“9.00”) verschijnt boven het display het woord “.min” en tellen de minuten verder op achter de punt.TipU kunt de of toets ingedrukt houden om sneller de gewenste kookduur in te stellen.BEDIENING

NL 22Geluidssignaal in- en uitschakelenDruk tweemaal op de meest linker aan-/uittoets 1. . Houd daarna tegelijkertijd de 2. toets en de toets ingedrukt totdat u een geluidssignaal hoort.Het geluidssignaal is nu uitgeschakeld voor alle toetsbedieningen, behalve bij de toets en de toets. Let wel: het kookwekker alarm en het geluidssignaal bij foutmeldingen zijn niet uit te schakelen. Gebruik dezelfde toetscombinatie om het geluid weer in te 3. schakelen. InstellenBEDIENING

NL 23Automatische kookprogramma’sUw kookplaat is voorzien van 6 automatische kookprogramma’s. De eventuele eindtijd van een automatisch kookprogramma kunt u zelf instellen met behulp van de kookwekkerfunctie (zie pagina 20).De kookprogramma’s zijn gebaseerd op gangbare hoeveelheden. De tabellen zijn bedoeld als richtlijn, door de ruime marges kunt u het gerecht naar uw eigen wensen aanpassen.Een automatisch kookprogramma instellenDe kookzone is ingeschakeld. Druk op de 1. toets.Een reeks van zes iconen licht op, waarvan 1 icoon feller dan de anderen. Druk nogmaals op de 2. toets, of houd de toets ingedrukt om naar de volgende menufunctie te gaan.Het gekozen kookprogramma start automatisch na 3 seconden. Een ‘A’ van ‘automatisch’ verschijnt in de display.Indien er een automatisch kookprogramma actief is, kunt u met de volgende toetsen terugkeren naar het handmatige kookproces: , , , .

NL 24De volgende automatische kookprogramma’s zijn beschikbaar: (Aan)kookfunctie*/** Brengt de inhoud van de pan aan de kook (100 °C) en houdt deze aan de kook. Er klinkt een geluidssignaal als de inhoud aan de kook is of als het gerecht moet worden toegevoegd. Deze functie werkt alleen zonder deksel op de pan. Gerecht Aantal personenHoeveelheid Pan Zone De pan vullen tot: (begin kookproces)Gekookte aardappelen1 - 3 200 - 500 g Steelpan (Ø 200) Ø 145 1,0 l incl. aardappelen3 - 5 500 - 800 g Lage pan (Ø 200) Ø 180 1,5 l incl. aardappelen3 - 5 500 - 800 g Hoge pan (Ø 200) Ø 180 1,5 l incl. aardappelen6 - 8 1000 - 1400 g Hoge pan (Ø 200) Ø 210 2,5 l incl. aardappelen9 - 15 1500 - 2200 g Grote pan (Ø 240) Ø 260 3,5 l incl. aardappelen9 - 15 1500 - 2200 g Grote pan (Ø 240) Ø 260 dubbel 3,5 l incl. aardappelenGekookte(harde) groenten1 - 3 150 - 250 g Steelpan (Ø 200) Ø 145 1,0 l incl.

NL 25 Sudderfunctie* De temperatuur van het gerecht wordt constant tegen het kookpunt (90 °C - 95 °C) aangehouden. De sudderstand werkt het beste met een deksel op de pan. Dikkere gerechten moeten elke 15 minuten omgeroerd worden. De maximale suddertijd is 8 uur, tenzij er met behulp van een timer een kortere tijd ingesteld is.Gerecht Hoeveelheid +/- Pan ZoneSaus of soep1 l Lage pan (Ø 200) Ø 1451 l Lage pan (Ø 200) Ø 1801,5 l Hoge pan (Ø 200) Ø 1801 l Lage pan (Ø 200) Ø 2101,5 l Hoge pan (Ø 200) Ø 2102,5 l Grote pan (Ø 240) Ø 2602.5 l Grote pan (Ø 240) Ø 260 dubbel Warmhoudfunctie* De temperatuur van het gerecht wordt automatisch op een constante temperatuur van 70 °C - 75 °C gehouden. De warmhoudstand werkt het beste met een deksel op de pan. Grotere hoeveelheden en dikkere gerechten moeten af en toe geroerd worden.

De maximale warmhoudtijd is 8 uur, tenzij er met behulp van een timer een kortere tijd ingesteld is.Gerecht Aantal personenHoeveelheid +/-Pan ZoneAlle gerechten1 1000 g Steelpan (Ø 200) Ø 1452 - 3 1500 g Lage pan (Ø 200) Ø 1804 2000 g Hoge pan (Ø 200) Ø 1804 2000 g Hoge pan (Ø 200) Ø 2108 4000 g Grote pan (Ø 240) Ø 2608 4000 g Grote pan (Ø 240) Ø 260 dubbel* Deze functie werkt het best met pannen die door ATAG worden geadviseerd (zie hiervoor www.atagservice.nl). KokenBEDIENING

NL 26 Wokfunctie*/** De wokstand zorgt voor een optimale woktemperatuur, zowel voor de olie als voor het wokken. Na het geluidssignaal is de pan op temperatuur, de olie kan in de pan en daarna het gerecht.Gerecht Aantal personenMaximale hoeveelheidvlees of vis / groentePan ZoneVlees, vis, groenten1 - 2 300 g / 300 g Wokpan Ø 1451 - 2 300 g / 300 g Wokpan Ø 1803 - 4 600 g / 600 g Wokpan Ø 2103 - 4 600 g / 600 g Wokpan Ø 2601 - 2 300 g / 300 g Wokpan Ø 260 dubbel Braadfunctie*/** De braadstand zorgt voor een optimale braadtemperatuur.Na het geluidssignaal is de pan op temperatuur.

De olie of boter kan in de pan en daarna het gerecht.Gerecht Aantal personenHoeveelheid Pan ZoneVlees, vis1 - 2 150 - 200 g Koekenpan Ø 1452 - 3 200 - 400 g Koekenpan Ø 1804 - 5 400 - 500 g Koekenpan Ø 2105 - 6 500 - 600 g Koekenpan Ø 2605 - 6 500 - 600 g Koekenpan Ø 260 dubbel* Deze functie werkt het best met pannen die door ATAG worden geadviseerd (zie hiervoor www.atagservice.nl).** Deze menufuncties werken het best als ze worden opgestart aan het begin van het kookproces. KokenBEDIENING

NL 27 Grillfunctie*/** De grillstand zorgt voor een optimale grilltemperatuur. Er klinkt een geluidssignaal als de pan op temperatuur is.Gerecht Aantal personenHoeveelheid Pan ZoneVlees, vis, groenten1 - 2 100 - 200 g Grill pan / plaat Ø 1452 - 3 200 - 300 g Grill pan / plaat Ø 1803 - 4 300 - 400 g Grill pan / plaat Ø 2104 - 6 400 - 600 g Grill pan / plaat Ø 2604 - 6 400 - 600 g Grill pan / plaat Ø 260 dubbelGezond kokenRookpunt van verschillende oliesoortenOm gezond te bakken, adviseert ATAG om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen.

In onderstaande tabel ziet u de rookpunten van verschillende oliesoorten.Olie Rookpunt °CExtra vierge olijfolie 160 °C Boter 177 °CKokosolie 177 °CRaapzaadolie 204 °CVierge olijfolie 216 °CZonnebloemolie 227 °CMaisolie 232 °CArachideolie 232 °CRijstolie 255 °COlijfolie 242 °C* Deze functie werkt het best met pannen die door ATAG worden geadviseerd (zie hiervoor www.atagservice.nl).** Deze menufuncties werken het best als ze worden opgestart aan het begin van het kookproces. KokenBEDIENING

NL 29TipSchakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.Dagelijkse reiniging Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het •aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.Nadrogen met keukenpapier of een droge doek. •Hardnekkige vlekken Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, •bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen.Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. • Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig •te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar. Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. •Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.Nooit gebruiken Gebruik nooit schuurmiddelen.

Deze veroorzaken krasjes waarin •zich kalk en vuil ophopen. Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en •schuursponsjes.Atag ShineATAG heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam Atag Shine. Deze zijn te verkrijgen via de website ’www.atagservice.nl’. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikstips. ReinigenONDERHOUD

NL 30AlgemeenVoor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.atagservice.nl’. Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.StoringstabelWanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is.

Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.atagservice.nl’.SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGBij het in werking stellen verschijnt er tekst in de displays.Dit is de standaard opstartroutine.Normale werking.De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.Afkoeling van de kookplaat. Normale werking.De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af.Opwarmen nieuw toestel. Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken.U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat.Dit wordt veroorzaakt door de vermogensverdeling van de voorste en de achterste zone.

Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden.Normale werking.De kookpannen maken lawaai tijdens het koken.Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan.Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. AlgemeenSTORINGEN

NL 31SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGNadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen.De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm.Gebruik een goede pan (zie pagina 13 en 14).Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal.De ingestelde timertijd is voorbij.Schakel het signaal uit met de of toets van de timer.De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets in de display.Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker).Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door.Verkeerde aansluiting van de kookplaat.Controleer de elektrische aansluiting.Foutcode F00. Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op.Bedieningspaneel schoon-maken.Foutcode F0 t/m F6 en FC.

De generator is defect. Neem contact op met de servicedienst.Foutcode F7. De omgevingstemperatuur is niet goed.Zet alle warmtebronnen in de omgeving van de kookplaat uit.Foutcode F8 en F08. Toestel oververhit. Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken.Foutcode F9 en/of continu geluidssignaal.Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten.Laat uw aansluiting wijzigen.Foutcode F99. U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijk bediend.Bedien maar 1 toets tegelijk.Foutcode FA. Spanning te laag. Neem contact op met uw energiebedrijf.Foutcode FAN. Luchtcirculatie niet goed. Zorg dat de beluchtingsgaten onderin de kookplaat open zijn.Overige foutcodes. Generator defect. Neem contact op met de servicedienst. AlgemeenSTORINGEN

NL 32 AlgemeenINSTALLATIEVOORSCHRIFTVeiligheidsvoorschriften installatie De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale •voorschriften. Het toestel moet altijd geaard zijn. • Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel •aansluiten. Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld •type HO7RR) met de juiste kabel diameters, behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn. De aansluitkabel moet vrij hangen en mag niet door een lade •worden aangestoten. Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een •omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht. Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak •zijn. De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal •tot 85 °C hittebestendig zijn.

Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen. Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of •verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.Benodigde vrije ruimte rondomVoor een veilig gebruik is voldoende ruimte romdom de kookplaat noodzakelijk. Controleer of deze ruimte aanwezig is.* HI6271F: min. 64 cm HI6271M: min. 65 cm HI6211M: min. 65 cm HI7271M: min. 78 cm HI7211M: min. 78 cm HI7271I: min. 77 cm HI8271M: min. 81 cm HI9271M: min. 91 cm HI9271I: min. 90 cm HI3271M: min. 33 cm

NL 35 AlgemeenINSTALLATIEVOORSCHRIFTAanvullende eisen voor het integreren (vlak inbouwen) van de kookplaat (HI7271I en HI9271I) • De kookplaat kan alleen geïntegreerd worden ingebouwd boven een enkele kast van minimaal 800/900 mm breedte (zie afbeelding). Na het geïntegreerd inbouwen moet de kookplaat vanaf de •onderkant toegankelijk blijven voor het verlenen van service. Een eventuele lade of oven onder de kookplaat moet gemakkelijk •te verwijderen zijn. Dit toestel is met name geschikt voor integratie in een •natuurstenen of betegeld werkblad. De kookplaat dient bij het integreren alleen aan de zijkant van •de glasplaat te worden gekit en niet aan de onderzijde. Dit om de glasplaat zelf voor eventuele vervanging toegankelijk te houden. Voorzie hiervoor het oplegvlak in het werkblad van een laag plakband, bijvoorbeeld schilderstape.

Meld eventuele transportschade voordat de kookplaat wordt •ingekit. Daarna worden deze beschadigingen beschouwd als gevolg van het inbouwen en gebruiken. Beschadigingen die het gevolg zijn van het inbouwen of gebruik •vallen buiten de garantie. Waterschade of andere schade aan het werkblad waarin de •kookplaat is ingebouwd, valt buiten de garantie. Voorafgaand aan een eventueel bezoek door de servicemonteur •moeten delen van het kastinterieur zoals ladeconstructies, legplanken, legroosters en geleiders zijn verwijderd. De servicedienst is alleen verantwoordelijk voor herstel en service •van de kookplaat. Voor het weer opnieuw integreren (vlak inbouwen) dient u de keukenvakhandel te raadplegen. Gebruik voor het afkitten van de glasplaat hittebestendige kit van •minimaal 160 °C. Gebruik voor het afkitten van de glasplaat in natuurstenen bladen •speciaal voor deze materialen geschikte kit.

NL 36 AlgemeenINSTALLATIEVOORSCHRIFTBeluchtingDe elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen. Inbouwen boven een oven, lade of vaste blendeBeluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm2) uit. Luchttoevoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert.Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten.

Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.ACB

NL 37 Elektrische aansluitingINSTALLATIEVOORSCHRIFTAansluitingenVeel voorkomende aansluitingen:3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V ~ / 50 Hz): • De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ~. Tussen ºde fasen staat een spanning van 400 V ~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2. • 2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230V ~ / 50 Hz): De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V ~. Uw ºgroep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2. Speciale aansluitingen:1 fase aansluiting (1 1N, 230 V ~ / 50 Hz): • De spanning tussen de fase en de nul is 230 V ~. Breng ºverbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5.

Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aan-sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm2.Aansluiting voor kookplaten met 5 kookzones:3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V ~ / 50 Hz): • De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ~. Tussen ºde fasen staat een spanning van 400 V ~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2.Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven. Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.rechterzonesmiddenzoneslinkerzone

NL 38INSTALLATIEVOORSCHRIFT InbouwenInbouwenControleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en venti latie.Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 37).Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek. Keer het toestel om en leg het in de uitsparing. Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel is nu gebruiksklaar. Controleer de werking.

NL 39 Afvoeren toestel en verpakkingBIJLAGEAfvoeren toestel en verpakkingBij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaff en.De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:karton; •polyethyleenfolie (PE); •CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim). • Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd.

Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoff en te verkrijgen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG HI7271MUU stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden