ATAG HI571B Handleiding

ATAG Fornuis HI571B

Bekijk gratis de handleiding van ATAG HI571B (50 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over ATAG HI571B of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/50
gba 700000198001
gebruiksaanwijzing
inductiekookplaat
mode d'emploi
plaquede cuisson
à induction
Bedienungsanleitung
Induktionskochfeld
instructions for use
induction hob
HI571A
HI571B
HI311M

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Fornuis
Model: HI571B

Handleiding ATAG HI571B – volledige tekst

uw inductiekookplaatbeschrijvingbedieningspaneelinsteltoetsen kookwekkerhoger vermogenlager vermogensnelkeuzetoets stand 12snelkeuzetoets stand 10snelkeuzetoets stand 6bedieningspaneelkookzoneIn deze handleiding staat beschreven hoe u deinductiekookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. U vindt hierin informatie over bediening, geschikte pannen enachtergrondinformatie over de werking van het toestel.Daarnaast zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.De veiligheidsvoorschriften die van belang zijn tijdens deinstallatie zijn opgenomen in het installatievoorschrift, datseparaat wordt bijgeleverd en bestemd is voor de installateur.Bewaar deze handleiding zorgvuldig zodat een eventuelevolgende gebruiker er ook zijn voordeel mee kan doen.Veel kookplezier!uw inductiekookplaatvoorwoordlinksachter linksvoor rechtsvoor rechtsachteraan/uitkinderslotvermogenkookwekkerbedieningspaneel

NL 3uw inductiekookplaatinleidingU heeft gekozen voor een inductiekookplaat van Atag; een apparaat dat volledig voldoet aan de wensen van dekookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op eentraditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld omwarmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar eenwillekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk "pannen" opde pagina 21 en 22 geeft hierover meer informatie.Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen.Het is comfortabel omdat de kookplaat snel reageert en ookop een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hogevermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel.

De kookplaat is eenvoudig te reinigen; de plaat zelf wordt nieterg heet doordat de warmte in de pan zelf wordt opgewekt.In het hoofdstuk "werking" op de pagina's 20 en 21 vindt uuitgebreide informatie over de voordelen van inductiekoken.uw inductiekookplaatinhoudveiligheid waar u op moet letten 4 – 6bediening inschakelen 7 – 10 extra zekerheid 11kookaanwijzingen standen en vermogens 12 – 13 kooktabellen 14 – 15onderhoud reinigen 16extra instellingen pieptoon 17beveiligingen oververhittingsbeveiligingen 18storingen wat moet ik doen als... 19algemene informatie werking 20 pannen 21 - 22milieu aspecten verpakking en toestel afvoeren 23

NL 4 NL 5veiligheidwaar u op moet lettentijdens het gebruikDit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het toestel uitsluitend voor het bereiden vangerechten. Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hartspecialistte raadplegen. Houd tijdens het gebruik van de inductiekookplaatmagnetiseerbare voorwerpen uit de buurt van het toestel. Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogerestanden. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op eenhoge stand (10, 11 of 12) heeft ingesteld. Laat nooit een lege pan op een ingeschakelde kookzonestaan. De pan mag evenmin droogkoken. Hoewel de kookzone beveiligd is tegen oververhitten wordtde pan zeer heet, waardoor deze beschadigd kan raken. Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holleof bolle bodem kan de werking van de oververhittings-beveiliging belemmeren. Het toestel wordt te warm.

Hierdoorkan de glasplaat barsten en de panbodem smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen ofdroogkoken, valt buiten de garantie. Het glasceramische kookvlak is zeer sterk maar nietonbreekbaar. Er kan een breuk ontstaan wanneer erbijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt. Gebruik een toestel niet meer als het een breuk of scheurtjesvertoont. Schakel het toestel onmiddellijk uit. Haal de stekkeruit het stopcontact en bel de servicedienst. algemeenInductiekoken is uiterst veilig. De warmte wordt in de panopgewekt. Hierdoor wordt de glasplaat niet warmer dan deinhoud van de pan en is de kans klein dat u zich aan hettoestel brandt. Toch is er, net als bij elk toestel, een aantalzaken waar u op moet letten. bij de installatieDit toestel mag alleen door een erkend installateur wordenaangesloten.

Het toestel kan alleen goed functioneren als bij de installatiede volgende punten in acht worden genomen:• Er moet voldoende ventilatie zijn (zie pagina 11). • De aansluitkabel moet vrij hangen en mag niet door eenlade aangestoten worden.

• Het aanrechtblad moet minimaal 3,2 cm en maximaal 4 cmdik zijn. • Het aanrechtblad moet vlak zijn. • Als de afstand tussen toestel en wand minder dan 4 cm ismoet de wand van warmtebestendig materiaal zijn. Dewarmte van een hete pan zou de wand kunnen verkleurenof beschadigen. • Open nooit de behuizing van het toestel. veiligheidwaar u op moet lettenLet op met: pacemakers;creditcards;bankpasjes;diskettes;horloges. Zorg voor voldoendeventilatie.

NL 7bedieninginschakelenintroductieDe inductiekookplaat is voorzien van een restwarmte-indicatie, 3 voorkeurstanden, aankookautomaat, kookwekkervoor de achterste kookzones, kinderslot en automatischekookduurbegrenzing. Op deze en de volgende pagina's kunt ulezen hoe u gebruik maakt van deze voorzieningen.inschakelen 1 Zet een pan op een kookzone. 2 Druk op de aan/uit toets.In het display verschijnt een liggend streepje (–).vermogen instellen 1 Druk op de + of – toets.De kookplaat stelt zich direct in op stand 3. 2 Stel een hogere of lagere stand in door nog een keer opde toetsen + of – te drukken.Het display geeft de gekozen stand weer.

Welke standen umoet kiezen kunt u zien in de kooktabellen op de pagina’s 14en 15.snelkeuzetoets 1 Druk op de snelkeuzetoetsen 12, 10 of 6.De kookplaat stelt zich direct in op de gekozen stand.De gekozen stand wordt continu weergegeven als er een panop de kookzone staat. De gekozen stand knippert als er geen pan op de kookzonestaat.uitschakelenDruk nog een keer op de aan/uit toets.De kookzone schakelt uit. Eventueel blijft de restwarmte-indicatie aangeven dat de zone nog warm is.hoger vermogenhoger lageraan/uit toetssnelkeuzetoetsenveiligheidwaar u op moet lettenGebruik nooit aluminiumfolie, zoals bakjes van kant en klaargerechten, om voedsel in te bereiden. Wanneer aluminiumfolie op het kookvlak smelt, is het nietmeer te verwijderen.Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer teverwijderen zijn.

• Zet alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak.• Til pannen altijd op als u ze verplaatst.• Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.NL 6Til pannen altijd op;schuif er nooit mee.Gebruik de juiste pan.Zie hoofdstuk"pannen" op depagina's 21 en 22.

NL 8bedieninginschakelenaankookautomaat (vervolg)inschakelen 1 Zet een pan op de kookzone. 2 Druk op de aan/uit toets. In het display verschijnt een liggend streepje (–). 3 Druk op snelkeuzetoets 12. In het display verschijnt 12. 4 Druk op de + toets. A1 verschijnt in het display. Door nogmaals te drukkenverschijnt de volgende stand. U kunt kiezen uit 9 standen(zie tabel). Zolang de letter A in het display staat – bijvoorbeeld A3 –wordt op hoog vermogen aangekookt. Als er alleen een cijfer staat – bijvoorbeeld 3 – is dedoorkookstand ingeschakeld. In de tabel hieronder ziet u de aankooktijden voor deverschillende aankookstanden. Het cijfer achter de A geeftaan op welke stand wordt doorgekookt. In aankookstand A6wordt bijvoorbeeld eerst 10 minuten op hoog vermogenaangekookt, waarna op stand 6 wordt doorgekookt.

stand aankooktijd stand aanbraadtijd A1 1,5 minuut A8 2 minuten A2 2 minuten A9 2,5 minuut A3 3 minuten A4 4 minuten A5 6 minuten A6 10 minuten A7 13 minutenNL 9bedieninginschakelenrestwarmte-indicatieDe indicatie geeft aan dat de kookzone nog warm is en dooftzodra de glasplaat een veilige temperatuur bereikt heeft. Restwarmte wordt met H weergegeven in het display. aankookautomaatDe aankookautomaat is vooral handig is u regelmatig dezelfdehoeveelheden kookt. U kunt de automaat ook gebruiken als utijdens het koken regelmatig wordt gestoord. De automaatschakelt na de aankooktijd altijd terug naar een veilige lagestand. U brengt gerechten op een hoge stand aan de kook. Daarnaschakelt u terug naar een lagere stand om het gerecht telaten doorkoken. De aankookautomaat neemt dit van u over. Na het aankoken op vol vermogen schakelt deaankookautomaat vanzelf terug naar de doorkookstand.

De aardappelen worden aan de kook gebracht en na deaankooktijd schakelt de aankookautomaat terug naar stand 5. U hoeft er dus niet bij te blijven staan om zelf een lagerestand in te stellen als het gerecht eenmaal kookt. De aankookautomaat kan gebruikt worden in combinatie metde kookwekker. Let er hierbij op dat u de bereidingstijdverlengt met de aankooktijd (zie ook het hoofdstuk"kookwekker" op pagina 10). let op. Voorwaarde is dat u een goede kwaliteit pan met een zwarebodem gebruikt. Voor het bereiden van kleine hoeveelheden kan deaankookautomaat te fel zijn. Gebruik in dat geval deaankookautomaat niet. restwarmte-indicatieaan/uit toetssnelkeuzetoets 12+ toetsaankookautomaatingeschakeldaankookautomaatingeschakeld.

NL 11bedieningextra zekerheidIn het toestel zijn verschillende beveiligingen ingebouwd omde elektronica en uw kookgerei te beschermen. Wanneer hettoestel op de juiste wijze is geïnstalleerd zullen debeveiligingen zelden of nooit ingrijpen. kookduurbegrenzingDe kookduurbegrenzer schakelt de kookzones, afhankelijk vande ingestelde stand, na een bepaalde tijd automatisch uit. In de tabel hieronder ziet u na hoeveel tijd de kookduur-begrenzer bij de verschillende standen het toestel uitschakelt. stand tijd stand tijd 1 - 2 9 uur 9 3 uur 3 - 4 - 5 5 uur 10 2 uur 6 - 7 - 8 4 uur 11 - 12 1 uurdetectiebeveiligingDe kookzone reageert alleen als er een geschikte pan opstaat. Wanneer er alleen een lepel of vork op de kookzoneligt, schakelt de kookzone niet in. De lampjes blijven knipperen. ventilatiebeveiligingDe elektronica moet gekoeld worden.

De koele lucht wordtachter het keukenkastje aangezogen en aan de onderzijdevan de kookplaat weer uitgeblazen. Het toestel kan daaromalleen functioneren als er voldoende lucht kan circuleren. Het toestel schakelt niet in wanneer er onvoldoende luchtcirculeert. Luchtcirculatie onderde inductiekookplaat. NL 10bedieninginschakelenkookwekkerU kunt de achterste kookzones door de kookwekker latenuitschakelen. 1 Zet een pan op één van de achterste kookzones. 2 Schakel de kookzone in. Het toestel begint te werken. 3 Stel de kookwekker in. Met de + en – toetsen wordt de kooktijd ingesteld (max. 3. 59 uur). In het display wordt het gekozen aantal minutenweergegeven. Een knipperende punt geeft aan dat de timer isgeactiveerd. Aan het einde van de bereidingstijd hoort u een pieptoon. De zone schakelt uit.

Schakel aan het einde van de bereidingstijd de pieptoon uitdoor op de + of - toets van de klok te drukkenAls u de pieptoon niet uitschakelt, stopt deze vanzelf na20 minuten. kinderslotHet toestel is voorzien van een kinderslot. Als het kinderslotis ingeschakeld kunnen de toetsen niet bediend worden.

NL 13NL 12kookaanwijzingenstanden en vermogenseven wennen. In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van hettoestel. Vooral het aan de kook brengen op een hogere standgaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen,kunt u er het beste bij blijven staan of de aankookautomaatgebruiken. Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zonegeactiveerd waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine panop een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aande diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn enhet zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan dekook is. stand 12Schakel de kookplaat alleen in op stand 12 (het hoogstevermogen) als u water aan de kook wilt brengen. Deze standis te hoog voor het verhitten van boter of melk en veel tehoog voor ontdooien. – Raadpleeg om de techniek te leren kennen de kooktabellenop de pagina’s 14 en 15.

stand 11Stand 11 is de grillstand. Deze stand is geschikt om vlees tebakken. Op stand 12 gaat dit veel te hard; demelkbestanddelen in de margarine verbranden voordat demargarine gesmolten is. kookaanwijzingenstanden en vermogensvermogenHet vermogen is instelbaar van 50 W tot 2,8 kW. twee zonesTwee achter elkaar liggende kookzones worden bestuurd dooréén generator. Dit heeft als voordeel dat per kookzone eenhoog vermogen gerealiseerd kan worden. Dit is ideaal voor hetzeer snel aan de kook brengen van gerechten en vloeistoffen,frituren of het aanbraden van grote hoeveelheden. Wanneer beide achter elkaar liggende kookzones tegelijkingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot stand 10 heeft dit geen consequenties. Stelt u echter een kookzone in op stand 11 of 12 dan zal deandere kookzone automatisch terugschakelen naar stand 6of 7.

NL 15NL 14kookaanwijzingenkooktabellen aan de kook tussenstand doorkook- brengen standdiversen appelmoes 10 8 3 boter smelten 8-10 4-6 4 chocola smelten 1 drie in de pan 7 – 7 eieren 10 6 flensjes 8 – 8 macaroni 12 6 3 melk koken 10 – – pannenkoeken 9 – 8 pap koken 10 6 2 rijst 12 8 2sauzen binden (met eidooiers) 1 2 spek uitbakken 8 – – spiegelei 8 – 8 stoofperen 12 8 3let op!Als u bakt in een koekenpan met een bodem die groter is dan dekookzone, is het belangrijk dat de pan rustig opwarmt.

Beginbijvoorbeeld op stand 6 en voer de stand langzaam op.Bij gebruik van een wok is het van belang dat de bodem vlak is endat de wok goed voorverwarmd wordt op hoog vermogen.kookaanwijzingenkooktabellen aan de kook tussenstand doorkook- brengen standsoep bouillon trekken 12 9 3 heldere soep 12 10 2/3 gebonden soep 10 – 10vlees klein vlees 10 – 7 groot vlees 11 10 3/5 biefstuk 7/8 – –vis bakken 11 10 8aardappels koken 12 8 6bakken – rauwe aardappels 12 8 6 – gekookte aardappels 10 – –groentenkoken– gedroogde peulvruchten (bijv. erwten, bonen) 12 8 4– stevige groenten (bijv. worteltjes, boontjes) 12 8 3– slinkgroenten (bijv. andijvie, spinazie) 10 – 4fruiten – uien 10 – 7ontdooien – stevige groenten 8 – – – bladgroenten 6 – –sausgebonden saus d.m.v.roux of aangemengd bindmiddel 10 – 10frituren frites bakken 12 – 12 kroket - diepvries 12 – 8 kroket - vers 12 – 10

NL 17extra instellingenpieptoonuit-/inschakelen pieptoonDe pieptoon, die hoorbaar is bij het bedienen van de toetsen,kan worden uit- of ingeschakeld. de pieptoon uitschakelen 1 Schakel de kookzone linksvoor in en vervolgens uit doortwee keer op de aan/uit toets te drukken. 2 Druk direct hierna gedurende vijf seconden op de – toetsvan de kookzone linksvoor. Een pieptoon bevestigt de zojuist gekozen instelling. De pieptoon voor de zones linksvoor en linksachter is nuuitgeschakeld. Herhaal deze werkwijze voor de rechter kookzones met deaan/uit toets en de - toets voor de kookzone rechtsvoor. de pieptoon inschakelen 1 Schakel de kookzone linksvoor in en vervolgens uit doortwee keer op de aan/uit toets te drukken. 2 Druk direct hierna gedurende vijf seconden op de – toetsvan de kookzone linksvoor. Een pieptoon bevestigt de zojuist gekozen instelling.

De pieptoon voor de zones linksvoor en linksachter is nuingeschakeld. Herhaal deze werkwijze voor de rechter kookzones met deaan/uit toets en de - toets voor de kookzone rechtsvoor. aan/uit toetskookzone linksvoor– toets kookzonelinksvoorNL 16onderhoudreinigendagelijkse reinigingHoewel overgekookt voedsel niet in kan branden verdient hetaanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mildreinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken. Nadrogen met keukenpapier of een droge doek. hardnekkige vlekkenOok hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel,bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen. Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaaklastig te verwijderen. Verwijder metaalsporen met een middel als Staalfix of ColloLuneta.

Overgekookte voedselresten verwijderen met eenglasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt uverwijderen met een glasschraper. nooit gebruikenSchuurmiddelen mag u nooit gebruiken. Deze veroorzakenkrasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.

NL 19NL 18beveiligingenoververhittingsbeveiligingenIn het toestel zijn drie beveiligingen tegen oververhittingingebouwd. De eerste beveiliging beschermt de elektronica. Als de temperatuur van de elektronica te hoog oploopt grijptdeze beveiliging in. Het toestel wordt uitgeschakeld. De ventilator blijft doordraaien om het toestel af tekoelen. In het display verschijnt de foutmelding F7 (zie pag. 19 "storingen"). 1 Druk op een willekeurige toets en de melding verdwijnt. 2 Schakel het toestel opnieuw in. 3 Kies een lager vermogen. De tweede beveiliging beschermt uw pannen. Deze beveiliging controleert de temperatuur van de glasplaat. Voor deze beveiliging is het van belang dat de panbodem vlakis. Als de temperatuur van de glasplaat te hoog wordtschakelt het toestel automatisch terug naar een lagervermogen.

Wanneer deze beveiliging defect is verschijnen in hetdisplay de foutmeldingen F1 en F2 (voor de voorstezones) of F3 en F4 (voor de achterste zones). Bel de servicedienst als de foutmeldingen F1, F2, F3, F4, F5,F6, F8 of F9 in het display verschijnen. De derde beveiliging beschermt tegen "vlam in de pan". Als u een pan leeg opzet of met weinig olie erin, meet dekookplaat dat het verwarmingsproces te snel verloopt. Het toestel schakelt automatisch terug naar een lagervermogen. Dit lagere vermogen is niet zichtbaar in het display. Zodra de plaat de maximumtemperatuur bereikt, wordthet toestel uitgeschakeld om uw pannen te beschermen. Bescherming van deelektronica. Bescherming van depannen. Bescherming tegenvlam in de pan. Wanneer het toestel niet goed werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeerhet euvel eerst zelf te verhelpen.

Bel de servicedienst wanneer onderstaande adviezenniet helpen. storingenwat moet ik doen als. storingHet toestel werkt niet en delampjes branden niet. De kookplaat werkt niet. F9 verschijnt in het display. De kookplaat werkt niet. F0 verschijnt in het display. De ventilator schakeltspontaan in. Het kookvlak schakeltplotseling uit.

De melding F7 verschijnt. Na het inschakelen blijven delampjes knipperen. Toestel werkt niet. Het toestel schakelt uit. Het aan de kook brengenduurt langer dan verwacht. oorzaakGeen elektriciteit. Het toestel is verkeerdaangesloten. Omgevingstemperatuur telaag (5 °C) toen de plaat nietop het elektriciteitsnet wasaangesloten. Het toestel controleertzichzelf nadat de spanning isweggevallen. Ventilatie is onvoldoende. Oververhitting van deelektronica in de kookplaat. Ongeschikte pannen. Slecht elektrisch contact. Toestel staat op slot. Twee pannen raken elkaar ofeen pan maakt contact metde wand. Kleine pan gebruikt. oplossingElektrische installatiecontroleren (hoofd-zekering(en), aansluiting). Laat de installateur het toestel opnieuw aansluitenvolgens het aansluitschema. Na het aansluiten een minuutof tien wachten. Demeldingen verdwijnen. De ventilator schakelt vanzelfuit.

Controleer de ventilatie-openingen. Laat het toestel afkoelen. Druk op een willekeurigetoets en de melding ver-dwijnt. Opnieuw beginnen opeen lagere stand. Geschikte pan gebruiken (ziede pagina 21). Controleer of de kabel wordtaangestoten door de lade. Indat geval de aansluiting latenwijzigen door de installateur. Druk drie secondenonafgebroken op hetsleutelsymbool. Zorg ervoor dat de pannen"vrij" staan. Gebruik een pan die ongeveergelijk is aan de diameter vande kookzone.

NL 21NL 20algemene informatiewerkingmilieubewustDe warmteverliezen zijn minimaal omdat de warmte in depan zelf opgewekt wordt. Bij kleinere pannen wordt alleen dàt deel van de zonegeactiveerd dat contact maakt met de panbodem. Eenbijkomend voordeel is dat de handgrepen van de pan nietwarm worden door stralingswarmte langs de pan. pannenBij inductiekoken wordt gebruik gemaakt van een magnetischveld om warmte op te wekken. Daarom moet de panbodemijzer bevatten en dus magnetisch zijn. geschiktU kunt zelf met een magneet controleren of uw pannengeschikt zijn. Een pan is geschikt wanneer:• de panbodem wordt aangetrokken door de magneet;• de pan geschikt is voor elektrisch koken. Gebruik alleen pannen met een dikke (minimaal 2,25 mm),vlakke bodem die geschikt zijn voor inductiekoken. Het bestezijn pannen met het "Class Induction" keurmerk.

ongeschiktPannen, waarvan de bodem niet magnetisch is of nietgeschikt voor elektrisch koken, zijn ongeschikt voor gebruikop de inductiekookplaat. 1. Warmteverlies enhete handgrepen bijeen conventionelekookplaat. 2. Geenwarmteverlies enkoude handgrepen bijinductiekoken. Speciale roestvrij-stalen pannen voorinductiekoken;solide geëmailleerdepannen;geëmailleerdegietijzeren pannen. Aardewerk,aluminium, kunststof,koper, porselein,roestvrijstaal. 1 2algemene informatiewerkingIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Dooreen pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsenontstaat in de panbodem een inductiestroom. Dezeinductiestroom wekt warmte op in de panbodem. comfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in testellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocoladedirect in de pan smelten of ingrediënten bereiden die ugewoonlijk au bain-marie verwarmt.

De kookzones hebbeneen aankookautomaat. Deze schakelt automatisch terug vaneen hoge naar een lagere stand wanneer gerechten koken(zie pag. 8). snel Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat hetaan de kook brengen erg snel.

Het doorkoken kost evenveel tijd als koken op een anderewijze. schoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzonesniet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten nietinbranden. veiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaatwordt niet warmer dan de pan. Hierdoor is de kans uiterstklein dat u zich brandt aan het toestel. Na het wegnemen vaneen pan is de kookzone snel afgekoeld. 4321De spoel (1) in dekookplaat (2) wekteen magnetischveld (3) op. Door eenpan met een ijzerenbodem (4) op despoel te plaatsenontstaat in depanbodem eeninductiestroom.

NL 22algemene informatiepannenlet opWees voorzichtig met plaatstaal geëmailleerde pannen. Dezekunnen beschadigd raken als ze gebruikt worden voorinductiekoken. Met name wanneer deze pannen een tedunne bodem hebben.Bij plaatstaal geëmailleerde pannen kan:• email afspringen (het email laat los van het staal) wanneer ude kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan(te) droog is; • de panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhittingof door gebruik van een te hoog vermogen. Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van deoververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel wordt tewarm. Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodemsmelten.Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen ofdroogkoken, valt buiten de garantie.geluid in de bodem van de panTijdens het koken kunt u een ratelend geluid horen in debodem van de pan.

Dit is onschuldig. Het geluid wordtveroorzaakt doordat het hoge vermogen van de kookzoneinwerkt op de panbodem.Verminder het ratelende geluid door een lagere stand tekiezen.snelkookpannenInductiekoken is zeer geschikt voor het koken insnelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoorde snelkookpan ook snel op druk is. Zodra u een kookzoneuitschakelt stopt het kookproces direct.NL 23milieu aspectenverpakking en toestel afvoerenDe verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnenzijn:• karton;• polyethyleenfolie (PE);• CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).Deze materialen op verantwoorde wijze en conform deoverheidsbepalingen afvoeren.De overheid kan u ook informatie verschaffen over het opverantwoorde wijze afvoeren van afgedankte huishoudelijkeapparaten.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG HI571B stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden