ATAG HI4271B Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG HI4271B (54 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over ATAG HI4271B of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | HI4271B |
Handleiding ATAG HI4271B – volledige tekst
NL 4 InleidingUW INDUCTIEKOOKPLAATDeze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken.
Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductie-kookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product. Tevens zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen. Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging. De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding.
NL 6UW INDUCTIEKOOKPLAAT VeiligheidsvoorschriftenLees de separate veiligheidsvoorschriften voordat u het toestel in gebruik neemt!Temperatuurbeveiliging • Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden.
Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone/kookplaat automatisch verlaagd of schakelt de kookzone/kookplaat helemaal uit.KookduurbegrenzingAls een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:Kookstand De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na:1 en 2 9 uur3, 4 en 5 5 uur6, 7 en 8 4 uur9 3 uur • Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone automatisch uit.Kookstand De kookzone wordt automatisch naar stand 9 geschakeld na:boost 8 minuten
NL 7GEBRUIK Even wennenInductiekokenInductiekoken is snelIn het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.Het vermogen past zich aanBij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is. Let op • Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst. • Gebruik de kookplaat niet als werkvlak. • Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
NL 8Werking inductieIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.ComfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een andere kookplaat.SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan.
Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductie-stroom.GEBRUIK Even wennen
NL 9 PannenPannen voor inductiekokenInductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen. Let op • Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken. • Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met: º een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; º een vlakke bodem. • Het beste zijn pannen met het “Class Induction” keurmerk. TipMet een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn.
Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.Geschikt OngeschiktSpeciale roestvrijstalen pannen AardewerkClass Induction RoestvrijstaalSolide geëmailleerde pannen PorseleinGeëmailleerde gietijzeren pannen KoperKunststofAluminiumVoor de automatische kookprogramma’s wordt geadviseerd om de pannen te gebruiken die door ATAG worden aanbevolen (zie ‘www.atagservice.nl’).Let op • Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen: º op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is; º door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.GEBRUIK
NL 10GEBRUIK PannenLet opGebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.Minimale pandiameter De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.Snelkookpannen Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
NL 11 InstellenBEDIENINGInschakelen en vermogen instellenInschakelen 1. Zet een pan op een kookzone.2. Draai de knop van de betreff ende zone met de klok mee om het gewenste vermogen in te stellen. In de display verschijnt de stand die u heeft ingesteld. Vermogen instellenStel een hoger of lager vermogen in door de knop te draaien. Het vermogen is in te stellen in 9 standen. Daarnaast is er bij de twee grote zones nog de stand ‘boost’. Het vermogen van de grote zone(s) is instelbaar van 50 - 3000 Watt en het vermogen van de kleine zone(s) van 50 - 1400 Watt.UitschakelenSchakel de zone uit door de betreff ende knop weer terug in de uitgangspositie te draaien.
NL 12 InstellenBEDIENINGAankookautomaatDe aankookautomaat is geschikt voor het snel aan de kook brengen van gerechten en vervolgens op een lagere stand doorkoken. De aankookautomaat schakelt zelf terug naar de doorkookstand.Aankookautomaat inschakelen1. Zet een pan op een kookzone.2. Draai de knop van de betreff ende zone tegen de klok in. Een “A” verschijnt in het display. 3. Stel binnen 5 seconden een gewenste doorkookstand in met de draaiknop (1 t/m 8). Wanneer u geen doorkookstand instelt, schakelt de zone weer uit.Zodra de doorkookstand ingesteld is, knippert in het display afwisselend een “A” en de ingestelde doorkookstand.
Wanneer de aankooktijd verstreken is, stopt het knipperen en wordt de doorkookstand permanent in het display getoond.Uitschakelen aankookautomaatSchakel de aankookautomaat uit door de knop terug te draaien naar stand 0 of verder te draaien naar stand 9.Stand 9Stand 9 is geschikt voor het aan de kook brengen van water. Deze stand is te hoog voor het verhitten van boter of melk en veel te hoog voor ontdooien. • Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld.Raadpleeg de kookstanden op pagina 16 om de techniek te leren kennen.
NL 13 InstellenBEDIENINGBoost De ‘boost’ stand gebruikt u om een korte tijd op het hoogste vermogen te koken. Deze stand komt na stand 9.De boost functie inschakelen1. Zet een pan op een grote kookzone.2. Draai de knop van de betreff ende zone met de klok mee voorbij stand 9. Een “P” verschijnt in het display. Twee achter elkaar liggende kookzonesTwee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot en met stand 9 heeft dit geen consequenties. Stelt u echter een grote kookzone in op de boost stand dan kunt u de kleine kookzone niet hoger instellen dan stand 7. Omgekeerd schakelt een op hoog vermogen ingestelde kleine kookzone automatisch terug naar stand 7 indien u de grote kookzone inschakelt op de boost functie. Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet.
U kunt een grote kookzone op de boost stand instellen en de kleine kookzone ernaast ook op een hoge stand.Restwarmte-indicatieNa een intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven.Zolang de kookzone warm is, zal er een “H” in het display blijven staan.
NL 14 InstellenBEDIENINGKinderslotU kunt de kookplaat met het kinderslot vergrendelen. Onbedoeld inschakelen van de kookzones wordt hiermee voorkomen. De kookplaat naar kinderslot schakelen Draai beide (middelste) knoppen linksom (terwijl de andere knoppen in de nulstand blijven staan).In het display verschijnt een “L” als teken dat het kinderslot is ingeschakeld.Kinderslot uitschakelenDraai beide (middelste) knoppen weer linksom (terwijl de andere knoppen in de nulstand blijven staan).In het display verschijnt een “0” als teken dat het kinderslot is uitgeschakeld.TipZet de kookplaat in de kinderslotmodus voordat u de kookplaat gaat reinigen om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt.
NL 17 ReinigenONDERHOUDTipSchakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.Dagelijkse reiniging • Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken. • Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.Hardnekkige vlekken • Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen. • Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. • Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar. • Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.Nooit gebruiken • Gebruik nooit schuurmiddelen.
NL 18 AlgemeenSTORINGENAlgemeenVoor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.atagservice.nl’. Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.StoringstabelWanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.atagservice.nl’.SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGBij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van uw installatie door.
Verkeerde aansluiting van de kookplaat. Controleer de elektrische aansluiting.De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. Afkoeling van de kookplaat. Dit is normaal.De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display.Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting.Controleer de zekering of de elektrische veiligheidsschakelaar (bij een toestel zonder stekker).Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld verschijnt het symbool in het display.De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter die kleiner is dan 12 cm.Zie hoofdstuk “Pannen”.De kookpannen maken lawaai tijdens het koken.Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde types van kookpannen.
NL 19 AlgemeenSTORINGENSYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSINGDe kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. Normaal voor een nieuw apparaat. Dit verdwijnt na enkele keren koken.Foutcode .Een knop wordt te lang bediend of er is een kabelbreuk.Knop loslaten. Neem contact op met de serviceorganisatie wanneer storing blijft.Foutcode E4, E5, E6 of E9. Generator defect. Neem contact op met de serviceorganisatie.Foutcode E2. Kookplaat oververhit. De kookplaat is uitgeschakeld door oververhitting. Laat de kookplaat afkoelen en gebruik een lagere kookstand.Foutcode E3. De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie.Zie hoofdstuk “Pannen”.Foutcode .Kinderslot is ingeschakeld. Zie “Kinderslot”, pagina 14.
NL 20 AlgemeenINSTALLATIEVOORSCHRIFTVeiligheidsvoorschriften installatie • De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. • Het toestel moet altijd geaard zijn. • Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten. • Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld type HO7RR) met de juiste kabel diameters behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn. • De aansluitkabel moet vrij hangen en niet door een lade worden aangestoten. • Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht. • Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn. • De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 85 °C hittebestendig zijn.
Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen. • Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.Benodigde vrije ruimte rondomVoor een veilig gebruik is voldoende ruimte romdom de kookplaat noodzakelijk. Controleer of deze ruimte aanwezig is.* HI4271B: min. 61 cm HI6271B: min. 61 cm
NL 22BeluchtingDe elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen. Inbouwen boven een oven, lade of vaste blendeBeluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm2) uit. Luchtaanvoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert.Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten.
Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.ACB AlgemeenINSTALLATIEVOORSCHRIFT
NL 23 Elektrische aansluitingINSTALLATIEVOORSCHRIFTAansluitingenGebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel, afhankelijk van de voorschriften. De kabelommanteling moet van rubber zijn.Raadpleeg bij storingen de tabel op pagina 18 en 19. Aan de onderzijde van het toestel bevindt zich een etiket met daarop de aansluitschema’s. De aansluitklemmen zijn bereikbaar nadat u het aansluitkastje aan de onderzijde hebt geopend. Open de deksel van het aansluitkastje met behulp van een schroevendraaier.Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omni-polaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.Veel voorkomende aansluitingen: • 2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230 V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V ~. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x).
NL 24 Elektrische aansluitingINSTALLATIEVOORSCHRIFT • 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V ~/ 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V ~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-4. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2. 4 3 2 13L 1N a.c. 400V / 50 Hzinductiegeneratoren rechtsinductiegeneratoren links • 2 fasen met 1 nul aansluiting (2 1N, 400 V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V ~.
Wanneer er geen spanning van 400 V ~ tussen de fasen aanwezig is, is er sprake van twee draden die van dezelfde fase zijn afgetakt in de meterkast en moet de kookplaat worden aangesloten met 2 nuldraden, zoals hiervoor genoemd bij 2 fasen met 2 nullen. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 3-4. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2.4 3 2 12L 1N a.c. 400 V / 50 Hzinductiegeneratoren rechtsinductiegeneratoren links
NL 25 Elektrische aansluitingINSTALLATIEVOORSCHRIFTSpeciale aansluitingen: • 1 fase aansluiting (1L 1N, 230 V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V ~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 3-4. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aan-sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm2.4 3 2 11L 1N a.c. 230V / 50 Hzinductiegeneratoren rechtsinductiegeneratoren linksMet de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustratie staat aangegeven. Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
NL 26INSTALLATIEVOORSCHRIFT InbouwenInbouwenControleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en venti latie.Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 23, 24 of 25).Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek. Keer het toestel om en leg het in de uitsparing. Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Alle displays zullen even oplichten. Het toestel is nu gebruiksklaar. Controleer de werking.
NL 27BIJLAGE Afvoeren toestel en verpakkingAfvoeren toestel en verpakkingBij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaff en.De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn: • karton; • polyethyleenfolie (PE); • CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim). Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd.
Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoff en te verkrijgen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG HI4271B stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat ATAG
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat