ATAG fi 6011 e Handleiding

ATAG Fornuis fi 6011 e

Bekijk gratis de handleiding van ATAG fi 6011 e (40 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over ATAG fi 6011 e of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
244512
Veiligheidsvoorschriften .............................................4
Beschrijving van het apparaat ...................................6
Inductie kookplaat .......................................................8
Bediening van het kookgedeelte..............................11
De Oven ......................................................................14
Het bereiden van gerechten .....................................24
Reiniging en onderhoud ...........................................32
Het verhelpen van kleine storingen .........................38
Aanwijzingen voor het opstellen en aansluiten ......40
Technische gegevens ...............................................42
Hartelijk dank voor uw aankoop. Overtuig u zelf, op
onze producten kunt u vertrouwen. Om het gebruik van
ons product te vergemakkelijken, hebben wij een
uitvoerige gebruiksaanwijzing bijgevoegd. Met behulp hiervan
zult u snel vertrouwd zijn met uw nieuwe apparaat. Lees deze
gebruiksaanwijzing aandachtig voordat u het apparaat gaat
gebruiken.
De veiligheidsvoorschriften vindt u op blz. 5 en 6. Controleer
in ieder geval direct of u een onbeschadigd apparaat heeft
ontvangen. Neem direct contact op met uw winkelier als u
transportschade vaststelt.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe fornuis!
Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden
aangesloten. De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale
en lokale voorschriften. Belangrijke aanwijzingen hieromtrent
staan vermeld in het hoofdstuk »Aanwijzingen voor het opstellen
en aansluiten«.
Het typeplaatje met aansluitgegevens bevindt zich achter de
ovendeur.
AansluitinstructiesAansluitinstructies
TypeplaatjeTypeplaatje
Geachte koper
NL
3
Vrijstaand fornuis met inductiekookgedeelte

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Fornuis
Model: fi 6011 e

Handleiding ATAG fi 6011 e – volledige tekst

Met behulp hiervan zult u snel vertrouwd zijn met uw nieuwe apparaat. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig voordat u het apparaat gaat gebruiken.De veiligheidsvoorschriften vindt u op blz. 5 en 6. Controleer in ieder geval direct of u een onbeschadigd apparaat heeft ontvangen. Neem direct contact op met uw winkelier als u transportschade vaststelt.Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe fornuis! Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten. De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. Belangrijke aanwijzingen hieromtrent staan vermeld in het hoofdstuk »Aanwijzingen voor het opstellen en aansluiten«.Het typeplaatje met aansluitgegevens bevindt zich achter de ovendeur.AansluitinstructiesAansluitinstructiesTypeplaatjeTypeplaatjeGeachte koperNL3Vrijstaand fornuis met inductiekookgedeelte

244512• Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten. Belangrijke aanwijzingen hieromtrent staan vermeld in het hoofdstuk »Aanwijzingen voor het opstellen en aansluiten«. • Reparaties mogen alleen door een geautoriseerd vakman worden verricht. Onvakkundige ingrepen en reparaties kunnen explosies, elektrische schokken of kortsluiting veroorzaken met als gevolg lichamelijk letsel en beschadigingen van het fornuis. • Bij het braden of bakken kan oververhit vet of olie dat op de kookplaat komt snel vlam vatten. Dit kan brandwonden en brand veroorzaken. Blijf dus tijdens het braden of bakken altijd bij het fornuis. • Waarschuwing: Vooral kleine kinderen zijn zich niet bewust van risico’s. Ze kunnen zich branden aan hete delen, kokend water of hete stoom.

Houd kleine kinderen daarom altijd op veilige afstand van het fornuis en laat grotere kinderen het fornuis alleen onder toezicht gebruiken. • De kookplaat en ovendeur worden heet tijdens het gebruik. Ook de binnenkant van de oven, de verwarmingselementen en de ventilatieopeningen worden heet. Houd kleine kinderen daarom altijd op veilige afstand van het fornuis. • Maak het toestel spanningsloos bij reparaties of onderhoud aan het toestel. • Het reinigen van de oven met stoom- of met hogedrukreinigers kan kortsluiting veroorzaken. Het gebruik van dergelijke apparaten is daarom niet toegestaan voor het reinigen van de oven en de kookplaat. • Tijdens het gebruik van de oven kan de deur heet worden. Daarom is de deuer voorzien van een derde ruit. Deze extra ruit verlaagt de temperatuur van het oppervlak.

• Bedek de binnenkant van de oven niet met aluminiumfolie en plaats geen bakblikken en andere schalen of pannen op de bodem van de oven. Het afdekken van de bodem kan het emaille beschadigen, bovendien duurt het bakken langer. • Gebruik de kookplaat en de oven niet om de ruimte te verwarmen. Zet geen lege pannen op de kookplaat.

• Bewaar geen brandbare of explosieve voorwerpen en voorwerpen die niet hittebestendig zijn in de ovenlade (bijvoorbeeld papier, pannenlappen, plastic zakjes, reinigingssprays en -middelen). Tijdens het gebruik van de oven zou brand kunnen ontstaan. Gebruik de ovenlade alleen voor het opbergen van de toebehoren (de bakplaat, het ovenrooster, etc. )• Plaats geen metalen voorwerpen, zoals vorken, messen, lepels enz. , op de glaskeramische plaat. Deze kunnen zeer heet worden. • Schakel de glaskeramische plaat uit als u deze niet gebruikt. • Gebruik de glaskeramische plaat niet wanneer deze is gebarsten of gebroken. Er bestaat een kans op een elektrische schok. Wanneer er een barst zichtbaar is, moet u onmiddellijk de stroomtoevoer afsluiten door de stekker uit het stopcontact te halen of de zekering uit de meterkast te verwijderen. Neem contact op met het servicecentrum.

• Gebruik de glaskeramische plaat niet voor het opwarmen van gerechten verpakt in aluminiumfolie of kunststof bakjes. Dit kan brand of het smelten van het kunststof tot gevolg hebben. • De ovendeurscharnieren kunnen door overbelasting met zware voorwerpen beschadigen. U mag daarom nooit op de open ovendeur gaan zitten of er zware voorwerpen op zetten. • Het apparaat is bedoeld voor installatie op de vloer, zonder gebruik te maken van steunpunten. • Het apparaat is geproduceerd volgens de meest recente richtlijnen voor veiligheid. Desondanks wordt geadviseerd het apparaat door personen met psychische of motorische handicap, een mentale achterstand of zwakbegaafdheid alleen onder toezicht te laten bedienen. Hetzelfde geldt voor kinderen. Veiligheidsvoorschriften4.

244512Dit symbool op het product of de verpakking geeft aan dat dit product niet behoort tot huishoudelijk afval. In plaats daarvan moet het product voor recycling ingeleverd worden bij een kringloopbedrijf of bij uw gemeente. Wanneer u het product correct inlevert, voorkomt u schade aan het milieu. Voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, uw plaatselijk kringloopbedrijf of de winkel waar u dit product gekocht heeft.Dit fornuis is uitsluitend bestemd voor het bereiden van gerechten voor huishoudelijke omstandigheden en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. De gebruiksmogelijkheden zijn uitvoerig in deze gebruiksaanwijzing beschreven.Doelmatig gebruikDoelmatig gebruik5

244512De ingebouwde koelventilator koelt de behuizing van het fornuis en het bedieningspaneel.Wanneer de oven is uitgeschakeld werkt de koelventilator nog een tijdje door om het apparaat af te koelen.KoelventilatorKoelventilatorWerking koelventilator na uitschakelen ovenWerking koelventilator na uitschakelen oven7

2445121. Kookzone linksachter2. Kookzone rechtsachter3. Kookzone linksvoor4. Kookzone rechtsvoor5. HitteaanduidingIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door eenpan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsenontstaat in de panbodem een inductiestroom.Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.ComfortabelDe electronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in testellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade directin de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk aubain marie verwarmt.SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aande kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd alskoken op een andere kookplaat.SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzonesniet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten nietinbranden.VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf.

De glasplaat wordtniet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stukkoeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat ofgasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snelafgekoeld. De werking van een inductiekookplaatDe werking van een inductiekookplaat8Inductie kookplaat

244512• Een inductiekookplaat werkt alleen wanneer u de juiste pannen gebruikt.• Zet de pan altijd in het midden van de zone wanneer u wilt koken.• Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor inductiekoken dus pannen van staal, geëmailleerde pannen of pannen van gietijzer. Pannen van aluminium, of stalen pannen met een aluminium of koperen bodem zijn ongeschikt, evenals glazen servies.• Wanneer u gebruik maakt van een snelkookpan moet u het vermogen terugschakelen zodra het kookpunt is bereikt.

Volg altijd de instructies van de pannenfabrikant.• Wanneer u nieuwe pannen aanschaft controleer dan of deze zijn voorzien van het Class Induction keurmerk.Kookzone Minimale pandiameterØ 145 mm Ø 90 mmØ 180 mm Ø 145 mmØ 210 mm Ø 170 mmØ 260 mm Ø 180 mmDe magneettestGebruik een kleine magneet om te testen of de pan geschikt is.Alleen wanneer de magneet aan de bodem blijft kleven en depan een dikke bodem heeft is deze geschikt.PansignaleringEen van de voordelen van inductiekoken is het signaleringssysteem voor pannen. Inductie verspilt nooit energie omdat de kookzone niet zal inschakelen wanneer er geen of een veel te kleine pan op de kookzone staat. Zodra u de kookzone inschakelt verschijnt het symbool 'U' op het display.

Wanneer u binnen 10 minuten een geschikte pan op de kookzone plaatst zal de kookzone inschakelen op het ingestelde niveau.Wanneer u de pan van de kookzone verwijderd zal de kookzone automatisch uitschakelen. De energietoevoer naar de zone wordt uitgeschakeld. Wanneer er een kleine pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt deze herkend en het vermogen automatisch aangepast aan de kleine diameter van de pan.Pannen die geschikt zijn voor inductiekokenPannen die geschikt zijn voor inductiekokenmagneet9

244512• Let bij de aanschaf van de pan op de diameter van de bodem. Deze kan afwijken van de opgegeven diameter• Een snelkookpan kan ook op een inductiekookplaat een energiebesparing opleveren. Door de korte kookduur blijven vitaminen bovendien beter bewaard.• Let er op dat er altijd voldoende water in de snelkookpan zit zodat deze niet droog kookt en de kookplaat kan beschadigen.• Kook altijd met de deksel op de pan.• Gebruik pannen die passen bij de hoeveelheid. Een erg grote pan die slechts voor een klein deel gevuld is zal meer energie verbruiken dan een kleinere passende pan.Energie besparenEnergie besparenOm beschadigingen aan het kookgedeelte te voorkomen:• Nooit lege pannen op de kookzone plaatsen.• Plaats alleen schone en droge pannen op de kookzone.

• Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor inductiekoken (bij voorkeur met Class Induction keurmerk) bijvoorbeeld pannen van staal, geëmailleerde stalen pannen of pannen van gietijzer. Alleen dan zal de kookplaat naar behoren zijn werk doen. Op de knop zijn negen standen aangegeven. Onderstaande tabel geeft u enig houvast bij het kiezen van het juiste vermogen.Vermogen regelenVermogen regelenVermogen Gebruik0De kookzone is uitgeschakeld, u kunt gebruik maken van de restwarmte van de kookplaat1 - 2 Warmhouden van gerechten, zachtjes doorkoken van kleine hoeveelheden3Zacht doorkoken (nadat het gerecht op een hogere stand aan de kook is gebracht)4 - 5 Doorkoken (na het aan de kook brengen op een hogere stand) van grotere hoeveelheden, braden6Braden en aanbraden7 - 8 Braden9Uitsluitend voor het aan de kook brengen als eerste fase bij het koken / braden.

244512• Schakel de kookzone in met de draaiknop op het bedieningspaneel. • Bij de knop staat aangegeven welke zone wordt bediend.• U kunt het vermogen instellen tot stand 9.• Het ingestelde vermogen wordt op het display, in de keramische glasplaat, aangegeven. Nadat een kookzone is uitgeschakeld blijft het display nog 10 seconden oplichten.Om ongewenst inschakelen van het kookgedeelte te voorkomen kunt u het kinderslot inschakelen.Inschakelen• U kunt het kinderslot inschakelen wanneer het symbool 'O' of 'H' op alle vier displays staan aangegeven.• Draai vervolgens beide bedieningsknoppen voor de achterste kookzones één stand naar links. In het display verschijnt 'L'. Het kinderslot is geactiveerd.Uitschakelen• Draai één van beide knoppen rustig naar rechts en daarna terug naar 0. In het display zal het symbool 'L' verschijnen.

• Draai beide bedieningsknoppen van de achterste kookzones opnieuw één stand naar links.Het kookgedeelte is ook voorzien van een restwarmte-indicatie in het display 'H'. Ook al wordt het glas niet door elementen verwarmd, toch zal de panbodem warmte afgeven aan de glasplaat. Zolang het symbool 'H' oplicht voor een bepaalde uitgeschakelde kookzone kan de restwarmte worden gebruikt voor het warmhouden van gerechten. Wanneer de 'H' net gedoofd is kan de kookzone nog steeds warm zijn. Blijf voorzichtig met het aanraken omdat u zich dan kunt branden.Alle vier de kookzones zijn voorzien van een aankookautomaat. De aankookautomaat is geschikt voor het snel aan de kook brengen van gerechten om die vervolgens op een lagere stand door te koken. De aankookautomaat schakelt zelf terug naar de doorkookstand.KinderslotKinderslotRestwarmte-indicatieRestwarmte-indicatieAA11Bediening van het kookgedeelte

244512De aankookautomaat is geschikt voor:• Koude gerechten die aan de kook gebracht worden en vervolgens voor een langere periode moeten koken of sudderen (sudderlapjes, runderstoofpot). Door de aankookautomaat hoeft u de knop na het inschakelen niet meer te verzetten.De aankookautomaat is niet geschikt voor:• Braadvlees dat regelmatig gekeerd moet worden of waar regelmatig vocht aan moet worden toegevoegd.• Pasta of pastagerechten die in veel water worden gekookt.• Gerechten die met een snelkookpan worden bereid.Inschakelen van de aankookautomaat• Zet een pan op een kookzone.• Draai de knop van de betreffende zone tegen de klok in of geheel rechtsom. Een 'A' verschijnt in het display.• Stel binnen 5 sec.

een gewenste doorkookstand in met de draaiknop.Wanneer u geen doorkookstand instelt, schakelt de zone weer uit.Zodra de doorkookstand ingesteld is, knippert in het display afwisselend een 'A' en de ingestelde doorkookstand. Wanneerde aankooktijd verstreken is, stopt het knipperen en wordt dedoorkookstand permanent in het display getoond.Opmerkingen• Schakel de aankookautomaat uit door de knop terug te draaien naar stand 0.• Wanneer u de pan van de kookzone neemt en deze binnen 10 minuten weer op de kookzone plaatst zal de aankook-automaat het proces voorzetten en voldooien.Ingestelde stand Automatische aankooktijd op max.vermogen (in seconden)1402723120417652566432712081929AankookautomaatAankookautomaat12

244512KookduurbegrenzingKookstand Uren10,822,433,845,256,862,072,883,690,2De kookduurbegrenzing is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Wanneer de tijd verstreken is schakelt de zone automatisch uit. Deze stopfunctie wordt automatisch ingeschakeld indien u uw kookplaat na een bereiding vergeet uit te zetten. De kookplaat kan na het uitschakelen gewoon opnieuw ingeschakeld worden. De tijd is afhankelijk van de ingestelde kookstand:Voorbeeld:Wanneer de kookzone op stand 6 is ingesteld en het vermogen wordt niet meer versteld met de bedieningsknop, dan zal de kookplaat na 2 uur automatisch uitschakelen.Oververhittingsbeveiliging• Elke kookzone is voorzien van een koelventilator die zorgt voor koeling van de elektronica.

Na het uitschakelen van de kookzone blijft de ventilator nog enige tijd ingeschakeld, totdat ook het 'H' dooft.• Het kookgedeelte is ook uitgerust met een oververhittings-beveiliging die schade aan de elektronische componenten helpt voorkomen. De beveiliging kent diverse niveaus. Het vermogen van de kookzones wordt automatisch teruggeschakeld wanneer de temperatuur te hoog wordt. Wanneer dit niet afdoende is wordt het vermogen steeds verder teruggedraaid en uiteindelijk volledig uitgeschakeld. Wanneer dat het geval is verschijnt 'E2' in het display. Wanneer het toestel voldoende is afgekoeld kunt u het kookgedeelte weer gebruiken.13

244512• Neem al het toebehoren uit de oven en reinig de oven met warm water en een gewoon schoonmaakmiddel. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen!• Wanneer u de oven voor de eerste keer verwarmt komt er een typische reuk van »nieuwheid« vrij. De ruimte daarom goed ventileren.• Gebruik geëmailleerde braadsleden of bakplaten. Deze nemen de warmte van de oven goed op.• Verwarm de oven alleen voor wanneer dit in het recept of de tabellen wordt aangegeven.• Het voorverwarmen van een lege oven kost energie. Er kan energie bespaard worden door de gerechten tijdens het opwarmen van de oven al in de oven te plaatsen.• Zet de oven ongeveer 10 minuten voor het einde van het bakproces uit.

244512• Wanneer u de stekker van het fornuis in het stopcontact steekt of na een stroomonderbreking, staat er kort ‘META’ of ‘GLAS’ in het display. Hierna knippert het display een aantal keer. Stel met de toetsen C en D de dagtijd in. Dit is van belang voor een juiste werking van de oven. • Een geluidssignaal klinkt als bevestiging van de bediening van een toets. • Selecteer met de toets A de gewenste functie. Het symbool van de gekozen functie knippert snel. Het knipperen geeft aan dat u de functie nu kunt bevestigen of wijzigen. Na 5 seconden gaat het symbool minder snel knipperen en verschijnt de tijd in de display (6). De meest recente keuze is op het display te zien. • Het instellen van de waarde verloopt sneller of trager al naargelang u meer of minder druk op de »-«-toets D en »+«-toets C uitoefent.

• Bij een stroomuitval van minder dan twee minuten, blijven alle gekozen instellingen actief. De tiptoetsen werken het beste waneer u deze met een groot oppervlak van uw vinger aanraakt. • Een aantal instellingen kunnen door middel van de draaiknop aangepast worden ('+' voor verhogen, '-' voor verlagen). Instellen dagtijd (klok)• Druk op toets A. Kies daarna het de functie 'dagtijd' (4). • Gebruik de toetsen C en D om de tijd aan te passen. • Bevestig de ingestelde tijd door nogmaal op toets A te drukken. Als toets A niet wordt aangeraakt wordt de tijd na 5 seconden automatisch bevestigd. Instellen kookwekkerDe elektronische schakelklok kan ook gebruikt worden om een kookwekker (3) in te stellen. Zowel de temperatuur als de kooktijd kunnen zichtbaar zijn in hetzelfde display. Het gewenste display kiest u met de toetsen A en B.

244512Instellen bereidingstijdMet dit programma kunt u de bereidingstijd van de oven instellen. De maximale bereidingstijd is 10 uur. • Druk op toets A en vervolgens op symbool 1 om de bereidingstijd te selecteren. Gebruik toetsen C en D om de gewenste bereidingstijd in te stellen. • Zet de oven aan (stel de gewenste ovenfunctie en de temperatuur in). Nadat de aangeven bereidingstijd is bereikt, gaat de oven automatisch uit. Ook klinkt er een geluidsignaal. U kunt het signaal stoppen door een willekeurige toets aan te raken. Het geluidssignaal zal na één minuut automatisch stoppen. • Op het display gaan symbool 1 en de bereidingstijd ‘0:00’ knipperen. Als u door wil gaan met bakken/braden kunt u opnieuw een bereidingstijd instellen. Instellen eindtijdMet dit programma kunt u het tijdstip instellen waarop de oven moet uitschakelen. De maximale bereidingstijd is 10 uur.

• Controleer of de dagtijd goed is ingesteld. • Druk op toets A en vervolgens op toets 2. De dagtijd verschijnt op het display. Gebruik toetsen C en D om de eindtijd in te stellen. • Zet de oven aan (stel de gewenste ovenfunctie en de temperatuur in). Nadat de aangeven eindtijd is bereikt, gaat de oven automatisch uit. Ook klinkt er een geluidssignaal dat u kunt stoppen door een willekeurige toets aan te raken. Het geluidssignaal zal na één minuut automatisch stoppen. • Op het display gaan symbool 1 en de bereidingstijd ‘0:00’ knipperen. Als u door wil gaan met bakken/braden kunt u opnieuw een bereidingstijd instellen. Instellen voorgeprogrammeerde bereidingstijdVoor dit programma stelt u twee tijden in; de bereidingstijd en de eindtijd (de tijd waarop u het gerecht gaar wilt hebben). De eindtijd van de oven kan maximaal 24 uur vooruit liggen. • Controleer of de dagtijd goed is ingesteld.

Druk op toets A en vevolgens op toets 2 De dagtijd verschijnt op het display. Gebruik toetsen C en D om de eindtijd in te stellen. • De schakelklok staat nu in pauze. De symbolen 1 en 2 lichten op. • Zet de oven aan (stel de gewenste ovenfunctie en de gewenste temperatuur in). De oven start en eindigt automatisch op de ingestelde tijden. Nadat de aangeven eindtijd is bereikt, gaat de oven automatisch uit. Ook klinkt er een geluidssignaal dat 16.

244512 u kunt stoppen door een willekeurige toets aan te raken. Het geluidssignaal zal na één minuut automatisch stoppen. Instellen van de kookwekkerDe kookwekker kan ook afzonderlijk van de oven worden ingesteld. • Druk op toets A aan en vervolgens op symbool 3. Gebruik toetsen C en D om de kookwekker in te stellen. De maximaal instelbare tijd bedraagt 10 uur. • Wanneer de ingestelde tijd is bereikt, klinkt er een geluidssignaal. U kunt het geluidssignaal stoppen door een willekeurige toets aan te raken. Het geluidssignaal zal na één minuut automatisch stoppen. Het kooksymbool (3) zal doven. Bij de kookwekker wordt de laatste minuut op het display in seconden weergegeven. Instellen van het volume van het geluidssignaalHet volume van het geluidssignaal kan worden ingesteld. Dit kan alleen wanneer er geen andere functie is ingesteld.

(Alleen de dagtijd staat in het display)• Druk op toets D en houd deze toets drie seconden ingedrukt; het volumescherm verschijnt en u hoort een voorbeeldsignaal. - ‘0000’ geeft het maximale signaalvolume aan en - ‘0’ geeft het minimale signaalvolume aan. Gebruik toets D om het gewenste volume in te stellen. • Bevestig het geselecteerde volume door toets A in te drukken. Als toets A niet wordt ingedrukt, wordt het volume na een paar seconden automatisch bevestigd. Instellen van het kinderslotInschakelen: Druk op toets A en vervolgens op symbool 5. Gebruikde toetsen C en D om het kinderslot te activeren. Op het displayverschijnt de tekst ‘ON’. Bevestig uw keuze met de toets A. Uitschakelen: Gebruik de toetsen C en D om het kinderslot uit te schakelen Op het display verschijnt de tekst ‘OFF’. Bevestig uw keuze door op toets A te drukken.

• Als het kinderslot geactiveerd is nadat er een programma geselecteerd is, zal de oven gewoon werken maar zijn er geen veranderingen in de instellingen mogelijk. DisplaydimmerTussen middernacht en 6. 00 uur in de morgen zal de lichtsterkte van het display automatisch dimmen. Dit gebeurt niet wanneer er een programma actief is. 17.

244512Het verwijderen van de timerinstellingen• Alle instellingen kunt u wissen door toets C en D tegelijkertijd drie seconden ingedrukt te houden. De ingestelde programma’s worden onderbroken, op het display verschijnt de dagtijd. • Een instelling kunt u ook op de volgende manier verwijdeden: - selecteer de ingestelde functie met toets A; - druk vervolgens toets C en D tegelijkertijd in. • De laatste manier om een instelling ongedaan te maken is de timerinstellingen op ’0:00’ te zetten. U kunt de oven instellen met de functieknop en de elektronische schakelklok. Kies met de functieknop de gewenste ovenfunctie en stel met de tempermostaatknop de gewenste temperatuur in. De oven start. De gekozen ovenfunctie en de ingestelde temperatuur worden op het display weergegeven. Gebruik de elektronisch schakelklok om de gewenste temperatuur in te stellen. • Druk op toets B.

In het display verschijnt »180 °C « en het symbool ‘°C’ knippert een paar seconden. De oven gaat aan. • Zolang het symbool ‘°C’ knippert, kunt u met de toetsen C en D de gewenste temperatuur instellen. Per keer dat u de toets indrukt verspringt de temperatuur 5 °C. Als u de toetsen langer indrukt verspringt de temperatuur sneller. • De temperatuur wordt in intervallen van 5 °C weergegeven op het display. Wanneer de temperatuur onder de 30 °C blijft, zal er ‘--‘ in het display verschijnen. Symbool 7 licht op. Dit geeft aan dat de oven opwarmt. • Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, zal het symbool 7 doven. • Tijdens het bereiden van gerechten zorgt de thermostaat ervoor dat de temperatuur gehandhaafd blijft. Wanneer de verwarmingselementen opnieuw worden ingeschakeld, verschijnt het symbool 7 in het display. • U kunt de temperatuur altijd aanpassen met toets B.

244512 Ovenverlichting De oven wordt verlicht door 1 lamp: linksachter aan de bovenkant. U kunt de ovenverlichting inschakelen, zonder daarbij een andere functie te selecteren. Dit is vooral handig bij het reinigen van de oven of, aan het einde van het bakproces, bij het benutten van de nawarmte. Bij alle andere ovenfuncties schakelt de ovenverlichting automatisch in. Boven- en onderwarmte De verwarmingselementen boven en onder in de oven geven gelijkmatig warmte af. Bakken van gebak of braden van vlees is maar op één niveau mogelijk. Grill Het grill-element dat bovenin de oven is bevestigd, straalt warmte uit. Grillen is vooral geschikt voor het braden van kleine stukken vlees zoals biefstukken, worstjes, schnitzels, karbonades enz. Maxi grill Het grill-element wordt gelijktijdig met het bovenste ovenelement ingeschakeld. Het grill-element straalt direct op het gerecht.

Om het verwarmingsproces te optimaliseren wordt het bovenelement ook ingeschakeld. Deze verwarmingsmethode is ideaal voor het bereiden van kleine stukken vlees zoals steaks, biefstukken, worstjes en karbonades. Hetelucht grill Het grill-element en de ventilator werken tegelijkertijd. Deze verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor het grillen van vlees en het braden van grote stukken vlees of gevogelte op één niveau van de oven. Het is ook geschikt voor het gratineren. De hetelucht grill zorgt voor een knapperig korstje.De verschillende ovenfunctiesDe verschillende ovenfuncties20

244512 Hetelucht en onderwarmte Bij deze verwarmingsmethode werken het onderelement en de hetelucht ventilator tegelijkertijd. Deze methode is bijzonder geschikt voor het bakken van pizza's. Bij vochtig of zwaar gebak op 2 niveaus, zoals vruchtentaart of plaatkoekdeeg en kaassouffl és, geeft deze ovenfunctie het beste resultaat. Hetelucht De ventilator in de achterwand van de oven zorgt voor een voortdurende circulatie van hetelucht rond het te braden vlees of gebak. Deze ovenfunctie is met name geschikt voor het braden van vlees en gebak op meerdere niveaus. Ontdooien Bij deze ovenfunctie circuleert de lucht in de oven zonder dat de verwarmingselementen zijn ingeschakeld. Deze methode wordt gebruikt voor langzaam ontdooien van bevroren levensmiddelen. Onderwarmte met ventilator Bij deze ovenfunctie zijn de ventilator en het onderelement tegelijkertijd insgeschakeld.

Deze methode is vooral bruikbaar voor het bakken van dun gebak.Gebruik de 1e richel van onder af en niet te hoge bakvormen, zodat de warme lucht ook over de bovenkant van het gerecht kan circuleren. Aqua Clean Gebruik deze ovenfunctie voor het reinigen van de oven. Stel de temperatuurkeuzeknop in op 50 °C. Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het op de onderste richel. Na een half uur worden de voedselresten op het email van de oven zacht en kunt u ze met een vochtige doek afvegen. De richtlijnen voor het voorverwarmen, de niveaukeuze en de bak/braadtijd vindt u in de tabel voor de ovenfunctie met het boven- en onderwarmte. Stel de thermostaatknop in op de gewenste temperatuur. De oven is voorverwarmd, wanneer het rode lampje uitgaat.21

244512• Het toebehoren, rooster en bakblik, kunt u op vier niveaus in de oven schuiven.• In de bak/braadtabellen zijn de afzonderlijke niveaus aangegeven. Houdt er rekening mee, dat de bakniveaus altijd van beneden naar boven worden zijn aangegeven.• De richels 2, 3 en 4 hebben telescopisch uittrekbare geleiders.Waarschuwing: de uittrekbare telescopische geleiders en andere delen van het toebehoren worden warm! Gebruik daarom altijd ovenwanten!• Voor het plaatsen van het rooster en het bakblik, altijd eerst de telescopische geleiders van één niveau uittrekken.• Het rooster of het bakblik op de uitgetrokken geleiders plaatsen en deze dan met de hand zover mogelijk terugduwen. Sluit de ovendeur altijd pas wanneer de telescopische geleiders volledig zijn ingeschoven.Bakniveaus Bakniveaus Uittrekbare telescopische geleidersUittrekbare telescopische geleiders22

244512Het Easy Clean inzetstuk voorkomt afzetting van vetspatten op de zijkanten in de oven.Het Easy Clean inzetstuk is als volgt te installeren:• Demonteer het rekje met de uittrekbare telescopisch geleiders (zie het hoofdstuk ’Demonteren van het rekje met de uittrekbare telescopische geleiders’).• Trek de gemakkelijk te reinigen inzetstukken op de geleider, laat ze samen in de hiervoor bestemde openingen hangen en trek ze omhoog.Gebruik bij het installeren van de uittrekbare telescopische geleiders en het Easy Clean inzetstuk de vier bijgeleverde klemmetjes. Plaats deze in het laagste gaatje in de binnenwand van de oven. Plaats de geleiders in deze klemmetjes. De klemmetjes zijn bedoeld om de geleiders te beschermen.Het ovenrooster is geschikt om er ovenschotels en bakvormen op te plaatsen.

Uiteraard kunt u ook gerechten rechtsreeks plaatsen.Bakblik voor het bakken van plaatgebak en koekjes en voor het opvangen van vet.Easy Clean inzetstukEasy Clean inzetstukOventoebehorenOventoebehoren23

244512Het vetfi lter in de achterwand van de oven beschermt de ventilator en het hetelucht element tegen ongewenst vet. Plaats het vetfi lter altijd in de oven wanneer u vlees braadt of grilt. Verwijder het vetfi lter altijd wanneer u gebak bakt! Het vetfi lter kan bij het bakken slechte resultaten geven.Vetfi lterVetfi lter• Voor het bakken van gebak kunt u boven- en onderwarmte , hetelucht of hetelucht + onderwarmte gebruiken. • Verwijder altijd het vetfi lter uit de oven bij het bakken! Aanwijzingen• Houd bij het bakken van gebak altijd rekening met de keuze van de richel, de temperatuur en baktijd uit de tabel voor gebak. De waarden in de tabel voor het bakken van gebak zijn speciaal voor deze oven vastgesteld en gecontroleerd.• Wanneer u in de tabel voor het bakken een bepaald soort gebak niet aantreft, kies dan de gegevens voor een soortgelijk gebak.

Het bakken van gebak met boven- en onderwarmte• Gebruik slechts één bakniveau.• Boven- en onderwarmte is bijzonder geschikt voor het bakken van droog gebak, brood en biscuit.• Gebruik donkere bakblikken. In lichte bakblikken kleurt het gebak minder goed omdat deze warmte weerkaatsen.• Plaats bakvormen altijd op het rooster. Wanneer u het bijgeleverde bakblik gebruikt, moet u het rooster verwijderen.• Voorverwarmen verkort de baktijd. Plaats het gebak pas in de oven wanneer de gekozen temperatuur bereikt is.Bakken van gebakBakken van gebakHet bereiden van gerechten24

244512 Bakken van gebak met heteluchtHet bakken van gebak met hetelucht is bijzonder geschikt voor het bakken op meerdere niveaus, voor vochtig gebak en vruchtentaarten. U kunt ook lichte bakvormen gebruiken. • De temperatuur is gewoonlijk lager dan bij het bakken met boven- en onderwarmte (zie ook de tabel voor het bakken van gebak). • Bij het bakken van vochtig gebak in een bakvorm (vruchtentaart) kunt u vanwege het grote vochtigheidsgehalte maar op hoogstens twee niveaus bakken. • U kunt verschillende soorten gebak samen bakken, wanneer de vereiste temperatuur ongeveer gelijk is. • De baktijd kan bij het gebruik van meerdere bakblikken tegelijk verschillen. Misschien zult u het ene bakblik eerder uit de oven moeten halen dan het andere. • Zorg ervoor dat koekjes ongeveer dezelfde dikte hebben. Ongelijkmatig gebak zal ongelijkmatig bruin worden.

• Wanneer u meer gebak tegelijkertijd bakt, zal er meer damp in de oven ontstaan die op de ovendeur condens kan veroorzaken. Is het gebak door en door gaar. Prik met een houten stokje in het hoogste gedeelte. Wanneer er geen deeg op het stokje achterblijft, is het gebak gaar. U kunt de oven uitschakelen en de nawarmte benutten. Het gebak is ingezaktControleer het recept. Gebruik minder vloeistof de volgende keer. Neem de tijd voor het mixen in acht, vooral bij het gebruik van keukenmachines. Het gebak is te licht aan de onderkantGebruik de volgende keer een donkere bakvorm voor het bakken en plaats het gebak één richel lager of schakel tegen het einde van het bakken de onderverwarming aan. Gebak met een vochtige vulling, bijvoorbeeld kwarktaart, is niet helemaal gaar. Verlaag de volgende keer de temperatuur en verleng de baktijd.

Waarschuwingen bij de tabel voor het bakken van gebak:• Bij de temperatuur is een minimum en een maximum aangegeven. Stel eerst de lage temperatuur in. Als het gebak niet bruin genoeg wordt verhoogt u de temperatuur de volgende keer.

244512Tabel voor het bakken van deegwaren met onderwarmte en heteluchtovenSoort gebak Richel(van onderaf) Temperatuur (in °C) Baktijd(in min. )Kwarktaart, kleine taarten 2 150-160 65-80Pizza*, gistdeeg 2 200-210 15-20Quiche Loraine, koekjes 2 180-200 35-40Appeltaart met suikerglazuur, koekjes van gistdeeg 2 150-160 35-40Vruchtentaart van roerbeslag 2 150-160 45-55Appeltaart, gevulde taarten 2 170-180 45-65• Voor het braden van vlees kunt u de boven- en onderwarmte gebruiken of de hetelucht functie gebruiken. • De meest geschikt ovenfunctie voor een bepaalde gerecht is vetgedrukt in de tabel voor het braden van vlees aangegeven. • Plaats het vetfi lter alleen voor het braden van vlees. Raadgevingen in verband met het serviesgoed• U kunt een servies van email, vuurvast glas, aardewerk of gietijzer gebruiken.

• Roestvrijstalen bakblikken zijn niet geschikt omdat ze zeer sterk warmte weerkaatsen. • Wanneer u het vlees afdekt, blijft het sappiger en blijft de oven schoon. • In een niet afgedekte schaal wordt het vlees sneller bruin. Braadt grote stukken vlees op het rooster en plaats het bakblik er onder om het druipende vet op te vangen. Waarschuwingen voor het braden van vlees• In de tabel voor het braden van vlees vindt u gegevens omtrent de temperatuur, de ovenfunctie en de baktijd. Omdat de baktijden sterk afhangen van het soort, het gewicht en de kwaliteit van het vlees, kunnen afwijkingen optreden. • Het braden van vlees, gevogelte en vis is in de oven pas economisch bij hoeveelheden van meer dan 1 kg. • Bij het bakken moet zoveel vocht worden toegevoegd, dat het vet en het sap van het vlees niet verbranden.

Dit betekent dat bij langere braadtijden het vlees meerdere malen moet worden gecontroleerd en er vocht moet worden toegevoegd. • Na het verstrijken van de helft van de braadtijd moet u het vlees keren, vooral bij braden in de braadslede. Het is daarom het beste het vlees eerst met de bovenkant naar beneden te braden.

244512• Wanneer u op het rooster braadt, plaats er dan het bakblik onder om het sap uit het vlees op te vangen. Plaats het rooster op de telescopische geleiders en schuif het bakblik op de onderste richel.• Laat gerechten niet in een gesloten oven afkoelen.

244512• Wees extra voorzichtig bij het grillen. Door de hoge temperatuur van de grill worden het rooster en de overige toebehoren van de oven zeer heet. Gebruik daarom ovenwanten en een speciale vleestang!• Uit het vlees waarin u prikt kan heet vet spuiten (bijvoorbeeld uit worstjes). Gebruik een vleestang om brandwonden te voorkomen.• Houd voortdurend toezicht bij het grillen. Het vlees kan snel verbranden door de hoge temperatuur!• Laat kinderen niet te dicht bij de grill komen. • De grill is geschikt voor het bereiden van knapperige worstjes, in stukken gesneden vlees en vismoten (biefstuk, schnitzel, zalmmoten…) of om toast te bereiden of gerechten te gratineren. Tips voor het grillen• Tijdens het grillen moet de ovendeur altijd gesloten zijn. • In de tabel vindt u gegevens over de temperatuur, de stand en de grilleertijd.

Omdat de grilleertijd sterk afhankelijk is van het soort, gewicht en de kwaliteit van het vlees, kunnen afwijkingen optreden.• Plaats bij het grillen van vlees altijd het vetfi lter in de oven.• Verwarm de grill ongeveer 5 minuten voor.• Vet het rooster even in zodat het vlees er niet aan vastbakt.• Leg dunne stukken vlees op het rooster. Plaats het bakblik onder het rooster om het druipende vet en vleessap op te vangen. Plaats het rooster op de telescopische geleiders en schuif het bakblik op de onderste richel.• Keer het vlees dat u grilleert na het verstrijken van de helft van de tijd. Keer dunne stukken maar één maal, grotere meerdere malen.

Gebruik bij het keren geen vork, maar een vleestang, zodat er niet te veel vleessap uit het stuk loopt.• Donkere vleessoorten worden beter en sneller bruin dan lichte zoals varkens- of kalfsvlees.• Reinig de oven en het toebehoren na elk gebruik, zodat het vet de volgende keer niet kan inbranden. Grillen en gratinerenGrillen en gratineren29

Wanneer u vlees braad in een braadslede, zorg er dan voor dat er genoeg water in de braadslede aanwezig is. Dit is om aanbranden te voorkomen. Keer het vlees halverwege het braadproces om. Plaats een bakblik in de eerste of tweede richel bij het grillen van vlees op het rooster. Deze zal het afdruipend vet opvangen zodat dit niet op de bodem van de oven komt en daar kan inbranden.30

244512U mag het fornuis niet reinigen met een stoom- of hogedrukstoomreiniger. Voor het reinigen hetfornuis altijd uitschakelen en af laten koelen.Voorzijde van het fornuisVoor het schoonmaken en het onderhoud van de voorkant van het fornuis gebruikt u een huishoud reinigingsmiddel, waarbij u de aanwijzingen van de fabrikant in acht neemt. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of sponsjes met een schuurlaag. Deze kunnen krassen veroorzaken.Aluminium oppervlaktenVoor het reinigen van aluminium delen gebruikt u een reinigingsmiddel dat bedoeld is voor aluminium. Doe het reinigingsmiddel op een doek, verwijder het vuil en spoel af met water. Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakten aan. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of sponsjes met een schuurlaag. Deze kunnen krassen veroorzaken.

De aluminium delen mogen niet rechtstreeks in contact komen met reinigingssprays voor ovens. Roestvrijstalen voorkant van het fornuis (FG6011E)Reinig de oppervlakte alleen met een zacht reinigingmiddel (sopje) en een zacht sponsje dat geen krassen kan veroorzaken. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen, die een oplosmiddel bevatten. Door het niet opvolgen van de aanwijzingen kan de buitenkant van het fornuis beschadigen.Gelakte oppervlakten en kunststofdelen Reinig de knoppen en de handgreep van de ovendeur met een zachte doek en een vloeibaar reinigingsmiddel voor gelakte oppervlakten.LET OP: De hierboven genoemde oppervlakten mogen nooit in contact komen met reinigingssprays voor ovens. Deze sprays kunnen het oppervlak aantasten.Reiniging en onderhoud32

244512InductiekookgedeelteMaak het kookgedeelte (nadat deze iets is afgekoeld) direct na gebruik schoon. Voedselresten kunnen anders aankoeken en zijn dan moeilijker te verwijderen. Voor regelmatig onderhoud zijn speciale schoonmaak- en onderhoudsmiddelen voor inductiekookplaten verkrijgbaar die een beschermlaagje op het kookvlak achterlaten. Veeg voordat u gaat koken de kookplaat schoon. Een klein zandkorreltje kan door een schuivende panbodem al een kras achterlaten (afb. 1). Let op: Staalwol, schuursponsjes en schuurmiddelen kunnen het oppervlak ernstig beschadigen. Ook agressieve sprays en het onvoldoende schudden of mengen van vloeibare reinigers kan schade veroorzaken. De lijnen en teksten op het oppervlak kunnen beschadigd raken door agressieve schoonmaakmiddelen of een beschadigde panbodem. Lichte verontreiniging is het makkelijkst te verwijderen met een vochtige doek.

Het oppervlak altijd droog wrijven met een schone doek. Watervlekken kun u verwijderen met een oplossing van azijn. Let op dat het azijn de metalen delen niet aantast. Gebruik nooit agressieve ontkalkingsmiddelen of sprays. Sterke verontreiniging kunt u verwijderen met speciale reinigingsmiddelen voor inductiekookplaten. Volg altijd de instructies van de fabrikant wanneer u deze middelen gebruikt. Zorg ervoor dat u resten van schoonmaakmiddelen zorgvuldig verwijderd. Deze kunnen bij verwarming het oppervlak ernstig beschadigen. Aangekoekte etensresten kunt u verwijderen met een glasschraper. Pas op dat het kunststof van de schraper niet in contact komt met een heet oppervlak. Pas op dat u zichzelf niet snijdt. Suiker en suikerhoudende gerechten kunnen blijvende schade veroorzaken aan het oppervlak en moeten daarom zo snel mogelijk, wanneer het oppervlak nog warm is, verwijderd worden.

244512Let op: alle hierboven vermelde beschadigingen hebben uitsluitend betrekking op het uiterlijk van het apparaat en hebben geen invloed op de werking van het fornuis. Deze beschadigingen vallen dan ook niet onder de garantie.ATAG ShineAtag heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam ATAG Shine. Deze zijn te verkrijgen via de website www.atagservice.nl. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikerstips.Oven• U kunt de oven reinigen zoals u gewend bent (eventueel met reinigings-middelen of ovenspray). Gebruik alleen oversprays wanneer de oven erg vuil is en wanneer de vlekken hardnekkig zijn.• Om de oven regelmatig (na elk gebruik) te reinigen bevelen wij de volgende procedure aan: Draai de keuzeknop van de afgekoelde oven in de stand (Aqua Clean). Stel de temperatuurkeuzeknop in op 70 °C. Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het op de onderste richel.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG fi 6011 e stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden