ATAG FG453L Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG FG453L (18 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over ATAG FG453L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | FG453L |
Handleiding ATAG FG453L – volledige tekst
Bedieningsknop brander rechtsvooraccessoiresomkeerbaar roosterGeschikt voor grillen en voor bakken metbakvormen. Het rooster is omkeerbaar. Zokunt u het gerecht nog beter ten opzichte vande elementen positioneren.bakplaatGeschikt voor het bakken van deeg zondervorm (koekjes, plaatgebak).braadsledeGeschikt voor het braden of grillen van vlees. grillset (indien aanwezig)Voor het grillen van vlees, wild of gevogelte(zie pag. 24).125 7 9 10 12 13 14 15346 8 11°C2347912 13 14 1556108111g. 1: FG453S g. 2: FG453L/FG411L
NL 1Als u deze handleiding doorleest, bent u snelop de hoogte van alle mogelijkheden die dittoestel u biedt. U vindt informatie voor uwveiligheid en over het onderhoud van hettoestel. Verder vindt u milieutips enaanwijzingen om energie te besparen.Bewaar de handleiding. Een eventueelvolgende gebruiker van dit toestel kan daarzijn voordeel mee doen.Veel kookplezier!inhoudveiligheid 2algemene informatie 4ingebruikname 5bediening gaskookgedeelte 6ovenfuncties 8bediening van de oven 9elektronische schakelklok 11bak- en braadtips 13overzichtstabellen 21monteren en demonteren 24reinigen 27storingen zelf verhelpen 29installatie 30inleidingU heeft gekozen voor een gas-elektrofornuisvan ATAG: een toestel dat volledig voldoetaan de wensen van de kookliefhebber.
NL 3veiligheid Bedek de ovenbodem nooit metaluminiumfolie en plaats ook geen bakplatenof -vormen op de ovenbodem. De folie houdtnamelijk de hitte tegen, waardooremailleschade ontstaat en het bakresultaatongunstig beïnvloed wordt. Giet nooit water in de hete oven. Hierdoorkan emailleschade ontstaan. In verband met de elektrische veiligheid maghet toestel niet met hogedrukreinigers ofstoomreinigers schoongemaakt worden. Controleer voordat u het toestel aansluit, ofde aanduiding van het voltage van het toestelovereenkomt met de netspanning in uwwoning. Open nooit de behuizing van het toestel enverander de mechanische en/of elektrischeopbouw van het toestel niet. Dit kan leiden totgevaarlijke situaties (aanraken vanspanningvoerende onderdelen) en storingen. Het toestel mag niet met een verlengkabel opde netspanning worden aangesloten. Dit kanleiden tot onveilige situaties (oververhitting).
Verwarm nooit gesloten conservenblikken. Eronstaat een overdruk in het blik, waardoorhet kan exploderen. Bereid diepvriesproducten zoals pizza’s bijvoorkeur op het rooster, bedekt metbakpapier. Bij gebruik van de bakplaat kandeze vervormen door het grotetemperatuurverschil. Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoendeverhit worden. De tijd die daarvoor nodig is,hangt van vele factoren af, zoals dehoeveelheid en het soort gerecht. Deeventueel in het voedsel aanwezige bacteriënworden alleen gedood als het voedselminimaal 10 minuten bij een temperatuurhoger dan 70 °C verhit wordt. Laat hetvoedsel wat langer garen, als u niet zekerweet of het voedsel genoeg verhit is. Bij het bereiden van gerechten die alcoholbevatten, kan de alcohol door de hogetemperaturen verdampen. De damp kan vlamvatten als hij in aanraking komt met een heetovenelement.
Kontroleer altijd of het sierdeksel remtwanneer u deze opnieuw geplaatst hebt. NL 2Dit toestel mag alleen door een erkendinstallateur worden aangesloten. Schadeontstaan door verkeerd aansluiten valt nietonder de garantie. Volg voor de aansluiting altijd de plaatselijkgeldende voorschriften op. Reparaties mogen alleen door een bevoegdservicemonteur worden uitgevoerd. Gebruik het toestel niet als het beschadigd is. Bij reparatie of schoonmaakbeurten moet hettoestel afgesloten worden van stroom en gas. Neem de stekker uit de contactdoos of draaide schakelaar in de meterkast op nul(gaskookplaten met vonkontsteking). Draai degaskraan in de toevoerleiding dicht. Bij het gebruik van gas-kookapparatuurontstaat warmte en vocht in de ruimte waarhet toestel is geplaatst.
Let op dat de ruimtevoldoende is geventileerd: houd natuurlijkeventilatie-openingen open of installeer eenmechanische ventilator (afzuigkap). Bijlangdurig gebruik van de kookplaat kan extraventilatie noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld eenopen raam of een hogere stand van deventilator (afzuigkap). Dit kooktoestel is ontworpen voorhuishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voorhet bereiden van gerechten. Bij koken en braden worden de brandersheet. Let op als er kinderen in de buurt zijn. De ovenruit kan door langdurig gebruik vande oven op de maximale temperatuur (bijv. bijhet grillen) warm worden. Let op als erkinderen in de buurt zijn. Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Blijf in de buurt tijdens het bereiden vangerechten. Gebruik het toestel niet voor het verwarmenvan de keuken.
Gebruik nooit kunststof of aluminiumfolie(bijvoorbeeld de bakjes van kant-en-klaargerechten) om gerechten in te bereiden. Doorde hoge temperatuur kunnen ze smelten. Wees voorzichtig met snoeren vanelektrische apparaten, zoals van een mixer. Deze kunnen bekneld raken tussen de deurvan de hete oven of terecht komen op hetebranders. Gebruik de oven en de opberglade niet voorbrandgevaarlijke of licht vervormbarematerialen.
NL 5ingebruiknameafvoeren verpakking en toestelTijdens productie en transport wordenbeschermingsmaterialen gebruikt om hetfornuis tegen beschadigingen te beschermen. Daarbij wordt uit milieu-overwegingen alleenhet hoogst noodzakelijke materiaal gebruikt. Voer de gebruikte beschermingsmaterialenen de verpakking op verantwoorde wijze enconform de overheidsbepalingen af. Let op: Verwijder bij RVS fornuizen de blauwebeschermfolie. De overheid kan u ook informatie verschaffenover het op verantwoorde wijze afvoeren vanafgedankte huishoudelijke apparaten. Maakhet afgedankte toestel onbruikbaar, door destekker uit de contactdoos te halen en hetaansluitsnoer door te knippen. Alle gebruikte materialen zijn recyclebaar endus milieuvriendelijk. Door hergebruik vandeze materialen zijn minder grondstoffennodig en wordt de hoeveelheid afvalverminderd.
oven gebruiksklaar makenVerwijder de sticker van de ovenruit. Verwijder het bakplaat en het rooster uit deoven en reinig ze met een sopje van eenafwasmiddel of allesreiniger. Schakel de oven 90 min. lang in op 200 °C. Stel daarvoor de functieknop in op infra en de thermostaatknop op 200 °C. Zie hiervoorook pagina 9. Opmerking Als de oven voor de eerste maal sterk verhitwordt, zult u een “nieuwigheidsluchtje”ruiken. Dit is normaal. Na het afkoelen de oven met warm waterschoonmaken. instellen van de dagtijd (indien vantoepassing)Let op: U moet de dagtijd instellen, om deoven en de functies van de elektronischeschakelklok te kunnen gebruiken. g. 3: Elektronische schakelklokAls u geen dagtijd hebt ingesteld knippert hetcijfer 0. 00 in het display. Houd de toetsen en gelijktijdigingedrukt en stel met de toetsen – en + dedagtijd in. Let op:Door stroomuitval kan de tijdsaanduidingverdwijnen.
In het venster knippert dan hetcijfer 0. 00. Stel de dagtijd dan opnieuw in. NL 4algemene informatieover temperaturen bij het gebruik vaneen fornuisElektro- en gasfornuizen behoren tot decategorie verwarmingsapparatuur.
Vanwegenatuurkundige principes is een warmte-overdracht tussen oven of kookplaat en deomgeving onvermijdelijk. Deze overdracht kandoor isolatie beïnvloedt, maar niet verhinderdworden. Bij het gebruik van de oven wordt deovendeur warm. Hoe warm de ovendeurwordt, hangt af van de ingesteldeoventemperatuur en de bereidingstijd. De meeste recepten gebruikenoventemperaturen beneden de 200 °C. Insommige gevallen is een temperatuur van250 °C (kort braden) nodig. Bij deze hogetemperaturen kunnen de kookplaat, hetbedieningspaneel en de handgreep relatiefwarm worden, afhankelijk van de tijdsduur. Deze verhoging van de temperatuur valtbinnen de door de norm toegestane waarde,hetgeen blijkt uit het keurmerk (zietypeplaatje). Bij het gebuik van een brander van degaskookplaat worden de vangschaal en deandere branders warm, dit is normaal. mantelkoelingDe RVS fornuizen zijn voorzien van eenmantelkoeling.
Bij gebruik van de ovenschakelt de koeling automatisch in. Door despleet tussen het bedieningspaneel en deovendeur kunt u dan een luchtstroom voelen. °C.
NL 7NL 6WokbranderDe wokbrander is bij uitstek geschikt voorhet "wokken" en het braden en bakken vanvlees. Daarnaast kunt u op deze brandergrote hoeveelheden koken of blancheren. Voor het sudderen of bereiden van sausen isde wokbrander minder geschikt, vanwege hethoge vermogen van de brander. Gebruik pannen met een diameter vanminstens 20cm (18 cm bodemdiameter). aansteken en instellen van de branders Druk de bedieningsknop in en draai dezenaar vol-open. Houdt de bedieningsknopingedrukt en wacht tot de overspringendevonken de brander onstoken hebben. Draai de bedieningsknop naar de gewenstekookstand wanneer de brander ontstoken is. Tussen vol-open en de kleinstand is debrander traploos regelbaar. g. 6: Instellen van de brandersSchakel de branders na gebruik uit. bijzonderhedenOnsteekt de brander niet, controleer dan of:- De brander schoon en droog is. - De bougie schoon en droog is.
- De branderdop goed op de branderkelkligt. De brander moet gelijkmatig branden. Bij stroomuitval kunt u de branders ook meteen lucifer of een aansteker ontsteken. algemeenGebruik alleen pannen met een stevige,egale, liefst dikke bodem. Pannen met eenaluminium of koperen bodem geleiden dewarmte beter en besparen energie. Door meteen deksel op de pan te koken kunt u ookenergie besparen. Plaats eerst de pan op de kookplaat enschakel daarna de brander in. Zo benut u deafgegeven warmte optimaal. Gebruik pannen met een voldoende grotediameter. Let op dat de vlampunten niet omde pan heen spelen. De vlampunten zijn n. l. het heetst. Als vlammen om de pan heenspelen gaat er veel warmte verloren.
In de tabel hieronder staan de aanbevolenpandiameters voor de verschillendebranders:Brander Aanbevolen pandiameterWok 24,0 tot 26,0 cm *Normaal 20,0 tot 22,0 cmSudder 12,0 tot 16,0 cmSterk/Vario 24,0 tot 26,0 cm * Speciaal geschikt voor gebruik van een wokpanpositie van de brandersEen symbool boven de bedieningsknop geeftaan welke brander wordt bediend. g.
5: Positie van de branders1 bedieningsknop wokbrander linksvoor2 bedieningsknop normaalbranderlinksachter 3 bedieningsknop sudderbranderrechtsachter 4 bedieningsknop sterk/variobranderrechtsvoor VariobranderOp de variobrander kunt u in plaats van eenronde branderdop ook een ovale branderdopleggen. De brander is dan geschikt voor eenovale pan (bijvoorbeeld een vispan). fout goedg. 4: Plaatsen van de pannen12342 3 41KookplaatBedieningspaneelvol-openkleinstanduitgeschakeldbediening gaskookgedeeltebediening gaskookgedeelte.
NL 9bediening van de ovengele controlelampGedurende het opwarmen brandt het gelecontrolelampje. Het lampje dooft als deingestelde temperatuur bereikt is. rode controlelampDe rode controlelamp geeft aan dat de oven(en/of kookplaat) in werking is. thermostaatknopMet de thermostaatknop stelt u de gewenstetemperatuur in. De temperaturen zijn traploosinstelbaar. g 7: ThermostaatknopfunctieknopMet de functieknop kiest u de gewensteovenfunctie. g. 8: Functieknopvoorverwarmen van de oven met deQuick heat functieg. 9: Inschakelen Quick heat functie1. Stel de ovenfunctieknop in op infra enkies een temperatuur. 2. Druk op de Quick heat toets. Hetcontrolelampje voor de Quick heat functielicht op. De Quick heat functie schakelt net voordat deingestelde temperatuur is bereikt uit. Hetcontrolelampje voor de Quick heat functie gaatuit. De oven verwarmt normaal verder.
U kunt de Quick heat functie vroegtijdig stoppendoor de ovenfunctieknop op “ ” te draaien of0een andere ovenfunctie te kiezen. NL 8ovenfunctiesovenverlichtingDe ovenverlichting gaat branden. Deze standis makkelijk voor het reinigen van de oven. turboDe lucht in de oven wordt verwarmd door hetheteluchtelement. De ventilator in deachterwand blaast hete lucht in de oven. Hiermee worden de gerechten verwarmd. U kunt op verschillende niveaus tegelijkbakken, waardoor u energie kunt besparen. Door de intensieve warmteoverdracht kunt ueen ca. 20 °C lagere temperatuur kiezen danbij conventionele recepten staat aangegeven. infra Het gerecht wordt verwarmd door destralingswarmte van de onder- en boven-elementen. Plaats het gerecht altijd in hetmidden van de oven voor het op detraditionele manier bereiden van gerechten. De gerechten rijzen goed uit en krijgen eenmooie bruine kleur.
Dezestand is geschikt voor het kortstondig extradoorbakken van soufflé’s, schuimgebak etc. standaard grillDe gerechten worden verwarmd door destralingswarmte van het gecombineerdegrillelement. De standaard grill gebruikt uwanneer alleen in het midden van de oveneen gerecht staat of voor gebruik van hetdraaispit. De thermostaat regelt ook de grill. Het element zal daarom niet continu maar vantijd tot tijd rood oplichten. maxi-grillDe gerechten worden verwarmd door destralingswarmte van het gecombineerdegrillelement. De thermostaat regelt ook degrill. Het element zal daarom niet continumaar van tijd tot tijd rood oplichten. De Maxi-grill gebruikt u voor grote porties, bijv. bij eenvolledig bedekt rooster. Quick heat met auto-stopDe Quick heat met auto-stop functie verkort devoorverwarmtijd. Gebruik deze functie alleen incombinatie met de ovenfunctie infra.
NL 11elektronische schakelklokg. 10: Elektronische schakelklokinstellen van de kookwekkerDe kookwekker geeft alleen een signaal nahet verstrijken van de ingestelde tijd. Dekookwekker schakelt de oven niet uit. Demaximale tijd is 23 uur en 59 minuten. 1. Druk op de toets en houd dezeingedrukt. Op het display verschijnt “0. 00”. 2. Stel met de toetsen – en + de gewenstetijd in. Op het display verschijnt hetsymbool. 3. Na het loslaten van de toetsen – en +verschijnt de dagtijd weer. 4 Druk tijdens het koken op toets om deresterende tijd zichtbaar te maken. 5. Als de ingestelde tijd verstreken is klinkter een signaal. Schakel het signaal uitdoor op een willekeurige toets te drukken. Het symbool dooft. 6. Foutief ingegeven waarden kunnengecorrigeerd worden door gelijktijdig optoets en op toets – of + te drukken. 7. De programmering kan tussentijdsopgeheven worden. Houd toets ingedrukt.
Stel met de toetsen – en + detijd in op 0. 00. uitschakelen van de oven met tijdklokNa de ingestelde tijd klinkt er een signaal enwordt de oven uitgeschakeld. 1. Druk op de toets. Op het displayverschijnt “0. 00”. 2. Stel met de toetsen – en + de gewenstebaktijd in. 3. Na het loslaten van de toetsen – en +verschijnt de dagtijd weer. Op het displayverschijnen de symbolen en. AUTO4. Kies een temperatuur en een ovenfunctie(zie “bediening van de oven”). 5. De oven geeft een signaal als de baktijdafgelopen is en schakelt automatisch uit. Het symbool dooft en knippert. AUTOSchakel het signaal uit door op eenwillekeurige toets te drukken. 6. Draai de thermostaatknop en deprogrammaknop op 0. Druk op toets enhet toestel is weer ingesteld ophandbediening. Het symbool dooft. AUTONL 10bediening van de oveninschakelen van de oven zonder klok1. Zet de oven op handbediening.
Schuif het gerecht in de oven, wanneerhet niet nodig is de oven voor teverwarmen. In de overzichtstabel oppagina 21 t/m 23 vindt u enkeleaanwijzingen voor de richelhoogte. 3. Sluit de ovendeur en zet de functieknop opde door u gewenste functie (zie fig. 8). 4. Stel de thermostaatknop in op degewenste temperatuur (zie fig. 9). De oven is nu ingeschakeld. De ovenlamp ende controlelampjes zijn aan en u hoort dekoelventilator draaien. uitschakelen van de ovenControleer aan het einde van debereidingstijd of het gerecht gaar is. De ovenblijft na het uitschakelen nog geruime tijdwarm. U kunt deze warmte benutten voor delaatste fase van het bakproces. Schakel deoven uit door de functieknop op de uit-standte draaien en de thermostaatknop op 0. Allecontrolelampjes gaan uit. Wanneer de ovenwarm is, draait de koelventilator nog enigetijd verder. Deze schakelt automatisch uit.
inschakelen van de oven met elektronische schakelklok De elektronische schakelklok heeft meerderefuncties:- weergave van de dagtijd (zie pag. 5)- kookwekker- uitschakelen van de oven met tijdklok- automatisch in- en uitschakelenZie het hoofdstuk “elektronische schakelklok”voor een uitgebreide beschrijving van defuncties. 1. Schuif het gerecht in de oven, wanneerhet niet nodig is de oven voor teverwarmen. In de overzichtstabel oppagina 21 t/m 23 vindt u enkeleaanwijzingen voor de richelhoogte. 2. Stel de schakelklok in (zie “elektronischeschakelklok”). 3. Kies een temperatuur en een ovenfunctie(zie pag. 8/9). De ingestelde baktijd begint direct. Let op: Draai de functieknop en dethermostaatknop op 0 als de baktijdverstreken is. Stel de oven weer in ophandbediening door op toets te drukken. °C.
NL 13bak- en braadtips - algemeenIn de overzichtstabellen op pagina 21 t/m 23vindt u aanwijzingen over bereidingstijden,temperaturen en inzethoogten. De tijden entemperaturen in de tabellen zijn gemiddelden. Zonodig kunt u daar iets van afwijken omgerechten gelijktijdig te bereiden. temperatuurDe bij recepten opgegeven temperaturen zijngemiddelden, die 10-15 ˚C hoger of lagerkunnen zijn om het gewenste resultaat tebereiken. De meeste tijden en temperaturen die inrecepten genoemd worden, zijn gebaseerdop het garen met boven- en onderwarmte. Deze zijn in het algemeen te hoog voor hetgaren met hetelucht. Bij het gebruik van deturbo-functie kunt u de temperatuur 15 tot30 ˚C lager instellen dan bij gebruik van deinfra-functie. voorverwarmenVoorwarmen is in het algemeen niet nodig,met uitzondering van gerechten waarvan debereidingstijd korter dan 30 minuten is.
oven leegHaal alles uit de oven, wat u niet nodig heeftvoor uw recept. afkoelenSchakel de oven uit, voordat u het gerecht ofgebak, dat klaar is, eruit neemt. Sluit deovendeur en laat de oven afkoelen. inzethoogtenDe oven beschikt over meerdere richels,waardoor u uw gerechten altijd op deoptimale hoogte in de oven kunt zetten. g. 11: InzethoogtenBij het gebruik van de turbo-functie kunt u opmeerdere niveaus tegelijk bakken. Het besteresultaat behaalt u, als u de volgendeinzethoogten kiest:1 niveau richel 2 voor hoge bakvormen,richel 4 voor bakplaten2 niveaus richels 2 en 53 niveaus richels 1, 4 en 7Door het omdraaien van het rooster kunt uhet gerecht nog beter ten opzichte van deelementen positioneren. Zet ovenrooster, bakplaat of braadslede altijdop de hoogte die in de tabellen wordtaangegeven. Schuif de bakplaat of hetrooster tussen de geleiders in deaangegeven richel.
De programmering kan tussentijdsopgeheven worden. Houd toets ingedrukt. Stel met de toetsen – en + detijd in op 0. Druk tijdens het bakken op toets om deresterende baktijd of om de eindtijdzichtbaar te maken. automatisch in- en uitschakelenU kunt de baktijd en de tijd waarop hetgerecht klaar moet zijn instellen. De ovenschakelt dan automatisch in en uit. 1. Druk op de toets. Op het displayverschijnt “0. 00”. 2. Stel met de toetsen – en + de gewenstebaktijd in. Op het display verschijnen desymbolen en. AUTO3 Druk op toets. Het display geeft devroegst mogelijke eindtijd weer. 4. Stel met de toetsen – en + de eindtijd in. Het symbool dooft. 5. Na het loslaten van de toetsen – en +verschijnt de dagtijd weer. Het symboolAUTO blijft branden. 6. Kies een temperatuur en een ovenfunctie(zie “bediening van de oven”). 7. De oven schakelt automatisch in.
Zodrade oven inschakelt verschijnt het symboolop het display. 8. De oven geeft een signaal als de baktijdafgelopen is en schakelt automatisch uit. Het symbool dooft en knippert. AUTOSchakel het signaal uit door op eenwillekeurige toets te drukken. 9. Draai de thermostaatknop en deprogrammaknop op 0. Druk op toets en het toestel is weer ingesteld ophandbediening. Het symbool dooft. AUTO10. Foutief ingegeven waarden kunnengecorrigeerd worden door gelijktijdig optoets en op toets – of + te drukken. 11. De programmering kan tussentijdsopgeheven worden. Houd toets ingedrukt. Stel met de toetsen – en + detijd in op 0. Druk tijdens het bakken op toets om deresterende baktijd of om de eindtijdzichtbaar te maken. NL 121246573.
NL 15bak- en braadtips - braden in de ovenvlees braden"Groot vlees" vanaf 1 kg is hiervoor het meestgeschikt. Braden zorgt voor een regelmatigekrokante korst, vrijwel zondergewichtsverlies. Wrijf het vlees een kwartier van te voren inmet zout en kruiden. Gebruik voor het braden80 tot 100 g boter of vet (of een mengselhiervan) per 500 g vlees. braadtijdenDe tabel op pagina 22 geeft de braadtijdenaan voor verschillende soorten vlees met eengewicht van ca. 1,5 kg. Platte, dunne stukkenhebben gemiddeld 5 minuten minder braadtijdnodig, dan dikke of opgerolde stukken vlees. Bij gebruik van grotere stukken vlees moetper 500 gram meer, een 15 tot 20 minutenlangere braadtijd worden aangehouden. bereidingLeg het vlees in een braadslede en overgiethet met hete boter en/of vet. Als het vleeseen vette kant heeft, dan legt u deze tijdenshet braden boven.
Vlees zonder vette kant omde 15 minuten bedruipen. Vlees met vettekant om de 30 minuten bedruipen. Voeg tijdens het braden nu en dan enkelelepels water toe, als de jus te donker wordt. Laat het vlees na de bereiding 10 minutenafkoelen, alvorens het aan te snijden. aangebrand vleesboter verbrand bij het braden- Het vlees uit de braadslede nemen. Nieuwe boter in een braadpan doen en hetvlees op de kookplaat afbraden en de jusafmaken. vlees van boven verbrand- Het verbrande gedeelte royaal afsnijden. Het restant in plakken of blokjes snijdenen er hachee of goulash van maken. NL 14bak- en braadtips - algemeenovenserviesIn principe kunt u elk soort hittebestendigservies gebruiken. Spoel glazen servies nietdirect na gebruik af onder koudwater. Doorhet plotselinge temperatuurverschil kan hetglas barsten. Gebruik donkere of zwarte bakvormen.
Dezegeleiden de warmte beter en laten hetgerecht gelijkmatiger garen. bodem niet afdekkenHet afdekken van de ovenbodem met bijv. aluminiumfolie of een bakplaat kan totoververhitting en beschadiging van het emailleiden.
Het vervuilen van de ovenbodem door hetlekken uit een springvorm is te voorkomendoor van aluminiumfolie een bakje te vouwenen dat onder de vorm op het rooster tezetten, of door bakpapier onder de vorm teleggen. tijdinstellingStel de schakelklok in, zodra u het gerecht inde oven plaatst. Kies een 5 minuten korterebereidingstijd, dan in het recept staataangegeven. Daardoor kunt u in de laatstefase controleren of het gerecht of gebak gaaren goed van kleur is. Zo niet, sluit dan deovendeur en controleer na enige tijdopnieuw. Het openen en sluiten van de deurmoet langzaam gebeuren, bij voorkeur nietvoordat driekwart van de bereidingstijd isverstreken. warm houdenU kunt de oven gebruiken voor het warmhouden van reeds bereide gerechten. Kieshiervoor de heteluchtfunctie en eentemperatuur van 80 ˚C. Dek gerechten die uwarm wilt houden af, om uitdrogen tevoorkomen.
energiebewust ovengebruikOpen de ovendeur zo weinig mogelijk. Voorverwarmen is niet nodig, tenzij in eenrecept iets anders staat vermeld. Bereid gerechten met ongeveer dezelfdebereidingstemperatuur (bijv. appeltaart eneen ovenschotel) tegelijk op hetzelfde roosterof bij een turbo oven boven elkaar; vleeslaten meestoven kan ook. Bak eventueel een dubbele hoeveelheid envries het teveel in. Bereid meer gerechten na elkaar,bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake;vaak kan de bereidingstijd van het tweedegerecht dan 10 minuten korter zijn. Dankzij de ovenisolatie kunnen gerechtennagaren op de restwarmte van de oven. Schakel de oven 10 minuten eerder uit, danaangegeven staat, maar laat de deur dicht.
NL 17NL 16bak- en braadtips - grillendiverse grilltipsBij het roosteren van vlees, wild, gevogelteen vis wordt het vlees of de vis onmiddellijkdichtgeschroeid, zodat de voedings- ensmaakstoffen behouden blijven. Boter of olieis daarvoor niet nodig. Het meest geschiktzijn dikkere stukken klein vlees, dunne motenvis of hele vissen. De grillpennen gebruikt u voor het gelijkmatigroosteren van kleinere stukjes vlees engroenten, zoals saté, kebabs en sjasliks (ziepag. 23). grilltips voor vleesGebruik alleen vlees van goede kwaliteit. Reken per persoon 75-100 g vlees of 125-175 g vlees met been. Vet het rooster inmet olie. Zet onder de gerechten altijd een passendebraadslede om afdruipend vet op te vangen. Droog het vlees zo nodig met keukenpapier,alvorens het onder de grill te leggen. Schenk voor gerechten met een langegrilltijd, bijvoorbeeld rollade en kip, ± 2,5 dlwater in de braadslede.
garneringen en sausjesGarnering kan mee gegrilld worden,bijvoorbeeld plakken appel, ananas of halvetomaatjes. Plakken kaas de laatste minuten op het vleesleggen en laten smelten. Bestrooi het vleespas na het grillen met peper en zout. De diktevan het vlees bepaalt de plaats onder de grill. Over het algemeen geldt, dat dunne stukkenhoog moeten worden geplaatst (altijdminstens 5 cm van de grill) en dikkerestukken, die gaar moeten worden, wat lager. Draai dunne stukken vlees om met eenvleestang. Gebruik een ovenwant. Prik niet inhet vlees, omdat er dan vleessap verlorengaat. Bij gegrilld vlees, waarbij immers geenjus wordt gevormd, kan desgewenstafzonderlijk een saus of kruidenboter wordengegeven. Snijd gegrilld vlees en dergelijke niet directaan, maar laat het eerst enkele minutenafkoelen. Er zal dan bij het aansnijden mindervleessap verloren gaan.
Vet het rooster in met olieeen zet er een passende braadslede onder. bak- en braadtips - wat te doen als er iets mis gaatingezakt- Deeg te lang geroerd. - Oventemperatuur te laag. - Gebak niet gaar in het midden. - Oventemperatuur te laag. - Te kort in de oven. - Deeg te slap. - De soezen waren niet gaar toen ze uit de ovenwerden genomen. - Een te grote hoeveelheid gist gebruikt. - Oventemperatuur te laag. donker van kleur- Oventemperatuur te hoog. - Verkeerde bakvorm gebruikt: Een broodvorm van donker metaal, ceramisch materiaal of van glas (deze vragen een lagere oventemperatuur). - Oventemperatuur te hoog. - Oventemperatuur te hoog. - Te lang in de oven. ongelijkmatig van kleur- Ongelijk van dikte (koekjes). - Oven niet waterpas: Deeg loopt naar de laagste kant (meer kleur). - Oven niet waterpas. - In cakevorm met ‘gevouwen’ zijranden wordt decake op de hoeken iets donkerder.
- Oven niet waterpas. - Bij opgerolde koek: deeg ongelijkmatig opbakplaat uitgestreken. - Oven niet waterpas. - Hoeveelheid deeg niet gelijk van grootte. - Oven niet waterpas. - Deeg is niet gelijkmatig in de bakvorm verdeeld. - Deeg niet gelijkmatig uitgerold en gevouwen. - Buitenste kanten bij het vormen met de handteveel aangeraakt aan de randen. zandtaartdeegIn deze handleiding worden allerlei baktips gegeven. Mocht er toch iets niet lukken, raadpleegdan de tabellen op deze en de volgende pagina’s. U vindt daarin de oorzaak en veelal een tipom het nog te redden. roerdeegbiscuitdeegsoezengistdeegbladerdeegtipIndien het gebak zichervoor leent probeer danhet volgende: doorsnijdenen vullen met bijvoorbeeldvruchten, die in hetmidden hoger wordengelegd, eventueel met watlikeur bedruppelen en hetgebak weer op elkaarzetten. tipIs het gebak verbrand,overweeg dan deze"camouflage-tip".
NL 19NL 18bak- en braadtips - wat te doen als er iets mis gaatte licht van kleur- Oventemperatuur te laag. - Baktijd te kort. - Lichtmetalen bakvorm met aluminiumfoliebekleed. - Bakvorm op de bakplaat gezet i. p. v. op hetovenrooster (luchtcirculatie is minimaal). - Bakvorm te hoog voor de hoeveelheid deeg ofwerd met aluminiumfolie afgedekt: Bovenkant telicht. - Oventemperatuur te laag: Onderkant te licht. - Te hoge bakvorm voor hoeveelheid deeg. - Met aluminiumfolie afgedekt. - Oventemperatuur te laag. - Oventemperatuur te laag. - Mogelijk niet gaar. - Lichtmetalen bakvorm gebruikt i. p. v. donkermetalen broodvorm. - Oventemperatuur te laag. - Oventemperatuur te laag. - Boter vloeit tijdens het bakken uit: De bereidingkan de reden zijn. De stukken boter zijn te groot. - Teveel water gebruikt. niet gerezen- Bakvorm te groot voor hoeveelheid deeg.
- Boter-suikermengsel niet schuimig genoeggeroerd. - Zelfrijzend bakmeel gebruikt, dat te lang in eenvochtige omgeving (keukenkast) heeft gestaan,waardoor de werking van het daarinvoorkomendebakpoeder achteruit is gegaan. - De eieren te kort doorgeklopt. - Minder eieren genomen en de hoeveelheidvloeistof van 1 ei (ca. 1/2 dl = 3 eetlepels) niet in de vorm van melk of water aangevuld. - Te dik deeg. - Oventemperatuur te laag ingesteld. - Oven niet tijdig voorverwarmd. - Deeg niet luchtig genoeg: De hoeveelheid lucht, die in het deeg is geklopt verminderde door te lang wachten of tijdens langdurig omscheppen van de bloem is de ei-suikermassa minder luchtig geworden. tipIs de eerste poging omzelf brood te bakken nietzo goed uitgevallen. Is het brood niet genoeggerezen en dus vanbinnen te vast. Niet getreurd, maak erwentelteefjes van. Verwijder wel eerst dekorst.
- Deeg te warm gerezen: Deeg is niet tot tweemaal de hoogte gekomen. - Vulling (krenten, rozijnen) niet op kamertemperatuur. - Bakvorm te klein voor de hoeveelheid deeg. - Deeg niet lang genoeg gerezen. - Deeg tijdens het rijzen op tochtige plaats gestaan. - Deeg te vast: Elke soort bloem neemt niet evenveel vocht op. Deeg moet soepel en elastisch zijn. - Het deeg is niet bladerig: Met de deegroller teveelop het deeg gedrukt. Hierdoor is de lucht, die tussende lagen werd gevouwen, er weer tussenuit gedrukt. - Te grote stukjes boter. - Te slap deeg: Deeg klaargemaakt in een te warme omgeving (te warme keuken, zon op het aanrecht). Teveel met de handen aangeraakt. - Niet lang genoeg afgedekt laten rusten in eenkoele omgeving (koelkast). - Onafgedekt te lang laten staan waardoor het deeguitdroogt (gele randen). vervormd/gebarsten- Te kleine bakvorm voor de hoeveelheid deeg.
- Boter-suiker-eimengsel te lang geklopt: Hetmengsel wordt dan vochtig. - Teveel bakpoeder toegevoegd, wanneer metbloem wordt gewerkt, i. p. v. met zelfrijzend bakmeel of cakemeel. - Oventemperatuur te hoog ingesteld: De bovenkantwordt te snel gebakken, het deeg vormt aan debovenkant een korst, waar het eronder liggendedeeg zich doorheen drukt, de verhoging vormt entevens barsten kan veroorzaken. - Vorm te klein voor de hoeveelheid deeg. - Vorm niet goed geprepareerd. - Oventemperatuur te hoog ingesteld. - Plaats in de oven te hoog. - Te kleine bakvorm voor de hoeveelheid deeg. tipGebak aan de vorm blijvenplakken. Voorzichtig de stukjes, dieaan de vorm kleven erafhalen en op het gebakterug leggen, eventueelmet jam erop plakken. Dan het gebak dun metjam bestrijken enovergieten met liefstdonkere glazuur,bijvoorbeeldchocoladeglazuur. zandtaartdeegroerdeegbiscuitdeegsoezengistdeegbladerdeeg.
Wanneer de ingrediënten wel voorgekookt zijn, maar inmiddels afgekoeld,dan zal de baktijd verlengd moeten worden. NL 20bak- en braadtips - wat te doen als er iets mis gaatniet gaar- Oventemperatuur te laag ingesteld. - Deeg te lang gekneed met warme handen. - Boter te zacht: Kan o. a. bij boterkoek voorkomen. - Oventemperatuur te hoog ingesteld: Wanneer debovenkant te snel wordt gebakken en al een korstvormt, kan het eronder liggende deeg niet meeruitrijzen, waardoor het ongaar blijft, meestal gaat ditsamen met een gebarsten cake. - Oventemperatuur te laag ingesteld. - Te kort in de oven. - Te kleine bakvorm ten opzichte van dehoeveelheid deeg. - Gebak met gist (brooddeeg). - Oventemperatuur te laag.
- Te kort gebakken. - Oventemperatuur te hoog: Aan de bovenkant wordteen korst wordt gevormd, het ongare deeg kan niet voldoende rijzen. - Deeg onvoldoende geroerd na het toevoegen vande eieren. - Deeg te slap door toevoegen van teveel of tegrote eieren: Het laatst bij te voegen ei apartloskloppen en in gedeelten bijvoegen. - Oventemperatuur te hoog of te laag ingesteld. - Oven niet lang genoeg voorverwarmd. - Te vroeg uit de oven genomen. - Oventemperatuur te laag. - Oven niet lang genoeg voorverwarmd. - Te dik uitgerold. - Baktijd te kort. gebak laat niet uit de vorm los- De vorm is in synthetisch afwasmiddel of in eenafwasmachine afgewassen. - Aanbaksels met schuurmiddel eruit geschuurd. - De vorm is niet zorgvuldig met boter bestreken endaarna met gezeefde bloem bestoven. - Het gebak was niet gaar.
- De bakvor d te snel op een taartroosterm weromgekeerd: De randen van het gebak moeten eerst iets terugtrekken en de bovenkant moet iets afkoelen. tipGebak dat niet uit debakvorm wilDe vorm op eentaartrooster omdraaien ener een koude, natte doekoverheen leggen. Naenige tijd proberen of debakvorm er kan wordenafgenomen. zandtaartdeegroerdeegbiscuitdeegsoezengistdeegbladerdeeg.
NL 25monteren en demonteren van ovenonderdelenafneembare ovendeurOm het schoonmaken van de ovendeur en hetinterieur van de oven makkelijker te makenkan de ovendeur verwijderd worden. Door het op onjuiste wijze verwijderen enplaatsen van de ovendeur kunnen descharnieren plotseling in hun uitgangs-positie terugschieten. Pak daarom altijd deovendeur zo hoog mogelijk (dus zovermogelijk van de scharnieren) vast omverwondingsgevaar te voorkomen. g. 15: Vastpakken van de ovendeur bij het verwijderen en plaatsenovendeur verwijderen- Open de ovendeur volledig en druk demetalen beugel van het scharnier omhoog(zie figuur 16). - Sluit daarna de ovendeur zo ver mogelijken trek de deur gelijkmatig omhoog totdatde scharnieren loskomen uit de steunen. Ga voorzichtig met de ovendeur om enlaat de scharnieren in positie. g.
16: Ovendeur verwijderenovendeur plaatsen- Schuif de scharnieren zo ver mogelijk inde steunen, totdat de scharnieren met deinkeping op de voorzijde van de ovenrusten. - Open de ovendeur volledig en druk demetalen beugel van het scharnier omlaag. Controleer of de ovendeur goed sluit. g. 17: Ovendeur plaatsengoed foutInkepingNL 24monteren en demonteren van ovenonderdelengrillset (indien aanwezig)Voor het grillen van kleine stukjes vlees engroente en vruchten. De ster aan de grillpenzorgt ervoor dat de grillpen om zijn eigen askan draaien. - Schuif de twee schijven op het draaispit(zie fig. 12). Let op dat de klem van devoorste schijf aan de zijde van dehandgreep zit. g. 12: Montage van de grillset- Steek de uiteinden van de grillpennen ineen van de openingen van de achtersteplaat. Druk de pennen vervolgens aan devoorzijde in de klemmen.
- Zet het geheel op de grillsteun in debraadslede en schuif deze op de ondersterichel in de oven (zie fig. 13). - Koppel het spit aan de grillmotor. Schroefde handgreep van het spit zodat de deurdicht kan. - Schakel de grill in en controleer of degrillpennen goed draaien. g.
13: Plaatsen van de grillset in de ovendraaispit (indien aanwezig)g. 14: DraaispitVoor het grilleren van grote stukken vlees,wild en gevogelte. - Steek het spit in het midden van het vlees. Het gewicht is dan goed verdeeld en hetspit draait gelijkmatig. Het draaispit wordt op dezelde manier als degrillset in de oven geplaatst.
NL 27NL 26reinigenkookgedeelteRegelmatig onderhoud direkt na gebruik voor-komt dat overgekookt voedsel lange tijd op devangschaal kan inwerken en hardnekkige,moeilijk te verwijderen vlekken ontstaan. dagelijksReinig het toestel met een sopje van eenafwasmiddel of allesreiniger. hardnekkige vlekken op emailVerwijderen met een vloeibaar schuurmiddelof kunststof schuursponsje. Gebruik nooit schuurpoeders, agressieve rei-nigingsmiddelen en schuursponsjes. hardnekkige vlekken op roestvrijstaalVerwijderen met een speciaal roestvrijstaalreinigingsmiddel. Altijd met de structuur vande kookplaat meebewegen om glansplekkente voorkomen. Als de vlekken niet verdwijnen met eenspeciaal reiningingsmiddel kunt u HG oven-en grillreiniger gebruiken. Altijd de gehelelekbak behandelen en nabehandelen met eenroestvrijstaal glans-/onderhoudsmiddel.
branderdoppenHete branderdoppen nooit onderdompelen inkoud water. Door de sterke afkoeling kan hetemail beschadigd raken. Deze schades vallen niet onder de garantie. Beschadiging aan de beschrifting valt nietonder de garantie. ovengedeelteReinig de binnenzijde regelmatig. Schakel hiervoor de ovenverlichting inen gebruik een sopje van afwasmiddel. Hardnekkige vlekken kunt u verwijderen meteen vloeibaar schuurmiddel (bijv. Jif) of eenovenreiniger (bijv. K2R). Eventueelaangekoekt vuil in de ovenruimte kunt uverwijderen met een glasschraper. reinig het oventoebehoren regelmatigGebruik een sopje van afwasmiddel met eenborstel. Maak de toebehoren met een drogedoek goed droog. Eventueel aangekoekt vuil aan de grillset kuntu verwijderen met staalwol. reinig de buitenzijde regelmatigGebruik een sopje van een afwasmiddel. Maak de oven met een droge doek goeddroog.
monteren en demonteren van ovenonderdelenopberglade verwijderenOm de stelvoeten te kunnen instellen of hettypeplaatje te lezen kunt u de opbergladeverwijderen. - Trek de opberglade tot aan de aanslag uithet fornuis in de richting 1 (zie fig 18). g. 18: Opberglade verwijderen- Til de opberglade in de richting 2 uit degeleidesleuven. opberglade plaatsen- Houd de lade iets schuin en plaats hem inde geleidesleuven. - Schuif de lade in horizontale positie terugin het fornuis. g. 19: Opberglade plaatseninschuifroosters verwijderenOm de ovenwanden en de inschuifroostersmakkelijker te kunnen reinigen kunnen deinschuifroosters verwijderd worden. - Trek de onderkant van het rooster naarhet midden van de oven (1, zie fig. 20) enneem het rooster naar boven toe uit degaten (2). g.
NL 29NL 28storingen zelf verhelpenMocht het toestel niet naar wensfunctioneren, controleer dan eerst of u destoring zelf kunt verhelpen met behulp van deonderstaande aanwijzingen. Vaak is maareen kleinigheid de oorzaak van de storing. klok/kookwekker werkt niet- Geen stroomtoevoer. - Steek de stekker in het stopcontact. - Zekering in de meterkast defect. - Vervang de zekering. oven of grill wordt niet warm- Zekering in de meterkast defect. - Vervang de zekering. - Temperatuur niet ingesteld. - Stel de oventemperatuur opnieuw in. - Klok/kookwekker niet goed ingesteld. - Stel de klok/kookwekker in op. temperatuur niet goed- Verkeerde temperatuur ingesteld. - Stel de oventemperatuur opnieuw in. - Thermostaat defect. - Oven uitzetten en service dienst bellen. ovenverlichting brandt niet- Geen stroomtoevoer. - Steek de stekker in het stopcontact. - Lamp defect.
- Maak het toestel spanningsloos door destekker uit het stopcontact te trekken ofdoor de hoofdschakelaar in de meterkastom te draaien. Plaats een schroeven-draaier in de onderste uitsparing van hetglaskapje en wip deze uit de houder. Vervang het lampje. Zet het glaskapje er voorzichtig weer in enLet op de juiste plaats van de afdichting. Schakel de zekering weer in. Let op: Gebruik alleen lampjes van 25 Wdie tot 300 °C hittebestendig zijn. g. 23: Ovenlamp vervangenreinigenglazen sierdekselReinig deze steeds na gebruik. Gebruikhiervoor een sopje van afwasmiddel. Bijsterke verontreiniging is het raadzaam hetsierdeksel eerst enige tijd te weken in eensopje van wat afwasmiddel (b. v. door eenvochtige doek op het deksel te leggen). U kunt het sierdeksel verwijderen om dezeschoon te maken. sierdeksel verwijderenZet het sierdeksel omhoog. Til het sierdekselvoorzichtig uit de scharnierhouders.
sierdeksel plaatsenNa het reinigen voorzichtig het sierdekselverticaal in de houders laten zakken (ziefiguur 22). Het sierdeksel mag uitsluitendverticaal worden teruggeplaatst.
Wanneer ditniet lukt, dan moet u de scharnierenomwisselen. Verwissel de scharnieren zomaar vannooit plaats. Bij omgewisselde scharnieren wordthet deksel niet geremd. Het deksel zoukunnen dichtvallen. Let op. Kontroleer altijd of het sierdekselremt wanneer u deze opnieuw geplaatst hebt. g. 22: Plaatsen glazen sierdeksel.
NL 31NL 30installatieinstallatiealgemeenDit toestel mag alleen door een erkendgastechnisch installateur aangeslotenworden. Het toestel wordt niet aangesloten op eenrookgas-afvoerkanaal. elektrische aansluiting 230 V - 50 HzDe elektrische aansluiting moet voldoen aande nationale en lokale voorschriften. VoorNederland is dit onder andere NEN 1010. Stopcontact en stekker moeten ten allen tijdebereikbaar blijven. gasaansluiting: RC 3/8˝ (ISO 7/1-RC 3/8)De gasaansluiting moet voldoen aan denationale en lokale voorschriften. VoorNederland zijn dit onder andere de GAVO-voorschriften (NEN 1078). Deze bepalen onder andere dat uitsluitendgoedgekeurde materialen gebruikt mogenworden. Let op:De gassoort en het land waarvoor het toestelis ingericht staan vermeld op hetgegevensplaatje. Het gegevensplaatje bevindt zich links onderop de sokkel en wordt zichtbaar als u deopberglade verwijdert (zie fig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG FG453L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis ATAG
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis